08-12-10

Tibet: een schat van mineralen

‘Tibet support’ groepen beschuldigen China: het zou  tal van kostbare ertsen uit Tibet ‘wegroven’. De term ‘wegroven’ op zichzelf is betwistbaar want men gaat uit van de premisse dat Tibet geen deel van China zou zijn. Hoe kan je immers in eigen land iets ‘wegroven’? Werden de kolen van Limburg weggeroofd voor het Waalse staal? Verder hebben de ‘Tibet support’ groepen het steeds over ‘Groot Tibet’, de maximale omvang van  een historische rijk  dat al meer dan 1000 jaren verdwenen is. Dat territorium omvat het gehele Aziatische hoogplateau, vijf maal Frankrijk, het dubbele van het huidige Tibet. De uitgestrektheid, het klimaat, de moeilijkheden van het terrein en de onderontwikkeling van China belemmerden tot nu een ernstige ontginning. Nu is nog niet de helft van de ondergrond van het plateau geologisch in kaart gebracht. Een recent onderzoek, dat een duizendtal experts mobiliseerde gedurende zeven jaar, vond belangrijke ertsaders verspreid over het gehele hoogplateau: vooral koper, lood, zink en enkele grote lagen rijk ijzererts, waarvan de voorraad op enkele honderden miljoenen ton geraamd wordt.[1] De overheid wil de ontginning gepland en voorzichtig aanpakken, gekoppeld aan een ecologische impactstudie. Vele kleine artisanale mijnen werden de laatste jaren gesloten omdat ze de milieunormen niet naleefden.

Dit artikel gaat over de mijnen in Tibet zelf.[2]

De mijnen zijn belangrijk voor Tibet, want ze zijn lokaal belastingplichtig[3], en zullen aan belang winnen, want ze zijn strategisch belangrijk voor China. Voor Tibet vertegenwoordigen zij 27 % van de totale industriële productie. De weinige operationele mijnen geven de regionale staatskas per jaar ongeveer 15 miljoen euro aan belastingen, dat is 6 % van de lokale inkomsten. Zowat 7000 mensen zijn in de mijnindustrie tewerkgesteld, arbeiders, bedienden en kaders samen.[4] Dit laatste alleen al getuigt van de kleine omvang van de mijnindustrie in dit zeer grote gebied.

 Chroom

Er zijn voornamelijk twee mijnen van enig belang momenteel in Tibet. De oudste is de Chroommijn Luobusa, opgestart in de jaren 1980 in het departement Shannan, ten zuidoosten van Lhasa. De mijn is integraal eigendom van Tibet Mining Development, een regionale staatsonderneming, zodat niet enkel de belasting op de winst naar de regionale kas gaat, maar ook de winst zelf. Twee derde van het in China ontgonnen chroom komt uit die mijn. Maar dat volstaat slechts voor 2 % van China’s actuele behoefte. De rest voert China in uit Zuid-Afrika, Kazakstan en Indië.[5] 

 Koper

De tweede mijn van belang is de Yulong kopermijn, in Oost-Tibet nabij de stad Qamdo, zeer recent opgestart, in 2008, met een kleine productie van 2000 ton.[6] De mijn zal echter de tweede grootste van Azië worden.[7] In 2011 zal de jaarproductie 30.000 ton bereiken.[8] De totale reserve ginder wordt geschat op 16 miljoen ton kopererts. Eigenlijk bitter weinig, vergeleken met wat China jaarlijks aan koper invoert: 4 miljoen ton.[9]  De Yulong mijn is een investering van drie Chinese (staats)mijnondernemingen: Qinghai West Mining (58 % van de aandelen), Zijin Mining Group (22 %) en Tibet Mining Development (20 %). Totale investering: 500 miljoen euro.[10]

Voor het ontginnen van koper staan nog een aantal andere kleinere projecten op stapel, maar daar is nog niets voor gedaan. Eén ervan is vrij dicht bij Lhasa, op 70 km, in het kanton Medrogungkar.

