30-11-10

Stadsbussen in Lhasa

Lhasa breidt zijn openbaar vervoer uit. Want er zijn ondertussen te veel wagens, zowat 100.000 voor een stadsarrondissement van een half miljoen inwoners, dat is één wagen voor vijf inwoners. Dat is veel, te veel voor het 50km wegennet in en om de hoofdstad van de regio. Ter vergelijking: in België rijdt er ongeveer één vehikel per inwoner rond, dat is zeker teveel. Maar goed, Lhasa breidt zijn busnetwerk uit. Voor wie de stad recent bezocht waren de minibusjes, die bij elke wenkende persoon langs de straat stopten om die mee te nemen, een folkloristische ervaring (wat laten wij ons toch graag iets chaotisch behandelen tijdens exotische bestemmingen). Daar komt een einde aan. Het stadsbestuur vervangt 15 minibuslijnen door 24 busroutes met heuse bussen. 580 minibusjes verdwijnen van het straatbeeld en ruimen plaats voor 341 gewone lijnbussen. ‘De capaciteit verhoogt en het zal er veiliger aan toe gaan’, betoogt de overheid. Capaciteitsverhoging ongetwijfeld en ja, veiliger ook, want die ‘onvoorziene’ stops van de minibussen waren inderdaad soms wel vrij roekeloos. Er stierven toch 87 mensen in verkeersongevallen in 2009 in het arrondissement Lhasa.

 

Ongeveer 80% van de wagens in Lhasa zijn privéwagens. De meeste van die minibusjes zijn dat ook. Zij worden dus ‘van de markt geveegd’ door de nieuwe stadsbussen. Echter niet zonder pardon. De Tibetaanse chauffeurs en de dito kaartjesknipsters krijgen voorrang om in dienst te treden bij de nieuwe stadsbussen, mits ze een opleiding willen volgen. Ongeveer de helft van de betrokken mensen ging daar op in. De andere helft krijgt een jaarinkomen als compensatie voor hun jobverlies en zal wellicht zijn minibusje veranderen in groentenvervoer.

Dat er nu zoveel wagens in Lhasa rondrijden komt natuurlijk door de gestegen welvaart. Die groeide met meer dan 10% de laatste tien jaar, dat is enorm. Een gemiddeld gezin beschikt nu jaarlijks over 7000 euro inkomen. Dat is niet veel naar onze normen, maar een voertuig is al beschikbaar vanaf 2000 à 3000 euro.

Er zijn natuurlijk al parkeerproblemen in Lhasa. Men schuift 30 minuten aan om in een parking te geraken om dan nadien 20 minuten te gaan eten in een restaurant. De parking kost 20 eurocentiemen per uur. Het stadsbestuur legt momenteel 54 parkeerplaatsen aan, goed voor 10.000 wagens en klaar voor gebruik in 2012.

18:12 Gepost door infortibet in mobiliteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, lhasa

28-11-10

Is het onderwijs gratis in Tibet ?

Algemeen antwoord: neen en in de rest van China ook niet.

Maar “algemene antwoorden” passen niet goed bij China. Het onderwijs is bovendien niet sterk centralistisch georganiseerd. Op het platteland bv ligt de ‘uitvoerende macht’ bij het kanton. Daarnaast zijn er ook kostelijke privéscholen en in Tibet zelfs kloosterscholen. Het onderwijssysteem is dus vrij divers in China, ook op gebied van de kosten voor de ouders. Sinds 2000 is de centrale regering begonnen met een aantal regulerende maatregelen.

In 2003 besliste de Staatsraad om in vier jaar tijd twee dingen te realiseren: in de minder ontwikkelde provincies (centraal en west-China) de negen jaar schoolplicht effectief tot stand te doen komen en het analfabetisme bij de jongeren tot nul te herleiden. Er waren toen nog 410 kantons (13% van alle kantons van China), waar dit niet het geval was, samen een bevolking van 83 miljoen mensen. Negen procent van de personen boven de 15 jaar was er nog analfabeet. Zij leven in afgelegen streken met een hoog percentage aan etnische minderheidsgroepen. De campagne stond onder de persoonlijke leiding van premier Wen Jia Bao. De overheid zorgde voor flinke subsidies voor de bouw van scholen, de uitrusting, het betalen van het onderwijzend personeel, enz. Het budget voor die regio’s was in 2006 (ongeveer 20 miljard euro) verdubbeld tegenover dat van 2002. Einde 2007 waren de twee doelstellingen bereikt in 368 van die 410 kantons.

