29-01-09

Het boeddhisme van de Buryat Mongolen: terug van weggeweest

Een Buryat Mongool (Buryatia is de streek van het huidige Ulan Ude in Siberië) had het in het begin van de 20e eeuw tot raadgever gebracht van de toenmalige 13e dalai lama. Zijn naam was Dorjeff et hij diende als verbindingsman met Tsaristisch Rusland in het grote steekspel in Azië omwille van invloedssferen tussen Engeland en Rusland, waarbij Tibet voor beiden een begeerde brok was. De Engelsen wonnen, dat weten we, en in Rusland verdween de tsaar. De boeddhistische kloosters in Buryatia verloren hun gronden en hun voorechten (vergelijkbaar met die van het oude Tibet) in de late jaren ’20.

De huidige 14e dalai lama bracht reeds een eerste bezoek aan Buryatia in 1979, nog lang voor het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Hij kon er duizenden gelovigen enthousiast maken. Vanaf 1990 herrees de boeddhistische “kerk” in Buryatia. Daarbij hielp de 14e dalai lama, hij stuurde vanaf 1993 vanuit India verschillende “leraars”. Vanaf 1994 ontvangen de Tibetaanse kloosters in India ook Buryat leerlingen. De Buryat lama’s zijn voorstander van een soort onafhankelijkheid van Buryatia.

Bron: Irina Garri, Institute for Mongolian, Buddhist and Tibetan Studies, Siberian Branch of the Russian Academy of Sciences, op een internationaal seminarie in Beijing, oktober 2008, fragmenten uit haar presentatietekst.

18:50 Gepost door infortibet in buurlanden | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, mongolen, onafhankelijkheid, dalai lama, rusland

de verhouding "lama" tot "beschermheer"

De voorstanders van de onafhankelijkheid van Tibet voeren aan dat Tibet eigenlijk niet bij China ingelijfd werd in de 13e eeuw, maar dat er een bijzondere "relatie" ontstond tussen de Mongoolse heersers van het Chinese keizerrijk van toen en de Tibetaanse leiders: deze laatste werden de "spirituele meesters" van de keizers, in ruil voor "bescherming". "De territoriale integriteit van Tibet bleef en het werd nooit politiek onderworpen," aldus de huidige dalai lama en de voorstanders nu van onafhankelijkheid.

Tibetaanse annalen[1] van die periode spreken dit echter tegen. De Mongoolse legers waren vanaf 1206 actief in Tibet, nog voor sprake was van "bekering tot het boeddhisme". Zij kregen gebieden in handen van Centraal-Tibet tot West-Tibet. Het beroemde Reting klooster werd door hen vernield, naast nog enkele andere in Noord-Tibet. Zij lijfden Tibetanen in bij hun leger. De politieke integratie van Tibet in het Mongoolse Rijk gebeurde gedurende de eerste helft van de 13e eeuw. Tibet was toen erg versnipperd, lokale clanleiders en kloosterorden onderwierpen zich één na één aan de legers van Genghis Khan (1162-1227), van Godan of van andere Mongoolse prinsen. Deze waren toen nog geen boeddhisten, zij waren niet op "spirituele zoektocht" maar op militaire veldtocht. Pas in de tweede helft van de 13e eeuw namen de Mongolen het Tibetaanse boeddhisme over als één van de erkende staatsgodsdiensten (Nestorianen en moslims hadden ook hun plaatsje). In hun groot rijk kwam een hiërarchisch gestructureerde godsdienst beter van pas dan hun clananimisme van weleer. Een Tibetaanse "meester-lama" werd pas in 1260 "kardinaal" aan het hof van Kublai Khan (1216-1294) in Beijing. Dit lag aan de basis van wat men nu nog noemt de "verhouding lama tot beschermheer".

 

Een ander punt, dat meestal niet vermeld wordt door de voorstanders van onafhankelijkheid, is dat in diezelfde 13e eeuw de basis gelegd werd voor het  afzonderlijk politiek en militair bestuur van de huidige Chinese provincie Qinghai. Prins Godan kreeg het gebied van Kublai Khan als persoonlijk wingewest, waardoor het niet onder het gezag van Lhasa viel. Het was ook niet door Tibetanen bevolkt in die tijd, het waren de "Xia", die er woonden, maar die werden ongeveer uitgeroeid in 1227 door de Mongoolse troepen. De huidige voorstanders van de onafhankelijkheid van Tibet eisen "Groot Tibet" als gebied, met de volledige provincie Qinghai erin, zeggende dat die "altijd" tot het Tibetaanse rijk behoord heeft tot aan de machtsovername door het communistisch regime.