 Andere mineralen

 Uranium

Vooreerst het verhaal van het uranium. China heeft in 2007 een handelsovereenkomst voor de invoer van uranium afgesloten met Australië, dat 40% van de gekende werelduraniumvoorraad in zijn ondergrond heeft.[11] Tot op vandaag koopt China zijn uranium, jaarlijks 1.500 ton, in Kazakstan en Canada. De Chinese maatschappij voor atoomenergie onderhandelt ook in Afrika over deelname in mijnen. In Tibet zelf is geen enkele uraniummijn en zijn ook geen ertslagen gevonden. Het enige uranium in Tibet zit in de zoutmeren, als zoutverbinding, in kleine concentraties van enkele gram per liter. Het zou kunnen dat het straks in combinatie met lithium (zie verder) uit het Zhabuye meer gewonnen zal worden, maar dat is niet duidelijk want de techniek staat nog niet op punt, volgens het Internationaal Atoomagentschap.[12]

Toch spreekt de administratie van de dalai lama over ‘rijke en onontgonnen lagen uranium, wellicht de grootste ter wereld’[13] in de provincie Qinghai, die volgens haar deel uitmaakt van Tibet. De 14e dalai lama suggereert indirect dat al dat uranium onbeperkt opgedolven wordt: ‘Mijn land wordt een ecologische ramp door de massale ontbossing en door het excessieve delven naar mineralen’.[14] De dalai lama specifieert niet over welke mineralen het gaat. Maar Tibet Environmental Watch (USA), het Canada Tibet Committee, het Belgische De Vrienden van Tibet en andere organisaties hebben het over ‘ongebreidelde extractie van uranium in wel twintig mijnen (…) de voornaamste bron voor de Chinese nucleaire industrie’.[15] Ook ernstige Belgische journalisten stappen mee in dat verhaal: ‘De bergen die de heilige stad Lhasa omringen, zouden de helft van de wereldreserves van uranium bevatten. Dit en andere ertsen worden overvloedig geëxploiteerd.’[16] Het uranium zou dienen ‘om bommen te maken’ en tegelijk zou massaal radioactief afval in Tibet worden gedumpt. De Chinese overheid houdt het bij één afgedankte ondergrondse opslagplaats voor kernafval buiten de autonome regio Tibet, nabij het Qinghai meer. Dat is ook de enige concrete plaats die de regering van de 14e dalai lama vermeldt.[17] Het uraniumverhaal dateert van 1950. Het stond in een rapport van het Britse Foreign Office dat wereldkundig werd gemaakt door Lowell Thomas. Die was op dat moment in Lhasa actief als journalist voor het Amerikaanse NBC.[18]

DSCN2612.JPG

 

 Een artisanaal "gat" om jade stenen op te delven

 

 Goud

En dan zijn er de verhalen over het overvloedige goud. Volgens een studie in 1939 van het Geologisch Bureau van China waren ongeveer 3.000 goudzifters aan het werk in de regio Yongsheng van de Jinsha rivier, de bovenloop van de Yangzi. “Jin” en “Sha” betekenen “goud” en “zand”. Het zand op de oevers werd gezift. De jaarlijkse totale productie van al die mensen bedroeg…50 kg.[19]

In de jaren tachtig werd het toerisme in Tibet volkomen vrij en het hippe Kathmandu verplaatste zich naar Lhasa. Minder spiritueel waren de duizenden goudzoekers, Han Chinezen en Tibetanen, die op het plateau een paar gram goud wasten uit de riviersteentjes. Zij kampeerden er enkele maanden en wonnen er dan elk enkele honderden euro. Veel van die gebieden werden sindsdien natuurreservaat en de goudrush is dan ook gestopt. In het oude Tibet diende de exploitatie van kleine goudaders hoofdzakelijk voor de bekleding van religieuze beelden, stupa’s en tempeldaken. Er was een weeg- en rekenhof voor het goud onder het gezag van de functionaris van financiën van de dalai lama’s. Een kleine hoeveelheid goud werd opgeslagen als betaalreserve. Toen die reserves ongeveer op waren door de verhoogde uitgaven voor het leger tijdens het bewind van de 13e dalai lama, ging een Tibetaanse missie in Londen goud kopen met een lening. Voor de gouden troon van de huidige 14e dalai lama werd in 1956 eveneens goud buiten Tibet aangekocht, en wel met de opbrengst van een inzameling onder alle gelovigen.[20]

