23-03-09

De ‘autonomie’ van Tibet : een relatie tussen ‘centraal’ en ‘lokaal’.

De term ‘autonomie’ brengt ons denken dikwijls en vrij vlug naar noties van ‘uitsluiting’: deuren, vensters en grenzen sluiten. In dat geval echter stopt de ‘dynamiek’ van de autonomie, de relatie tussen ‘centraal’ en ‘lokaal’ is onderbroken, het komt tot ‘scheiding’. China voelt de term ‘autonomie’ anders aan dan wij, voor China staat de wisselwerking tussen ‘centraal’ en ‘lokaal’ in het centrum.

 

‘Centraal’ in China neemt zijn rol op en schuift de grote economische, politieke en sociale oriëntaties naar voor. Wij kunnen ons hier aan een vergelijking wagen met Europa, waar de Europese Commissie ‘richtlijnen’ uitvaardigt voor de deelstaten, richtlijnen die trouwens een groot deel van ons leven beïnvloeden. Onnodig in herinnering te brengen dat wij het ‘recht’ hadden om tegen verschillende richtlijnen, die ons irriteerden, te betogen.

Hoe zit het in Tibet? Velen onder ons denken dat Tibet bestuurd wordt door Han Chinezen met een handvol Tibetaanse marionettenfunctionarissen in hun dienst. Wij weten niet dat het Tibetanen zijn die hun eigen regio besturen. Het aandeel Tibetaanse functionarissen is 70% in de grote steden en bereikt 90% à 100% op het platteland. Nergens in Tibet zul je een ‘dorpsburgemeester’ vinden die Han is (er zal wel één uitzondering zijn), allen zijn ze Tibetaan. De dorpsleiding, het bestuur van het kanton en de bestuursraden van de departementen worden allen gekozen bij algemeen en direct stemrecht, om de zes jaar. In alle bestuursorganen bijeen, van hoog naar laag, het ‘Volkscongres’ van Lhasa inbegrepen (de hoogste beslissingsinstantie), vertegenwoordigen de Tibetanen 80% van de leden.

Het geheel van het Tibetaanse administratief personeel is evenmin een ‘handvol marionetten’, het gaat over ongeveer 130.000 personen (functionarissen en technici in dienst van de lokale regering bijeen), zonder de politie mee te tellen, die eveneens bestaat uit Tibetanen. Die massa mensen is niet zomaar een kudde schapen, er heerst een sfeer van ‘debat’ op het hoog plateau (terwijl de ‘dalaïsten’ in het Westen het hebben over de «Han terreur»). Alles wat de organisatie van het concrete leven betreft passeert de discussie, op alle niveaus en op alle terreinen (behalve over ‘onafhankelijkheid’, dat zou de nationale eenheid bedreigen). Een klein voorbeeld: in 2005 ontmoette ik een ‘schepen’ van de stad Lhasa, die me zei dat de discussie van het moment ging over urbanisme. De vraag was: «moet elke nieuwe constructie buiten het oude stadscentrum ook de traditionele Tibetaanse stijl vertonen of mag het modernisme een zekere plaats krijgen? ». Slechts een voorbeeld uit de duizenden.

 

Het zijn de Tibetaanse verkozen leiders die beslissen over de ontwikkeling van hun regio. Uiteraard is de ‘lokale’ overheid in interactie met de ‘centrale’. Vooreerst zijn er de subsidies van de centrale overheid (bepaald in ‘onderhandeling’ met de Tibetaanse lokale overheid), enorme bedragen de laatste jaren (zie artikel 'staatsteun’). De centrale staat beslist over de grote projecten, zoals de spoorlijn, maar in overleg met ‘lokaal’. En de regionale overheid beslist over het gebruik van de gewone subsidies, in overleg met de centrale regering. Op elk ogenblik is er een ‘communicatie over en weer’ tussen ‘centraal’ et ‘lokaal’, is er dialoog en onderhandeling. Een voorbeeld: de Chinese president zegt: « het plan ter bestrijding van de financiële crisis moet geld vrijmaken in China ten voordele van de landbouw ». Vereenvoudigd kan men zeggen dat dit in het binnenland van China vertaald wordt in subsidies voor de kleine en middelgrote agroalimentaire industrie, terwijl in Tibet de lokale overheid beslist om verder geld te besteden aan de renovatie van boerderijen, aan het verbeteren van de beschikbaarheid van kraantjeswater en aan het aanleggen van kleine wegen naar afgelegen dorpen. Dit is opnieuw slechts een voorbeeld uit de vele.

 

In de relatie tussen ‘centraal’ en ‘lokaal’ wordt het accent precies gelegd op de ‘relatie’, op de dynamiek van die relatie (noem dat ‘yin-yang’ of ‘dialectiek’, zo je wilt). Wij, Europeanen, zijn geprononceerder en graven ons vlugger in bij één van de twee kanten, met soms loopgravenoorlogen als gevolg! In China zijn de competenties van de ‘enen’ en die van de ‘anderen’ minder duidelijk afgebakend dan bij ons. De interacties zijn talrijk, zo blijkt ook uit de wetgeving. Er zijn nationale wetten, nationale wetten aangepast aan de condities van Tibet en specifieke wetten voor Tibet, telkens geval per geval zo bepaald, onderhandeld en overeengekomen tussen ‘lokaal’ en ‘centraal’. De lokale regering van Tibet kan eigen wetten voorstellen, wijzigingen aan nationale wetten of zelfs een nationale wet weigeren, maar nooit zonder ‘overleg’. Drie voorbeelden: de polyandrie en de polygamie zijn legaal in Tibet, daar waar ze dat niet zijn in de rest van China; de belastingen op de inkomens zijn lager in Tibet dan in de rest van China; de reglementering van ‘één kind per gezin’ is nooit van toepassing geweest in Tibet.

 

Ons Westers denken is niet zo vertrouwd met een dergelijke ‘heen en weer communicatie’, bij ons herleidt zich dat vlug tot “ga weg” of “kom hier”, waarbij een ‘dominante’ positie dan nog de tendens heeft om zijn dominantie te versterken, zonder concessies, zonder dialoog. Natuurlijk is de ‘heen en weer communicatie’ in China niet ideaal, er zijn veel momenten en situaties waar het ene aspect het andere domineert. Maar het oude Chinese denken – en het huidige – zegt dat « een heerser die alles probeert te beheersen, van bij het begin al beseft dat hij niet lang zal heersen.”   

14:52 Gepost door infortibet in autonomie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, bestuur, wetten

De commentaren zijn gesloten.