08-02-07

serres voor groenten op grote hoogte

Een dorp met serres, Gangdelin behorend bij het stadje Naiqiong, enkele tientallen km ten westen van Lhasa.

Een illustratie anno 2005 van de landbouwpolitiek in een dorp niet ver van Lhasa.

Ter herinnering: hier woonden tot 1959 lijfeigenen. Zij kregen nadien de grond in eigen beheer tot in 1965. Toen werd de communestructuur ingesteld met een salarissysteem als basis in plaats van een eigen opbrengstsysteem. Vanaf 1984 werd teruggekeerd naar het geven van land aan wie het bewerkt. De herverdeling van de grond gebeurde op basis van het aantal leden van de familie. Probleem daarbij was dat er onnodige versnippering ontstond en ongelijkheid tussen goede percelen en lastige percelen. En daarbovenop nog de snelle bevolkingsgroei. Een langzame en lange hervorming van de landbouw drong zich op. Van directe hulp aan behoeftigen naar opleiding en diversificatie. Groenten kweken bijvoorbeeld, in plaats van gierst. Maar daar was geld voor nodig, want Tibet is te koud voor groenten. De overheid bouwde serres en stelde die gratis ter beschikking van de Tibetanen op wiens grond ze stonden. Die vonden het gemakkelijker om die te verhuren aan Chinezen en een behoorlijk sommetje op te strijken in plaats van zelf het groente-experiment te wagen. De Tibetaanse overheid heeft deze praktijk recent verboden en stelt nu instructeurs ter beschikking om de serres met de Tibetanen op gang te trekken.

In het dorp bouwde de overheid 55 serres met een totale oppervlakte van 2 hectare. Tien Tibetaanse families werken mee aan het project. De eerste twee jaar krijgen zij 1000 euro als basissalaris en eventuele extra premies volgend uit de verkoop van de groenten. Daarnaast hebben zij nog een aantal gierstvelden en wat vee. Enkele mensen worden uitgekozen om de productie op de markt in Lhasa aan te bieden. Er zijn twee landbouwtechnici (één jonge Wuhanees en één Tibetaan), goed betaald door de overheid, werkzaam in het dorp. Zij dienen als leraar voor theoretische en praktische cursussen. Boeren van buiten het dorp kunnen de cursussen eveneens bijwonen. Alle soorten groenten worden er geteeld, van tomaten, via kolen tot watermeloenen en prinsessenbonen. Er is veel zon in de streek, ook in de winter. Tegen de lage temperaturen ’s nachts worden dikke katoendekens over de serres uitgespreid en die houden de temperatuur binnen op minstens 6°C. Kleine specialiteit: kerstbloemen voor de pleinen in Lhasa. Voor 1 pot krijgen ze 3 euro. Zaden worden ter plaatse geregenereerd. Nog niet goed georganiseerd is de commercialisering van de producten: wanneer welk product en waar op de markt aanbieden. De overheid wil hier enkele families in een bedrijfje doen stappen.

Een dergelijk dorp is geen uitzondering. Een vijftigtal “leerstations” verspreid over Tibet zijn momenteel actief. Die stations hebben ruime zelfstandigheid om zich in te passen in de lokale noden. Na twee jaar opleiding worden de serres overgedragen aan de families. Het basissalaris valt weg en de winst op de verkoop van de producten wordt het inkomen. Resultaten tonen dat de families onmiddellijk een iets hoger niveau halen: 1500 euro per jaar en per serre. Bedoeling is om elke familie 2 serres te geven om het inkomen te verhogen. Momenteel zijn het vooral de vrouwen die in die serres werken, terwijl de mannen in de stad betaalde klusjes of zaakjes doen als bijverdienste, dikwijls in de bouw. Het station in Gangdelin wil op korte termijn 100 hectare voor tuinbouw op gang zetten om zo méér Tibetaanse families te laten overschakelen van de monocultuur van gierst naar meer variatie.

serre lhasa

drie agronomen, één Chinees en twee Tibetanen

 

07-02-07

Het water van Tibet naar het noorden doen vloeien?

