05-06-12

Tibetaanse symbolen

Symbolen van “lang leven”

 

Tibetaanse muurschilderingen verbeelden soms een tafereel met de symbolen van een “lang leven”. Er zijn er zes. De rotswand van het lange leven, een oude man met een lange baard, het eeuwig stromende water, de eeuwenoude boom, de kraanvogel en het hert. Opvallend hierbij is de gelijkenis met symbolen uit het Chinese taoïsme. Zowel de rots, de boom, de oude grijsaard, het water en de kraanvogel vinden we daar terug.

 

 

tibet,tradities

 

 

 

De acht Tibetaanse symbolen van gunstige invloed

 

1. de witte trompethoorn of schelp (ongkar), als het geluid van de boeddhistische wetten.

2. twee gouden vissen (senyan): wijsheid, compassie en transcendentie.

3. het gouden dharma wiel (kholo). Was een symbolisch wapen tegen kwelling en lijden. Wordt ook beschouwd als een voorstelling van de cyclische beweging van het leven.

4. de kostbare parasol (do). Komt uit in India, als statussymbool voor koningen. In het boeddhisme stelt de parasol de autoriteit van de boeddhistische leer voor. Hij biedt bescherming tegen kwade geesten en negatieve invloeden.

5. de uitzonderlijke lotusbloem (pema), embleem van originele zuiverheid, verbonden met de geboorte van boeddha’s.

6. de opperste banier van de overwinning (jetsen). Dit was oorspronkelijk een militaire standaard, uit India afkomstig. In het boeddhisme stelt de banier de overwinning voor op het lijden en het bereiken van de verlichting.

7. de grote onuitputtelijke schattenurne (bongpa). Is steeds verbonden geweest met het opslaan van materiële verlangens, een onuitputtelijke proviandvaas. Zij geeft toegang tot de esoterische sutra’s. Zij is vol met nectar, met overvloedige wijsheid, gelukperfectie en voltooiing van zichzelf.

8. de glorierijke levensknoop (drewu), symbool voor de oneindigheid, de eeuwigheid, waarin Boeddha’s perfectie, na eliminatie van alle hindernissen, verblijft. 

 

Gelijkenissen met de Chinese traditie zijn slechts te vinden in de vissen, de parasol en de lotusbloem.

 

 

tibet,tradities

de parasol

 

 

tibet,tradities

de banier

tibet,tradities

de oneindige knoop

 

tibet,tradities

 het dharma wiel (= leer van Boeddha), samen met de reeën (eerste twee leerlingen van Boeddha). Op het andere dak: de overwinningsbanier.

 

Er zijn natuurlijk nog vele andere Tibetaanse symbolen, zoals hier de 'zon en de maan' op de deur van een huis. Dit stamt uit het pre-boeddhistische volksgeloof. Men vindt het ook bovenaan op de stupa's.

 

 

tibet,tradities

 

tibet,tradities

19:53 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, tradities

de Everest (Qomolongma)

Einde mei bereikte een japanse klimster, 73 jaar oud, de top van de Everest (8848m), samen met vier kompanen.Zij brak haar eigen ouderdomsrecord want op 63-jarige leeftijd stond zij daar ook al boven. De klim was langs de minder gebruikte noordzijde, in Tibet zelf. Haar naam? Tamae Watanabe. Maar dat zegt natuurlijk niets.

De Everest is een profijtelijke business. De toelating alleen al kost 15.000 tot 70.000 dollar, afhankelijk van de grootte van de expeditie. Daar bovenop is er de omkadering en de logistiek vanuit Lhasa, snel 10.000 dollar per expeditielid.

Toch zijn er voor deze lente (een goed seizoen) al 325 buitenlanders ingeschreven voor de beklimming langs de Tibet-zijde.

 

19:44 Gepost door infortibet in sport | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, everest

17-04-12

De waterhuishouding in China : gigantische projecten, die minder in het oog springen

Met 21% van de wereldbevolking beschikt China slechts over 6% van de zoetwatervoorraden van de wereld. De laatste vijf jaar verhoogde de bevolking met 50 miljoen. Tegelijk kromp de beschikbare watervoorraad met 11%. Nog ongeveer 300 miljoen mensen hebben geen toegang tot veilig drinkwater. Daarnaast is er ook de nodige irrigatie om genoeg voedsel te produceren. China is eveneens benadeeld in beschikbare landbouwoppervlakte (15% van zijn oppervlakte en slechts 7% van het wereldtotaal). Ongeveer een derde van de velden genieten van irrigatie in dit algemeen genomen vrij droog klimaat (extreem in het noorden). Momenteel slaagt China erin om zijn immense bevolking te voeden, maar de waterhuishouding voor de komende decennia wordt cruciaal om honger of massale import te vermijden.

De budgetten, die het ‘ministerie van water’ krijgt stijgen daarom fenomenaal: 30 miljard euro in 2010, het dubbele in 2011 en 450 miljard euro voor de periode 2011-2020. Dit zijn duizelingwekkende cijfers (vergelijk maar met de bedragen die Europa voorziet om zichzelf economisch te redden, die niet veel hoger liggen. In China is dat enkel voor ‘het water’). De projecten zijn veelzijdig: reservoirs aanleggen of verbeteren, waterzuivering en hergebruik, ontzilting van zeewater, een zeker overtollig debiet van de bovenloop van de Yangzi (Blauwe Stroom) en zijn bijrivieren naar het noorden kanaliseren, overstromingen van velden voorkomen, veilig drinkwater in alle dorpen.

 

Bron: China Daily – Europe, 9-15/3/2012

18:41 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: china, energie

11-03-12

Tibetaanse gebieden in Sichuan, China: de lokale overheid spreekt klare taal

Een partijcommissie, met aan het hoofd Liu Qibao, politiek secretaris voor de provincie Sichuan, bezochten de woelige Tibetaanse departementen Aba en Garze, waar de voorbije maanden demonstraties en zelfverbrandingen plaatsvonden. Het bezoek vond plaats tijdens de periode van het Tibetaanse Nieuwjaar (22 februari). De partijsecretaris voor de provincie mag dan al een Han Chinees zijn, toch zijn ongeveer 70% van de overige partijkaders in die departementen Tibetanen. De boodschap van de partij aan de lokale bevolking leed niet aan onduidelijkheid.

De kern van het beleid is ‘nultolerantie wat openbare orde betreft’. Daarmee doelt de overheid op betogingen en op elke vorm van geweld, zoals het vernielen van winkels en openbare gebouwen. Het proberen te verhinderen van zelfverbrandingen valt daar ook onder.

