28-01-07

Doden voor de gieren

Er zijn vier belangrijke terreinen in Tibet bestemd voor het vrijgeven van doden aan de gieren. Het zijn monniken die het ritueel behartigen en het lijk in stukken snijden. De gierenkolonie is er een vaste groep. Het Sera klooster in Lhasa telt er 130. De monniken kennen en volgen de dieren jarenlang, geven ze zelfs een naam. Voor de gewone Tibetanen zijn het dieren om te respecteren. Een familie, die een overledene naar het terrein bracht, had er kilo’s yakvlees bijgevoegd omdat de dode slechts het vel over de benen was. Zij hadden schrik dat de gieren zijn ziel mee zouden oppeuzelen voor ze verzadigd waren. De gieren dienen om de ziel te laten ontsnappen uit het lichaam. Een schandaal was er ooit toen een honderdtal vogels stierven omdat de dode dood was door het per vergissing eten van rattenvergif. Lama’s vragen sindsdien met aandrang naar de doodsoorzaak van het aangeboden lijk. Het geven van de doden aan de gieren is een ecologische noodzaak omwille van het schaars zijn van bomen. Dat is al tientallen eeuwen zo, net zoals het gebruiken van droge yakdrollen voor de keuken en de verwarming. De “free Tibet” groepen beschuldigen de Chinezen van ontbossing in Tibet. Ofwel kennen ze de redenen van die traditie niet, ofwel liegen ze. 

 
offerplaats

hier gebeurt het, doden voor de gieren

werktuigen

 

met de nodige werktuigen

 

 

21:40 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, rituelen, gieren, doden, ontbossing, lama

24-01-07

tibetaanse miljonairs

Sengda, een dorp in het district Qamdo.

In 1993 leefden de mensen er nog met veel minder dan 1 dollar per dag, dus officiële armen volgens de Wereldbank. Dat wil zeggen: zij leefden van een paar dieren en een lapje grond voor gierst, zonder dat daar verhandeld geld aan te pas kwam. Een sterk verhaal zelfs: hun enige handelswaar was hun eigen bloed, af en toe bloedgever, waarvoor ze een cent kregen. Toen het privé-initiatief door de regering aangemoedigd werd, kocht een zekere Sanggar Cering in 1984 een vrachtwagen via een zware lening bij de lokale overheid. Hij had succes met het vervoer van stenen. Na twee jaar was zijn lening terugbetaald. Zijn zaak bleef maar opwaarts gaan. In 1994 had hij er al zeven rijden. In 1997 realiseerde hij een zakencijfer van 120.000 euro. En wat gebeurt er dan dikwijls in het tegenwoordige China – en Tibet maakt daar blijkbaar geen uitzondering op – de heer Sanggar Cering komt onder vriendelijke sociale druk te staan. Een zacht verzoekje van de overheid, tijdens een reeks etentjes met lovende woorden, om geld te geven voor de bouw van een tehuis voor alleenstaande oudere mensen, een schooltje mee te financieren en hier een daar een gratis klus uit te voeren voor de overheid. Dat was wat gebeurde. Maar Sanggar Cering kreeg er bovendien zin in en ging verder dan wat “gesuggereerd” werd. Het gehele dorp Sengda tilde hij uit de armoede, door ze in te schakelen in  het zaken doen met het vervoer van stenen. Voor de eerste maal kwam er geld in omloop in het dorp en konden de mensen een aantal basisgoederen kopen met een nog bescheiden inkomen van een kleine honderd euro per maand per familie. Privé-ondernemer Sanggar Cering werd in ’97 verkozen tot medebestuurder van de stad Qamdo.

IMG_1240

in het klooster van Qamdo

 

21:08 Gepost door infortibet in economie algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, rijken, transport, overheidscontrole

22-01-07

mensenrechten in China

China antwoordde op een resolutie van het Europees Parlement op 20 januari 2000 dat China veroordeelde voor de stijgende schending van de mensenrechten.

* wij zijn erin geslaagd om 22% van de wereldbevolking te voeden met slechts 7% van de wereld-landbouwoppervlakte.

