08-12-10

Tibet: een schat van mineralen

‘Tibet support’ groepen beschuldigen China: het zou  tal van kostbare ertsen uit Tibet ‘wegroven’. De term ‘wegroven’ op zichzelf is betwistbaar want men gaat uit van de premisse dat Tibet geen deel van China zou zijn. Hoe kan je immers in eigen land iets ‘wegroven’? Werden de kolen van Limburg weggeroofd voor het Waalse staal? Verder hebben de ‘Tibet support’ groepen het steeds over ‘Groot Tibet’, de maximale omvang van  een historische rijk  dat al meer dan 1000 jaren verdwenen is. Dat territorium omvat het gehele Aziatische hoogplateau, vijf maal Frankrijk, het dubbele van het huidige Tibet. De uitgestrektheid, het klimaat, de moeilijkheden van het terrein en de onderontwikkeling van China belemmerden tot nu een ernstige ontginning. Nu is nog niet de helft van de ondergrond van het plateau geologisch in kaart gebracht. Een recent onderzoek, dat een duizendtal experts mobiliseerde gedurende zeven jaar, vond belangrijke ertsaders verspreid over het gehele hoogplateau: vooral koper, lood, zink en enkele grote lagen rijk ijzererts, waarvan de voorraad op enkele honderden miljoenen ton geraamd wordt.[1] De overheid wil de ontginning gepland en voorzichtig aanpakken, gekoppeld aan een ecologische impactstudie. Vele kleine artisanale mijnen werden de laatste jaren gesloten omdat ze de milieunormen niet naleefden.

Dit artikel gaat over de mijnen in Tibet zelf.[2]

De mijnen zijn belangrijk voor Tibet, want ze zijn lokaal belastingplichtig[3], en zullen aan belang winnen, want ze zijn strategisch belangrijk voor China. Voor Tibet vertegenwoordigen zij 27 % van de totale industriële productie. De weinige operationele mijnen geven de regionale staatskas per jaar ongeveer 15 miljoen euro aan belastingen, dat is 6 % van de lokale inkomsten. Zowat 7000 mensen zijn in de mijnindustrie tewerkgesteld, arbeiders, bedienden en kaders samen.[4] Dit laatste alleen al getuigt van de kleine omvang van de mijnindustrie in dit zeer grote gebied.

 Chroom

Er zijn voornamelijk twee mijnen van enig belang momenteel in Tibet. De oudste is de Chroommijn Luobusa, opgestart in de jaren 1980 in het departement Shannan, ten zuidoosten van Lhasa. De mijn is integraal eigendom van Tibet Mining Development, een regionale staatsonderneming, zodat niet enkel de belasting op de winst naar de regionale kas gaat, maar ook de winst zelf. Twee derde van het in China ontgonnen chroom komt uit die mijn. Maar dat volstaat slechts voor 2 % van China’s actuele behoefte. De rest voert China in uit Zuid-Afrika, Kazakstan en Indië.[5] 

 Koper

De tweede mijn van belang is de Yulong kopermijn, in Oost-Tibet nabij de stad Qamdo, zeer recent opgestart, in 2008, met een kleine productie van 2000 ton.[6] De mijn zal echter de tweede grootste van Azië worden.[7] In 2011 zal de jaarproductie 30.000 ton bereiken.[8] De totale reserve ginder wordt geschat op 16 miljoen ton kopererts. Eigenlijk bitter weinig, vergeleken met wat China jaarlijks aan koper invoert: 4 miljoen ton.[9]  De Yulong mijn is een investering van drie Chinese (staats)mijnondernemingen: Qinghai West Mining (58 % van de aandelen), Zijin Mining Group (22 %) en Tibet Mining Development (20 %). Totale investering: 500 miljoen euro.[10]

Voor het ontginnen van koper staan nog een aantal andere kleinere projecten op stapel, maar daar is nog niets voor gedaan. Eén ervan is vrij dicht bij Lhasa, op 70 km, in het kanton Medrogungkar.

