29-03-09

Hoeveel Tibetanen zijn er nu nog?

Volkstellingen

De eerste grondige volkstelling in China, Tibet inbegrepen, werd pas in 1982 uitgevoerd. De telling was hoofdelijk, met ouderdom, samenstelling van het gezin, beroepen en alle andere demografische gegevens. De vroegere bevolkingstellingen waren schattingen. Uit de huidige bevolkingsregisters blijkt dat het totaal aantal Tibetanen, in Tibet zelf, in autonome districten in andere provincies en in enkele andere gemengde minderheidszones in die provincies, samen momenteel 5,7 miljoen bedraagt. De bevolking van Tibet zelf totaliseert 2,7 miljoen. Daarvan zijn 6 % Han. De concentratie Han is het sterkst in twee stedelijke gebieden: Lhasa en Nyingchi, 15 tot 20 %. In alle eeuwen voor 1951 waren er geen Han Chinezen in wat nu de Tibetaanse Autonome Regio is, op enkele prinsessen, officiëlen, technici of handelaars na. Han Chinezen huiveren bij de gedachte om zich in Tibet te vestigen.  Enkel de gedachte alleen al aan een reis naar Tibet doet hen denken aan het aanschaffen van een zuurstoffles en het kopen van een extra donsvest. Han Chinezen zijn geen boeren of herders op grote hoogte. Als ze zich al een tijdje vestigen in Tibet, dan is dat in de enkele grote steden en zolang er enig nieuw flink winstgevend handeltje kan opgezet worden, dat opweegt tegen de “ongemakken”. Tibet is voor de Han niet het beloofde land zoals de Far West was voor de Amerikanen. Bij het aantal Han in Tibet is het leger niet meegeteld als “verblijvend”. Het aantal manschappen van het Chinese leger in Tibet vermindert, zoals overal in China, nu naar schatting nog 50.000 soldaten, trouwens gemengd Chinees-Tibetaans.

 De 14e dalai lama telde mee

In 1953, bij de eerste nationale benaderende telling in de Volksrepubliek, had de 14e dalai lama de leiding van de telwerkzaamheden in Tibet. Hij kwam uit op 1,2 miljoen mensen in de autonome regio. In 1964, bij de volgende schatting, was dit 1.2 miljoen gebleven. De voorstanders van de 14e dalai lama zien hierin de hand van de genocide. De Chinese regering zegt dat het cijfer van 1953 door de Tibetaanse overheid mogelijk iets aangedikt was door de Tibetaanse leiders. Maar er zijn ook de 80.000 vluchtelingen tijdens en na de opstand van 1959, die nu in het buitenland leven. In 1982 was de bevolking gestegen tot 1.9 miljoen, in 1992 tot 2,1 miljoen en bij de eeuwwisseling tot 2,7 miljoen. De bevolking verdriedubbelde bijna in veertig jaar. Die felle stijging is vooral te wijten aan de betere levensverwachting, gestegen van 36 jaar naar 67 jaar. Toch blijven serieuze onwaarheden op hoog niveau nog de ronde doen. In een rapport van 1987 voor de Amerikaanse Senaat werden de Chinezen er nog van beschuldigd “de levensverwachting in Tibet niet hoger getild te hebben dan 40 jaar”[1]. De geboortepolitiek van “één kind per gezin” was nooit van toepassing voor de Tibetanen, wel voor de Han Chinezen die in Tibet verbleven. Sinds de jaren tachtig wordt 3 kinderen per gezin als niet dwingend streefdoel vooropgesteld, wat de actuele gezinsgrootte op 5,2 gemiddeld bracht.

 

Wat onze volksvertegenwoordigers daarvan bakken grenst aan het ongelooflijke. In de resolutie over Tibet, die het Belgische parlement unaniem goedkeurde op 27 juni 1996, staat het volgende: “Overwegende dat het aantal Tibetanen die in Tibet (U-Tsang, Kham en Amdo) wonen momenteel ongeveer 6.000.000 zielen bedraagt en dat Tibet een oppervlakte heeft van 2,5 miljoen vierkante kilometer, wat 0,42 inwoner per vierkante kilometer betekent. Derhalve constaterende dat de Chinese geboortebeperkingspolitiek wegens de geringe bevolkingsdichtheid van de in Tibet wonende Tibetanen niet gerechtvaardigd kan worden en dat zij dus alleen maar een van de middelen vormt die de Volksrepubliek China aanwendt om het aantal in Tibet wonende Tibetanen te reduceren…”[2]. Noteren we eerst dat 135 parlementsleden – de unanieme aanwezigen – niet kunnen rekenen. Zes miljoen mensen op 2,5 miljoen vierkante kilometer is 2,40 mensen per vierkante kilometer en niet 0,42. Vervolgens,  2,5 miljoen vierkante kilometer komt overeen met de notie “Groot Tibet”, dat zagen we al. De tekst doet uitschijnen dat er daar niemand anders woont dan de zes miljoen Tibetanen. Waar zijn de miljoenen Hui moslims, zonder van de Han te spreken? En de Yi, de Naxi, enz., dat zagen we ook al. Die horen daar niet thuis, zegt de resolutie, die ze bestempelt als “Chinese kolonisten, zodat de Tibetanen vandaag zijn gereduceerd tot een minderheid in hun eigen land”. Groot Tibet is een fictieve entiteit, gebaseerd op een imperium in de 8e eeuw, maar is nooit een 'Groot Etnisch zuiver Tibet' geweest.

 

Het ras uitgeroeid?

Er is de barokke aanklacht van de regering in ballingschap, dat er 1.2 miljoen Tibetanen gedood werden of omkwamen tijdens de Chinese invasie en door de Culturele Revolutie. De 14e dalai lama kwam in juni 1959 al naar voor met 69.000 doden tijdens de gevechten in Lhasa. Vijf jaar later trekt hij dit op tot 87.000. Terwijl tientallen bronnen, zowel pro- als anti-Chinees, de toenmalige totale bevolking van Lhasa, aangedikt door de vluchtelingenstroom uit het oosten, op slechts 40.000 schatten. De belangrijkste rebellenleider, Gompo Tashi Andrugtsang, laat in zijn memoires schrijven dat zijn Khampa strijders 118 mannen verloren in ’58 en ’59[4]. Dat is ver van de tienduizenden in de propaganda. Dharamsala liet begin jaren zeventig een nieuw onderzoek uitvoeren naar het dodental. Het cijfer van 1,2 miljoen werd voor het eerst in 1984 gepubliceerd door de regering in ballingschap. Hiervan zouden 432.000 slagvelddoden zijn. Dat komt neer op 17 % van de Tibetaanse bevolking - in en buiten Tibet - en verhoudingsgewijze vier maal meer dan het totaal aantal Duitse soldaten dat in de Tweede Wereldoorlog omkwam[5].

