10-01-07

Grensovergangen

Tientallen grensposten zijn de laatste jaren opnieuw open voor handel met Zuidoost-Azië. Yadong (Sharsingma in het Tibetaans) is er zo één. Het was tot in 1963 de belangrijkste doorgang voor de handel naar India, via Gangtok en Kalimpong in Sikkim. Vele rijke Tibetaanse handelaren uit Kham hadden in die tijd een kantoor in Kalimpong of Darjeeling. Het was een ontmoetingspunt met mensen uit Bhutan, India, Nepal en een deel van de zuidelijke Zijderoute. Vanuit India kwamen kledij, tabak, zeep en Rolex uurwerken. Naar India vertrok wol, leder en zijde. Het stadje Phari, op 4360 m en aan de voet van de berg Chomolari (7314m), is de districtshoofdstad en ligt op 46 km van Yadong, dat 1000m lager ligt. Onderweg zijn nog resten van zowel Engelse officiële verbindingshuizen als van oude postkantoren van de Qing dynastie te zien. Sommigen zijn nog in goede staat en worden nu gebruikt als opslagplaats. Het Engels handelskantoor in Yadong, gebouwd in 1936, is opgekocht door een Tibetaanse leraarkunstenaar. De handelsmarkt met de buurlanden in Yadong werd in april 2005 heropend. De handelaren uit Kham wonnen de concurrentie in het verleden, want fysisch waren zij groter en forser en konden méér dieren per karavaan leidden dan de andere Tibetanen. In 1961 was er geen controle, geen douaneregister en geen belasting op de grenshandel. Maar in 1963 bracht het grensconflict tussen China en India een lange stilstand van de activiteit mee. Yadong en Phari slankten af tot kleine dorpjes. Het grensconflict had te maken met de veroveringen door de Engelsen, in de eerste helft van de 20e eeuw, van de gehele zuidflank van de Himalaya. Het gaat om gebieden die boven de 3000m liggen en ooit behoorden tot de Tibetaanse en Chinese invloedszone, vanaf Kashmir en Ladakh in het westen, via delen van Nepal, tot Sikkim, Bhutan en vooral Arunachal Pradesh in het oosten, waarover de 13e dalai lama zich tegenover de Engelsen nog bijzonder kwaad maakte indertijd. De handel stopte, veertig jaar lang. Mensen, die in Phari of Yadong bleven waren gedurende jaren aangewezen op voedselhulp vanwege de lokale autoriteiten in Tibet. De 80-jarige Cewang Yexei heeft er altijd geleefd. Hij bleef een kruidenierswinkeltje uitbaten en ziet nu de heropende grens als een prima opportuniteit voor zijn familie: “een restaurant openen en ons 50-jarig huisje opknappen”. De markt in Yadong was nog maar pas open en enkele pientere Chinezen kwamen er ook standplaats kiezen. Een schoenenverkoper en een soort “Veritas”-winkeltje (uit Wenzhou, de streek van de beste handelaren uit China) met ritssluitingen, knopen en dies meer, gretig leeggekocht door de Indiërs.

handel

 

men verkoopt wat men kan

17:19 Gepost door infortibet in handel | Permalink | Commentaren (0) | Tags: handel, yadong, tibet, grensovergang, india, zijderoute, china, kalimpong

De commentaren zijn gesloten.