16-05-11

Chronologische tabel Tibet

3000 v.Chr

Oudste gevonden landbouwnederzetting, Karub nabij Qamdo.

 

????

Legendarische koning Gesar en de Ling staat.

 

?e eeuw v.Chr. tot in de 7e eeuw na Chr.

Zhangzhung cultuur, in de omgeving van de Kailash berg.

 

4e of 2e eeuw v.Chr.

Legendarische koning Nyatri Tsanpo, in de Yarlung vallei.

 

5e eeuw

Koning Lhatotori Nyentsen en de eerste boeddhisme-import, vanuit Kashmir.

 

 

630 – 846 Tubo koningen, regeerperiodes

 

630-649

Songtsen Gampo, met de Chinese prinses Wencheng en de Nepalese Bhrikuti. Beide prinsessen brengen het boeddhisme mee binnen.

 

649-655

Gungri Gangtsen, verovert Tuyuhunië in 653.

 

655-676

Mangang Mangtsan, verpletterende nederlaag in 670 voor een Tang leger in Qinghai.

 

676-704

Dusong Mangpoje, dringt door ten noorden op de Zijderoute, soms verslagen door, soms gewonnen van de Tang legers. Aanval op het zuidoostelijke Nanzao afgeslagen, de koning sneuvelt.

 

704-755

Tride Tsukten, was nog kind toen zijn vader sneuvelde. Zijn grootmoeder bestuurt een tijd het rijk. Hij huwt met de Chinese prinses Jincheng.

 

735

Vredesverdrag Tubo-Tang, dat aan de Tubo West-Sichuan, Gansu en de Zijderoute geeft.

 

750

De Tubo worden door de Arabieren uit de oases van de Zijderoute verjaagd. Nanzhao wordt vanaf 752 bondgenoot van de Tubo, tot einde 8e eeuw.

 

755-797

Trisong Detsen, zoon van Tride Tsukten en prinses Jincheng. Padmasambhava, een Indiase guru, vindt bij hem asiel tegenover de oprukkende islam in India. Brengt het tantrisme in het Tibetaanse boeddhisme. Ontstaan van de Nyingma school. Eerste klooster in Tibet: het Samye klooster, ten oosten van Lhasa. Onder Trisong Detsen wordt het Tibetaanse rijk uitgebreid tot 'Groot Tibet', tweemaal zo groot als het huidige Tibet. 

 

763

Tijdelijke bezetting door de Tubo van Chang’an, de hoofdstad van de Tang dynastie.

 

787

Nieuw vredesverdrag tussen Tubo en Tang, Bevestiging dat het volledige westen aan de Tang invloed ontsnapt.

 

797-815

De militaire greep op het rijk verzwakt. Drie koningen volgen elkaar snel op.

 

815-838

Ralpachen (of Tritsug Dechen). Bepertkt de invloed van de lekenadel ten voordele van de geestelijken. Wordt vermoord door bon aanhangers.

 

823

Een laatste verdrag tussen Tubo en Tang. Invloedssferen blijven.

 

838-846

Langdarma, broer van Tritsug Dechen. Inperking van de macht van de monniken.Op zijn beurt vermoord. Einde van het rijk. 

 

 

Vier eeuwen versnippering

 

847-869

Slavenopstanden in het uiteenvallende rijk. Langzaam begin van het landheren en lijfeigenensysteem.

 

9e eeuw tot 17e eeuw

Guge koninkrijk in Ngari, in het westen. Atisha, een Bengaalse guru, begon er in 1042 de kadam school. Importeert de kalachakra openbaringstekst. Wordt uitgenodigd naar de streek van Lhasa, waar hij in 1056 het Reting klooster in sticht.

 

1038-1227

Xixia koninkrijk in het noordoosten (huidige provincies Qinghai, Gansu, Ningxia). Tanggut bevolking is een vermenging van Turcomongolen, Tibetanen, Han en Tu.

 

1073

Ontstaan van de sakya school, in het stadje Sakya, met steun van de Khon familie.

 

12e eeuw

Milarepa geeft de aanzet voor de kagyu school.

 

1162-1227

Genghis Khan begint aan zijn veroveringstocht. Vernietiging van het Xixia koninkrijk in 1227.

 

1234

Noord-China wordt door de Mongolen definitief ingelijfd. Zuid-China, de Zuidelijke Song dynastie, zal nog weerstand bieden tot in 1279.

