24-01-11

Tibetaanse herders met draagbare digitale TV

Dat klinkt bijna als een appelsienenboom op Mars, toch is het zo. Het stadsbestuur van Chengdu, in de provincie Sichuan, deelde in januari 20.000 Tv’s uit aan Tibetaanse herders van de provincie. Deze schenking komt via het budget voor ontwikkelingshulp van de stad. De digitale Tv’s zijn speciaal ontworpen voor herderfamilies die in de uitgestrekte graaslanden soms maanden onderweg zijn met hun kudde. Ze zijn uiteraard draagbaar, in een koffer, die openslaat zoals een draagbare computer, maar iets groter en zwaarder. Aangezien er op de grasvlaktes geen stopcontacten zomaar bij de hand zijn, is er ook een draagbaar zonnepaneel bijgeleverd en een controleapparaat voor de stroom. Om het geheel af te ronden komt er nog een kleine schotelantenne bij, want er is ook geen kabel-tv in de weilanden.

Bron: People’s Daily

15:34 Gepost door infortibet in modernisering | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, herders, energie, ontwikkelingshulp

14-01-11

Woestijnkijkers in China

China telt 6 miljoen woestijnobservatieposten. Die dienen niet enkel om foto’s van mooie zandduinen te nemen, maar vooral om het woestijngedrag in de gaten te houden. Daarbij is de hoofdbekommernis: vergroot de woestijn of krimpt hij.[1] Op vijf jaar tijd (2005-2009) verzamelden die observatieposten 250 miljoen data, die dynamisch in kaart gebracht werden. Daaruit bleek dat de woestijnen heel licht gekrompen waren gedurende die periode. Wel héél licht: 0,5%. In de vijf jaar daarvoor (2000-2004) was het terugdringen ongeveer 1%, ook weinig, maar toch geen uitbreiding. Dit wekt enkel hoop in de zin van: ‘ze namen niet verder toe’.

China heeft 2,7 miljoen km2 woestijnland en 1,7 miljoen km2 ‘zanderige’ gronden. Die laatste zijn gronden waar zand of kiezel op de bodem aanwezig is tussen de schaarse begroeiing. Samen nemen die de helft van China in en vormen een oppervlakte zo groot als de Europese Unie. Dit beseffen wij niet genoeg wanneer wij naar beelden van de moderne miljoenstad Shanghai kijken. De studie heeft alle data netjes wetenschappelijk gerangschikt naar oorzaak van woestijnaard of verzanding: wind- of watererosie, vorst, verzilting en dies meer. Ook naar type van woestijn of gedeeltelijke verzanding en naar locatie. Te veel details om op te sommen. Enkele grote lijnen zijn het vermelden waard. Sommige daarvan weten we al: die uitgedroogde gebieden bevinden zich ongeveer allen in de noordelijke en westelijke provincies met veel etnische minderheden: Binnen-Mongolië, Gansu, Qinghai, Tibet en Xinjiang. Slechts 5% bevinden zich in andere provincies. Xinjiang  en Qinghai samen zijn goed voor 60%.

Het ‘stoppen en zeer licht terugdringen’ is in elk van die gebieden vastgesteld. Het best lukte dat in Binnen-Mongolië en in die ‘overige 5%-provincies’. Maar in Binnen-Mongolië ligt nog 0,3 miljoen km2 ‘op de loer’ om ‘zanderig’ te worden, indien men ginder niet goed oppast. Dat zou nog eens bijkomend 3% van het Chinees territorium kunnen worden. Bovendien zijn er provincies, waar in het geheel netto-vooruitgang geboekt werd, die delen van hun provincie flink zien achteruitgaan. Dat is zo voor het Tarim bekken in de provincie Xinjiang en voor de graslanden in Noordwest-Sichuan. De hoofdreden is overbegrazing en irrationeel watergebruik.

DSCN4167.JPG

 

Hoe komt het dat de woestijnuitbreiding stopt in China?

