21-03-10

Hoog tijd om de zon te benutten in Tibet

In Lhasa zijn er gemiddeld 285 zonnige dagen per jaar. Dat is veel, daar valt wat te grijpen qua energie. Tot nu was Tibet voornamelijk op hydro-elektriciteit aangewezen. Die is ook ‘duurzaam’, maar door de ontwikkeling van het gebied is die stilaan te beperkt in capaciteit. De zonnecellen doen nu hun intrede. Er waren er al voor 9 megawatt, maar dat vertegenwoordigde slechts 1% van de elektriciteitsproductie. Dit jaar komt daar ineens 10 megawatt bij, dankzij een nieuwe zonne-energiecentrale ten noorden van Lhasa. Dit wordt dan bijna 3% van de totale elektriciteitsproductie in Tibet. Vergeten we daarbij niet dat de rest van de elektriciteit voornamelijk door waterkracht opgewekt wordt, het gaat hier om supplementaire nodige energie.

Dat supplement is nodig, want ongeveer één op vier Tibetanen zit nog zonder elektriciteit. Omdat het gebied zeer uitgestrekt is (drie maal Frankrijk) en de bevolkingsdichtheid zeer minimaal is (twee inwoners per km2). De belangrijkste reden is echter dat China zich uit zijn onderontwikkelde positie aan het opwerken is en nu voldoende middelen heeft om het gehele grondgebied op te tillen, terwijl het daarbij niet steeds de prioriteit legt op de meest winstgevende activiteiten, maar tegelijk op duurzame ontwikkelingsprojecten.

Een ervan is ook het verder uitbouwen van het gebruik van aardwarmte voor de opwekking van elektriciteit, nu al goed voor 3%. Dit lijken misschien lage cijfers, maar – samen met de waterkrachtcentrales - welke andere regio in de wereld kan er prat op gaan, dat zijn elektriciteit ongeveer 100% duurzaam is?

Tibet zal nog verbazen, indien het zo verder gaat.

zon in tibet

 

 

 

zhongdian3 (1)

 

Op familieschaal werd de zon al eerder gebruikt, om warm water te hebben.

21:27 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: duurzaam, energie, tibet

14-01-10

Strijd tegen de klimaatverandering in Tibet en op het hoogplateau

Hogere temperatuur

De gemiddelde temperatuur in Tibet is de laatste vijftig jaar met 0,3°C per decennium gestegen, wat neerkomt op 1,6°C hoger nu dan in 1959.[1] De vier warmste winters van de laatste 35 jaar in Tibet zijn allen na het jaar 2000. De vooruitzichten van de Wereldorganisatie van Meteorologen zijn dat de temperatuur op het hoogplateau nog met 1,6°C bijkomend zal stijgen tegen 2039 en met nog eens 2,4°C tegen het einde van de eeuw, in het beste geval, rekening houdend met een drastische vermindering van de CO2 uitstoot wereldwijd, anders wordt het dubbel zoveel. Verschillende studies wereldwijd hebben ook aangetoond dat zones boven de 4000m sneller opwarmen dan de rest van de wereld. De gletsjers in Tibet krimpen jaarlijks met 10 tot 15m. Bij het brongebeid van de Yangzi, in Qinghai, is op veertig jaar tijd ongeveer 200km2 gletsjeroppervlakte verdwenen. Sommige meren worden daardoor tijdelijk groter, ondanks de lage neerslag in Tibet. Zo is het Serling Tso meer, het tweede grootste van Tibet, 800 vierkante km groter geworden gedurende de laatste tien jaar, waardoor evenveel grasland voor de veestapel verloren ging. Voor Tibet zelf zal de opwarming een gunstige invloed hebben op de landbouw op die barre hoogte, maar de waterhuishouding dreigt wel voor problemen te zorgen. Zowel overstromingen als tijdelijk gebrek aan irrigatie- en drinkwater kunnen gevolgen zijn. Van algemener belang is het afkoelend effect van het Aziatische hoogplateau op het wereldklimaat. Indien het afkoelingseffect vermindert, dan versnelt de opwarming van de aarde en dat is geen rechtstreeks effect meer van de broeikasgassen.

 

Woestijnvorming

In het noorden en het westen van het hoogplateau, in de provincie Qinghai en in West-Tibet komt naast die hogere temperatuur een tendens tot minder neerslag, gemiddeld 20% minder dan 50 jaar geleden. Dat is wel meer nefast voor die op zich al zeer droge gebieden. Rechtstreeks gevolg is onmiddellijke woestijnuitbreiding. Het weinige gras dat er al stond verdwijnt, berghellingen verzanden. Op twintig jaar tijd is dit voor mij zichtbaar. De veeteelt accentueert dat nog. Er zijn nu driemaal zoveel jaks en schapen als vijftig jaar geleden, want er zijn ook driemaal zoveel Tibetanen[2]. De jacht[3] in het verleden - nu verboden – benadeelde eveneens het gras, want de ‘pika’s’ – een soort grasetende hooglandratten – vermenigvuldigden zich tot een epidemie, omdat de kleinere roofdieren geschoten waren voor hun pels of pluimen. Die ‘pika’s’ zag ik ook krioelen.

 woestijn qinghai

Een deel van het hoogplateau is woestijn. Hier in de provincie Qinghai, op 5000m.

Te veel regen in het oosten van het plateau

In oostelijk Tibet en in de provincie Sichuan is de tendens er de voorbije decennia een van meer neerslag. Dit was al een vochtige streek. Daar neemt het overstromingsgevaar en het gevaar op aardeverschuivingen toe.

 derong (27)

Dat is nog maar een kleintje

trekking3 (37)

Het kan er vochtig zijn op de grens tussen Tibet en Sichuan

Hoe reageert de overheid?