De Chinese communistische partij wil het separatisme niet het minste forum geven en het geen actievrijheid toelaten. Maar er zal nog meer aandacht gaan naar de economische ontwikkeling van de gebieden waar Tibetanen leven, met de klemtoon op meer sociale voordelen (inkomens, onderwijs, geneeskundige zorgen).

De partij garandeert de vrijheid van godsdienstbeleving, privé thuis én in de tempels en kloosters. De kloosters staan echter niet boven de wet. De besturen van de kloosters worden aangemaand om hun wettelijke verplichtingen na te komen (officiële registratie van de monniken, geen separatistische activiteiten onder de mantel van de godsdienst, juridische opvoeding voor de jonge monniken, loyauteit tegenover het socialistisch systeem en de etnische harmonie).

“Gelovigen, of het nu leken zijn of monniken, hebben de volledige vrijheid voor hun godsdienstbeleving. Maar de overheid zal hard optreden daar waar de wetgeving of de etnische eenheid niet nageleefd wordt,” zo klinkt het. “Hard”, dat betekent gevangenisstraffen.

Liu Qibao ontmoette en sprak met de huidige abt en de hoge lama’s van het Kirti klooster in het departement Aba, waar een groot deel van de zelfverbrandingen plaatsvonden.

18:05 Gepost door infortibet in rellen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, monniken, separatisme

24-02-12

Geboortepolitiek China

In de provincie Qinghai besliste de lokale overheid om voortaan niet-stedelijke gezinnen, die verzaken aan een derde kind, te belonen. Een premie van 150 tot 700 euro, naargelang het inkomen van het gezin. Tot nu was er geen geboortebeperking voor de landelijke bevolking in Qinghai, gezien die voor het overgrote deel uit ‘etnische minderheden’ bestaat (Tibetanen, Hui, Mongolen en nog enkele anderen). Er was wel een promotiecampagne om het aantal kinderen te beperken tot drie. Nu komt er een kleine financiële stimulans om ook het ‘derde kind’ te vergeten.

Voor de Han Chinezen in de provincie Qinghai geldt de nationale regel van ‘één kind per gezin’. Daarbij zijn er financiële boetes voor de gezinnen, die dit niet volgen.

 

Naast de nieuwe premie voor ‘onthouders’ trekt de lokale overheid ongeveer 30 miljoen euro uit in 2012 om de ziekteverzekering en het pensioen te subsidiëren van gezinnen, die deelnemen aan de vrijwillige geboortebeperking.

18:25 Gepost door infortibet in demografie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: china, qinghai, han, tibetanen

17-02-12

Tibetaans Nieuwjaar : 22 februari 2012

Op 22 februari begint een nieuw jaar voor de Tibetanen: het jaar van de ‘Water Draak’. De jaartelling is gebaseerd op de maanstanden, op een twaalfjarige dierenriem en op een ‘element’ (vuur, aarde, metaal, water, hout), net zoals in de rest van China. De Tibetaanse leiders namen in de 7e eeuw de Chinese kalender over. Bij huwelijk, kan men zeggen, een Tibetaanse vorst huwde een Chinese prinses, die in haar bagage een sterrenhemel meebracht. Naast andere dingen: een beetje boeddhisme en wat geneeskundige praktijken, zoals het voelen van de pols en het examineren van de tong als diagnosetechniek.

 

Groepen, die ijveren voor meer onafhankelijkheid van Tibet minimaliseren of negeren die ‘Chinese invloed’ van de 7e eeuw. Zelfs ‘thee’ wordt weinig vermeld. Ook op wikipedia blijft de vroege Chinese invloed zo goed als afwezig. Dat ‘oogt‘ goed, waarschijnlijk.

 

Toch wordt 2012 ‘het jaar van de Draak’ gekoppeld aan het element ‘water’, net als in de rest van China.

 

Een ‘jaar van de Draak’ brengt een babyboom mee. Gezinnen willen hun kind zien geboren worden onder dat krachtig gesternte. Tijdens het vorige ‘jaar van de Draak’, in 2000, waren er in China 5% meer geboortes dan in 1999 of 2001. En ze zijn al met zoveel!

Het ‘millenniumjaar’ zat daar ook voor een groot deel tussen natuurlijk.

 

De procreatie-activiteit van de Draak is al voelbaar in Lhasa: ziekenhuizen melden nu begin februari een verhoogd babygebeuren.

 

19:34 Gepost door infortibet in traditionele feesten | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, china, nieuwjaar

Een mediabombardement op Tibet

 

De zelfverbrandingen in enkele Tibetaanse gebieden in China leiden tot een ongeziene mediacampagne vanwege de VS en de Tibetaanse gemeenschap in het buitenland.

Daarin prijzen invloedrijke Tibetanen in het buitenland de ‘moed van de zelfverbranders’. De dalai lama zien we op de VOA (‘Voice of America’) of op ’Radio Free Asia’ actief in gebedsstonden voor de zelfverbranders. Intussen zijn er dat al een twintigtal.

Sommige Tibetaanse leiders in ballingschap gaan zeer ver en garanderen ongeveer het ‘nirwana’ voor de zelfopoffering. Dit doet bv Jamyang Norbu vanuit de VS op de website van ‘Tibetan Youth Congress’, de grootste organisatie van Tibetanen in het buitenland in “een editoriaal met de titel: “self-immolation and Buddhism”.

Dit worden hysterisch-religieuze toestanden, die theologisch niet afgekeurd worden door de hogere boeddhistische leiding van de Tibetanen in het buitenland, ten dienst van de politieke actie voor onafhankelijkheid van Tibet. De ex-abt van het Kirti klooster in Sichuan, waar de meerderheid van de zelfverbrandingen plaatsvonden, was zelf op ‘toelichtingsrondreis’ in de VS in november 2011, als ‘ambassadeur van het protest’, op het moment zelf dat er nog enkele jongeren in de vlammen opgingen.

Het mediabombardement is op Tibet gericht, het zijn televisie-uitzendingen van de VOA of van RFA, in de Tibetaanse taal, die via schotelantennes in Tibet en aanpalende streken kunnen ontvangen worden. De zelfverbrandingen tonen als ‘moedige offers’, de dalai lama laten zien, die voor hen bidt, interviews met andere Tibetaanse bannelingen die hun ‘respect voor de moed’ komen betuigen, het maakt die daad meer en meer sacraal.