Eigenlijk is het recept heel simpel: er wordt geld vrijgemaakt en er worden mensen gemobiliseerd. Die mensen zijn lokale ex-veehouders of nog altijd veehouders. Zij worden georganiseerd in aanplantingsgroepen, krijgen daar planten en geld voor. Het wordt hun nieuwe job of een extra job. Sensibilisatie voor de problematiek komt daar ook bij. Of noem het ‘zachte dwang’. Er wordt ik elk geval een collectieve beweging in gang gezet met de mensen die in die gebieden leven. Ondersteund ook door wetgeving. Zo is er een wet met de “drie verboden”voor die streken: “geen overbegrazing meer, geen overdreven confiscatie van gronden voor bouwwerken, geen verzamelen van hout”.  Er worden zelfs ‘nationale zandbestrijdershelden’ bekroond.

Woestijnvorming blijft het ernstigste ecologisch probleem voor China. Alle inspanningen tot nu zijn nog geen stabiele overwinning. In de halfwoestijngebieden is de vegetatie zwak, de menselijke invloed is er nog nefast en de maatregelen van de nationale leiding vinden niet altijd evengoed ingang naar beneden toe. 

De overheid ziet slechts één uitweg: de volledige bevolking van die streken erbij betrekken en ze belonen om het ecologisch evenwicht te behouden en te verbeteren. Daarbij is van belang om goed af te lijnen wie wat beheert: ‘wie is verantwoordelijk voor dit stuk bos, struikgewas of gras’. Het klinkt raar in onze oren, wij stellen ons China te veel voor als een ‘bureaucratische mastodont’. Wie China een beetje kent, weet dat dit op lokaal vlak heel anders is. Dat kan ook niet anders in zo’n gigantisch land. Een bureaucratie zou het niet aankunnen om de woestijn te bestrijden, want er zouden in dat geval wel lokale ambtenaren zijn, die geen zin hebben om hun zetel te verlaten en boompjes te gaan planten. Neen, de overheid betrekt er contractueel iedereen bij, vergoeding incluis: “hier zijn centen, plant die in de woestijn”.

Daarnaast worden natuurlijk middelen vrijgemaakt voor wetenschappelijk onderzoek, om te weten wat het beste is om er te planten.

 

 



[1] Bulletin of Status Quo of Desertification and Sandification in China, een uitvoerige samenvatting in het Engels te vinden op China.org.cn, januari 2011.

21:01 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, woestijnvorming

09-01-11

Nomaden zoeken in Tibet

Er zijn nog echte nomaden in Tibet, maar je moet ze wel ver en hoog zoeken, geen idyllische opdracht. De meeste veehouders zijn ondertussen halfnomaden geworden. Echte nomaden trekken nog rond in de meest dorre gebieden, dikwijls op ongeveer 5000m hoogte. De laatste tien jaar werden vele van die gebieden als natuurreservaat bestempeld en om er te mogen grazen is een vergunning nodig, die slechts in een zeer beperkt aantal verstrekt worden. Méér dan één derde van het grondgebied van Tibet is nu ‘natuurreservaat’.

 

Op mijn (Franstalige) website over Tibet kan ik zien met welke vragen mensen via zoekmachines bij mij terechtkomen. Zo was er onlangs een vraag: “wat is het beste seizoen om nomaden te zien in Tibet?” Mensen toch, in welke denkwereld leven wij hier in ons beschaafde Westen? “Vergeet de pindanootjes niet,” zou ik dan durven antwoorden.

 