[1] aldus professor Soinam Benjor in het tijdschrift "China's Tibet", zomer 1992. Gelijkaardig verhaal bij Gyurme Dorje, "Tibet Handbook" (met voorwoord van de huidige dalai lama), Footprint Handbook, England, 1996. Zo ook bij Zheng Shan, "A History of Development of Tibet", Foreign Languages Press, Beijing, 2001. Zie ook R.A. Stein, "La Civilisation Tibétaine", L'Asiathèque, rééd. 1996, pages 42-46, waar blijkt dat de "Mongoolse connectie" nog ingewikkelder was dan hierboven geschetst. Stein schuift de "uiteindelijke bekering tot het boeddhisme" van de Mongolen naar een veel latere periode, naar einde 16e eeuw.

26-01-09

De graanschuur van Tibet

Als men over Tibet spreekt, dan moet men het over de boeren hebben, die 83 %[1]  van de bevolking uitmaken.

In oktober 2008 kon ik hen de oogst zien binnenhalen, samen met een vriend en tolk. De contacten met de landbouwers verliepen zonder begeleiding van lokale politici. Niet dat ik geen vertrouwen kan geven aan lokale overheden – daar had ik in het verleden al verschillende malen mee te maken – maar voor onze gevoelige Westerse oren klinkt het neutraler als ik die mensen negeer. Wat niet mijn mening is, maar kom, deze keer alleen op pad met mijn Tibetaanse gezel. Uit ervaring weet ik ook dat Tibetanen ronduit hun mening zeggen, directer dan de Han Chinezen en zelfs tegenover een vreemde snuit.

De graanschuur van Tibet is de streek ten westen van Lhasa, met de steden Gyangze en Xigaze als centrum.

Wij stoppen in een dorp waar de naoogst nog volop aan de gang is. Het is ongeveer 10 uur in de voormiddag en het vriest nog flink, de irrigatiekanaaltjes zijn nog bevroren. Ik vraag me af of dit deel uitmaakt van het idyllisch beeld van Tibet dat wij in het Westen hebben: ’s morgens bij de eerste klaarte een trui meer aantrekken en in de snijdende wind bij -5°C beginnen te dorsen, daar moet je spiritueel sterk voor staan. “Er viel genoeg regen in de streek het afgelopen jaar en er waren geen rampen,” zo vertelt een boer ons, “de oogst is goed.” Hij ziet er glunderend uit in de zon. Dat bewerken van de oogst is spectaculair in de streek: elk dorp is er simultaan mee bezig en de dorpen liggen hier op gezichtsafstand. Daarenboven is in ieder dorp elke familie tegelijk aan het werk, meestal op een daarvoor voorziene platgestampte grond, centraal in het dorp. De grootmoeders zorgen voor de kleine kinderen, de grotere kinderen zijn naar school, waar ze tijdens de week blijven slapen, kost en inwoon, schooluniformen, boeken en schriftjes gratis.

Voor de bewerking van de oogst hebben de boeren enkele zeer primitieve werktuigen of machines. Het dorsen gebeurt met een ouderwetse dorsvlegel. Met een vork gooien ze dat mengsel stro en granen de hoogte in en een elektrische ventilator op een voet blaast het kaf eruit. In een ander dorp hebben ze een soort kanonblazer die het mengsel schuin de hoogte in blaast, waarbij de graankorrels verder vliegen dan het kaf, tot op een groot plastieken zeil op de grond. Dit gaat vrij vlug en het “kanon” verhuist dan ook van familie naar familie. Het stro wordt in zakken gepropt als wintervoorraad voor de dieren.