* wij zijn, de laatste 20 jaar, erin geslaagd om het aantal mensen die onder de armoedegrens leven in ons land te verminderen van 250 miljoen tot 30 miljoen.

De Europese resolutie spreekt van “teisteren” van de Tibetanen, Ouigouren en Mongolen. Niet toevallig dezelfde provincies die de Tibet-support-groepen van China willen afscheiden.

* wij schaften de discriminatie af die heerste onder de keizers. De etnische gebieden kregen steun en kenden een economische groei die hoger lag dan het landsgemiddelde.

* het aandeel van de bevolking van de etnische minderheden nam toe, van 6% tot 9% van de totale bevolking van het land, zeker niet door een genocide of door onderdrukking, wel per uitzondering op China’s nationale geboortepolitiek.

* Tibetaanse veeboeren en nomaden betalen geen belastingen.

* er zijn ongeveer 100 miljoen pratikerende gelovigen in China. Beleving van godsdienst is vrij. Het Europees parlement veroordeelt de wijding, door de Chinese katholieke kerk, van vijf bisschoppen in China en steunt de benoeming van 12 andere bisschoppen die door de vorige paus benoemd werden. We weten welk soort wijdingen de vorige paus bevoordeelde. Het Europees parlement schaart zich hierachter, wellicht om de niet-scheiding van kerk en staat bij ons te onderlijnen.

* Het totaal aantal gevangenen in Tibet, alle redenen bij elkaar genomen, bedraagt ongeveer 2000. Dit is, rekening houdend met de relatieve bevolking, net iets lager dan in België, dat 10.000 gevangenen telt. Internationale instanties hebben dit kunnen bevestigen. Zelfs de “Tibet support” groepen hebben het slechts over 143 Tibetaanse politieke gevangenen, buiten en binnen het actuele Tibet. De gemiddelde “zittijd” van de gevangenen is net geen vijf jaar. 

Xinhua, 31 jan 00

Contemporary Tibet, Barry Sautman 

vrije monniken

vrije monniken

21-01-07

toerisme in Tibet

In 2004 kwamen ongeveer 100.000 buitenlandse toeristen naar Tibet, voornamelijk uit Europa, de VS en Japan. Het is inderdaad moeilijk voorstelbaar dat de Afrikanen nummer één zouden zijn. Maar het is vooral het binnenlandse toerisme waar Tibet zijn inkomsten uit haalt. Chinezen van andere provincies, inclusief Tibetanen uit de randgebieden, mensen van Hongkong en Taiwan, samen goed voor iets meer dan twee miljoen bezoekers. Mensen die zeggen dat Lhasa een Han-Chinese stad is, vergissen zich of hebben politieke motieven. Een eenvoudige rekensom toont dat er dagelijks ongeveer 20.000 Chinezen die er anders uitzien dan de Tibetanen in Lhasa verblijven als toerist voor gemiddeld drie dagen, waarbij de term “Chinezen” dan nog een lading dekt van wel dertig verschillende bevolkingsgroepen. Wij noemen Brugge ook niet een Japanse stad, waarbij we misschien alle Aziaten als Japanners bestempelen. Bovendien blijken vele Chinese toeristen een reëler beeld van de geschiedenis van Tibet op te steken. Dat kan positief werken voor de betere verstandhouding tussen deze twee zeer verschillende culturen.

Voor 2007 voorziet de Tibetaanse overheid 3 miljoen toeristen, uit binnenland en buitenland samen, gezien Tibet nu gemakkelijker, opwindender en goedkoper te bereiken is door de nieuwe spoorlijn. Duizenden nieuwe banen zijn gepland, van gids, via hotelbediende tot kaartjesknipper bij de ingang van de kloosters en andere sites. Dit alles met de nodige voorafgaande vorming. Er wordt beroep gedaan op buitenlandse experts om de organisatie van het groeiende toerisme in comfortabele kwaliteitsbanen te leiden.