 

1239

Klein Mongools verkenningsleger, onder leiding van Godan, naar Tibet. Besprekingen met de sakya school voor vreedzame onderwerping in ruil voor lokale macht.

 

 

Eerste Mongoolse periode (1252-1368)

 

1252

Tibet wordt bij het Mongoolse rijk ingelijfd. Pagpa, de leider van de sakyapa, wordt door de Mongolen aangesteld als afgevaardigde bestuurder van U en Tsang of Centraal-Tibet.

 

1260-1294

Regeerperiode van Kublai Khan, die zich in 1271 tot keizer van China uitroept (Yuan dynastie).

 

1264

Oprichting in Beijing van de “centrale commissie voor boeddhistische zaken en Tibet”.

 

1333-1368

Shundi, de laatste keizer van de Yuan dynastie, bevestigt de Phagmodrupa familie, die de sakyapa versloegen, als bestuurders voor Centraal-Tibet.

 

 

Phagmodrupa administratie (1345-1478)

 

1354

Vernieling van het Sakya klooster en definitieve uitschakeling van de sakya administratie. De hoofdstad voor Centraal-Tibet (U en Tsang) wordt Nedong. Ontstaan van de phagdru-kagyu school. In het westen is Guge nog steeds onafhankelijk.

 

1407

De Ming dynastie (1368-1644) begint met het instellen van titels voor Tibetaanse geestelijke en wereldlijke leiders in Centraal-Tibet. De titel “Dharma Prins” is de hoogste graad. De Ming bevoordelen geen van de diverse scholen of families. In de grensgebieden (huidige andere provincies) benoemen de Ming rechtstreeks “tusi’s”, lokale leiders.

 

1409

Stichting in Lhasa van het Ganden klooster door Tsongkapa (1357-1419), met de steun van de Phagmodrupa familie. Begin van de gelug school (gele mutsen). Volgen het Drepung klooster in 1416, Sera in 1419, beiden in Lhasa en het Tashilumpo klooster in Xigaze.

De landeigendom wordt nauwkeuriger omschreven, het lijfeigenschap krijgt meer regels. De kloosters verwerven gronden en lijfeigenen.

 

 

Ringpung administratie (1478-1565)

 

Een andere familie verovert militair de macht in Centraal-Tibet. Sakya wordt hun hoofdstad. Zij bevoordelen de karma-kagyu school.

 

 

Tsangpa administratie (1565-1642) en de Tweede Mongoolse periode (1573-1717)

 

Opnieuw een oorlogje en de Tsangpa familie grijpt de macht, met Xigaze als hoofdstad. De Karma-kagyupa worden door de Tsangpa familie zeer sectair opgejaagd tegen de gelugpa.

 

1573-1578

Althan Khan (1507-1582), een Mongoolse leider uit het noorden van China, valt Tibet binnen. Hij beschermt de gelugpa en verleent in 1578 de titel “dalai lama” aan de derde abt van het Drepung klooster.  

 

1589

De kleinzoon van Althan Khan wordt de vierde dalai lama.

 

1600 ongv.

De Tsangpa regeerders doen beroep op de Chogtu Mongolen uit het westen van China om de gelugpa te bekampen.

 

1605

Het Drepung en het Sera klooster in Lhasa worden volledig vernield door het Tsangpa leger.

 

1639

Gushri Khan (1584-1655), een Mongools leider uit het noordwesten van China verslaan de Chogtu Mongolen in Qinghai en komen in Tibet de gelugpa ter hulp.

 

1642

De Tsangpa heersers worden definitief verslagen door Gushri Khan. De 5e dalai lama (1617-1682) krijgt de lokale politieke macht over Centraal-Tibet. Gushri Khan blijft zijn meerdere, de “depa”, een soort president. Na de dood van Gushri Khan wordt de “depa” een Tibetaanse hoge lama. De hoofdstad wordt Lhasa. De 5e dalai lama verovert het koninkrijk Guge in het westen en dringt in het oosten door tot in Sichuan.

 

1645

Gushri Khan verleent de titel van “panchen lama” aan de abt van het Tashilumpo klooster.

 

De Qing dynastie (Manchu) (1644-1911)

 

1652

De 5e dalai lama wordt in Beijing door Qing keizer Shunzhi erkend als leider voor Tibet.

 

1697-1705

Korte regeerperiode van de 6e dalai lama, de “frivole”.

 

1705

Lajang Khan, de achterkleinzoon van Gushri Khan, probeert zijn zoon als 7e dalai lama te installeren.