Om riviervervuiling te voorkomen zijn in 2003 de milieunormen voor goudwinning in China streng verscherpt. Toch beschuldigt de regering in ballingschap van de 14e dalai lama de centrale overheid ervan duizenden tonnen goud uit de Tibetaanse ondergrond te stelen en daarvoor tienduizenden Chinese migrantwerkers te gebruiken.[21] Er wordt daarbij verwezen naar potentiële en echte mijnen in de provincies Qinghai en Gansu, zonder die mijnen bij naam te noemen. De 14e dalai lama toonde zich bezorgd omdat de Chinese overheid ook buitenlandse investeerders toelaat goud te zoeken, het culturele erfgoed te grabbel te gooien als het ware, want goud was destijds bestemd voor de kloosters.[22] Onder andere een Canadees en een Australisch bedrijf tekenden in. De overheid wil namelijk overal op Chinees grondgebied de artisanale ontginning van goud technologisch rechtzetten en doet daarbij beroep op de hulp van het buitenland. Die hulp is beperkt, ze bedraagt enkele tientallen miljoenen euro.[23] Ondertussen zijn in Tibet zelf alle goudwinningen stopgezet sinds de opnieuw verstrengde milieunormen van oktober 2005.[24]

Voor China zijn de belangrijke strategische mineralen in Tibet: chroom, koper, magnesium, lood en zink.[25] Er zijn grote aders van ijzererts in Tibet, maar er bestaan gemakkelijker sites in het binnenland van China.[26] Een consortium van ondernemingen onder leiding van Chalco, een Chinees aluminiumbedrijf, voorziet de ontginning van zink en lood in Oost-Tibet, in de regio rond de stad Qamdo. Qamdo wordt de komende vijf jaar uitgebouwd als basis voor non-ferro metalen. 

Er zijn een paar duizend vindplaatsen van mineralen ‘ontdekt’, minder dan 1 % ervan is verder onderzocht. Buiten de twee genoemde grote mijnen zijn er nog een 70-tal zeer kleine mijnondernemingen in Tibet. Slechts ongeveer 10 % daarvan kreeg een productietoelating.[27] De enige koolmijn is sinds 2006 op inactief gesteld.[28]

Lithium voor elektrische wagens

Een project dat vrij vlug van start lijkt te gaan is de winning van lithium in een groot zoutmeer, het Zhabuye meer. De voorraad lijkt er groot en de afnemer wordt een lithiumbatterijproducent BYD uit Shenzhen, die zich meteen voor 18 % inkocht in de toekomstige ontginning.[29] De hoofdaandeelhouder is Tibet Mineral Development (51 %), een regionale staatsonderneming. De lithiumwinning wordt er de grootste van China.

En is er petroleum?

Er is olie gevonden in Tibet zelf. In het Lhunpola bekken in Noordwest-Tibet. Naar schatting 100 miljoen ton. Exploitatie is nog niet begonnen.[30] Tibet verbruikt momenteel 150.000 ton olie per jaar.

De benzine en de diesel voor Tibet komen integraal uit het Qaidam bekken, in het noordwesten van de Qinghai provincie. Qaidam is een barre, dunbevolkte halfwoestijn op 3000 meter hoogte en vijf maal groter dan België. De olie die er wordt gewonnen, vloeit via een lange pijplijn – de hoogste ter wereld − naar Tibet.

Ecologie

Het toezicht op de ecologische impact van mijnen is flink versterkt in Tibet. De centrale overheid vraagt een gedetailleerde voorstudie. Buitenlandse waarnemers, informanten voor buitenlandse deelname in de investeringen, waarschuwen daarvoor: ongeveer 30 % van het investeringsbedrag gaat naar het verzekeren van ecologisch verantwoorde omstandigheden.[31] Zij voegen er aan toe dat dit flink meer is dan in de rest van China.

Als afsluiter misschien nog dit: de Tibetaanse ondergrond staat open voor buitenlandse wetenschappers. China maakt er dus helemaal geen geheim van. Een voorbeeld is de chroommijn van Luobusa. Blijkt dat er daar ook ‘mineralen ontstaan onder hoge druk’ gevonden zijn. Het bekendste voorbeeld daarvan is diamant. Maar ook legeringen van nikkel-ijzer-chroom-koper of magnesiumsilicaten en nog bijzonderheden. Kortom, rare dingen, die daar eigenlijk geologisch niet thuishoren, veel ouder dan de vorming van het chroom. Japanse, Canadese, Amerikaanse geologen worden uitgenodigd om samen met hun Chinese collega’s het fenomeen te bestuderen. Het studieobject? De bewegingen in de mantel van de planeet aarde.[32]

De mineralen van Tibet zijn geen ‘verborgen schat’, maar worden vrij openlijk behandeld. China tast zijn ondergrond trouwens overal af, niet enkel in Tibet. Voor het geheel van zijn grondgebied werden in 2007 ongeveer 10.000 nieuwe ontginningsvergunningen afgeleverd.