 Maar wat zegt dit over het al of niet gratis zijn van het onderwijs? Niets. Dit toont enkel dat China als prioriteit zag en stelde: het basisonderwijs veralgemenen in de armere streken. De scholen echter konden nog altijd de ouders een aantal kosten laten betalen. Dikwijls lage kosten, soms ook hoge, naargelang de streek en naargelang het inkomen van de ouders. Om tot Tibet te komen: een middelbare school in Lhasa in 2000 vroeg 20 euro inschrijvingsgeld, plus 8 euro voor de boeken en 15 euro voor de internen. Mensen met een laag inkomen waren vrijgesteld, vooral kinderen van landbouwers en herders.

Voor Tibet nam de centrale regering een voorkeursbehandeling. Tussen 2001 en 2005 werd het verplichte basisonderwijs (zes jaar lagere school en drie jaar middelbaar) er kosteloos voor de ouders, indien zij in een agrarisch district of kanton leefden. Geen inschrijvingsgeld, geen boekenkost, geen betaling voor de internen, ongeacht het inkomen van de ouders. In de rest van China blijft het verplichte basisonderwijs niet gratis voor iedereen, enkel de lagere inkomens genieten daarvan.

De maatregel is voor de autonome regio Tibet en het kan dus goed zijn dat een Tibetaanse gemeenschap buiten Tibet, in de provincie Gansu bv, niet van dezelfde voorkeursbehandeling geniet.  

 Om maar te zeggen dat een “algemeen antwoord” voor een toestand in China een ondenkbare zaak is (voor hen).

 Gegevens:

Renmin Ribao, 20/12/2007; Frontline, India 16/09/2000; eigen bezoeken.

     

18:10 Gepost door infortibet in onderwijs | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, cultuur

23-11-10

De 'armen' in Tibet: hoe zien die eruit?

Sjofel natuurlijk. Zij hebben dus per gezin van vijf bv minder dan 4 euro te spenderen per dag. Veel dingen ginder zijn tien keer goedkoper dan hier, dus zou je kunnen zeggen dat ze proportioneel over 40 euro per dag beschikken. Maar er zijn ook dure dingen, een gsm kost ginder bijna evenveel als hier. En als ze naar de mis gaan (niet dagelijks, noch wekelijks) spenderen ze toch vlug een tiental euro in de veelvuldige offerblokken. Ze gaan ongeveer alle beelden groeten en de toeziende monnik let er wel op dat de godsvrucht loont.

Een voorbeeld van een arm gezin (bezocht in 2008):

Een gezin van 6 personen, 2 oudere ouders, een zoon en een schoondochter en twee kleinkinderen. De vader van de kleinkinderen was overleden en zijn broer had de vrouw overgenomen. Eigenlijk nog voor hij dood was deelden de twee mannen dezelfde vrouw. Hun economische activiteit: ze hebben 400 schapen en geen andere activiteiten. Ze wonen in een uitgestrekt dor gebied op 5000m hoogte en hebben er 30 km2 schraal grasland ter beschikking. Hun geldelijk inkomen per jaar is 500 euro voor het gehele gezin. Hun huis: zongebakken kleiklompen, twee woonvertrekken, gestampte aarde onder de voeten, één tafel, één lage kast, een oude klein-scherm-tv (jawel), geen borden om te eten, ze waren grote schapenbouten aan het afkluiven, de bouillon ervan diende als drank (vanuit de pollepel). Kledij: schapenvachtvesten (geen verwarming in huis, behalve het kookfornuis met wat kolen) en een gekochte dikke broek, maar die zeker al maanden niet gewassen was. Zijzelf ook niet trouwens. Mobiliteit: te voet.

Waar halen ze de elektriciteit voor hun kleine tv? Wel, van de overheid kregen ze gratis enkele zonnepanelen en apparatuur om de opgevangen energie in wisselstroom om te zetten.

Waarvoor hebben ze geld nodig? Voor de schotelantenne…

Voor wat kledij natuurlijk, vooral voor de kinderen, voor boter (voor hun boterthee), voor thermossen (om water of boterthee warm te houden), voor wat thee, voor de kolen, voor een uurwerk, en ga maar verder.

Dit jaar moeten ze al verhuisd zijn naar de stad (de dichtstbijzijnde stad ligt op 700 km!). Ze vertelden me in 2008 dat ze dit zouden doen omwille van de opvoeding van de kleinkinderen. Waar ze toen woonden, was enkel een lagere school en de oudste was ondertussen al twaalf jaar geworden.

