27-12-10

Tibetanen in Noord-Qinghai

De Qilian bergketen bevindt zich in het noorden van de Chinese provincie Qinghai. De bergketen vormt de grens tussen het hoogplateau en de woestijnen van de Zijderoute, ten noorden ervan. Hij is uitgestrekter en bij momenten hoger dan onze Europese Alpen: 900 km van west naar oost en culminerend boven de 5000m. Er zijn veel minder gletsjers dan in onze Alpen, het klimaat ginder is er te droog voor, minder dan de helft neerslag van bij ons. Op de zuidelijke flanken van de Qilian Shan leven Tibetanen, sinds de 8e eeuw. Tevoren waren het andere volkeren, ondermeer de ‘Tu’. De Tibetanen veroverden die gebieden in de 8e eeuw en roeiden de Tu ongeveer uit. De Tibetanen werden er opnieuw een minderheid na het verval van hun rijk in de 9e eeuw. Toen ontstond een nieuw koninkrijk in die omgeving, het Xixia koninkrijk (10e-11e eeuw), dat op zijn beurt door de Mongolen onder de voet gelopen werd in de 13e eeuw. Die laatsten brachten een Arabische bevolking mee, die nu de Hui minderheid vormen. Tijdens de Qing dynastie in China (17e-20e eeuw) kwamen ook Han Chinezen naar die streek. Na de communistische machtsovername in China kwamen meer Han, vooral naar de provinciehoofdstad Xining. Kortom, de provincie Qinghai is nu grosso modo voor een derde Tibetaans, voor een derde Han en voor een derde Hui, met in de marge nog enkele kleinere nationaliteiten, op een bevolking van zes miljoen.

 

Maar de flanken van de Qilian bergen zijn door Tibetanen bevolkt. Hoewel, er zijn ook nog belangrijke Mongoolse enclaves en de Uyguren zijn ook niet veraf. Het volledige gebied rond de Qilian bergen is een mozaïek van kleine autonome departementen of districten: Mongolen, Kazakken, Tibetanen, Tu, Uyguren. De Qilian bergen liggen op een paar honderd km ten noorden van Xining.

 

Een groot deel van deze regio is door de overheid als ecologisch beschermd gebeid bestempeld. Noorse botanisten konden het in 2005-2006 vaststellen: een verrassende biodiversiteit qua begroeiing (universiteit van Bergen, ‘ecological and environmental change research group, eecrg.uib.no). Het gaat over een beboste oppervlakte, beneden de 4000m, van enkele duizenden km2. De bomen zijn er gemiddeld 150 jaar oud en er is kapverbod.

In de jaren 1980-1990 was er een ‘goudrush’ in het gebied: rivieroevers werden omgespit door duizenden goudzoekers. Dit is ongeveer sinds 2000 verboden.

     

Meer naar het zuiden toe, in het Tibetaans departement Hainan, is er jaarlijks in de herfst een belangrijk religieus festival in Tongde, op het Kala grasland. Tien tot twintigduizend Tibetanen wonen het bij, op een kampplaats voor vier dagen. Een enorm grote centrale tent dient als tempel. Een deel van de weide is voorzien als parking voor de duizenden moto’s en wagens. Het zijn de monniken van de omliggende kloosters die voor de organisatie instaan.

20:52 Gepost door infortibet in traditionele feesten | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, qinghai, bebossing

25-12-10

Het hoogplateau in China is geen staatsgeheim

China wisselt internationaal veel gegevens uit over het Qinghai-Tibet hoogplateau. Dit in tegenstelling tot wat Westerse sympathisanten van de onafhankelijkheid van Tibet verspreiden. Wanneer men naar hen luistert, lijkt het erop dat geen mens weet wat daar allemaal ecologisch misloopt. De realiteit is anders. In december 2010 was er een studieseminarie, gemengd Chinees-Duits. Onderwerp: de woestijnvorming op het hoogplateau. Er is de opwarming en er is grotere droogte, dat is ondertussen wereldwijd gekend. Zelfs de NASA kijkt mee toe, in contact met de Chinese overheid. De gemeenschappelijke Duits-Chinese studie komt tot het besluit dat 90% van de voortschrijdende woestijnvorming een halt kan toegeroepen worden door de overbegrazing te verbieden. Te veel vee, dat heb ik al tot vervelens toe aangehaald. De dalai lama ziet in de beperking van de veestapel een beknotting van de traditionele levensstijl van de Tibetanen. Wie is echt bezorgd om de ecologie op het hoogplateau?

Eén vierde van het grondgebied van China is woestijn. Op gebied van beschikbare landbouwgrond per inwoner zijn zij al flink benadeeld: 7% voor 20% van de wereldbevolking. De graslanden van het hoogplateau willen zij absoluut groen houden, met eigen massale centen én met internationale samenwerking. “Eigen yack, eigen land” biedt hiervoor geen oplossing.

 

tibet 05 (249).JPG

21:37 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, woestijnvorming, yaks

21-12-10

‘WikiLeaks’ zag de dalai lama voorbijkomen

In de ‘WikiLeaks-files’ – de ‘gekraakte’ vertrouwelijke correspondentie van het VS-ministerie van buitenlandse zaken – zit ook een beetje correspondentie vanwege de VS-ambassadeur in Delhi over gesprekken die deze had met de dalai lama, zo meldt de Hongkongse krant ‘The South China Morning Post’ (18/12/10).