Wel, op de grens tussen Tibet en Qinghai, op de rand van het grote natuurreservaat Hoh Xil, heb ik er in 2008 enkele ontmoet. Dagelijks dieet: boter, thee, melk, vlees en gerstemeel. Dat laatste kopen ze enkele malen per jaar in een dorp langs de weg van Golmud naar Lhasa, samen met zout en een beetje kledij. Een delicatesse voor de herders is bloedworst, die ze ter plaatse bereiden. Ingrediënten: uiteraard gestold bloed, gemengd met wat boter, een beetje water erbij, wat vleesrestjes er in gemengd, licht gezouten en dan een darm in. Ik zei het al: idyllisch is het niet. Iemand die ‘nomaden wil zien’ mag al niet te lichtgevoelig zijn noch kieskeurig in wat hij zal kunnen delen als voedsel en zeker geen sinaasappelen verwachten. Groenten en fruit zijn niet te bespeuren, dat is voor wanneer ze eens naar een feest in de stad trekken. Die mensen slachten uiteraard hun dieren ter plaatse. Ik ben benieuwd of iemand die ‘de nomaden wil zien’ hier in ons land tegen het privé-slachten van schapen is tijdens het Marokkaans offerfeest. Ik zei het al: je mag niet te lichtgevoelig zijn. Maar in de tent is het warm en de mensen zijn zeer vriendelijk. De kachel – met een buis voor de rook door het tentdak – wordt gevoed met gedroogde yakdrollen. Als ‘bewonderaar van nomaden’ kun je meehelpen aan dit dagelijks werk: verzamelen van yakdrollen en die te drogen leggen in de nabijheid van de tent. ’s Avonds worden de schapen en de yaks rond de tent verzameld en vastgebonden en de typisch Tibetaanse honden zijn alert tijdens de nacht voor mogelijks naderende wolven. Je moet dus ook gerust kunnen slapen bij huilende wolven en blaffende honden. In de tent zelf zorgen enkele boterlampjes voor een klein beetje licht. Overdag kan je ook helpen om de wieken daarvoor te vlechten.

 

De resterende nomaden hebben twee hoofdproblemen: gebrek aan geneesmiddelen en onderwijs. Vier tot vijf kinderen per gezin lijkt het gemiddelde. Die zijn nodig bij het werk met de kudde en missen veelal de school, hoewel ze gratis op internaat kunnen. De grote hoogte en de kou brengen problemen mee voor het hart en de longen, naast artritis. Voor kleine ongemakken beredderen die mensen zich wel, maar wanneer het ernstig is, kan het vroege dood veroorzaken.

  fam17a.JPG

Nog enkele woorden over het natuurreservaat Hoh Xil. Dat is zeer uitgestrekt, bijna zo groot als Frankrijk, en het natuurlijke zwerfterrein voor de Tibetaanse antilopen, de wilde yaks en wilde ezels. Stropers verdienden grote sommen geld in de jaren 1980 en 1990. Met de huid van drie geschoten antilopen, in Kashmir verwerkt tot een ‘shatoosh-sjaal’, was tot 15.000 US dollar te verdienen. Die stropers waren dan ook goed uitgerust: een prima al-terreinwagen, moderne wapens, enz. De patrouilles, die het stropen moesten bestrijden, wisten dan ook niet op voorhand op ze wel levend zouden terugkeren. Ofwel vastgereden in het zand of in de modder en zonder eten bevroren zijn na enkele dagen ofwel neergeschoten worden door de stropers. Voor één van de patrouilleleden staat er een gedenkteken in dit onmetelijke niemandsland: Sonam Dargye, neergeschoten in 1994. Maar het stropen is flink gedaald, vooral door een samenwerking tussen India en China, waarbij de handel in die antilopensjaals aan banden gelegd werd. Eén patrouillerit neemt ongeveer twee weken in beslag, voor 1000 km met hindernissen.

 

21:37 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, herders, nomaden

07-01-11

Tu en Tibetanen vieren samen een heidens feest

De Tu zijn een oude bevolkingsgroep, die ooit de provincie Qinghai bevolkten voor de Tibetanen er aankwamen in de 8e eeuw.

Er zijn nog Tu-gebieden overgebleven in het noordoosten van de provincie. Door de geschiedenis heen hebben die twee volkeren zich in dat gebied min of meer aan elkaar geassimileerd. Een jaarlijks religieus festival is echter zeer ‘Tu’-gekleurd. En niet boeddhistisch, dus heidens. Dit grijpt plaats in de streek van Regong, Tongren, Repgong, Tunrin (dezelfde plaats in diverse dialecten of transcripties). Wij waren er in 2009, samen met enkele professionele Japanse en Hongkongse fotografen.