 Nog ongeveer 8% van de Tibetanen leeft onder de armoedegrens. 

In de rest van China is dat ongeveer. De omgevingscondities zijn er echter wel wat milder.

 

12:22 Gepost door infortibet in sociaal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet armoede, veeteelt

21-11-10

Profiteren de Tibetanen wel van de massale overheidssteun aan de regio?

DSCN4041.JPG“De massale subsidies van de Chinese centrale staat aan Tibet komen de lokale bevolking nauwelijks ten goede”.

Organisaties zoals de administratie van de dalai lama in India (‘Department of Information and International Relations’), het Amerikaanse ‘International Campaign for Tibet’ (ICT) of ‘Human Rights Watch’ (HRW), allen herhalen dikwijls deze stelling, die dan vrij ‘moedig’ overgenomen wordt in onze media.

 

Het kan verbazen van op afstand, maar voor wie de laatste dertig jaar enkele malen naar Tibet reisde is het zichtbaar: de levensstandaard verhoogt er zienderogen. Sneller dan in de rest van het binnenland van China. Dat is een gewilde politiek van de nationale overheid. De laatste vijf jaar (2006-2010) verleende Beijing  per jaar 4 miljard euro ontwikkelingshulp aan Tibet.[1] Dat is 1 miljard meer dan wat de Belgische staat aan alle ontwikkelingsregio’s samen ter wereld geeft. Daarbij moeten we in herinnering brengen dat Tibet ‘slechts’ drie miljoen inwoners telt, de jaarlijkse staatsteun betekent iets meer dan 1000 euro per inwoner. Geen enkele regio ter wereld krijgt zoveel steun.

 

Voor de komende vijf jaar verdubbelt China de jaarlijkse hulp aan Tibet, tot 8 miljard euro. De hoofdmoot zal nu naar ecologie, onderwijs, sociale zekerheid en gezondheidszorg gaan. In het verleden was de steun vooral gericht op infrastructuur: wegen, stadsvernieuwing[2], energie, bebossing, een treinverbinding, vliegvelden[3], woningbouw, scholen, hospitalen, openbare nutsgebouwen.

 

De economie van Tibet is nu 60 maal groter dan dertig jaar geleden. Voor het geheel van China is dit 70 maal. De inkomens van de mensen zijn ongeveer dertig maal hoger dan dertig jaar geleden. Voor het geheel van China is dit gemiddeld 35 maal. De verdubbelde subsidies zetten een forse inhaalbeweging in gang.

 

Het resultaat is zichtbaar en dit voor ongeveer de ganse bevolking. Het aantal armen is gedaald tot 8 %.[4] Het zijn voornamelijk landbouwers en herders, die in een lastige en afgelegen natuuromgeving leven en werken. Zij krijgen een kleine ‘armenpremie’: enkele tientallen euro per persoon en per jaar. De laatste jaren kon ik een veertigtal boerenfamilies, verspreid over Tibet, ondervragen. Twee ervan leefden nog zeer rudimentair en hadden een geldelijk jaarinkomen dat beneden de 1000 euro lag voor het gehele gezin. Het waren schapenhouders in een dorre streek, zonder gerstvelden. Alle andere families verdienden meer dan 2000 euro per jaar, soms veel meer, indien ze een nevenactiviteit buiten de landbouw hadden, zoals een vrachtwagen bezitten en vervoer in onderaanneming doen. Die kwamen dan al op een jaarinkomen boven de 10.000 euro.

Die cijfers zijn natuurlijk moeilijk te vergelijken met onze levensduurte, ze geven wel een idee. De Tibetaanse landelijke bevolking (80% van alle Tibetanen) bezit een eigen huis, moet geen land pachten en betaalt geen belastingen op het inkomen.

 

Van huizen gesproken: een meerderheid van de landelijke Tibetaanse families bouwde de laatste vijf jaar een nieuw huis of renoveerde hun oud huis, indien het al min of meer degelijk was. In vijf jaar tijd (2006-2010) heeft ongeveer 80% van de landelijke bevolking een nieuw huis gebouwd. Dat zijn 220.000 gezinnen, goed voor 1,2 miljoen mensen. Het ging om een grootscheepse campagne van de lokale overheid in Tibet. Gemiddeld gaat het om een subsidie van 6000 euro per familie voor het geheel van de vernieuwde infrastructuur: vernieuwing van hun woning, voorzieningen voor zuiver drinkwater, elektriciteit en telefoon. De aanblik van de wooncondities op het Tibetaanse platteland is voor een gewone bezoeker inderdaad grondig veranderd op zeer korte tijd. Human Rights Watch (HRW) doet daar schamper over en beschuldigt de Chinese overheid ervan “de Tibetanen te ontheemden, ze verplicht te doen verhuizen naar gegroepeerde dorpen om ze beter te kunnen controleren en aldus hun traditionele levenswijze te doen verdwijnen.”[5] De aanklacht wordt overgenomen in het Amerikaans Congres[6] en door het Europees Parlement.[7]

