07-03-07

waren de manchu's lamavriendelijk?

Naar het einde toe van de Manchu (Qing) periode, in het begin van de 20e eeuw, werden de meeste belangrijkste lamaïstische kloosters in Sichuan en West-Tibet vernield. De “Tibet support” groepen noemen de Manchu’s steevast de niet-Chinese dynastie, die samen met de Mongoolse dynastie veel respect opbrachten voor het lamaïsme en als het ware hun spirituele ondergeschikten waren. Dit doen ze met de bedoeling om de indruk te versterken dat Tibet pas in 1951 bij China ingelijfd werd door de goddeloze communisten. Toch zijn het de Manchu’s die de politieke macht van het lamaïsme zijn beginnen inperken. Zij voelden zelf reeds de frisse adem van de republikeinse gedachte op zich afkomen. In een poging om geheel China iets te moderniseren botsten zij ook op de feodale Tibetaanse lokale heersers, vooral de kloosterelite. Generaal Zhao Erfang ging er flink tegenaan in Sichuan. Hij verplichtte de kloosters een deel van hun monniken “te laten gaan”, legde een laag maximum quorum op, stelde een stop in op novicen, schafte de taksen af die de boeren aan da kloosters moesten betalen en verving die door een kleine dotatie. Opstandige kloosters – en die waren er uiteraard – werden gewapenderhand ingenomen en grondig vernield. Zo verging het de grote kloosters in de steden Batang, Qamdo, Litang, Deqen en Drayab in de periode vanaf 1905 tot 1912. De decennia erna werden geen periode van bloei, de streek bleef geteisterd door rivaliserende krijgsheren. Veel werd er niet heropgebouwd. Nu zeggen dat die kloosters met de grond gelijk gemaakt werden tijdens de Culturele Revolutie is de slachtoffers van de eerste wereldoorlog bij de tweede telllen.

Wissing, Shelton pionier in Tibet.

 

qamdo

in het grotendeels heropgebouwd klooster van Qamdo

qamdo intérieur

binnen                                

20:02 Gepost door infortibet in geschiedenis 20e eeuw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, manchu, kloosters, china, qing

De commentaren zijn gesloten.