05-04-10

Tibet: een bezet land of niet?

(Als beknopt antwoord op iemand, die me die vraag stelde) 

De begrippen "bezetting" en "soevereine staat" zijn moderne begrippen, die er pas kwamen toen grenzen stilaan internationale erkenning kregen (19e en 20e eeuw). Want als we verder teruggaan, dan heeft iedereen wel eens iedereen "bezet". Bovendien zijn grenzen "machtsevenwichtlijnen", zie maar naar Afrika, waar de grenzen niet volkenkundig maar koloniaal "afgespoken" werden. Voor Tibet is dat niet anders. Tibet werd bij het Chinese keizerrijk ingelijfd in de 13e eeuw door de Mongoolse Yuan dynastie en het bleef onder het gezag van Peking al de tijd nadien. Dat "erkenden" alle wereldgrootmachten nog begin 20e eeuw en hun positie veranderde niet tijdens en na de communistische machtsovername. Wie ben ik om dat eventueel "niet te erkennen"?

Dat de grootmachten dit deden was natuurlijk niet uit liefde voor de Chinezen, maar wel uit eigenbelang: de Europese landen en later Japan en de USA kwamen "elkaar tegen" in het China van voor de revolutie, zij hielden er elkaar in evenwicht, zonder onderlinge confrontatie, door gezamelijk China als staat te blijven erkennen en niet op te delen zoals ze met Afrika gedaan hadden. Elk Europees land had een "havenconcessie" (en enkele spoorlijnen) in China. Het meest "gekoloniseerd" was Tibet (ter grootte van de huidige autonome regio), door Engeland, die het als "verboden terrein" verklaarde voor de andere Europeanen (zie A. David Neel). De handel in yakwol was exclusief in Engelse handen en een "onafhankelijk" Tibetaans leger werd door Engeland getraind en uitgerust (wapens, traditionele Engelse klederdracht en blaaskapel). Foto's bestaan van de 13e dalai lama die "zijn" troepen schouwt en de huidige 14e dalai lama schreef in zijn memoires dat hij ze hoorde zingen: "It's a long way to Tipperary". Maar zelfs Engeland bleef Tibet als deel van China "erkennen", als evenwichtsoefening met Rusland, dat het ook deed. Engeland hapte wel voorgoed zuidelijke stukjes weg van Tibet: Ladakh, Sikkim, Bhutan en Arunachal Pradesh. China heeft na de overwinning van de revolutie in 1949 eigenlijk niets anders gedaan dan zijn "internationaal erkende grenzen" te bevestigen: de Europese concessies in het binnenland verdwenen en het Chinese leger verving het "onafhankelijke" Tibetaanse leger, dat zich zonder schieten in de stad Qamdo overgaf in 1951.

Het is natuurlijk zo dat Tibet onder het Chinese keizerrijk een grote autonomie genoot. Benoemingen van lokale hooggeplaatsten moesten bekrachtigd worden door Peking, maar het aantal regelgevingen vanuit Peking was zeer beperkt. Maar dat is nog een heel ander verhaal, ik wou het hier enkel hebben over de begrippen "erkenning" en "bezetting".

 

Er bestaat een lijvige studie in twee delen, samen goed voor 1540 pagina's, over de periode 1913-1955 in Tibet, door een ploeg vorsers rond Melvyn Goldstein (University of California Press, 1989 en 2007 voor het tweede deel), gebaseerd op de geschriften van de lokale autoriteiten van Tibet op dat moment en op de briefwisseling van de Engelse en Amerikaanse ministeries van Buitenlandse Zaken (via hun ambassades in Delhi en Beijing). Daaruit blijkt overduidelijk dat de komst van het rode Leger in 1951 zonder geweld verliep. Jawel. Een Engelse officier, die toen in Oost-Tibet verbleef (Robert Ford) schrijft hetzelfde in zijn memoires (1990). Toch zijn er in 1951 al heel wat Tibetaanse landheren, handelaars en enkele hoge lama's naar India vertrokken, met het idee "wij verliezen hier binnenkort toch onze privilegies".

Ondanks dat voor Tibet zelf, binnen de grenzen zoals het was onder de 13e en 14e dalai lama, overeengekomen was om het lijfeigenschap nog niet af te schaffen voor een onbeperkte periode, werd in de randgebieden (provincie Sichuan), waar - naast anderen - ook Tibetanen woonden, de landhervorming WEL doorgevoerd door het nieuwe Chinese bewind. Dat veroorzaakte ginder een opstand in 1956, onder leiding van landheren, met volkse aanhang. Die rebellen werden onmiddellijk van wapens voorzien... door de USA (Mikel Dunham, "Buddha's Warriors" en Kenneth Conboy "The CIA's secret war in Tibet". Het eerstgenoemde boek kreeg een voorwoordje van de dalai lama, het tweede is een rechtstreekse getuigenis van CIA-veteranen). De rebellen zorgden voor incidenten op 10 maart (precies!) 1959 in Lhasa en het Chinees leger greep in. Daar zijn doden gevallen, niemand weet hoeveel, maar geen 87.000 zoals de dalai lama in zijn memoires schrijft, want de stad Lhasa telde toen slechts 40.000 inwoners.

In elk geval, op dat ogenblik is nog en groot deel van de Tibetaanse elite, met hun knechten en dienaars, in ballingschap vertrokken, culminerend in ongeveer 70.000 personen begin 1960. Nu is het totaal aantal Tibetanen in het buitenland 120.000 (hun eigen cijfers), dat is een gewone natuurlijke aangroei (geboortes). (in Tibet zelf is de bevolking verdriedubbeld sindsdien). Er zijn nu nog Tibetanen die "vertrekken", maar er zijn er evengoed die "terugkeren" (ik ken er verschillende).

Natuurlijk zijn er dingen die voor problemen zorgen in Tibet. Om er één te noemen: Omdat er minder kinderen sterven dan vroeger, hebben de boeren teveel kinderen, teveel voor hun lap grond van 1 hectare. Sommige van die jongelingen trekken naar de stad, waar niet altijd werk te vinden is, of slecht betaald. Kortom, het probleem van teveel boerenzonen in vergelijking met de bebouwbare oppervlakte.

Als slot nog een bedenking. 

Er zijn veel Chinese toeristen in Lhasa, meer dan Japanners in Brugge. Maar in Tibet is slechts 7% van de vaste bevolking Han Chinees. In Frankrijk is 9% Afrikaans: zijn de Fransen "onder de voet gelopen"?

 

 

De commentaren zijn gesloten.