 DSCN4130.JPG

Precies daarover is een recente studie, ter plaatse in Tibet uitgevoerd door drie befaamde antropologen, twee Amerikanen en één Tibetaan, zeer relevant[8]. Zij besteedden negen maanden aan het onderzoek, waarbij zij alle inwoners van drie grote dorpen betrokken, samen 309 families. Zoals bij vorige onderzoeken uitgevoerd door een van hen, Melvyn Goldstein, die vloeiend Tibetaans spreekt, wordt in het rapport expliciet benadrukt dat hun interviews in geen enkele mate aan beperkingen onderworpen waren. Hun werkmethode (kruiselings toetsen en hercontroleren) liet ook toe om fantasie zo veel mogelijk te bannen. Daarom zijn die heren trouwens befaamd in de wereldwijde middens van de tibetologen.

 

Wat stellen zij vast?

* Het vernieuwen van de woning of een nieuwe woning bouwen gebeurde op vrijwillige basis, de betrokken families hadden duidelijk het initiatief in handen.

* In de drie dorpen had midden 2009 slechts de helft van de families een nieuw huis gebouwd.

* Een nieuw huis kost 5 à 8000 euro aan bouwmaterialen. Het bouwen doen de mensen zelf.

* De overheidscampagne stelde subsidies ter beschikking ter hoogte tussen gaande van 1000 tot 3000 euro. Daarenboven was de lening om de rest te bekostigen gedurende de eerste drie jaar renteloos.

* In de drie dorpen was er geen sprake van ‘verhuizen’, het dorp bleef op dezelfde plaats, het sociaal netwerk werd niet verbroken, in tegenstelling met wat HRW en anderen beweren.

* Er werd zorgvuldig overlegd in de dorpen om geen of weinig landbouwgrond op te offeren.

* Families die een vrachtwagen bezaten verkozen om dichter bij de hoofdweg te bouwen.

* Alle nieuwe huizen zijn in traditioneel Tibetaanse bouwstijl en zijn ruimer dan de kleien woningen van tevoren.

 

Tijdens een vorig onderzoek had M. Goldstein een streek bezocht waar semi-nomaden leven. HRW schiet ook hier met scherp: “nomaden worden verplicht om te sedentarisen”. Dit weerlegt Goldstein gewoonweg door te zeggen: 100% nomaden bestaan quasi niet meer in Tibet, zij hadden al een huis, verblijven er echter minder dan de helft van het jaar. Voor hen ook werden woonsubsidies verleend. Hun nieuwe huizen staan op dezelfde grond als hun oude, geen sprake van ‘verplicht sedentariseren’. Hierbij wil ik opmerken dat het zuidelijke deel van de provincie Qinghai om ecologische redenen wél ontvolkt wordt: het gras is op, er dreigt woestijnvorming. De overheid daar heeft niet gewacht tot de yaks uitdroogden en heeft enkele tienduizenden mensen gedelokaliseerd. Nu wordt daar opnieuw hard gras geplant.  

 

Tijdens hun extensief onderzoek in de drie dorpen, deden de vorsers ook navraag naar andere sociale voordelen. Alle families bleken aangesloten te zijn op de ‘ziekteverzekering’: zij betalen 5 euro per jaar en zijn gedekt voor 60 euro ambulante kosten per jaar. Daarnaast  worden de hospitalisatiekosten voor 90 à 95% terugbetaald. Er is ook een miniem begin van pensioen voor de landelijke bevolking: 60 euro per jaar aan personen boven de 55 jaar, die slechts één zoon of twee dochters hebben. Vanaf 80 jaar krijgt iedereen 30 euro premie per jaar.  Er waren ook enkele arme families in die drie dorpen. Die kregen 15 à 40 euro per persoon per jaar als kleine steun. Belangrijk zijn echter de subsidies voor diversifiëring van de landbouwactiviteit. Serres voor groenten bv worden gratis ter beschikking gesteld. Het opstarten van kippenkwekerijen in een nabijgelegen dorp kon genieten van 1 miljoen euro opstartsubsidie (installatie, aankopen van kuikens en voeding). De bedoeling is om de niet ver afgelegen stad Xigaze te bevoorraden in kippenvlees. Het aankopen van kleine landbouwmachines is eveneens gesubsidieerd: 30%. Meststoffen zijn dat voor 50%. Om het rijtje af te sluiten is er nog een algemene landbouwsubsidie van 50 euro per gecultiveerde hectare.