 Noot achteraf: in januari 2011 waren er enkele belangrijke congressen in Tibet, een werkcomité van de CCP en het Consultatief Congres. Daar werd overeengekomen om de mijnindustrie in Tibet tegen 2020 te laten groeien tot 30 à 50 % van het Bruto Regionaal Product. Dat is flink meer dan nu (nog geen 15%). Enkel 'serieuze' ondernemingen, met een proper ecologisch palmares, zullen vergunningen krijgen, zo luidt het. Bovendien moeten zij minstens over 6 miljoen euro geregistreerd kapitaal beschikken.  

 



[1] CTIC 13/02/07

[2] De huidige autonome regio Tibet, toch al 2,5 maal Frankrijk in oppervlakte.

[3] 20% van de winst.

[4] Tibet Statistical Yearbook 2008.

[5] 130.000 ton op een totale behoefte van 6 miljoen ton. Hattongrp.com, Dubai, 6/12/2010

[6] Reuters, 15/10/2008

[7] www.mineweb.com, 18 aug 2008.+ CTIC

[8] Xinhua, 19/10/2010

[9] Reuters, 21/6/2010

[10] Xinhua, 19/10/2010

[11] BBC, « China to buy Australian uranium », 3/4/2006.

[12] “unconventional uranium extraction”, website iaea.org.

[13] CTA, (administratie in ballingschap), “Tibet’s Environment and Development Issues”.

[14] voorwoord bij een boek “Tibet, Enduring Spirit, Exploited Land”, Apte Robert en Andres Edwards, USA, 1998. Op te merken: Andres Edwards is in de USA een prediker van de “groene duurzame revolutie”.

[15] Zie hun websites.

[16] Michel Bouffioux, website, 170205, interview met Michel Van Herwegen van “Les Amis du Tibet”, artikel verschenen in Ciné-Télé Revue van 17 febr. 2005.

[17] CTA, idem.

[18] Alan Winnington, « Visa pour le Tibet », pag 145, Gallimard, 1958.

[19] HKCTP juli 2008

[20] Goldstein Melvyn, « A history of modern Tibet, 1913-1951 ».

[21] CTA, idem

[22] interview met Asian Pacific Post, 27/01/2005., waar de 14e dalai lama zich verzet tegen de Canadese betrokken firma.

[23] zoiets als de waarde van een Formule 1 wedstrijd.

[24] China Daily, 14/9/2005.

[25] CTIC 5/12/2010

[26] CTIC 28/12/06

[27] www.resourceinvestor.com

[28] Tibet Statistical Yearbook 2008.

[29] CTIC, 18/09/2008

[30] CTIC, 28/12/2006

[32] ‘ultra-high pressure minerals in the luobusa ophiolite, Tibet and their tectonic implications’, lyellcollection.org

16:08 Gepost door infortibet in aardrijkskunde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, mineralen, economie, china, dalai lama

04-04-10

Per trein naar het autonoom Tibetaanse departement Gannan

Een nieuwe spoorlijn komt er tussen het autonoom departement Gannan, in de Chinese provincie Gansu, en de hoofdstad Lanzhou. De spoorlijn wordt 175km lang en zal ongeveer 1 miljard euro kosten. In werking binnen drie jaar! (Dat zijn Chinese snelheden…). Gannan telt 680.000 inwoners, waarvan 54% Tibetaan zijn.

CTIC, 19/03/2009

IMG_8334

Een man, die zich in trance werkt tijdens een traditioneel oogstfeest, in Gannan. 

17:36 Gepost door infortibet in aardrijkskunde | Permalink | Commentaren (0)

01-06-09

Een schat van mineralen

In het Qaidam bekken, in het noordwesten van de Qinghai provincie, bevindt zich de belangrijkste olie- en gasexploitatie van het plateau. Qaidam is een barre, dunbevolkte halfwoestijn op 3000 meter hoogte en vijf maal groter dan België. De olie die er wordt gewonnen, vloeit via een lange pijplijn – de hoogste ter wereld − naar Tibet. Het plateau is ook rijk aan ertsen en mineralen, vooral in de zones waar de aardkorst het meest geplooid werd. Daar zitten chroom, koper, ijzer, goud, lood, zink, antimoon, molybdeen, steenkool, bauxiet, gips, mica, grafiet, kwarts, zwavel en borax.[1] Maar de winningsgebieden zijn moeilijk toegankelijk en vaak is de grond er permanent bevroren. Ook de talloze meren in het noorden van het plateau zijn rijk aan mineralen zoals magnesium, potassium, lithium en uranium, maar ook zij zijn nauwelijks bereikbaar.[2]

