04-01-11

Grasland voedzaam houden in droge gebieden

China heeft zijn herders nodig, want die zorgen voor een deel van het dagelijks diëet voor meer dan één miljard mensen. Wil China niet afhankelijk worden van vleesinvoer uit het buitenland, dan moet er gras groeien in China. Bovendien moet dat op die plaatsen zijn, waar niet aan akkerbouw kan gedaan worden, want elk perceel voor rijst, graan, groenten, fruit en thee is er broodnodig om ook daar geen tekorten te creëren. Er zijn graaslanden nodig, met herders voor koeien, yaks en schapen. Want elke Chinees kan toch niet met twee varkens aan de leiband in een stadspark rondlopen (geen grap: recent nog écht gezien). De graaslanden bevinden zich dus voornamelijk op de randen van de woestijnen, in Xinjiang, Gansu, Tibet en Binnen-Mongolië. De woestijnen hebben een neiging om groter te worden, daar hadden we het al over in andere artikels (opwarming, grotere droogte en overbegrazing). Om herders met vee te kunnen behouden mag dat niet. Voor China is gras één van de zovele prioritair aan te pakken problemen. De overheid beseft dat en doet er ook iets aan. Daar gaan vele ‘China-watchers’ of ‘dissidenten’ aan voorbij.

Voor de komende vijf jaar (2011-2015) reserveert het nationaal budget 1,5 miljard euro per jaar voor gras. Er zijn centraal geleide herbeplantingsprojecten, maar het grootste deel van dit bedrag gaat via de betrokken mensen in die gebieden, noem dat gerust een ‘centendemocratie’. In de vorm van compensaties of in de vorm van stimuli.

Compensatie voor families, die (tijdelijk?) moesten verhuizen uit streken waar het gras niet meer groeide. Zij krijgen een vergoeding van 10 euro per hectare en per jaar. Dat lijkt niet veel, maar wanneer je weet dat hun graasoppervlakte dikwijls  meer dan 1000  hectare was, dan is dat wel veel. In die gebieden is grazen voorlopig verboden en wordt er aan herbeplanting gewerkt.

Stimuli zijn er dan voor herderfamilies, die buiten die ‘verboden zone’ bedrijvig zijn. Zij krijgen 3 euro per jaar en per hectare op voorwaarde dat ze er een ‘duurzame kudde’ op na houden, geen te grote dus, een kudde in evenwicht met het gras. Voor herderfamilies, die mee willen werken aan herbeplanting of aan betere beplanting, is er een subsidie voorzien van 16 euro per jaar en per hectare. Dit zijn hoge sommen, gezien de oppervlakte per familie, maar het werk is ook geen kleine karwei.

Een deel van het grote centraal budget ‘voor gras’ gaat naar opleiding en technische hulp.

Als algemeen signaal van ondersteuning krijgen ongeveer 2 miljoen herderfamilies elk een jaarpremie van 60 euro de komende vijf jaar.

 

litang env (40).JPG

 

Noot (naar aanleiding van een lezersvraag):

De Chinezen doen er natuurlijk goed aan om niet te veel vlees te eten. Maar ja, ze zijn goed op weg om dat wel te doen. In 1985 lag de vleesconsumptie – gevogelte inbegrepen - in China nog op 20 kg per hoofd van de bevolking. Nu is dat 55 kg geworden. Ter vergelijking: de gemiddelde Europeaan verorbert 90 kg per jaar en de gemiddelde Amerikaan 120 kg (FAO statistieken).

Nog het vermelden waard: de gemiddelde Tibetaanse stedeling koopt voor 35 kg vlees per jaar en per persoon, dat is minder dan het Chinese gemiddelde. Toch komt dat goed overeen met een kleinere stad in de rest van China, minder rijk dan de grote steden en waar een deel van de stedelijke bevolking bovendien nog enkele dieren heeft voor eigen gebruik, niet meegeteld in de statistieken. Het reële vleesmenu is reëel dus hoger. Dat is nog duidelijker zo voor de landelijke bevolking in Tibet: de statistieken geven aan hoeveel vlees een gemiddelde landbouwer koopt per jaar, dat is 15 kg per persoon. Herders kopen uiteraard geen vlees en eten bijna uitsluitend vlees. Te gast bij een maaltijd, zag ik er meer naar binnenwerken dan wat ik op een week aankan. Maar er zijn nogal wat Tibetaanse landbouwers, die weinig of geen dieren hebben, die kopen wel vlees. Het statistisch gemiddelde komt dan uit op 15 kg, maar het reële menu is meer vleesgekleurd. Kortom, statistieken zijn ‘nuttig’ (om in eetbare termen te blijven), maar soms moet men wel weten waarvan het gemiddelde het gemiddelde is. En tot besluit: China heeft er alle belang bij om half-vegetarisch te worden, wie niet?

 

17:09 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: tibet, woestijnvorming, herders, china

21-12-10

‘WikiLeaks’ zag de dalai lama voorbijkomen

In de ‘WikiLeaks-files’ – de ‘gekraakte’ vertrouwelijke correspondentie van het VS-ministerie van buitenlandse zaken – zit ook een beetje correspondentie vanwege de VS-ambassadeur in Delhi over gesprekken die deze had met de dalai lama, zo meldt de Hongkongse krant ‘The South China Morning Post’ (18/12/10).

Het is natuurlijk geen geheim dat de 14e dalai lama goede betrekkingen onderhoudt met de VS-ambassade in Delhi. Dat is al zo sinds 1951, toen de dalai lama nog in Lhasa woonde. De VS wilden toen de dalai lama in ballingschap doen vertrekken. Gedurende acht jaar probeerden ze hem te overtuigen. In 1959 is het dan gelukt. De functie van de dalai lama zou er een worden om vanuit het buitenland ongestoord China te bestoken.[1]

Dit even ter herinnering, maar nu de recente stukjes van gesprekken van de dalai lama met VS-ambassadeur Roemer. Daar staan geen echte ‘onthullingen’ in. Wat daar gezegd werd (of genoteerd), zegt de dalai lama ook openlijk in interviews of in toespraken. De dalai lama zou bv. Roemer hebben toevertrouwd dat “de politieke agenda (rond Tibet) vijf tot tien jaar terzijde mag geplaatst worden en dat de internationale gemeenschap zou moeten focussen op de klimaatverandering op het Tibetaanse hoogplateau”.

Eerst dit: de dalai lama laat zijn politieke agenda nooit terzijde, getuige daarvan al zijn publieke verklaringen, onlangs nog in zijn jaarlijkse toespraak op 10 maart 2010[2], waarin hij pleit voor een verandering van het politiek systeem in geheel China en ook de rellen in Xinjiang goedpraat. Geen woord over het klimaat noch over ecologie, of bijna niet.


