12-07-09

Spaarlampen in Tibet

De lokale Tibetaanse overheid deelt dezer dagen 600.000 spaarlampen gratis uit aan de bevolking. Dat is ongeveer één lamp per gezin. Daardoor zal ongeveer 30 Megawatt capaciteit bespaard worden, het equivalent van 30 windmolens. Wie doet hen dit na?

DSCN3942

Ook zonnepanelen zijn in de mode in Tibet. Hier een Tibetaans winkeltje in Lhasa.

22:33 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: energie, tibet

11-07-09

Hoe is het geweld in Xinjiang te begrijpen ?

Een artikel van Peter Franssen op www.infochina.be

(Hier overgenomen wegens de "flagrante" gelijkenis met Tibet)

In de hoofdplaats Urumqi van de noord-westelijke provincie Xinjiang zijn 156 doden gevallen. Dat gebeurde bij een oproer dat drie dagen duurde. De aanleiding was de dood van twee Oeigoerse arbeiders uit Xinjiang die in een fabriek in de zuidelijke provincie Guangdong werkten. Zij kwamen om bij onlusten toen het valse gerucht de ronde deed dat de Oeigoeren twee vrouwen verkracht hadden. Oeigoerse jongeren hebben in Urumqi brandstichtend en moordend 'wraak' genomen. De bevolking in China is bijzonder onder de indruk van de vreselijke gebeurtenissen.

Een vrouw stapt van een bus, haar baby in de armen. Een jonge Oeigoer houdt de vrouw tegen en slaat de baby met een steen het hoofdje in. Een groepje van 15 of 20 mensen valt een fietser aan en trapt hem dood. Een ander groepje sleurt een wat ouder koppel uit een taxi en slaat en stampt hen. Voorbijgangers kunnen het koppel wegtrekken. Een man wil zijn winkeltje sluiten als hij ziet hoe een groepje van een tiental jongeren gewapend met messen, stokken en stenen de straat instormt. Hij krijgt de kans niet. De jongeren duwen hem naar binnen en steken het gebouwtje in brand. Een andere bende houdt een bus tegen. De inzittenden vluchten voor hun leven. Twee van hen halen het niet – ze blijven dood op straat achter.

Zo zijn er tientallen verhalen en getuigenissen. Horror op klaarlichte dag. In de Verenigde Staten probeert Rebiya Kadeer de schuld in de schoenen te schuiven van de Chinese overheid “want politie en leger zijn heel repressief opgetreden”. Kadeer leidt het World Uyghur Congress, een koepel van organisaties die de provincie Xinjiang van China wil afscheiden. Maar mevrouw Kadeer krijgt weinig bijval. Er zijn teveel foto's en filmpjes die tonen hoe Oeigoerse jongeren deze moordpartijen op hun geweten hebben.
De goed ingelichte B. Raman – een vroegere regeringssecretaris van India – schrijft op zijn blog: “De rapporten uit de stad tonen hoe het oproer begon met een betoging van Oeigoeren van wie men weet dat ze sympathiseren met het World Uyghur Congress. Kort na het begin van de betoging kwamen er moslim fundamentalisten bij die loyaal zijn aan de Islamic Movement of Eastern Turkestan, een organisatie die gelinkt wordt aan Al Qaeda. Daarop brak het geweld uit tegen de Han-Chinezen.”

Hoe is deze orgie van geweld te begrijpen ?