Het is natuurlijk geen geheim dat de 14e dalai lama goede betrekkingen onderhoudt met de VS-ambassade in Delhi. Dat is al zo sinds 1951, toen de dalai lama nog in Lhasa woonde. De VS wilden toen de dalai lama in ballingschap doen vertrekken. Gedurende acht jaar probeerden ze hem te overtuigen. In 1959 is het dan gelukt. De functie van de dalai lama zou er een worden om vanuit het buitenland ongestoord China te bestoken.[1]

Dit even ter herinnering, maar nu de recente stukjes van gesprekken van de dalai lama met VS-ambassadeur Roemer. Daar staan geen echte ‘onthullingen’ in. Wat daar gezegd werd (of genoteerd), zegt de dalai lama ook openlijk in interviews of in toespraken. De dalai lama zou bv. Roemer hebben toevertrouwd dat “de politieke agenda (rond Tibet) vijf tot tien jaar terzijde mag geplaatst worden en dat de internationale gemeenschap zou moeten focussen op de klimaatverandering op het Tibetaanse hoogplateau”.

Eerst dit: de dalai lama laat zijn politieke agenda nooit terzijde, getuige daarvan al zijn publieke verklaringen, onlangs nog in zijn jaarlijkse toespraak op 10 maart 2010[2], waarin hij pleit voor een verandering van het politiek systeem in geheel China en ook de rellen in Xinjiang goedpraat. Geen woord over het klimaat noch over ecologie, of bijna niet.


Toch is de dalai lama al sinds lang de eco-toer opgegaan. Ongeveer vanaf de klimaattop in Rio in 1992 begon zijn ecologisch offensief tegen China: “massale ontbossing, vervuiling van rivieren door mijnbouw, uitroeiing van wilde dieren, erosie door ongebreidelde akkerbouw, bevolkingsdruk op het milieu door import van miljoenen Chinezen in Tibet, industriële vervuiling, visvangst, enz.” Zijn administratie pleegde uitgebreide rapporten in de jaren 1990. Hij heeft er de sympathie van de meerderheid van de Europese ‘groene partijen’ mee gewonnen, die eerder al gevoelig waren voor zijn ‘alternatieve’ spirituele boodschap. Tegelijk vond zijn onafhankelijkheidsgedachte ingang.

Dat hij nu recent de VS aanmaande om meer de klemtoon te leggen op ‘het klimaat’ in Tibet (in zijn denkwereld de ecologische ramp, die de Chinezen veroorzaken) is niet verwonderlijk, gezien de aanloop naar de klimaatconferenties van Kopenhagen en Cancún. Hij zag hier een kans om China in een slecht daglicht te plaatsen. “De derde pool van de aarde redden door de Chinezen eruit te gooien” is de achterliggende redenering van de administratie van de dalai lama. Maar de VS zijn niet openlijk gevolgd in deze aanklachten.   Waarom niet? Omdat de VS goed weten dat die beschuldigingen op niets steunen of al twintig jaar achterhaald zijn. Omdat China stilaan internationaal bekend geraakt, zeker bij de kenners, als zeer goed voorbeeld, zelfs koploper, in de aanpak van ecologische problemen, en zeker op het hoogplateau. Het zou dus zijn overgekomen zijn als dwaze propaganda. Er is internationale wetenschappelijke ecologische samenwerking op en over het hoogplateau, tot en met de NASA toe. Het kan toch niet dat de dalai lama en zijn administratie daar geen weet van hebben. Vaststelling is dus dat de dalai lama verwrongen informatie over de ecologie in Tibet verspreidt en het dus als een politiek werktuig gebruikt. De persoonlijke overtuiging van de dalai lama over ecologie kan ik niet beoordelen. Wanneer hij concreet over ecologie spreekt dan heeft hij het uitsluitend over Tibet - dat kan ik wel vaststellen - niet over de wereldwijde problematiek en niet over de verantwoordelijkheid van het geïndustrialiseerde Westen.

In december vorig jaar hield de dalai lama een twee uur lange toespraak in Tasmanië met als titel: “Our Earth – Who Should Be Responsible for It”. Daarin kwam niets voor over ecologie elders dan in Tibet, met de gekende aanklachten. En “Responsable” is illustrerend voor het volgende: rond de top van Kopenhagen hadden de “Free Tibet”- groepen als eis “een internationaal inspectieteam” voor Tibet.

 

Wat zijn dan de werkelijke ecologische problemen in Tibet?

De ecologie op het hoogplateau kampt met twee hoofdproblemen.

Er is de klimaatopwarming en er is de overbegrazing. De twee factoren samen resulteren in woestijnvorming.

Dit artikel gaat daar verder op in:

 http://infortibet.skynetblogs.be/archive/2010/01/14/strijd-tegen-de-klimaatverandering-in-tibet-en-op-het-hoogpl.html

 

Verder zijn er natuurlijk de vele kleinere problemen, die ook een oplossing zullen of moeten krijgen. Er wordt echter aan gewerkt.

* Het wagenpark in Tibet groeit te snel. Nu al is er één gemotoriseerd vervoermiddel per vijf inwoners van Lhasa. Het stadsbestuur zet nu zuinige grote bussen in en bant de honderden oude vervuilende minibussen.

* Er wordt nog teveel hout en kolen verbrand voor de keuken en de verwarming. Lhasa schakelt over op gas, dankzij een nieuwe pijplijn vanuit Qinghai. Boeren kunnen gratis een put laten bouwen voor het produceren van methaangas uit stalmest.

* Het privé-elektriciteitsverbruik stijgt te snel. Enkele bijkomende dammen en hydro-elektrische centrales zijn in aanbouw. Het gebruik van fotovoltaïsche en de thermische zonne-energie neemt  zienderogen toe.