 Andere mineralen

 Uranium

Vooreerst het verhaal van het uranium. China heeft in 2007 een handelsovereenkomst voor de invoer van uranium afgesloten met Australië, dat 40% van de gekende werelduraniumvoorraad in zijn ondergrond heeft.[11] Tot op vandaag koopt China zijn uranium, jaarlijks 1.500 ton, in Kazakstan en Canada. De Chinese maatschappij voor atoomenergie onderhandelt ook in Afrika over deelname in mijnen. In Tibet zelf is geen enkele uraniummijn en zijn ook geen ertslagen gevonden. Het enige uranium in Tibet zit in de zoutmeren, als zoutverbinding, in kleine concentraties van enkele gram per liter. Het zou kunnen dat het straks in combinatie met lithium (zie verder) uit het Zhabuye meer gewonnen zal worden, maar dat is niet duidelijk want de techniek staat nog niet op punt, volgens het Internationaal Atoomagentschap.[12]

Toch spreekt de administratie van de dalai lama over ‘rijke en onontgonnen lagen uranium, wellicht de grootste ter wereld’[13] in de provincie Qinghai, die volgens haar deel uitmaakt van Tibet. De 14e dalai lama suggereert indirect dat al dat uranium onbeperkt opgedolven wordt: ‘Mijn land wordt een ecologische ramp door de massale ontbossing en door het excessieve delven naar mineralen’.[14] De dalai lama specifieert niet over welke mineralen het gaat. Maar Tibet Environmental Watch (USA), het Canada Tibet Committee, het Belgische De Vrienden van Tibet en andere organisaties hebben het over ‘ongebreidelde extractie van uranium in wel twintig mijnen (…) de voornaamste bron voor de Chinese nucleaire industrie’.[15] Ook ernstige Belgische journalisten stappen mee in dat verhaal: ‘De bergen die de heilige stad Lhasa omringen, zouden de helft van de wereldreserves van uranium bevatten. Dit en andere ertsen worden overvloedig geëxploiteerd.’[16] Het uranium zou dienen ‘om bommen te maken’ en tegelijk zou massaal radioactief afval in Tibet worden gedumpt. De Chinese overheid houdt het bij één afgedankte ondergrondse opslagplaats voor kernafval buiten de autonome regio Tibet, nabij het Qinghai meer. Dat is ook de enige concrete plaats die de regering van de 14e dalai lama vermeldt.[17] Het uraniumverhaal dateert van 1950. Het stond in een rapport van het Britse Foreign Office dat wereldkundig werd gemaakt door Lowell Thomas. Die was op dat moment in Lhasa actief als journalist voor het Amerikaanse NBC.[18]

DSCN2612.JPG

 

 Een artisanaal "gat" om jade stenen op te delven

 

 Goud

En dan zijn er de verhalen over het overvloedige goud. Volgens een studie in 1939 van het Geologisch Bureau van China waren ongeveer 3.000 goudzifters aan het werk in de regio Yongsheng van de Jinsha rivier, de bovenloop van de Yangzi. “Jin” en “Sha” betekenen “goud” en “zand”. Het zand op de oevers werd gezift. De jaarlijkse totale productie van al die mensen bedroeg…50 kg.[19]

In de jaren tachtig werd het toerisme in Tibet volkomen vrij en het hippe Kathmandu verplaatste zich naar Lhasa. Minder spiritueel waren de duizenden goudzoekers, Han Chinezen en Tibetanen, die op het plateau een paar gram goud wasten uit de riviersteentjes. Zij kampeerden er enkele maanden en wonnen er dan elk enkele honderden euro. Veel van die gebieden werden sindsdien natuurreservaat en de goudrush is dan ook gestopt. In het oude Tibet diende de exploitatie van kleine goudaders hoofdzakelijk voor de bekleding van religieuze beelden, stupa’s en tempeldaken. Er was een weeg- en rekenhof voor het goud onder het gezag van de functionaris van financiën van de dalai lama’s. Een kleine hoeveelheid goud werd opgeslagen als betaalreserve. Toen die reserves ongeveer op waren door de verhoogde uitgaven voor het leger tijdens het bewind van de 13e dalai lama, ging een Tibetaanse missie in Londen goud kopen met een lening. Voor de gouden troon van de huidige 14e dalai lama werd in 1956 eveneens goud buiten Tibet aangekocht, en wel met de opbrengst van een inzameling onder alle gelovigen.[20]