Door grootscheepse bebossingprojecten in gang te zetten, door de veestapel te verminderen, door enorme oppervlaktes van graslanden te beschermen, door industrie te beperken.

Dat is nogal evident, kan men zeggen. Maar de schaal, de middelen en de snelheid van uitvoeren zijn minder evidenties. China is nog grotendeels een ontwikkelingsland, met een BNP per inwoner, dat nog lager is dan dat van Turkije. Het hoogplateau is zo groot als vijf maal Frankrijk en neemt een vierde van het Chinese grondgebied in beslag, dat is dus zeer groot. Budgetten van miljarden[4] euro worden door de centrale overheid de laatste jaren vrijgemaakt. De Chinese staat heeft veel centen omdat zij het grootste deel van de economie controleren en er dus veel belastingen uithalen. Die kunnen ze dan besteden aan prioriteiten naar keuze. Indien zij de bescherming van het leefmilieu op het hoogplateau hoog op de budgettenagenda plaatsen, dan mag ons dat wereldwijd verheugen. Welke liberale vrijemarkteconomie zou een dergelijk programma willen en kunnen snel op gang trekken?

China heeft er natuurlijk zelf belang bij, anders zouden ze het niet doen. Hun onafhankelijke voedsel- en waterbevoorrading hangt er van af. Indien zij het hoogland niet redden krijgen ze vrij binnenkort grote problemen in de rest van Noord-China. Maar wie snelt hen ter hulp voor de wereldimpact van dat hoogplateau, de ‘derde pool’ van de aarde? Niemand. Integendeel, er is gekanker over ‘onafhankelijkheid’ van dat gebied, met een religieuze leider als pion, om China te verzwakken in het wereldmachtspel. Welke Westerse mogendheid zal meer miljarden inzetten om het hoogplateau te redden? Wanneer we naar de woestijnvorming in Afrika kijken zal het niet direct uit de Westerse mouw vallen.

 

Tibet plant bomen waar er nooit stonden.

In 2010 wordt langs de weg van Xigaze tot in Sakya (afstand 150 km, in West-Tibet) een strook bomen aangeplant, die gemiddeld 800 m breed zal zijn. Die weg ligt grotendeels net boven de 4000m. Daar groeide vroeger niet veel meer dan hard hooglandgras.

Eén derde van het Tibetaanse grondgebied is sinds 2006 als beschermde zone bestempeld, waar geen menselijke exploitatie meer mag plaatsvinden.

bomen Xigaze


Een zijdelings beschermen van de bomen op het plateau is de bevordering van biogasputten bij de landbouwersfamilies, om hout als brandstof voor de kachel te vervangen door biogas op basis van dierlijke uitwerpselen. De installatie wordt de laatste jaren op grote schaal gratis ter beschikking gesteld van de Tibetaanse landelijke gemeenschappen.     

 

Gelijkaardige bebossingprojecten zijn op grote schaal aan de gang in de provincie Qinghai, die het noorden van het hoogplateau vormt, ook in een deel van de provincie Gansu, in het noordoosten. Honderden vierkante kilometers krijgen boompjes in de grond, dank zij ongeveer 140 miljoen euro subsidie van de centrale Chinese overheid.

In elk geval, ter plaatse heb ik kunnen vaststellen over de jaren heen dat de bevolking, via haar lokale structuren, er ten volle aan mee werkt. Het zijn groepen van gewone dorpelingen, die bomen planten. De grenstroepen van het leger worden ook ingeschakeld, zij graven de putjes. De dorpelingen krijgen een kleine vergoeding per dag.

 

Op de markt in Lhasa kun je een poster kopen met een oude foto van het Potala paleis, ergens begin 20e eeuw. De wijde omgeving van het paleis is er ook op te zien. Wat is niet te zien? Bomen. Het is een fictie dat het nieuwe Chinese regime alles zou weggekapt hebben sinds 1951. Nu zijn er wel bomen in Lhasa. De bebossinggraad van het arrondissement Lhasa is nu 10,5%, dat is vrij hoog voor een stedelijke agglomeratie, vooral ook gezien de geografische en klimatologische omstandigheden. Het stadsbestuur plant voor 2010 nog eens 13 vierkante km bos bij te planten, als beschermgordel tegen zandstormen. In geheel Tibet is in 2009 iets meer dan 100 miljoen euro besteed aan bebossing. Wanneer je Tibet bezoekt, van jaar tot jaar, dan zijn die inspanningen ook zeer zichtbaar. Op het oude stadscentrum na, is Lhasa is een zeer groene stad geworden. In geheel China is de bebossinggraad nu 21%, dat is ook niet mis, gezien het dorre noorden en het uitgestrekte hoogplateau, waarvan grote delen boven de 5000m liggen. Het is bijna evenveel als in het tropische Papua New Guinea met zijn 24%. In de komende vijf jaar wil China daar 2% bijdoen. Gezien de grote oppervlakte van het land en de weinige beschikbare gronden (7% van de bebouwbare oppervlakte ter wereld voor 20% van de wereldbevolking) is dit een exploot op zich. Die inspanningen zijn ook merkbaar rond vele steden in het land.