* Industrie: wordt klein gehouden. Eén derde van het grondgebied van Tibet is verboden voor de industrie.

* Mijnbouw: alle kleine ‘artisanale’ mijnbouw is voortaan verboden.

Tot slot nog twee anekdotische passages uit de wiki-gesprekken van de dalai lama met de VS-ambassadeur.

* De dalai lama bekritiseert het feit dat Tibetanen nu een technische opleiding krijgen. Dat noemt hij “disrupting their nomadic lifestyle with vocational training” of vrij vertaald: ‘nomaden moeten nu een stiel leren, dat vloekt met de traditie’. Het aantal mensen op dit hoogplateau is de laatste vijftig jaar verdriedubbeld, het aantal yaks en schapen ook, graasland is er niet bijgekomen, integendeel. Er zijn ook geen pure nomaden meer in Tibet, die mensen hebben allemaal een huis, maar ze zijn wel soms maanden weg met de kudde. Onlangs sprak ik nog met een uitgeweken Tibetaan in Brussel. Hij vond het jammer dat zijn vroegere dorpsgenoten niet meer ‘overal’ kunnen gaan met hun kudde, dat de lokale overheid nu de graaslanden afgebakend in afzonderlijk familiebeheer gaf. Dat is zo. De lokale overheid probeert de families de verantwoordelijkheid te geven voor het onderhoud van de graaslanden om precies overbegrazing tegen te gaan. Voor de dalai lama is het ecologisch nodige verminderen van de veestapel een “vernietiging van de traditionele Tibetaanse cultuur”. Het ecologisch hoofdprobleem schuift hij dus terzijde, erger, hij bekampt de oplossing. Zelfs gewoonweg het ‘verantwoordelijk stellen van herderfamilies voor een afgebakende oppervlakte graasland’ wordt betwist door de kringen rond de dalai lama.

* En nog dit : de dalai lama is volgens zijn zeggen niet voor ‘onafhankelijkheid’ van Tibet. Maar in het vrijgegeven gesprek zegt hij wel dat Tibet zoiets moet worden als “Engeland tegenover de Europese Unie”, goede vrienden (vermoedelijk met China), maar “preserving national identity”. De ‘nationale identiteit’ in het geval van Engeland is dan toch een afzonderlijke staat.  

      DSCN4069.JPG

elektrische warmtestralers zijn in de mode in Tibet



[1] De correspondentie van die  periode is integraal te vinden in ‘A History of Modern Tibet, 1913-1951’ van Melvyn Goldstein, University of California Press, 1989.  

[2] 10 maart is de ‘nationale feestdag’ van de in 1959 gevluchte (mislukte) opstandelingen. Toespraak te vinden op zijn persoonlijke website. Nota: de dalai lama zit ook op facebook, twitter en youtube. Dat doet hij allemaal zelf niet natuurlijk. 

 

10:09 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, usa, klimaat, china

17-12-10

Het oude boeddhistisch koninkrijk Kucha

Kucha (Kuqa) is een streek in het uiterste noordwesten van China, ten noorden van de grote Taklamakan woestijn in de provincie Xinjiang, en gelegen op de oude Zijderoute. Vanaf de 2e eeuw voor onze tijdrekening tot aan de Mongoolse invasie in de 13e eeuw was de oase Kucha het centrum van een koninkrijk. Het koninkrijk werd niet onder de voet gelopen door het Tibetaanse ruitervolk, dat een groot imperium uitbouwde in de 8e eeuw. De Tibetanen bleven ten zuiden van de Taklamakan woestijn. Sommigen beweren dat het ‘grote Tibetaanse imperium’ grote delen van Centraal-Azië bevatte. Dat is een misvatting. In het oosten van de woestijn, richting China, namen de Tibetanen wel Dunhuang in, met de beroemde boeddhistische Mogao grotten. Die laatste bestonden al 200 jaar toen de Tibetanen er kennis mee maakten. Het boeddhisme in Tibet kwam uit het noorden (China) en uit het zuiden (India). De invloed “uit het noorden” wordt nu dikwijls door bepaalde middens van bij ons geminimaliseerd door politieke overwegingen: om de ‘onafhankelijkheid tegenover China’ te voeden. Ook dit is een misvatting. Daar kom ik nog op terug in andere artikelen. Beide groten culturen – de Indische en de Chinese – hebben de Tibetaanse fel beïnvloed en ook omgekeerd en onderling.

 

De oase van Kucha ligt langs de Muzart rivier, die zijn weg verliest nog voor hij in de Tarim rivier uitmondt. Op zijn beurt verdwijnt die laatste 300km verder ook in het woestijnzand van dit droge noorden. De oorspronkelijke bevolking van Kucha waren Tocharians, een steppevolk uit Centraal-Azië. Veel later kwamen de Dzoungaren, nog later de Uyguren en tenslotte ook de Han Chinezen. Het koninkrijk Kucha was rijk, gewoon door tol te heffen op de karavanen van de Zijderoute. Vanaf de eerste eeuw sijpelde het boeddhisme binnen vanuit Kashmir. De bloeiperiode van het boeddhisme in Kucha werd de 3e-4e eeuw. Daarvan getuigen nog een serie tempelruïnes en vooral de beroemde Kizil-grotten met hun fresco’s. Van de beelden is echter zeer veel weggeroofd of beschadigd door de grote ‘archeologische’ expedities van Fransen, Duitsers, Engelsen, Russen, Japanners en mogelijks nog anderen in de 19e en 20e eeuw.

