18-01-07

verwoeste kloosters

Alle vernielingen zijn niet enkel aan de Chinese Culturele Revolutie toe te schrijven, wel een belangrijk deel. Een pelgrimshandboek, samengesteld door een aanhanger van de dalai lama, heeft in de bijlage voor “handig gebruik ter plaatse” volgende vragen over tempels en klooster naar het Tibetaans vertaald: “Welk deel van het gebouw is oud? Werd alles vernield of slechts een deel? Wie vernielde in welke periode: de Mongolen, de Dzoungaren, de Gurkhas, de Chinezen of de Manchu’s? Waren er gevechten? Waarom werd het niet volledig vernield? Wie was de opperlama in die tijd?” (Victor Chan, Moon Publications, 1994, USA). Terwijl een vooringenomen westerse bezoeker bij het zien van eender welke ruïne er het vlagje van de Culturele Revolutie opplant. De verspreiders van deze algemeen geldende theorie geven eigenlijk aan hun nauwste volgelingen genuanceerdere vragen mee! De helft van het aantal tempels en kloosters werd in de woelige jaren van de Culturele Revolutie wel afgebroken of minstens beschadigd. Het belangrijke Ganden klooster bij Lhasa werd volledig vernield. Niet tijdens de Culturele Revolutie maar in 1959, toen 63 van de 80 hoge lama’s en ongeveer drie vierde van de 4000 monikken van dat klooster zich aansloten bij de gewapende opstand.

Nu zijn er opnieuw ongeveer 3.000 kloosters actief. Dat is nog driemaal meer dan het aantal kerken in Vlaanderen, dat ongeveer dezelfde bevolking telt als het totaal aantal Tibetanen. Voor 1959 waren er 110.000 monniken in Tibet zelf, wat 20 % van de mannelijke bevolking betekende. Dit is teruggevallen op 46.000. Een eerste belangrijke reden vinden we in 1959 zelf, toen het lijfeigenschap afgeschaft werd samen met de verplichting om per grote familie één monnik te leveren. De mensen hadden uitzicht op betaald werk en op rendabel boeren. Minder jongens uit de lagere klassen werden als mogelijke ontsnappingsroute uit de armoede naar het klooster gestuurd. Tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976) werden alle monniken het veld op gestuurd. Sommigen kwamen nadien terug en nieuwe jongeren boden zich aan vanaf het einde van de jaren zeventig. Het aantal monniken ligt nu op 4 % van de mannelijke bevolking. “Een redelijker aantal,” zeggen de overheden, “ruimschoots genoeg om alle religieuze activiteiten te verzorgen”. Cijfers van de regeringskringen van de 14e dalai lama zijn ongeloofwaardig wanneer die 600.000 religieuzen in 1959 als feit vernoemen. Dit zou neerkomen op één man op twee in het klooster, devotie ten top. Zij voeren aan dat er ook veel nonnen waren, maar alle historische documenten minimaliseren dit aantal. In andere teksten zeggen zij trouwens zelf: één man op vijf was monnik en dat benadert de Chinese cijfers.

ganden

ganden klooster nabij Lhasa

 

zonnenirvana

nirvanaenergie in het klooster

 

De commentaren zijn gesloten.