Toch is de dalai lama al sinds lang de eco-toer opgegaan. Ongeveer vanaf de klimaattop in Rio in 1992 begon zijn ecologisch offensief tegen China: “massale ontbossing, vervuiling van rivieren door mijnbouw, uitroeiing van wilde dieren, erosie door ongebreidelde akkerbouw, bevolkingsdruk op het milieu door import van miljoenen Chinezen in Tibet, industriële vervuiling, visvangst, enz.” Zijn administratie pleegde uitgebreide rapporten in de jaren 1990. Hij heeft er de sympathie van de meerderheid van de Europese ‘groene partijen’ mee gewonnen, die eerder al gevoelig waren voor zijn ‘alternatieve’ spirituele boodschap. Tegelijk vond zijn onafhankelijkheidsgedachte ingang.

Dat hij nu recent de VS aanmaande om meer de klemtoon te leggen op ‘het klimaat’ in Tibet (in zijn denkwereld de ecologische ramp, die de Chinezen veroorzaken) is niet verwonderlijk, gezien de aanloop naar de klimaatconferenties van Kopenhagen en Cancún. Hij zag hier een kans om China in een slecht daglicht te plaatsen. “De derde pool van de aarde redden door de Chinezen eruit te gooien” is de achterliggende redenering van de administratie van de dalai lama. Maar de VS zijn niet openlijk gevolgd in deze aanklachten.   Waarom niet? Omdat de VS goed weten dat die beschuldigingen op niets steunen of al twintig jaar achterhaald zijn. Omdat China stilaan internationaal bekend geraakt, zeker bij de kenners, als zeer goed voorbeeld, zelfs koploper, in de aanpak van ecologische problemen, en zeker op het hoogplateau. Het zou dus zijn overgekomen zijn als dwaze propaganda. Er is internationale wetenschappelijke ecologische samenwerking op en over het hoogplateau, tot en met de NASA toe. Het kan toch niet dat de dalai lama en zijn administratie daar geen weet van hebben. Vaststelling is dus dat de dalai lama verwrongen informatie over de ecologie in Tibet verspreidt en het dus als een politiek werktuig gebruikt. De persoonlijke overtuiging van de dalai lama over ecologie kan ik niet beoordelen. Wanneer hij concreet over ecologie spreekt dan heeft hij het uitsluitend over Tibet - dat kan ik wel vaststellen - niet over de wereldwijde problematiek en niet over de verantwoordelijkheid van het geïndustrialiseerde Westen.

In december vorig jaar hield de dalai lama een twee uur lange toespraak in Tasmanië met als titel: “Our Earth – Who Should Be Responsible for It”. Daarin kwam niets voor over ecologie elders dan in Tibet, met de gekende aanklachten. En “Responsable” is illustrerend voor het volgende: rond de top van Kopenhagen hadden de “Free Tibet”- groepen als eis “een internationaal inspectieteam” voor Tibet.

 

Wat zijn dan de werkelijke ecologische problemen in Tibet?

De ecologie op het hoogplateau kampt met twee hoofdproblemen.

Er is de klimaatopwarming en er is de overbegrazing. De twee factoren samen resulteren in woestijnvorming.

Dit artikel gaat daar verder op in:

 http://infortibet.skynetblogs.be/archive/2010/01/14/strijd-tegen-de-klimaatverandering-in-tibet-en-op-het-hoogpl.html

 

Verder zijn er natuurlijk de vele kleinere problemen, die ook een oplossing zullen of moeten krijgen. Er wordt echter aan gewerkt.

* Het wagenpark in Tibet groeit te snel. Nu al is er één gemotoriseerd vervoermiddel per vijf inwoners van Lhasa. Het stadsbestuur zet nu zuinige grote bussen in en bant de honderden oude vervuilende minibussen.

* Er wordt nog teveel hout en kolen verbrand voor de keuken en de verwarming. Lhasa schakelt over op gas, dankzij een nieuwe pijplijn vanuit Qinghai. Boeren kunnen gratis een put laten bouwen voor het produceren van methaangas uit stalmest.

* Het privé-elektriciteitsverbruik stijgt te snel. Enkele bijkomende dammen en hydro-elektrische centrales zijn in aanbouw. Het gebruik van fotovoltaïsche en de thermische zonne-energie neemt  zienderogen toe.

* Industrie: wordt klein gehouden. Eén derde van het grondgebied van Tibet is verboden voor de industrie.

* Mijnbouw: alle kleine ‘artisanale’ mijnbouw is voortaan verboden.

Tot slot nog twee anekdotische passages uit de wiki-gesprekken van de dalai lama met de VS-ambassadeur.

* De dalai lama bekritiseert het feit dat Tibetanen nu een technische opleiding krijgen. Dat noemt hij “disrupting their nomadic lifestyle with vocational training” of vrij vertaald: ‘nomaden moeten nu een stiel leren, dat vloekt met de traditie’. Het aantal mensen op dit hoogplateau is de laatste vijftig jaar verdriedubbeld, het aantal yaks en schapen ook, graasland is er niet bijgekomen, integendeel. Er zijn ook geen pure nomaden meer in Tibet, die mensen hebben allemaal een huis, maar ze zijn wel soms maanden weg met de kudde. Onlangs sprak ik nog met een uitgeweken Tibetaan in Brussel. Hij vond het jammer dat zijn vroegere dorpsgenoten niet meer ‘overal’ kunnen gaan met hun kudde, dat de lokale overheid nu de graaslanden afgebakend in afzonderlijk familiebeheer gaf. Dat is zo. De lokale overheid probeert de families de verantwoordelijkheid te geven voor het onderhoud van de graaslanden om precies overbegrazing tegen te gaan. Voor de dalai lama is het ecologisch nodige verminderen van de veestapel een “vernietiging van de traditionele Tibetaanse cultuur”. Het ecologisch hoofdprobleem schuift hij dus terzijde, erger, hij bekampt de oplossing. Zelfs gewoonweg het ‘verantwoordelijk stellen van herderfamilies voor een afgebakende oppervlakte graasland’ wordt betwist door de kringen rond de dalai lama.

* En nog dit : de dalai lama is volgens zijn zeggen niet voor ‘onafhankelijkheid’ van Tibet. Maar in het vrijgegeven gesprek zegt hij wel dat Tibet zoiets moet worden als “Engeland tegenover de Europese Unie”, goede vrienden (vermoedelijk met China), maar “preserving national identity”. De ‘nationale identiteit’ in het geval van Engeland is dan toch een afzonderlijke staat.  