DSCN2696

olie en gas transport richting Tibet

Chroom  is vandaag de  belangrijkste delfstof. Twee derde van het chroom in China komt uit Tibet. De Norbusa staatsmijn is opgestart in de jaren 1980 in het Shannan district ten oosten van Lhasa. Er wordt ook in coöperatieve of kleinere individuele ondernemingen chroom ontgonnen. In Oost-Tibet wordt in 2010 de  Yulong Kopermijn opgestart, die de tweede grootste van Azië kan worden.[3]

De mijnen zijn belangrijk voor Tibet, want ze zijn lokaal belastingsplichtig. Samen met de handel en de diensten leveren zij de inkomsten voor het budget van de regio Tibet. Landbouwers en herders zijn vrijgesteld van belasting. Vandaag is de balans van dat budget verre van in evenwicht. De centrale Chinese overheid past jaarlijks tot 90% van het budget bij.[4]

 

Uranium is een strategische delfstof die hier extra aandacht verdient. China heeft in 2007 een handelsovereenkomst voor de invoer van uranium afgesloten met Australië, dat 40% van de gekende werelduraniumvoorraad in zijn ondergrond heeft[5]. Tot op vandaag koopt China zijn uranium, jaarlijks zo’n 1.500 ton, in Kazakstan en Canada. De Chinese maatschappij voor atoomenergie onderhandelt ook in Afrika over deelname in mijnen. In China zelf wordt immers nauwelijks uranium ontgonnen.

Toch spreekt de Tibetaanse "regering in ballingschap" over ‘rijke en onontgonnen lagen uranium, wellicht de grootste ter wereld’[6] in de provincie Qinghai, die volgens haar deel uitmaakt van Tibet. De 14e dalai lama suggereert indirect dat al dat uranium onbeperkt opgedolven wordt: ‘Mijn land wordt een ecologische ramp door de massale ontbossing en door het excessieve delven naar mineralen’.[7] De dalai lama specifieert niet over welke mineralen het gaat. Maar Tibet Environmental Watch (USA), het Canada Tibet Committee, het Belgische De Vrienden van Tibet en andere organisaties hebben het over ‘ongebreidelde extractie van uranium in wel twintig mijnen (…) de voornaamste bron voor de Chinese nucleaire industrie’.[8] Ook ernstige Belgische journalisten stappen mee in dat verhaal: ‘De bergen die de heilige stad Lhasa omringen, zouden de helft van de wereldreserves van uranium bevatten. Dit en andere ertsen worden overvloedig geëxploiteerd.’[9] Het uranium zou dienen ‘om bommen te maken’ en tegelijk zou massaal radioactief afval in Tibet worden gedumpt. De Chinese overheid houdt het bij één ondergrondse opslagplaats voor kernafval buiten de autonome regio Tibet, nabij het Qinghai meer. Dat is ook de enige concrete plaats die de regering van de 14e dalai lama vermeldt.[10] Het uraniumverhaal dateert van 1950. Het stond in een rapport van het Britse Foreign Office dat wereldkundig werd gemaakt door Lowell Thomas. Die was op dat moment in Lhasa actief als journalist voor het Amerikaanse NBC.

 

Goud

In de jaren tachtig werd het toerisme in Tibet volkomen vrij en het hippe Kathmandu verplaatste zich naar Lhasa. Minder spiritueel waren de duizenden goudzoekers, die op het plateau een paar gram goud wasten uit de riviersteentjes. Zij kampeerden er enkele maanden en wonnen er dan elk enkele honderden euro. Veel van die gebieden werden sindsdien natuurreservaat en de goudrush is dan ook gestopt. In het oude Tibet diende de exploitatie van kleine goudaders hoofdzakelijk voor de bekleding van religieuze beelden, stupa’s en tempeldaken. Er was een weeg- en rekenhof voor het goud onder het gezag van de functionaris van financiën van de dalai lama’s. Een kleine hoeveelheid goud werd opgeslagen als betaalreserve. Toen die reserves ongeveer op waren door de verhoogde uitgaven voor het leger tijdens het bewind van de 13e dalai lama, ging een Tibetaanse missie in Londen goud kopen met een lening. Voor de gouden troon van de huidige 14e dalai lama werd in 1956 eveneens goud buiten Tibet aangekocht, en wel met de opbrengst van een inzameling onder alle gelovigen.