 

Slecht bosbeheer rechttrekken in de provincie Sichuan

In de jaren 1960 en ’70 werden te veel bomen gekapt in West-Sichuan, op de oostelijke flank van het hoogplateau. De kale gevolgen daarvan zijn nu nog steeds zichtbaar op de hellingen van de diepe valleien van alle bijrivieren van de Yangzi. Vanaf de jaren 1980 kwam er meer en meer verbod op houtkappen in die streken. De toepassing liet soms te wensen over en het lokale economische winstbejag, door de pas meer vrijgelaten ‘markt’ in China, bracht nog niet onmiddellijk een streng bosbeleid mee, zo getuigt J.Studley (zie bronnen). Ook de Chinese overheid moest bijna jaar na jaar de wettelijke en de praktische bescherming van de bossen verstrengen. Definitief gebeurde dit in 1998, met een compleet kapverbod en een degelijk controlesysteem in een gebied van 45.000 km2. Daarnaast kreeg nog eens het dubbele van die oppervlakte herbebossing als bestemming, samen dus goed voor vier maal de oppervlakte van België. Maar het blijft waar dat China nog kampt met inventarisering  en met managementproblemen wat bosbeheer betreft.  

 

graslanden

De centrale Chinese regering heeft in 2009 besloten om voortaan jaarlijks 80 miljoen euro aan subsidies te voorzien voor de bescherming van de graslanden in Tibet en de woestijnvorming tegen te gaan, dat maakte de Tibetaanse gouverneur Qianba Puncog bekend in december van dat jaar.

Ongeveer 20% van Tibet is woestijn, dat is 200.000 km2 of zes maal België. De budgetten van de laatste jaren waren er op gericht om uitbreiding te voorkomen. Voor de komende twintig jaar lanceert de regionale overheid het project om 30% van de woestijn terug te winnen door grasbeplanting, dat is gras planten en onderhouden op een oppervlakte gelijk aan tweemaal België. Zien of ze daarin slagen, wie zou het niet hopen?

Het brongebied van de Gele Rivier, de Blauwe Rivier en de Salween wordt ontvolkt

De Chinese overheid heeft een enorm gebied, iets groter dan Frankrijk, tot hoogst belangrijke ecologische zone gedecreteerd. Het gaat om het brongebied van drie grote stromen: de Gele en de Blauwe Rivier en de Salween. Menselijke activiteit wordt daaruit gebannen. Het is een streek met weinig neerslag en liggend op grote hoogte: gemiddeld 5000m. De talrijker wordende veestapel bracht het gebied wel op kritiek grastekort. Via satellietfoto’s wordt vastgesteld dat er al enig effect is gedurende de laatste drie jaar: het grasland herstelde zich op een klein tiende van die oppervlakte.

 

Een eerste thermische centrale in Tibet

Tot in 2009 was de totale opgewekte elektriciteit in Tibet duurzame elektriciteit op waterkracht. Daar is nu verandering in gekomen. Een grote thermische centrale op basis van stookolie trad in werking einde december 2009. De centrale werd gratis geleverd en geïnstalleerd door de China Huaneng Group[5], een staatsbedrijf, als noodcentrale om het tijdelijk tekort aan elektriciteit, vooral in Lhasa, op te vullen. De capaciteit van de stuwmeren kan de groeiende consumptie van elektriciteit niet meer aan. Door de gestegen welvaart in Tibet kochten de mensen veel elektrische apparaten, waaronder warmtestralers. Daarbij kwam nog dat 2009 een extra droog jaar was voor Tibet. De elektriciteitsproductie kon niet volgen – wel 25% capaciteit te kort, volgens de elektriciteitsmaatschappij - vandaar dat deze winter de cementfabrieken en de mijnen stilgelegd werden voor zes maanden, om de elektriciteitsvoorziening aan de bevolking te blijven garanderen. Toch blijkt deze maatregel niet voldoende, want Lhasa kent nu al sinds oktober geregeld stroomonderbrekingen. De totale geïnstalleerde capaciteit in Tibet was 720 Megawatt in 2009, dat is nog 20 maal minder dan in ons kleine België. De nieuwe thermische centrale doet hier in één klap 100 Megawatt bij, dat is dus 14% niet duurzame elektriciteitsopwekking, daar waar het vroeger nul was. Een tekort aan energie is nog een algemeen probleem voor China, het gaat niet enkel om Tibet. In verschillende grote agglomeraties in het land treden in de winter ook nog stroomonderbrekingen op. Zo moest de grote moderne industriestad Wuhan midden december 2009 een tweeduizendtal bedrijven stilleggen om algemene onderbrekingen te voorkomen.

 

 

 

Bronnen: Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), opgericht door de World Meteorological Organisation (WMO) en het United Nations Environment Programme (UNEP), persagentschap Xinhua, John Studley in ‘International forestry review’ 1(4) 1999, eigen bezoeken.

 



[1] “Journal of Geographic Sciences”, Volume 16, 2006,3

[2] De stelling van de groepen rond de dalai lama die zegt dat er 1,2 miljoen Tibetanen omkwamen door het Chinese bestuur is gewoon onmogelijk bij een verdrievoudiging van de bevolking tot 6 miljoen mensen nu, dat tonen verschillende demografen aan. Maar het verzinsel blijft circuleren.  

[3] De jagers waren Tibetanen, geen Han Chinezen, zoals de groepen rond de dalai lama nu nog rondvertellen. De huidige jachtopzichters en de eventuele stropers zijn ook nog Tibetanen.

[4] De optelsom is moeilijk te maken, want er komen bijna elke maand nieuwe budgetten bij. Bovendien zijn er ook regionale budgetten en gesubsidieerde projecten vanuit andere provincies en zelfs enkele vanuit het buitenland. Voor 2010 maakt de centrale regering 2,5 miljard euro vrij voor het gehele hoogplateau (Xinhua, 2/3/09). In Tibet zelf werd voor het totaal van de laatste zes jaar 1,7 miljard euro besteed aan het onderhoud en het aanvullen van ongeveer 100.000 km2 (driemaal België) beboste oppervlakte.