Melkkoeien

De oogst was al binnen in deze oktobermaand bij de familie van Pema, 55 jaar en de “vrouw des huizes”. Met haar man heeft zij vijf grote kinderen, één dochter en vier zonen. De dochter is uitgehuwd en woont niet meer in. Drie zonen wonen wel nog in en delen één vrouw, naar oude Tibetaanse gewoonte. Dat viertal heeft drie kleine kinderen, drie jongens. Een vierde zoon is monnik in Gyangze. Het mannelijke overheerst nogal maar als boerenbedrijf doen zij het goed, mevrouw Pema is zaakvoerder en boze goden worden afgeweerd door de vierde zoon in het klooster. Indertijd bij de ontmanteling van de communestructuur, kreeg Pema een flink stuk grond toebedeeld omdat ze vijf kinderen had: 25 mu of bijna 2 hectare. Zij verbouwen er traditioneel gerst op, waarvan zij er jaarlijks vier ton kunnen verkopen, de rest is voor eigen gebruik. Dat brengt hen ongeveer 600 euro op. Maar zij gingen ook in op enkele kansen die de overheid bood om hun bedrijfje te diversifiëren: de staat gaf 50% aankoopsubsidie voor speciale melkkoeien, die meer melk geven dan yaks. De familie heeft er nu 11 en specialiseert zich in het produceren van melk en kaas. Voor het voederen van de koeien in de winter krijgt de familie Pema gratis een zekere hoeveelheid maïs van de overheid.

mevr pema

Mevrouw Pema en een paar van de "mannen in het huis".

De meeste Tibetaanse boeren hadden 10 jaar geleden niets anders dan het geldelijk inkomen van hun gerst, waardoor zij amper aan de helft kwamen van het Chinese nationale gemiddelde inkomen van de boeren. Twee evoluties brengen daar nu stilaan verandering in: de landbouw diversifieert en in de winter is bijklussen in de bouw of in het transport mogelijk. Twee zonen van Pema gaan van november tot april in de stad werken. Zij hebben een kleine tractor met aanhangwagen, een investering voor hen van 1500 euro. De familie bezit ook een kleine dorsmachine, 400 euro. Hun diverse activiteiten brengen het totale geldelijk inkomen van de familie net boven de 2.000 euro per jaar, wat ongeveer overeenkomt met het gemiddelde van de boeren in China. Hun inkomen wordt niet belast. Dat zijn nog minieme bedragen, slechts iets meer dan de internationale armoedenorm van 1 dollar per dag per persoon.

Voor 1959 was er in Tibet onder de gewone mensen bijna geen geld in omloop, zij moesten de oogst grotendeels afgeven aan de heer of aan de kloosters en wat overbleef was nauwelijks genoeg om zelf te overleven. Er was een beetje ruilhandel en geld was praktisch onbestaande. De elite had wel geld, zij waren miljardairs bij manier van spreken. Twee voorbeelden. In 1951, net voor de aankomst van het Rode Leger in Lhasa, liet de familie van de 14e dalai lama met een karavaan van honderden geladen muilezels de familieschat in veiligheid brengen in Sikkim. De schat kwam nooit terug. De boekhouder van het Potala paleis schrijft in zijn memoires dat de totale waarde ervan ongeveer 5 miljoen USdollar (van toen) bedroeg.[2]

Een ander voorbeeld: de regentlama voor Tibet tijdens de jonge jaren van de 9e en de 10e dalai lama (die beiden jong stierven) werd in 1844 afgezet door de Chinese Qing keizer Daogang wegens corruptie. Zijn fortuin van 144.000 zilverstukken (taëls) werd aangeslagen en verdeeld onder de kloosters in de streek van Xigaze. Zijn ruime provisies (300 hl rijst, 7.000 hl gerst en tarwe samen) gingen deels naar de lokale functionarissen en deels naar het Chinese leger.[3]   

 

Huizen

Mevrouw Pema heeft een prachtig groot huis, naar onze normen een grote villa, maar zonder verwarming. De overheid stimuleert sinds vijf jaar de landelijke Tibetaanse bevolking om zich een deftig nieuw huis te bouwen en geeft daarbij subsidies naargelang het inkomen (meer indien minder). De kantonale overheden hebben zelfs de vrijheid om delen van het budget te besteden aan gratis woningen voor arme families.