De provincie Xinjiang en Centraal-Azië

De provincie Xinjiang in het noordwesten van China beslaat één zesde van China. Xinjiang is twee keer zo groot als Pakistan. De provincie is zeer dun bevolkt. Er wonen slechts 20 miljoen mensen van wie 8 miljoen Oeigoeren. Dat is een aan de Turken verwante etnische minderheidgroep in China. Het land telt 55 etnische minderheden. De meeste Oeigoeren zijn moslims.
Xinjiang grenst aan zes landen waar een sterke moslim meerderheid is: Afghanistan, Pakistan, Kazakhstan, Kirgizië, Tadjikistan en Uzbekistan. De vier laatste landen vormen samen met Turkmenistan de groep van 5 Centraal-Aziatische landen die tot 1991 bij de Sovjet-Unie behoorden en een brug vormen tussen China en Rusland.
De provincie Xinjiang hoort sinds 1759 onafgebroken bij China behalve in 1932-1934 en 1944-1948 toen het land als gevolg van de oorlog getroffen was door chaos en uit elkaar dreigde te vallen.
In de provincie Xinjiang vormen de mensen van Oeigoerse oorsprong 45 procent van de bevolking. De Han-Chinezen, de grootste bevolkingsgroep in China, maken 40 procent uit. De overige 15 procent zijn andere etnische minderheidsgroepen zoals de Hui-Chinezen.

Xinjiang is wellicht de meest kwetsbare provincie van het land. Ze heeft een grens van 5.000 kilometer met alles behalve stabiele moslim landen. De Verenigde Staten proberen al 30 jaar deze regio onder hun controle te krijgen. Daarom woedt hier sinds 1979 constant oorlog. Wie deze regio beheerst, beheerst meteen de onderbuik van Rusland en, nog belangrijker, de schakel tussen Europa en Azië. Afghanistan, Pakistan, de provincie Xinjiang en de vijf Centraal-Aziatische Republieken zijn cruciaal voor de controle van de grootste, rijkste en meest volkrijke regio ter wereld: Eurazië.

In 1997 verscheen een spraakmakend boek in de Verenigde Staten. Het is van de hand van Richard Bernstein en Ross Munro en draagt de titel 'The Coming Conflict with China' (Het komende conflict met China). Op blz. 5 kan je lezen: “De Verenigde Staten proberen al een eeuw lang te verhinderen dat één enkel Aziatisch land de regio kan domineren. Dat is precies wat China nu aan het doen is. De Amerikaanse belangen staan hier op het spel.”
De oude Amerikaanse strateeg Henri Kissinger zei twee jaar later: “De overheersing van één van de Euraziatische delen – Europa en Azië – door een land vormt een strategisch gevaar voor de Verenigde Staten. Want zo zou dat land de capaciteit krijgen de Verenigde Staten economisch en militair voorbij te steken. Dat gevaar moeten we hoe dan ook bestrijden.”
Een andere oude rot in het vak is Zbigniew Brzezinski. Hij is vandaag adviseur van president Barack Obama. Hij schrijft in zijn befaamd boek 'The Grand Chessboard' (Het grote schaakbord): “Al de potentiële politieke en economische uitdagingen van Amerika zijn Euraziatisch.”

In een interview met Le Nouvel Observateur zal Brzezinski in 1999 toegeven dat hij en president Jimmy Carter in 1979 de oorlog van de Sovjet-Unie in Afghanistan geprovoceerd hebben. Brzezinski: “Dat was toch een schitterend idee! De Russen zijn in de Afghaanse val getrapt en u wilt dat ik daar spijt van heb?”
Dertig jaar en miljoenen doden later kan je achterom kijken. Toen de Amerikanen in 1979 de oorlog in Afghanistan provoceerden, was dat het begin van een cascade van conflicten: de oorlog tegen de Sovjet-Unie, de post-jihad strijd voor de macht in Afghanistan, de burgeroorlog in Tadjikistan, de terroristische onrust in Centraal-Azië waar ook de Chinese provincie Xinjiang zijn deel van krijgt.

Terreur als wapen van de Amerikanen

Het “schitterend idee” van Brzezinski was de militaire en logistieke steun aan wat later de Taliban wordt en vandaag nog steeds Al Qaeda heet. Le Nouvel Observateur stelt Brzezinski de vraag: “Maar u steunde het moslim fundamentalisme. U hebt wapens gegeven aan toekomstige terroristen. Hebt u daar ook geen spijt van?” Brzezinki antwoordt: “Waarom zou ik? Wat zal het belangrijkste blijken in de geschiedenis: de Taliban of de ineenstorting van het sovjetrijk?”