Een studie van de Australisch-Chinese demograaf Yan Hao toont aan dat in het begin van de jaren zestig in Tibet een onevenwicht ontstond tussen mannen en vrouwen tussen 20 en 34 jaar. De omvang van dit onevenwicht is niet te verklaren door honderdduizenden gesneuvelde mannen maar door de uittocht van enkele tienduizenden – niet méér - mannen naar India, in het spoor van de 14e dalai lama[15].

Alle mannen gedood?

De Britse schrijver Patrick French, ex-directeur van de ‘Free Tibet Campaign’ in Engeland, zei tijdens een interview in “De Tijd”: “De Tibetaanse regering in ballingschap beweert dat er 1 à 2 miljoen doden zijn gevallen (in de autonome regio plus daarbuiten). Dat aantal is uitentreuren opgedoken in ongeveer alle respectabele publicaties ter wereld, nu al 15 jaar lang. In 1951 waren er niet meer dan 2 tot 2,5 miljoen Tibetanen in het totaal. Ruim de helft van de bevolking zou dus zijn afgeslacht. Dat lijkt mij nogal onwaarschijnlijk. Ik heb de beschikbare bronnen erop nageslagen en daaruit blijkt dat het cijfer uit de lucht gegrepen is. Het exacte cijfer zullen we nooit weten. Mijn schatting is een half miljoen, wat natuurlijk nog altijd een ongemeen hoog aantal is. Niettemin blijven de actiegroepen niet gehinderd door twijfels het cijfer van 1 à 2 miljoen hanteren”[6]. De “Environment and Development Desk” van de Tibetaanse regering in ballingschap vermeldt nog steeds de 1,2 miljoen, in een tekst van 2000[7]. French, als vertrouweling van de Tibetaanse onafhankelijkheidsbeweging, had inzage gekregen in de archieven van Dharamsala. Vreemd genoeg waren en zijn die nooit publiek ter inzage gesteld, wat de grove aanklacht toch logischerwijze zou kunnen hard maken. Maar French begreep waarom: de getuigenissen van executies, folteringen, gevangenen, slagvelddoden en noem maar op, waren niet enkel vage gissingen van horen zeggen maar overlapten elkaar ook. Eén enkel wapenfeit bijvoorbeeld werd door vier verschillende getuigen van vier verschillende aantallen doden vergezeld, die dan nog opgeteld werden. Bovendien vond hij cijfers die achteraf in de marge aan getuigenisrapporten toegevoegd waren. Hij had namenlijsten verwacht maar hij vond er geen enkele. Voor bepaalde streken stonden er soms dodenaantallen vermeld die hoger waren dan het bevolkingsaantal. Helemaal ongelooflijk was dat er slechts sprake was van 23.000 vrouwen, dus méér dan één miljoen mannen, wat zou neergekomen hebben op de totale uitroeiing van alle Tibetaanse mannen. French kreeg nog een verbazing te verwerken toen hij zijn bevindingen voorlegde aan een oude monnik in Dharamsala die indertijd verantwoordelijk was voor het dodentelwerk. Die man was totaal niet verbaasd en antwoordde: “Wat maakt het uit dat de cijfers correct zijn of niet? Iedereen is toch akkoord over het feit dat er veel Tibetaanse slachtoffers vielen onder de laarzen van de Chinese communisten”[8].

 

Het cijfer blijft

Het cijfer doet nog overal de ronde. Het cijfer kreeg wereldwijde waarde sinds de toespraak van de 14e dalai lama voor het Amerikaanse Congres in 1987. “Sindsdien werd het vermenigvuldigd en kreeg geloofwaardigheid door de herhaling.”[9] De jongere broer van de 14e dalai lama noteert nog 1,2 miljoen in zijn boek in 1999[10]. Het Franse parlement stemde in 1996 nog een motie die China aanmaande om Tibet te ontruimen en gebruikte de vermeende genocide in de argumentatie. Alle internationale actiegroepen ten voordele van de 14e dalai lama hebben het nog op hun website staan. En extreem rechts in de Belgische Kamer: “Naar verluidt is 80% van de Tibetaanse bevolking afgeslacht”[11]. Of de militante extreemrechtse schrijver Ferdinand Hoyaux: “Vier en een half miljoen Tibetanen zijn van de aardbodem verdwenen sinds de Chinese aanhechting.”[12]

Een laatste manipulatie van cijfers is te doen alsof er 6 miljoen Tibetanen waren in 1959 en dat door de genocide de bevolking nu nog op hetzelfde cijfer staat[13]. Maar de argeloze lezer vergeet dan dat de 14e dalai lama er in 1953 zelf niet zoveel telde. Toen had hij het over een goed miljoen binnen het huidige Tibet en hij weet en zegt ook dat er in de randgebieden ongeveer evenveel zijn en waren. Sinds midden jaren zeventig  hanteert de 14e dalai lama het cijfer van “zes mijloen”, tot op vandaag. Waarom ziet hij geen groei na 1975? Want de bevolking is sindsdien bijna verdubbeld, onmogelijk naast te kijken voor wie tibet enigszins kent (toen en nu).

 

Hongerdood

Van de 1,2 miljoen doden zag de regering in Dharamsala er 400.000 van honger omkomen. Ook daar is iets over te zeggen. Het is bekend dat de mislukte campagne van de “Grote Sprong Voorwaarts” in China een terugval van de bevolking teweegbracht. Hierover doen fantasiecijfers de ronde, maar daar zullen we niet nader op ingaan. Belangrijk hier is dat die campagne niet van toepassing was in Tibet, integendeel. Rond 1960 kregen de vroegere lijfeigenen hun oogst en kudde in eigen handen. Collectivisatie kwam pas veel later, midden jaren zeventig, en dit valt na de hongerdoodanalyse van de regering in ballingschap. Graanproductie en veestapel gingen erop vooruit in het Tibet van de jaren zestig. Het bevolkingsaantal eveneens, volgens cijfers aangenomen door UNESCAP, een UNO onderzoeksorganisatie voor Azië[14].

Buiten het eigenlijke Tibet, werd de bevolking, Tibetanen in Qinghai inbegrepen bvb, wel getroffen door de mislukte campagne van industrialisering van het platteland. Een Amerikaanse studie komt op 20.000 Tibetaanse hongerdoden in de provincie Qinghai in de periode ’59-’62. Zij stippen ook aan dat dit niets met kolonialisme te maken had noch met etnische voorkeur aangezien verhoudingsgewijze in dezelfde regio meer Han Chinezen omkwamen[16].

 



[1] Avedon JF, raadgever van de 14e dalai lama, organiseerde voor hem de eerste rondreis in de USA. Hij is de auteur van “In exile from de Land of Snows”, New York, 1984. Het rapport voor het Amerikaanse “Senate Foreign Relations Committee” staat op de website van het “US Tibet Committee” met als titel “Tibet Today: current conditions and prospects, New York, 1987”. Tal van andere stellingen in dit rapport zijn nog steeds de basis van de aanklachten die de onafhankelijkheidsbeweging tegen China richt.

[2] Resolutie 445/5, parlementair seizoen 95/96.  