 

Op een pleintje voor de dorpstempel zijn er een dag lang dansen door verschillende groepen, onder zeer eenvoudige tamboerbegeleiding. Dit gaat in een cirkel rond een brandstapel, waar kostbaar voedsel en alcohol op verbrand worden. Heel veel vroeger waren dat echte schapen. Nu wordt er nog veel vlees aangebracht, maar exotisch duur fruit lijkt de bovenhand te halen en vooral liters sterke drank. Het is geen feest van de monniken van het naburig boeddhistisch klooster. Terloops gezegd, het oudste boeddhistisch klooster van Qinghai bevindt zich in Tongren, het dateert uit de 13e eeuw, van de Sakya school, nog voor sprake was van dalai lama’s. Maar het feest is heidens of vriendelijker gezegd: pre-boeddhistisch, volgens het volksgeloof van de Tu bevolking indertijd. Elk dorp heeft zijn eigen godheid. En zoals overal ter wereld moet die gunstig gestemd worden, zeker bij het naderen van de oogst. Het feest is net voor de oogst, in onze juli maand. De god van het dorp is een gruwelgod, die alle gevaren die het leven bedreigen verzinnebeeldt.

 

Uit een aantal mannelijke kandidaten van het dorp wordt een ‘mogelijke bezetene’ gekozen door de overste van het boeddhistisch klooster. Ja, de tradities vermengden zich in de loop der eeuwen. Die man werkt zich dan in trance op het binnenpleintje van de dorpstempel onder begeleiding van zijn eregarde. De techniek lijkt er een te zijn van te hyperventileren en op 2000 m leidt dit wel tot enige opwinding. Het bezeten zijn door de lokale god dient om de offerandes kracht bij te zetten. Vrij spectaculair is het wel.

Enkele foto's:

chine 2009a 622.jpg

chine 2009a 670.jpg

chine 2009a 734.jpg

ja, dat is echt fruit, geen plastieken 

 

chine 2009a 660.jpg

chine 2009a 666.jpg

22:01 Gepost door infortibet in traditionele feesten | Permalink | Commentaren (0) | Tags: qinghai, titanen, tu

Soros in Tibet

Neen, niet Georges Soros, de Hongaars-Amerikaanse multimiljardair, maar zijn dochter, Andrea Soros. Zij heeft mooie projecten voor ontwikkelingshulp lopen in gebieden in China waar Tibetanen leven. Met een ‘laag profiel’, er komt geen politieke inmenging aan te pas. Dit strekt haar tot eer. Sinds 1993 sponsort haar ‘Trace Foundation’ voornamelijk onderwijsprojecten voor Tibetanen in de provincie Qinghai. Samen met de lokale overheid bevordert haar stichting het publiceren van boeken in het Tibetaans, voor de jeugd en voor de scholen. Ook handboeken in het Tibetaans van moderne wetenschappen: fysica, wiskunde, computertechnologie e.a.

