04-01-07

Tibetaanse kloosters integreren zich in de markt

Het Rongbuk klooster is wellicht het hoogstgelegen klooster ter wereld, op 5100 m, aan de voet van de Qomolongma, de Everest. Acht monniken en 20 nonnen runnen de zaak. Want het is een zaak. Een kleine 20.000 euro per jaar inkomen, net voor de eeuwwisseling (ondertussen wellicht meer). Van pelgrims? Neen, van Westerse bergbeklimmers. De monniken staan in voor het transport, de nonnen doen de was en maken de 30 gastenkamers schoon. Het grootste probleem is hout. Geen boom in de omgeving te bespeuren. Brandhout laten ze van enkele honderden kilometers verder aanvoeren.Lama’s van kloosters leven nog steeds meestal van de giften van pelgrims. Maar die van het Potala in Lhasa krijgen een maandsalaris van ongeveer 500 yuan van de lokale overheid. Het wordt zoals bij onze priesters in de basiliek van Koekelberg  Het Tashilumpo klooster in Xigaze moderniseert. De monniken beschikken nu over een eigen kliniek, met apparatuur voor radiografieën en elektrocardiogrammen. Drie vierde van de vereiste fondsen komt van een gift van een organisatie in Hongkong voor ontwikkelingshulp. De 14 doktersmonniken zijn drietalig: Tibetaans, Chinees en Engels. Zij verzorgen patiënten en produceren zelf klassieke Tibetaanse geneesmiddelen. Zij ontvangen een bescheiden extrasalaris van ongeveer 50 euro per maand. Een andere vooruitgang is het gebruik van gsm’s. Er is nogal wat afstand tussen de ingang en de belangrijkste tempel. Bovendien leunt het klooster tegen een berghelling, telefoneren is gemakkelijker dan bergop lopen. En ook de moderne markt lonkte: het klooster opende een winkel, een theehuis en een restaurant. De winkel is een soort superette voor allerlei dagelijkse dingen met daarnaast souvenirs, muziekinstrumenten en offerandeartikelen zoals gierst, wierook en boter. De personeelsleden zijn allen monniken.   Een “moderne” techniek bij het herstellen van oude fresco’s in tempels is ze zorgvuldig retoucheren. Vroeger schraapten de monniken gewoon het gehele fresco van de muur en schilderden er een nieuw op.  In Norbulingka, het zomerpaleis van de latere dalai lama’s, zijn er tegenwoordig technomuziektenten opgesteld tijdens het yoghurtfestival, bij het einde van de zomer, naast andere voor de traditionele operawedstrijden. De tuin is dan een tijdelijke camping, waar jerrycans vol kang (gierstebier), door de Tibetanen leeggedronken worden bij gezelschapspelen onder de bomen. Reuzengrote reclameacties van Pepsi en Budweiser kan je onmogelijk ontlopen: parasols, gratis proeven, spandoeken en muziektenten met prijzen voor goede karaokezangers.          Ganden klooster nabij LhasaHet Ganden klooster heeft sinds 1986 zijn eigen busmaatschappij. Toeristen en gelovigen worden dagelijks met negen bussen opgehaald in Lhasa voor een bezoek aan het klooster. Het zijn monniken in burgerkledij die de bussen besturen. Het Ganden klooster kreeg vorig jaar ook het beheer over een nieuw huizenproject voor de dorpelingen beneden. Verhuring levert het klooster 20.000 euro per jaar op. Bovendien opende het klooster een aantal winkels in Lhasa. Twintig monniken zijn er permanent tewerkgesteld. Elk ervan verdient 400 euro zakgeld per jaar. Monniken van Ganden zijn redelijk welgesteld, velen kunnen hun familie wat steun geven.  
IMG_1512

Een kleine TV-zaal van een monnik, in een minuscuul klooster ver van Lhasa.

 

De commentaren zijn gesloten.