09-01-11

Nomaden zoeken in Tibet

Er zijn nog echte nomaden in Tibet, maar je moet ze wel ver en hoog zoeken, geen idyllische opdracht. De meeste veehouders zijn ondertussen halfnomaden geworden. Echte nomaden trekken nog rond in de meest dorre gebieden, dikwijls op ongeveer 5000m hoogte. De laatste tien jaar werden vele van die gebieden als natuurreservaat bestempeld en om er te mogen grazen is een vergunning nodig, die slechts in een zeer beperkt aantal verstrekt worden. Méér dan één derde van het grondgebied van Tibet is nu ‘natuurreservaat’.

 

Op mijn (Franstalige) website over Tibet kan ik zien met welke vragen mensen via zoekmachines bij mij terechtkomen. Zo was er onlangs een vraag: “wat is het beste seizoen om nomaden te zien in Tibet?” Mensen toch, in welke denkwereld leven wij hier in ons beschaafde Westen? “Vergeet de pindanootjes niet,” zou ik dan durven antwoorden.

 

Wel, op de grens tussen Tibet en Qinghai, op de rand van het grote natuurreservaat Hoh Xil, heb ik er in 2008 enkele ontmoet. Dagelijks dieet: boter, thee, melk, vlees en gerstemeel. Dat laatste kopen ze enkele malen per jaar in een dorp langs de weg van Golmud naar Lhasa, samen met zout en een beetje kledij. Een delicatesse voor de herders is bloedworst, die ze ter plaatse bereiden. Ingrediënten: uiteraard gestold bloed, gemengd met wat boter, een beetje water erbij, wat vleesrestjes er in gemengd, licht gezouten en dan een darm in. Ik zei het al: idyllisch is het niet. Iemand die ‘nomaden wil zien’ mag al niet te lichtgevoelig zijn noch kieskeurig in wat hij zal kunnen delen als voedsel en zeker geen sinaasappelen verwachten. Groenten en fruit zijn niet te bespeuren, dat is voor wanneer ze eens naar een feest in de stad trekken. Die mensen slachten uiteraard hun dieren ter plaatse. Ik ben benieuwd of iemand die ‘de nomaden wil zien’ hier in ons land tegen het privé-slachten van schapen is tijdens het Marokkaans offerfeest. Ik zei het al: je mag niet te lichtgevoelig zijn. Maar in de tent is het warm en de mensen zijn zeer vriendelijk. De kachel – met een buis voor de rook door het tentdak – wordt gevoed met gedroogde yakdrollen. Als ‘bewonderaar van nomaden’ kun je meehelpen aan dit dagelijks werk: verzamelen van yakdrollen en die te drogen leggen in de nabijheid van de tent. ’s Avonds worden de schapen en de yaks rond de tent verzameld en vastgebonden en de typisch Tibetaanse honden zijn alert tijdens de nacht voor mogelijks naderende wolven. Je moet dus ook gerust kunnen slapen bij huilende wolven en blaffende honden. In de tent zelf zorgen enkele boterlampjes voor een klein beetje licht. Overdag kan je ook helpen om de wieken daarvoor te vlechten.

 

De resterende nomaden hebben twee hoofdproblemen: gebrek aan geneesmiddelen en onderwijs. Vier tot vijf kinderen per gezin lijkt het gemiddelde. Die zijn nodig bij het werk met de kudde en missen veelal de school, hoewel ze gratis op internaat kunnen. De grote hoogte en de kou brengen problemen mee voor het hart en de longen, naast artritis. Voor kleine ongemakken beredderen die mensen zich wel, maar wanneer het ernstig is, kan het vroege dood veroorzaken.

  fam17a.JPG

Nog enkele woorden over het natuurreservaat Hoh Xil. Dat is zeer uitgestrekt, bijna zo groot als Frankrijk, en het natuurlijke zwerfterrein voor de Tibetaanse antilopen, de wilde yaks en wilde ezels. Stropers verdienden grote sommen geld in de jaren 1980 en 1990. Met de huid van drie geschoten antilopen, in Kashmir verwerkt tot een ‘shatoosh-sjaal’, was tot 15.000 US dollar te verdienen. Die stropers waren dan ook goed uitgerust: een prima al-terreinwagen, moderne wapens, enz. De patrouilles, die het stropen moesten bestrijden, wisten dan ook niet op voorhand op ze wel levend zouden terugkeren. Ofwel vastgereden in het zand of in de modder en zonder eten bevroren zijn na enkele dagen ofwel neergeschoten worden door de stropers. Voor één van de patrouilleleden staat er een gedenkteken in dit onmetelijke niemandsland: Sonam Dargye, neergeschoten in 1994. Maar het stropen is flink gedaald, vooral door een samenwerking tussen India en China, waarbij de handel in die antilopensjaals aan banden gelegd werd. Eén patrouillerit neemt ongeveer twee weken in beslag, voor 1000 km met hindernissen.

 

21:37 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, herders, nomaden

De commentaren zijn gesloten.