 

Om riviervervuiling te voorkomen zijn in 2003 de milieunormen voor goudwinning in China streng verscherpt. Toch beschuldigt de regering in ballingschap van de 14e dalai lama de centrale overheid ervan duizenden tonnen goud uit de Tibetaanse ondergrond te stelen en daarvoor tienduizenden Chinese migrantwerkers te gebruiken.[11] Er wordt daarbij verwezen naar potentiële en echte mijnen in de provincies Qinghai en Gansu, zonder die mijnen bij naam te noemen. De 14e dalai lama toonde zich bezorgd omdat de Chinese overheid ook buitenlandse investeerders toelaat goud te zoeken, het culturele erfgoed te grabbel te gooien als het ware, want goud was destijds bestemd voor de kloosters.[12] Onder andere een Canadees en een Australisch bedrijf tekenden in.[13] De overheid wil namelijk overal op Chinees grondgebied de artisanale ontginning van goud technologisch rechtzetten en doet daarbij beroep op de hulp van het buitenland. Die hulp is beperkt, ze bedraagt enkele tientallen miljoenen euro.[14] Ondertussen zijn in Tibet zelf alle goudontginningen stopgezet sinds de opnieuw verstrengde mileunormen van oktober 2005.[15]

 



[1] CTIC

[2] CTIC

[3] www.mineweb.com, 18 aug 2008.+ CTIC

[4] CTIC + Tibet Statistical Yearbook 2008.

[5] BBC, « China to buy Australian uranium », 3/4/2006.

[6] TRIB, “Tibet’s Environment and Development Issues”.

[7] voorwoord bij een boek “Tibet, Enduring Spirit, Exploited Land”, Apte Robert en Andres Edwards, USA, 1998. Op te merken: Andres Edwards is in de USA een prediker van de “groene duurzame revolutie”.

[8] Websites.

[9] Michel Bouffioux, website, 170205, interview met Michel Van Herwegen van “Les Amis du Tibet”, artikel verschenen in Ciné-Télé Revue van 17 febr. 2005.

[10] TRIB.

[11] TRIB.

[12] interview met Asian Pacific Post, 27/01/2005., waar de 14e dalai lama zich verzet tegen de Canadese betrokken firma.

[13] CTIC.

[14] zoiets als de waarde van een Formule 1 wedstrijd.

[15] China Daily, 14/9/2005.

13:49 Gepost door infortibet in aardrijkskunde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, ertsen, mijnen, qinghai, hoogplateu

17-09-08

De Kawakarpo berg, of Meili in het Chinees, in de noordwestelijke hoek van de provincie Yunnan, op de bovenloop van de Mekong en net bij de grens met Tibet.

De hoogste piek, 6740 m, heet Kawagebo en betekent: "god van de sneeuwbergen", de heiligste voor de kagyupa school van het Tibetaanse boeddhisme. In 1991 werd  een expeditieteam van 6 Chinese en 11 Japanse alpinisten de dieperik ingestuurd door lawines. Zeven jaar later vond men die terug, vier kilometer verder in de Mingyong gletsjer. Volgens het Tibetaanse volksgeloof worden lawines veroorzaakt door de Kawagebo-god, die wanneer hij boos is zijn schouders schudt om hen te straffen die zijn macht tarten. Elke heilige berg heeft zijn specifieke rol of aantrekkingskracht. De Meilibergketen scheidt de diepe bekkens[1] van de Mekong en de Salween op minder dan 50 km van elkaar. Ooit was het een belangrijke post op de karavaanroute, die delen van China met Birma en India verbond. Nog steeds is het een handelsweg tussen Tibet en Yunnan. De heilige Tibetaanse bergen liggen zowat halverwege op dergelijke handelsroutes, in de meest onherbergzame gebieden. Het bereiken en het zien ervan alleen is een zegen volgens het volksgeloof. Het lamaïsme integreerde die traditionele plaatsen als bedevaartsoorden. Elke berg heeft zijn gunstig sterrenbeeld voor pelgrimstochten. De streek van de heilige berg Meili wordt na het binnenhalen van de oogst in de laatste zomermaand druk bezocht, vooral in het jaar van het schaap.

kawakarpo

De Kawakarpo, zeer dikwijls in de wolken


Het pelgrimsgebeuren ontsnapt niet aan de modernisering. Ook in kleine dorpen zijn er nu danszalen waar tegen flinke prijzen bier in flessen te koop is in plaats van het traditionele Tibetaanse gerstebier. Lege flessen, blikjes en verpakkingen van kant-en-klare maaltijden versieren de pelgrimsweg. Een trek rond de bergketen in uurwerkzin begint bij het dorp Yangzan, is 280 km lang en duurt minstens tien dagen! Een kleiner circuit van 28 km, goed genoeg voor de zwakkere gelovigen, duurt twee dagen.