 

1713

Qing keizer Kangxi (regeerperiode 1661-1722) bevestigt de titel van “panchen lama”.

 

1717-1720

De Dzoungaren bezetten tijdelijk Tibet. Lajang Khan sneuvelt  De Dzoungaren worden in 1720 door de Qing troepen verdreven. Polhanas, een niet-geestelijke, wordt aangesteld als lokale leider van Tibet. De Qing troepen escorteren de echte 7e dalai lama naar Lhasa, die geen wereldlijke macht krijgt.

 

1727

Burgeroorlog in Tibet, tussen U en Tsang. De Qing legers herstellen de orde, Polhanas blijft aan tot in 1747. De grenzen van Tibet worden door de Qing vastgelegd op wat ze nu ongeveer zijn.

 

1736-1795

Regeerperiode van Qing keizer Qianlong, die tal van kloosters in Tibet en in de randgebieden sponsort.

 

1747-1756

Nieuwe burgeroorlog in Tibet, met inmenging van de Dzoungaren. Een Qing leger komt opnieuw de orde herstellen en vernietigt de Dzoungaren in 1756.

 

1751

Instelling van de Kashag, de ministerraad voor Tibet. Afschaffing van het “depa” systeem.

 

1774

Eerste Engelse verkenning van Tibet, de “Bogle missie”.

 

1791

De Qing legers verdrijven een Nepalese Gurkha invasie uit Tibet.

 

1793

De Qing stellen een lijst van 29 reglementen op voor Tibet. Een driemanschap moet voortaan Tibet besturen: de commissaris van de keizer (amban), de dalai lama en de panchen lama. Reïncarnaties van belangrijke hoge lama’s moeten door de keizer bekrachtigd worden.

 

1808-1879

De 9e tot en met de 12e dalai lama sterven allen jong, nog voor ze werkelijke macht hebben.

 

1846-1864

Engeland ontneemt Ladakh, Sikkim en Bhutan aan de Tibetaanse invloed.

 

1879

De jonge 13e dalai lama (1876-1933) komt op de troon.

 

1897

Dorjieff, een Buriat Mongool en contactman met tsaristisch Rusland wordt de raadgever van de 13e dalai lama.

 

1904

Het Engels leger bezet tijdelijk Tibet. De 13e dalai lama vlucht naar Mongolië, later naar Beijing. Keert in 1909 terug naar Lhasa, maar vlucht dan naar Engels India, door naderende Qing troepen.

 

De Republiek China (1911-1949

 

1911

Val van de Qing dynastie in China en uitroeping van de Republiek China.

 

1913

De 13e dalai lama keert terug naar Tibet. Alle Han Chinezen worden uit Tibet verdreven. De facto onafhankelijkheid van Tibet.

 

1913

Simla conferentie, met Engeland, Tibet en China aan tafel. De kaart van Groot Tibet wordt naar voor geschoven door de 13e dalai lama. Engeland ontneemt Arunachal Pradesh aan Tibet. China verwerpt het verdrag.

 

1918

De 13e dalai lama herovert Oost-Tibet. Een overeenkomst legt de grens vast op de Yangzi, zoals voor het huidige Tibet.

 

1933-1950

Na de dood van de 13e dalai lama is de Tibetaanse adel verdeeld: Engeland of China? Regent Reting (1933-1941) schipperend, regent Taktra (1941-1950) pro-Engels.

 

1940

De huidige 14e dalai lama (geboren in 1935) wordt officieel op de troon gezet.

 

1942

Eerste Amerikaanse missie in Tibet (Dolan, Tolstoy). Gouden horloge voor de dalai lama.

 

 

De volksrepubliek (vanaf 1949)

 

1949

Uitroeping van de Volksrepubliek China.

 

1951

Het Rode Leger marcheert op Lhasa. Eerste plannen voor ballingschap van de 14e dalai lama. Hij aanvaardt echter, samen met de Kashag, het “17 punten programma” van China. Zijn twee broers vluchten en worden gerekruteerd door de CIA.

 

1956

Begin van de Tibetaanse opstand in West-Sichuan. Eerste wapenhulp van de USA in 1957.

 

1958-1959

De opstand bereikt Lhasa. De 14e dalai lama laat zich ompraten om in ballingschap te gaan. Het Chinese leger slaat de opstand neer.

 

1960

Afschaffing van het lijfeigenensysteem.

 

1959-1972

Guerrilla activiteiten in Tibet gesteund door de USA.  