Dit terwijl ons Europees parlement nog op 25 november 2010 een resolutie[1] stemde tegen China, waarin staat dat de Tibetaanse taal gemarginaliseerd wordt en dat dit niet mag, want “De inheemse volkeren hebben het recht hun onderwijssysteem in hun eigen taal te organiseren”, zo staat in de resolutie. Ja, natuurlijk, maar Europa is geen goede leermeester, indien je dit bv aan de Bretoenen vraagt. De provincie Qinghai is een provincie met ‘faciliteiten’. De meerderheid van de bevolking is er niet-Tibetaans. Toch zijn er streken waar de Tibetanen in de meerderheid zijn. Daar wordt de Tibetaanse taal dan wel gebruikt in het onderwijs, enfin, min of meer. Andrea Soros helpt om dat wat meer te doen worden. Lovenswaardig. Maar hoever moet of mag men daarin gaan? In de provincie Qinghai leven bv evenveel mensen van Arabische afkomst als dat er Tibetanen zijn. Zij wonen daar al 500 à 700 jaar. Zijn zij een ‘inheems’ volk of immigranten die zich maar moeten aanpassen? Trouwens, de Tibetaanse bevolking in Qinghai was daar niet veel eerder: ten dele in de 9e eeuw, zelfs grotendeels later, tijdens en na de Mongoolse dynastie in China (vanaf de 13e eeuw). Tevoren waren de ‘Tu’, de ‘Xixia’ en de ‘Qiang’ de ‘inheemse volkeren. Daar bestaan nu nog enclaves van. Wat met hun taal? China heeft 54 ‘inheemse’ volkeren. Sommigen zeggen dat er zelfs meer zijn. Ja, een Limburger is eigenlijk ook geen Vlaming en in de Nederlanden is het ABN nog niet zo oud (de reactie van mijn ouders bij het begin van het ABN: ‘op wat trekt dat nu, dat is géén taal’!). Het is een immense taak, voor een ontwikkelingsland dat China nog grotendeels is, om al die culturen en talen flink te ondersteunen. Er wordt wel in die richting gewerkt. ‘Bijna vergeten’ talen van grote bevolkingsgroepen worden opnieuw onderwezen, zoals de Yi-taal en het Mandchu.

 

Terug naar de Tibetanen in de provincie Qinghai, waar een tiental ‘inheemse’ volkeren leven. Voor de Tibetanen is er nog een bijkomend  probleem. Te weinig Tibetanen van die provincie zijn de Chinese taal machtig en zijn daardoor benadeeld in de hogere jobs. Het zijn herdersjongens op overschot, zonder veel schoollopen. Een partijsecretaris van de provincie onderkende onlangs dit probleem en zei: “tweetaligheid is een uitstekend middel om hier te moderniseren” (dat klinkt ons zelf in België bekend in de oren). Hij bedoelde: vlugger Chinees onderwijzen aan de Tibetaanse kinderen. Dat namen die laatsten niet en betoogden voor het behoud van het Tibetaans als eerste taal in hun scholen. De lokale partijinstanties schrokken en zeiden: “akkoord, geen hervormingen zonder het akkoord van de ouders en de leerlingen.” Tot daar het verhaal, dat het Europees Parlement een volledige dag bezig hield en leidde tot een resolutie tegen het beknotten van de Tibetaanse taal (“repressie en marginalisatie van de Tibetaanse taal”, zo staat het er). Zwakke grond voor twee pagina’s resolutietekst na een tiental interventies in voltallige zitting. Het Chinese parlement verliest geen tijd aan het probleem van de Basken.

Nog dit: Op de website van DeWereldMorgen.be las ik onlangs nog dat “de Tibetanen geen recht hebben op onderwijs in hun eigen taal.” Wanneer leerlingen betogen voor ‘het behoud’ van Tibetaans als eerste taal op school, dan kunnen ze dat enkel doen wanneer er wel degelijk onderwijs is in het Tibetaans, me dunkt.

 

Terug naar Andrea Soros. Zij doet daar goed werk en zoals gezegd: samen met de lokale overheid. Haar NGO, ‘Trace Foundation’, heeft bureaus in Xining (Qinghai), Lhasa (Tibet) en Chengdu (Sichuan). Sinds 1993 sponsort de Trace Foundation projecten in deze drie provincies plus Yunnan en Gansu. De eerste tien jaar was dit onder de vorm van subsidies verlenen aan lokale projecten, maar sinds 2004 zette de Trace Foundation ook eigen projecten ter plaatse in gang, voornamelijk in het secundaire en hoger niet-universitair onderwijs. Het gaat bv over het verlenen van beurzen aan jonge afgestudeerden of onderwijzend personeel om handboeken en ander onderwijsmateriaal in het Tibetaans te produceren in de modernere domeinen zoals wetenschappen en techniek. Daarbij moeten zelfs nog woorden uitgevonden worden (het is nog niet lang geleden dat het Chinees vocabularium de wereld bijbeende). De Trace Foundation doet rechtstreeks aan begeleiding van het project. Eén project bv, liep van 2005 tot 2010 en verleende een drieduizendtal beurzen. Totale som: 10 miljoen US dollar, waarvan Trace er 5,3 miljoen op zich nam. De rest kwam van de lokale overheid. Bij het project zijn 27 Tibetaanse instituten betrokken, verspreid over de genoemde provincies. Andere projecten zijn bv het mee subsidiëren van de vorming van Tibetaanse leraars voor het secundaire en hoger onderwijs.