     

Kucha was de thuisbasis van een beroemde monnik, die ook aan de basis lag van de boeddhismeverspreiding verder oostwaarts in China. Zijn naam: Kumarajiva (344-413). Hij woonde in Kucha, was van Indische afkomst en studeerde het boeddhisme in Kashmir. Hij leerde Sanskriet en Chinees en sprak verschillende lokale talen van West-China. Tijdens de Jin dynastie (265-420) in China werd hij gedurende ongeveer vijftien jaar de voorzitter van een groep vertalers (800) in de Chinese hoofdstad Xian, om er sutra’s vanuit het Sanskriet naar het Chinees te vertalen. Dit resulteerde in een omvangrijke bibliotheek met 384 volumes.  

 

Bronnen:

The road to Miran, Christa Paula, Harper Collins, London 1994.

HKTCP, nr 329, sept 2010

17:56 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, boeddhisme, china, xinjiang

15-12-10

Een reïncarnatie zoals het hoort, een oefening voor het zoeken van de volgende dalai lama

Zoals je wellicht weet worden vele hoge geestelijken in Tibet beschouwd als de ‘reïncarnatie’ van hun voorganger en zijn meestal verbonden aan een belangrijk klooster. Zij vormen de ‘reïncarnatielijnen’. Vroeger ging dit gepaard met wereldlijk gezag over het klooster en zijn ‘bezittingen’: landerijen, vee en boeren. Nu is dit beperkt tot het kloosterleven en het algemeen beheer van de godsdienstzaken in Tibet. Veel van die hoge geestelijken zijn in de woelige periode van 1951-1959, na de communistische machtsovername in China, naar het buitenland gevlucht. Maar ook honderden bleven in China. Er zijn belangrijke reïncarnaties en minder belangrijke. Het hangt ondermeer af van de omvang en het prestige van het klooster. Ik zag kleine kloosters, waar ongeveer niemand van buitenaf zich om de gereïncarneerde opvolging bekommert, maar waar wel de trilogie (van de laatste drie in de reïncarnatielijn) op verzamelde foto’s centraal in de hoofdtempel prijkt. De ‘laatste drie’, dat is ongeveer de twintigste eeuw. Voordien bestonden er natuurlijk geen foto’s en deed men het meer met sculpturen.

q225.JPGde huidige met zijn twee voorgangers

Het zoeken van een ‘reïncarnatie’ is sinds het ontstaan van de praktijk (12e eeuw) een welomschreven traditioneel ritueel geworden. Enkele monniken van het klooster vormen een zoekcommissie, gaan in het geheim ‘op pad’, bezoeken families, aanschouwen goddelijke tekens op het oppervlak van een heilig meer, raadplegen de acht trigrammen, laten kinderen voorwerpen herkennen van de overleden lama, enz. Voor belangrijke reïncarnaties zijn er bestuursvoorschriften bijgekomen sinds 1791. Het belangrijkste daarvan is de ‘lottrekking onder de beste kandidaatjes, uit de gouden urne,  voor het beeld van Sakyamuni in de Jokhang tempel in Lhasa’, in aanwezigheid van politieke machthebbers. Het belangrijkste doel van die regelgeving in de 18e eeuw was het verminderen van de rivaliteit, van mogelijke omkoperij en van vooral burgeroorlogjes in Tibet rond de opvolging van politiek belangrijke hoge lama’s van toen. Samen met de tradities wil China deze regelgeving nu nog in stand houden.

En zo verliep het bij het zoeken van de reïncarnatie voor de 5e Detrul lama van het Drago klooster in het arrondissement Lhoka, ten zuiden van Lhasa. Die reïncarnatielijn is niet van de minste, één van de reïncarnaties was de leraar van de 12e dalai lama en het klooster leverde ook soms de regent van Tibet tussen twee volwassen dalai lama’s in. De 5e Detrul lama was in de ‘woelige jaren’ in Tibet gebleven en werd bestuurslid van de Tibetaanse Boeddhistische Vereniging. Hij stierf in 2000. De zoektocht naar de reïncarnatie startte pas in 2005. Vijf jaar later werd een reïncarnatiejongentje gevonden. Twee zoekteams van het Drago klooster gingen onafhankelijk van elkaar op pad. Een twintigtal kinderen werden als ‘goed voor nader onderzoek’ bevonden. Het traditionele procedé werd nauwkeurig gevolgd om zoveel mogelijk bovennatuurlijke voortekenen te vinden. Uiteindelijk werden twee kinderen weerhouden. Op 4 juli 2010 kwam dan de ‘lottrekking uit de gouden urne voor het beeld van Sakyamuni in de Jokhang tempel’ (de oudste en de heiligste in Lhasa). Daarbij waren 150 genodigden aanwezig. Voornamelijk hoge geestelijken van de Tibetaanse Boeddhistische Vereniging. De ceremonie was voorgezeten door Losang Gyurme, verantwoordelijke voor religieuze zaken in de regionale regering. De ‘hand’ die in de urne ging om de ‘uiteindelijke’ aan te duiden was die van de 11e panchen lama. Het werd de knaap, genaamd Losang Dorje, afkomstig uit Lhoka, die er uitkwam. Hij was aanwezig en werd door de panchen lama kaalgeschoren ter bevestiging van de keuze. Daarna ging het richting Drago klooster.

Het verhaal van de zoektocht en de ceremonie is iets verkort weergegeven, waarvoor mijn excuses. In elk geval, China is van plan om dit ook op die manier te laten verlopen, volgens de traditie en ook rekening houdend met de wetgeving van 1791, voor het zoeken en kiezen van een volgende dalai lama. Dit was voor hen een vingeroefening.