De tactiek van de Amerikanen was dus de bewapening van moslim fundamentalisten. Niet alleen met het oog op Afghanistan. De islam-specialist en auteur Dilip Hiro vat ze in 1999 samen in het blad The Nation: “De bedoeling is een beweging te creëren die met een mix van nationalisme en religieus extremisme in staat moet zijn over te slaan naar heel Centraal-Azië.”
Om dat proces te versnellen vertrekken vanuit Afghanistan vanaf het midden van de jaren '80 moedjaheddin-eenheden naar de omliggende republieken Uzbekistan en Tadjikistan. Dat staat te lezen in het veel geprezen boek 'L'Ombre des Taliban' (De schaduw van de Taliban) van Ahmed Rashid (blz. 170). De Amerikanen vertrouwen de leiding van deze operatie toe aan Gulbuddin Hekmatyar, een nauwe vriend van Osama Bin Laden.
Destabiliseren door terreuraanvallen luidt hun opdracht. Vanaf het einde van de jaren '80 gebeurt hetzelfde in de naburige Chinese provincie Xinjiang.

Het ene terrorisme is het andere niet

Het tijdschrift Terrorism Monitor schrijft op 21 april 2005: “Er is voldoende bewijsmateriaal om te kunnen zeggen dat vanaf de beginjaren '90 tot de dag van vandaag een krachtige cocktail van drugs, islamitisch extremisme en wapens Xinjiang binnenkomt via Afghanistan, Centraal Azië en Pakistan.”
Wat daar het gevolg van is, staat te lezen in het tijdschrift China Brief van april 2004. De Russische Centraal-Azië specialist Igor Rotar zegt daarin: “Vanaf het begin van de jaren '90 is een sterke ondergrondse afscheidingsbeweging actief die heel wat aanslagen en militaire aanvallen gepleegd heeft zoals de bomaanslagen op bussen in 1990 in Kashgar en in 1992 in de hoofplaats Urumqi, een militaire aanval in Barin in 1990, een oproer in 1995 in Khotan. In 1997 braken in Inin dagenlange gevechten uit met de oproerpolitie. Daarbij vielen 55 Chinese en 25 Oeigoerse doden.” Na het oproer in Inin ontploffen er bommen tot in de hoofdstad Beijing.
In december 2000 probeert het Chinese leger ondergrondse terroristencellen op te rollen. Aan de grens tussen Pakistan en Xinjiang arresteert het 200 zwaarbewapende militanten.
In april 2001 snijden terroristen de procureur en zijn vrouw in Kashgar de keel over. Nog in deze maand volgt er een bomaanslag in een fabriek. In januari 2005 verliezen 11 mensen het leven bij een bomaanslag op een bus in Karamay. In de aanloop naar de Olympische Spelen in 2008 vallen er 39 doden bij aanslagen. Terroristen geven een video vrij waarin ze de verantwoordelijkheid opeisen voor een bomaanslag op twee bussen in Shanghai, een aanslag op een politiepost in Wenzhou, op een fabriek in Guangzhou en op twee bussen in Yunnan.

Vreemd genoeg zijn de Verenigde Staten niet al te vurig in hun steun aan de Chinese strijd tegen het terrorisme. Je zou denken: de Amerikanen vinden na de aanslagen op de WTC-torens in 2001 de strijd tegen het terrorisme een absolute prioriteit en zullen de Chinezen met raad en daad bijstaan, zeker nu blijkt dat er banden zijn tussen Al Qaeda, de Taliban en de terreur in Xinjiang. Maar zo zit de wereld blijkbaar niet in mekaar. In het jonge verleden hebben de Amerikanen terroristen ingezet als pionnen op hun schaakbord. Terroristen waren heel nuttig in Afghanistan in de jaren '80, waarom zouden ze dat vandaag niet meer kunnen zijn op andere plaatsen in de wereld? President Ronald Reagan noemde de moslim fundamentalisten vrijheidsstrijders. Bush noemde hen terroristen. Voor de Amerikanen kunnen ze opnieuw vrijheidsstrijders worden, maar dan wel in Xinjiang.