[5] 425e op de wereldranglijst der grootste bedrijven.

 

21:20 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (1) | Tags: tibet, woestijnvorming, klimaat, bebossing, natuurgebieden

29-11-09

Te weinig elektriciteit in Tibet

Gedurende de komende zes maanden, zeg maar de winter van 2009 en 2010, is er ongeveer 30% elektriciteit tekort in Tibet. Het net van Tibet is ‘onafhankelijk’ en niet aangesloten op het elektriciteitsnet van het binnenland van China. Door de verhoogde welstand van de bevolking is de elektriciteitsconsumptie sterk toegenomen, sneller dan de capaciteit, die ter beschikking gesteld wordt. Veel mensen hebben koelkasten en verwarmingstoestellen gekocht de laatste jaren. Brengen we in herinnering dat de elektriciteit in Tibet duurzaam opgewekt wordt, hoofdzakelijk door waterkrachtcentrales. Die zijn nu voorbijgelopen door de consumptie. Bovendien was het afgelopen jaar een extra droog jaar, waardoor de waterreservoirs gedaald zijn. Wat doet de lokale overheid? De mensen niet zonder stroom zetten, neen. De overheid legt voor zes maanden alle cementfabrieken en alle mijnen in Tibet stil om de elektriciteitsvoorziening aan de bevolking te vrijwaren. De honderden technisch werklozen worden verder loon uitbetaald. Er is nog geen onmiddellijk uitzicht op beter voor de eerstkomende winters.

 

In het geheel van China is einde november de elektriciteitsprijs voor niet-residentieel gebruik met 0,2 eurocent per Kwh verhoogd, maar met uitzondering van Tibet, daar verandert de prijs niet en blijft ongewijzigd op 5 eurocent per Kwh. (bij ons is die bijna 20 maal hoger, maar dat is natuurlijk een halfmanke vergelijking).

 

Nota achteraf:

in 2010 werd beslist om Tibet aan te sluiten op het nationale net. Daarvoor moet een hoogspanningslijn gebouwd worden over het hoogplateau, vanaf Golmud tot Lhasa, net iets meer dan 1000 km lang en op een hoogte van 4000 to 5000m, langs de spoorlijn. Kost: 2 miljard euro. klaar tegen einde 2012.

(Xinhua, 25,29/11/09)

 

Trekking_0109

20:53 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: energie, tibet, ontwikkeling, mijnen

12-07-09

Spaarlampen in Tibet

De lokale Tibetaanse overheid deelt dezer dagen 600.000 spaarlampen gratis uit aan de bevolking. Dat is ongeveer één lamp per gezin. Daardoor zal ongeveer 30 Megawatt capaciteit bespaard worden, het equivalent van 30 windmolens. Wie doet hen dit na?

DSCN3942

Ook zonnepanelen zijn in de mode in Tibet. Hier een Tibetaans winkeltje in Lhasa.

22:33 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: energie, tibet

21-06-09

“Droge regen” in Tibet

De ergste droogte sinds 30 jaar.

 

“Droge regen”, dat is de ondertitel bij een foto van het Chinese persagentschap Xinhua; een foto die een droge rivierbedding in Tibet toont. “Droge regen” is een voorbeeld van het Chinees taalgebruik en denkpatroon, dat vrij verschillend is van het onze (zoals sinoloog Cyrille Javary het formuleerde “Les Chinois ont un autre cerveau que nous”). Voor ons kan dat niet, “droge regen”. Bij ons is het ofwel droog, ofwel nat. Voor een Chinees is er altijd een samenspel tussen droog en nat. Maar dat is het onderwerp niet van dit artikel.

Het onderwerp is ernstig: Tibet kent de ergste droogte sinds 30 jaar. Vijf van de zes departementen die Tibet telt zijn getroffen. Eén op zes akkers lijdt zeer zware schade, de gewassen verdorren en zullen enkel dienen als mager veevoeder. De neerslag was ongeveer 30% minder tijdens de maanden mei en juni, zelfs 80% minder voor de “graanschuur” van Tibet (Lhasa, Xigaze, Shannan). Eén op de vier van de meteorologische stations in Tibet noteerde geen noemenswaardige neerslag sinds zeven maanden. Mei en juni zijn precies de groeimaanden voor de gewassen, want in april vriest het nog.

Dit jaar zal een zeer slechte oogst geven. In het oude regime moesten de boeren in zo’n situatie aankloppen bij de landheren en de kloosters, waar ze tegen woekerintresten en gratis arbeid een deel van de soms grote graanreserves aldaar konden afkopen om te overleven. Daarbij geraakten zij meestal voor generaties lang in de schulden.

Wat gebeurt er nu?

De velden die geïrrigeerd zijn – en dat is ongeveer de helft – brengen het er nog goed vanaf. Toch hangt het af van het soort irrigatie: komt die van een goed gevulde rivier of komt die van een bron of van een waterput, want een deel van de waterputten staat droog. Sommige putten van 10m diep produceren niets meer. De lokale overheden boren dieper voor het ogenblik of laten water aanvoeren met containerwagens. Het leger is ingeschakeld om afgezonderde dorpen van drinkwater te voorzien en om te helpen bij het begieten van de groenten in de serres. Het hardst getroffen zijn de dorpen met niet bevloeide velden. Een soort “calamiteitenfonds” voorziet 4 miljoen euro om de meest getroffen landbouwers te compenseren voor het verlies aan opbrengst, een bescheiden som die ongeveer overeenkomt met 500 euro per getroffen gezin. In eerste instantie wordt alles gezet op het “redden van de oogst”. Toch zijn ondertussen al 13.000 stuks vee (op 20 miljoen) omgekomen van de droogte, aldus de lokale overheden.  