      DSCN4069.JPG

elektrische warmtestralers zijn in de mode in Tibet



[1] De correspondentie van die  periode is integraal te vinden in ‘A History of Modern Tibet, 1913-1951’ van Melvyn Goldstein, University of California Press, 1989.  

[2] 10 maart is de ‘nationale feestdag’ van de in 1959 gevluchte (mislukte) opstandelingen. Toespraak te vinden op zijn persoonlijke website. Nota: de dalai lama zit ook op facebook, twitter en youtube. Dat doet hij allemaal zelf niet natuurlijk. 

 

10:09 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: tibet, usa, klimaat, china

17-12-10

Het oude boeddhistisch koninkrijk Kucha

Kucha (Kuqa) is een streek in het uiterste noordwesten van China, ten noorden van de grote Taklamakan woestijn in de provincie Xinjiang, en gelegen op de oude Zijderoute. Vanaf de 2e eeuw voor onze tijdrekening tot aan de Mongoolse invasie in de 13e eeuw was de oase Kucha het centrum van een koninkrijk. Het koninkrijk werd niet onder de voet gelopen door het Tibetaanse ruitervolk, dat een groot imperium uitbouwde in de 8e eeuw. De Tibetanen bleven ten zuiden van de Taklamakan woestijn. Sommigen beweren dat het ‘grote Tibetaanse imperium’ grote delen van Centraal-Azië bevatte. Dat is een misvatting. In het oosten van de woestijn, richting China, namen de Tibetanen wel Dunhuang in, met de beroemde boeddhistische Mogao grotten. Die laatste bestonden al 200 jaar toen de Tibetanen er kennis mee maakten. Het boeddhisme in Tibet kwam uit het noorden (China) en uit het zuiden (India). De invloed “uit het noorden” wordt nu dikwijls door bepaalde middens van bij ons geminimaliseerd door politieke overwegingen: om de ‘onafhankelijkheid tegenover China’ te voeden. Ook dit is een misvatting. Daar kom ik nog op terug in andere artikelen. Beide groten culturen – de Indische en de Chinese – hebben de Tibetaanse fel beïnvloed en ook omgekeerd en onderling.

 

De oase van Kucha ligt langs de Muzart rivier, die zijn weg verliest nog voor hij in de Tarim rivier uitmondt. Op zijn beurt verdwijnt die laatste 300km verder ook in het woestijnzand van dit droge noorden. De oorspronkelijke bevolking van Kucha waren Tocharians, een steppevolk uit Centraal-Azië. Veel later kwamen de Dzoungaren, nog later de Uyguren en tenslotte ook de Han Chinezen. Het koninkrijk Kucha was rijk, gewoon door tol te heffen op de karavanen van de Zijderoute. Vanaf de eerste eeuw sijpelde het boeddhisme binnen vanuit Kashmir. De bloeiperiode van het boeddhisme in Kucha werd de 3e-4e eeuw. Daarvan getuigen nog een serie tempelruïnes en vooral de beroemde Kizil-grotten met hun fresco’s. Van de beelden is echter zeer veel weggeroofd of beschadigd door de grote ‘archeologische’ expedities van Fransen, Duitsers, Engelsen, Russen, Japanners en mogelijks nog anderen in de 19e en 20e eeuw.

     

Kucha was de thuisbasis van een beroemde monnik, die ook aan de basis lag van de boeddhismeverspreiding verder oostwaarts in China. Zijn naam: Kumarajiva (344-413). Hij woonde in Kucha, was van Indische afkomst en studeerde het boeddhisme in Kashmir. Hij leerde Sanskriet en Chinees en sprak verschillende lokale talen van West-China. Tijdens de Jin dynastie (265-420) in China werd hij gedurende ongeveer vijftien jaar de voorzitter van een groep vertalers (800) in de Chinese hoofdstad Xian, om er sutra’s vanuit het Sanskriet naar het Chinees te vertalen. Dit resulteerde in een omvangrijke bibliotheek met 384 volumes.  

 

Bronnen:

The road to Miran, Christa Paula, Harper Collins, London 1994.

HKTCP, nr 329, sept 2010

17:56 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: tibet, boeddhisme, china, xinjiang

08-12-10

Tibet: een schat van mineralen

‘Tibet support’ groepen beschuldigen China: het zou  tal van kostbare ertsen uit Tibet ‘wegroven’. De term ‘wegroven’ op zichzelf is betwistbaar want men gaat uit van de premisse dat Tibet geen deel van China zou zijn. Hoe kan je immers in eigen land iets ‘wegroven’? Werden de kolen van Limburg weggeroofd voor het Waalse staal? Verder hebben de ‘Tibet support’ groepen het steeds over ‘Groot Tibet’, de maximale omvang van  een historische rijk  dat al meer dan 1000 jaren verdwenen is. Dat territorium omvat het gehele Aziatische hoogplateau, vijf maal Frankrijk, het dubbele van het huidige Tibet. De uitgestrektheid, het klimaat, de moeilijkheden van het terrein en de onderontwikkeling van China belemmerden tot nu een ernstige ontginning. Nu is nog niet de helft van de ondergrond van het plateau geologisch in kaart gebracht. Een recent onderzoek, dat een duizendtal experts mobiliseerde gedurende zeven jaar, vond belangrijke ertsaders verspreid over het gehele hoogplateau: vooral koper, lood, zink en enkele grote lagen rijk ijzererts, waarvan de voorraad op enkele honderden miljoenen ton geraamd wordt.[1] De overheid wil de ontginning gepland en voorzichtig aanpakken, gekoppeld aan een ecologische impactstudie. Vele kleine artisanale mijnen werden de laatste jaren gesloten omdat ze de milieunormen niet naleefden.

Dit artikel gaat over de mijnen in Tibet zelf.[2]

De mijnen zijn belangrijk voor Tibet, want ze zijn lokaal belastingplichtig[3], en zullen aan belang winnen, want ze zijn strategisch belangrijk voor China. Voor Tibet vertegenwoordigen zij 27 % van de totale industriële productie. De weinige operationele mijnen geven de regionale staatskas per jaar ongeveer 15 miljoen euro aan belastingen, dat is 6 % van de lokale inkomsten. Zowat 7000 mensen zijn in de mijnindustrie tewerkgesteld, arbeiders, bedienden en kaders samen.[4] Dit laatste alleen al getuigt van de kleine omvang van de mijnindustrie in dit zeer grote gebied.

