14-01-11

Woestijnkijkers in China

China telt 6 miljoen woestijnobservatieposten. Die dienen niet enkel om foto’s van mooie zandduinen te nemen, maar vooral om het woestijngedrag in de gaten te houden. Daarbij is de hoofdbekommernis: vergroot de woestijn of krimpt hij.[1] Op vijf jaar tijd (2005-2009) verzamelden die observatieposten 250 miljoen data, die dynamisch in kaart gebracht werden. Daaruit bleek dat de woestijnen heel licht gekrompen waren gedurende die periode. Wel héél licht: 0,5%. In de vijf jaar daarvoor (2000-2004) was het terugdringen ongeveer 1%, ook weinig, maar toch geen uitbreiding. Dit wekt enkel hoop in de zin van: ‘ze namen niet verder toe’.

China heeft 2,7 miljoen km2 woestijnland en 1,7 miljoen km2 ‘zanderige’ gronden. Die laatste zijn gronden waar zand of kiezel op de bodem aanwezig is tussen de schaarse begroeiing. Samen nemen die de helft van China in en vormen een oppervlakte zo groot als de Europese Unie. Dit beseffen wij niet genoeg wanneer wij naar beelden van de moderne miljoenstad Shanghai kijken. De studie heeft alle data netjes wetenschappelijk gerangschikt naar oorzaak van woestijnaard of verzanding: wind- of watererosie, vorst, verzilting en dies meer. Ook naar type van woestijn of gedeeltelijke verzanding en naar locatie. Te veel details om op te sommen. Enkele grote lijnen zijn het vermelden waard. Sommige daarvan weten we al: die uitgedroogde gebieden bevinden zich ongeveer allen in de noordelijke en westelijke provincies met veel etnische minderheden: Binnen-Mongolië, Gansu, Qinghai, Tibet en Xinjiang. Slechts 5% bevinden zich in andere provincies. Xinjiang  en Qinghai samen zijn goed voor 60%.

Het ‘stoppen en zeer licht terugdringen’ is in elk van die gebieden vastgesteld. Het best lukte dat in Binnen-Mongolië en in die ‘overige 5%-provincies’. Maar in Binnen-Mongolië ligt nog 0,3 miljoen km2 ‘op de loer’ om ‘zanderig’ te worden, indien men ginder niet goed oppast. Dat zou nog eens bijkomend 3% van het Chinees territorium kunnen worden. Bovendien zijn er provincies, waar in het geheel netto-vooruitgang geboekt werd, die delen van hun provincie flink zien achteruitgaan. Dat is zo voor het Tarim bekken in de provincie Xinjiang en voor de graslanden in Noordwest-Sichuan. De hoofdreden is overbegrazing en irrationeel watergebruik.

DSCN4167.JPG

 

Hoe komt het dat de woestijnuitbreiding stopt in China?

Eigenlijk is het recept heel simpel: er wordt geld vrijgemaakt en er worden mensen gemobiliseerd. Die mensen zijn lokale ex-veehouders of nog altijd veehouders. Zij worden georganiseerd in aanplantingsgroepen, krijgen daar planten en geld voor. Het wordt hun nieuwe job of een extra job. Sensibilisatie voor de problematiek komt daar ook bij. Of noem het ‘zachte dwang’. Er wordt ik elk geval een collectieve beweging in gang gezet met de mensen die in die gebieden leven. Ondersteund ook door wetgeving. Zo is er een wet met de “drie verboden”voor die streken: “geen overbegrazing meer, geen overdreven confiscatie van gronden voor bouwwerken, geen verzamelen van hout”.  Er worden zelfs ‘nationale zandbestrijdershelden’ bekroond.

Woestijnvorming blijft het ernstigste ecologisch probleem voor China. Alle inspanningen tot nu zijn nog geen stabiele overwinning. In de halfwoestijngebieden is de vegetatie zwak, de menselijke invloed is er nog nefast en de maatregelen van de nationale leiding vinden niet altijd evengoed ingang naar beneden toe. 

De overheid ziet slechts één uitweg: de volledige bevolking van die streken erbij betrekken en ze belonen om het ecologisch evenwicht te behouden en te verbeteren. Daarbij is van belang om goed af te lijnen wie wat beheert: ‘wie is verantwoordelijk voor dit stuk bos, struikgewas of gras’. Het klinkt raar in onze oren, wij stellen ons China te veel voor als een ‘bureaucratische mastodont’. Wie China een beetje kent, weet dat dit op lokaal vlak heel anders is. Dat kan ook niet anders in zo’n gigantisch land. Een bureaucratie zou het niet aankunnen om de woestijn te bestrijden, want er zouden in dat geval wel lokale ambtenaren zijn, die geen zin hebben om hun zetel te verlaten en boompjes te gaan planten. Neen, de overheid betrekt er contractueel iedereen bij, vergoeding incluis: “hier zijn centen, plant die in de woestijn”.

Daarnaast worden natuurlijk middelen vrijgemaakt voor wetenschappelijk onderzoek, om te weten wat het beste is om er te planten.

 

 



[1] Bulletin of Status Quo of Desertification and Sandification in China, een uitvoerige samenvatting in het Engels te vinden op China.org.cn, januari 2011.

21:01 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, woestijnvorming

De commentaren zijn gesloten.