17-12-10

Het oude boeddhistisch koninkrijk Kucha

Kucha (Kuqa) is een streek in het uiterste noordwesten van China, ten noorden van de grote Taklamakan woestijn in de provincie Xinjiang, en gelegen op de oude Zijderoute. Vanaf de 2e eeuw voor onze tijdrekening tot aan de Mongoolse invasie in de 13e eeuw was de oase Kucha het centrum van een koninkrijk. Het koninkrijk werd niet onder de voet gelopen door het Tibetaanse ruitervolk, dat een groot imperium uitbouwde in de 8e eeuw. De Tibetanen bleven ten zuiden van de Taklamakan woestijn. Sommigen beweren dat het ‘grote Tibetaanse imperium’ grote delen van Centraal-Azië bevatte. Dat is een misvatting. In het oosten van de woestijn, richting China, namen de Tibetanen wel Dunhuang in, met de beroemde boeddhistische Mogao grotten. Die laatste bestonden al 200 jaar toen de Tibetanen er kennis mee maakten. Het boeddhisme in Tibet kwam uit het noorden (China) en uit het zuiden (India). De invloed “uit het noorden” wordt nu dikwijls door bepaalde middens van bij ons geminimaliseerd door politieke overwegingen: om de ‘onafhankelijkheid tegenover China’ te voeden. Ook dit is een misvatting. Daar kom ik nog op terug in andere artikelen. Beide groten culturen – de Indische en de Chinese – hebben de Tibetaanse fel beïnvloed en ook omgekeerd en onderling.

 

De oase van Kucha ligt langs de Muzart rivier, die zijn weg verliest nog voor hij in de Tarim rivier uitmondt. Op zijn beurt verdwijnt die laatste 300km verder ook in het woestijnzand van dit droge noorden. De oorspronkelijke bevolking van Kucha waren Tocharians, een steppevolk uit Centraal-Azië. Veel later kwamen de Dzoungaren, nog later de Uyguren en tenslotte ook de Han Chinezen. Het koninkrijk Kucha was rijk, gewoon door tol te heffen op de karavanen van de Zijderoute. Vanaf de eerste eeuw sijpelde het boeddhisme binnen vanuit Kashmir. De bloeiperiode van het boeddhisme in Kucha werd de 3e-4e eeuw. Daarvan getuigen nog een serie tempelruïnes en vooral de beroemde Kizil-grotten met hun fresco’s. Van de beelden is echter zeer veel weggeroofd of beschadigd door de grote ‘archeologische’ expedities van Fransen, Duitsers, Engelsen, Russen, Japanners en mogelijks nog anderen in de 19e en 20e eeuw.

     

Kucha was de thuisbasis van een beroemde monnik, die ook aan de basis lag van de boeddhismeverspreiding verder oostwaarts in China. Zijn naam: Kumarajiva (344-413). Hij woonde in Kucha, was van Indische afkomst en studeerde het boeddhisme in Kashmir. Hij leerde Sanskriet en Chinees en sprak verschillende lokale talen van West-China. Tijdens de Jin dynastie (265-420) in China werd hij gedurende ongeveer vijftien jaar de voorzitter van een groep vertalers (800) in de Chinese hoofdstad Xian, om er sutra’s vanuit het Sanskriet naar het Chinees te vertalen. Dit resulteerde in een omvangrijke bibliotheek met 384 volumes.  

 

Bronnen:

The road to Miran, Christa Paula, Harper Collins, London 1994.

HKTCP, nr 329, sept 2010

17:56 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, boeddhisme, china, xinjiang

De commentaren zijn gesloten.