Onvoorstelbaar ook vanwaar en van hoever de Tibetaanse pelgrims komen, meestal Khampa.[2] Een collega onderzoeker ontmoette ooit een groepje Tibetanen afkomstig van Garze, honderden kilometers noordwaarts. Zij waren begonnen met een bezoek aan het Pelcho klooster in Garze zelf, daarna waren ze doorgereisd naar Lhasa en Xigaze om er het Tashilumpo- en het Jokhangklooster te bezoeken en uiteindelijk wilden ze terug westwaarts keren via de weg Lhasa - Yunnan tot aan de Meiliberg. Ze reisden met een gehuurde vrachtwagen. De laatste 30 km moesten ze wel te paard of te voet, want zelfs een terreinwagen geraakt niet tot bij het pad dat rond de Meiliberg loopt. Een andere groep, maar liefst zestig personen, kwam van het nog verdere Qinghai. Het waren allemaal Tibetanen van het autonome departement Golog. Binnen Chinese provincies buiten Tibet, kunnen delen van die provincies, de departementen, het statuut ‘autonoom' krijgen als er een meerderheid van een bepaalde bevolkingsgroep woont. Qinghai is een gewone Chinese provincie maar bestaat voor meer dan 80 % uit autonome departementen, enkele Hui[3], andere Mongools of Tibetaans.

Het hoogstgelegen dorp in de Meilibergketen is Yubeng; er wonen een vijfentwintigtal Tibetaanse families. Het dorp is ingesneeuwd en van de wereld afgezonderd van december tot april. Er is een klein hotel voor pelgrims in de herfst, hoewel de meeste buiten slapen op een beschutte plaats of in kleine tempels. Een apart pad leidt van Yubeng naar de heilige waterval op 4500 meter. Alle pelgrims komen daar biddend en zingend een koud bad nemen na de lange bergrondgang. Zo ook een 64-jarige kranige dame Tashi Chusu, die al sinds haar negende elk jaar de bedevaartsrondgang volbrengt en dat wil blijven doen zo lang ze kan. Alle revoluties ten spijt en ondanks de missionarissen. Want die waren er ook, met een katholieke kerk vlakbij de heilige boeddhistische berg Meili, de Cizhongkathedraal, gebouwd in 1905. De mensen die rond de kerktoren wonen zingen er nog altijd tweemaal per jaar psalmen, met Pasen en Kerstmis.


[1] De Mekong- en de Salween valleien bevinden zich daar op ongeveer 2000 meter. De canyon is dus méér dan 4000 meter diep.

[2] Pa of po betekent ‘mensen' in het Tibetaans. Khampa zijn dus lui van Kham.

[3] Chinees-islamitisch.

14:39 Gepost door infortibet in aardrijkskunde | Permalink | Commentaren (1) | Tags: tibet, kawakarpo, heilige bergen, yunnan, kaguypa, pelgrims

30-11-07

Rongba Tibetanen, mensen zonder vee

 danba torenhuizen

 