[3] Zie hoofdstuk 7, paragraaf “Tibetanen gekruisigd?”. Zie ook bibliografie voor de ICJ.

[4] Dunham.

[5] Sautman, pag 245.

[6] “De Tijd », 2/4/2005.

[7] TRIB, « Tibet’s Environment and Development Issues », website.

[8] French, pag 325.

[9] idem, pag 322.

[10] Choegyal Tenzin, jongste broer van de 14e dalai lama, lid van het Tibetaans parlement in ballingschap tot in 2006, “The Truth about Tibet”, Hillsdale College Michigan, USA, 1999.

[11] Belgische Kamer, 20/5/92.

[12] Hoyaux in het tijdschrift « Medium », Antwerpen, mei 1991.

[13] Avedon, sénat France

[14] Sautman, pag 242-248.

[15] Idem.

[16] idem.

Het ras verdubbelde?

De Tibetaanse bevolking groeide met meer dan 2% per jaar, zonder knik, gedurende méér dan 40 jaar. Het wegvallen van een half miljoen, of zelfs van 100.000, in de periode ’50-’80 had een tijdelijke stagnatie moeten tonen en kon nooit geleid hebben tot het huidige meer dan verdubbelde bevolkingsaantal. Nochtans waren er bezwarende omstandigheden. Eén vrouw op tien vindt geen man. Die zitten in de kloosters. Bovendien is polyandrie nog steeds in gebruik, waarbij één vrouw zich verbindt met twee of meer broers met sterke armspieren. “Beter een vrouw delen dan het beetje land te moeten verdelen” luidt het motto van deze heren. Op de vraag “Van wie zijn de kinderen?” is het antwoord eenvoudig: “Dat doet er niet toe. Het zijn onze kinderen.” In de jaren vijftig was slechts de helft van de huwelijken monogaam. De steriliteit van de vrouwen boven de 30 jaar schommelt nog rond de 10 %, veel hoger dan in de rest van China. Dit ontlokte bij de dissidenten de theorie van de “gedwongen sterilisatie” opgelegd door de Chinezen, terwijl de centrale Chinese regering hiervan juist een medisch hulppunt maakte. De aanklacht van gedwongen sterilisatie werd in de resolutie van het Belgische Parlement zonder onderzoek overgenomen[1]. Op een presentatiefolder[2] van “Tibet Initiative Deutschland” is te lezen: “Zwangere vrouwen worden met zeer lange naalden behandeld. Men spuit gif in het hoofdje van de foetus om een abortus te verwekken.”

 

Constante bevolking, het ideaal? 

Plaats daartegenover de laatste 700 jaar. Uit documenten van 1268 blijkt dat de Mongoolse Yuan dynastie een telling liet uitvoeren in Centraal en Oost-Tibet, met het oog op het heffen van taksen. Zij kwamen uit op 700.000[3]. Door extrapolatie voor de gebieden die niet in de telling opgenomen waren, zoals Sakya en Ngari, wordt aangenomen dat het totaal voor de autonome regio Tibet toen ongeveer 1 miljoen mensen moet geweest zijn. Tussen 1734 en 1756 lieten de keizers Yongzheng en Qianlong van de Qing dynastie eveneens tellen, resultaat 1 miljoen[4]. De laatste met de verwonderde vaststelling dat ongeveer één derde van de mannelijke bevolking het celibaat volgde in de kloosters. In 1830 liet Qing keizer Daoguang, weer met het oog op correcte belastingen, andermaal een telling uitvoeren voor de gehele regio van het actuele Tibet. Resultaat: 1 miljoen[5]. En in 1953 telde de 14e dalai lama zoals gezegd 1,2 miljoen. Geen bevolkingsstijging gedurende een kleine duizend jaar, door het harde leven, enkele epidemieën en het hoge aantal monniken. Of een samenleving “in evenwicht met de natuur”? De 14e dalai lama beschrijft in zijn “internationaal project voor de ontwikkeling van Tibet en gids voor een duurzame ontwikkeling” in april 2004 het vroegere Tibet als een land “met een traditionele en duurzame wijze van productie gedurende duizenden jaren, waar mens en natuur harmonieus samenleefden en waar gedurende eeuwen genoeg grond bebouwd werd om onafgebroken goed te leven.”[6] Hier zitten een paar modewoorden in. Zou de oude Tibetaanse samenleving met zijn grootgrondbezit en lijfeigenschap een ecologisch harmonieus voorbeeld geweest zijn? Laten we het individuele overlevingspakketje aan voedsel bekijken van die periode: 200 gram meel per dag en 200 gram rapen of raapzaad per maand, met daarnaast wat melk en yak- of schapenvlees en dat was het. Hiervan moet nog afgetrokken worden wat de Tibetaanse families aan de grootgrondbezitter of aan het klooster moesten afstaan. De gelug school liet zoveel als ze konden het arsenaal van monniken onderhouden door de boeren, wat een flinke rem betekende op de ontwikkeling. De ideologie die dit ondersteunde was het negeren van het ego, de eigen verlangens als bron van alle lijden en kwaad. In de jaren vijftig stierf één kind op twee. Bevallen gebeurde in een stal (wie deed dat nog?) of in een schamele hut. Oedemen bij zuigelingen, te wijten aan de hoogte, waren een frequente doodsoorzaak. In 1990 was de kindersterfte teruggebracht tot 1 op 10, wat nog steeds hoog bleef. Uit studies blijkt dat de levensverwachting met 4 maanden verlaagt per 100 meter hoogte. Leven op 4.000 m is geen pensioensparen waard.

 