DSCN3965

Het probleem van de droogte in Tibet dreigt zich te versterken door de wereldwijde klimaatverandering. De gemiddelde temperatuur in Tibet is de laatste 30 jaar met iets meer dan 1°C gestegen en de neerslag is met enkele tientallen mm verminderd. Dit voorjaar lag de gemiddelde temperatuur 2°C boven het normale. Per jaar komt er in Tibet een oppervlakte van 400 km2 bij als woestijngebied, dat is enorm. De lokale Tibetaanse overheid “sluit graslanden”: verboden te grazen, ongeveer 1 miljoen km2. Daarnaast financieren zij projecten om gras te planten, met de hand, op enorme oppervlaktes. Het doel is om de woestijnvorming in te dammen tegen 2010 en om de helft terug te winnen tegen 2020.

De droogte is niet enkel in Tibet een probleem, geheel Noord-China heeft ermee te kampen. In de provincie Ningxia worden meer dan 1 miljoen mensen “catastrofaal” van drinkwater en voedsel voorzien.

22:51 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (1) | Tags: landbouw, klimaat, tibet

21-05-09

Tibet: de watertoren van China? Terwijl de hoogste gletsjers ter wereld wegsmelten…

De uitgestrekte hoogvlakte ten noorden van de Himalaya, het “Chinese Tibet-Qinghai Plateau” – dat qua oppervlakte bijna vijf maal die van Frankrijk bedraagt, – is in hoofdzaak een droog gebied, waarvan minstens de helft met woestijnvorming te kampen krijgt. Daar zitten de gletsjers eigenlijk voor niets tussen. Gemiddeld is de jaarneerslag in Tibet 380 mm/jaar (minder dan de helft van bij ons) en slechts 100mm in de provincie Qinghai. De grote stromen (de Gele en de Blauwe rivier, de Mekong en de Salween) krijgen het overgrote deel van hun waterdebiet in de lagere gebieden in het oosten, op de afdalende rand van de hoogvlakte, in de provincies Sichuan en Yunnan. Daar kan de jaarneerslag tot 5000mm oplopen. Zo ook de Indus, die in het woestijnachtige West-Tibet afdaalt van een gletsjer, is er slechts een klein beekje, bij manier van spreken, zijn werkelijk debiet ontvangt hij op de zuidflank van de Himalaya, op de grens van Pakistan en India. De Gele Rivier heeft zijn bron in het even droge noorden van het plateau. Gemiddeld staat de Gele Rivier drie maanden per jaar “stil” sinds een paar decennia. De Yarlung is de voornaamste rivier die Tibet van west naar oost doorkruist en daar toch iets majestueuzer is dan onze Schelde. Maar toch, om de grootse Brahmaputra te worden moet hij veel rivieren van de zuidflank van de Himalaya slikken, in India of komende van Bhutan en Sikkim. Kortom, veel water is er niet in Tibet en nog minder in Qinghai. Maar het is evident dat er veel water opgeslagen ligt in de gletsjers, die inderdaad fel inkrimpen en gedurende jaren voor overlast kunnen zorgen.

 

Echter, bijna 2/3e van het hoogplateau is bedreigd door woestijnvorming, vooral in West-tibet en in de provincie Qinghai.

 

kunlun

De Kunlun bergketen in de provincie Qinghai: gletsjertongen die op zand uitmonden. (eigen foto)

 

De gemiddelde temperatuur van een decennium is al vier maal na elkaar met 0,3°C gestegen (38 meetstations in Tibet zelf). In Qinghai en in het dorre West-Tibet vermindert de neerslag, in Centraal-Tibet verhoogt die licht (10 mm per jaar, gemiddeld over drie decennia) en in (het nu al vochtige) Oost-Tibet zelfs behoorlijk meer. Om maar te tonen dat er op het hoogplateau scherpe regionale verschillen zijn, die zelfs vergroten door de klimaatopwarming. Maar ook de menselijke activiteit heeft de laatste dertig jaar de woestijnvorming in de hand gewerkt: het aantal personen en het aantal koeien, yaks, schapen en geiten is elk ongeveer verdriedubbeld. Het gras is evenredig verminderd. De lokale overheden proberen nu de veestapel af te bouwen via subsidies en opleiding voor de boeren: gratis serres voor groenteteelt en technici voor scholing. Vooral in de provincie Qinghai zijn en groot aantal “graas”-oppervlakten nu beschermde “gras”-oppervlakten geworden.

 

China wil zijn drinkwaterprobleem oplossen door meer spaarbekkens aan te leggen. Er lopen projecten voor opvang van regenwater en – meer revolutionair – voor recyclage van gebruikt water, zoals afvalwater zuiveren en kanaliseren voor de irrigatie van velden of, sterker, er opnieuw puur drinkwater van maken. Een anekdote: China commercialiseert voor het ogenblik gletsjerwater uit Tibet, echt waar: het merk “5100”, in flessen, een snobartikel dat Evian doet watertanden. Maar de Chinese overheid beseft goed en wel dat de gletsjers niet in hun “macht” liggen en hebben als drinkwateralternatief voor hun enorme bevolking gemikt op “andere watertorens”, zoals gemeld: spaarbekkens, regenopvang en recyclage.