CT 6/2010

 

21:41 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, reincarnaties, monniken, kloosters

08-12-10

Tibet: een schat van mineralen

‘Tibet support’ groepen beschuldigen China: het zou  tal van kostbare ertsen uit Tibet ‘wegroven’. De term ‘wegroven’ op zichzelf is betwistbaar want men gaat uit van de premisse dat Tibet geen deel van China zou zijn. Hoe kan je immers in eigen land iets ‘wegroven’? Werden de kolen van Limburg weggeroofd voor het Waalse staal? Verder hebben de ‘Tibet support’ groepen het steeds over ‘Groot Tibet’, de maximale omvang van  een historische rijk  dat al meer dan 1000 jaren verdwenen is. Dat territorium omvat het gehele Aziatische hoogplateau, vijf maal Frankrijk, het dubbele van het huidige Tibet. De uitgestrektheid, het klimaat, de moeilijkheden van het terrein en de onderontwikkeling van China belemmerden tot nu een ernstige ontginning. Nu is nog niet de helft van de ondergrond van het plateau geologisch in kaart gebracht. Een recent onderzoek, dat een duizendtal experts mobiliseerde gedurende zeven jaar, vond belangrijke ertsaders verspreid over het gehele hoogplateau: vooral koper, lood, zink en enkele grote lagen rijk ijzererts, waarvan de voorraad op enkele honderden miljoenen ton geraamd wordt.[1] De overheid wil de ontginning gepland en voorzichtig aanpakken, gekoppeld aan een ecologische impactstudie. Vele kleine artisanale mijnen werden de laatste jaren gesloten omdat ze de milieunormen niet naleefden.

Dit artikel gaat over de mijnen in Tibet zelf.[2]

De mijnen zijn belangrijk voor Tibet, want ze zijn lokaal belastingplichtig[3], en zullen aan belang winnen, want ze zijn strategisch belangrijk voor China. Voor Tibet vertegenwoordigen zij 27 % van de totale industriële productie. De weinige operationele mijnen geven de regionale staatskas per jaar ongeveer 15 miljoen euro aan belastingen, dat is 6 % van de lokale inkomsten. Zowat 7000 mensen zijn in de mijnindustrie tewerkgesteld, arbeiders, bedienden en kaders samen.[4] Dit laatste alleen al getuigt van de kleine omvang van de mijnindustrie in dit zeer grote gebied.

 Chroom

Er zijn voornamelijk twee mijnen van enig belang momenteel in Tibet. De oudste is de Chroommijn Luobusa, opgestart in de jaren 1980 in het departement Shannan, ten zuidoosten van Lhasa. De mijn is integraal eigendom van Tibet Mining Development, een regionale staatsonderneming, zodat niet enkel de belasting op de winst naar de regionale kas gaat, maar ook de winst zelf. Twee derde van het in China ontgonnen chroom komt uit die mijn. Maar dat volstaat slechts voor 2 % van China’s actuele behoefte. De rest voert China in uit Zuid-Afrika, Kazakstan en Indië.[5] 

 Koper

De tweede mijn van belang is de Yulong kopermijn, in Oost-Tibet nabij de stad Qamdo, zeer recent opgestart, in 2008, met een kleine productie van 2000 ton.[6] De mijn zal echter de tweede grootste van Azië worden.[7] In 2011 zal de jaarproductie 30.000 ton bereiken.[8] De totale reserve ginder wordt geschat op 16 miljoen ton kopererts. Eigenlijk bitter weinig, vergeleken met wat China jaarlijks aan koper invoert: 4 miljoen ton.[9]  De Yulong mijn is een investering van drie Chinese (staats)mijnondernemingen: Qinghai West Mining (58 % van de aandelen), Zijin Mining Group (22 %) en Tibet Mining Development (20 %). Totale investering: 500 miljoen euro.[10]

Voor het ontginnen van koper staan nog een aantal andere kleinere projecten op stapel, maar daar is nog niets voor gedaan. Eén ervan is vrij dicht bij Lhasa, op 70 km, in het kanton Medrogungkar.

 Andere mineralen

 Uranium

Vooreerst het verhaal van het uranium. China heeft in 2007 een handelsovereenkomst voor de invoer van uranium afgesloten met Australië, dat 40% van de gekende werelduraniumvoorraad in zijn ondergrond heeft.[11] Tot op vandaag koopt China zijn uranium, jaarlijks 1.500 ton, in Kazakstan en Canada. De Chinese maatschappij voor atoomenergie onderhandelt ook in Afrika over deelname in mijnen. In Tibet zelf is geen enkele uraniummijn en zijn ook geen ertslagen gevonden. Het enige uranium in Tibet zit in de zoutmeren, als zoutverbinding, in kleine concentraties van enkele gram per liter. Het zou kunnen dat het straks in combinatie met lithium (zie verder) uit het Zhabuye meer gewonnen zal worden, maar dat is niet duidelijk want de techniek staat nog niet op punt, volgens het Internationaal Atoomagentschap.[12]