multicultureel

Buiten Tibet vinden we de Tibetanen terug in alle aangrenzende gebieden, vermengd met andere bevolkingsgroepen. De meeste situeren zich in dat deel van Kham, dat sinds de Qing dynastie bij de provincie Sichuan behoort: 1,3 miljoen. Volgt de provincie Qinghai met 1,1 miljoen, Yunnan met een half miljoen en Gansu met 100.000. Samen net iets meer dan het aantal Tibetanen in Tibet zelf. Een mooi staaltje van gebiedsuitbreiding in het discours van de 14e dalai lama is wat hij noemt de provincie Amdo. Voor het Amerikaanse congres in 1987 zegt hij dat daar 25 miljoen Chinezen wonen voor slechts 750.000 Tibetanen[7]. De huidige provincie Qinghai telt slechts 5 miljoen mensen in het totaal en bijna alle Tibetanen van Amdo wonen binnen die provincie, zowel vroeger als nu. Waar zoekt de 14e dalai lama die 21 miljoen andere mensen dan? In gebiedsuitbreiding nog verder naar het noorden en naar het oosten dan de provincie Qinghai, waar sinds eeuwen miljoenen Han Chinezen en anderen leven. Binnen Tibet is recent de verscheidenheid van bevolkingsgroepen toegenomen. Het waren niet allemaal Han Chinezen, die de groeiende welvaart meepikten. Diverse kleine entiteiten van minderheden, vooral uit de provincie Yunnan, werden in Tibet “waargenomen”. De bevolkingsregisters tonen nu een mengelmoes van een veertigtal groepen. In de steden blijven de dominanten uiteraard Tibetaans, Han en Hui - Japanse en Chinese toeristen niet meegerekend. Maar op een markt zie je handelaarfamilies van de Miao uit Guizhou of van de Bai uit Yunnan. Wat is er verkeerd aan het feit dat bevolkingsgropen zich verplaatsen binnen hun eigen land? Er wonen heel wat Vlamingen in Wallonië, zij hebben er Vlaamse TV op de kabel, kunnen Vlaamse kranten kopen en brachten hun bakstenen mee. Weet nog dat in Tibet de bevolkingsdichtheid twee personen per vierkante km is en ongeveer dubbel zoveel yaks. Zelfs in het hoofdstedelijke gebied van Lhasa bedraagt die slechts enkele tientallen personen per vierkante km, dat is nog tien maal minder dan het gemiddelde over geheel België. Het departement Lhasa, omliggende landbouwdistricten inbegrepen, telt nu bijna een half miljoen inwoners, te vergelijken met Antwerpen plus Doel, maar veel groter in oppervlakte. De stad zelf huisvest 300.000 mensen. In 1959 waren het er slechts 25.000. Toch is de verstedelijking in Tibet véél trager verlopen dan in de rest van China. In 1953 woonde slechts één op tien mensen in de steden en veertig jaar later was dit nog steeds zo. De steden groeiden het snelst de laatste tien jaar. In Lhasa zie je nu veel meer Tibetanen dan 10 jaar geleden, veel meer Hui, meestal verkopers, en ook veel meer Han Chinezen, ook verkopers. Het aantal Han nam sneller toe dan de twee anderen.

 

Verstrikt in de cijfers

In interviews tijdens zijn bezoek in België zei de 14e dalai lama dat de Chinezen tweederden van de inwoners van Lhasa uitmaken. Terwijl zijn studiebureau in New York het ongeveer eens is met de officiële tellingen in het jaar 2000. Toen kwam de overheid uit op 34% Han Chinezen in de stad zelf en 17% in het departement[8]. De telling bevat de vlottende bevolking, mensen die elders gedomicilieerd zijn maar al minstens zes maanden in Lhasa verblijven. Toch vindt het bureau van de 14e dalai lama een argument: de telling vond plaats in november en tijdens de zomer zouden er veel meer Han Chinezen in de hoofdstad rondhangen. Ze relativeren zelf onmiddellijk hun argument door te zeggen dat hun niet nader genoemde informanten mogelijks ook een aantal Chinese toeristen meegeteld hebben, want die zijn nogal zichtbaar op straat. In 2006 kwamen er 2,5 miljoen toeristen naar Tibet, waarvan 90% Chinezen, Hongkong en Taiwan inbegrepen. Interessant is ook de confrontatie tussen het bureau van de 14e dalai lama in New York en een stelling die bij de “Tibet support” groepen de ronde doet. De eersten zeggen dat er slechts 32.000 Han Chinezen in de rurale gebieden wonen tegen 2 miljoen Tibetanen. Zij zien daarin een achterstelling van de Tibetanen, die boeren moeten blijven en geen toegang krijgen tot de rijkere steden. De “Tibet support” groepen van hun kant spreken dan van een verplichte sedentarisering van de Tibetanen, die in de steden steenkappers moeten worden voor de constructiedrang van de Chinezen[9]. En het wordt helemaal onbegrijpelijk wanneer sommigen schrijven dat de Chinezen in de meerderheid zijn in de gehele autonome regio, terwijl het bureau van de 14e dalai lama er slechts 6 % ziet en daarmee de officiële tellingen bijtreedt[10]. Andere onderzoekers uit zijn entourage doen dat ook. Een uitgebreid onderzoek ter plaatse in Tibet zelf, in 2003-2004, door een Engelse economist, stelt ronduit dat al die verhalen van instroom van Han Chinezen in Tibet fel overdreven zijn. Hij kon tal van enquêtes doen in West-Sichuan en in de grote en kleinere steden in Tibet zelf. Als voorstander van de 14e dalai lama, werkte hij gedurende enkele jaren in de Tibetaanse gemeenschap in India en werd er fervent boeddhist[11]. In zijn “veldonderzoek” komt hij tot de conclusie dat het hoger aantal kinderen bij de Tibetanen gelijke tred houdt met de immigratie van Han Chinezen en dat er zeer weinig Han Chinezen buiten de stedelijke centra te vinden zijn. Hij weerlegt alle propaganda rond de “massale instroom” van Chinezen en richt zijn kritiek op het feit dat de Tibetanen niet genoeg aan de bak komen in de economische topsectoren in de steden.

 

Maar al geraken ze zelf en onderling verstrikt in hun eigen cijfers toch hebben ze één kapstok gemeen waar ze de waarheid aan ophangen: in Groot Tibet zijn de Tibetanen in de minderheid. Dat is zo. En dat was ook zo eeuwen geleden. Dat laatste zijn ze dan vergeten en willen de miljoenen indringers uit hun Groot Shambala verdrijven. In zijn “Vijf Punten Plan” voor Tibet schrijft de 14e dalai lama dat “er al 7,5 miljoen Chinezen kolonisten ingeweken zijn, dat dit moet stoppen en dat de aanwezigen moeten terugkeren” naar wat hij China noemt[12]. Het Belgische parlement vond dat “Vijf Punten Plan” een waardig uitgangspunt voor de oplossing van het probleem Tibet en nam het op in zijn resolutie in 1996.[13]

 



[1] resolutie van 1996, zie hoger.

[2] 2006.

[3] CTIB.

[4] idem.

[5] Idem.

[6] TRIB.

[7] ICT.

[8] TOT.

[9] krant De Morgen, 27/5/2006.

[10] TIN.

[11] Andrew Martin Fischer, Development Studies Institute, London. “Urban Fault Lines in Shangri La: population, exclusion, and discourses of inter-ethnic conflict in the Tibetan areas of Western China”, 26/2/2004.

[12] TRIB.

[13] Zie hoger.