In december 2002 zegt de Amerikaanse vice-minister Lorne Craner: “De strijd tegen het terrorisme mag geen alibi zijn voor inbreuken op de mensenrechten, zoals China in Xinjiang doet.” Dat komt uit de mond van een vice-minister wiens regering folterkampen en militaire tribunalen organiseert! Eigenlijk wilde Craner de Chinezen verwittigen: “Zoetjesaan, hé, met de strijd tegen het terrorisme.”
Francis Taylor, de terrorisme-coördinator van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei in december 2001 zelfs: "De wettige economische en sociale verzuchtingen van de bevolking in westelijk China horen niet noodzakelijk thuis onder de noemer terrorisme en moeten eerder politiek opgelost wordt dan met contra-terroristische methodes.” Bij aanslagen zijn in Xinjiang tussen 1985 en het ogenblik van deze uitspraak 200 doden gevallen. In de ogen van de Amerikaanse regering is de ene terrorist blijkbaar de andere niet.

Dat bleek ook nog eens uit het dossier van 22 Oeigoeren die in Afghanistan gearresteerd waren. Dat gebeurde in 2002 en 2003, na de inval van het Amerikaans leger in Afghanistan. De 22 werden na hun arrestatie overgebracht naar de gevangenis in Guantanamo. De Amerikanen konden achterhalen dat de Oeigoeren militair opgeleid waren in kampen van Al Qaeda. Vijf jaar later werden de 22 vrijgelaten. Omdat, zo zegde de Amerikaanse legerleiding, ze geen gevaar vormden voor de Verenigde Staten. “Ze zijn niet opgeleid om tegen ons land te vechten,” heette het. Zeer juist. China vroeg met aandrang en herhaaldelijk om de uitlevering van de 22. De Verenigde Staten weigerden dat. De Chinese overheid zal dus niet te weten komen wie hen hoe en waar gerekruteerd heeft in Xinjiang, welke banden ze hebben in de provincie, wat ze van plan waren na hun militaire opleiding in Afghanistan...

Eigen volk eerst

De belangrijkste terroristische organisatie in Xinjiang is de East Turkestan Islamic Movement (Oost-Turkse Islamitische Beweging). ETIM is niet alleen moslim-fundamentalistisch. De organisatie komt ook op voor de afscheiding van Xinjiang, in hun propagandataal Oost-Turkije genoemd. De ETIM verzet zich tegen wat genoemd wordt “de hanificatie van Oost-Turkije”, waarmee de aanwezigheid bedoeld wordt van de Han-Chinezen. De afscheidingsideologie is die van ”eigen volk eerst”. Je ziet dezelfde ideologie bij de Dalai Lama die ijvert voor een Han-vrij en Groot Tibet.

Sinds de economische ontwikkeling dertig jaar geleden in China in een hogere versnelling kwam, neemt het aandeel van de Oeigoeren in de provincie Xinjiang af. Veel andere Chinezen komen naar deze provincie omdat hier grote voorraden olie, gas en mineralen zijn. De Han-Chinezen die naar hier komen, zijn gebonden aan de één-kind-politiek van China. Zoals de andere minderheden mogen de Oeigoeren meer kinderen hebben. Dat is één van de vormen van positieve discriminatie. Toch daalt het aandeel van de Oeigoeren in de bevolking. De olie- en gaswinning in de provincie en sinds kort de uitbouw van de groene energiesector vergen technologische know-how die de Oeigoeren niet in huis hebben. Dat is ook zo voor de uitbouw van de enorme infrastructuur die deze economie nodig heeft. De economische revolutie begon 30 jaar geleden aan de oostkust van China. Vandaag deint ze uit tot in de verste uithoeken van het land – Urumqi ligt op meer dan 4.000 kilometer van de hoofdstad Beijing – en de dragers daarvan zijn zij die de opleiding en de ervaring in het oosten van het land gekregen hebben.
Het tijdschrift China Brief schrijft bij monde van Ahmad Lutfi dat die evolutie onvermijdelijk is, tenzij men de economische vooruitgang en de stijging van het levensniveau wil stilleggen en terugdraaien.
De overheid probeert de Oeigoerse cultuur te beschermen: ze krijgen onderwijs in hun taal, op alle overheidsniveau's hebben ze gegarandeerde vertegenwoordigers, ze hebben kranten, radio en tv-zenders in hun taal,...

