16-05-11

Chronologische tabel Tibet

3000 v.Chr

Oudste gevonden landbouwnederzetting, Karub nabij Qamdo.

 

????

Legendarische koning Gesar en de Ling staat.

 

?e eeuw v.Chr. tot in de 7e eeuw na Chr.

Zhangzhung cultuur, in de omgeving van de Kailash berg.

 

4e of 2e eeuw v.Chr.

Legendarische koning Nyatri Tsanpo, in de Yarlung vallei.

 

5e eeuw

Koning Lhatotori Nyentsen en de eerste boeddhisme-import, vanuit Kashmir.

 

 

630 – 846 Tubo koningen, regeerperiodes

 

630-649

Songtsen Gampo, met de Chinese prinses Wencheng en de Nepalese Bhrikuti. Beide prinsessen brengen het boeddhisme mee binnen.

 

649-655

Gungri Gangtsen, verovert Tuyuhunië in 653.

 

655-676

Mangang Mangtsan, verpletterende nederlaag in 670 voor een Tang leger in Qinghai.

 

676-704

Dusong Mangpoje, dringt door ten noorden op de Zijderoute, soms verslagen door, soms gewonnen van de Tang legers. Aanval op het zuidoostelijke Nanzao afgeslagen, de koning sneuvelt.

 

704-755

Tride Tsukten, was nog kind toen zijn vader sneuvelde. Zijn grootmoeder bestuurt een tijd het rijk. Hij huwt met de Chinese prinses Jincheng.

 

735

Vredesverdrag Tubo-Tang, dat aan de Tubo West-Sichuan, Gansu en de Zijderoute geeft.

 

750

De Tubo worden door de Arabieren uit de oases van de Zijderoute verjaagd. Nanzhao wordt vanaf 752 bondgenoot van de Tubo, tot einde 8e eeuw.

 

755-797

Trisong Detsen, zoon van Tride Tsukten en prinses Jincheng. Padmasambhava, een Indiase guru, vindt bij hem asiel tegenover de oprukkende islam in India. Brengt het tantrisme in het Tibetaanse boeddhisme. Ontstaan van de Nyingma school. Eerste klooster in Tibet: het Samye klooster, ten oosten van Lhasa. Onder Trisong Detsen wordt het Tibetaanse rijk uitgebreid tot 'Groot Tibet', tweemaal zo groot als het huidige Tibet. 

 

763

Tijdelijke bezetting door de Tubo van Chang’an, de hoofdstad van de Tang dynastie.

 

787

Nieuw vredesverdrag tussen Tubo en Tang, Bevestiging dat het volledige westen aan de Tang invloed ontsnapt.

 

797-815

De militaire greep op het rijk verzwakt. Drie koningen volgen elkaar snel op.

 

815-838

Ralpachen (of Tritsug Dechen). Bepertkt de invloed van de lekenadel ten voordele van de geestelijken. Wordt vermoord door bon aanhangers.

 

823

Een laatste verdrag tussen Tubo en Tang. Invloedssferen blijven.

 

838-846

Langdarma, broer van Tritsug Dechen. Inperking van de macht van de monniken.Op zijn beurt vermoord. Einde van het rijk. 

 

 

Vier eeuwen versnippering

 

847-869

Slavenopstanden in het uiteenvallende rijk. Langzaam begin van het landheren en lijfeigenensysteem.

 

9e eeuw tot 17e eeuw

Guge koninkrijk in Ngari, in het westen. Atisha, een Bengaalse guru, begon er in 1042 de kadam school. Importeert de kalachakra openbaringstekst. Wordt uitgenodigd naar de streek van Lhasa, waar hij in 1056 het Reting klooster in sticht.

 

1038-1227

Xixia koninkrijk in het noordoosten (huidige provincies Qinghai, Gansu, Ningxia). Tanggut bevolking is een vermenging van Turcomongolen, Tibetanen, Han en Tu.

 

1073

Ontstaan van de sakya school, in het stadje Sakya, met steun van de Khon familie.

 

12e eeuw

Milarepa geeft de aanzet voor de kagyu school.

 

1162-1227

Genghis Khan begint aan zijn veroveringstocht. Vernietiging van het Xixia koninkrijk in 1227.

 

1234

Noord-China wordt door de Mongolen definitief ingelijfd. Zuid-China, de Zuidelijke Song dynastie, zal nog weerstand bieden tot in 1279.

 

1239

Klein Mongools verkenningsleger, onder leiding van Godan, naar Tibet. Besprekingen met de sakya school voor vreedzame onderwerping in ruil voor lokale macht.