 Chroom

Er zijn voornamelijk twee mijnen van enig belang momenteel in Tibet. De oudste is de Chroommijn Luobusa, opgestart in de jaren 1980 in het departement Shannan, ten zuidoosten van Lhasa. De mijn is integraal eigendom van Tibet Mining Development, een regionale staatsonderneming, zodat niet enkel de belasting op de winst naar de regionale kas gaat, maar ook de winst zelf. Twee derde van het in China ontgonnen chroom komt uit die mijn. Maar dat volstaat slechts voor 2 % van China’s actuele behoefte. De rest voert China in uit Zuid-Afrika, Kazakstan en Indië.[5] 

 Koper

De tweede mijn van belang is de Yulong kopermijn, in Oost-Tibet nabij de stad Qamdo, zeer recent opgestart, in 2008, met een kleine productie van 2000 ton.[6] De mijn zal echter de tweede grootste van Azië worden.[7] In 2011 zal de jaarproductie 30.000 ton bereiken.[8] De totale reserve ginder wordt geschat op 16 miljoen ton kopererts. Eigenlijk bitter weinig, vergeleken met wat China jaarlijks aan koper invoert: 4 miljoen ton.[9]  De Yulong mijn is een investering van drie Chinese (staats)mijnondernemingen: Qinghai West Mining (58 % van de aandelen), Zijin Mining Group (22 %) en Tibet Mining Development (20 %). Totale investering: 500 miljoen euro.[10]

Voor het ontginnen van koper staan nog een aantal andere kleinere projecten op stapel, maar daar is nog niets voor gedaan. Eén ervan is vrij dicht bij Lhasa, op 70 km, in het kanton Medrogungkar.

 Andere mineralen

 Uranium

Vooreerst het verhaal van het uranium. China heeft in 2007 een handelsovereenkomst voor de invoer van uranium afgesloten met Australië, dat 40% van de gekende werelduraniumvoorraad in zijn ondergrond heeft.[11] Tot op vandaag koopt China zijn uranium, jaarlijks 1.500 ton, in Kazakstan en Canada. De Chinese maatschappij voor atoomenergie onderhandelt ook in Afrika over deelname in mijnen. In Tibet zelf is geen enkele uraniummijn en zijn ook geen ertslagen gevonden. Het enige uranium in Tibet zit in de zoutmeren, als zoutverbinding, in kleine concentraties van enkele gram per liter. Het zou kunnen dat het straks in combinatie met lithium (zie verder) uit het Zhabuye meer gewonnen zal worden, maar dat is niet duidelijk want de techniek staat nog niet op punt, volgens het Internationaal Atoomagentschap.[12]

Toch spreekt de administratie van de dalai lama over ‘rijke en onontgonnen lagen uranium, wellicht de grootste ter wereld’[13] in de provincie Qinghai, die volgens haar deel uitmaakt van Tibet. De 14e dalai lama suggereert indirect dat al dat uranium onbeperkt opgedolven wordt: ‘Mijn land wordt een ecologische ramp door de massale ontbossing en door het excessieve delven naar mineralen’.[14] De dalai lama specifieert niet over welke mineralen het gaat. Maar Tibet Environmental Watch (USA), het Canada Tibet Committee, het Belgische De Vrienden van Tibet en andere organisaties hebben het over ‘ongebreidelde extractie van uranium in wel twintig mijnen (…) de voornaamste bron voor de Chinese nucleaire industrie’.[15] Ook ernstige Belgische journalisten stappen mee in dat verhaal: ‘De bergen die de heilige stad Lhasa omringen, zouden de helft van de wereldreserves van uranium bevatten. Dit en andere ertsen worden overvloedig geëxploiteerd.’[16] Het uranium zou dienen ‘om bommen te maken’ en tegelijk zou massaal radioactief afval in Tibet worden gedumpt. De Chinese overheid houdt het bij één afgedankte ondergrondse opslagplaats voor kernafval buiten de autonome regio Tibet, nabij het Qinghai meer. Dat is ook de enige concrete plaats die de regering van de 14e dalai lama vermeldt.[17] Het uraniumverhaal dateert van 1950. Het stond in een rapport van het Britse Foreign Office dat wereldkundig werd gemaakt door Lowell Thomas. Die was op dat moment in Lhasa actief als journalist voor het Amerikaanse NBC.[18]

DSCN2612.JPG

 

 Een artisanaal "gat" om jade stenen op te delven

 

 Goud

En dan zijn er de verhalen over het overvloedige goud. Volgens een studie in 1939 van het Geologisch Bureau van China waren ongeveer 3.000 goudzifters aan het werk in de regio Yongsheng van de Jinsha rivier, de bovenloop van de Yangzi. “Jin” en “Sha” betekenen “goud” en “zand”. Het zand op de oevers werd gezift. De jaarlijkse totale productie van al die mensen bedroeg…50 kg.[19]

In de jaren tachtig werd het toerisme in Tibet volkomen vrij en het hippe Kathmandu verplaatste zich naar Lhasa. Minder spiritueel waren de duizenden goudzoekers, Han Chinezen en Tibetanen, die op het plateau een paar gram goud wasten uit de riviersteentjes. Zij kampeerden er enkele maanden en wonnen er dan elk enkele honderden euro. Veel van die gebieden werden sindsdien natuurreservaat en de goudrush is dan ook gestopt. In het oude Tibet diende de exploitatie van kleine goudaders hoofdzakelijk voor de bekleding van religieuze beelden, stupa’s en tempeldaken. Er was een weeg- en rekenhof voor het goud onder het gezag van de functionaris van financiën van de dalai lama’s. Een kleine hoeveelheid goud werd opgeslagen als betaalreserve. Toen die reserves ongeveer op waren door de verhoogde uitgaven voor het leger tijdens het bewind van de 13e dalai lama, ging een Tibetaanse missie in Londen goud kopen met een lening. Voor de gouden troon van de huidige 14e dalai lama werd in 1956 eveneens goud buiten Tibet aangekocht, en wel met de opbrengst van een inzameling onder alle gelovigen.[20]

