09-11-08

orientaties en problemen van de Tibetaanse economie

Een internationaal seminarie van tibetologen had plaats in Beijing van 13 tot 17 oktober 2008. Ikzelf was er aanwezig. Een opmerkelijke analyse over de economische ontwikkeling van Tibet hoorde ik van professor Sun Yong, een economist en vicevoorzitter van de Academie voor Sociale Wetenschappen in Lhasa. Ik probeer zijn bijdrage samengevat weer te geven.

"De economische ontwikkeling van Tibet is totnogtoe vooral gebaseerd op het openen van de regio door infrastructuurwerken uit te voeren: communicatie, transport, energie, urbanisatie, bouwen van scholen en hospitalen. De trein naar Lhasa is daarbij de kroon op het werk. Momenteel zijn we flink de nadruk aan het leggen op de ecologie: uitbreiden van de beschermde zones, subsidiëring van zonne-energie-installaties, beter gebruik van bronwater en beter beheer van de productie van geneeskruiden. Wij stoten daarbij onherroepelijk op de vaststelling dat het onderwijs in Tibet nog te zwak is. Dit staat in schril contrast met de rijke cultuur. De regio geniet nog steeds van 90% nationale steun voor haar lokaal budget. Dat zal nog een tijd duren. De enige uitweg daaruit is het diversifiëren van de Tibetaanse economie, er zijn nog te veel mensen louter actief in de landbouw en veeteelt. En hun inkomensniveau ligt nog 20% onder het gemiddelde van de rurale bevolking in China. Bij de mensen is er een rem om hun veestapel te verkopen (noot van mezelf: er is teveel vee in Tibet voor het beschikbare gras), 'het vee staat niet op het vetst want er is te weinig gras', zeggen de mensen, of gewoon omdat zij hun traditionele manier van leven niet willen verlaten.

Nochtans is de enige weg naar economische vooruitgang het verminderen van het aantal personen in de landbouw en voor hen die blijven de technieken verbeteren. Een deel van de Tibetanen zal in de diverse kleine stedelijke agglomeraties moeten gaan wonen. Op voorwaarde dat er zich daar banen aanbieden. Dit veronderstelt een zekere industrialisering, waarbij de lichte nijverheid de enige optie is, naast de uitbouw van de diensten voor het toerisme. Tibetanen zullen 'dingen' moeten produceren en zelfs leren competitief te zijn met de rest van China, waarbij ze zich marketing- en managementtechnieken zullen moeten eigen maken. Die lichte industrie moet op hun noden gericht zijn: nagaan wat ze zelf nodig hebben en hen vormen om die dingen zelf te produceren. Ook kleine bedrijven die de lokale landbouwproducten verpakken of transformeren. Het privé-initiatief mag daarbij wat meer plaats krijgen (noot van mezelf: quasi afwezig tot nu in de 'industriële' productie van Tibet). Daarnaast kan de rijke Tibetaanse cultuur dienen om meer uit te voeren naar het binneland van China en naar de omliggende landen. De buitenlandse handel van Tibet is momenteel te zwak. Het bevorderen van de grenshandel met Nepal en India is een belangrijke troef voor de toekomst. Een betere weg of een trein naar die landen kan de Tibetanen een betere handelssituatie bezorgen. Dat er een vlotte communicatie ontstaat tussen Nepal, via Lhasa tot Chengdu, is goed voor Tibet en voor de rest van China."

Sun Yong voegde eraan toe dat de materiële situatie van de Tibetaanse families er flink op verbeterd is, maar dat de economische structuur nog niet veranderd is: Tibet blijft nog een agrarische gemeenschap, flink gesteund door de staat. Deze "dubbelspoor"-ontwikkeling zal nog een lange tijd doorgaan. Tibet heeft nood aan verstedelijking, verhoging van het technisch niveau van de productie en scholing in technische en beheervaardigheden.

Jp desimpelaere

 

 

 

te veel vee

te veel vee, te weinig gras. Hier de strorestjes na de oogst.

19:53 Gepost door infortibet in economie algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, economie, landbouw, industrie, tradities

De commentaren zijn gesloten.