HKCTP nr 292, nov 2004

CTIC, 5/1/2007

bakfietsen

genummerde bakfietsen voor 3 miljoen toeristen per jaar

 

een echt hotel

Een echt hotel, buiten Lhasa

17:14 Gepost door infortibet in toerisme | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, toerisme, lhasa, buitenlanders, china

20-01-07

Bhutan als voorbeeld

In de “Guidelines for international development projects ans sustainable development in Tibet”, een tekst van de administratie van de 14e dalai lama als handleiding voor buitenlandse investeerders in Tibet, staat een verwijzing naar Bhutan als modelstaat. De 14e dalai lama haalt graag de notie “Bruto Nationaal Geluk” aan, die hij ontleent aan Bhutan naar zijn zeggen. Dit ziet hij als lijfspreuk voor het toekomstig “vrij” economisch systeem in Tibet. Een reportage in Le Soir beschrijft een naar kantje van dit Bruut Geluk in Bhutan: 106.800 Bhutanese vluchtelingen, sinds 15 jaar in Nepal, gevoed door Europa. Zij zitten in barakkenkampen in het zuidoosten van Nepal. 106.800 is het officiële aantal genoteerd door PAM, een UNO organisatie voor voedselbedeling. De UNO wil ze nu opnieuw tellen, want hun nieuwe kinderen zijn nog niet opgenomen in de statistieken. Waarom die vluchtelingen uit Bhutan? Bhutan, een lamaïstische staat, vaardigde in 1985 een discriminerende wet uit, die de rechten van Hindoes beperkt (stemrecht, werkgelegenheid). Bhutan heeft bijna één miljoen inwoners, waarvan één op tien hindoe waren en afstammelingen van Nepalezen die zich begin 20e eeuw in Bhutan vestigden. Die moesten nu blijkbaar buiten, uit compassie. Europa voedt die mensen voor 2 miljoen euro per jaar. Voor Bhutan zelf vinden we op de website van de CIA een BNP per inwoner van ongeveer 1000 euro per jaar en een gemiddelde levensverwachting van 55 jaar. Dat ligt inderdaad iets hoger dan in het oude Tibet van voor 1959. Bhutan leeft voor 90% van de landbouw. Voor de rest levert het waterkrachtelektriciteit aan India. Het economisch systeem is gebaseerd op grondbezit en privé-bedrijven, waarbij de inkomensverschillen enorm zijn. De koninklijke familie en haar administratie maken grote sier in India en in het Westen, Puur Nationaal Geluk.

Website Central Tibetan Administration, administratie van de 14e dalai lama in ballingschap.

Le Soir, 3/1/2007

CIA, World Factbook on internet.  

18:02 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bhutan, dalai lama, vluchtelingen, tibet, armoede

18-01-07

verwoeste kloosters

Alle vernielingen zijn niet enkel aan de Chinese Culturele Revolutie toe te schrijven, wel een belangrijk deel. Een pelgrimshandboek, samengesteld door een aanhanger van de dalai lama, heeft in de bijlage voor “handig gebruik ter plaatse” volgende vragen over tempels en klooster naar het Tibetaans vertaald: “Welk deel van het gebouw is oud? Werd alles vernield of slechts een deel? Wie vernielde in welke periode: de Mongolen, de Dzoungaren, de Gurkhas, de Chinezen of de Manchu’s? Waren er gevechten? Waarom werd het niet volledig vernield? Wie was de opperlama in die tijd?” (Victor Chan, Moon Publications, 1994, USA). Terwijl een vooringenomen westerse bezoeker bij het zien van eender welke ruïne er het vlagje van de Culturele Revolutie opplant. De verspreiders van deze algemeen geldende theorie geven eigenlijk aan hun nauwste volgelingen genuanceerdere vragen mee! De helft van het aantal tempels en kloosters werd in de woelige jaren van de Culturele Revolutie wel afgebroken of minstens beschadigd. Het belangrijke Ganden klooster bij Lhasa werd volledig vernield. Niet tijdens de Culturele Revolutie maar in 1959, toen 63 van de 80 hoge lama’s en ongeveer drie vierde van de 4000 monikken van dat klooster zich aansloten bij de gewapende opstand.