19:53 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, water, china, gletsjers

15-02-09

Het methaangasfornuis van mevrouw Dolma

De familie Dolma, in de omgeving van Gyangze, heeft een gasfornuis op methaan. Dolma is een oude dame, die hier met haar zoon, schoondochter en kleinkinderen 2 hectare bewerkt. Bij de verdeling van de gronden in 1981, bevatte haar familie 11 personen, vandaar een grote lap grond. Zij produceren gerst, tarwe, koolzaad, aardappelen, kolen en rapen. Daarnaast hebben ze acht dieren. Zij bouwden een nieuw huis, maar tijdens de constructieperiode overleed de man van Dolma. Dan is het de Tibetaanse gewoonte om de werken 1 à 2 jaar stil te leggen als deel van de rouw. Het nieuwe huis is dus niet af, een oude vleugel doet evengoed nog dienst. Voor het huis hebben zij 1200 euro staatspremie gekregen voor een totale kost van 9000 euro.

Bij het binnenkomen zeggen we aan mevrouw Dolma dat we haar gasfornuis wel willen zien. Zij begint het direct af te stoffen. Wij proberen het aan te steken: er blijkt geen vlam uit te komen.

 dolma

Dolma bereidt voor ons boterthee met een elektrische mixer.

Het dorp telt ongeveer 70 families, meestal grote gezinnen, drie generaties samen, goed voor 10 personen. Op mijn vraag of er families het dorp verlaten om in de stad te gaan wonen, antwoordt zij dat een deel van de kinderen, die onderwijs genoten en jobs vinden als bediende, onderwijzer of zoiets, naar de stad trekken. De boeren zelf migreren niet definitief naar de stad, één van de zonen, die minder naar school ging, neemt normaal de boerderij over.

Een tweede zoon van Dolma studeert aan de universiteit van Lhasa. Die zal ginder waarschijnlijk blijven. “In zeldzame gevallen,” voegt Dolma er nog aan toe, “komen oudere mensen alleen te staan. Wanneer zij hun land niet meer kunnen bewerken, worden zij in Xigaze in een home geplaatst.”

Bij een andere familie krijgen we een prima werkend gasfornuis te zien, felle vlam op twee bekkens tegelijk, maar de warmwaterketel staat op de gewone houtkachel te stomen. Een buurman, iets verderop had er ook een, maar zei ons direct dat het niet werkte. Zo ook in een dorp verderop, waar de dorpschef ons zijn vlam laat zien: zwakjes. Hij verdedigt het systeem en zegt dat een dertigtal van de families in het dorp er een heeft laten installeren. “Het bespaart hout,” zo zegt hij, maar het klinkt als een slagzin van de overheid waar hijzelf niet in gelooft. Dat leiden wij af uit zijn excuus voor zijn ‘zwakke’ vlam: “De boeren hebben tijdens het oogstseizoen geen tijd genoeg om de vulling van de put optimaal te houden.” In dit dorp hier hebben de boeren naast hun huis een lapje lage bomen en kreupelhout, genoeg voor het weinige dat zij verbruiken, een beetje, gemengd met gedroogde yakdrollen, voor de keukenkachel en dat is alles. De rest van het huis is echt niet op 20°C in de winter, er is gewoon geen verwarming. Bij kou trekken de Tibetanen nog altijd een kledingstuk meer aan.

Er zijn natuurlijk veel dorpen in Tibet, waar zelfs geen kreupelhout staat. Het principe “methaangas produceren met uitwerpselen van het vee en het  verbranden” is goed voor het wereldklimaat, denk ik, maar de praktische toepassing moet de mensen enthousiast maken, anders wordt het een maat voor niets. Waar het goed schijnt te werken, volgens het zeggen van de boeren hier, is voor het verwarmen van serres in de streek van Lhoka. Dat zal dan maar voor een volgende keer zijn.

15:05 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, biogas, dorpen, landbouw, onderwijs, gyangze

12-01-09

Changtang, een dierenpark op 5.000m

Fragmenten uit een artikel van George B. Schaller, Wildlife Conservation Society, verschenen in “China’s Tibet”, 2/08.

Schaller doorkruiste “Changtang” ongeveer jaarlijks sinds 1985.

 

Changtang is het hoogste deel van het plateau in Tibet, goed voor 300.000 km2, bijna zo groot als Frankrijk, met gemiddelde hoogte op 5.000m. Er leven dieren en er wonen mensen. Het evenwicht tussen beiden is zeer labiel. Waar vroeger slechts één familie leefde zonder buren, kilometers in het rond, verblijven er nu elf in elkaars nabijheid. Dat komt door de bevolkingsaangroei, Tibetanen uit dichter bevolkte streken wijken uit naar Changtang, hoewel de natuurlijke condities er lastiger zijn. In het kanton Palgon, bijvoorbeeld, steeg het aantal families van 90 tot 137, tussen 1970 en nu. Het vee nam evenzeer toe: van 45.000 naar 79.000, met een negatief effect op de schaarse graslanden, waarvan vele vroeger enkel in de korte zomer slechts door sporadische nomadenkuddes begraasd werden. Sinds 1993 is het gehele gebied als beschermde natuurzone bestempeld, met gelijke rechten voor herders met hun kuddes en voor wilde dieren. Schaller stelde vast dat de herders het duidelijk beter hebben dan einde jaren tachtig. Zij hebben een huis, soms meer dan één, rijden per moto en vrachtwagen, kijken naar satelliet-TV, gevoed door zonnepanelen en bereiden boterthee met een elektrische mixer. Maar wat gebeurt er met het wildleven? Zeldzame bezoekers begin 20e eeuw hadden het over kuddes van een paar tienduizend antilopen (chiru) tegelijk of honderden wilde yaks op één heuvelrug. Dat beeld is nu fel uitgedund. Toch stelt Schaller dat het wildleven niet met uitsterven bedreigd is. In 2006 trok hij door Changtang van west naar oost en kon er “zomaar” 8.000 antilopen tellen, 1100 wilde yaks, 800 wilde ezels en 20 wolven. Maar er zijn gevaren.

