09-06-11

Amerikaanse juristen bewezen de onafhankelijkheid van Tibet

 

Het Amerikaanse “Tibet Justice Center” publiceerde in 1998 een rapport dat het Amerikaanse Congres en diverse parlementen in de wereld moest overtuigen dat Tibet altijd onafhankelijk geweest was tot voor 1951, toen het Chinese Volksbevrijdingsleger Tibet binnentrok en daar volgens hun betoog een einde aan stelde. De argumenten, die het over de geschiedenis van voor de 20e eeuw hebben, zijn uiterst zwak. Men valt steeds terug op het Tubo koninkrijk van de 7e tot de 9e eeuw – toen Tibet inderdaad onafhankelijk was, ervoor ook trouwens, maar toen had Tibet nog geen staatsvorm – en voor de periode nadien wordt telkens beroep gedaan op de spirituele superioriteit van Tibet en het feit dat het Chinese keizerlijk gezag zich weinig moeide in het lokaal bestuur. Zowel internationale bronnen als Chinese hebben een veel sterkere fundering om te tonen dat Tibet vanaf de Mongoolse dynastie wel deel uitmaakte van China. Daarover zullen we het nu niet hebben. Het is interessant om de redenering over het begin van de 20e eeuw te bekijken. Ter herinnering: in 1904 valt Engeland Tibet binnen. China is niet bij machte om de inval te beantwoorden en de 13e dalai lama kiest na aarzelen uiteindelijk de zijde van Engeland, verjaagt de Chinezen en voelt zich onafhankelijk. Maar niemand in het buitenland erkent die onafhankelijkheid.

 

Wat zegt het rapport van het “Tibet Justice Center” hierover? Een hoofdonderdeel van hun bewijs dat Tibet onafhankelijk was zijn de verdragen die het afsloot met buurlanden of met Engeland. Als Tibet verdragen afsloot met andere landen moet het toch onafhankelijk geweest zijn. De belangrijkste die ze citeren zijn de verdragen met Ladakh in 1842, met Nepal in 1856, met Engeland in 1904 en met Engeland in 1913. De moeite waard om die van dichterbij te bekijken en de historische context te benaderen.

 

In het begin van de 19e eeuw waren de Engelsen in India, opgerukt vanuit het zuiden, aan de voet van de Himalaya aangekomen. De eerste Engelse prikjes tegenover China en Tibet vertrokken van Ladakh in de periode 1840 – 1846. Ladakh was vroeger min of meer gebonden aan Tibet en aan China. Het aangehaalde verdrag van 1842 is een soort staakt het vuren tussen Ladakhi en Tibetanen. In 1846 lijfden de Engelsen het definitief in. De Chinezen wilden niet ondertekenen. De Tibetaanse adel deed dit wel. Maar dat afstandsverdrag staat niet vermeld in het lijstje van “Tibet Justice Center”.

 

Nepal was een Brits protectoraat toen de Gurkha’s Tibet binnenvielen in 1856. Het verdrag tussen Tibet en Nepal beëindigt de vijandelijkheden met een boete voor Tibet van 10.000 zilverstukken per jaar. Opnieuw zat Engeland ertussen. Het was een verdrag van de sterkste. Het “Tibet Justice Center” voert dit verdrag aan als bewijs voor de onafhankelijkheid van Tibet omdat Nepal het eveneens gebruikte om zijn onafhankelijkheid te staven.

 

Maar het toppunt van juridische soepelheid is het verdrag met Engeland in 1904. De Britse legers – met veel Nepalese huurlingen – was Tibet binnengevallen en had er het primitieve Tibetaanse leger tot nul herleid. Er kwam een verdrag, een onderwerpingverdrag. China erkende dit verdrag niet. Dat de Tibetaanse lokale overheid het wel tekende is eerder een teken van zwakte, niet zozeer van onafhankelijkheid.

 

In 1913 ten slotte, ontfutselde Engeland nog een stuk van Tibet, wat nu Arunachal Pradesh is. China tekende niet, de 13e dalai lama wel.

 

 

 

De door het ‘Tibet Justice Center’ aangehaalde verdragen, die moeten bewijzen dat Tibet een ‘onafhankelijke buitenlandse politiek’ volgde en dus onafhankelijk was, waren eerder vernederende onderwerpingsverdragen tegenover Engeland en zijn protectoraten.    

 

 

 

De commentaren zijn gesloten.