15:49 Gepost door infortibet in demografie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, genocide

25-03-09

een gereïncarneerde lama schrijft

“De wording van de religieuze en wereldlijke macht in Tibet”, van Dungkar Lobzang Trinle

Het zijn niet enkel politici of historici die de evolutie van Tibet ontleden. Zo is er Dungkar Lobzang, een gereïncarneerde hoge lama, die een boekje schreef. Dungkar Lobzang is geboren in 1927 en werd op vijfjarige leeftijd erkend als de reïncarnatie van de hoge lama van het Dungkar klooster in de omgeving van de stad Nyingchi in Tibet. Zijn studie in het Sera klooster van Lhasa gaf hem de hoogste titel (‘geshe’) in de boeddhismewetenschappen. Hij legde zich toe op historische annalen van Tibet en publiceerde tal van werken in het Tibetaans. Een beknopt boekje van zijn hand werd in het Engels gepubliceerd, daar verwijst de titel boven naar. Uitgeverij: Foreign Languages Press, Beijing, 1991. Alles wat in Beijing gepubliceerd wordt moet niet per definitie verdacht zijn, die man schrijft gewoon zijn kennis neer. En hij doet dat inderdaad op een manier die de band tussen religieuze macht en politieke macht niet wil wegmoffelen. Tibet was zoals elke andere streek in de wereld het toneel van machtstrijd, periodes van bloei, burgeroorlogen en inmengingen van buitenuit. Het boekje behandelt de periode van bij het begin van onze tijdrekening tot in 1951.

dungkar lobzang

23-03-09

De ‘autonomie’ van Tibet : een relatie tussen ‘centraal’ en ‘lokaal’.

De term ‘autonomie’ brengt ons denken dikwijls en vrij vlug naar noties van ‘uitsluiting’: deuren, vensters en grenzen sluiten. In dat geval echter stopt de ‘dynamiek’ van de autonomie, de relatie tussen ‘centraal’ en ‘lokaal’ is onderbroken, het komt tot ‘scheiding’. China voelt de term ‘autonomie’ anders aan dan wij, voor China staat de wisselwerking tussen ‘centraal’ en ‘lokaal’ in het centrum.

 

‘Centraal’ in China neemt zijn rol op en schuift de grote economische, politieke en sociale oriëntaties naar voor. Wij kunnen ons hier aan een vergelijking wagen met Europa, waar de Europese Commissie ‘richtlijnen’ uitvaardigt voor de deelstaten, richtlijnen die trouwens een groot deel van ons leven beïnvloeden. Onnodig in herinnering te brengen dat wij het ‘recht’ hadden om tegen verschillende richtlijnen, die ons irriteerden, te betogen.

Hoe zit het in Tibet? Velen onder ons denken dat Tibet bestuurd wordt door Han Chinezen met een handvol Tibetaanse marionettenfunctionarissen in hun dienst. Wij weten niet dat het Tibetanen zijn die hun eigen regio besturen. Het aandeel Tibetaanse functionarissen is 70% in de grote steden en bereikt 90% à 100% op het platteland. Nergens in Tibet zul je een ‘dorpsburgemeester’ vinden die Han is (er zal wel één uitzondering zijn), allen zijn ze Tibetaan. De dorpsleiding, het bestuur van het kanton en de bestuursraden van de departementen worden allen gekozen bij algemeen en direct stemrecht, om de zes jaar. In alle bestuursorganen bijeen, van hoog naar laag, het ‘Volkscongres’ van Lhasa inbegrepen (de hoogste beslissingsinstantie), vertegenwoordigen de Tibetanen 80% van de leden.

Het geheel van het Tibetaanse administratief personeel is evenmin een ‘handvol marionetten’, het gaat over ongeveer 130.000 personen (functionarissen en technici in dienst van de lokale regering bijeen), zonder de politie mee te tellen, die eveneens bestaat uit Tibetanen. Die massa mensen is niet zomaar een kudde schapen, er heerst een sfeer van ‘debat’ op het hoog plateau (terwijl de ‘dalaïsten’ in het Westen het hebben over de «Han terreur»). Alles wat de organisatie van het concrete leven betreft passeert de discussie, op alle niveaus en op alle terreinen (behalve over ‘onafhankelijkheid’, dat zou de nationale eenheid bedreigen). Een klein voorbeeld: in 2005 ontmoette ik een ‘schepen’ van de stad Lhasa, die me zei dat de discussie van het moment ging over urbanisme. De vraag was: «moet elke nieuwe constructie buiten het oude stadscentrum ook de traditionele Tibetaanse stijl vertonen of mag het modernisme een zekere plaats krijgen? ». Slechts een voorbeeld uit de duizenden.

 

Het zijn de Tibetaanse verkozen leiders die beslissen over de ontwikkeling van hun regio. Uiteraard is de ‘lokale’ overheid in interactie met de ‘centrale’. Vooreerst zijn er de subsidies van de centrale overheid (bepaald in ‘onderhandeling’ met de Tibetaanse lokale overheid), enorme bedragen de laatste jaren (zie artikel 'staatsteun’). De centrale staat beslist over de grote projecten, zoals de spoorlijn, maar in overleg met ‘lokaal’. En de regionale overheid beslist over het gebruik van de gewone subsidies, in overleg met de centrale regering. Op elk ogenblik is er een ‘communicatie over en weer’ tussen ‘centraal’ et ‘lokaal’, is er dialoog en onderhandeling. Een voorbeeld: de Chinese president zegt: « het plan ter bestrijding van de financiële crisis moet geld vrijmaken in China ten voordele van de landbouw ». Vereenvoudigd kan men zeggen dat dit in het binnenland van China vertaald wordt in subsidies voor de kleine en middelgrote agroalimentaire industrie, terwijl in Tibet de lokale overheid beslist om verder geld te besteden aan de renovatie van boerderijen, aan het verbeteren van de beschikbaarheid van kraantjeswater en aan het aanleggen van kleine wegen naar afgelegen dorpen. Dit is opnieuw slechts een voorbeeld uit de vele.

 

In de relatie tussen ‘centraal’ en ‘lokaal’ wordt het accent precies gelegd op de ‘relatie’, op de dynamiek van die relatie (noem dat ‘yin-yang’ of ‘dialectiek’, zo je wilt). Wij, Europeanen, zijn geprononceerder en graven ons vlugger in bij één van de twee kanten, met soms loopgravenoorlogen als gevolg! In China zijn de competenties van de ‘enen’ en die van de ‘anderen’ minder duidelijk afgebakend dan bij ons. De interacties zijn talrijk, zo blijkt ook uit de wetgeving. Er zijn nationale wetten, nationale wetten aangepast aan de condities van Tibet en specifieke wetten voor Tibet, telkens geval per geval zo bepaald, onderhandeld en overeengekomen tussen ‘lokaal’ en ‘centraal’. De lokale regering van Tibet kan eigen wetten voorstellen, wijzigingen aan nationale wetten of zelfs een nationale wet weigeren, maar nooit zonder ‘overleg’. Drie voorbeelden: de polyandrie en de polygamie zijn legaal in Tibet, daar waar ze dat niet zijn in de rest van China; de belastingen op de inkomens zijn lager in Tibet dan in de rest van China; de reglementering van ‘één kind per gezin’ is nooit van toepassing geweest in Tibet.

 

Ons Westers denken is niet zo vertrouwd met een dergelijke ‘heen en weer communicatie’, bij ons herleidt zich dat vlug tot “ga weg” of “kom hier”, waarbij een ‘dominante’ positie dan nog de tendens heeft om zijn dominantie te versterken, zonder concessies, zonder dialoog. Natuurlijk is de ‘heen en weer communicatie’ in China niet ideaal, er zijn veel momenten en situaties waar het ene aspect het andere domineert. Maar het oude Chinese denken – en het huidige – zegt dat « een heerser die alles probeert te beheersen, van bij het begin al beseft dat hij niet lang zal heersen.”   