Twintig jongeren, nauwelijks twintig jaar oud, zijn er de dupe van.

Het is zeker dat de autoriteiten in Sichuan de scheiding van politiek en religie niet op de zachtste manier aangepakt hebben anders zouden er geen zelfverbrandingen geweest zijn. We kunnen enkel hopen dat ze samen met de lokale bevolking een weg zullen vinden. Er een internationaal ‘spektakel’ van maken of het gebruiken om China uit evenwicht te brengen zal letterlijk ‘olie op het vuur’ zijn.  

 

18:15 Gepost door infortibet in rellen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, sichuan, monniken

07-02-12

De massale inwijking van Han Chinezen in Tibet: al lang aan de gang?

 

In september 1987 verklaart de dalai lama tijdens een hoorzitting van het Amerikaans Congres: “7,5 miljoen Chinese kolonisten hebben zich ondertussen al in Tibet gevestigd, dat is meer dan het aantal Tibetanen. Zij moeten vertrekken.”[1] Een cijfer dat hij herhaalt in 1999 voor de Duitse televisie[2].

En in juni 1988 vermeldt hij het thema in het Europees parlement: “de Chinese overheid moedigt massale transfert van bevolking aan naar Tibet. Nu reeds zijn de 6 miljoen Tibetanen in de minderheid.”[3].

Nochtans, in 2003, publiceert het bureau van de dalai lama in New York een commentaarartikel op de Chinese uitgebreide volkstelling van 2000, waarbij ze de resultaten van die volkstelling niet aanvechten. De telling toonde dat de Autonome Regio Tibet voor 97,6% bevolkt is door Tibetanen. De enige lichte kritiek op de telling: “de bevolking werd in november geteld, dan zijn er veel minder Han aanwezig dan in de zomer.”[4]

Aan een Duitse journalist vertelt de dalai lama in 2007: “autonomie betekent voor mij ook dat de Tibetanen in de meerderheid moeten zijn. Het tegendeel kunnen we niet aanvaarden. Bij mijn eerste bezoek aan Letland, zei een lokale politicus me dat alle Russen die Lets spreken en die de Letse cultuur respecteren mogen blijven, in zoverre ze niet met teveel zijn. Anders moeten ze Letland verlaten. Dat geldt ook voor Tibet. Alle Chinezen, die Tibetaans spreken en de Tibetaanse cultuur respecteren, mogen blijven, in zoverre ze niet met te veel zijn. Alle Chinezen, die denken dat de Tibetanen stinken moeten ons land verlaten.”[5] De dalai lama heeft het hier wel over ‘Groot-Tibet’, dat naast de Autonome Regio Tibet een aantal van oudsher gemengde streken omvat.[6] 

In een interview met ‘Le Nouvel Observateur’[7] in 2008 zegt hij dit:

“In Lhasa wonen ongeveer 100.000 Tibetanen, terwijl het aantal Chinezen meer dan dubbel zoveel is. Lhasa is onherkenbaar geworden. In andere streken zijn er overal gloednieuwe ‘Chinatowns’. De Tibetanen zijn dus een minderheid geworden.”

Dit zijn slechts enkele citaten van de dalai lama. Bijna tijdens elke publieke verschijning in Europa heeft hij hetzelfde thema herhaald, sinds 1987.

Het thema “de Tibetanen zijn in de minderheid in eigen streek” werd voor het eerst naar voor gebracht in 1987, door J.F. Avedon, een Amerikaanse journalist. Hij had al lang contact met de Tibetanen, die in de jaren 1950 Tibet ontvlucht waren. In 1973 verbleef hij bij de Tibetaanse rebellen in Nepal[8] en hij organiseerde de eerste reis van de dalai lama naar de VS, in 1979.

In 1987 was hij de opsteller van een ‘studiewerk’, dat diende voor een hoorzitting van de Amerikaanse beleidmakers. Naast andere aanklachten tegen China stond daar ook in dat China Tibet overspoelde met een massale instroom van Han Chinezen. “Twee miljoen,” volgens zijn bevindingen. Daarbij had hij het over de huidige Autonome Regio Tibet, zelfs niet over ‘Groot Tibet’[9].

Voor ‘Groot Tibet’ vermeldt Avedon “7,5 miljoen Han, tegenover 6 miljoen Tibetanen”.[11]

De dalai lama nam dit cijfer over in zijn toespraak voor het Amerikaans Congres in september 1987. Het was de eerste maal dat hij het thema aanhaalde. In zijn traditionele jaarrede[12] kwam het ook pas in 1988 voor het eerst als aanklacht voor.

Eén week na ontvangst die de dalai lama te beurt viel in het Amerikaans Congres in 1987 braken er rellen uit in Lhasa. Avedon was ter plaatse.[13] Toen was Tibet ‘open’ voor eender wie, er was geen speciale vergunning nodig. Men – de schrijver incluis – kon er predikers van alle soorten zien, het ‘hippe’ Kathmandu van toen verplaatste zich naar Lhasa. Na de onlusten stelde China twee jaar lang de krijgswet in. Avedon vond in de VS zijn vriend Ackerly terug en het International Campaign for Tibet (ICT) werd er opgericht in 1988. ICT groeide uit tot het belangrijkste communicatie-orgaan voor alle Amerikaanse en Europese steuncomités voor de onafhankelijkheid van Tibet.[14]

Dit is de context waarbinnen de beschuldiging van ‘China overrompelt Tibet met een instroom van Han Chinezen’ naar voren kwam.

Meer dan twintig jaar lang, tot op heden, ging dit thema de wereld rond, via de honderden ‘Tibet support comités’. [15]In Europa is het een ‘waarheid’ geworden. En indien er in 1987 al 7,5 miljoen Han in ‘Groot-Tibet’ waren, dan moet het nu nog veel erger zijn? In 2008 zei de dalai lama voor de Franse senaat dat hij “weet had van een Chinees plan om na de Olympische Spelen nog één miljoen extra Chinezen naar Tibet te brengen.”[16]

“Een demografische genocide,” noemde hij het.

Echter, door het toenemende Westers toerisme naar Tibet, komen er genuanceerdere verhalen. Ook enkele wetenschappers gingen analytisch ter plaatse kijken.

Het verhaal van Avedon over een Han invasie in Tibet zelf en in de randgebieden van het hoogplateau is onwaarschijnlijk.