Om riviervervuiling te voorkomen zijn in 2003 de milieunormen voor goudwinning in China streng verscherpt. Toch beschuldigt de regering in ballingschap van de 14e dalai lama de centrale overheid ervan duizenden tonnen goud uit de Tibetaanse ondergrond te stelen en daarvoor tienduizenden Chinese migrantwerkers te gebruiken.[21] Er wordt daarbij verwezen naar potentiële en echte mijnen in de provincies Qinghai en Gansu, zonder die mijnen bij naam te noemen. De 14e dalai lama toonde zich bezorgd omdat de Chinese overheid ook buitenlandse investeerders toelaat goud te zoeken, het culturele erfgoed te grabbel te gooien als het ware, want goud was destijds bestemd voor de kloosters.[22] Onder andere een Canadees en een Australisch bedrijf tekenden in. De overheid wil namelijk overal op Chinees grondgebied de artisanale ontginning van goud technologisch rechtzetten en doet daarbij beroep op de hulp van het buitenland. Die hulp is beperkt, ze bedraagt enkele tientallen miljoenen euro.[23] Ondertussen zijn in Tibet zelf alle goudwinningen stopgezet sinds de opnieuw verstrengde milieunormen van oktober 2005.[24]

Voor China zijn de belangrijke strategische mineralen in Tibet: chroom, koper, magnesium, lood en zink.[25] Er zijn grote aders van ijzererts in Tibet, maar er bestaan gemakkelijker sites in het binnenland van China.[26] Een consortium van ondernemingen onder leiding van Chalco, een Chinees aluminiumbedrijf, voorziet de ontginning van zink en lood in Oost-Tibet, in de regio rond de stad Qamdo. Qamdo wordt de komende vijf jaar uitgebouwd als basis voor non-ferro metalen. 

Er zijn een paar duizend vindplaatsen van mineralen ‘ontdekt’, minder dan 1 % ervan is verder onderzocht. Buiten de twee genoemde grote mijnen zijn er nog een 70-tal zeer kleine mijnondernemingen in Tibet. Slechts ongeveer 10 % daarvan kreeg een productietoelating.[27] De enige koolmijn is sinds 2006 op inactief gesteld.[28]

Lithium voor elektrische wagens

Een project dat vrij vlug van start lijkt te gaan is de winning van lithium in een groot zoutmeer, het Zhabuye meer. De voorraad lijkt er groot en de afnemer wordt een lithiumbatterijproducent BYD uit Shenzhen, die zich meteen voor 18 % inkocht in de toekomstige ontginning.[29] De hoofdaandeelhouder is Tibet Mineral Development (51 %), een regionale staatsonderneming. De lithiumwinning wordt er de grootste van China.

En is er petroleum?

Er is olie gevonden in Tibet zelf. In het Lhunpola bekken in Noordwest-Tibet. Naar schatting 100 miljoen ton. Exploitatie is nog niet begonnen.[30] Tibet verbruikt momenteel 150.000 ton olie per jaar.

De benzine en de diesel voor Tibet komen integraal uit het Qaidam bekken, in het noordwesten van de Qinghai provincie. Qaidam is een barre, dunbevolkte halfwoestijn op 3000 meter hoogte en vijf maal groter dan België. De olie die er wordt gewonnen, vloeit via een lange pijplijn – de hoogste ter wereld − naar Tibet.

Ecologie

Het toezicht op de ecologische impact van mijnen is flink versterkt in Tibet. De centrale overheid vraagt een gedetailleerde voorstudie. Buitenlandse waarnemers, informanten voor buitenlandse deelname in de investeringen, waarschuwen daarvoor: ongeveer 30 % van het investeringsbedrag gaat naar het verzekeren van ecologisch verantwoorde omstandigheden.[31] Zij voegen er aan toe dat dit flink meer is dan in de rest van China.

Als afsluiter misschien nog dit: de Tibetaanse ondergrond staat open voor buitenlandse wetenschappers. China maakt er dus helemaal geen geheim van. Een voorbeeld is de chroommijn van Luobusa. Blijkt dat er daar ook ‘mineralen ontstaan onder hoge druk’ gevonden zijn. Het bekendste voorbeeld daarvan is diamant. Maar ook legeringen van nikkel-ijzer-chroom-koper of magnesiumsilicaten en nog bijzonderheden. Kortom, rare dingen, die daar eigenlijk geologisch niet thuishoren, veel ouder dan de vorming van het chroom. Japanse, Canadese, Amerikaanse geologen worden uitgenodigd om samen met hun Chinese collega’s het fenomeen te bestuderen. Het studieobject? De bewegingen in de mantel van de planeet aarde.[32]

De mineralen van Tibet zijn geen ‘verborgen schat’, maar worden vrij openlijk behandeld. China tast zijn ondergrond trouwens overal af, niet enkel in Tibet. Voor het geheel van zijn grondgebied werden in 2007 ongeveer 10.000 nieuwe ontginningsvergunningen afgeleverd.

 Noot achteraf: in januari 2011 waren er enkele belangrijke congressen in Tibet, een werkcomité van de CCP en het Consultatief Congres. Daar werd overeengekomen om de mijnindustrie in Tibet tegen 2020 te laten groeien tot 30 à 50 % van het Bruto Regionaal Product. Dat is flink meer dan nu (nog geen 15%). Enkel 'serieuze' ondernemingen, met een proper ecologisch palmares, zullen vergunningen krijgen, zo luidt het. Bovendien moeten zij minstens over 6 miljoen euro geregistreerd kapitaal beschikken.  

 



[1] CTIC 13/02/07

[2] De huidige autonome regio Tibet, toch al 2,5 maal Frankrijk in oppervlakte.

[3] 20% van de winst.

[4] Tibet Statistical Yearbook 2008.

[5] 130.000 ton op een totale behoefte van 6 miljoen ton. Hattongrp.com, Dubai, 6/12/2010

[6] Reuters, 15/10/2008

[7] www.mineweb.com, 18 aug 2008.+ CTIC

[8] Xinhua, 19/10/2010

[9] Reuters, 21/6/2010

[10] Xinhua, 19/10/2010

[11] BBC, « China to buy Australian uranium », 3/4/2006.

[12] “unconventional uranium extraction”, website iaea.org.

[13] CTA, (administratie in ballingschap), “Tibet’s Environment and Development Issues”.

[14] voorwoord bij een boek “Tibet, Enduring Spirit, Exploited Land”, Apte Robert en Andres Edwards, USA, 1998. Op te merken: Andres Edwards is in de USA een prediker van de “groene duurzame revolutie”.

[15] Zie hun websites.

[16] Michel Bouffioux, website, 170205, interview met Michel Van Herwegen van “Les Amis du Tibet”, artikel verschenen in Ciné-Télé Revue van 17 febr. 2005.

[17] CTA, idem.

[18] Alan Winnington, « Visa pour le Tibet », pag 145, Gallimard, 1958.

[19] HKCTP juli 2008

[20] Goldstein Melvyn, « A history of modern Tibet, 1913-1951 ».

[21] CTA, idem

[22] interview met Asian Pacific Post, 27/01/2005., waar de 14e dalai lama zich verzet tegen de Canadese betrokken firma.