De familie van Pema was niet van de armste en aan hen werd slechts 10% bouwsubsidie toegekend. Hun woning kostte 10.000 euro, hoofdzakelijk aan bouwmaterialen, want het bouwen dat deden zij zelf, volgens een traditioneel patroon voor de streek. Alle huizen zijn gelijk behalve de versiering en de meubelen. In alle huizen is er een religieuze kamer. Die van Pema is groot, 5m op 8m. Een beeld van Sakyamuni en een van Padmasambhava, grondlegger van het Tibetaanse boeddhisme in de 8e eeuw, naast foto’s van de 9e, de 10e en de 11e panchen lama. Ik vraag hen of ze dagelijks in de religieuze ruimte komen. Neen, slechts enkele malen per jaar of bij speciale gebeurtenissen zoals geboortes, ziekten of overlijden. De kamer is als het ware het “woonvertrek” voor Boeddha en zijn illustere discipelen. Zij toont mij een kader met foto’s van haar familie. Haar broer is “intendant” van de huidige 11e panchen lama. Intendant is een soort kamerjongen of heer belast met het huishouden van de panchen lama. En wat denken zij van de rellen in Lhasa in maart 2008? Mevrouw Pema vindt die zeer erg voor Tibet, volgens haar zijn het ‘bandieten’ die ze veroorzaakten. Maar of de 14e dalai lama er voor iets tussen zat (wat de Chinese regering zegt), daarop antwoordt zij: “Onze godsdienst verbiedt ons om iets kwaads te zeggen over de 14e dalai lama. Dat zou ons karma voor onze toekomstige levens kunnen beïnvloeden.”



[1] Tibet Statistical Yearbook 2008

[2] Tashi Tsering, autobiography, pag57-58, East Gate Books, USA, 1997.

[3] Biography of the 11th dalai lama, rapporten van Qing commissaris Qishang, geciteerd in “The system of the dalai lama reincarnation”, Chen Qingying, China International Press, 2005


16:58 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dorpen, inkomen, overheidssteun, families

12-01-09

Changtang, een dierenpark op 5.000m

Fragmenten uit een artikel van George B. Schaller, Wildlife Conservation Society, verschenen in “China’s Tibet”, 2/08.

Schaller doorkruiste “Changtang” ongeveer jaarlijks sinds 1985.

 

Changtang is het hoogste deel van het plateau in Tibet, goed voor 300.000 km2, bijna zo groot als Frankrijk, met gemiddelde hoogte op 5.000m. Er leven dieren en er wonen mensen. Het evenwicht tussen beiden is zeer labiel. Waar vroeger slechts één familie leefde zonder buren, kilometers in het rond, verblijven er nu elf in elkaars nabijheid. Dat komt door de bevolkingsaangroei, Tibetanen uit dichter bevolkte streken wijken uit naar Changtang, hoewel de natuurlijke condities er lastiger zijn. In het kanton Palgon, bijvoorbeeld, steeg het aantal families van 90 tot 137, tussen 1970 en nu. Het vee nam evenzeer toe: van 45.000 naar 79.000, met een negatief effect op de schaarse graslanden, waarvan vele vroeger enkel in de korte zomer slechts door sporadische nomadenkuddes begraasd werden. Sinds 1993 is het gehele gebied als beschermde natuurzone bestempeld, met gelijke rechten voor herders met hun kuddes en voor wilde dieren. Schaller stelde vast dat de herders het duidelijk beter hebben dan einde jaren tachtig. Zij hebben een huis, soms meer dan één, rijden per moto en vrachtwagen, kijken naar satelliet-TV, gevoed door zonnepanelen en bereiden boterthee met een elektrische mixer. Maar wat gebeurt er met het wildleven? Zeldzame bezoekers begin 20e eeuw hadden het over kuddes van een paar tienduizend antilopen (chiru) tegelijk of honderden wilde yaks op één heuvelrug. Dat beeld is nu fel uitgedund. Toch stelt Schaller dat het wildleven niet met uitsterven bedreigd is. In 2006 trok hij door Changtang van west naar oost en kon er “zomaar” 8.000 antilopen tellen, 1100 wilde yaks, 800 wilde ezels en 20 wolven. Maar er zijn gevaren.