Alleen al het feit dat de totale bevolking van Tibet in 1987 slechts 2,2 miljoen bedroeg maakt dit cijfer van “2 miljoen Han Chinezen” ongeloofwaardig. Voor Lhasa vermeldde Avedon “150.000 Chinezen tegen 50.000 Tibetanen”.

150.000 Chinezen in Lhasa, dat is nog geen 2 miljoen. De andere steden van Tibet zijn niet talrijk en zijn veel kleiner: Nagqu, Chamdo, Nyingchi, Xigaze, Gyangze, Zedang, Xegar. Dat zijn er nog zeven. Indien we Avedon volgen kunnen daar samen misschien nog eens 100.000 à 200.000 Chinezen wonen. Daarmee komen we niet aan zijn ‘twee miljoen’. Klopt dat cijfer dan wel? Want dan zouden er minstens 1,5 miljoen Chinezen buiten de steden in Tibet moeten leven. De befaamde Amerikaanse antropoloog en tibetoloog, Melvyn Goldstein, die al 30 jaar lang Tibet doorkruist, zag vrijwel geen Han Chinezen in de dorpen.[10]

Ook de invasie van 7,5 miljoen Han in de gemengde randgebieden van Groot-Tibet is onwaarschijnlijk. Overal in China is de tendens dat het platteland licht ontvolkt ten voordele van de grote steden. De media melden dat er tientallen miljoenen zwerfwerkers zijn in de Chinese megapolen. Bovendien gaat de migratie oost- en zuidwaarts naar de kust en naar grote steden zoals Chengdu en Chongqing. Niet westwaarts naar slecht bereikbare en minder ontwikkelde streken.

Een Engelse economist en demograaf, Andrew Martin Fischer, houdt het in 2004 op 6% Han in de Autonome Regio Tibet. Op het platteland zouden ze anderhalf procent van de bevolking uitmaken, in de grote steden 32 procent[17]. De Han Chinezen zijn wel in de vijf à zes grote centra van Tibet neergestreken, daar waar zeventig jaar geleden slechts een zeldzame Han er ergens een handeltje had. Nu zijn ze er met enkele honderdduizenden op een totaal van drie miljoen inwoners. 

Andrew Martin Fischer stelde na uitgebreid onderzoek in 2003-2004 vast dat de verhalen van massale instroom van Han Chinezen in Tibet of in de Tibetaanse gebieden in de provincies Qinghai, Gansu en Sichuan fel overdreven zijn, zelfs onwaar. Hij was gedurende 14 maanden werkzaam in 23 ‘Tibetaanse’ steden of districten in en buiten de autonome regio. In zijn onderzoek kwam hij tot de conclusie dat het hoge aantal kinderen bij de Tibetanen gelijke tred houdt met de immigratie van Han Chinezen en dat er zeer weinig Han Chinezen buiten de stedelijke centra te vinden zijn. Hij weerlegde de beweringen over massale instroom van Chinezen en richtte zijn kritiek vooral op het feit dat de Tibetanen niet genoeg aan de bak komen in de economische topsectoren in de steden.

Voor Andrew Martin Fisher is de beschuldiging dat er in de autonome regio Tibet zelf meer Han Chinezen leven dan Tibetanen zo flagrant onwaar[18], dat hij zijn onderzoek vooral richtte op de ‘gemengde gebieden’, buiten Tibet, de zogenaamde uitbreiding naar ‘Groot-Tibet’, de randgebieden van het hoogplateau. Het is vooral daar dat hij een twintigtal steden met hun omgeving nauwkeurig observeerde.

In tegenstelling met de Autonome Regio Tibet zelf, waar de immigratie van Han Chinezen zich beperkte tot de administratie, de technische ondersteuning en de handel, ging het in die aanpalende streken om grond. Daar vestigden zich Chinese landbouwers in de vruchtbare en bereikbare valleien. Echter, die trend dateert van 150 à 300 jaar geleden, tijdens de laatste Chinese keizersdynastie, de Qing. Fisher ontwaart geen recentere instroom, gezien er geen nieuwe landbouwgronden beschikbaar zijn. Hij toetst bevolkingstabellen aan zijn eigen uitgebreide waarnemingen. Hij ziet geen systematische transfer van bevolking, wel een aantal Han Chinezen, die, door de liberalisering van de arbeidsmarkt in geheel China, naar de Tibetaanse centra kwamen om er een of andere zaak op te starten.

Zijn bevinding is dat de Han Chinezen in de steden overduidelijk ‘zichtbaar’ zijn. Een deel woont er, een groot deel komt er ook als toerist.[19] Maar de grote meerderheid van de Tibetanen leeft buiten de steden en zijn niet zo ‘zichtbaar’, maar wel talrijker.

Terloops vermeldt Fisher nog dat in de provincie Qinghai het percentage Tibetanen in 25 jaar van 18 tot 22% steeg, gewoon door het verschil in geboortepolitiek: de Han Chinezen zijn beperkt tot één kind per gezin, de Tibetanen niet.

Het gaat dus niet om ‘hoeveel Han Chinezen zijn er tegenover hoeveel Tibetanen?’ want de Tibetanen blijven flink in de meerderheid, maar wel over ‘wat gebeurt er in de steden?’. Daarover zegt Fisher dat de Tibetanen een scholingsachterstand en minder marktervaring hebben, waardoor ze ‘de facto’ gediscrimineerd worden tegenover de ‘minder talrijke’ Han, die wel de meest winstgevende activiteiten voor zich nemen. Onder ‘steden’ moet dan wel verstaan worden: ‘grotere steden’, zo zegt Fisher want in de kleinere steden overheerst de Tibetaanse economische activiteit.     

“In de enkele grote steden in Tibet zelf, nemen de Han Chinezen 55% van de werkposten in beslag, zelfs al zijn ze slechts met 6% van de bevolking,” aldus Fisher. Hier maakt hij een sprongetje dat niet opgaat. Die 6% slaat op het aantal Han Chinezen in de volledige regio, platteland incluis, niet enkel in de steden. In de enkele grote steden maken de Han Chinezen ongeveer een derde van de bevolking uit. Dat zij met dit derde de helft van de werkposten wegkapen is plausibel. Hierbij dient ook opgemerkt dat het gaat over het aantal arbeiders en bedienden (de loontrekkenden). Wanneer we kijken naar bv de zelfstandigen in de kleinhandel bv, dan maken de Tibetanen ook in de steden de meerderheid. Daarentegen worden overheidsopdrachten zoals openbare werken uitbesteed aan de laagst biedende, waarbij firma’s van de naburige provincie Sichuan het kunnen halen ten nadeel van lokale Tibetaanse firma’s. Die ondernemers van Sichuan brengen dikwijls hun eigen migrantwerkers mee om het werk uit te voeren.