[23] zoiets als de waarde van een Formule 1 wedstrijd.

[24] China Daily, 14/9/2005.

[25] CTIC 5/12/2010

[26] CTIC 28/12/06

[27] www.resourceinvestor.com

[28] Tibet Statistical Yearbook 2008.

[29] CTIC, 18/09/2008

[30] CTIC, 28/12/2006

[32] ‘ultra-high pressure minerals in the luobusa ophiolite, Tibet and their tectonic implications’, lyellcollection.org

16:08 Gepost door infortibet in aardrijkskunde | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: tibet, mineralen, economie, china, dalai lama

22-04-10

Etnisch gestook rond een Tibetaanse aardbeving

Het internationaal netwerk voor onafhankelijkheid van Tibet probeert de hulpverlening in de door de aardbeving getroffen gebieden in een etnisch keurslijf te steken. Getuige daarvan volgend artikel van ‘International Campaign for Tibet’:

http://www.savetibet.org/media-center/tibet-news/quake-sees-tibetan-buddhist-monks-assert-roles

De toon van het artikel is: “de perverse Chinese han-communisten geven de indruk – wat goed is voor hun publiciteit – van grootse middelen in te zetten voor de hulp aan de slachtoffers van de aardbeving, maar het zijn de Tibetaanse monniken die eigenlijk al het werk doen, omdat de mensen hen vertrouwen en er geen vertrouwen is in de centrale overheid.”

Dit standpunt werd overgenomen door de New York Times en nog enkele andere internationale kranten.

Dat is gewoon schandalig, dat is kadaverfascisme. Excuseer mij het woord. 2000 mensen lieten er het leven, iedereen in China is in de weer om te helpen, daarvan getuigen meer dan één van de contacten, die ik in de streek heb. Ik was in Yushu, het centrum van de aardbeving, in 2005, gedurende een week. Yushu bevindt zich in de Chinese provincie Qinghai, die nooit door de dalai lama’s politiek bestuurd werd. De provincie Qinghai is bevolkt door één derde Tibetanen. De streek van Yushu is voor het overgrote deel bevolkt door Tibetanen.

q560

 

Daar ligt (lag) Yushu

22:37 Gepost door infortibet in internationale dimensie | Permalink | Commentaren (1) | Email dit | Tags: tibet, dalai lama, china, qinghai

05-04-10

Tibet: een bezet land of niet?

(Als beknopt antwoord op iemand, die me die vraag stelde) 

De begrippen "bezetting" en "soevereine staat" zijn moderne begrippen, die er pas kwamen toen grenzen stilaan internationale erkenning kregen (19e en 20e eeuw). Want als we verder teruggaan, dan heeft iedereen wel eens iedereen "bezet". Bovendien zijn grenzen "machtsevenwichtlijnen", zie maar naar Afrika, waar de grenzen niet volkenkundig maar koloniaal "afgespoken" werden. Voor Tibet is dat niet anders. Tibet werd bij het Chinese keizerrijk ingelijfd in de 13e eeuw door de Mongoolse Yuan dynastie en het bleef onder het gezag van Peking al de tijd nadien. Dat "erkenden" alle wereldgrootmachten nog begin 20e eeuw en hun positie veranderde niet tijdens en na de communistische machtsovername. Wie ben ik om dat eventueel "niet te erkennen"?

Dat de grootmachten dit deden was natuurlijk niet uit liefde voor de Chinezen, maar wel uit eigenbelang: de Europese landen en later Japan en de USA kwamen "elkaar tegen" in het China van voor de revolutie, zij hielden er elkaar in evenwicht, zonder onderlinge confrontatie, door gezamelijk China als staat te blijven erkennen en niet op te delen zoals ze met Afrika gedaan hadden. Elk Europees land had een "havenconcessie" (en enkele spoorlijnen) in China. Het meest "gekoloniseerd" was Tibet (ter grootte van de huidige autonome regio), door Engeland, die het als "verboden terrein" verklaarde voor de andere Europeanen (zie A. David Neel). De handel in yakwol was exclusief in Engelse handen en een "onafhankelijk" Tibetaans leger werd door Engeland getraind en uitgerust (wapens, traditionele Engelse klederdracht en blaaskapel). Foto's bestaan van de 13e dalai lama die "zijn" troepen schouwt en de huidige 14e dalai lama schreef in zijn memoires dat hij ze hoorde zingen: "It's a long way to Tipperary". Maar zelfs Engeland bleef Tibet als deel van China "erkennen", als evenwichtsoefening met Rusland, dat het ook deed. Engeland hapte wel voorgoed zuidelijke stukjes weg van Tibet: Ladakh, Sikkim, Bhutan en Arunachal Pradesh. China heeft na de overwinning van de revolutie in 1949 eigenlijk niets anders gedaan dan zijn "internationaal erkende grenzen" te bevestigen: de Europese concessies in het binnenland verdwenen en het Chinese leger verving het "onafhankelijke" Tibetaanse leger, dat zich zonder schieten in de stad Qamdo overgaf in 1951.

Het is natuurlijk zo dat Tibet onder het Chinese keizerrijk een grote autonomie genoot. Benoemingen van lokale hooggeplaatsten moesten bekrachtigd worden door Peking, maar het aantal regelgevingen vanuit Peking was zeer beperkt. Maar dat is nog een heel ander verhaal, ik wou het hier enkel hebben over de begrippen "erkenning" en "bezetting".

 

Er bestaat een lijvige studie in twee delen, samen goed voor 1540 pagina's, over de periode 1913-1955 in Tibet, door een ploeg vorsers rond Melvyn Goldstein (University of California Press, 1989 en 2007 voor het tweede deel), gebaseerd op de geschriften van de lokale autoriteiten van Tibet op dat moment en op de briefwisseling van de Engelse en Amerikaanse ministeries van Buitenlandse Zaken (via hun ambassades in Delhi en Beijing). Daaruit blijkt overduidelijk dat de komst van het rode Leger in 1951 zonder geweld verliep. Jawel. Een Engelse officier, die toen in Oost-Tibet verbleef (Robert Ford) schrijft hetzelfde in zijn memoires (1990). Toch zijn er in 1951 al heel wat Tibetaanse landheren, handelaars en enkele hoge lama's naar India vertrokken, met het idee "wij verliezen hier binnenkort toch onze privilegies".