 

Het vroegere Chinese “communesysteem” – gronden en vee collectief beheerd – was beter voor… het wildleven, zo stelt Schaller vast! Waarom? Elke familie is nu een “privéveehouder” of “rancher” zoals hij het noemt. Een grote graasoppervlakte, zoiets als 7.000 hectare, is “hun” domein, voor vijftig jaar in bruikleen. De tendens is om dat terrein af te bakenen, er prikkeldraad rond te zetten. De lokale overheid subsidieert zelfs royaal die afsluitingen. Dat nemen de wilde yaks, ezels of antilopen hen kwalijk, zij zien het gras onder hun hoeven verdwijnen. Bovendien, de “rancher” is geneigd zijn om “zijn” gras te beschermen en mogelijke wilde mee-eters neer te knallen. Dan hebben we nog niets gezegd over de verleiding om een wilde yak te schieten voor zijn vlees.

 

Mensen en beren hebben het ook moeilijk met elkaar. De wilde bruine beren generen zich niet om met gekraak binnen te dringen in de huizen en er zich tegoed te doen aan de gerstvoorraad en de boter. ’s Nachts komen zij dan af op de schapen en de geiten binnen de omheining rond het huis. Lynxen en wolven nemen ook hun hap mee. Dit alles maakt het moeilijk voor de herders om het “natuurreservaat” in ere te houden.

Schaller suggereert enkele maatregelen. Vooreerst het beperken, zoniet het verminderen, van het aantal mensen in het gebied. Waardoor de druk van de kuddes ook geringer zou worden. Voorts: stoppen met het bouwen van afsluitingen, geen nieuwe wegen aanleggen, problemen lokaal aanpakken, niet algemeen, verschillende oplossingen overwegen en testen, zich niet tevreden stellen met één enkele. Maar vooral: een management aanstellen, want voor het ogenblik is er geen speciaal beheer.

antilopen
als je intens kijkt, zie je enkele antilopen (eigen amateuristische foto) 

20:34 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, natuurparken, dieren, jagers

05-01-08

Tibetaanse herders verplicht om in steden te gaan wonen?

 

Het Amerikaanse Human Rights Watch publiceerde in mei 2007 een rapport over de ontheemding van de Tibetaanse herders. "Tal van Tibetaanse veehouders worden verplicht om hun kudde te slachten en zich te vestigen in nieuwe woonkolonies in de nabijheid van steden en aldus hun traditionele manier van leven vaarwel te zeggen... met grotere armoede als gevolg."[1] HRW eist van China toegang voor een internationale onafhankelijke commissie van experts en het onmiddellijk stopzetten van de "volksverhuizing". De aanklacht werd overgenomen in het rapport van de commissie voor de mensenrechten van het Amerikaanse Congres, in oktober 2007[2].

En in de Commissie voor de Mensenrechten van het Europese Parlement gebeurt hetzelfde op 27 november, waar sprekers van HRW en International Campaign for Tibet (ICT)[3] de informatieverstrekkers zijn. 

HRW stelt: "die arme Tibetaanse herders hebben geen recht op HUN grond." Grond is niet privé in China. HRW vindt dit een schending van de mensenrechten, want voor hen is privé-grondbezit een heilig universeel recht. Herders, die verhuizen en een ander beroep beginnen, worden inderdaad niet vergoed op basis van een eventuele marktprijs van de grond, maar enkel voor de gebruikswaarde, voor het inkomen dat ze eruit haalden. Dat grond een andere prijs heeft in China dan in Arizona, waarmee bemoeit HRW zich? Mogelijks zit het feit dat westerse kapitalen geen grond kunnen kopen in China hun ook dwars?

Waarom moeten Tibetaanse herders verhuizen?

"Ze worden gedwongen in stedelijke agglomeraties te gaan leven om ze daar beter te kunnen controleren," zegt HRW. Wat is de realiteit?

Er is teveel vee en er zijn teveel mensen. In het oude Tibet stierven de mensen jong. De moeder van de huidige dalai lama wierp 16 kinderen, van wie er slechts 7 overleefden. De familie van de 14e dalai lama waren gewone boeren, niet van de armste en leefden bovendien in een vruchtbare landbouwzone. Er waren hardere overlevingsstreken dan de hunne. Nu is er overal betere gezondheidszorg, de voeding is gevarieerder en epidemie's zijn sinds de jaren vijftig gebannen. Vandaar dat de mensen gemiddeld langer leven, bijna dubbel zolang. En mede omdat er geen geboortebeperking bestaat voor de Tibetanen is de bevolking verdriedubbeld, met elk méér yaks en schapen dan vroeger. "Harmonieus en traditioneel" betekende vroeger: "jong creperen". Ondertussen is de veestapel ook verdrievoudigd. China telt 400 miljoen grazers tegenover 105 miljoen voor de USA, voor een gelijke graasoppervlakte[4]. Dat betekent dat in de USA het gras blijft en dat in China het gras verdwijnt. Waarom zijn er méér grazers in China? Omdat er meer volk is in China. Dat is één zaak: teveel volk, teveel vee.