Fisher stelt ook dat de administratie van de autonome regio Tibet in handen is van Han Chinezen. Hij heeft gelijk dat: “de eerste partijsecretaris van Tibet altijd een Han Chinees is geweest.” In China wordt in elke provincie een hoogste partijfunctionaris aangesteld die afkomstig is uit een andere provincie, dat als een garantie voor de eenheid van het land. Daartegenover kan gesteld worden dat 94% van alle verkozen mandatarissen, van lokaal tot regionaal, Tibetaan zijn. En het gaat niet over een klein aantal: 34.000 verkozen afgevaardigden in het totaal, voor dorpsraden, districtsraden en regionaal parlement. 

De scholingsgraad is een andere vorm van discriminatie, die Fisher terecht aan de kaak stelt. Slechts 13% van de Tibetanen volgde een vorm van secundair onderwijs, terwijl dat voor de rest van China 52% is. Dit is voornamelijk te wijten aan het pastorale leven in Tibet: kinderen worden jong ingezet om schapen en yaks te hoeden. De overheid onderkent dit probleem en probeert met sensibilisatiecampagnes en subsidies het tij te keren.  Tibet telt intussen al 43.000 universitaire afgestudeerden. Op een bevolking van drie miljoen is dat al behoorlijk. 

 

Besluit:

De meeste waarnemers, die geen politieke agenda hebben, zijn het erover eens dat in de Autonome Regio Tibet de Tibetanen ongeveer 90% van de bevolking uitmaken, maar dat in de enkele grote steden de concentratie van Han Chinezen opgelopen is tot ongeveer 30%.

Minder waarnemers onderzochten de gemengde randgebieden, net buiten de autonome regio. Fisher deed dat vrij grondig. Vandaar dit artikel, gebaseerd op zijn bevindingen.

Daaruit blijkt dat de vermenging van bevolking er al enkele eeuwen aan de gang was, dat er van een geforceerde instroom van Han Chinezen geen sprake is, dat de Tibetanen er niet overrompeld zijn door een Han invasie, maar dat er wel vragen moeten gesteld worden bij de sociaaleconomische discriminatie van de Tibetanen tegenover de Han bevolking.

 

In de marge: Andrew Fisher in discussie met tibetologen in Beijing in oktober 2008:

Tijdens het internationaal seminarie voor tibetologen in Beijing in oktober 2008 bracht Fisher aan de hand van sommige economische indicatoren een stevig discussieonderwerp naar voor: “de massale Chinese staatsteun voor Tibet is niet productief, de Tibetaanse rurale bevolking heeft weinig uitzicht op de vruchten van de modernisering. Infrastructuur, administratie en stedelijke beroepen slorpen alles op.” 

“80% van het BNP van Tibet is investering, dat is het hoogste cijfer ter wereld. Dat komt door de grote infrastructuurprojecten en de uitgebreide administratie. Die beiden nemen te veel plaats in, investeringen in reële productieve sectoren zijn miniem. In de aanpalende provincie Qinghai creëert 1 yuan investering een BNP-resultaat van 1,5 yuan. In Tibet brengt 1 yuan investering ondermaats 0,8 yuan BNP voort. Dit is een zeer inefficiënte manier om Tibet economisch op een goed ontwikkelingsspoor te plaatsen. En dit duurt al een hele tijd. Waarom? Het ‘administratief’ hoofd in Tibet weegt te zwaar. Neem de centrale subsidies weg en de Tibetaanse economie valt in elkaar. De mooie spoorweg zal natuurlijk blijven.

Tibet vertoont de grootste ongelijkheid in China tussen stad en platteland: 1 tot 5, en de laatste tien jaar is die kloof vergroot. Ook zelfs binnen de stedelijke bevolking is er voor de werkende bevolking een salarisverschil van 1 tot 4. Het hoofdprobleem is echter dat de stedelijke centra weinig ‘productieve activiteit’ hebben, zij genereren zelf geen echte meerwaarde.”

De andere deelnemers aan het seminarie, Tibetanen en Han, gingen daar tegen in: “De Westerse modellen van economische ontwikkeling zijn niet klakkeloos toepasbaar op Tibet. De Tibetaanse economie wordt beschouwd als een ‘politieke’ economie, een publieke aangelegenheid. De Chinese staat wil eerst en vooral de leefcondities van de Tibetaanse bevolking verbeteren, via de uitbouw van een netwerk van diensten, via de gezondheidszorg, de hygiëne, de cultuur, de sport, de veiligheid en de zorg voor de ecologie. Dat is meer dan de louter economische indicatoren. Bovendien is er het militaire aspect met Tibet als internationaal begeerde zone. Het geheel moet bekeken worden en op lange termijn. De staat probeert in Tibet de nodige infrastructuur uit te bouwen om het moderniseringsinitiatief kans te bieden, zonder de traditionele waarden van de Tibetaanse cultuur over boord te gooien." 

Naar mijn mening had Fisher gelijk in zijn uiteenzetting, waar hij het had over het “te weinig productieve investeringen” in Tibet. Om werkelijk op eigen kracht verder te ontwikkelen en minder afhankelijk te worden van de nationale subsidies zal een eigen lichte industrie een noodzaak worden. Bijna alle consumptieartikelen komen van het binnenland in China. De vraag is: welke producten worden in voldoende aantallen door de Tibetanen gekocht, want eigenlijk zijn zij slechts een ‘kleine’ markt van 3 miljoen mensen. Het kunnen mixers zijn om boterthee te bereiden. De talrijke landbouwerfamilies die ik ontmoette hebben er al een. De vraag is dus: wat is nuttig voor de lokale consumptie, in voldoende aantal om er een productielijn voor op te starten.

 


 

[1] Tekst van zijn toespraak nog te vinden op zijn persoonlijke website www.dalailama.com

[2]ARD, 15/06/99

[3] Zonder onderzoek en met eenparigheid van stemmen overgenomen in een resolutie tegen China in het Belgisch parlement in juni 1996 en opnieuw eenparig herbevestigd in 2008.

[4]http://tibetoffice.org, 5/10/2003 (nu gewist op de site, geprinte pagina in mijn bezit).

[5]Süddeutsche zeitung, 22/09/2007.

