14-01-08

Tibetaanse en internationale reacties bij de communistische machtsovername in 1951

 

Geen enkel land ter wereld had in de laatste twee eeuwen Tibet als een onafhankelijk land erkend, Tibet bleef beschouwd als minstens een vazalstaat van China. De communistische machtsovername in 1951 zou daarin geen verandering brengen. De grote zuiderbuur India, zelf onafhankelijk geworden in 1947, gaf bij monde van eerste minister Nehru te kennen dat de Tibetaanse aristocratie maar beter het gezag van Beijing zou erkennen. India beschouwde de kwestie Tibet als een Chinese binnenlandse aangelegenheid en wou ze niet internationaliseren. Engeland, dat nochtans veertig jaar lang een bevoorrechte positie in Tibet had, volgde de Indiase stelling op de voet. Bleef nog één grote internationale speler, de USA. Voor de Tweede Wereldoorlog beschouwden zij Tibet als deel van China en remden toen zelfs Engeland in zijn avances in Tibet. Maar na het einde van de oorlog wensten de USA dat Tibet een religieus bolwerk zou worden tegen het voortschrijdende communisme in Azië (Siberië, Mongolië, China, Korea, Indochina). Zij stonden daarmee echter geïsoleerd, er was geen gemeenschappelijke internationale coalitie mogelijk zoals in Korea het geval was. Daardoor opteerden de USA voor een beperkte strategie: de 14e dalai lama overtuigen om in ballingschap te gaan en clandestien wapens bezorgen aan eventuele Tibetaanse opstandelingen.

De Tibetaanse geestelijke leiders en de aristocratie waren verdeeld over de kwestie. Een deel was voor onderhandelingen met het nieuwe Chinese bewind, een groot deel twijfelde en een minderheid ging in 1951 meteen in ballingschap. Onder deze laatste de familie van de 14e dalai lama en hun fortuin. Twee broers van de 14e dalai lama werden meteen belangrijke verbindingspersonen met de USA, hun enige hoop op steun. De meerderheid van de Tibetaanse elite, inclusief hun Uitgebreide Algemene Vergadering, aanvaardde in 1951 het met China onderhandelde akkoord over "vreedzame bevrijding". Waarmee hun twijfels nog niet weggenomen waren. "Vroeg of laat verliezen wij onze bevoorrechte positie," moeten zij gedacht hebben. Maar zij vonden dat de enigen die hun hulp beloofden er te weinig boden. De schatbewaarder van Tibet, tsipon Shakabpa, was, nog voor de aankomst van het Rode Leger, de belangrijkste gezant van de Tibetaanse overheid om met de USA te onderhandelen. Hij vroeg wat de Amerikanen zouden doen als het vredesoverleg met China mislukte, op welke steun Tibet bij de UNO kon rekenen, of de USA bereid waren om de 14e dalai lama met 100 personen van zijn entourage asiel te bieden en of zij dit wilden bekostigen, of de USA bereid waren wapens en geld ter beschikking te stellen voor een opstand, of de USA de oudere broer van de dalai lama, Taktser Rinpoche, onmiddellijk bij hen in ballingschap wilden toelaten.[1] De USA antwoordden dat zij in de UNO niet het initiatief zouden nemen, dat geld voor ballingschap maar moest komen van de familieschat van de 14e dalai lama, dat de plaats van ballingschap beter dichtbij Tibet zou zijn en niet in de USA, dat de USA bereid waren om lichte wapens te leveren op voorwaarde dat India ze via zijn grondgebied zou laten passeren en dat er Tibetanen werkelijk in het verzet zouden gaan. Taktser daarentegen mocht onmiddellijk naar de USA komen. Men kan begrijpen dat de Tibetaanse elite hier weinig perspectief in zag: geen steun voor onafhankelijkheid, geen grote militaire interventie zoals in Korea, enkel uitzicht op een levenslange ballingschap. Tot daar enkele omstandigheden waarin de "vreedzame bevrijding" tot stand kwam.

Een pikant detail uit het "17 punten programma voor vreedzame bevrijding van Tibet". In punt 7 had de Chinese overheid gesteld dat "er niet zou geraakt worden aan de wortels van de Tibetaanse godsdienst". De Tibetaanse delegatie wilde het woord "wortels" vervangen door "inkomen". In de uiteindelijke tekst werd één zin toegevoegd: "Er zal niet geraakt worden aan het inkomen van de kloosters en de tempels".[2]



[1] Zie correspondenties tussen Tibetaanse instanties, USA, Engeland, India en China, nauwkeurig van dag tot dag geciteerd in "A History of Modern Tibet", Volume 2, pag 104, 124,126, 145, MC Goldstein, University of California Press, 2007.

[2] Ibidem, pag 102.

litang10 (22)

hij overleefde het allemaal

De commentaren zijn gesloten.