 

 

Eerste Mongoolse periode (1252-1368)

 

1252

Tibet wordt bij het Mongoolse rijk ingelijfd. Pagpa, de leider van de sakyapa, wordt door de Mongolen aangesteld als afgevaardigde bestuurder van U en Tsang of Centraal-Tibet.

 

1260-1294

Regeerperiode van Kublai Khan, die zich in 1271 tot keizer van China uitroept (Yuan dynastie).

 

1264

Oprichting in Beijing van de “centrale commissie voor boeddhistische zaken en Tibet”.

 

1333-1368

Shundi, de laatste keizer van de Yuan dynastie, bevestigt de Phagmodrupa familie, die de sakyapa versloegen, als bestuurders voor Centraal-Tibet.

 

 

Phagmodrupa administratie (1345-1478)

 

1354

Vernieling van het Sakya klooster en definitieve uitschakeling van de sakya administratie. De hoofdstad voor Centraal-Tibet (U en Tsang) wordt Nedong. Ontstaan van de phagdru-kagyu school. In het westen is Guge nog steeds onafhankelijk.

 

1407

De Ming dynastie (1368-1644) begint met het instellen van titels voor Tibetaanse geestelijke en wereldlijke leiders in Centraal-Tibet. De titel “Dharma Prins” is de hoogste graad. De Ming bevoordelen geen van de diverse scholen of families. In de grensgebieden (huidige andere provincies) benoemen de Ming rechtstreeks “tusi’s”, lokale leiders.

 

1409

Stichting in Lhasa van het Ganden klooster door Tsongkapa (1357-1419), met de steun van de Phagmodrupa familie. Begin van de gelug school (gele mutsen). Volgen het Drepung klooster in 1416, Sera in 1419, beiden in Lhasa en het Tashilumpo klooster in Xigaze.

De landeigendom wordt nauwkeuriger omschreven, het lijfeigenschap krijgt meer regels. De kloosters verwerven gronden en lijfeigenen.

 

 

Ringpung administratie (1478-1565)

 

Een andere familie verovert militair de macht in Centraal-Tibet. Sakya wordt hun hoofdstad. Zij bevoordelen de karma-kagyu school.

 

 

Tsangpa administratie (1565-1642) en de Tweede Mongoolse periode (1573-1717)

 

Opnieuw een oorlogje en de Tsangpa familie grijpt de macht, met Xigaze als hoofdstad. De Karma-kagyupa worden door de Tsangpa familie zeer sectair opgejaagd tegen de gelugpa.

 

1573-1578

Althan Khan (1507-1582), een Mongoolse leider uit het noorden van China, valt Tibet binnen. Hij beschermt de gelugpa en verleent in 1578 de titel “dalai lama” aan de derde abt van het Drepung klooster.  

 

1589

De kleinzoon van Althan Khan wordt de vierde dalai lama.

 

1600 ongv.

De Tsangpa regeerders doen beroep op de Chogtu Mongolen uit het westen van China om de gelugpa te bekampen.

 

1605

Het Drepung en het Sera klooster in Lhasa worden volledig vernield door het Tsangpa leger.

 

1639

Gushri Khan (1584-1655), een Mongools leider uit het noordwesten van China verslaan de Chogtu Mongolen in Qinghai en komen in Tibet de gelugpa ter hulp.

 

1642

De Tsangpa heersers worden definitief verslagen door Gushri Khan. De 5e dalai lama (1617-1682) krijgt de lokale politieke macht over Centraal-Tibet. Gushri Khan blijft zijn meerdere, de “depa”, een soort president. Na de dood van Gushri Khan wordt de “depa” een Tibetaanse hoge lama. De hoofdstad wordt Lhasa. De 5e dalai lama verovert het koninkrijk Guge in het westen en dringt in het oosten door tot in Sichuan.

 

1645

Gushri Khan verleent de titel van “panchen lama” aan de abt van het Tashilumpo klooster.

 

De Qing dynastie (Manchu) (1644-1911)

 

1652

De 5e dalai lama wordt in Beijing door Qing keizer Shunzhi erkend als leider voor Tibet.

 

1697-1705

Korte regeerperiode van de 6e dalai lama, de “frivole”.

 

1705

Lajang Khan, de achterkleinzoon van Gushri Khan, probeert zijn zoon als 7e dalai lama te installeren.

 

1713

Qing keizer Kangxi (regeerperiode 1661-1722) bevestigt de titel van “panchen lama”.