Een tweede ding is de opwarming van het wereldklimaat. Het noordelijk deel van het Qinghai-Tibet plateau kende al weinig neerslag, ongeveer 100 mm per jaar, gelijk aan wat bij ons in een niet al te natte maand valt. De laatste vijftig jaar is dat met 20 mm gedaald[5]. De gemiddelde temperatuur op het hoogplateau is met 1°C gestegen. Voor 2020 wordt een bijkomende stijging van 1°C verwacht. Het hoogplateau droogt op, minder neerslag en warmer. De Gele Rivier, de ooit zo geduchte "Gesel van China", verloor in dertig jaar één vierde van zijn debiet. De hoogvlakte, waar enkel gras gedijde, wordt schraler met het jaar. Gletsjers verkorten en verdunnen. Het gaat over een oppervlakte van ongeveer anderhalve keer Frankrijk, enorm, en op 4 à 5.000m boven de zeespiegel. Gedurende de laatste tien jaar bezocht ik grote delen van dit gebied en kon de woestijnvorming met eigen ogen vaststellen. Talrijke gesprekken met boeren en herders gaven hun bezorgdheid weer over de achteruitgang van de graasoppervlaktes en de grotere moeilijkheid om drinkwater te vinden. Ik ontmoette zelfs herders die in groenere streken elkaar teveel op de voeten liepen en uitgeweken waren naar dorre gebieden, met alle moeilijkheden van dien. "Ontneem die mensen hun traditionele levenswijze niet," schrijft HRW "laat ze hun cultuur behouden, geef ze desnoods een nieuw huis, maar vlakbij hun grond en hun kudde." Dat er geen gras en geen water meer is, kan HRW blijkbaar geen spriet noch druppel schelen. Dat is een immorele kreet, zonder respect voor de mensenrechten.

De lokale Tibetaanse overheid en die van de provincies Qinghai en Gansu willen het probleem pro-actief aanpakken en niet wachten op de afkoeling van de aarde of op het uitdrogen van de yaks. En er is slechts één onmiddellijke maatregel mogelijk: de veestapel drastisch verminderen, mensen een ander beroep bieden. Een nieuwe economische activiteit ontwikkelen kan zomaar niet met 1 à 2 inwoners per km2 (het gemiddelde voor dat enorme gebied) in verspreide slagorde. Vandaar dat nieuwe dorpen, nieuwe agglomeraties verrijzen, waar ex-herders enigszins gegroepeerd worden en nieuwe technische vaardigheiden kunnen aanleren. Zij krijgen gratis een huis ter beschikking en gedurende tien jaar een leefsubsidie, ongeacht of ze onmiddellijk betaald werk vinden of niet. Ik heb met ex-herders gesproken in die nieuwe dorpen. Het waren niet de gelukkigste mensen ter wereld. Zij waren tevreden met de betere onderwijsmogelijkheden voor hun kinderen, maar vonden het leefloon nogal karig en het werkaanbod beneden alle peil. China is ook geen supersinterklaas, het blijft nog een land met beperkte mogelijkheden. Het hervestigingproject gebeurt op vrijwillige basis, sinds vijf jaar. Ongeveer 60.000 mensen[6] gingen in de meest getroffen provincie Qinghai al in op het aanbod. De overheid hoopt tegen 2010 er nog eens zoveel van het nut te overtuigen, door hen een goede kans te bieden op sociale vooruitgang.

Plannen en enorme overheidsbudgetten zijn nu klaar om... gras aan te planten, hard gras, boven de 4.000m, met de hand, op anderhalve keer Frankrijk. Een systeem van vrije markt kan zoiets niet aan.



[1] Zie website HRW.

[2] US Congressional executive commission on China, annual report 2007, website.

[3] ICT, Amerikaanse organisatie geleid door Richard Gere, Lodi Gyari als afgevaardigde van de 14e dalai lama en John Ackerly, een Amerikaans agent die in Roemenië zijn eerste sporen verdiende met het organiseren van de liquidatie van Ceaucescu.   

[4] Lester Brown, "Plan B: rescuing a planet under stress and a civilisation in trouble", chapter one, paragraph "ecological meltdown in China", W.W. Norton, NY, 2003.

[5] Rapport over ecologie in China, State Council Information Office, 4/6/07.

[6] Niet te vergeten: verspreid over een met woestijnvorming bedreigde oppervlakte van anderhalve keer Frankrijk!

21:21 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: woestijnvorming, herders, tibet, yaks, klimaat, qinghai, bevolking, wonen

01-01-08

Te weinig gras

 

China heeft een gigantisch probleem, de woestijnvorming. Wat omschreven wordt als de "Gobi woestijn", in het noordwesten, is min of meer onder controle, het maakte deel uit van een programma dat al enkele tientallen jaren aan de gang is. Maar het Qinghai-Tibet hoogplateau brengt nieuwe zorgen. De laatste dertig jaar is de neerslag in het noordelijk deel van het hoogplateau verminderd, door de wereldwijde klimaatverandering. Het gaat over een oppervlakte gelijk aan anderhalve keer Frankrijk. Tegelijk is de bevolking daar verdubbeld en het aantal yaks, koeien en schapen evengoed. Het gras wordt geteld. De overheid ziet voorlopig geen ander middel dan mensen en vee aan te sporen om te verhuizen. Honderdduizenden. Westerse kritiek bestempelt dit als een inbreuk op de traditionele cultuur van de Tibetanen.

gras

19:28 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, herders, klimaat, sedentariseren