Toch spreekt de administratie van de dalai lama over ‘rijke en onontgonnen lagen uranium, wellicht de grootste ter wereld’[13] in de provincie Qinghai, die volgens haar deel uitmaakt van Tibet. De 14e dalai lama suggereert indirect dat al dat uranium onbeperkt opgedolven wordt: ‘Mijn land wordt een ecologische ramp door de massale ontbossing en door het excessieve delven naar mineralen’.[14] De dalai lama specifieert niet over welke mineralen het gaat. Maar Tibet Environmental Watch (USA), het Canada Tibet Committee, het Belgische De Vrienden van Tibet en andere organisaties hebben het over ‘ongebreidelde extractie van uranium in wel twintig mijnen (…) de voornaamste bron voor de Chinese nucleaire industrie’.[15] Ook ernstige Belgische journalisten stappen mee in dat verhaal: ‘De bergen die de heilige stad Lhasa omringen, zouden de helft van de wereldreserves van uranium bevatten. Dit en andere ertsen worden overvloedig geëxploiteerd.’[16] Het uranium zou dienen ‘om bommen te maken’ en tegelijk zou massaal radioactief afval in Tibet worden gedumpt. De Chinese overheid houdt het bij één afgedankte ondergrondse opslagplaats voor kernafval buiten de autonome regio Tibet, nabij het Qinghai meer. Dat is ook de enige concrete plaats die de regering van de 14e dalai lama vermeldt.[17] Het uraniumverhaal dateert van 1950. Het stond in een rapport van het Britse Foreign Office dat wereldkundig werd gemaakt door Lowell Thomas. Die was op dat moment in Lhasa actief als journalist voor het Amerikaanse NBC.[18]

DSCN2612.JPG

 

 Een artisanaal "gat" om jade stenen op te delven

 

 Goud

En dan zijn er de verhalen over het overvloedige goud. Volgens een studie in 1939 van het Geologisch Bureau van China waren ongeveer 3.000 goudzifters aan het werk in de regio Yongsheng van de Jinsha rivier, de bovenloop van de Yangzi. “Jin” en “Sha” betekenen “goud” en “zand”. Het zand op de oevers werd gezift. De jaarlijkse totale productie van al die mensen bedroeg…50 kg.[19]

In de jaren tachtig werd het toerisme in Tibet volkomen vrij en het hippe Kathmandu verplaatste zich naar Lhasa. Minder spiritueel waren de duizenden goudzoekers, Han Chinezen en Tibetanen, die op het plateau een paar gram goud wasten uit de riviersteentjes. Zij kampeerden er enkele maanden en wonnen er dan elk enkele honderden euro. Veel van die gebieden werden sindsdien natuurreservaat en de goudrush is dan ook gestopt. In het oude Tibet diende de exploitatie van kleine goudaders hoofdzakelijk voor de bekleding van religieuze beelden, stupa’s en tempeldaken. Er was een weeg- en rekenhof voor het goud onder het gezag van de functionaris van financiën van de dalai lama’s. Een kleine hoeveelheid goud werd opgeslagen als betaalreserve. Toen die reserves ongeveer op waren door de verhoogde uitgaven voor het leger tijdens het bewind van de 13e dalai lama, ging een Tibetaanse missie in Londen goud kopen met een lening. Voor de gouden troon van de huidige 14e dalai lama werd in 1956 eveneens goud buiten Tibet aangekocht, en wel met de opbrengst van een inzameling onder alle gelovigen.[20]

Om riviervervuiling te voorkomen zijn in 2003 de milieunormen voor goudwinning in China streng verscherpt. Toch beschuldigt de regering in ballingschap van de 14e dalai lama de centrale overheid ervan duizenden tonnen goud uit de Tibetaanse ondergrond te stelen en daarvoor tienduizenden Chinese migrantwerkers te gebruiken.[21] Er wordt daarbij verwezen naar potentiële en echte mijnen in de provincies Qinghai en Gansu, zonder die mijnen bij naam te noemen. De 14e dalai lama toonde zich bezorgd omdat de Chinese overheid ook buitenlandse investeerders toelaat goud te zoeken, het culturele erfgoed te grabbel te gooien als het ware, want goud was destijds bestemd voor de kloosters.[22] Onder andere een Canadees en een Australisch bedrijf tekenden in. De overheid wil namelijk overal op Chinees grondgebied de artisanale ontginning van goud technologisch rechtzetten en doet daarbij beroep op de hulp van het buitenland. Die hulp is beperkt, ze bedraagt enkele tientallen miljoenen euro.[23] Ondertussen zijn in Tibet zelf alle goudwinningen stopgezet sinds de opnieuw verstrengde milieunormen van oktober 2005.[24]

Voor China zijn de belangrijke strategische mineralen in Tibet: chroom, koper, magnesium, lood en zink.[25] Er zijn grote aders van ijzererts in Tibet, maar er bestaan gemakkelijker sites in het binnenland van China.[26] Een consortium van ondernemingen onder leiding van Chalco, een Chinees aluminiumbedrijf, voorziet de ontginning van zink en lood in Oost-Tibet, in de regio rond de stad Qamdo. Qamdo wordt de komende vijf jaar uitgebouwd als basis voor non-ferro metalen. 

Er zijn een paar duizend vindplaatsen van mineralen ‘ontdekt’, minder dan 1 % ervan is verder onderzocht. Buiten de twee genoemde grote mijnen zijn er nog een 70-tal zeer kleine mijnondernemingen in Tibet. Slechts ongeveer 10 % daarvan kreeg een productietoelating.[27] De enige koolmijn is sinds 2006 op inactief gesteld.[28]

Lithium voor elektrische wagens

Een project dat vrij vlug van start lijkt te gaan is de winning van lithium in een groot zoutmeer, het Zhabuye meer. De voorraad lijkt er groot en de afnemer wordt een lithiumbatterijproducent BYD uit Shenzhen, die zich meteen voor 18 % inkocht in de toekomstige ontginning.[29] De hoofdaandeelhouder is Tibet Mineral Development (51 %), een regionale staatsonderneming. De lithiumwinning wordt er de grootste van China.

En is er petroleum?

Er is olie gevonden in Tibet zelf. In het Lhunpola bekken in Noordwest-Tibet. Naar schatting 100 miljoen ton. Exploitatie is nog niet begonnen.[30] Tibet verbruikt momenteel 150.000 ton olie per jaar.