Een Chinese expert in waterhuishouding, Guo Kai, pleitte in 2006 voor een kolossaal project: 200 miljard kubieke meter water van de Yarlung Tsangpo (Brahmaputra), de Lancang (Salween) en de Nujiang (Mekong) naar de Gele Rivier en de droge streken in het noorden van China versassen. Hij werd door diverse wetenschapslui en door de regering krachtig teruggefloten. Minister van “Waterzaken” Wang Shucheng, zelf ingenieur hydraulica, bestempelde het voorstel als “onnodig, ondoenbaar en onwetenschappelijk”. Hij voegde eraan toe dat de Gele Rivier al overstromingen veroorzaakt bij 58 miljard kubieke meter. “Voeg daar 50 aan toe en alle dijken breken direct, zonder te denken aan 200,” zei hij. “Er is genoeg water in het noorden van China, het moet beter en grootser opgeslagen worden gedurende het natte seizoen en de werken daarvoor zijn in uitvoering,” aldus nog de minister. Ook de minister van Buitenlandse Zaken mengde zich in het debat, voor wat zijn terrein dan aanbelangde: “Als wij de watertoevoer naar Zuidoost-Azië zouden verminderen, brengt dat natuurlijke catastrofes mee bij onze zuiderburen. Daar komen internationale disputen van en die willen wij niet. Daarom verkozen wij van staatswege het idee van professor Guo’s hoofd openlijk tegen te spreken. Er bestaan geen plannen.” Het internationale netwerk van supporters van de 14e dalai lama had ondertussen al heftig en jarenlang verspreid dat China van plan was om Tibet’s water te stelen. Al kunnen we daarbij ook simpelweg antwoorden dat China mag doen met zijn water wat het wil, het gaat niet om “stelen” gezien Tibet deel uitmaakt van China. Vlamingen drinken ook Waalse Spa.

18:23 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, water, dalai lama, propaganda, china

wonen of kamperen?

Het bouwen van een huis met 200 m2 woonoppervlakte in een dorp op 10 km van Lhasa kost 16.000 euro. De minder gegoede familie, die er zijn intrek nam, betaalde slechts 3200 euro, de rest werd door de overheid bijgepast. Dat is een extreem gul voorbeeld. Gemiddeld was de bijdrage van de mensen zelf 75% en de subsidie slechts 25%. Het project loopt voor het geheel van de landbouwbevolking in Tibet, niet voor de stedelingen, en kreeg de naam “Comfortabel Wonen”. (De totale besteding bedroeg tot nu 247 miljoen euro, waarvan 59 miljoen van de overheid, 144 miljoen van de mensen zelf en 44 miljoen van de banken). In het totaal werden zowat 50.000 huizen nieuw gebouwd of gerenoveerd, goed voor 250.000 Tibetaanse dorpelingen (één op vijf). Voor 2007 trekt de overheid opnieuw een zelfde budget uit, voor nog eens 50.000 woningen op het platteland. Het bedrag van de koopsubsidie voor de mensen hangt af van hun inkomen, hoe lager hoe meer. Dit noemt de overheid het “nieuwe dorpssocialisme”. Dit kan wellicht beter overeenkomen met het lokale ontwikkelingsniveau dan het “overgesocialiseerde” systeem dat de overheid in Tibet in de jaren ‘70 nastreefde, toen ze de yaks wilden collectiviseren, terwijl de mensen nog in huizen van gedroogde moddermuren woonden. De nieuwe of gerenoveerde huizen hebben aansluiting op elektriciteit (soms uitsluitend via zonnepanelen, soms gecombineerd met het net), watervoorziening, telefoon (satelliet of lijn) en voor de deur ligt een geplaveide weg met riolering. Buiten het dorp houdt dit plaveisel én de riolering meestal op, want de wegen in Tibet zijn grotendeels nog aarden pistes. Maar voor de deur dus wordt het stoepvegen, terwijl het tien jaar geleden bij regenweer nog modderplenzen was en de ruimte tussen de woningen in zekere mate als open riool diende met rondscharrelende varkens erin.

varkens

IMG_1165

Nog een eigenaardigheid: in 2007 zullen ook 4.000 huizen voor nomaden gebouwd worden. De “Tibet support” groepen in het buitenland beschuldigen China ervan Tibetanen te verplichten sedentair te worden en zo de “authentieke cultuur te vernietigen”. Zij stellen zich de vraag niet of die nomaden het misschien zelf vragen. Het is geen lachertje om nomade te willen zijn en blijven – omwille van de “authenticiteit” - dààr waar het negen maanden op twaalf vriest. Maar meer nog, het buitenlands “Tibet support” netwerk laat ook uitschijnen dat er zeer veel nomaden zijn in Tibet, dat dit zowat de échte Tibetanen zijn. Terwijl het een minderheid betrof, die afnam gedurende de decennia van modernisering. Bovendien, het hebben van een huis verplicht hen niet om kuddes en tenten op te geven, wat ze ook niet doen, gezien de af te leggen graasafstanden in de korte zomer.

nieuwe huizen

hier waak ik... over de nieuwe verkaveling

 

17:23 Gepost door infortibet in dorpen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, wonen, tenten, sedentariseren, herders, yaks

