13-05-07

zwaar romantisch

De familie Qoinda in het dorp Gyairi in het district Doilungdeqen, op 30 km van Lhasa, is een gewoon geval. Eén hectare land, waar ze gerst, maïs en aardappelen op telen, levert hen per jaar 60 euro per maand op, niets om naar landgenoten in Genève te schrijven. De zoon studeert en werkt tegelijkertijd, hij restaureert fresco’s in de Jokhang tempel in hartje Lhasa. Daarvoor krijgt hij 75 euro per maand. Maar de dochter kost geld, een paar euro per maand om haar middelbare studies te betalen. De brave huisvader brengt redding, buiten het korte landbouwseizoen werkt hij in een steengroeve, waar hij 210 euro per maand, genomen over het hele jaar, verdient. Samen is het gezin goed voor 340 euro per maand. De vergelijking met hier is moeilijk, niet alle zaken zijn ginder véél goedkoper, maar je kan zeggen dat dit inkomensniveau zich bij ons ergens tussen de 1000 en de 2000 euro situeert. Het blijft fenomenaal in vergelijking met de jaren vijftig, toen een boerenfamilie er niets had, Afrika op zijn slechtst. Plus zij hebben het zelf gedaan, zonder Wereldbank, zonder 11.11.11, zonder Vredeseilanden, zonder “free Tibet”. 

 
zwaar romantisch

Tibet kan zwaar romantisch zijn

19:10 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, jokhang, boeren, lhasa, thangka, kloosters, levensstandaard

08-02-07

serres voor groenten op grote hoogte

Een dorp met serres, Gangdelin behorend bij het stadje Naiqiong, enkele tientallen km ten westen van Lhasa.

Een illustratie anno 2005 van de landbouwpolitiek in een dorp niet ver van Lhasa.

Ter herinnering: hier woonden tot 1959 lijfeigenen. Zij kregen nadien de grond in eigen beheer tot in 1965. Toen werd de communestructuur ingesteld met een salarissysteem als basis in plaats van een eigen opbrengstsysteem. Vanaf 1984 werd teruggekeerd naar het geven van land aan wie het bewerkt. De herverdeling van de grond gebeurde op basis van het aantal leden van de familie. Probleem daarbij was dat er onnodige versnippering ontstond en ongelijkheid tussen goede percelen en lastige percelen. En daarbovenop nog de snelle bevolkingsgroei. Een langzame en lange hervorming van de landbouw drong zich op. Van directe hulp aan behoeftigen naar opleiding en diversificatie. Groenten kweken bijvoorbeeld, in plaats van gierst. Maar daar was geld voor nodig, want Tibet is te koud voor groenten. De overheid bouwde serres en stelde die gratis ter beschikking van de Tibetanen op wiens grond ze stonden. Die vonden het gemakkelijker om die te verhuren aan Chinezen en een behoorlijk sommetje op te strijken in plaats van zelf het groente-experiment te wagen. De Tibetaanse overheid heeft deze praktijk recent verboden en stelt nu instructeurs ter beschikking om de serres met de Tibetanen op gang te trekken.

In het dorp bouwde de overheid 55 serres met een totale oppervlakte van 2 hectare. Tien Tibetaanse families werken mee aan het project. De eerste twee jaar krijgen zij 1000 euro als basissalaris en eventuele extra premies volgend uit de verkoop van de groenten. Daarnaast hebben zij nog een aantal gierstvelden en wat vee. Enkele mensen worden uitgekozen om de productie op de markt in Lhasa aan te bieden. Er zijn twee landbouwtechnici (één jonge Wuhanees en één Tibetaan), goed betaald door de overheid, werkzaam in het dorp. Zij dienen als leraar voor theoretische en praktische cursussen. Boeren van buiten het dorp kunnen de cursussen eveneens bijwonen. Alle soorten groenten worden er geteeld, van tomaten, via kolen tot watermeloenen en prinsessenbonen. Er is veel zon in de streek, ook in de winter. Tegen de lage temperaturen ’s nachts worden dikke katoendekens over de serres uitgespreid en die houden de temperatuur binnen op minstens 6°C. Kleine specialiteit: kerstbloemen voor de pleinen in Lhasa. Voor 1 pot krijgen ze 3 euro. Zaden worden ter plaatse geregenereerd. Nog niet goed georganiseerd is de commercialisering van de producten: wanneer welk product en waar op de markt aanbieden. De overheid wil hier enkele families in een bedrijfje doen stappen.

Een dergelijk dorp is geen uitzondering. Een vijftigtal “leerstations” verspreid over Tibet zijn momenteel actief. Die stations hebben ruime zelfstandigheid om zich in te passen in de lokale noden. Na twee jaar opleiding worden de serres overgedragen aan de families. Het basissalaris valt weg en de winst op de verkoop van de producten wordt het inkomen. Resultaten tonen dat de families onmiddellijk een iets hoger niveau halen: 1500 euro per jaar en per serre. Bedoeling is om elke familie 2 serres te geven om het inkomen te verhogen. Momenteel zijn het vooral de vrouwen die in die serres werken, terwijl de mannen in de stad betaalde klusjes of zaakjes doen als bijverdienste, dikwijls in de bouw. Het station in Gangdelin wil op korte termijn 100 hectare voor tuinbouw op gang zetten om zo méér Tibetaanse families te laten overschakelen van de monocultuur van gierst naar meer variatie.

serre lhasa

drie agronomen, één Chinees en twee Tibetanen