De benzine en de diesel voor Tibet komen integraal uit het Qaidam bekken, in het noordwesten van de Qinghai provincie. Qaidam is een barre, dunbevolkte halfwoestijn op 3000 meter hoogte en vijf maal groter dan België. De olie die er wordt gewonnen, vloeit via een lange pijplijn – de hoogste ter wereld − naar Tibet.

Ecologie

Het toezicht op de ecologische impact van mijnen is flink versterkt in Tibet. De centrale overheid vraagt een gedetailleerde voorstudie. Buitenlandse waarnemers, informanten voor buitenlandse deelname in de investeringen, waarschuwen daarvoor: ongeveer 30 % van het investeringsbedrag gaat naar het verzekeren van ecologisch verantwoorde omstandigheden.[31] Zij voegen er aan toe dat dit flink meer is dan in de rest van China.

Als afsluiter misschien nog dit: de Tibetaanse ondergrond staat open voor buitenlandse wetenschappers. China maakt er dus helemaal geen geheim van. Een voorbeeld is de chroommijn van Luobusa. Blijkt dat er daar ook ‘mineralen ontstaan onder hoge druk’ gevonden zijn. Het bekendste voorbeeld daarvan is diamant. Maar ook legeringen van nikkel-ijzer-chroom-koper of magnesiumsilicaten en nog bijzonderheden. Kortom, rare dingen, die daar eigenlijk geologisch niet thuishoren, veel ouder dan de vorming van het chroom. Japanse, Canadese, Amerikaanse geologen worden uitgenodigd om samen met hun Chinese collega’s het fenomeen te bestuderen. Het studieobject? De bewegingen in de mantel van de planeet aarde.[32]

De mineralen van Tibet zijn geen ‘verborgen schat’, maar worden vrij openlijk behandeld. China tast zijn ondergrond trouwens overal af, niet enkel in Tibet. Voor het geheel van zijn grondgebied werden in 2007 ongeveer 10.000 nieuwe ontginningsvergunningen afgeleverd.

 Noot achteraf: in januari 2011 waren er enkele belangrijke congressen in Tibet, een werkcomité van de CCP en het Consultatief Congres. Daar werd overeengekomen om de mijnindustrie in Tibet tegen 2020 te laten groeien tot 30 à 50 % van het Bruto Regionaal Product. Dat is flink meer dan nu (nog geen 15%). Enkel 'serieuze' ondernemingen, met een proper ecologisch palmares, zullen vergunningen krijgen, zo luidt het. Bovendien moeten zij minstens over 6 miljoen euro geregistreerd kapitaal beschikken.  

 



[1] CTIC 13/02/07

[2] De huidige autonome regio Tibet, toch al 2,5 maal Frankrijk in oppervlakte.

[3] 20% van de winst.

[4] Tibet Statistical Yearbook 2008.

[5] 130.000 ton op een totale behoefte van 6 miljoen ton. Hattongrp.com, Dubai, 6/12/2010

[6] Reuters, 15/10/2008

[7] www.mineweb.com, 18 aug 2008.+ CTIC

[8] Xinhua, 19/10/2010

[9] Reuters, 21/6/2010

[10] Xinhua, 19/10/2010

[11] BBC, « China to buy Australian uranium », 3/4/2006.

[12] “unconventional uranium extraction”, website iaea.org.

[13] CTA, (administratie in ballingschap), “Tibet’s Environment and Development Issues”.

[14] voorwoord bij een boek “Tibet, Enduring Spirit, Exploited Land”, Apte Robert en Andres Edwards, USA, 1998. Op te merken: Andres Edwards is in de USA een prediker van de “groene duurzame revolutie”.

[15] Zie hun websites.

[16] Michel Bouffioux, website, 170205, interview met Michel Van Herwegen van “Les Amis du Tibet”, artikel verschenen in Ciné-Télé Revue van 17 febr. 2005.

[17] CTA, idem.

[18] Alan Winnington, « Visa pour le Tibet », pag 145, Gallimard, 1958.

[19] HKCTP juli 2008

[20] Goldstein Melvyn, « A history of modern Tibet, 1913-1951 ».

[21] CTA, idem

[22] interview met Asian Pacific Post, 27/01/2005., waar de 14e dalai lama zich verzet tegen de Canadese betrokken firma.

[23] zoiets als de waarde van een Formule 1 wedstrijd.

[24] China Daily, 14/9/2005.

[25] CTIC 5/12/2010

[26] CTIC 28/12/06

[27] www.resourceinvestor.com

[28] Tibet Statistical Yearbook 2008.

[29] CTIC, 18/09/2008

[30] CTIC, 28/12/2006

[32] ‘ultra-high pressure minerals in the luobusa ophiolite, Tibet and their tectonic implications’, lyellcollection.org

16:08 Gepost door infortibet in aardrijkskunde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, mineralen, economie, china, dalai lama

07-12-10

Toerisme naar Tibet in de lift

Tijdens 2010 zullen ongeveer zes miljoen toeristen in Tibet geweest zijn, dat is meer dan ooit tevoren en het dubbele van de lokale bevolking. De overgrote meerderheid daarvan zijn mensen uit andere provincies van China. Slechts 220.000 komen uit andere landen, met Europa als nummer één, goed voor de helft daarvan. Maar er is ook een groeiende toeristische samenwerking met Bhutan, Nepal en India.

Ongeveer 180.000 Tibetanen zijn tewerkgesteld in de toerisme-industrie.

De verwachting is dat dit alles nog verdubbelt tegen 2020.