 

Vanaf 1972

Internationale kruistocht van de 14e dalai lama voor vrede, vrijheid, mensenrechten, democratie en min of meer onafhankelijkheid van Tibet.

20:21 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, china, engeland, usa

De « onafhankelijkheidsverklaring van Tibet » door de 13e dalai lama (op post in Lhasa van 1879 tot 1933)

“Ik ben met mijn ministers uit Lhasa gevlucht naar de grens met Indië. Tegelijk zond ik een telegram naar de Manchou keizer om duidelijk te stellen dat de relatie, die bestond tussen Tibet en China, er een was van ‘priester-beschermheer’, dat zij niet gebaseerd was op de onderwerping van de een door de ander. Ik had geen andere keuze dan de grens over te steken want de Chinese troepen zaten mij op de hielen met de intentie van mij te pakken te krijgen, dood of levend.” (13e dl, februari 1913).

 

Bij de ondergang van het Chinese Manchou keizerrijk, begin 20e eeuw en door de groeiende aanwezigheid van de Europese mogendheden in de regio, zocht de 13e dalai lama een nieuwe ‘beschermheer’. Hij reisde te paard naar Ulaan Bator (Mongolië), naar Beijing en naar Darjeeling (Engeland). Hij had ook een Russische raadgever en een Japanse. Hij was verre van een primitieve naïeveling, afgesneden van de wereld. Toen het Manchou regime viel in China in 1912 koos hij de zijde en de hulp van Engeland om het Chinese leger uit Tibet (in zijn actuele grootte) te verdrijven. Terloops gezegd, deze uitdrijving ging gepaard met het verbannen of het stenigen van Tibetaanse vrouwen, die met Chinezen getrouwd waren.[1]

  

Ter herinnering: het Manchou leger trok in 1910 Tibet binnen, tot in Lhasa, om er “de orde in de handel te herstellen”. De 13e dalai lama vreesde voor zijn leven en vluchtte naar Darjeeling. In 1913, na de val van het Manchou regime, keert hij terug en hij schrijft een brief voor alle functionarissen – leken en monniken – in Tibet. De boodschap is: ‘ik ben terug en de macht in Tibet behoort mij toe.’ Drie vierde van de rondzendbrief handelen over het herstellen van de orde in Tibet: anti-corruptie, tegen lokaal machtsmisbruik, enz. En het ging over de regio Tibet in zijn huidige grootte. Hij schrijft namelijk: “de Chinese autoriteiten van Sichuan en Yunnan hebben getracht om ons land te koloniseren.” Met “ons land” bedoelt hij duidelijk het huidige Tibet, niet het ‘Grote tibet’ van de 8e eeuw. Er is ook nergens sprake van ‘Amdo’ of de provincie Qinghai, dat de huidige voorstanders van een onafhankelijk Tibet als ‘Tibet’ bestempelen. De troepen van de 13e dalai lama verdreven de Chinese troepen – een bestuurloos regiment van het gevallen Manchou regime – to voorbij de Yangzi rivier, wat nu nog de grens is van het ‘autonome’ Tibet. De notie ‘Groot-Tibet’ verscheen slechts een half jaar later, tijdens de Simla conferentie, samen met de Engelsen en de nieuwe Chinese Republiek. In het voorstel van de 13e dalai lama kan men daar lezen: “gebaseerd op de geografische kaarten van de Engelsen, is er Tibet en moet er daarenboven een bufferzone komen (met China)”.

Terug naar de brief aan al zijn onderdanen. Met die brief wou de 13e dalai lama vooral zijn autoriteit in Tibet herstellen, ten aanzien van alle functionarissen, na zijn drie jaar afwezigheid. Hij had geen vertrouwen in de revolutionaire republikeinse ideeën die China omwentelden. Het systeem houden zoals het was in Tibet – feodaal – was zijn hoofdbekommernis. Hij bespeelde de buitenlandse ‘sterken’, zoals Engeland en Japan, om dat doel te dienen. Voor die nieuwe ‘beschermheren’ was hij geen ‘spirituele raadgever’ meer, maar hij kreeg er wel wapens van.

 

De brief aan zijn ‘onderdanen’ was geen onafhankelijkheidsverklaring die hij bij de ‘sterke machten’ van toen te berde bracht. Die omzendbrief ging niet richting Engeland, Beijing noch Japan noch Mongolië noch enig ander land.