 

1717-1720

De Dzoungaren bezetten tijdelijk Tibet. Lajang Khan sneuvelt  De Dzoungaren worden in 1720 door de Qing troepen verdreven. Polhanas, een niet-geestelijke, wordt aangesteld als lokale leider van Tibet. De Qing troepen escorteren de echte 7e dalai lama naar Lhasa, die geen wereldlijke macht krijgt.

 

1727

Burgeroorlog in Tibet, tussen U en Tsang. De Qing legers herstellen de orde, Polhanas blijft aan tot in 1747. De grenzen van Tibet worden door de Qing vastgelegd op wat ze nu ongeveer zijn.

 

1736-1795

Regeerperiode van Qing keizer Qianlong, die tal van kloosters in Tibet en in de randgebieden sponsort.

 

1747-1756

Nieuwe burgeroorlog in Tibet, met inmenging van de Dzoungaren. Een Qing leger komt opnieuw de orde herstellen en vernietigt de Dzoungaren in 1756.

 

1751

Instelling van de Kashag, de ministerraad voor Tibet. Afschaffing van het “depa” systeem.

 

1774

Eerste Engelse verkenning van Tibet, de “Bogle missie”.

 

1791

De Qing legers verdrijven een Nepalese Gurkha invasie uit Tibet.

 

1793

De Qing stellen een lijst van 29 reglementen op voor Tibet. Een driemanschap moet voortaan Tibet besturen: de commissaris van de keizer (amban), de dalai lama en de panchen lama. Reïncarnaties van belangrijke hoge lama’s moeten door de keizer bekrachtigd worden.

 

1808-1879

De 9e tot en met de 12e dalai lama sterven allen jong, nog voor ze werkelijke macht hebben.

 

1846-1864

Engeland ontneemt Ladakh, Sikkim en Bhutan aan de Tibetaanse invloed.

 

1879

De jonge 13e dalai lama (1876-1933) komt op de troon.

 

1897

Dorjieff, een Buriat Mongool en contactman met tsaristisch Rusland wordt de raadgever van de 13e dalai lama.

 

1904

Het Engels leger bezet tijdelijk Tibet. De 13e dalai lama vlucht naar Mongolië, later naar Beijing. Keert in 1909 terug naar Lhasa, maar vlucht dan naar Engels India, door naderende Qing troepen.

 

De Republiek China (1911-1949

 

1911

Val van de Qing dynastie in China en uitroeping van de Republiek China.

 

1913

De 13e dalai lama keert terug naar Tibet. Alle Han Chinezen worden uit Tibet verdreven. De facto onafhankelijkheid van Tibet.

 

1913

Simla conferentie, met Engeland, Tibet en China aan tafel. De kaart van Groot Tibet wordt naar voor geschoven door de 13e dalai lama. Engeland ontneemt Arunachal Pradesh aan Tibet. China verwerpt het verdrag.

 

1918

De 13e dalai lama herovert Oost-Tibet. Een overeenkomst legt de grens vast op de Yangzi, zoals voor het huidige Tibet.

 

1933-1950

Na de dood van de 13e dalai lama is de Tibetaanse adel verdeeld: Engeland of China? Regent Reting (1933-1941) schipperend, regent Taktra (1941-1950) pro-Engels.

 

1940

De huidige 14e dalai lama (geboren in 1935) wordt officieel op de troon gezet.

 

1942

Eerste Amerikaanse missie in Tibet (Dolan, Tolstoy). Gouden horloge voor de dalai lama.

 

 

De volksrepubliek (vanaf 1949)

 

1949

Uitroeping van de Volksrepubliek China.

 

1951

Het Rode Leger marcheert op Lhasa. Eerste plannen voor ballingschap van de 14e dalai lama. Hij aanvaardt echter, samen met de Kashag, het “17 punten programma” van China. Zijn twee broers vluchten en worden gerekruteerd door de CIA.

 

1956

Begin van de Tibetaanse opstand in West-Sichuan. Eerste wapenhulp van de USA in 1957.

 

1958-1959

De opstand bereikt Lhasa. De 14e dalai lama laat zich ompraten om in ballingschap te gaan. Het Chinese leger slaat de opstand neer.

 

1960

Afschaffing van het lijfeigenensysteem.

 

1959-1972

Guerrilla activiteiten in Tibet gesteund door de USA.  

 

Vanaf 1972

Internationale kruistocht van de 14e dalai lama voor vrede, vrijheid, mensenrechten, democratie en min of meer onafhankelijkheid van Tibet.

20:21 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, china, engeland, usa

De commentaren zijn gesloten.