Ondanks dat voor Tibet zelf, binnen de grenzen zoals het was onder de 13e en 14e dalai lama, overeengekomen was om het lijfeigenschap nog niet af te schaffen voor een onbeperkte periode, werd in de randgebieden (provincie Sichuan), waar - naast anderen - ook Tibetanen woonden, de landhervorming WEL doorgevoerd door het nieuwe Chinese bewind. Dat veroorzaakte ginder een opstand in 1956, onder leiding van landheren, met volkse aanhang. Die rebellen werden onmiddellijk van wapens voorzien... door de USA (Mikel Dunham, "Buddha's Warriors" en Kenneth Conboy "The CIA's secret war in Tibet". Het eerstgenoemde boek kreeg een voorwoordje van de dalai lama, het tweede is een rechtstreekse getuigenis van CIA-veteranen). De rebellen zorgden voor incidenten op 10 maart (precies!) 1959 in Lhasa en het Chinees leger greep in. Daar zijn doden gevallen, niemand weet hoeveel, maar geen 87.000 zoals de dalai lama in zijn memoires schrijft, want de stad Lhasa telde toen slechts 40.000 inwoners.

In elk geval, op dat ogenblik is nog en groot deel van de Tibetaanse elite, met hun knechten en dienaars, in ballingschap vertrokken, culminerend in ongeveer 70.000 personen begin 1960. Nu is het totaal aantal Tibetanen in het buitenland 120.000 (hun eigen cijfers), dat is een gewone natuurlijke aangroei (geboortes). (in Tibet zelf is de bevolking verdriedubbeld sindsdien). Er zijn nu nog Tibetanen die "vertrekken", maar er zijn er evengoed die "terugkeren" (ik ken er verschillende).

Natuurlijk zijn er dingen die voor problemen zorgen in Tibet. Om er één te noemen: Omdat er minder kinderen sterven dan vroeger, hebben de boeren teveel kinderen, teveel voor hun lap grond van 1 hectare. Sommige van die jongelingen trekken naar de stad, waar niet altijd werk te vinden is, of slecht betaald. Kortom, het probleem van teveel boerenzonen in vergelijking met de bebouwbare oppervlakte.

Als slot nog een bedenking. 

Er zijn veel Chinese toeristen in Lhasa, meer dan Japanners in Brugge. Maar in Tibet is slechts 7% van de vaste bevolking Han Chinees. In Frankrijk is 9% Afrikaans: zijn de Fransen "onder de voet gelopen"?

 

 

03-04-10

Verhoogde staatsteun voor Tibet in de komende vijf jaar

Het kan verbazen van op afstand, maar voor wie de laatste dertig jaar enkele malen naar Tibet reisde is het zichtbaar: de levensstandaard verhoogt er zienderogen. Sneller dan in de rest van het binnenland van China. Dat is een gewilde politiek van de nationale overheid. De laatste vijf jaar (2006-2010) verleende Beijing 4 miljard euro ontwikkelingshulp per jaar aan Tibet. Dat is 1 miljard meer dan wat de Belgische staat aan alle ontwikkelingsregio’s samen geeft. Daarbij moeten we in herinnering brengen dat Tibet ‘slechts’ drie miljoen inwoners telt, de jaarlijkse staatsteun betekent iets meer dan 1000 euro per inwoner. Geen enkele regio ter wereld krijgt zoveel steun.

 

Voor de komende vijf jaar verdubbelt China de jaarlijkse hulp aan Tibet, tot 8 miljard euro. De hoofdmoot zal nu naar ecologie, onderwijs, sociale zekerheid en gezondheidszorg gaan. In het verleden was de steun vooral gericht op infrastructuur.

 

De economie van Tibet is sinds dertig jaar 60 maal groter geworden. Voor het geheel van China is dit 70 maal. De inkomens van de mensen zijn ongeveer dertig maal hoger dan dertig jaar geleden. Voor het geheel van China is dit gemiddeld 35 maal. De verdubbelde subsidies zetten een forse inhaalbeweging in gang.

19:13 Gepost door infortibet in economie algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: tibet, china, inkomens

China en India coördineren wetenschappelijk onderzoek in de Himalaya

China en India zullen voortaan samen aan wetenschappelijk onderzoek doen naar het gedrag van de gletsjers in de Himalaya. Dat die zouden verdwenen zijn tegen 2050, is een niet wetenschappelijke kreet geweest van de UNO organisatie, die de klimaatverandering bestudeert. Dat de gletsjers krimpen is althans langs Chinese zijde (de droogste flank van de Himalaya) wel reëel opgemeten, jaarlijks met 10 tot 15m, de laatste twee decennia. Nu gaan China en India hun onderzoek coördineren, dat verklaarde Jairan Ramesh, staatssecretaris van ‘India’s Environment Department’ op 25 maart 2010 (Xinhua). Beide landen hopen er in zekere mate later ook Nepal, Bhutan en Pakistan bij te betrekken.

Een dergelijke regionale samenwerking is tegelijk vrede bevorderend en kan de spanning tussen India en Pakistan rond Kasjmier (nog steeds in het brandpunt) en het Chinees-Indiaas grensgeschil verzachten.

DSCN3977

op de grens met Bhutan

12:50 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: tibet, pakistan, india, himalaya, china, nepal, bhutan

25-02-10

Dalai lama: "de CCP moet op pensioen gaan"

Probeer het scenario te volgen:

* Einde januari 2010 stuurt de dalai lama twee vertegenwoordigers naar Beijing om er met de Chinese Communistische Partij (CCP) te onderhandelen over het statuut van Tibet.

* Op 18 februari laat hij zich publiek ontvangen door Obama.

* Twee dagen later laat hij zich een medaille "Democracy Service Medal" geven door het 'National Endowment for Democracy' (NED), een neefje van de CIA.

* Tijdens die ceremonie, waar hij die medaille ontvangt, zegt hij: "De Chinese Communistische Partij zou beter op pensioen gaan". (AFP).

Drie vaststellingen:

* Hij 'onderhandelt' met een instantie (CCP), die hij eigenlijk niet meer wil.

* Hij provoceert zijn Chinese onderhandelingspartners door te tonen dat hij gesteund wordt door Obama.

* Hij heeft het niet over Tibet, maar over een machtswissel in Beijing. 

18:30 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: china, tibet, usa

01-02-10

Onderhandelingen Beijing – dalai lama, 2010

Einde januari 2010 reizen twee persoonlijke vertegenwoordigers van de dalai lama naar Beijing om er de 10e ronde van onderhandelingen sinds 2002 aan te vatten. De Chinese regering blijft ferm op haar standpunt staan: praten is mogelijk, maar geen maatregelen in de richting van separatisme en geen terugkeer naar een “Groot Tibet” noch naar een politiek klerikaal Tibet. China wil wel dat de dalai lama zijn religieuze rol binnen Tibet heropneemt en dat hij voor het politieke kan meewerken aan het bestaande lokale parlement.