14:52 Gepost door infortibet in autonomie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, bestuur, wetten

14-03-09

een kleine mediaoorlog over de Tibetaanse opstand van 1959

Er loopt een tentoonstelling over Tibet, “oud en nieuw”, in Beijing. Een glazen kast toont wapens die de Tibetaanse rebellen in 1959 gebruikten (o.a. een Amerikaans “Thompson” machinegeweer en een Engelse “Bren”). Het onderschrift in het Chinees en het Engels vermeldt de naam van het wapen en het feit dat het wapens van de Tibetaanse opstandelingen waren. Het Franse persagentschap AFP nam er een foto van en stuurde die de wereld in met het onderschrift: “Een voorbeeld van wapens die de Chinezen gebruikten tegen de Tibetaanse opstand in 1959.” Het omgekeerde dus. De directeur van de tentoonstelling en het Chinese Ministerie van Buitenlandse Zaken eisen een publieke rechtzetting van AFP.  (Xinhua 14 maart)

PS: Op 19 maart heeft AFP het onderschrift al laten wijzigen.

17:02 Gepost door infortibet in geschiedenis 20e eeuw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, geweld, china, pers

13-03-09

Waar het allemaal begon: de opstand van 10 maart 1959 in Lhasa

Wang Qixiu, een nog levende ooggetuige van de opstand op 10 maart 1959 in Lhasa en die er toen in het postkantoor werkte, deed zijn verhaal aan china.org.cn, vertaald door NTIS[1]. Enkele uittreksels:

“Het leger kwam pas in actie na 10 dagen onlusten, op 20 maart, toen de rebellen het legerkamp aanvielen. De rebellen hadden voordien al het Potala paleis, het winterpaleis Norbulingka en de tempels Ramoche en Jokhang bezet.

Zij waren met tien tot twintigduizend[2] en beschikten over 10.000 geweren, 180 machinegeweren en 40 mortieren. Het Chinese leger bestond slechts uit 12 regimenten, totaal 1000 man. Op 22 maart hadden alle rebellen zich al overgegeven. 5300 rebellen werden gedood in de gevechten.

De 14e dalai lama vertrok al uit Lhasa de avond van 17 maart 1959. Mao gaf opdracht aan zijn generaal in Lhasa om hem niet te achtervolgen.”

 

Bij Mikel Dunham[3] vinden we getuigenissen van ex-rebellen. De versie van de feiten is vrij gelijklopend met hierboven:

“Bij zijn vertrek uit Lhasa op 17 maart was de dalai lama van plan om een tijdelijk hoofdkwartier te kiezen in de rebellenbasis van Lhuntse Dzong (een klein fort op 100 km van de Indische grens). Hij kwam er aan op 27 maart, maar onderweg al, op 24 maart, had hij het bericht gekregen dat de opstand mislukt was. Hij hoorde het ook op Radio Beijing via de radio van de CIA-officier, die hem begeleidde. Dat deed hem beslissen om in ballingschap te gaan. De 14e dalai lama benoemde nog de rebellenleider Gompo Tashi tot ‘generaal’ en op 31 maart overschreed hij de grens met India.” De nu gepensioneerde rebellen spreken over “15.000 doden en gewonden samen”.

 

Zo vertellen het ook Kenneth Conboy en James Morrison,[4] op basis van getuigenissen van toenmalige CIA-verbindingofficieren. Deze laatsten vermelden geen dodenaantal.

 

Kort na zijn aankomst in India, in juni 1959, verklaarde 14e dalai lama “dat er 70.000 Tibetanen afgeslacht waren in Lhasa”. Dat zal hij vijf jaar later optrekken tot 87.000 en het ook nog zo schrijven in zijn “memoires”, gepubliceerd in 1990.

 

De CIA schatte de totale toenmalige bevolking van Lhasa op 10.000[5] en noemde de dodencijfers “groteske verzinsels” vanwege de broer van de 14e dalai lama.[6]

Of zoals een Franse website onlangs titelde: “Overdrijven is geen leugen volgens de dalai lama.”



[1] 11/3/09 NTIS, US Dept of Commerce.

[2] De meeste rebellen waren Khampa’s, mensen van West-Sichuan en Oost-Tibet, die naar de hoofdstad afgezakt waren vanaf de zomer van 1958. Zij waren voorzien van wapens voordien al gedropt door de CIA.

[3] “Buddha’s Warriors, the story of de CIA-backed Tibetan Freedom Fighters, the Chinese Invasion and the ultimate fall of Tibet”, Mikel Dunham, met voorwoord van de 14e dalai lama, Tarcher-Penguin New York, 2004, pag 290-304.  

[4] « The CIA’s secret war in Tibet », Conboy en Morrison, Modern War Studies at Kansas University, 2002, pag 90-93

[5] Andere Westerse Tibetkenners van die tijd hebben het over 20.000 inwoners.

[6] Geciteerd in « The making of modern Tibet », Tom Grunfeld, Zed books, London, 1987, pag 129.

17:36 Gepost door infortibet in rellen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, opstand, geweld, dalai lama, china, usa, cia

07-03-09

De nieuwjaarsbrieven van de 14e dalai lama

Op 25 januari 2009 schreef de 14e dalai lama een nieuwjaarsboodschap aan “alle Chinezen”, naar aanleiding van het Chinese Nieuwjaar. Op 24 februari schreef hij er een voor “alle Tibetanen”, naar aanleiding van het Tibetaanse Nieuwjaar.[1]

De brieven bevatten geen religieuze boodschap, ook geen filosofische en hebben het niet over hoogstaande spiritualiteit. Het zijn gewoon politieke manifesten, van het begin tot het einde. Geef toe: wij zouden toch een politieke kardinaalsbrief terug naar afzender sturen? Enkele dingen uit de inhoud ter verduidelijking, waarbij diplomatieke taalfinesses ons verplichten om een beetje tussen de regels te lezen. Zo begint zijn nieuwjaarsbrief aan “alle Chinezen” niet met ‘waarde landgenoten’, maar met “onze broers en zusters”, want voor hem is China een ‘ander land’, terwijl hij het in zijn nieuwjaarsbrief aan de Tibetanen over “wij, de Tibetanen” heeft. Nog zo’n ‘diplomatieke taalfinesse’: in zijn brief aan “alle Chinezen” groet hij eerst de Chinezen in het buitenland en dan de Chinezen “in het binnenland”. Waarom? Hier moeten we tussen de regels lezen. De Chinezen ‘in het buitenland’ zijn ‘vrij’ volgens hem, hij heeft er ook vele vrienden, de dissidenten, terwijl de Chinezen ‘in het binnenland’ niet ‘vrij’ zijn. Er is een alliantie tussen de Tibetaanse ex-elite in het buitenland en een resem Chinezen, die in het verleden het socialistisch politiek-economisch systeem in China aanvochten en nu in het buitenland leven. De 14e dalai lama zegt het ook in zijn nieuwjaarsbrief aan “alle Chinezen”, dat die in het “binnenland geen vrijheid van bewustzijn hebben en niet weten wat er in de wereld gebeurt omdat ze BBC en CNN niet kunnen bekijken”. “Ik ben daar ontzaglijk over ontgoocheld,” zo schrijft hij. In zijn brief steunt hij de “opposanten” in China, die “ijveren voor vrijheid, democratie, gerechtigheid, gelijkheid en mensenrechten”. Dat liedje begint ons te vervelen, niet? “Op die mensen kunnen we trots zijn,” zo besluit hij zijn nieuwjaarsbrief. Vertaald wil dit laatste zinnetje zeggen dat hij niet “trots” is op de honderden miljoenen Chinezen die wel hun politiek-economisch systeem verdedigen. Het is dus geen brief aan “alle Chinezen”, slechts een brief aan ‘enkele Chinezen’.