Nu zijn er opnieuw ongeveer 3.000 kloosters actief. Dat is nog driemaal meer dan het aantal kerken in Vlaanderen, dat ongeveer dezelfde bevolking telt als het totaal aantal Tibetanen. Voor 1959 waren er 110.000 monniken in Tibet zelf, wat 20 % van de mannelijke bevolking betekende. Dit is teruggevallen op 46.000. Een eerste belangrijke reden vinden we in 1959 zelf, toen het lijfeigenschap afgeschaft werd samen met de verplichting om per grote familie één monnik te leveren. De mensen hadden uitzicht op betaald werk en op rendabel boeren. Minder jongens uit de lagere klassen werden als mogelijke ontsnappingsroute uit de armoede naar het klooster gestuurd. Tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976) werden alle monniken het veld op gestuurd. Sommigen kwamen nadien terug en nieuwe jongeren boden zich aan vanaf het einde van de jaren zeventig. Het aantal monniken ligt nu op 4 % van de mannelijke bevolking. “Een redelijker aantal,” zeggen de overheden, “ruimschoots genoeg om alle religieuze activiteiten te verzorgen”. Cijfers van de regeringskringen van de 14e dalai lama zijn ongeloofwaardig wanneer die 600.000 religieuzen in 1959 als feit vernoemen. Dit zou neerkomen op één man op twee in het klooster, devotie ten top. Zij voeren aan dat er ook veel nonnen waren, maar alle historische documenten minimaliseren dit aantal. In andere teksten zeggen zij trouwens zelf: één man op vijf was monnik en dat benadert de Chinese cijfers.

ganden

ganden klooster nabij Lhasa

 

zonnenirvana

nirvanaenergie in het klooster

 

13-01-07

Elf jonge gereïncarneerden de boer op

11 jonge gereïncarneerde lama’s in 1963.

Het was een klasje van 11 jonge reïncarnaties in Lhasa. De namen opsommen zou teveel Tibetaans ineens zijn, maar de reeks moet nu nog tot de verbeelding van de Tibetanen spreken: de 4e van die abtlijn, de 6e van, de 9e van, de 12e van. Opvolgers dus van abten of belangrijke lama’s van tempels en kloosters her en der, van prins-regenten en leraars van de dalai lama. Het controversiële van het voorbeeld is dat het schooltje opgestart werd in 1963 op aangeven van Mao Ze Dong. Sommigen onder hen waren zelfs in Beijing geweest en hadden er Mao en Zhou En Lai de hand mogen schudden. Drie jaar later golfde de Culturele Revolutie over China en ook over Tibet. Het klasje werd ontbonden en de jonge lama’s het veld in gestuurd. Enkelen kregen “dienstbetoon”-straffen onder toezicht van een wijkcomité. Anderen moesten de boer op in het district Shannan. Sommigen kregen de ‘opdracht’ om te gaan vissen in het Yamzhog Yumco meer, wat niet bepaald overeenstemde met hun boeddhistische houding van vissen als goddelijke opruimers van lijken te zien (doden werden ofwel aan de gieren ofwel aan de rivieren toevertrouwd om de geest van de stoffelijke resten te ontdoen). Vaartuigen voorttrekken op de Yarlung Zangbo rivier was een andere opgelegde corvee, tot boven de heupen in het ijskoude water als het moest. Maar de lokale boeren nodigden ze nadien uit voor een warme thee.

Vanaf 1974 kwamen ze geval per geval terug naar Lhasa en hernamen hun positie van gereïncarneerde lama. Ze zijn allen eminente lamaïstische leiders geworden.

graan

18:28 Gepost door infortibet in culturele revolutie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: lama, boeren, tibet, reincarnatie, mao, tempel, lhasa

11-01-07

plastiek

Plastieken zakken zijn sinds 2006 verboden in de supermarkten van Lhasa. Kleine winkeltjes volgen nog niet.

kapsel

 

18:36 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: plastiek, tibet, lhasa