De tweede kant van het zwaard

Maar zoals overal waar mensen samenzijn, komen er tegenstellingen, zeker als die mensen van 'vreemde origine' zijn. De terroristische organisatie ETIM maakt hier misbruik van. Net als het World Uyghur Congress van mevrouw Rebiya Kadeer.
Het WUC is een afscheidingbeweging. Ze krijgt de steun van de Verenigde Staten en Duitsland. In 2004 gaf president Bush opdracht aan zijn administratie om het WUC financieel te steunen via de National Endowment for Democracy, de NED. De NED is een zusterorganisatie van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA. Op het einde van de jaren '70 komt de CIA in opspraak nadat uitlekt hoe de organisatie doodseskaders inzette in Vietnam en mee de staatsgreep tegen de Chileense president Allende organiseerde. In de maalstroom van die schandalen wordt beslist een deel van de activiteiten van de CIA over te brengen naar een nieuwe organisatie die de cynische naam National Enwdowment for Democracy, Stichting voor de Democratie, meekrijgt. De activiteiten van de CIA die in de NED ondergebracht worden zijn de stichting en financiering van Amerika welgezinde politieke partijen in het buitenland; de organisatie van burgerbewegingen tegen regeringen die Washington liever ziet gaan; het opleiden, financieren en omkaderen van organisaties en individuen in de media, het onderwijs, de cultuursector... Kortom, het creëren en omkaderen van een maatschappelijke beweging tegen het beleid of de overheden die een andere politieke lijn volgen dan die van Washington. Je kan het ook gewoon onbeschaamde inmenging in andermans binnenlandse aangelegenheden noemen.
In 2004 krijgt het World Uyghur Congress en zijn organisaties 75.000 dollar. De Washington Post maakte op 9 juli bekend dat het WUC en de groepen rond voorzitster Kadeer in 2008 550.000 dollar kregen.

De voorganger van Kadeer als voorzitter van het WUC is Erkin Alptekin. Voor hij in 2004 voorzitter werd, was hij ruim 20 jaar lang tewerkgesteld bij Radio Free Europe/Radio Liberty (RFE/RL) in München als vice-directeur. RFE/RL is een propagadazender van de CIA. In 2003 bracht hij met de hulp van RFE/RL een boek uit dat bijzonder fel anti-communistisch en anti-Chinees is.
Sidik Rouzi, de echtgenoot van huidig voorzitter Kadeer, werkt voor Radio Free Asia, eveneens een CIA-zender. Deze radio zendt haatprogramma's uit in het Oeigoers.

Professor Rohan Gunaratna van het Internationaal Onderzoekscentrum naar Terreur schreef enkele dagen na het begin van het oproer in The New York Times: “De propaganda van de East Turkistan Islamic Movement (ETIM) zaait haat onder de bevolking en zet aan tot geweld.” Hetzelfde kan gezegd worden van de propaganda van mevrouw Kadeer en consoorten.

In Frankrijk, België, Nederland, Duitsland, Italië, Groot-Brittannië, Spanje, Oostenrijk zijn de voorbije jaren migranten en vluchtelingen neergestoken, hun huizen zijn in brand gezet, zij zijn in elkaar gestampt, doodgeschoten. Geen enkele keer had Jean-Marie Le Pen het mes vast, richtte Jürg Haider de long rifle, gooide Filip De Winter de brandbom. Maar zijn zij niet de eerste verantwoordelijken? 

Dit artikel is geschreven door Peter Franssen, redacteur van www.infochina.be op 10 juli 2009.