Maar dan de brief aan ‘zijn’ Tibetanen. Vooreerst hemelt hij de onlusten in Lhasa van 14 maart 2008 op als een “heldhaftig verzet”, terwijl we weten, via getuigenissen van toeristen, dat het ging om lynchpartijen en brandstichtingen door enkele bendes Tibetanen. “Ik heb een enorme bewondering voor het enthousiasme, de vastberadenheid en de zelfopoffering van de Tibetanen in Tibet,” is zijn ‘heilige’ aanmoediging. “Maar,” zegt hij “het is moeilijk om ons doel te bereiken door levens op te offeren.” Hij zegt dus niet dat het ‘onmogelijk’ is of ‘uit te sluiten’, neen, enkel "moeilijk", waarbij hij zich wellicht herinnert dat zijn guerrillatroepen in de periode 1956-1974 faalden. In verband met de onlusten in maart 2008 spreekt hij van “honderden doden onder de Tibetanen en duizenden gevangenen en gefolterden”, zonder dat zijn ‘administratie’ duidelijke aanwijzingen kon aanbrengen. De Tibetaanse lokale regering in Lhasa gaf namen vrij van de slachtoffers (19) en van de beschuldigden in de processen (76).

De 14e dalai lama geeft toch één religieuze boodschap mee aan de Tibetanen in Tibet zelf: “Ga voor positieve acties, die de rechtschapen daden van de Tibetaanse martelaren, gevallen tijdens de tragische gebeurtenissen van vorig jaar, kunnen helpen om het nirvana te bereiken.” Hij vult zelf in wat die “positieve acties” kunnen zijn: “De Tibetanen gaan gebukt onder een zo wrede onderdrukking, worden zo fel geteisterd, dat zij geen andere uitweg hebben dan protest.” Dit is een klare oproep aan de Tibetanen, zonder reserves en twee weken voor de verjaardag van de rellen van vorig jaar, om in Lhasa voor herhaling te zorgen van de lynchpartijen en brandstichtingen.

   



[1] De brieven zijn ondermeer te vinden op de website van International Campaign for Tibet en op de persoonlijke website van de 14e dalai lama.

17:52 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rellen, china, democratie, geweld, tibet

04-03-09

Staatsteun

In 2006 bereikte het BNP per inwoner ongeveer 1000 euro per jaar. In 1995 was het amper 325 euro. De graanproductie overschreed 1 kg per dag per persoon. Dat is ongeveer vijf maal meer voor de gewone mensen dan tijdens het feodale klerikale regime van weleer.

De steun vanuit de centrale Chinese regering nam in het begin vooral de vorm aan van voedselhulp, wegen- en scholenbouw en geneeskundige zorgen. Dit evolueerde sinds de jaren tachtig naar meer duurzame investeringen. Het lokale inkomen van de Tibetaanse overheid bedroeg in 2006 150 miljoen euro. Terwijl de uitgaven meer dan tien maal hoger liggen, op ongeveer 2000 miljoen euro. Het lage inkomen van de Tibetaanse overheid komt vooral door de vrijstelling van belasting voor boeren en herders. Het is de centrale overheid die jaarlijks 90% van de begroting bijpast. Wanneer de centrale Chinese regering Tibet ontwikkelingshulp schenkt, zeggen de “Tibet support” groepen dat dit een bewijs van culturele kolonisatie is. Veronderstel dat de Chinese regering Tibet laat verkommeren als achtergebleven streek, dan zouden diezelfde groepen roepen dat dit een bewijs is van koloniale achterstelling. President Hu Jintao zei recent dat de steun voortaan meer naar landbouwprojecten moet gaan en minder naar de steden. De lokale overheid van Tibet besliste om voor 2009 een verhoging van het budget te voorzien van 1,5 miljard euro. Dat is ongeveer 50% meer dan in 2008. Hoofdzakelijk voor renovatiesubsidies voor woningen, maar deels voor onderwijs, wetenschap, geneeskunde, ecologie en voedselveiligheid.[1]

Sinds Tibet het statuut van autonome regio kreeg in 1965, werd jaarlijks een groot budgettekort bijgepast door de centrale overheid. De begrotingsstatistieken tonen een totaalbedrag voor die 40 jaar van om en bij de 10 miljard euro. Dat is niet enorm. Ter vergelijking: de Belgische begroting is bijna 100 miljard euro… per jaar! De eerste 30 jaar (1965 tot 1995) was de overheidsdotatie voor Tibet zeer klein, gemiddeld slechts enkele tientallen miljoenen euro per jaar. Hoewel hier onmiddellijk moet bijgezegd worden dat het aanleggen van interstedelijke wegen bvb rechtstreeks door de centrale staat gefinancierd werd. De werkuren van de soldaten, en wat ze aten, werden niet aan Tibet aangerekend. Gedurende die periode van 30 jaar beschikte China in zijn geheel over veel minder middelen dan nu en gaf dus ook niet zoveel aan Tibet. Het is pas in 1999 dat de staatsdotatie één miljard euro per jaar naderde. Daar komt nog bij dat het bedrag van 10 miljard gespreid over 40 jaar slechts een deel is van de hulp die Tibet krijgt. Het gaat om de dotatie vanuit de centrale staatskas voor de lopende jaarlijkse begroting. Bijzondere hulpprojecten of investeringen door de centrale staatsdepartementen zitten hier niet in. Zoals de spoorweg Qinghai-Tibet of grote hydro-elektrische werken. Daarenboven zijn er nog de talrijke ontwikkelingsprojecten gefinancierd vanuit andere Chinese provincies en die dus niet van de centrale staatskas komen. Al die cijfers van op afstand verzamelen is een onmogelijke opgave. Er zijn diverse statistieken van diverse instanties, die niet zomaar optelbaar zijn.

bouwwoede
een groot deel van de subsidies gaat naar bouwpremies


[1] CTIC 18/11/2008

 

19:56 Gepost door infortibet in economie algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, china, economie, ontwikkelingshulp

Een Han Chinees, een Tibetaan : zet ze niet samen?