 

De totale jaarlijkse ontwikkelingshulp van Andrea Soros aan de Tibetanen bedraagt 6 miljoen US dollar (laatst gepubliceerd cijfer, 2007). Daarnaast zijn er nog de werkingskosten, de hoofdzetel in New York, permanenties in China, enz. Ongetwijfeld komt er wel wat zakgeld van vadertje Soros, voor hem zijn dat kruimels. Georges Soros verstopte het indertijd niet dat hij heel wat geld doorschoof naar bewegingen in Oost-Europa, die Oost-Europa naar het Westen zouden doen vallen. Zijn dochter, Andrea Soros, heeft het dus in de VS niet gemakkelijk, links nam haar onder vuur als ‘running-dog CIA front’. Maar haar website, haar publieke verklaringen, haar projecten vermijden met opmerkelijke nauwkeurigheid elke politieke inmenging in China. So what? Zij steunt in de feiten de Tibetaanse cultuur, in samenwerking met de lokale overheid. Indien ik papa Soros was, zou ik daar niets tegen hebben. Misschien denkt hij: ‘mijn dochter heeft daar een ferme voet aan de grond, al 20 jaar, dat kan niet slecht zijn’.

 

Andrea Soros is wel niet enkel actief in haar ‘Trace Foundation’ voor ondersteuning van de Tibetaanse cultuur. Er is nog de ‘Tsadra Foundation’, bedoeld om Amerikanen en Europeanen beurzen te verschaffen om zich te vervolmaken in het Tibetaans boeddhisme. Daar is de kans zeer groot dat de begunstigden wel tegelijk politieke activisten zijn voor de onafhankelijkheid van Tibet. Verder is Andrea een welbekende bij de ‘Rockefeller Foundation’, via nog een ander fonds dat ze beheert, het ‘Acumen Fund’. Dit laatste ‘investeert’ (ja, ontwikkeling via rentabiliteit) in mini-projecten in de Derde Wereld. Wat de Rockefellers betreft in de VS: die zitten in de hoogste politiek-financiële sferen, soms zeer controversieel ondemocratisch.



[1] In die resolutie vernemen we dat de Europese Unie in haar budget van 2009 1 miljoen euro voorzien heeft voor “het behoud van de Tibetaanse cultuur, meer specifiek onder de Tibetanen buiten China”. Het is niet enkel het Amerikaans Congres dat de kringen rond de dalai lama geld toestopt. De VS geven echter veel méér.

tibet 05 (51).JPG

Een klasje, per toeval bezocht, in de omgeving van Qamdo, Oost-Tibet, gesponsord qua uitrusting. Neen, niet door Andrea Soros, maar door het stadsbestuur van Chengdu (Sichuan).

17:47 Gepost door infortibet in onderwijs | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, usa, china, qinghai, taal

04-01-11

Grasland voedzaam houden in droge gebieden

China heeft zijn herders nodig, want die zorgen voor een deel van het dagelijks diëet voor meer dan één miljard mensen. Wil China niet afhankelijk worden van vleesinvoer uit het buitenland, dan moet er gras groeien in China. Bovendien moet dat op die plaatsen zijn, waar niet aan akkerbouw kan gedaan worden, want elk perceel voor rijst, graan, groenten, fruit en thee is er broodnodig om ook daar geen tekorten te creëren. Er zijn graaslanden nodig, met herders voor koeien, yaks en schapen. Want elke Chinees kan toch niet met twee varkens aan de leiband in een stadspark rondlopen (geen grap: recent nog écht gezien). De graaslanden bevinden zich dus voornamelijk op de randen van de woestijnen, in Xinjiang, Gansu, Tibet en Binnen-Mongolië. De woestijnen hebben een neiging om groter te worden, daar hadden we het al over in andere artikels (opwarming, grotere droogte en overbegrazing). Om herders met vee te kunnen behouden mag dat niet. Voor China is gras één van de zovele prioritair aan te pakken problemen. De overheid beseft dat en doet er ook iets aan. Daar gaan vele ‘China-watchers’ of ‘dissidenten’ aan voorbij.