22:19 Gepost door infortibet in internationale dimensie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: china, tibet, usa, xinjiang

07-07-09

Xinjiang en Tibet: gelijkenissen

Zware onlusten braken uit op zondag 5 juli in Urumqi, de hoofdstad van de Chinese westelijke provincie Xinjiang. Zeer zware onlusten want er zijn 156 doden geteld en meer dan 1000 gewonden. Dat is veel meer dan tijdens de rellen in Tibet in maart 2008. Maar de aard van de onlusten is fel gelijklopend: bendes die de stad rondtrekken, brand stichten en mensen in elkaar kloppen. Volgens de Chinese politie zijn er ongeveer 1500 mensen aangehouden. Dat er sociale en etnische spanningen zijn in China zal niemand betwisten. Maar dat die gebruikt worden in een internationaal geostrategisch spel vermelden onze berichtgevers weinig. Daarom hier enkele bedenkingen precies daarover, meer bepaald over het “eenheidsfront dalai lama - Xinjiang”.

 

De 14e dalai lama voelt zich verwant met de “strijd van de Uyguren van Xinjiang”, dat zegt hij in tal van toespraken (o.m. in zijn toespraak voor het Europees parlement, 4 april 2008). Maar hij noemt die streek “Oost-Turkestan”, die volgens hem best onafhankelijk zou worden. De laatste tien jaar zijn er in de Westerse wereld talrijke comités verrezen ter verdediging van de onafhankelijkheid van “Oost-Turkestan”. Een orgaan dat overkoepelend wil zijn bevindt zich in Duitsland, in München en heet “World Uyghur Congress”. De  voorzitster ervan bevindt zich in de USA en gaat er prat op dat hun beweging kon ontstaan dankzij de steun van het “National Endowment for Democracy” (NED), de zusterorganisatie van de CIA voor “vreedzame” operaties.[1] Haar boek “Dragon Fighter” kreeg een voorwoord van de 14e dalai lama.

In de publieke boekhouding van het NED vind je vier Uyghur oppositieorganisaties, die officieel samen iets meer dan 500.000 dollar ontvingen in 2008.[2]   

Dat is de link met de 14e dalai lama: zij hebben dezelfde sponsors.

Maar zij ‘ontmoeten’ elkaar ook. Een eerste conferentie van de “alliantie” (Tibet, Oost-Turkestan, Zuid –Mongolië) vond plaats in New York op 16 oktober 1998. Officiëlen van de Clinton administratie, samen met vertegenwoordigers van de dalai lama, van de Uyguren en de Mongolen. De 14e dalai lama had een boodschap voor de vergadering: “Onze drie volkeren hadden banden in de geschiedenis en zijn nu verenigd tegen de bezetting door China. Het Sovjet imperium is ineengeklapt en naties hebben de vrijheid teruggevonden. Ik ben optimistisch voor de toekomst van onze volkeren.”[3]

Het doel van dit alles lijkt me redelijk duidelijk: via etnische gesponsorde ophitsing in diverse delen van China het land doen uiteenvallen, naar het voorbeeld van de Sovjet-Unie.



[1] Zie hun site www.uyghurcongress.org “Rebiya Kadeer: The Uighur Dalai Lama”, 21/12/2006..

[3] B. Raman, ex-veiligheidschef in India, in South Asia analysis Group, paper n° 499, 24/07/2002.

19:44 Gepost door infortibet in internationale dimensie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: china, tibet, dalai lama, cia, xinjiang

01-07-09

Drie jaar treinen naar Lhasa

Op 1 juli 2009 was het precies drie jaar dat de trein naar Lhasa operationeel is. Gemiddeld over deze periode stapten ongeveer 8000 personen per dag op, in beide richtingen samen. Maar vooral het goederenvervoer is belangrijk: gemiddeld 60.000 ton per dag. De prijs per ton bedraagt slechts de helft van een eventueel vervoer per vrachtwagen. Eén ton goederen vervoeren tussen Xining en Lhasa kost aldus 60 euro minder dan vroeger via de weg.

DSCN2604

21:05 Gepost door infortibet in mobiliteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: trein, toerisme, economie, tibet