Danba, op 350 km ten westen van Chengdu, de hoofdstad van Sichuan en waar de Dadu rivier zijn naam krijgt uit de samenvloeiing van vier kleinere rivieren, was ooit het centrum van een matriarchale maatschappij, de Dongnuguo, de Oostelijke Vrouwenstaat. De huidige Rongba bevolking stamt daarvan af. Zij werden door Songtsen Gampo, de Tubo koning, in de 7e eeuw ingelijfd bij het toenmalige Groot Tibet. Zij vertonen nu een duidelijk mengkarakter tussen Chinezen en Tibetanen. Hun dialect, het Gyarong, is een mengeling van Tibetaans en Chinees. "Gya" is trouwens de term voor de Han Chinezen in het Tibetaans. "Jong" of "Rong" betekent "valleien waar landbouw mogelijk is". Rongba zijn dan de mensen die in die valleien aan landbouw doen. Spectaculaire hoogteverschillen op relatief korte afstanden doen je dalen van de gletsjers via beboste hellingen tot in de velden van de dorpen. Eigenaardigheid van de streek zijn de woonuitkijktorens, quasi uniek in China. Van ver bekeken zie je dorpen met tientallen hoge schouwen, net als cichoreiovens, maar slanker. En niet rond, maar vierkantig tot 13-hoekig. Deze torens dienden tegelijk als wachttorens, opslagplaatsen en als schuilhuis. Ze zouden een erfgoed zijn van de aloude Qiang bevolkingsgroep in China, één der voorvaderen van de Chinezen en de Tibetanen. In vervlogen tijden was de trechter van de Dadu rivier een noord-zuid migratieroute voor tal van volkeren. De sedentaire lokale mensen bouwden hoge torens, om de passerende migranten in de gaten te houden en zich te verschansen wanneer die grimmig werden. Hun granenoogst was er ook veilig opgeslagen  De traditie van dergelijke torens te bouwen is tot in de vorige eeuw bewaard gebleven. Nu staan er nog een driehonderdtal.

 danba typ huizen

De huizen in Danba hebben witte dakhoektorentjes ter ere van de besneeuwde bergtoppen 

 

10:01 Gepost door infortibet in aardrijkskunde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, danba, rongba, torenhuizen, etnisch, subras, sichuan, qiang

09-04-07

dichtbij het niemandsland

In het noorden van het district Nyima (provincie Qinghai) zijn we dicht bij het barre Hoh Xil natuurreservaat, een immens gebied, de helft van Frankrijk, boven de 5.000m, waar geen enkel dorp meer te vinden is. Op de randen leven er mensen die ongeveer uitsluitend van de veeteelt leven. Hier en daar nog een klein lapje beschutte grond om wat gierst te planten. Het gebied is rijk aan meren. De zoutontginning in het Yibuk Tsaka meer was zeer bekend bij de Tibetanen. De productie is stilgevallen omdat de Tibetanen nu de voorkeur geven aan jodiumrijker zout van China, dat hen beter behoedt tegen aandoeningen van de schildklier. Maar sommige meren bevatten interessantere mineralen, zoals het Reda Tso meer, dat rijk is aan lithium. De ontginning ervan is pas begonnen. In de grote omgeving van Nyima zijn er een aantal warmwaterbronnen, jaarlijkse festivalplaatsen voor herders van honderden kilometer in het ronde. Het baden in het hete water is door de tijden heen een ritueel geworden en staat nu onder dokterstoezicht: “jouw gezondheidstoestand laat zes minuten toe”. Het grote Dangra Yutso meer is een heilig meer volgens de oude bon religie en met enkele zéér oude kloostertempels in de omgeving: Serzhing en Orgyen, daterend van de Zhangzhung periode in de 6e-7e eeuw, nog voor het Tibetaanse Tubo-imperium zich vormde.

kuddes op grote hoogte

nog enkele kuddes voor schaarser gras op de 5.000 meter grens

 

23-03-07

ertsen

De internationale “Tibet support” groepen roepen al decennia lang dat China tal van kostbare ertsen uit Tibet wegrooft. Naast het feit dat Tibet een deel van China is en dat er dus van “roven” geen sprake kan zijn (de kolen van Limburg dienden ook het Waalse staal), ging het tot nu om zeer kleine hoeveelheden ertsen die bovengehaald werden. Bovendien hebben de “Tibet support” groepen het over “Groot Tibet”, het gedroomde grote rijk dat het gehele plateau omvat, vijf maal Frankrijk en op grote hoogte. De uitgestrektheid, het klimaat, de moeilijkheden van het terrein en de onderontwikkeling van China belemmerden tot nu een ernstige ontginning. Nu is nog niet de helft van de ondergrond van het plateau geologisch in kaart gebracht. Een recent onderzoek dat een duizendtal experts mobiliseerde gedurende zeven jaar vond belangrijke ertsaders: vooral koper, lood, zink en enkele grote lagen rijk ijzererts, waarvan de voorraad op enkele miljarden ton geraamd wordt. De overheid wil de ontginning gepland en voorzichtig aanpakken, gekoppeld aan een ecologische impactstudie. Kleine bijna artisanale mijnen werden de laatste jaren gesloten omdat ze de milieunormen niet naleefden.

10:48 Gepost door infortibet in aardrijkskunde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, ertsen, mijnen, china, kolonisatie, groot tibet