Voor de komende vijf jaar (2011-2015) reserveert het nationaal budget 1,5 miljard euro per jaar voor gras. Er zijn centraal geleide herbeplantingsprojecten, maar het grootste deel van dit bedrag gaat via de betrokken mensen in die gebieden, noem dat gerust een ‘centendemocratie’. In de vorm van compensaties of in de vorm van stimuli.

Compensatie voor families, die (tijdelijk?) moesten verhuizen uit streken waar het gras niet meer groeide. Zij krijgen een vergoeding van 10 euro per hectare en per jaar. Dat lijkt niet veel, maar wanneer je weet dat hun graasoppervlakte dikwijls  meer dan 1000  hectare was, dan is dat wel veel. In die gebieden is grazen voorlopig verboden en wordt er aan herbeplanting gewerkt.

Stimuli zijn er dan voor herderfamilies, die buiten die ‘verboden zone’ bedrijvig zijn. Zij krijgen 3 euro per jaar en per hectare op voorwaarde dat ze er een ‘duurzame kudde’ op na houden, geen te grote dus, een kudde in evenwicht met het gras. Voor herderfamilies, die mee willen werken aan herbeplanting of aan betere beplanting, is er een subsidie voorzien van 16 euro per jaar en per hectare. Dit zijn hoge sommen, gezien de oppervlakte per familie, maar het werk is ook geen kleine karwei.

Een deel van het grote centraal budget ‘voor gras’ gaat naar opleiding en technische hulp.

Als algemeen signaal van ondersteuning krijgen ongeveer 2 miljoen herderfamilies elk een jaarpremie van 60 euro de komende vijf jaar.

 

litang env (40).JPG

 

Noot (naar aanleiding van een lezersvraag):

De Chinezen doen er natuurlijk goed aan om niet te veel vlees te eten. Maar ja, ze zijn goed op weg om dat wel te doen. In 1985 lag de vleesconsumptie – gevogelte inbegrepen - in China nog op 20 kg per hoofd van de bevolking. Nu is dat 55 kg geworden. Ter vergelijking: de gemiddelde Europeaan verorbert 90 kg per jaar en de gemiddelde Amerikaan 120 kg (FAO statistieken).

Nog het vermelden waard: de gemiddelde Tibetaanse stedeling koopt voor 35 kg vlees per jaar en per persoon, dat is minder dan het Chinese gemiddelde. Toch komt dat goed overeen met een kleinere stad in de rest van China, minder rijk dan de grote steden en waar een deel van de stedelijke bevolking bovendien nog enkele dieren heeft voor eigen gebruik, niet meegeteld in de statistieken. Het reële vleesmenu is reëel dus hoger. Dat is nog duidelijker zo voor de landelijke bevolking in Tibet: de statistieken geven aan hoeveel vlees een gemiddelde landbouwer koopt per jaar, dat is 15 kg per persoon. Herders kopen uiteraard geen vlees en eten bijna uitsluitend vlees. Te gast bij een maaltijd, zag ik er meer naar binnenwerken dan wat ik op een week aankan. Maar er zijn nogal wat Tibetaanse landbouwers, die weinig of geen dieren hebben, die kopen wel vlees. Het statistisch gemiddelde komt dan uit op 15 kg, maar het reële menu is meer vleesgekleurd. Kortom, statistieken zijn ‘nuttig’ (om in eetbare termen te blijven), maar soms moet men wel weten waarvan het gemiddelde het gemiddelde is. En tot besluit: China heeft er alle belang bij om half-vegetarisch te worden, wie niet?

 

17:09 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, woestijnvorming, herders, china