 

Het vroegere Chinese “communesysteem” – gronden en vee collectief beheerd – was beter voor… het wildleven, zo stelt Schaller vast! Waarom? Elke familie is nu een “privéveehouder” of “rancher” zoals hij het noemt. Een grote graasoppervlakte, zoiets als 7.000 hectare, is “hun” domein, voor vijftig jaar in bruikleen. De tendens is om dat terrein af te bakenen, er prikkeldraad rond te zetten. De lokale overheid subsidieert zelfs royaal die afsluitingen. Dat nemen de wilde yaks, ezels of antilopen hen kwalijk, zij zien het gras onder hun hoeven verdwijnen. Bovendien, de “rancher” is geneigd zijn om “zijn” gras te beschermen en mogelijke wilde mee-eters neer te knallen. Dan hebben we nog niets gezegd over de verleiding om een wilde yak te schieten voor zijn vlees.

 

Mensen en beren hebben het ook moeilijk met elkaar. De wilde bruine beren generen zich niet om met gekraak binnen te dringen in de huizen en er zich tegoed te doen aan de gerstvoorraad en de boter. ’s Nachts komen zij dan af op de schapen en de geiten binnen de omheining rond het huis. Lynxen en wolven nemen ook hun hap mee. Dit alles maakt het moeilijk voor de herders om het “natuurreservaat” in ere te houden.

Schaller suggereert enkele maatregelen. Vooreerst het beperken, zoniet het verminderen, van het aantal mensen in het gebied. Waardoor de druk van de kuddes ook geringer zou worden. Voorts: stoppen met het bouwen van afsluitingen, geen nieuwe wegen aanleggen, problemen lokaal aanpakken, niet algemeen, verschillende oplossingen overwegen en testen, zich niet tevreden stellen met één enkele. Maar vooral: een management aanstellen, want voor het ogenblik is er geen speciaal beheer.

antilopen
als je intens kijkt, zie je enkele antilopen (eigen amateuristische foto) 

20:34 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, natuurparken, dieren, jagers

11-01-09

Gewoon nieuwjaar, Chinees lentefeest en Tibetaans nieuwjaar.

Vanaf midden december tot eind februari is Lhasa in feeststemming rond drie nieuwjaarsvieringen, in volgorde: het Westerse, het Chinese en het Tibetaanse. Het Tibetaanse nieuwjaar (Losar) dateert van voor de boeddhistische periode (dierenoffers aan de goden) en valt samen met de tweede volle maan na de zonnewende van 21 december. Het Chinese nieuwjaar of lentefeest komt dit jaar iets vroeger, met de tweede nieuwe maan na de zonnewende. Tijdens de Losar-periode zijn het vooral Tibetanen van Tibet zelf, die naar Lhasa trekken. Het Chinees lentefeest dan geeft tienduizenden Tibetanen uit de rest van China de kans om familie en kennissen op te zoeken in Lhasa, of als pelgrimsmoment, of gewoon om koopjes te doen, omdat ze dan minstens een week verlof hebben. Lhasa is echter vooral een toeristische topper tijdens het Chinese lentefeest. In het totaal worden in 2009 bijna één miljoen bezoekers verwacht in de hoofdstad tijdens die periode, alle nationaliteiten bijeen, dubbel zoveel als het aantal inwoners van het arrondissement Lhasa. Tibetanen blijven soms één of twee maanden in de stad, bezoeken de tempels, zoeken wat tijdelijk werk om hun reis te bekostigen, verhandelen een en ander, en logeren dikwijls in kleine zeer sobere en donkere kamertjes (drie op drie meter, zonder toilet noch water, soms vier mensen bijeen) in het oude stadscentrum. Die kosten hen 150 yuan per maand (ongeveer 15 euro).

16:27 Gepost door infortibet in toerisme | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, china, feesten

09-01-09

Een brief van de 14e dalai lama aan "alle Tibetanen"

In die "boodschap" staan enkele straffe uitspraken.

(tekst te vinden op de persoonlijke website van de dalai lama, onder "news", 14 november 2008)

"Toen ik spirituele en politieke leider was in Tibet heb ik hard gewerkt om een democratie uit te bouwen in Tibet. Jammer genoeg waren wij niet in staat om dat te doen door de wrede repressie vanwege de Volksrepubliek China."

