06-06-09

“Een dubbele reïncarnatie is mogelijk,” aldus de 14e dalai lama, “maar niet in mijn geval.” Over de twee 17e karmapa’s.

De karmapa is de hoogste lama van de karma-kaguy school van het Tibetaanse boeddhisme. De opeenvolgende – via reïncarnatie – karmapa’s hadden het Tsurpu klooster in de omgeving van Lhasa als standplaats en dit sinds de twaalfde eeuw. Daarmee is de “karmapa-stamboom” ongeveer drie eeuwen ouder dan die van de dalai lama’s van de gelug school. Zij waren ook de eersten die het reïncarnatiesysteem in het Tibetaanse boeddhisme binnenbrachten.

 

Zoals vele hoge lama’s ontvluchtte de 16e lama karmapa Tibet in het woelige jaar  1959 en nam zijn intrek in het Rumtek klooster in Sikkim, van waaruit hij een groot netwerk van karmapa groepen in Europa en de USA uitbouwde. Hij stierf in 1981 en in zijn vermeend testament stond dat zijn reïncarnatie te zoeken was in Zuidoost-Tibet. Dat stelde een probleem: de nieuwe Chinese autoriteiten laten meewerken of niet en splitste het kamp van de Tibetaanse bannelingen in twee strekkingen. Eén groep onder leiding van Shamar Rinpoche bestempelde het testament als vervalst, een andere wou het wel halfclandestien in Tibet proberen. De 14e dalai lama steunde deze laatste groep.

Waarom aanvaardde de dalai lama het zoeken van een belangrijke reïncarnatie binnen “communistisch” Tibet, iets wat hij voor zichzelf totaal uitsluit? Wel, de karmapa’s waren historisch politieke rivalen van de dalai lama’s. De 5e dalai lama veroverde in de 17e eeuw de lokale macht in Tibet na een bloedige oorlog met de kagyu-karma school. Daarom was het voor de huidige 14e dalai lama handig om de nieuwste karmapa in Tibet “op te sluiten” in plaats van hem als rivaal in de wielen te hebben naast zich in ballingschap. Er ontstond flink getouwtrek, de regent van het Rumtek klooster, Jamgeun Kongtrul, vond de dood in zijn BMW één dag voor zijn vertrek naar Tibet, waar hij het zoeken op gang zou brengen. Het Rumtek klooster werd in 1993 bij een religieuze retraite het toneel van een bakstenenslag tussen de rivaliserende groepen: de monniken wierpen met bakstenen naar elkaar en de politie van Sikkim moest de vechtenden komen scheiden.

Ondertussen hadden de autoriteiten in Tibet de traditionele zoektocht naar de reïncarnatie ongestoord laten doorgaan en in 1992 werd de achtjarige jongen Ogyen Trinley Dorje officieel geïnstalleerd in het Tsurpu klooster, nabij Lhasa, als de 17e lama karmapa. Volgens cijfers van de politie woonden tienduizend inwoners van Lhasa de plechtigheid bij. De “bevestiging” van Beijing werd 14 dagen later publiek voorgelezen in het klooster. De rivaliserende groep in India, in oppositie met de dalai lama, benoemde in 1994 in Delhi een andere reïncarnatie, Thinley Thaye Dorje, als 17e karmapa. Er waren dus twee "17e karmapa's".

De 14e dalai lama steunde zoals gezegd die van Lhasa en bleef in geheim contact met enkele lama’s uit zijn omgeving. De “andere” 17e karmapa in India erkende hij niet. Echter, einde 1999 is de toen veertienjarige 17e karmapa Lhasa ontvlucht, met de hulp van zijn oudere zus en samen met lama Tsewang, per wagen via Nepal,   richting India, ondanks of dankzij het feit dat hij vier jaar tevoren een terreinwagen cadeau gekregen had van de centrale Chinese regering om het geloof vlotter te verspreiden. De 14e dalai lama ontving hem met “medeleven” en liet hem in Dharamsala verder studeren in een klein klooster buiten het stadje. De 17e karmapa stond quasi onder huisarrest of kloosterarrest, hij mocht van de Indische regering niet rondreizen en evenmin naar het Rumtek klooster (dat van zijn voorganger) in Sikkim gaan. De Indische regering had schrik dat dit de separatistische beweging in Sikkim zou bevorderen. En het kwam ook de 14e dalai lama goed uit, het bleef tenslotte een concurrent en één internationaal rondreizende ster is genoeg. Het grote netwerk van karma kagyu verenigingen in Europa en de USA was wel gered van de Chinese betutteling over hun leider, de 17e, en publiceerde een resem boeken over de wonderlijke ontsnapping, hoewel een groot deel kagyupa in het westen de andere 17e volgen.

De 14e dalai lama kon de gemoederen van de twee kampen bedaren en zei in 2000, bij monde van zijn privé-secretaris in Frankrijk, dat  “iedereen vrij is om individueel te kiezen welke reïncarnatie hij volgt”.

Van zichzelf heeft de 14e dalai lama de laatste jaren dikwijls gezegd dat hij niet wil herboren worden in “bezet” Tibet. “Als het Tibetaanse volk een nieuwe reïncarnatie wil, dan moet die in staat zijn de taken af te werken die deze dalai lama niet heeft kunnen vervolledigen. Dat betekent dat hij moet komen uit een vrij land.” (interview met Amitabh Pal, verschenen in MO-magazine, mei 2006). "Met de karmapa wel, maar niet met mij..."

 

Bronnen: Kagyu websites; “Karmapainfo France”; “The Dance of 17 Lives” van Mick Brown, Bloomsburry, London 2004.

10:43 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: china, tibet, boeddhisme, dalai lama, reincarnatie, karmapa

De commentaren zijn gesloten.