24-01-07

tibetaanse miljonairs

Sengda, een dorp in het district Qamdo.

In 1993 leefden de mensen er nog met veel minder dan 1 dollar per dag, dus officiële armen volgens de Wereldbank. Dat wil zeggen: zij leefden van een paar dieren en een lapje grond voor gierst, zonder dat daar verhandeld geld aan te pas kwam. Een sterk verhaal zelfs: hun enige handelswaar was hun eigen bloed, af en toe bloedgever, waarvoor ze een cent kregen. Toen het privé-initiatief door de regering aangemoedigd werd, kocht een zekere Sanggar Cering in 1984 een vrachtwagen via een zware lening bij de lokale overheid. Hij had succes met het vervoer van stenen. Na twee jaar was zijn lening terugbetaald. Zijn zaak bleef maar opwaarts gaan. In 1994 had hij er al zeven rijden. In 1997 realiseerde hij een zakencijfer van 120.000 euro. En wat gebeurt er dan dikwijls in het tegenwoordige China – en Tibet maakt daar blijkbaar geen uitzondering op – de heer Sanggar Cering komt onder vriendelijke sociale druk te staan. Een zacht verzoekje van de overheid, tijdens een reeks etentjes met lovende woorden, om geld te geven voor de bouw van een tehuis voor alleenstaande oudere mensen, een schooltje mee te financieren en hier een daar een gratis klus uit te voeren voor de overheid. Dat was wat gebeurde. Maar Sanggar Cering kreeg er bovendien zin in en ging verder dan wat “gesuggereerd” werd. Het gehele dorp Sengda tilde hij uit de armoede, door ze in te schakelen in  het zaken doen met het vervoer van stenen. Voor de eerste maal kwam er geld in omloop in het dorp en konden de mensen een aantal basisgoederen kopen met een nog bescheiden inkomen van een kleine honderd euro per maand per familie. Privé-ondernemer Sanggar Cering werd in ’97 verkozen tot medebestuurder van de stad Qamdo.

IMG_1240

in het klooster van Qamdo

 

21:08 Gepost door infortibet in economie algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, rijken, transport, overheidscontrole

De commentaren zijn gesloten.