Dat is compleet het tegenovergestelde van wat gebeurde in de jaren vijftig. Het was de Chinese overheid die de Tibetaanse elite aanspoorde om enkele hervormingen door te voeren en ze zelfs niet oplegde. Het feodale systeem mocht bij overeenkomst veranderd worden door... de Tibetaanse elite zelf, zonder verplichting. Maar de toenmalige regering van de 14e dalai lama weigerde om stappen te zetten. "De dalai lama, hoewel hij de heerser was, bleef passief... was niet gemotiveerd om tussenbeide te komen."[1]

 

"De Tibetaanse gemeenschap in ballingschap beschikt nu over een waarachtige moderne democratische structuur, die moet dienen om straks Tibet een stevig en duurzaam bestuur te geven"

Eerst dit: hier zegt hij duidelijk - duidelijker dan in de "onderhandelingstekst" met Beijing - dat het zijn bedoeling is om in een toekomstig "autonoom" Tibet een ander systeem in te voeren dan wat de Chinese grondwet voorziet.

Maar vooral: dat systeem, voorzien in hun charter[2], is een halfklerikaal systeem zonder scheiding van kerk en staat, met de dalai lama als staatshoofd, die bovendien verregaande persoonlijke bevoegdheden behoudt, zoals het eigenhandig voorschrijven van wetten.[3] Ten slotte weten we ook dat de leidende organen van de "Tibetaanse regering in ballingschap" een flinke dosis leden van belangrijke adellijke families bevatten.[4]

 "Alle Tibetanen moeten achter de 'Central Tibetan Administration'[5] staan."

De CTA-mensen vormen geen wettige regering maar zijn ex-opstandelingen die gevlucht zijn. Eisen dat alle Tibetanen die als hun echte vertegenwoordigers erkennen is de opstand blijven prediken binnen Tibet.

"Mijn gematigde weg van 'autonomie' in plaats van 'onafhankelijkheid' heb ik van bij het begin van de jaren zeventig geformuleerd."

In 1987, in een belangrijke toespraak voor het Amerikaanse Congres heeft hij het nog over "onafhankelijkheid".[6]

 "Er zijn geen positieve tekenen noch veranderingen in Tibet."

Bijna alle kaders zijn Tibetanen. Maar vooral de leefomstandigheden zijn enorm verbeterd, ga maar kijken. Zou de levenskwaliteit voor hem "geen teken" zijn? De dalai lama is negen van zijn broers en zusters vergeten die als klein kind stierven.

 "In maart 2008 hebben Tibetanen heldhaftig hun leven geriskeerd op een vreedzame en wettelijke manier."

Terwijl alle Westerse getuigen en ook deels de media het brutaal gewelddadige van de incidenten beschreven en fotografeerden. Deze uitspraak lijkt op "klop er maar op los, ik praat jullie wel goed."



[1] Zie hiervoor o.a. hoofdstuk 15 « Winds of Change » van « A History of Modern Tibet, the calm before the storm, 1951-1955", MC Goldstein, University of California, 2007, pag 399-421.

[2] 1991, www.tibet.com/govt/charter.html

[3] Ibidem.

[4] Zie daarvoor : « Democratie voor mijn familie », infortibet.

[5] CTA= "regering in ballingschap"

[6] Persoonlijke website van de dalai lama, « statements ».

08-01-09

nepdemocratie

Democratie voor mijn familie

 De 14e dalai lama verkondigt overal ter wereld dat zijn regering in ballingschap nu al democratisch is en daardoor een flinke voorsprong heeft op het Chinese regime. Een Australische journalist bekeek dit van dichterbij en zag vele familieleden van de 14e dalai lama op de hoogste posten gedurende de laatste decennia. Via eigen info kon ik er nog enkele aan toe voegen, in feite hebben al zijn broers en zusters hoge posten gekregen.

 (Michael Backman, 23/5/2007. "Australian financial review", bijgevuld met eigen info).

 In de hoogste kringen van de Tibetaanse gemeenschap in het buitenland vinden we verschillende familieleden van de 14e dalai lama.

 * Thubten Norbu (Taktse rinpoche), geestelijke en oudste broer van de 14e dalai lama (overleden in 2008), was de vertegenwoordiger in de USA van de dalai lama (naast lang directeur van "Radio Free Asia").

* Een tweede oudere broer, Gyalo Thondup, is de machtigste man na de dalai lama. Hij was "eerste minister in ballingschap" (1991-1993) en minister van veiligheid (1993-1996). Is de CIA verbindingsman sinds 1951. (noot: de schoonvader van Gyalo Thondup is een gepensioneerde Guomindang generaal, Chu Shihkuei, die loyaal werd tegenover de communisten (Goldst 2, pag 42). Gyalo bezit privéresidenties o.a. in Delhi, Darjeeling, Colombo en Hongkong.

