28-02-09

Het Narthang klooster in Tibet

Dit kleine klooster bevindt zich in de nabijheid van het gelijknamige dorp ten westen van Xigaze. Het werd in 1153 gesticht door een lama van de kadampa school.[1] Het klooster werd in de 18e eeuw een belangrijk centrum voor het drukken – met ingekerfde houten blokken - van sutra’s. Enkele duizenden van die blokken liggen er nog opgestapeld, een ander deel ging verloren tijdens de Culturele Revolutie. Zo ook een groot deel van de gebouwen, slechts enkele hoofdgebouwen blijven over, veel werd gesloopt. Van de 18 stupa’s verspreid over het terrein kan je nog scherven bij hopen oprapen. Door toedoen van de 10e panchen lama werd het klooster in een minivorm opnieuw tot leven gewekt. Een vijftigtal monniken houdt de kadampa traditie nu nog in eer. De foto van de vorige abt, begin 20e eeuw en in Westerse kledij, prijkt er in één van de zaaltjes. Zijn slaapkamer staat open voor bezoek en centen. Dawa zegt me dat vrijwel alle kloosters en tempels in Tibet opnieuw functioneren, zij het dikwijls in gereduceerde vorm. Hier werd in 2000 één stupa nieuw heropgericht. Wij waren de enige bezoekers op dat moment. Toch lagen de gebedszalen vol met bankbriefjes, soms grote. In twee zaaltjes waren twee monniken bezig met het verzamelen en tellen van de talrijke geldelijke giften. De kloosters zijn geen machtscentrum meer zoals vroeger, maar toch een soort schaduwministerie van financiën.

Per zaal gaf één monnik – het waren jonge dertigers – ons uitleg, sereen en uitgebreid. Het was geen toeristische taal, zij communiceerden hun geloof. Dit deed me denken aan een Frans-Chinese dame, die een boek schreef over het leven van de dalai lama’s en in een interview in Parijs ooit zei dat de “echte geest van het boeddhisme dood is in Tibet”. Geen sprake van, volgens mij. Vraag het maar aan de mensen ginder. Natuurlijk is er veel bijgeloof in Tibet, toch wat wij als bijgeloof bestempelen. Maar dat is er ginds sinds het ontstaan van het boeddhisme daar, het is enkel recent in Europa dat sommigen het Tibetaanse boeddhisme wat willen “afstoffen”. In verband met het Narthang klooster kan ik de ontstaanslegende meegeven. Alles begon met Atisha. Op zijn doortocht vanuit het kleine koninkrijk Guge (nabij de Kailash berg in West-Tibet) naar Lhasa, houdt hij halt in Narthang, niet bepaald aantrekkelijk als plaats, maar er wonen een aantal mensen. Achter het dorp ziet hij een groot stuk braakland, richting berghellingen, en zendt er een knecht naar toe. Die komt terug met de melding dat hij er niets zag buiten 16 bijen in lage struikjes. Atisha zegt: “Dat moeten de 16 arrhats[2] zijn!” en beslist om er een tempel te laten bouwen. Veel later is het de 1e dalai lama, die er zijn intrek neemt terwijl hij het hoofdkloosters van Xigaze laat bouwen. Er ligt nog een plankje met de mantra “um mani padme hum” van zijn handschrift.

In een van de tempelzaaltjes hangt een afgedekte kruik met water. Een bijzonder verhaal. Jaarlijks wordt die met vers water gevuld in april. Als het volgende jaar in april het water lager staat, dan voorspelt dit droogte en dus slechte oogst. Staat het iets hoger, dan zijn de vooruitzichten prima. Stinkt het, dan is er onheil op komst. De mensen van het dorp komen in april van het oude water drinken, als zegen voor het komende graanseizoen. Dawa, reisgezel en tolk en diepgelovig, neemt dit zeer ernstig.

Achter neerhangende doekjes zijn er schilderijen met macabere en tantristische afbeeldingen. Enkele ervan tonen het onthoofden en verpletteren van de vijanden van het boeddhisme.

narthang bib


[1] Volgelingen van de Indiase guru Atisha. De kadampa school ging later over in de gelugpa (gele mutsen) school, waartoe de dalai lama’s behoren.

[2] Arrhats : grands sages, dignitaires bouddhistes

19:37 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, kloosters, culturele revolutie

Het dorp Narthang in Tibet

In het dorp Narthang, ten westen van Xigaze wonen een honderdtal families op een vrij zanderige glooiing. De rivier is ver weg en de berghelling verderop is vrijwel kaal. Boer Tashi heeft net 15 ton gerst binnengehaald. Dat is veel, maar hij heeft ook 4 ha. Toch kan hij elk jaar slechts de helft uitbaten omdat er geen water genoeg is voor alle velden van het dorp. “Tijdens de Culturele Revolutie bouwden wij een dam om regenwater op te slaan in de nabije bergen, maar de capaciteit van het kleine stuwmeer bleef te laag om genoeg water naar de velden te brengen,” aldus Tashi, “gedurende vele perioden van het jaar moest drinkwater nog per ezel aangevoerd worden. Vijftien jaar geleden liet de overheid hier een waterput boren, sindsdien hebben we direct drinkwater en nog genoeg voor gedeeltelijke irrigatie.” Het is koud bij hen binnen in huis, net zoals bij de andere boeren. Tashi draagt een door de familie gemaakte vest in schapenvacht. Ik zit er 100% polyester naast. Al hun kledij en de tapijten zijn ter plaatse gefabriceerd. Een foto van de familie: zij wonen er met z’n elven. Er zijn drie broers die één vrouw delen. Samen hebben zij 4 grote kinderen, van wie er twee zonen inwonen met één gezamenlijke vrouw en vier kinderen. Een familiefoto is altijd een beetje ingewikkeld in Tibet, vooral als er dan nog omen bij komen kijken. Een andere zoon werkt in het bosbeheer in Zedang ten oosten van Lhasa en één dochter studeert aan een universiteit in binnenland China. Het is dikwijls zo dat landelijke families één van hun kinderen laten verder studeren, een soort voorzichtige levensverzekering voor de toekomst.

De familie Tashi heeft ongeveer 100 schapen en 12 koeien. Zeven melkkoeien, één stier en vier kalveren. Die staan binnen op het gelijkvloers. De dieren dienen praktisch uitsluitend voor de eigen voeding. Van de graanoogst gebruiken zij 20% om gerstebier mee te maken, wat ze dagelijks drinken. Een ander klein derde is voor de dieren, 15 % is voor de eigen voeding en een laatste derde wordt verkocht. De familie Tashi is momenteel aan de afwerking van hun nieuw huis bezig. Zoals bij andere families gaat de grootste kost naar de houten pilaren en balken. Eén zo’n balk, 2,5m  lang en 20cm op 20cm, kost hen ongeveer 20 euro. In 4/5e van Tibet staat er geen enkele boom die zo’n balk kan voortbrengen. Zij worden aangevoerd vanuit Sichuan. De enorme huizen, die de Tibetanen bouwen, vereisen een flinke collectie van die balken, zij vormen het volledige geraamte. De bouwstenen maken ze zelf, maar de tegelafwerking van de gevels kopen zij. Alle materialen samen kosten hen ongeveer 5.000 euro. Hun interieur is nog arm: oude vetbruine kastjes, geen ‘geïnstalleerde keuken’ uiteraard, weinig potten en serviezen, enkel een kleine TV getuigt van de eerste luxe. Twee van de broers proberen in de winter wat bij te klussen in Xigaze, voor wat extra inkomen. Eén van de kleinkinderen, een jongen van 13 schat ik, is thuis. Ik vraag hen waarom hij niet op school is. “Hij is de herder,” was het antwoord van Tashi. “En wat is je vurigste wens voor de toekomst?” vaag ik hem nog. Na kort nadenken zegt Tashi stralend: “dat de kleinkinderen lang naar school kunnen gaan en dat de familie kan samenblijven.”

 narthang

het huis van Tashi in aanbouw

19:21 Gepost door infortibet in dorpen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ontwikkeling, landbouw, tibet

27-02-09

Tibet is in de mode in de rest van China

En dat beseffen sommige Tibetanen. In grote steden in China zie je Tibetaanse restaurants opduiken, met waarachtige Tibetaanse eigenaars en keukenchefs. Niet dat de Tibetanen een culinaire traditie hebben om van te watertanden. Zoute ranzige boterthee ligt moeilijk voor onze papillen en ook voor de Chinese. Gedroogd vlees, van schapen, geiten en yaks gaat iets beter, maar deegballen bevochtigen met boterthee en die dan binnenkauwen is helemaal buiten kwestie. Hoe komt het dan dat Tibetaanse restaurants in het Chinese binnenland nu succes kennen? Omdat er gezongen en gedanst wordt, op traditioneel Tibetaanse wijze en omdat er gerstebier en gerstalcohol geschonken wordt. Het eetmenu is evident een beetje aangepast.

In Parijs ook zag ik onlangs een “Tibetaans” restaurant. Dat zijn “andere” Tibetanen, niet die van het huidige Tibet, maar de “geëmigreerden”. Op hun venster uiteraard de vlag van de Tibetaanse separatisten. Op het menu zag ik kokosnootsaus, scampi’s en steak, niet van een yak en ook geen boterthee. In Parijs hebben de Tibetaanse restaurants de onafhankelijkheid op het menu, begeleid door een kokosnootsaus. De gemiddelde “Tibetaan met de hoed” in Tibet zelf heeft nog nooit een kokosnoot gezien, verre van de saus. De landadel in het begin van de 20e eeuw kende wel enkele exotische gerechten. Dat beschrijft Alexandra David-Neel in haar reisverhalen begin 20e eeuw. Het “exotische” waren de Chinese gerechten van een Chinese kok in hun dienst. Echter geen kokosnoot.

Terug naar de Tibetanen in China. In Kunming, de hoofdstad van de provincie Yunnan, is er ondertussen een “Tibetaanse straat”, in het Fengning district. Niet enkel in Kunming, ook in Beijing en Shanghai is de Tibetaanse cultuur in de mode, met winkeltjes van artisanaat, met restaurants en met ateliers van Tibetaanse modernistische schilders.

tibet op zijn best

18:52 Gepost door infortibet in modernisering | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, china, kunst, demografie

15-02-09

Het methaangasfornuis van mevrouw Dolma

De familie Dolma, in de omgeving van Gyangze, heeft een gasfornuis op methaan. Dolma is een oude dame, die hier met haar zoon, schoondochter en kleinkinderen 2 hectare bewerkt. Bij de verdeling van de gronden in 1981, bevatte haar familie 11 personen, vandaar een grote lap grond. Zij produceren gerst, tarwe, koolzaad, aardappelen, kolen en rapen. Daarnaast hebben ze acht dieren. Zij bouwden een nieuw huis, maar tijdens de constructieperiode overleed de man van Dolma. Dan is het de Tibetaanse gewoonte om de werken 1 à 2 jaar stil te leggen als deel van de rouw. Het nieuwe huis is dus niet af, een oude vleugel doet evengoed nog dienst. Voor het huis hebben zij 1200 euro staatspremie gekregen voor een totale kost van 9000 euro.

Bij het binnenkomen zeggen we aan mevrouw Dolma dat we haar gasfornuis wel willen zien. Zij begint het direct af te stoffen. Wij proberen het aan te steken: er blijkt geen vlam uit te komen.

 dolma

Dolma bereidt voor ons boterthee met een elektrische mixer.

Het dorp telt ongeveer 70 families, meestal grote gezinnen, drie generaties samen, goed voor 10 personen. Op mijn vraag of er families het dorp verlaten om in de stad te gaan wonen, antwoordt zij dat een deel van de kinderen, die onderwijs genoten en jobs vinden als bediende, onderwijzer of zoiets, naar de stad trekken. De boeren zelf migreren niet definitief naar de stad, één van de zonen, die minder naar school ging, neemt normaal de boerderij over.

Een tweede zoon van Dolma studeert aan de universiteit van Lhasa. Die zal ginder waarschijnlijk blijven. “In zeldzame gevallen,” voegt Dolma er nog aan toe, “komen oudere mensen alleen te staan. Wanneer zij hun land niet meer kunnen bewerken, worden zij in Xigaze in een home geplaatst.”

Bij een andere familie krijgen we een prima werkend gasfornuis te zien, felle vlam op twee bekkens tegelijk, maar de warmwaterketel staat op de gewone houtkachel te stomen. Een buurman, iets verderop had er ook een, maar zei ons direct dat het niet werkte. Zo ook in een dorp verderop, waar de dorpschef ons zijn vlam laat zien: zwakjes. Hij verdedigt het systeem en zegt dat een dertigtal van de families in het dorp er een heeft laten installeren. “Het bespaart hout,” zo zegt hij, maar het klinkt als een slagzin van de overheid waar hijzelf niet in gelooft. Dat leiden wij af uit zijn excuus voor zijn ‘zwakke’ vlam: “De boeren hebben tijdens het oogstseizoen geen tijd genoeg om de vulling van de put optimaal te houden.” In dit dorp hier hebben de boeren naast hun huis een lapje lage bomen en kreupelhout, genoeg voor het weinige dat zij verbruiken, een beetje, gemengd met gedroogde yakdrollen, voor de keukenkachel en dat is alles. De rest van het huis is echt niet op 20°C in de winter, er is gewoon geen verwarming. Bij kou trekken de Tibetanen nog altijd een kledingstuk meer aan.

Er zijn natuurlijk veel dorpen in Tibet, waar zelfs geen kreupelhout staat. Het principe “methaangas produceren met uitwerpselen van het vee en het  verbranden” is goed voor het wereldklimaat, denk ik, maar de praktische toepassing moet de mensen enthousiast maken, anders wordt het een maat voor niets. Waar het goed schijnt te werken, volgens het zeggen van de boeren hier, is voor het verwarmen van serres in de streek van Lhoka. Dat zal dan maar voor een volgende keer zijn.

15:05 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, biogas, dorpen, landbouw, onderwijs, gyangze

Op bezoek bij boer Dorje

De vrouw van boer Dorje steekt haar tong ver uit telkens ik naar haar kijk, als traditioneel teken voor “welkom”. Zij vormen een arm gezin, dat het nu stilaan beter krijgt. Eén dochter woont officieel nog thuis, maar zij werkt in een hospitaal in Lhasa en logeert er doorgaans bij een oom die in een bankkantoor werkt. Een andere oom is militair in Lhasa. Beide omen, de broers van Dorje, geven jaarlijks wat financiële steun aan het gezin van Dorje. Samen met het inkomen van de dochter tilt dit hun inkomen boven het precaire.

Dorje woont hier in het dorp - niet ver van Gyangze - sinds 2000. Toen moest hij verhuizen omdat zijn huis, vroeger lager gelegen, weggespoeld was door de rivier. Hij kreeg hier 1/4e hectare toegewezen, waaruit hij toch 4 ton gerst haalt omdat het goede grond is. Daarnaast heeft hij slechts acht dieren. Dorje en zijn vrouw zijn 26 jaar samen en nu pas beginnen zij, wat ze noemen, “een goed leven te leiden”. Zij konden een kleine tractor kopen en doen vervoerwerk voor andere boeren of voor bouwprojecten van de overheid. Hun “luxe” is een kleine draagbare TV. In de keuken hebben ze nog hun allesbrander en een gat in het plafond voor de rook. De keuken is hun winterkwartier, want in de andere kamers hebben zij geen verwarming. Op de koer is er een waterkraan. Nog een recent overheidsproject: alle dorpen voorzien van stromend drinkwater. Een oudere dochter is al getrouwd en het huis uit, zij werkt in het treinstation van Lhasa. Haar zoontje, dat in het ouderlijk huis van Dorje geboren is, verblijft nog steeds bij de grootouders. Volgend jaar verhuist het kind naar Lhasa, omdat de schoolleeftijd eraan komt. Onderwijs voor de kleinkinderen vinden de landbouwers in Tibet meer en meer belangrijk, een algemene vaststelling bij alle families die ik de laatste jaren bezocht. Ook bij Dorje is er een religieuze kamer, hoewel zijn huis niet zo groot en niet recent vernieuwd is. In de huiskamer hangt er een affiche met de gezichten van vroegere leiders van China: Mao, Deng en Jiang Zemin. In het dorp wonen 45 gezinnen.

bij boer Dorje

14:14 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, ontwikkeling, dorpen

09-02-09

van de "Volkscommunes" naar een semi-individuele landbouw

In 1982 werd het communesysteem afgeschaft in China. Wat was het communesysteem in Tibet? De inwoners van een dorp werkten samen voor alle landbouwtaken op het totaal van de akkers van het dorp. Iedereen kreeg een klein salaris ongeveer naargelang het aantal uren werk en de moeilijkheidsgraad van de taak. De overtollige landbouwopbrengst van het dorp werd aan het kanton doorgegeven zonder veel geldelijke boekhouding. Er waren streefcijfers voor de tonnage en het soort producten. Dit was een overgesocialiseerd systeem, waar de landbouwtechnieken van die tijd niet rijp voor waren en dus ook de mensen niet. Individuele manoeuvreerruimte zat er niet in. Toch moet gezegd worden dat in die periode de landbouwproductie in Tibet er flink op vooruitging: meer graan en verdubbelde veestapel.[1] Het rantsoen van de mensen verhoogde maar structureel veranderde er niets: men produceerde iets meer en men at iets meer, het bleef een overlevingseconomie. De "collectieve" werken gaven resultaat op gebied van irrigatie en wegenbouw. Wegen aanleggen in Tibet is vooral een kwestie van bruggen bouwen. Anders spoelt de weg in de natte zomermaanden weg. Tijdens de periode van de Culturele Revolutie werden 90 bruggen gebouwd en geen kleintjes, minimum 60m spanwijdte.[2] Sommigen zullen zeggen: dat is met de stenen van de afgebroken tempels. Wel neen, zo stom is het dan ook weer niet, tempels waren niet van beton. Nu in 2008 zijn ongeveer 3/4e van de dorpen per wagen bereikbaar. Het plan is om tegen 2010 naar elk dorp een weg te hebben.

Andere positieve realisaties van die periode waren het vaccineren van de bevolking, ondermeer tegen de pokken, die regelmatig voor uitdunning van de bevolking zorgden in het verleden, naast het drastisch herleiden van de kindersterfte – één kind op twee stierf voor zijn vijfde in het oude systeem – en een flinke uitbreiding van het basisonderwijs.[3]  De nefaste gevolgen van de Culturele Revolutie zijn beter gekend: cultuur, godsdienst en taal kregen het zwaar te verduren.

In 1982 werd de grond verdeeld onder de families, met als hoofdcriterium de grootte van de familie. De lappen grond gingen van 1/4e hectare tot 2 hectare per gezin, weinig dus, want meer was er niet. De totale oppervlakte van de akkers was tijdens de jaren ’60-’70 ongeveer verdubbeld, tot 228.000 hectare, maar de bevolking groeide bijna in dezelfde mate. De oppervlakte van de landbouwgronden bleef na 1980 nagenoeg dezelfde en tegelijk bleef de bevolking stijgen, met als gevolg dat de gemiddelde landbouwoppervlakte per familie met bijna de helft daalde tot 1/2e hectare.[4] Gelukkig verbeterden de technieken en is tweederde van de velden nu voorzien van een irrigatiesysteem (ook vooral daterend uit de jaren ’60-’70), wat de opbrengsten per hectare deed stijgen om gelijke tred te houden met de bevolkingsaangroei. Tibet is zelfvoorzienend in granen, vlees, melk, kaas en boter, maar nog niet in groenten. Er zijn dubbel zoveel yaks en koeien als mensen en zes maal meer schapen en geiten. Dit is teveel aan het worden voor het weinige gras dat op die uitgestrekte hooglanden groeit.

Niet alle plattelandsactiviteit is superindividueel geworden. Enkele gewoontes van de vroegere communestructuur zijn blijven hangen of gewoon een aantal zaken die al tevoren zo waren. Zo wordt het zaaigoed gemeenschappelijk aangekocht. Het transport van de oogst voor verkoop gebeurt eveneens in groep. Wanneer een familie in de nood zit om op tijd de oogst binnen te halen, bijvoorbeeld door ziekte, dan komen andere families van het dorp ter hulp. Het te grazen leiden van de dieren is gezamenlijk, enkele personen van het dorp zetten zich daarvoor in. In sommige dorpen wordt zelfs het grasland collectief beheerd: er is een roterend gebruik ervan voor de kuddes van de families en het bijzaaien van gras gebeurt gezamenlijk. De taken voor het onderhoud van de irrigatiekanaaltjes worden verdeeld door de dorpschef. Na de oogst en net voor de vorstperiode begin november worden de velden nog eens geïrrigeerd om ze te “bevriezen” tot in de lente, waardoor ze vochtig genoeg blijven om het kiemen te bevorderen.



[1] Tibet Statisticalo Yearbook 2008

[2] CTIC (China Tibet Information Center), Beijing, juni 2005.

[3] Zie daarvoor « Education in Tibet, policy and practice since 1950 » van Catriona Bass, gemeenschappelijke uitgave van het Tibet Information Network (pro dalai lama) in Londen en Zed Books in 1998.  

[4] Tibet Statistical Yearbook 2008.

oogst

De oogst wordt per dorp verzameld voor de verkoop ervan (eigen foto)

17:34 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: culturele revolutie, china, communes, landhervorming, tibet

04-02-09

"bio" groenten in serres

Tussen Gyangze en Xigaze zijn er redelijk wat serres te zien. Dat is recent, tien jaar geleden zag ik er geen enkele langs die weg. We stoppen bij een groot complex van serres. Het geheel is ommuurd en aan de straatkant is er een metalen poort met een hangslot. Door een kijkspleet zien we in de verte enkele mensen bedrijvig. Dan maar met een steen hard op de poort tikken, maar er komt niemand aanhollen. Vanuit het dorp verderop is er ondertussen een meisje ook bij de poort komen staan, schijnbaar met een boodschappenmandje voor iemand binnenin. Zij laat ons kloppen en verraadt geen ander middel om binnen te geraken. Tot wij haar overtuigen om haar over de poort te tillen en de chef te gaan verwittigen, wat gebeurt. Een vriendelijke boer komt ons enkele minuten later tegemoet gewandeld. Hij is de gerant van de serres. Er staan er 300, in 2001 door de administratie voor landbouw van het district Xigaze gebouwd op een terrein van 2,5 hectare. Het zijn primitieve serres die weinig gekost hebben: de noordwand en de zijwanden zijn muren van ter plaatse gebakken kleistenen en een plastiek zeil daalt zuidwaarts in bolvorm af tot op de grond. Door alle serres lopen irrigatiekanaaltjes. Voor de koude nachten zijn er stoffen dekens voorzien, die de plastiekwand kunnen afdekken. De overheid installeerde dit complex gratis.

Wie werkt er? De Tibetanen van het dorp op wiens grond de serres gebouwd werden. Momenteel zijn ze met 30 personen. Voor hen werd gratis opleiding voorzien in de serres van Lhasa, om er het ‘groentevak’ te leren. Eerst was er een proefperiode van twee jaar, tijdens welke de meewerkende landbouwers een minimuminkomen van 500 euro per jaar gegarandeerd kregen. Daarna werd een gerant gekozen en werd de zaak per contract overgedragen, voortaan moeten de landbouwers zelf instaan voor productie, commercialisering en onderhoud. Dat werkt al redelijk, want jaarlijks kan er per medewerker minstens 700 euro uitbetaald worden, beduidend meer dan voor landbouwers die enkel van gerst en dieren leven. Aan de staat moeten zij niets afdragen. De betaling per persoon bevat een deel dat in verhouding staat tot de ingebrachte landoppervlakte, het loon is dus een combinatie van werkuren en ingebracht land. Er is werk het gehele jaar door voor de 30 medewerkers. Volgend jaar neemt de gerant er nog enkele bij en is van plan om een deel van zijn mensen naar het binnenland van China te sturen voor verdere opleiding. Wat groeit er zoal in hun serres? We zien er tomaten, paprika’s, aubergines in wording, meloenen, pompoenen en kolen. “Met groenten hebben wij cash geld het gehele jaar door, terwijl met onze vroegere gerstproductie dit slechts één keer per jaar was,” zo vertrouwt de gerant ons nog toe. Voor hem was het een overtuigend aspect. Wat doen ze met ziektes van de planten? “Als Tibetanen dragen wij goed zorg voor de planten, zij worden niet ziek,” antwoordt de gerant, “wij roteren de groenten van serre tot serre, met enkele jaren tussen twee identieke aanplantingen. Wij gebruiken geen bestrijdingsmiddelen en wij wieden met de hand. Als meststof gebruiken we dierlijke mest.” Zonder het woord “bio” tien maal op de lippen te hebben, is hij het toch. De “commune” – want zo noemt de gerant de zaak – bezit ook nog velden voor gerst, op wat overbleef van hun dorpsgronden na de bouw van de serres.

Stilaan is Tibet op weg om zichzelf een gevarieerde groenteschotel aan te bieden het gehele jaar door. Rond Lhasa, de grootste agglomeratie met toch een half miljoen inwoners, zijn nu ongeveer 3.700 ha ingenomen door bio-serres.[1] Een landbouwwerkster in een tomatenserre zei me dat ze vorig jaar bij benadering 2.000 euro verdiend had. Sommige serres zijn afgehuurd door Han Chinezen. Boer Liu heeft er vijftien en hij kweekt er uitsluitend bloemen. Zijn afzetmarkt zijn ondermeer de parken van Lhasa. Hij heeft vijf Tibetaanse werkers in dienst, die hij 100 euro per maand betaalt. “Eens zij het vak kennen, ben ik hier weg,” vertelt Liu, “dan concurreren zij mij toch de markt uit.”


[1] Interview Nyima Tashi, landbouwdeskundige van het arrondissement Lhasa, november 2008.

serrepark gyangze-xigaze

 

15:01 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: groenten, ecologie, diversificatie