10-01-07

Grensovergangen

Tientallen grensposten zijn de laatste jaren opnieuw open voor handel met Zuidoost-Azië. Yadong (Sharsingma in het Tibetaans) is er zo één. Het was tot in 1963 de belangrijkste doorgang voor de handel naar India, via Gangtok en Kalimpong in Sikkim. Vele rijke Tibetaanse handelaren uit Kham hadden in die tijd een kantoor in Kalimpong of Darjeeling. Het was een ontmoetingspunt met mensen uit Bhutan, India, Nepal en een deel van de zuidelijke Zijderoute. Vanuit India kwamen kledij, tabak, zeep en Rolex uurwerken. Naar India vertrok wol, leder en zijde. Het stadje Phari, op 4360 m en aan de voet van de berg Chomolari (7314m), is de districtshoofdstad en ligt op 46 km van Yadong, dat 1000m lager ligt. Onderweg zijn nog resten van zowel Engelse officiële verbindingshuizen als van oude postkantoren van de Qing dynastie te zien. Sommigen zijn nog in goede staat en worden nu gebruikt als opslagplaats. Het Engels handelskantoor in Yadong, gebouwd in 1936, is opgekocht door een Tibetaanse leraarkunstenaar. De handelsmarkt met de buurlanden in Yadong werd in april 2005 heropend. De handelaren uit Kham wonnen de concurrentie in het verleden, want fysisch waren zij groter en forser en konden méér dieren per karavaan leidden dan de andere Tibetanen. In 1961 was er geen controle, geen douaneregister en geen belasting op de grenshandel. Maar in 1963 bracht het grensconflict tussen China en India een lange stilstand van de activiteit mee. Yadong en Phari slankten af tot kleine dorpjes. Het grensconflict had te maken met de veroveringen door de Engelsen, in de eerste helft van de 20e eeuw, van de gehele zuidflank van de Himalaya. Het gaat om gebieden die boven de 3000m liggen en ooit behoorden tot de Tibetaanse en Chinese invloedszone, vanaf Kashmir en Ladakh in het westen, via delen van Nepal, tot Sikkim, Bhutan en vooral Arunachal Pradesh in het oosten, waarover de 13e dalai lama zich tegenover de Engelsen nog bijzonder kwaad maakte indertijd. De handel stopte, veertig jaar lang. Mensen, die in Phari of Yadong bleven waren gedurende jaren aangewezen op voedselhulp vanwege de lokale autoriteiten in Tibet. De 80-jarige Cewang Yexei heeft er altijd geleefd. Hij bleef een kruidenierswinkeltje uitbaten en ziet nu de heropende grens als een prima opportuniteit voor zijn familie: “een restaurant openen en ons 50-jarig huisje opknappen”. De markt in Yadong was nog maar pas open en enkele pientere Chinezen kwamen er ook standplaats kiezen. Een schoenenverkoper en een soort “Veritas”-winkeltje (uit Wenzhou, de streek van de beste handelaren uit China) met ritssluitingen, knopen en dies meer, gretig leeggekocht door de Indiërs.

handel

 

men verkoopt wat men kan

17:19 Gepost door infortibet in handel | Permalink | Commentaren (0) | Tags: handel, yadong, tibet, grensovergang, india, zijderoute, china, kalimpong

09-01-07

Tibet en extreem rechts

Het is soms verhelderend of schrikwekkend om te zien wat extreem rechts bij ons vertelt over Tibet. Schrikwekkend in de zin van: vele van hun stellingen komen overeen met wat linkse intellectuelen ook min of meer vertellen. Zou er dan toch een universele waarheid zijn?

Een website van een extreem rechtse militant uit Dilbeek, geen officiële partijtekst, maar het illustreert best het gedachtegoed. De aanklachten krijgen een uitvergroot elan en dat maakt ze verhelderend.

Uittreksels:

 “Voor 1950 leefden de meeste boeren onder een door het boeddhisme gemilderd feodaal systeem.” De kloosters waren de kern van het feodale systeem, niet milderend.