Er stond wel de zin in: “wij zijn een kleine natie, religieus en onafhankelijk”, gericht aan de Tibetanen in Tibet. De huidige voorstanders van onafhankelijkheid van tibet stellen: “de 13e dalai lama had geen notie van de regels van de internationale diplomatie.” (A.M. Blondeau, France). Dat is hem flink onderwaarderen. Hij had gereisd in Azië, hij had contacten met de ‘groten’. Trouwens, de Engelsen, die het flink voor het zeggen kregen in die periode in Tibet, beweren het tegenovergestelde.

 



[1] « Histoire du Tibet », Laurent Deshayes, Fayard, 1997, page 267. De volledige tekst van de brief van de 13e dalai lama is terug te vinden aan het einde van het boek.

20:02 Gepost door infortibet in geschiedenis 20e eeuw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, onafhankelijkheid, china

De vissen van Tibet

De Tibetanen eten weinig of geen vis, vooral de oudere mensen niet. Er is iets sacraals aan vissen.

 

De lichamen van overleden personen worden nog dikwijls aan de rivieren toevertrouwd, dus aan de vissen. Die worden aanzien – zoals de gieren trouwens – als de ‘bevrijders’ van de geest, die het lichaam bezielde.

Toen het Rode Leger in 1951 Tibet binnentrok, hadden de soldaten het strikt bevel gekregen om geen vis te vangen en er ook geen te verkopen, uit respect voor de lokale traditie. Toch bestonden en bestaan er traditionele Tibetaanse vissers, vooral op de rivieren. Hun bolle bootjes waren vervaardigd uit aaneengenaaide yakhuiden. Sommige dorpen langs de Yarlung Tsangpo rivier gebruiken die nog steeds. In het oude Tibet was de consumptie van vis voorbehouden aan de rijkelui, waaronder ook de hoge lama’s.[1] 

Ondertussen is de jonge Tibetaanse generatie nu wel aan vis toe, dat ze een lekker luxeproduct vinden.

 

Veel vis wordt uitgevoerd naar de nabijgelegen Chinese provincies. De vissers op de grote meren van het hoogplateau (niet enkel Tibet) zijn meestal Han Chinezen afkomstig uit die buurprovincies. Dat maakt dat het visbestand flink teruggelopen is. Door de kou, vanwege de grote hoogte, groeien de vissen minder snel dan in lagere gebieden. Visvangst zoals elders in China zou op de duur nefast zijn op het hoogplateau. Momenteel is er nog geen regelgeving voor de visvangst daar. De enige rem is de hoge prijs. Er gaan wel stemmen op om een beperking in te stellen.

(Bronnen: China’s Tibet 6-2005 + HKCTP nr 55).



[1] Daarvan getuigt ondermeer Alexandra David-Neel, toen ze ontvangen werd door de monnik-intendant van de abt van het grote Labrang klooster. Er was vis op het gezamenlijk menu. Wel pittig om die enkele pagina’s te herlezen. Ze getuigen van de grote weelde waarin sommige monniken leefden: het servies bevatte goud, massief zilver, jade en edelstenen. De zetels waren bekleed met echte luipaardvellen, de grond was vol tapijt, een verzameling kunstwerken versierde het huis en de rijke Tibetaanse lama had … een Chinese kok!

“Au pays des brigands gentilshommes”, pag 65-79, Editions Plon, pocket, Paris, 1980.

16:09 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dieren, monniken

15-05-11

Centrale verwarming voor een volledige stad in Tibet

Nagqu, een stad in het noorden van Tibet, is gebouwd op vier meter ‘permafrost’, de grond is er altijd bevroren. De gemiddelde temperatuur in de lange winter – zeven maanden – bereikt nauwelijks 2°C. Het kwik kan er zakken tot min 30°C.

Het stadsbestuur bouwt een centrale verwarming voor de stad, die trouwens niet zo klein is: 300.000 inwoners. Er komt een thermische centrale en een buizennet naar alle wijken en huizen. Die thermische centrale heeft natuurlijk een reukje: in het begin zal die gevoed worden met houtskool. De geafficheerde bedoeling is wel om daar op korte termijn aardwarmte voor in de plaats te stellen. Zien hoe ze dat doen, ik wil wel eens gaan kijken.

Ik begrijp de lokale overheid. Nagqu ligt op 4500m. In een straal van minstens 100 km is geen boom te bespeuren, enkel wat gras en yaks, in een landschap zo plat als Vlaanderen. De mensen koken en verwarmen zich individueel met kolen, dat is nog erger. Ja, ik ga beslist eens kijken.