Om riviervervuiling te voorkomen zijn in 2003 de milieunormen voor goudwinning in China streng verscherpt. Toch beschuldigt de regering in ballingschap van de 14e dalai lama de centrale overheid ervan duizenden tonnen goud uit de Tibetaanse ondergrond te stelen en daarvoor tienduizenden Chinese migrantwerkers te gebruiken.[21] Er wordt daarbij verwezen naar potentiële en echte mijnen in de provincies Qinghai en Gansu, zonder die mijnen bij naam te noemen. De 14e dalai lama toonde zich bezorgd omdat de Chinese overheid ook buitenlandse investeerders toelaat goud te zoeken, het culturele erfgoed te grabbel te gooien als het ware, want goud was destijds bestemd voor de kloosters.[22] Onder andere een Canadees en een Australisch bedrijf tekenden in. De overheid wil namelijk overal op Chinees grondgebied de artisanale ontginning van goud technologisch rechtzetten en doet daarbij beroep op de hulp van het buitenland. Die hulp is beperkt, ze bedraagt enkele tientallen miljoenen euro.[23] Ondertussen zijn in Tibet zelf alle goudwinningen stopgezet sinds de opnieuw verstrengde milieunormen van oktober 2005.[24]

Voor China zijn de belangrijke strategische mineralen in Tibet: chroom, koper, magnesium, lood en zink.[25] Er zijn grote aders van ijzererts in Tibet, maar er bestaan gemakkelijker sites in het binnenland van China.[26] Een consortium van ondernemingen onder leiding van Chalco, een Chinees aluminiumbedrijf, voorziet de ontginning van zink en lood in Oost-Tibet, in de regio rond de stad Qamdo. Qamdo wordt de komende vijf jaar uitgebouwd als basis voor non-ferro metalen. 

Er zijn een paar duizend vindplaatsen van mineralen ‘ontdekt’, minder dan 1 % ervan is verder onderzocht. Buiten de twee genoemde grote mijnen zijn er nog een 70-tal zeer kleine mijnondernemingen in Tibet. Slechts ongeveer 10 % daarvan kreeg een productietoelating.[27] De enige koolmijn is sinds 2006 op inactief gesteld.[28]

Lithium voor elektrische wagens

Een project dat vrij vlug van start lijkt te gaan is de winning van lithium in een groot zoutmeer, het Zhabuye meer. De voorraad lijkt er groot en de afnemer wordt een lithiumbatterijproducent BYD uit Shenzhen, die zich meteen voor 18 % inkocht in de toekomstige ontginning.[29] De hoofdaandeelhouder is Tibet Mineral Development (51 %), een regionale staatsonderneming. De lithiumwinning wordt er de grootste van China.

En is er petroleum?

Er is olie gevonden in Tibet zelf. In het Lhunpola bekken in Noordwest-Tibet. Naar schatting 100 miljoen ton. Exploitatie is nog niet begonnen.[30] Tibet verbruikt momenteel 150.000 ton olie per jaar.

De benzine en de diesel voor Tibet komen integraal uit het Qaidam bekken, in het noordwesten van de Qinghai provincie. Qaidam is een barre, dunbevolkte halfwoestijn op 3000 meter hoogte en vijf maal groter dan België. De olie die er wordt gewonnen, vloeit via een lange pijplijn – de hoogste ter wereld − naar Tibet.

Ecologie

Het toezicht op de ecologische impact van mijnen is flink versterkt in Tibet. De centrale overheid vraagt een gedetailleerde voorstudie. Buitenlandse waarnemers, informanten voor buitenlandse deelname in de investeringen, waarschuwen daarvoor: ongeveer 30 % van het investeringsbedrag gaat naar het verzekeren van ecologisch verantwoorde omstandigheden.[31] Zij voegen er aan toe dat dit flink meer is dan in de rest van China.