“Er waren geen daklozen, iedereen was goed gekleed en dankzij de voedselreserves in de kloosters werd er zelfs in jaren van misoogsten geen honger geleden.” Sprookje. Engelse foto’s van begin 20e eeuw tonen havelozen en ondervoede mensen.

“De Tibetanen waren het meest religieuze volk ter wereld.” Wij waren dat ook.

“Het doden van dieren is in hun ogen een gruwel, zelfs als het slechts om insecten gaat.” Leugen, de Tibetanen eten geit, schaap en yak. En die doden ze alvorens ze op te eten.

“In religieus, artistiek en cultureel opzicht was het land een schatkamer. En zelfs de armsten deelden in de spirituele rijkdom.” Alleen in de spirituele rijkdom.

“In een eerste fase was de Chinese bezetting verrassend mild. Er was een strategische reden: er werd ondertussen koortsachtig gewerkt aan wegen om vooral tanks het land te laten binnenrollen.” China bracht nooit tanks naar Tibet.

“Amdo en Kham werden door China openlijk geannexeerd.” Dit was al zo tijdens de Mongoolse dynastie in de 13e eeuw. De dalai lama’s hebben nooit over Kham en Amdo geregeerd.

“Ieder dorp moest minstens 50 kinderen afstaan, die met vrachtwagens naar China getransporteerd werden om daar opgevoed te worden. Zelfs baby’s.” Belachelijk onwaar.

“Een voorbeeld: in het stadje Kham werden 84 kinderen gedeporteerd, die nog niet eens één jaar oud waren. Vijftien ouders die daartegen protesteerden werden door het leger in de rivier verdronken.” Het stadje Kham bestaat niet.

“Tegen 1952 was de toch al kwetsbare Tibetaanse economie volledig geruïneerd. Het graan was opgeëist door het Chinese leger met hongersnood als gevolg.” De 14e dalai lama meldt geen hongersnood in zijn memoires en hij was daar toen nog.

“Monniken moesten heilige boeken vertrappen of in het publiek seksuele gemeenschap hebben met prostituees.” Leuk, maar onwaar. Monniken - nonnen waren toen zeldzaam, dat is een nieuw verschijnsel de laatste decennia - werden de dorpen (en de velden) ingestuurd tijdens de Culturele Revolutie. Een groot deel ervan huwde een boerendochter zonder verplicht vertoon op het dorpsplein.

“1959 in Lhasa: toen de slachting voorbij was lagen de lijken in stapels op het plein. Naar schatting 20.000.” De 14e dalai lama doet daar nog iets bij: 69.000. De toenmalige bevolking van Lhasa, aangedikt met de vluchtende elite uit het oosten, was 40.000.

“Minstens 1,5 miljoen Tibetanen verloren het leven.” Demografisch onmogelijk. De 14e dalai lama voerde in 1953 zelf een volkstelling uit in zijn gebied, met als resultaat: 1 miljoen Tibetanen in “zijn gebied” (de huidige autonome regio). Er leefden iets meer  Tibetanen buiten “zijn” regio, totaal dus 2,5 miljoen Tibetanen toen. Daar meer dan de helft van uitroeien zou nu geen 6 miljoen Tibetanen kunnen opleveren. Tenzij de reïncarnatiemachine in meer dan duplo werkte.

“De barbaarse geboortebeperkingspolitiek vormt een apart hoofdstuk in het verhaal van deze holocaust.” Tibet is nooit onderworpen geweest aan de één-kind-per-gezin politiek.

“Het land is nu volledig ontbost. De wilde yaks, arenden, eenden, ganzen, beren en kraanvogels zijn verdwenen.” Er stonden geen bomen op 4.000m, behalve wat schaduwgevende struiken rond de huizen van de elite. Waarom anders zouden de Tibetanen “traditioneel” gedroogde yakdrollen gebruiken voor de keuken? Uit oerrespect voor een “levende” boom? En de wilde dieren zijn er nog. Zelf gezien.

bomen

 

Bomen dienen en dienden ook om kloosters te bouwen, zelfs al zijn de struiken laag.

21:58 Gepost door infortibet in extreem rechts | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, extreem rechts, propaganda