De afgevaardigden van de dalai lama blijven bij hun ‘memorandum’ van najaar 2008, waarin de notie van “Groot Tibet” wel voorkomt en zeer verregaande politieke autonomie, eigen grondwet en partijenstelsel inbegrepen, naast het terugsturen van veel Han Chinezen naar het binnenland van China en het demilitariseren van de regio.

 

Of er een vriendelijke toon zal zijn, kunnen we even toetsen aan een toespraak van Samdhong Rinpoche, hoge lama en ‘eerste minister’ van de ‘regering in ballingschap’ van de dalai lama. Die toespraak hield Samdhong Rinpoche voor de 5e wereldconferentie van “parlementairen voor Tibet” in Rome op 18 november 2009. Dat is dus niet zo lang voor de onderhandelingen. Die heer is meestal veel duidelijker in uitspraken dan zijn ‘staatshoofd in ballingschap’, de dalai lama. Enkele uittreksels om de meedogende toon te tonen, die we van een boeddhistische hoge lama mogen verwachten.

 

“Wij weten allen dat Tibet steunen voor jullie geen materieel noch politiek voordeel brengt, in tegenstelling met onze Chinese onderdrukker.”

“Jullie zijn mensen, die weigeren om neutrale toeschouwers te zijn, wanneer een deel van de mensheid lijdt onder onderdrukking en uitbuiting door een totalitair regime.”

“De situatie in Tibet is erger dan tevoren. De systematische uitzinnigheid tegenover onze beschaving gaat verder. De sinistere politiek van vernietiging van Tibet’s culturele en raciale identiteit wordt met ijver voortgezet. Er is de escalerende demografische agressie, het eindeloze verhaal van diverse vormen van discriminatie, de stijgende golf van martelingen, van moordpartijen en onwettelijke opsluitingen. Er is de nooit geziene woeste aanval op de Tibetaanse taal, cultuur en religie. Er is de harteloze ‘sinizering’ van Tibet en de voortdurende vernietiging van het leefmilieu. Dat alles gaat onverminderd door, meer bepaald na de vreedzame betogingen in al de Tibetaanse regio’s in 2008. Het is niet onnodig om hier de talrijke schendingen van de mensenrechten terug in herinnering te brengen, noch de vernietiging van een cultuur en een beschaving, naast een onontziende uitbuiting van de natuurlijke rijkdommen. Onafhankelijke agentschappen hebben daar voldoende bewijzen en documenten voor geleverd.”

 

Opmerking:  een gewone reiziger naar Tibet kan het tegenovergestelde zien.

 

Samdhong Rinpoche somt dan vier punten op, die volgens hem belangrijk zijn:

 

1. “Zonder de Chinese bezetter zou Tibet zich ook hebben kunnen ontwikkelen, zoals zijn buren Nepal, Bhutan en Myanmar.”

Hoezo? Heeft Tibet onder China dan toch ontwikkeling gekend?

 

2. “Eén vijfde van de Tibetaanse bevolking kwam om tijdens het Chinese bewind, naast de vernieling van cultuur, taal, monumenten en milieu.”

Maar… de bevolking verdriedubbelde in vijftig jaar, er zijn evenveel kloosters en tempels als voor de Chinese revolutie en de Tibetaanse taal heeft og nooit zo gebloeid in Tibet.   

Een licht geoefende reiziger kan dit ook ter plaatse vaststellen.

 

3. “De Chinese overheid haalt meer waarde uit de Tibetaanse ondergrond dan het aan de lokale bevolking teruggeeft. De Chinese overheid zegt dat nooit publiek.”

De overheid zegt dat wel. Artikels, statistieken, buitenlandse contacten getuigen daarvan. De hoeveelheid aan ertswinning is bovendien nog uiterst beperkt voor het ogenblik en in de mijnen is de lokale Tibetaanse overheid meestal hoofdaandeelhouder.

 

4. “Het levensniveau van de meerderheid van de Tibetanen is er niet op vooruit gegaan, zelfs dikwijls achteruit gegaan.”

Een blauwe grove leugen. Regelmatige reizigers kunnen niet anders dan het tegenovergestelde zeggen.

“De Tibetanen zijn een minieme minderheid geworden in eigen land.”

Ook daar spreken de nationale volkstellingen en internationale sociologische onderzoeken dat simpelweg tegen, de Tibetanen maken wel degelijk de meerderheid uit, ook in de regionale regering, administratie en politie.

 

Samdhong Rinpoche heeft nog enkele mooie woorden toegevoegd:

“Onze strijd is er een van waarheid tegen valsheid, van rechtvaardigheid tegen onrechtvaardigheid, van moreel gedrag tegen immoraliteit, van juist tegen verkeerd.”

Slik.

 

En dan nog een eigenaardige analyse van het gedrag van de multinationals:

“Het Chinese totalitaire regime is beter geschikt voor de inplanting van multinationals dan om het even welk democratisch regime. De economische liberalisering in China bevordert het totalitaire regime. Voor de multinationals is het gemakkelijk om Chinese staatsambtenaren om te kopen.” 

Een hint voor de aanwezige wereldparlementairen?

 

Samdhong Rinpoche besluit nochtans ‘cool’:

“Wij hebben altijd geprobeerd om de Chinese overheid met liefde en compassie te benaderen. Onze oppositie tegenover hun daden is niet ingegeven door haat noch boosheid.”

Ook slik.

 

Bij een dergelijk verhaal staan vele Europarlementariërs te applaudisseren.

Nogmaals slik.

De volledige tekst van de toespraak van Samdhong Rinpoche is hier te vinden:

 http://www.tibet.net/en/?id=114&articletype=press&...

Daarnaast misschien dit:

De lokale Tibetaanse regering verstrekt een soort “minimum leefloon” aan alle behoevenden in de regio. Dat gegarandeerd minimum inkomen is de laatste vijf jaar met 30% verhoogd en het ligt 40% hoger dan in de rest van China. Momenteel zijn er nog 10% van de mensen, die daar beroep moeten op doen. Herders en boeren kenden de laatste tien jaar een jaarlijkse stijging van hun netto-inkomen van meer dan 10%. In 2009 werd door de lokale overheid ongeveer 1 miljard euro extra besteed aan landelijke sociale ontwikkeling, onderwijs en consumptiesubsidies inbegrepen.

22:39 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (1) | Email dit | Tags: tibet, dalai lama, china, onderhandelingen