Als afsluiter misschien nog dit: de Tibetaanse ondergrond staat open voor buitenlandse wetenschappers. China maakt er dus helemaal geen geheim van. Een voorbeeld is de chroommijn van Luobusa. Blijkt dat er daar ook ‘mineralen ontstaan onder hoge druk’ gevonden zijn. Het bekendste voorbeeld daarvan is diamant. Maar ook legeringen van nikkel-ijzer-chroom-koper of magnesiumsilicaten en nog bijzonderheden. Kortom, rare dingen, die daar eigenlijk geologisch niet thuishoren, veel ouder dan de vorming van het chroom. Japanse, Canadese, Amerikaanse geologen worden uitgenodigd om samen met hun Chinese collega’s het fenomeen te bestuderen. Het studieobject? De bewegingen in de mantel van de planeet aarde.[32]

De mineralen van Tibet zijn geen ‘verborgen schat’, maar worden vrij openlijk behandeld. China tast zijn ondergrond trouwens overal af, niet enkel in Tibet. Voor het geheel van zijn grondgebied werden in 2007 ongeveer 10.000 nieuwe ontginningsvergunningen afgeleverd.

 Noot achteraf: in januari 2011 waren er enkele belangrijke congressen in Tibet, een werkcomité van de CCP en het Consultatief Congres. Daar werd overeengekomen om de mijnindustrie in Tibet tegen 2020 te laten groeien tot 30 à 50 % van het Bruto Regionaal Product. Dat is flink meer dan nu (nog geen 15%). Enkel 'serieuze' ondernemingen, met een proper ecologisch palmares, zullen vergunningen krijgen, zo luidt het. Bovendien moeten zij minstens over 6 miljoen euro geregistreerd kapitaal beschikken.  

 



[1] CTIC 13/02/07

[2] De huidige autonome regio Tibet, toch al 2,5 maal Frankrijk in oppervlakte.

[3] 20% van de winst.

[4] Tibet Statistical Yearbook 2008.

[5] 130.000 ton op een totale behoefte van 6 miljoen ton. Hattongrp.com, Dubai, 6/12/2010

[6] Reuters, 15/10/2008

[7] www.mineweb.com, 18 aug 2008.+ CTIC

[8] Xinhua, 19/10/2010

[9] Reuters, 21/6/2010

[10] Xinhua, 19/10/2010

[11] BBC, « China to buy Australian uranium », 3/4/2006.

[12] “unconventional uranium extraction”, website iaea.org.

[13] CTA, (administratie in ballingschap), “Tibet’s Environment and Development Issues”.

[14] voorwoord bij een boek “Tibet, Enduring Spirit, Exploited Land”, Apte Robert en Andres Edwards, USA, 1998. Op te merken: Andres Edwards is in de USA een prediker van de “groene duurzame revolutie”.

[15] Zie hun websites.

[16] Michel Bouffioux, website, 170205, interview met Michel Van Herwegen van “Les Amis du Tibet”, artikel verschenen in Ciné-Télé Revue van 17 febr. 2005.

[17] CTA, idem.

[18] Alan Winnington, « Visa pour le Tibet », pag 145, Gallimard, 1958.

[19] HKCTP juli 2008

[20] Goldstein Melvyn, « A history of modern Tibet, 1913-1951 ».

[21] CTA, idem

[22] interview met Asian Pacific Post, 27/01/2005., waar de 14e dalai lama zich verzet tegen de Canadese betrokken firma.

[23] zoiets als de waarde van een Formule 1 wedstrijd.

[24] China Daily, 14/9/2005.

[25] CTIC 5/12/2010

[26] CTIC 28/12/06

[27] www.resourceinvestor.com

[28] Tibet Statistical Yearbook 2008.

[29] CTIC, 18/09/2008

[30] CTIC, 28/12/2006

[32] ‘ultra-high pressure minerals in the luobusa ophiolite, Tibet and their tectonic implications’, lyellcollection.org

16:08 Gepost door infortibet in aardrijkskunde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, mineralen, economie, china, dalai lama

De commentaren zijn gesloten.