[6] Zie voetnoot 9.

[7] Le Nouvel Observateur, 17/01/2008

[8] De Tibetaanse rebellen voor ‘onafhankelijkheid van Tibet’ waren actief in een door de VS gesteunde guerrilla van 1956 tot 1972. Wie was er ook in Nepal in 1973? John Ackerly, die nu directeur is van ‘International Campaign for Tibet’. Zij waren er samen. J.F. Avedon zou zich blijvend wijden aan de Tibetaanse kwestie, maar Ackerly zou eerst een ommetje maken naar Roemenië om er in dienst van de VS het vallen van het zieke communisme te bespoedigen.

[9] Tweemaal zo groot als het huidige Tibet. ‘Groot Tibet’ bevat ‘gemengde’ streken, waar de Tibetanen sinds eeuwen al of niet in de meerderheid waren.

[10] Zie ondermeer ‘Asian Survey 45, pag 758-779, university of California, 2003.

[11]Ook verschenen in het Nederlands: J.F. Avedon, Tibet Vandaag. Huidige situatie en vooruitzichten, Stichting Ontmoeting met Tibetaanse Cultuur, Nederland, Laren, 1989 (?).

[12] Op 10 maart, herdenkingsdag van de opstand van 1959 in Lhasa.

[13]Christopher Queen, ‘Engaged Buddhism in the West’, p. 226-227, Wisdom Publications, USA, 2000.

[14] ICT: met een website in vijf talen en onder meer een bureau in Brussel.In de VS is de voorzitster, Beth Markey, een ex-stafmedewerkster van Buitenlandse Zaken van de VS. De directeur voor de ‘betrekkingen met de VS-regering’, Todd Stein, is een ex-adviseur in militaire zaken van de VS-senaat. In Brussel is de directeur van ICT, Vincent Metten, een ex-topadviseur van het Belgisch ministerie van defensie en van militaire zaken bij de Europese Commissie.

[15]http://www.tibet.org/Resources/TSG/Groups/ vermeldt 376 groepen, maar voor België bv staan er slechts vier in de lijst, daar waar er minstens twintig zijn. Voor Nederland staan er slechts drie. Reëel in Nederland zijn er enkele tientallen. Een belangrijke internationale organisatie staat er zelfs niet bij: ‘Students for a Free Tibet’. Zij hebben tientallen afdelingen, verspreid over de wereld. Het netwerk van lobbyen en activisme voor de onafhankelijkheid van Tibet is enorm, wel geconcentreerd in de VS, Europa, Canada, Australië en Japan, zeg maar de ‘industrieel ontwikkelde wereld’.  

[16]Website Sénat France.

[17]Andrew Martin Fisher, Development Studies Institute, London, “Urban Fault Lines in Shangri La”, 26/2/2004. En “Population invasion versus urban exclusion”, Population and Development Review, December 2008, pag 631-662. Andrew Fisher is een Engelse economist en demograaf. Van 1995 tot 2001 leefde hij in de Tibetaanse gemeenschap in India en Nepal. Daarna heeft hij kort voor TIN (TibetInfoNet, wat pro dalai lama is) in London gewerkt en is momenteel gastprofessor in Nederland. Zijn specialiteit: de mechanismen aan het licht brengen die minderheidsgroepen in een sociale gemeenschap structureel benadelen en kunnen leiden tot sociaaleconomische uitsluiting.

[18]Hij citeert een onderzoek van Irredale, dat een vermindering van Han Chinezen in de autonome regio Tibet vaststelde voor de periode 1981-1992.

[19]50.000 Han Chinese toeristen zijn dagelijks zichtbaar in het straatbeeld van Lhasa bv, van mei tot september. Lhasa telt 500.000 inwoners.

 

20:01 Gepost door infortibet in demografie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, han, invasie

01-02-12

De zelfverbrandingen van Tibetaanse monniken

 

De eerste die door zelfverbranding om het leven kwam was een monnik – een twintiger - van het Sirti klooster in de prefectuur Aba (Ngaba) in Noordwest-Sichuan. Dit gebeurde einde februari 2009. Tussen maart 2011 en nu januari 2012 kwamen er nog zestien zelfverbrandingen, waarvan de Tibetaanse oppositie in het buitenland denkt dat er minstens 10 zijn, die het niet overleefden, een triest en verschrikkelijk palmares. Schrijnend is ook de jeugdige leeftijd van de meeste ‘zelfverbranders’: tien van de zeventien waren jonger dan twintig of net twintig.

De pers in China maakt gewag van de gebeurtenissen, keurt ze scherp af en geeft geen details. Detailinformatie over de namen van de monniken, de plaats en de datum waar het gebeurde en de omstandigheden wordt voornamelijk verspreid door ICT [1].

De gebieden waar de zelfverbrandingen plaatsvonden zijn sinds april 2011 overigens afgegrendeld voor de Westerse pers.

ICT schrijft dat elke monnik of non, die zich opofferde, slagzinnen riep voor een “vrij Tibet”en voor de terugkeer van de dalai lama.

"Radio Free Asia reported that before he set himself ablaze, he climbed a local hill to burn incense and pray before distributing leaflets saying he would act "not for his personal glory but for Tibet and the happiness of Tibetans."

“According to Tibetan exiles who spoke to a witness of the protest, before he was stopped by police Phuntsog shouted slogans including ‘May His Holiness the Dalai Lama live for 10,000 years!’"

ICT meldt ook vergezellend volksprotest, maar slechts bij enkele gevallen. Daarbij zouden  enkele doden gevallen zijn door het politieoptreden. Het Chinese persagentschap vermeldt er één.

Opvallend is dat van de zeventien zelfverbrandingen er twaalf gebeurden in dezelfde regio: in de autonome gemengde prefectuur Aba van Tibetanen en Qiang[2]. Van die twaalf zijn er tien afkomstig van één bepaald klooster: Kirti. Daarnaast zijn er drie zelfverbrandingen gemeld in de prefectuur Garze, ook in West-Sichuan, één in het zuiden van de provincie Qinghai en één in Tibet zelf, in de oostelijke stad Chamdo. Deze vier streken zijn min of meer aanpalend aan elkaar, het gaat globaal om een gebied grenzend aan het noordoosten van het huidige Tibet en het is een deel van de historische gebieden ‘Amdo’ en ‘Kham’.[3]  

De regio Aba is driemaal groter dan België en er leven 1 miljoen mensen, voor 72% Tibetanen en Qiang. Er zijn 42 kloosters, samen goed voor een paar tienduizenden religieuzen[4]. Aba is een regio buiten het huidige Tibet en bevindt zich, in de provincie Sichuan, die al tijdens de Manchu dynastie in China als afzonderlijke provincie bestond (18e eeuw). Gedurende de laatste twee eeuwen was er een zekere migratie van Han Chinezen naar West-Sichuan, maar de Han bleven duidelijk in de minderheid.[5]

ICT geeft een eventueel etnisch-numeriek bevolkingsprobleem niet aan als mogelijke oorzaak voor de wanhopige daden in Aba, wel een bestuursprobleem: de “afwezigheid van religieuze en politieke vrijheid”.