Tijgers in de tuin

Tibetaanse tijgers zijn zeldzaam geworden. In het zuidoosten van Tibet, daar waar de Yarlung Rivier zijn wijde boog richting India maakt dwaalt nog een kleine gemeenschap rond, in de bossen van de berghellingen rond het stadje Metok (Medog of Motuo). In de jaren tachtig zijn er teveel tijgers en panters neergeschoten voor hun pels. Die pelzen, rond de lenden, waren in het oude Tibet het voorrecht of het symbool van lokale clanleiders in Oost-Tibet. Met de modernisering in Tibet verloren de pelzen hun elitekarakter en werden een populair statussymbool, waardoor de vraag pijlsnel steeg en de jacht ook, niet met pijl en kruisboog zoals soms in het oude Tibet, maar met precieze jachtgeweren. De streek is nu een natuurreservaat, jagen op luipaarden en tijgers is er verboden. Binnen het park zijn er verspreide dorpen, met een gemengde bevolking van Tibetanen, Memba en Lhoba, samen ongeveer 15.000 mensen. Zij fokken paarden, yaks en varkens. Daarnaast hebben ze dikwijls nog een archaïsche manier van landbouw, zij laten een stukje bos afbranden dat dan één jaar als akker dienst doet. En wat gebeurt er? Niet enkel is dit niet zo best voor een evenwichtig bosbeheer, maar het vee scharrelt vrij rond in het struikgewas van vroeger platgebrande stukjes bos en daar ligt de tijger op de loer. Jaarlijks moet één op de tien dieren van de veestapel het ondervinden. Maar er is een bijkomende reden waarom de tijgers de paarden en de yaks lastig vallen: er is te weinig ander klein wild. De mens zit hier opnieuw voor iets tussen. Jagen op tijgers en panters is verboden, maar op de rest niet. De plaatselijke bevolking blijft jagen. Dat deden ze van oudsher, maar nu zijn ze talrijker. Waardoor er minder overblijft voor de tijgers, die dan maar een steak wegroven in de achtertuin van de mensen.  

pelzen

meer feestkledij op straat

 

12:00 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, tijgers, jagers, yaks, beschermde dieren

04-02-07

Blijf van mijn graasgrond af

Een ontmoeting met een dorpschef in de omgeving van Wamda (Dzogang), op de zuidelijke route van Lhasa naar Chengdu. Wamda is bekend voor zijn oude Tsawa Dzogang Sangakling klooster. In het dorp Yargrong, op 40 km van het stadje, leven 173 families, samen goed voor 1.050 personen, allen Tibetanen. De dorpschef Soinam Wozhub heeft een grote familie: zeven zonen en twee dochters. Eén van zijn zonen is monnik in het Dzogang klooster en de zes andere zijn met dezelfde vrouw getrouwd en wonen bij hem in. Samen hebben zij vijf kinderen. Zijn dochters zijn uitgehuwelijkt. Hij verdeelt de landbouwgrondgrond van het dorp op basis van het aantal monden dat elke familie te voeden heeft. Per hoofd wordt 1/15e hectare toegekend, wat gemiddeld een halve hectare per familie geeft. Hijzelf bezit 30 yaks en wat geiten en schapen. Jaarlijks verkoopt hij één of twee yaks. Dit brengt hem 100 tot 200 euro per dier op. De schapen dienen slechts voor eigen consumptie: wol en vlees. Een tweede geldelijk inkomen is het verzamelen van geneeskruiden, het afgelopen jaar voor 200 euro handelswaarde. Een van zijn zonen werkt af en toe in de stad als bouwvakker en brengt 170 euro binnen. Daarnaast krijgt de chef ook nog een vergoeding voor zijn bestuurstaak: 150 euro per jaar. Tel maar samen en je komt nog niet aan een bescheiden maandloon bij ons. Bij hen is dat per jaar voor de ganse familie en het Chinese platteland is grotendeels nog zo. Laat ze maar wat meer kousen in Europa verkopen. Verzachtende omstandigheid is dat per familie slechts 1 euro per jaar voor gezondheidszorg betaald wordt. Terug naar de dorpschef. Zijn grootste bestuurlijke zorg is twistende families uiteenhouden. Ruzie om wiens yak wiens gras opeet. Vooral met nabijgelegen dorpen. Op een betrapte vreemdgrazende yak staat een boete van 10 eurocent. Maar wie zegt welke yak op heterdaad betrapt is? Het komt soms tot geweld, niet tussen de yaks, maar onder de eigenaars. De chef is zowat deurwaarder, rechercheur, bemiddelaar, advocaat en rechter tegelijk. Te veel kopzorgen. Plezantere job is het vragen van microkrediet voor kleine projecten zoals het starten van een kledingzaakje op basis van geitenhaar of voor het bouwen van een irrigatiekanaal. De intrest voor zo’n dingen wordt van overheidswege laag op 2 à 3% gehouden.

graasgrond

Er zijn tweemaal zoveel yaks in Tibet als inwoners. Te veel.

 

20:14 Gepost door infortibet in dorpen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dorpen, yaks, gezondheidszorg, ontwikkelingsproject, landbouw