Pittig detail: in Lhasa ondergingen de publieke toiletten een ware revolutie de laatste vijf jaar: meer (honderden) en betalend! Tien jaar geleden was de ontlasting nog een heikel gedoe.

chine 2009 235.jpg

19:14 Gepost door infortibet in toerisme | Permalink | Commentaren (0)

Memorial hall voor Songtsen Gampo

Songtsen Gampo was de stichter van het Tibetaanse Tubo-rijk (7e-9e eeuw). Een museum is nu geopend in het kanton Medrungkar, ten zuiden van Lhasa. Het toont de historische en economische ontwikkeling van het grote Tibetaanse rijk van toen.

songtsen gampo memorial.jpg

18:17 Gepost door infortibet in toerisme | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, tubo

Nog een Tibetaanse tempel in Beijing

De Zhao Miao tempel, of de ‘Tempel van het Heldere Licht’ in Beijing wordt compleet gerestaureerd. Het tempelcomplex werd in 1780 voltooid onder keizer Qianlong van de Qing dynastie. Het was bedoeld als tweede residentie voor de 6e panchen lama, maar die stierf er dat jaar. De inrichting en de architectuur inspireerden zich op het Tashilumpo klooster in Tibet, de thuisbasis van de panchen lama’s. De regeerperiode van keizer Qianlong was bijzonder lang: 1736-1795. Zijn tijdsgenoten waren de 7e en de 8e dalai lama, precies twee, die het Chinese keizerrijk goed gezind waren en het als bestuur voor Tibet aanvaardden. Uit die periode dateren de wetten, die Beijing uitvaardigde voor Tibet, ondermeer een deel van de eindprocedure bij het erkennen van reïncarnaties van hoge lama’s.

Keizer Qianlong was een grote tempelbouwer in geheel China, ook in streken waar Tibetanen woonden. Maar de Zhao Miao tempel bevindt zich dus in Beijing en was bedoeld voor de panchen lama’s. De dalai lama’s verbleven in de nu beter gekende ‘Lamatampel’ in Beijing (de metro stopt eronder).

 

De Zhao Miao tempel bevindt zich in de westelijke heuvels, dicht bij de stad. Die westelijke heuvels (Xi Shan) zijn nu een zeer uitgestrekt publiek park. (metrolijn 1, terminus west, Pingguoyuan, dan ben je er niet ver van af).

 

DSCN1503.JPG

Van boven op de pagode, zicht op Beijing.

 

 

Het tempelcomplex werd grotendeels vernietigd. Neen, niet tijdens de Chinese Culturele Revolutie, maar in twee fasen: in 1860 door de Engels-Franse troepen en in 1900 grondig door een leger van acht Europese mogendheden, waaronder België. Europa wou toen de Qing dynastie op de knieën krijgen om meer vrije handelsconcessies (lees koloniale uitbuiting) te bekomen in China. Het waren ‘strafexpedities’ tegen de ‘ongehoorzame Chinezen’. Waartoe een Tibetaanse tempel al niet kan dienen…

 

DSCN1502.JPG

 

Wat staat er nu dan nog? Een imposant geglazuurd portiek, enkele mooie bas-reliëfs, twee pagodes, een enorme stenen tablet met inscripties in vier talen: Mandchou, Han, Tibetaans en Mongools. Een stille maar kolossale getuige van een multicultureel imperium.

Budget voor de restauratie: 5 miljoen euro.

DSCN1500.JPG

 

DSCN1501.JPG

17:32 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, beijing, tempels, panchen lama

06-12-10

Oude getuigen in Tibet

Er zijn nogal wat oude mensen in Tibet. Mensen, die er van bij de geboorte van de dalai lama ook waren. Die laatste is er niet meer sinds zijn achttien jaar, maar vele zeventigers zijn er nog wel. Het zou een lang werk zijn om een ‘gemiddeld profiel’ te maken van die zeventigers in Tibet. Ik praatte slechts met enkelen en dan nog op het platteland, met boeren dus. Hun verhaal is toch vrij gelijklopend. Zij waren tot  in de jaren 1950 halfvrij, zij waren gebonden, soms met geweld sinds hun kinderjaren, aan een lama of een landheer. Zij moesten voor hem werken op gevaar van stokslagen en konden slechts een deel van hun oogst houden voor een moeizaam overleven. Geen geneeskundige verzorging, geen onderwijs. Pas in het begin van de jaren zestig werden ze ‘vrij’ en kregen een stuk grond en een troep vee uitsluitend voor henzelf. Zij werden er flink beter op, zeggen ze. Maar einde jaren 1960 en gedurende de jaren 1970 verbeterde er niet veel, integendeel, er waren teveel interne strubbelingen, de politiek van China was niet goed en hun godsdienst was verboden. Langzaam kwam er hoop vanaf de jaren 1980. Maar een spectaculaire vooruitgang is voor hen overduidelijk sinds 2000. Een beter inkomen, een deftig huis, minder financiële gezondheidsproblemen, meer onderwijs voor hun kleinkinderen, armensteun en zelfs een begin van pensioen. Zij vinden ook dat de dorpsleiding vrij veel initiatief kan nemen op allerlei vlak.

Dit zo resumeren lijkt op een nieuw paradijs. Neen, dat is het niet. Er is gewoon vooruitgang voor de mensen, maar die is nog zeer summier. Vijftig jaar geleden had die man geen centen, gewoon wat gerst. Nu heeft hij 500 euro per jaar, daar bouw je nog geen badkamer mee.

22:47 Gepost door infortibet in geschiedenis sociaal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, lijfeigenen