18:39 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, energie

13-05-11

Het Lhalung klooster

Een klein klooster tussen Lhasa en de grens met Bhutan, daterend van de 12e eeuw. Het overleefde grotendeels de Culturele Revolutie, behalve het honderdtal chortens rond het klooster. Wat er specifiek aan is: drie boeddhismescholen hebben er elk hun reïncarnatielijn, de nyingmapa, de kagyupa en de gelugpa. Dit is geen uitzondering in Tibet, men vindt dit nog in andere kloosters evengoed terug. Pittig detail: men vindt er de bedkamer van Lhalung Paldhor, de moordenaar van Langdarma, de laatste koning van Tibet (9e eeuw).

18:43 Gepost door infortibet in toerisme | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, nyingma, gelugpa, kagyupa

DE "BURGERS" VAN "VRIJ TIBET"

In het "Charter of Tibetans in Exile",te vinden op www.tibet.com/govt/charter.html, daterend van 1991 en nog steeds van kracht - staat onder artikel 8 gedefinieerd wie straks, wanneer de kringen rond de dalai lama het voor het zeggen zouden krijgen in Tibet, aanspraak kan maken op het ‘Tibetaanse staatsburgerschap’. Het hoofdcriterium is etnisch: ben je een Tibetaan, dan ben je een Tibetaanse burger. Dat betekent dat de geëiste "autonomie" een apart "burgerschap" wil installeren in China. In onze taal betekent dat: een Waal, die in Vlaanderen woont, krijgt geen stemrecht in Vlaanderen. Er staat ook in dat bij gemengde huwelijken de niet-Tibetaan van het koppel een verzoek moet indienen om zich te laten naturaliseren. Zo zijn er al enkele duizenden in Tibet. De regels om aanvaard te worden als "Tibetaan" bestaan nog niet, die moeten "later" door het "autonome regime" bepaald worden, zo staat in het charter.

11:38 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, autonomie, etnisch

Kleuterscholen in Tibet

Die zijn er omzeggens niet.

De lokale overheid wil daar nu verandering in brengen. Tegen 2015 willen ze het kleuteronderwijs garanderen voor minstens 60% van de kinderen. Het onderwijs (of de begeleiding) zal tweetalig zijn, Tibetaans en Chinees, zoals dit geldt voor alle geledingen van de maatschappij in de regio. Voor de boeren en herders wordt het kleuteronderwijs gratis, voeding, kledij en logies inbegrepen. De stedelingen zullen wel een zeker schoolgeld moeten betalen, net zoals in de rest van China.

11:02 Gepost door infortibet in onderwijs | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, scholen, taal

09-05-11

Mensen, tamme en wilde dieren: een moeilijk evenwicht op de hoogvlakte van Tibet en Qinghai

Bruine beren, wilde yaks, wilde ezels en wolven, ze leven er naast de schaarse mensengemeenschappen met hun kuddes. In de hoogste gebieden, tussen 4000 en 5000m, over een grote oppervlakte, in Noord-Tibet en Zuid-Qinghai. Het gras is er schaars en iedereen wil er eten. Gezien de jacht verboden is verhoogt het wildbestand. En gezien het aantal mensen ook toeneemt, verhoogt de veeteelt. De trend van de lokale overheden is het verminderen van de veeteelt en niet het verminderen van het wildbestand. Het gebied, groter dan Frankrijk, is beschermd. Om de jacht te verbannen krijgen de veetelers vergoedingen voor geleden schade door wild. Voor een gedood schaap door een wolf krijgt de herder de marktprijs van de lokale overheid.

Naar het schijnt zijn het vooral de bruine beren, die privéschade veroorzaken. Zij breken binnen in de huizen van de herders, wanneer die laatste weg zijn met hun kudde. De beren zoeken en vinden er de aanwezige voedselvoorraad. Lokale functionarissen komen de schade vaststellen en de vergoeding volgt. Enkel in Tibet zelf liep het totaal van de schadevergoedingen in 2009 op tot 1 miljoen euro.

 

De wilde yaks van hun kant komen wijfjes kapen in de kudde van de herders. Die drijven ze met geweld mee. De tammere mannetjes van de kudde durven enkel toezien.

 

Een minder meetbaar gegeven zijn de wilde ezels. Die vallen niet aan, maar eten wel gras. Hun aantal is het laatste decennium verdubbeld. Zij zijn met tienduizenden. De overheid overweegt een beperkte ‘economische’ jacht. Het wordt hoeven tellen.     

21:31 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dieren, hoogplateau