22-01-08

rijke boeren

In een interview met "Le Nouvel Observateur" (17/1/2008) zegt de huidige dalai lama dit over rijke Tibetanen in Chinees Tibet: "De weinige positieve ontwikkelingen in Tibet sinds de komst van de Chinezen wegen niet op tegenover alles wat ze te gronde gericht hebben. Er zijn natuurlijk wel enkele Tibetanen die veel privileges kregen - goed wonen en goed betaald worden - en soms uit families komen van wat ze (ex-)lijfeigenen noemen." Daaarmee wil hij min of meer zeggen dat de Chinezen een kleine minderheid Tibetanen omgekocht zouden hebben om hun regime te dienen, een soort goed betaalde collaborateurfunctionarissen. Hijzelf gebruikt dat woord niet, zijn supportersgroepen wel.

Vorige zomer hebben wij nochtans rijke boeren ontmoet, Tibetanen. Ver of lang moesten wij niet zoeken.

kleine eengezinswoning
kolossale ééngezinswoning, waarbij je de benedenverdieping zelfs niet ziet, die zit verscholen achter de omheiningsmuur en ingangspoort.

Op bezoek bij een welgestelde Tibetaanse boerenfamilie in Xiangcheng (Chaktreng), ongeveer op de grens tussen Tibet en de provincie Sichuan. Het is een van de kolossale huizen van de 21 families in een dorp. Dat we tussen de varkens op het gelijkvloers moeten binnengaan om naar de woonvertrekken op het eerste verdiep te komen, bewijst dat het traditionele boeren zijn. Maar groot is onze verwondering boven: rijk uitgerust, prachtige meubelen om nooit meer bij antiquairs te snuffelen. En een decor dat alle artisanaat tart. Bovendien veel ruimte, veel te veel eigenlijk. De familie bouwde het huis twintig jaar geleden. Toen waren ze met tien. De vier kinderen zijn ongeveer het huis uit, twee zonen zijn getrouwd en werken in de stad Xiangcheng. Twee dochters verblijven in het internaat van de hogeschool voor Tibetaanse studies. De patriarch van het huis is een oom monnik en veehandelaar. Tijdens de Culturele Revolutie (1964-1974) moest hij het klooster verlaten en kwam bij de familie wonen. Hij bleef er. Zijn ouders waren in het oude regime geen lijfeigenen zoals de meerderheid van de mensen, maar middelrijke boeren met eigen lijfeigenen. Zij werden niet onteigend tijdens de landhervorming in de jaren zestig. De familie beschikt nu nog steeds over 1 hectare grond, wat het dubbele is van een gemiddelde Chinese boerenfamilie. Daarop produceren zij vooral tarwe, gerst, maïs, aardappelen en serretomaten. Daarnaast hebben ze vier varkens en zes koeien. Maar hun kleine rijkdom verwierven ze door de veehandel van de oommonnik. Dat gaf de familie een bonusinkomen van minimum 1.000 euro per jaar, die ze integraal aan meubels en huishoudtoestellen spendeerden. Geregeld trokken zij ook de bergen in voor het verzamelen van paddestoelen (de befaamde en dure caterpillar fungus) en geneeskrachtige planten om die nadien op de markt te verkopen.

Op de eerste verdieping van de kolossale woonst is er voor de oommonnik een gebedszaal waar wel honderd mensen in kunnen. Wij vroegen hem of zijn huis een fortuin gekost had. "Neen," was zijn antwoord, "enkel de pilaren en de decoratie kostten geld. Voor het bouwen zelf helpen de mensen van het dorp elkaar gratis."

de oommmonnik
de oommonnik, patriarch van het huis, voor de Tibetaanse muurwand van zijn salon. 

 Tibetaans interieur

Een andere muurwand. Waarom vinden zij zoiets nu mooi? Wij hebben toch méér smaak dan die Tibetanen. 

15:30 Gepost door infortibet in dorpen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, china, boeren, monniken, levensstandaard

De commentaren zijn gesloten.