In het vrij grote “Xiongbala Hotel” – een verwrongen transcriptie van ‘Shambala’, het mythische Tibetaanse rijk – ben ik op bepaalde dagen de enige logeergast. Op een morgen waren buiten mij nog twee Han Chinezen aan het ontbijten in de niet verwarmde zaal met wel 200 plaatsen. Het hotel – op Jiangsu lu - is privékapitaal van enkele Tibetanen uit het oosten van Tibet, zo zei Dawa mij. De omgeving van het hotel is gemengd Tibetaans en Han. Er zijn Han met povere winkeltjes zoals er Tibetanen zijn met povere winkeltjes. Maar er zijn weinig Tibetanen met chique winkels. De “merkwinkels”, die je nu uniform in alle steden ter wereld ziet in de voetgangersstraten, bevinden zich in een brede laan tussen de Jokhang tempel – het oude centrum – en het Potala paleis. Daar was ongeveer niemand te zien. Volgens mij moeten het Chinese toeristengroepen zijn die er aan het kopen slaan, maar eind oktober wordt het te koud en zijn er weinig.

 

Terug naar Jiangsu lu. Er is een groot restaurant, netjes, deftig en goed verlicht. Het wordt uitgebaat door Han Chinezen. Ik ben er enkele malen binnengestapt. Buiten mij enkel Tibetaanse klanten, zelfs op een avond een volledig gezin met vijf kinderen. Nochtans is het restaurant niet goedkoop. Op Beijing lu, in hartje centrum, ga ik in een klein hokje – plaats voor 10 mensen – ‘jiaozi’ eten, een Chinees ravioligerecht. Zij serveren ook ‘honderdjarige’ bruine eieren en van die lange smoutstaarten. De baas van de tent is uiteraard een Han, gezien de gerechten. Gedurende de tijd dat ik er ben komen enkel Tibetanen binnen. De baas spreekt half-Tibetaans, half-Chinees met hen. De Tibetanen, op stap buiten, eten trouwens meestal een soort “Chinees”. Een Tibetaanse student zegt mij: “Een beperkt aantal Han families ziet soms een kans om in Tibet een zaakje te beginnen. Gewoonlijk blijven ze 3 à 5 jaar, net lang genoeg om een klein startkapitaal bijeen te garen om dan in hun eigen streek een groter project aan te kunnen. Er is bij de centrale Chinese regering nergens een politiek te vinden van aansporing of premies voor Han om massaal uit te wijken naar Tibet. Bovendien, Han families leven niet graag op grote hoogte.”

 

Waarom maken wij eigenlijk altijd dat onderscheid: “Ah, dat is een Han, ah, dat is een Tibetaan”? Alsof dat wij wensen dat die mensen niet kunnen samenleven. Een aantal stemmen in het Westen verkondigen dat natuurlijk. Hun cultuur is grondig anders, maar zij leven soms samen, zoals zij ook dingen niet samen doen. Chinese tourgroepen bijvoorbeeld geven de voorkeur aan een Han gids. Tibetaanse reisbureaus plaatsen hun Westerse toeristen in Tibetaanse hotels, geven ze een Tibetaanse gids en brengen ze naar Tibetaanse restaurants. Voor een deel omdat die Westerlingen dat ook zo vragen, de “markt” accentueert de oriëntaties. Er zijn meer Tibetaanse gidsen dan vroeger, maar er zijn zeer veel Han gidsen omdat er veel Chinese groepen zijn in de zomer.

lhassa nov 08

winkeltjes van Han Chinezen in het centrum van Lhassa en nog zwart van de brandstichtingen in maart 2008 

19:22 Gepost door infortibet in toerisme | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, multicultureel

Onafhankelijkheid?

Vooral bij de stedelijke bevolking voel ik geen roep naar onafhankelijkheid en bij de boerenbevolking staat dat ver van hun zorg. Monniken zijn daar gevoeliger voor, zij zijn ook op de hoogte van de steun die ze daarbij genieten in het Westen. De stedelingen zijn zich duidelijk bewust dat het overgrote deel van hun economische ontwikkeling berust op subsidies van de centrale staat, momenteel 4 miljard dollar per jaar. “Indien die centrale staat wegvalt: wie zal die vervangen?” is de vraag. Want dat is een groot bedrag, bijna de helft van wat Europa aan geheel Afrika geeft als ontwikkelingshulp. “Die hulp moet snel afgebouwd worden, Tibet moet zelfbedruipend worden” schrijft de 14e dalai lama in november 2008[1]. Dat klinkt mooi in onze oren, maar om slechts één ding te noemen: de kosten voor het bekampen van woestijnvorming, veroorzaakt door het opwarmende wereldklimaat overstijgen veruit de economische kracht van slechts 3 miljoen mensen op 2,5 maal Frankrijk als oppervlakte. “Tibet zelfbedruipend”, zoals het ‘vroeger’ was, voorspelt weinig goeds voor het basiscomfort van de mensen, zoiets als een ‘terug naar af’ in naam van het ‘behoud van de eeuwenoude ‘eigen spiritualiteit’. Daar zit toch een vleugje integrisme aan vast. Stedelingen en intellectuelen stellen er geen hoop op. Zij zijn ook kwaad op de relschoppers.

De boeren interesseren zich aan zeer concrete dingen: de verkoopprijs voor gerst en vlees, de premie voor nieuwbouw, subsidies voor serres of machines en vooral de onderwijskansen voor de kinderen. En dat zij voor de rest met rust gelaten worden in hun geloofsbelijdenis. Zij kunnen niet klagen over belastingen, want die zijn er niet. Zij beseffen ook dat die premies of subsidies van de overheid komen. Zij wensen geen ‘andere’ overheid, hun dorpscomité of hun districtleiding, dat zijn Tibetanen en die moeten de zaken maar voor het beste regelen. Hun mening is overduidelijk: “Wij gaan er op vooruit” en daar hebben zij niet veel aan toe te voegen. “Mijn volk lijdt al lang onder een meedogenloze onderdrukking vanwege de Chinezen” (regelmatige uitspraak van de 14e dalai lama) is een groteske marketingslagzin om iets verkocht te krijgen in het Westen.

Een Tibetaanse studente in antropologie, die nu doctoreert in Australië en op bezoek was bij haar familie in Lhassa, vroeg mij of wij in België “Belgisch” spreken? Mijn antwoord kennen jullie en verwonderde haar. Ook geen meerderheidstaal? Neen. “Hoe zijn jullie dan een land geworden?”,  een typisch antropologische vraag. “Een kwestie van geostrategie,” moest ik wel bekennen. Vanaf de 13e eeuw is Tibet wellicht nooit iets anders geweest.



[1] « memorandum aan de Chinese regering », november 2008, website CTA (Tibetaanse « regering in ballingschap »)

17:20 Gepost door infortibet in autonomie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, onafhankelijkheid, monniken, boeren, intellectuelen