* een jongere zuster, Jetsun Pema: "minister van gezondheid" van 1990 tot 1993. Maar bijna haar gehele leven al verantwoordelijk voor het "Tibetan Children's Village", waarlangs heel wat giften uit het buitenland binnenstroomden. Zij was één van de medeoprichters van het "Tibetan Youth Congres, TYC", de radicaalste groep binnen de Tibetaanse gemeenschap in het buitenland.

* haar man, Tempa Tsering, is sinds 2006 "minister van informatie en internationale relaties".

* de jongste broer van de 14e dalai lama, lama Ngari Rinpoche, werd de tweede voorzitter van het TYC. Hij was 5 jaar officier in de "Tibetaanse grenstroepen" in India (Special Foreign Forces) en werd nadien privésecretaris van de dalai lama.

* Zijn vrouw, Rinchen Khando Choegyal was "instructeur voor de vrouwelijke soldaten in de Special Foreign Forces", nadien voorzitster van de "Tibetan Women's Association" en vanaf 1993 "minister van onderwijs" voor 8 jaar, waarbij zij voornamelijk bepaalde welke Tibetaanse studenten met een beurs naar de USA mochten.

* Takla Phuntso Tashi, de man van een andere zus van de 14e dalai lama, Dolma Tsering, als hoofd van het "bureau voor internationale relaties" en als "minister van veiligheid" van de 5e kashag. Hun dochter zetelde in het parlement. Tsering Dolma stierf echter jong (1964).

* Kesang Yangkyi Takla, de tweede vrouw van Takla Phuntso Tashi, was hoofd van het "bureau voor internationale relaties" en vertegenwoordigster voor Noord-Europa. Sinds 2006 is zij "minister van gezondheid".

* een jongere broer van de 14e dalai lama, Lobsang Samden, was zijn hoofdsecretaris (jigyab khembo) van 1952 tot 1956. In ballingschap was hij lang "minister van gezondheid". Zijn vrouw diende bij hem als secretaresse en werd ook een tijd "minister van opvoeding".

 Alle macht aan de dalai lama

 In 1991 werd er een "charter voor de Tibetanen in ballingschap" opgesteld. Dat is nog van toepassing tot op heden. Daarin staat duidelijk dat de dalai lama meer te zeggen heeft dan onze koning. Hij is het staatshoofd (dat is hetzelfde), maar beschikt over bijzondere bevoegdheden: hij kan "ministers" afzetten, hij kan het "parlement" naar huis sturen, hij kan eigen wetten uitvaardigen, hij kan eigenzinnig mensen benoemen.[1] In november 2008 herbevestigde een congres van de Tibetaanse bannelingen de absolute macht van de dalai lama.[2]

Op religieus gebied vaardigde de 14e dalai lama op 6 juni 1996 een verbod uit op het vereren van de godheid Shugden.[3] Een religieuze culturele revolutie volgde, groepen beeldenstormers werden uitgestuurd naar alle tempels in India om het beeld van Shugden te vernietigen.

Een Tibetaanse ballingenkrant ("The independant") publiceerde eind 1995 een cartoon met als titel "de huidige toestand van de Tibetaanse democratie". Daarop was een gebouw te zien met drie pilaren: "wetgevend, juridisch en uitvoerend". De pilaar "wetgevend" steunde het dak, maar kwam niet tot aan de grond. De pilaar "juridisch" stond op de grond maar kwam niet tot aan het dak. Enkel de "uitvoerende" steunde het dak en stond op de grond. De commentaar was: "In de huidige Tibetaanse regering in ballingschap is er geen controlerend orgaan. Al het werk is enkel gericht op het voldoen van de wensen van de dalai lama. Wat is dat voor een democratie?"[4]



[1] www.tibet.com/govt/charter.html

[2] Zie website CTA (Central Tibetan Administration)

[3] Zie persoonlijke website van de dalai lama en ook een uitzending op France-Antenne2 van 9 oktober 2008.

[4] Agence de presse Xinhua, 29/12/2008

21:07 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ballingschap, shugden, tibet, democratie