02-04-07

Een deel van de elite bleef in Tibet

Een derde van de vroegere eigenaars van lijfeigenen koos niet de zijde van de opstand en bleef in Tibet na de landhervorming. Zij kregen een financiële tegemoetkoming voor de onteigening, rond de 3.000 euro per eigenaar, wat een enorme som was in die tijd. Twee derde van de elite verkoos echter in ballingschap te gaan (1959), samen met de 14e dalai lama.

De meerderheid van de functionarissen bleven. Zij leidden een relatief comfortabel leven in het oude Tibet, maar waren geen grootgrondbezitters en hadden dus minder te verliezen.

Tinyung Cering Dorje, nu 76 jaar, is er zo een en woont in zijn ouderlijk huis in Zhol (Xoi), aan de voet van het Potala paleis. Zhol was dé plaats waar onder het regime van de dalai lama’s functionarissen gevormd werden, waar ook vaklui woonden bedreven in traditionele architectuur, drukken van sutra’s, ontwerpen van beelden en versieren van beelden en daken met goud en edelstenen. Op zijn 16e werd hij belastingontvanger, hij inde in drie districten taksen op de verhandeling van schapen, wol en zout. In 1951, onder de 14e dalai lama en toen het Rode Leger al in Tibet aanwezig was, stond hij in voor de betaling van de soldij aan de Tibetaanse soldaten. Toen de 14e dalai lama naar India vluchtte was Cering Dorje taksen aan het verzamelen in de grensstreek met India. Hij bleef, naar zijn zeggen, plichtsgetrouw op post. In 1960 kon hij met plezier terugkeren naar zijn geboortestad Lhasa. Hij werd er eerst leerling en dan docent “bestuurszaken” tot in 1977. Geen gevangenis tijdens de Culturele Revolutie, gewoon op post. Nadien werd hij benoemd tot vorserarchivaris, met kennis van zaken van de geschiedenis. Nu is hij gepensioneerd uiteraard.

 

potala

Potala paleis. Ervoor, beneden is wat overblijft van de oude Zhol wijk.

 

10:55 Gepost door infortibet in hervormingen 1959 | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, ballingschap, hervormingen, elite, bestuur

De commentaren zijn gesloten.