De overheid in de regio Aba is Tibetaans, de politie evenzeer[6]. Van een directe etnische tegenstelling tussen de bevolking en het lokale bestuurs- of repressieapparaat kan men dan moeilijk spreken. Natuurlijk is er een nationale politiek in China tegenover de Tibetaanse bevolking. Een kort historisch overzicht kan enig licht werpen op het feit waarom dit tragisch protest geconcentreerd is in de regio Aba.

Toen China na de revolutie van 1949 zijn territoriale aanspraken op Tibet herbevestigde[7] door het Rode Leger in 1951 naar Lhasa te sturen beloofde de Chinese nationale regering om de landadel in Tibet ongemoeid te laten en geen landhervorming door te voeren zonder hun instemming. De belofte gold voor het Tibet van toen[8], wat overeenkomt met het huidige Tibet, maar niet voor de gebieden in Sichuan waar ook Tibetanen wonen, bv in de regio Aba. Daar werd de landhervorming wel doorgevoerd. Daartegen is lokaal verzet gekomen, dat zich vanaf 1956 via de VS kon bewapenen en een guerrilla starten. West-Sichuan werd de thuisbasis van het gewapend verzet tegen het Chinese bewind, waarbij de kloosters een eminente rol vervulden.[9] In 1959 bereikte de opstand Lhasa, maar werd er neergeslagen. Dit leidde tot de vlucht van de dalai lama naar Indië, met in zijn spoor heel wat Tibetanen van West-Sichuan. De toenmalige abt van het hierboven vermelde Kirti klooster in Aba was één van de uitwijkelingen en bevindt zich nog steeds in het Indische Dharamsala, de huidige thuisbasis van de dalai lama. Net zoals de dalai lama zegt de ex-abt van Kirti dat zelfverbranding eigenlijk niet strookt met de boeddhistische leer, maar dat hij begrijpt dat de extreme repressie een aantal monniken tot die daad drijft.

De ‘eerste minister’ van de dalai lama, Lobsang Sangey, heeft ongeveer dezelfde bewoordingen in een interview met ‘Libération’ (29/11/2011):

“Ik roep niet op tot gewelddadig verzet of zelfverbranding want elk protest leidt tot arrestatie en foltering door de Chinese overheid. Ik begrijp hun motivatie ter verdediging van het Tibetaanse volk. Ik groet de moed van diegenen die bereid zijn hun leven te offeren voor deze strijd, maar hun daad is pijnlijk en triestig.”

“Het theologisch debat over zelfdoding bestaat, maar moet niet interfereren met wat nu gebeurt. Het is de Chinese overheid die door haar repressie mensen dwingt om zich op te offeren.”

De omgeving van de dalai lama ‘begrijpt de moed’ van de monniken die zich opofferen en keurt theologisch niet scherp af, terwijl tal van abten van andere kloosters in Aba dat wel deden in de pers in China. Dit terwijl ICT recent meldde dat er in Aba pamfletten circuleren, die oproepen tot zelfverbranding tijdens het komende Tibetaans Nieuwjaarsfeest op 22 februari.

Terug naar de geschiedenis.

Gedurende de jaren 1980, na de Culturele Revolutie, kwam er een periode van openheid en tolerantie vanwege de overheid in Tibet en aangrenzende gebieden. In Tibet zelf bleef de controle op de kloosters enigszins gehandhaafd, vanwege het strategisch belang van Tibet voor China en vanwege het feit dat de problematiek geïnternationaliseerd was. Maar in de randgebieden werd de betutteling vrij los, tot onbestaande. Er was weinig regelgeving voor de Tibetaanse kloosters in Sichuan, Qinghai of Gansu. Neem bv het fenomeen ‘kindmonniken’, dat vond je niet meer in Tibet zelf, wel volop in de randgebieden. Buitenlands bezoek was open zonder beperkingen, daar waar voor Tibet zelf een speciale permit en een bekende reisroute nodig bleef. Dit bracht ook een toename van de contacten mee tussen de Tibetaanse gemeenschap in Indië en die van hun thuisland: vooral West-Sichuan. Dat is nu nog min of meer zo. Ook in de richting van Tibet naar Indië. Volgens ICT reisden (legaal) 8000 Tibetanen in januari 2012 naar Indië om er Kalachakra-initiaties van de dalai lama bij te wonen. Men kan niet zeggen dat de Tibetaanse gebieden ‘hermetisch’ afgesloten zijn. ICT zelf, dikwijls via de Tibetaanse gemeenschap in Indië, beroept zich op plaatselijke informanten. En dat zal ook wel zo zijn. China schippert tussen openheid, controle en repressie.

Wat de repressie betreft, essentieel is die gericht tegen het ‘separatisme’. Politieke uitingen van nationalisme en steun aan de dalai lama worden onderdrukt, of die nu van kloosters of van leken komen. Twee ‘medeplichtigen’(“aanmoedigen, assisteren”) van de eerste zelfverbranding in 2009 werden tot zware gevangenisstraffen veroordeeld. Tijdens betogingen in de marge van de zelfverbrandingen worden ook mensen voorgeleid. Het spanningsveld is er.

Sinds 1994, na de zitting van de vierde conferentie over Tibet in Beijing, zijn er opnieuw beperkende maatregelen voor de kloosters. De monniken moeten geregistreerd zijn, er is een onderhandelde norm voor het aantal monniken per klooster, geen kinderen meer, in de kloosters moet er onderwijs zijn over de wetgeving. Het is waar dat sommige kloosters in Sichuan explosief groeiden tijdens de jaren 1980. De lokale Tibetaanse overheid zei dan: “wie zal dat betalen qua sociale zekerheid?”.