 

Kortom, de overheid heeft een ‘mensen eerst’ programma gelanceerd in Tibet, dat ook effectief de levensstandaard van de gewone Tibetaan verhoogde, gemiddeld met meer dan 10% per jaar, sinds 2000. Dat is zichtbaar. Wie het tegenovergestelde beweert moet opnieuw gaan kijken. En dan heb ik het nog niet gehad over enkele andere campagnes van de overheid: een deftige weg naar alle dorpen, veilig drinkbaar water overal, elektriciteit in alle dorpen. Vergeten we niet: Tibet is zeer uitgestrekt, dorpen liggen soms op tientallen kilometers van elkaar verwijderd. De bevolkingsdichtheid in Tibet is twee inwoners per vierkante km.

 

De Chinese overheid wil de loyauteit van de Tibetanen voor zich winnen via die enorme subsidies, dat is duidelijk. Deze subsidies zijn een voorkeurbehandeling tegenover de rest van het armere binnenland van China. China ligt onder vuur van Europese en Amerikaanse middens, die Tibet graag willen ontfutselen van China. De Chinese overheid wenst de stabiliteit te bewaren en deelt zelfs aankoopbonnen uit onder de Tibetanen bij belangrijke lokale feesten, zoals nu bij het herfstfestival.



[1] Perscommuniqué, Lhasa 17/3/2010

[2] Denk maar aan de riolering bijvoorbeeld, die was in grote delen van alle steden gewoon nog afwezig in 1980.

[3] Vergeten we niet dat Tibet qua oppervlakte 2,5 maal Frankrijk is. Tibet heeft nu vijf vliegvelden, dat is evenveel als in België, dat 40 maal kleiner is.

[4] De overheid in Tibet bestempelt personen als ‘arm’, indien zij geldelijk over minder dan 1 dollar per dag beschikken. Daarbij is Tibet bevoordeeld tegenover de rest van China, waar de armoedegrens nog iets lager ligt.

[5] Website HRW, mei 2007.

[6] US, Congressional executive commission on China, annual report, october 2007.

[7] Commission pour les droits de l’homme du parlement Européen, 27 novembre 2007.

[8] Melvyn Goldstein, Geoff Childs en Puchung Wangdui. De studie is verschenen in ‘Journal of East Asian Studies’, n°63, january 2010.

21:09 Gepost door infortibet in sociaal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, subsidies, landbouw

16-11-10

Waterkracht voor Tibet - artikel overgenomen van www.chinasquare.be

Tibet is begonnen met de bouw van de eerste  stuwdam op de Brahmapoetra. Op 12 november werd de rivier afgedamd, zodat de bouwwerken voor de electrische centrale van Zangmu kunnen beginnen.

Zangmu ligt in de prefectuur Lhoka (Shannan in het Chinees), ongeveer 325 km ten oosten van Lhasa. De totale investering voor de dam zal bijna 8 miljard yuan bedragen  en er komen zes generatoren van 85 megawatt elk. Daarmee kan jaarlijks 2,5 miljard kilowattuur geproduceerd worden. Dat is nog maar een fractie van de grote stuwdammen op de Yangtze of Gele Stroom, maar toch vijf maal meer dan de grootste huidige stuwdam in Tibet.

Vanaf 2014 zal de eerste stroom geproduceerd worden. Alle stroom is bedoeld voor Tibet zelf. De dam zal ook stroomafwaarts het overstromingsgevaar verminderen, en irrigatiewater leveren aan de Tibetaanse landbouw. Deze zomer werd de prefectuur Lhoka nog door droogte geteisterd.

De huidige dam zou slechts de eerste van vijf zijn in dezelfde regio Zangmu. Het project heeft echter niets te maken met de mogelijks grootste stuwdam ter wereld, die stroomafwaarts, kort voor de Indiase grens zou gebouwd worden in de grote bocht van de Brahmapoetra. Berichten daarover worden door Tibet steungroepen verspreid en zorgen ondermeer in India voor nervositeit. Volgens China hebben voorstudies uitgewezen dat het plan niet interessant is.

Bron: Volksdagblad, Guardian

 

15:06 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, energie, dammen