28-02-09

Het dorp Narthang in Tibet

In het dorp Narthang, ten westen van Xigaze wonen een honderdtal families op een vrij zanderige glooiing. De rivier is ver weg en de berghelling verderop is vrijwel kaal. Boer Tashi heeft net 15 ton gerst binnengehaald. Dat is veel, maar hij heeft ook 4 ha. Toch kan hij elk jaar slechts de helft uitbaten omdat er geen water genoeg is voor alle velden van het dorp. “Tijdens de Culturele Revolutie bouwden wij een dam om regenwater op te slaan in de nabije bergen, maar de capaciteit van het kleine stuwmeer bleef te laag om genoeg water naar de velden te brengen,” aldus Tashi, “gedurende vele perioden van het jaar moest drinkwater nog per ezel aangevoerd worden. Vijftien jaar geleden liet de overheid hier een waterput boren, sindsdien hebben we direct drinkwater en nog genoeg voor gedeeltelijke irrigatie.” Het is koud bij hen binnen in huis, net zoals bij de andere boeren. Tashi draagt een door de familie gemaakte vest in schapenvacht. Ik zit er 100% polyester naast. Al hun kledij en de tapijten zijn ter plaatse gefabriceerd. Een foto van de familie: zij wonen er met z’n elven. Er zijn drie broers die één vrouw delen. Samen hebben zij 4 grote kinderen, van wie er twee zonen inwonen met één gezamenlijke vrouw en vier kinderen. Een familiefoto is altijd een beetje ingewikkeld in Tibet, vooral als er dan nog omen bij komen kijken. Een andere zoon werkt in het bosbeheer in Zedang ten oosten van Lhasa en één dochter studeert aan een universiteit in binnenland China. Het is dikwijls zo dat landelijke families één van hun kinderen laten verder studeren, een soort voorzichtige levensverzekering voor de toekomst.

De familie Tashi heeft ongeveer 100 schapen en 12 koeien. Zeven melkkoeien, één stier en vier kalveren. Die staan binnen op het gelijkvloers. De dieren dienen praktisch uitsluitend voor de eigen voeding. Van de graanoogst gebruiken zij 20% om gerstebier mee te maken, wat ze dagelijks drinken. Een ander klein derde is voor de dieren, 15 % is voor de eigen voeding en een laatste derde wordt verkocht. De familie Tashi is momenteel aan de afwerking van hun nieuw huis bezig. Zoals bij andere families gaat de grootste kost naar de houten pilaren en balken. Eén zo’n balk, 2,5m  lang en 20cm op 20cm, kost hen ongeveer 20 euro. In 4/5e van Tibet staat er geen enkele boom die zo’n balk kan voortbrengen. Zij worden aangevoerd vanuit Sichuan. De enorme huizen, die de Tibetanen bouwen, vereisen een flinke collectie van die balken, zij vormen het volledige geraamte. De bouwstenen maken ze zelf, maar de tegelafwerking van de gevels kopen zij. Alle materialen samen kosten hen ongeveer 5.000 euro. Hun interieur is nog arm: oude vetbruine kastjes, geen ‘geïnstalleerde keuken’ uiteraard, weinig potten en serviezen, enkel een kleine TV getuigt van de eerste luxe. Twee van de broers proberen in de winter wat bij te klussen in Xigaze, voor wat extra inkomen. Eén van de kleinkinderen, een jongen van 13 schat ik, is thuis. Ik vraag hen waarom hij niet op school is. “Hij is de herder,” was het antwoord van Tashi. “En wat is je vurigste wens voor de toekomst?” vaag ik hem nog. Na kort nadenken zegt Tashi stralend: “dat de kleinkinderen lang naar school kunnen gaan en dat de familie kan samenblijven.”

 narthang

het huis van Tashi in aanbouw

19:21 Gepost door infortibet in dorpen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ontwikkeling, landbouw, tibet

De commentaren zijn gesloten.