Een studie van twee Amerikaanse vorsers (Enze Han & Christopher Paik) onderzocht de relatie tussen het aantal religieuzen en het aantal incidenten per streek. Hun studie ging over de lente van 2008, toen in Lhasa zich het gekende oproer voordeed. Dit sloeg over naar de periferie, onder meer naar Aba. District per district vergelijken zij het aantal protestacties met het aantal monniken dat er woont. Hun conclusie is radicaal: de kloosters zijn “kernen van politieke onenigheid en nationalisme”.  

daoch74.JPG

 In verband met het theologisch boeddhistisch debat over zelfverbranding is er nog een element het vermelden waard. In het Tibetaanse pantheon zijn er godheden, die het ‘kwade met vuur bekampen’. De godheid Mahakala (Gonpo Maning in het Tibetaans) trekt, omgeven door een vlammenzee, ten strijde tegen het kwade.  (eigen foto, Daocheng of Dabba in West-Sichuan, 2007). In zijn memoires schrijft de dalai lama dat het zijn favoriete meditatie-godheid is. In alle tempels in de Tibetaanse gebieden in China zijn er afbeeldingen van Mahakala te zien. De monniken zijn ermee vertrouwd. Het ‘kwade’ wordt gemakkelijk de communistische partij in Tibet en aanpalende gebieden. Daar kan China door verplichte ‘patriottische opvoeding’ in de kloosters proberen een dam tegen op te bouwen, maar een zeker religieus fanatisme gekoppeld aan nationalistische eisen is een moeilijk te counteren fenomeen. De verplichte leergang over ‘wettelijkheid’ wordt als beperking van de religieuze vrijheid ervaren en/of als dusdanig aangeklaagd door de nationalisten in het buitenland.

De kloosters waren centra van Tibetaans nationalisme en zijn dat nog. Bovendien hebben zij een groot religieus aanzien bij de bevolking. De invloed vanuit het buitenland, vanuit de Tibetaanse uitwijkelingen in Indië en vanwege de wereldwijde steungroepen voor een quasi onafhankelijkheid van ‘Groot Tibet’, verhoogt de spanning ter plaatse.

De Tibetaanse gebieden in China waren gedurende de volledige 20e eeuw een internationaal strijdperk[10] en lijken dat nog een tijd te blijven. De Westerse mogendheden en media zijn daarbij betrokken. De Tibetaanse diaspora evengoed, met op kop de omgeving van de dalai lama. China wil hoofdzakelijk zijn territoriale integriteit bewaren, alles vertrekt daarvan. De middelen, die China inzet om multicultureel te blijven, zijn wellicht niet altijd de beste en irriteren een deel van de bevolking.  

 

 


 

[1] International Campaign for Tibet, een wereldwijde ONG met basis in Washington en gul gesubsidieerd door de VS-overheid en door enkele invloedrijke “Foundations” in de VS. ‘Radio Free Asia’ en een groot deel van de Europese pers neemt die informatie over.

[2]een volk uit het noorden van het hoogplateau dat door het Tibetaanse rijk van de 8e eeuw verdreven werd naar lagere gebieden in Sichuan)

[3]Behoorden tot het ‘Groot Tibetaanse Rijk’ van de 8e-9e eeuw, maar werden nadien niet meer door Lhasa bestuurd.

[4] Mathew Kapstein, een befaamde tibetoloog, schat het aantal Tibetaanse religieuzen op meer dan 100.000 (2004, p230). 

[5]Zowel reizende antropologen in het begin van de 20e eeuw als sociologen in het begin van de 21e eeuw stelden dit vast.

[6] Zelfs merkbaar op de foto’s van de zelfverbrandingen die op het net gepost werden.

[7] Dat Tibet een deel van China was werd door alle grote mogendheden van toen (inclusief het pas onafhankelijke Indië) onderschreven.

[8] Waar de dalai lama over heerste.

[9] Zie « Buddha’s Warriors », Mikel Dunham, Tarcher-Penguin Books, 2004.

[10] Zie de gedetailleerde werken van Melvyn Goldstein, op basis van de geschriften van het Engelse en het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken en op basis van de correspondentie van Lhasa in die tijd, voor de periode 1913-1956.

 

12:47 Gepost door infortibet in rellen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, monniken, kloosters, onafhankelijkheid, dalai lama, china

16-12-11

Tibetanen in Nepal

 

Het UNHCR (UNO organisatie voor de vluchtelingen) schat het aantal Tibetanen in Nepal op 20.000 (2010).

 

De meerderheid leeft in de omgeving van de hoofdstad Kathmandu. Tibetaanse vluchtelingen van voor 1989 kregen verblijfspapieren. Velen daarvan leiden er een vrij bloeiende handel of dienst. Volgens de Nepalese wetgeving kunnen zij aanspraak maken op de Nepalese nationaliteit maar slechts weinige Tibetanen maken daar gebruik van. Daardoor zijn hun kinderen nog ‘stateloos’ en is de discriminatie tegenover hen nog groot in Nepal bv in verband met werk vinden of ambtenaar worden).

 

Anders zit het met de nieuwe vluchtelingen van na 1989 (1000 per jaar). Zij krijgen enkel de toelating om te ‘transiteren’ via Nepal naar een ander land, dikwijls India. Het UNHCR vangt hen tijdelijk op. Einde 2010 was hun aantal 1500, gehuisvest in enkele kampen van het UNHCR.

 

Het ‘Observatory for Statelessness’ stelt dat er jaarlijks 3000 Tibetanen naar Tibet terugkeren, echter zonder te specifiëren uit welke groep die komen (vaste residenten in Nepal, transiterenden of uit andere landen).

 

Maar de grootste groep vluchtelingen in Nepal zijn Bhutanen (75.000) die uit hun land wegvluchten na een etnisch-religieuze zuivering 17 jaar geleden. Het betreft de Lhotsampa, een volkje met Nepalese voorvaderen en belijders van de hindoe godsdienst. Gezien Bhutan een nogal extreem lamaïstische staat is, werden de Lhotsampa fel gediscrimineerd en uiteindelijk tot de ‘aftocht’ gedwongen. Zowat 100.000 Lhotsampa verlieten Bhutan begin jaren 1990. De VS beloofden in 2007 om er daarvan 60.000 op te nemen.  

 

Bronnen:

 

http://www.unhcr.fr/pages/4aae621d715.html

 

http://www.nationalityforall.org/nepal

 

15:43 Gepost door infortibet in internationale dimensie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, nepal, vluchtelingen, bhutan

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende