04-03-09

Onafhankelijkheid?

Vooral bij de stedelijke bevolking voel ik geen roep naar onafhankelijkheid en bij de boerenbevolking staat dat ver van hun zorg. Monniken zijn daar gevoeliger voor, zij zijn ook op de hoogte van de steun die ze daarbij genieten in het Westen. De stedelingen zijn zich duidelijk bewust dat het overgrote deel van hun economische ontwikkeling berust op subsidies van de centrale staat, momenteel 4 miljard dollar per jaar. “Indien die centrale staat wegvalt: wie zal die vervangen?” is de vraag. Want dat is een groot bedrag, bijna de helft van wat Europa aan geheel Afrika geeft als ontwikkelingshulp. “Die hulp moet snel afgebouwd worden, Tibet moet zelfbedruipend worden” schrijft de 14e dalai lama in november 2008[1]. Dat klinkt mooi in onze oren, maar om slechts één ding te noemen: de kosten voor het bekampen van woestijnvorming, veroorzaakt door het opwarmende wereldklimaat overstijgen veruit de economische kracht van slechts 3 miljoen mensen op 2,5 maal Frankrijk als oppervlakte. “Tibet zelfbedruipend”, zoals het ‘vroeger’ was, voorspelt weinig goeds voor het basiscomfort van de mensen, zoiets als een ‘terug naar af’ in naam van het ‘behoud van de eeuwenoude ‘eigen spiritualiteit’. Daar zit toch een vleugje integrisme aan vast. Stedelingen en intellectuelen stellen er geen hoop op. Zij zijn ook kwaad op de relschoppers.

De boeren interesseren zich aan zeer concrete dingen: de verkoopprijs voor gerst en vlees, de premie voor nieuwbouw, subsidies voor serres of machines en vooral de onderwijskansen voor de kinderen. En dat zij voor de rest met rust gelaten worden in hun geloofsbelijdenis. Zij kunnen niet klagen over belastingen, want die zijn er niet. Zij beseffen ook dat die premies of subsidies van de overheid komen. Zij wensen geen ‘andere’ overheid, hun dorpscomité of hun districtleiding, dat zijn Tibetanen en die moeten de zaken maar voor het beste regelen. Hun mening is overduidelijk: “Wij gaan er op vooruit” en daar hebben zij niet veel aan toe te voegen. “Mijn volk lijdt al lang onder een meedogenloze onderdrukking vanwege de Chinezen” (regelmatige uitspraak van de 14e dalai lama) is een groteske marketingslagzin om iets verkocht te krijgen in het Westen.

Een Tibetaanse studente in antropologie, die nu doctoreert in Australië en op bezoek was bij haar familie in Lhassa, vroeg mij of wij in België “Belgisch” spreken? Mijn antwoord kennen jullie en verwonderde haar. Ook geen meerderheidstaal? Neen. “Hoe zijn jullie dan een land geworden?”,  een typisch antropologische vraag. “Een kwestie van geostrategie,” moest ik wel bekennen. Vanaf de 13e eeuw is Tibet wellicht nooit iets anders geweest.



[1] « memorandum aan de Chinese regering », november 2008, website CTA (Tibetaanse « regering in ballingschap »)

17:20 Gepost door infortibet in autonomie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, onafhankelijkheid, monniken, boeren, intellectuelen

De commentaren zijn gesloten.