08-04-08

rellen in Tibet: het begon in Brussel

 

Een kalender van acties, die niet op spontaneïteit berusten. En ik heb er zeker een paar tientallen over het hoofd gezien. De "Tibet support" groepen kenden die timing, wij niet. Het begon in Brussel.

Van 11 tot 14 mei 2007 was er in Brussel een internationale bijeenkomst van alle bewegingen die ijveren voor de onafhankelijkheid van Tibet. De 1e minister van de "regering" van de dalai lama, Samdhong Rinpoche, zat de bijeenkomst voor. Normaal zou ook de DL gekomen zijn, maar toevallig was koning Albert in China. 36  verenigingen van Tibetanen in ballingschap en 145  "support groepen" namen er aan deel. Een plan voor acties in de aanloop naar de OS werd er afgesproken. ("Tibetan Bulletin", officieel orgaan van de "regering" van de DL).

26 mei 2007: bijeenkomst van de Europese "Tibet support" groepen in Turijn. Daar wordt besloten de toen al geplande  "mars op Tibet van 10 maart 2008" ten volle te ondersteunen met betogingen. Maar ook: "Een eventuele opstand in Tibet volledig te steunen." (website Phayul, "European support to TPUM").

4 augustus 2007:  lancering in de USA van het "jaar van acties" in de aanloop naar de OS, door International Campaign for Tibet (ICT), met thuishaven Washington, met huiscenten van de Amerikaanse regering (via NED, een mantelorganisatie van de CIA) en met een bureau in Brussel. (zie website ICT). De "avaaz"-petitie is mee door hen gelanceerd.

Augustus 2007: tal van betogingen door de "support groepen" in de USA en Canada. Ook in Nederland. (website ICT).

20 augustus 2007: 170 leden en sympthisanten van de nieuw opgerichte Belgische afdeling van het TYC (Tibetan Youth Congres, belangrijkste fractie onder de Tibetanen in ballingschap)  betogen voor de Chinese ambassade in Brussel onder het motto: "boycot OS".

23-24 juni 2007: harde taal op een seminarie in India vanwege de Tibetaanse leiders in ballingschap. "Ons vreedzaam protest is aan het falen, wij moeten andere wegen zoeken."  (website Phayul).

4 januari 2008: oprichting TPUM (Tibetan People's Uprising Movement) om, zoals ze zelf zeggen "de geest van de opstand van 1959 opnieuw in daden om te zetten". Het geheel van het Tibetaans "parlement" in ballingschap maakt deel uit van die beweging. (website TPUM).

22 januari: oproep van dalai lama tot "betogen in aanloop naar de OS", op de Engelse televisie ITV.

Februari  2008: intensieve vorming in "actiecoördinatie" voor 40 kaders van TPUM. Eén van de lesgevers is de hoofdredacteur van "Voice of Tibet", gesponsord door de USA. Eén van de vormingsteksten is een recent naar het Tibetaans vertaalde CIA-handleiding van "hoe dictaturen doen vallen", voordien gebruikt in Oost-Europa. (website Phayul). 

Een zeer virulente toespraak van de DL op 10 maart 2008, dag van de herdenking van de mislukte opstand in 1959. (zie zijn eigen website). De hevigheid van het taalgebruik staat in contrast met de enkele jaren ervoor.

Maart: pamfletten, cd's en vlaggen naar Tibet gesmokkeld en uitgedeeld, door TPUM. (Xinhua).

8-9-10 maart: betogingen voor de Chinese ambassades in Europa, India, Nepal,  USA en Canada. Die betogingen waren aangekondigd vanaf midden januari en gaven als  info "link": TPUM.

10 maart: start van de "mars op Tibet" door TPUM, vanuit Dharamsala.

10 maart: 300 monniken de straat op in Lhasa

14 maart: de dodelijke rellen van Tibetaanse jongeren tegen de Han en Hui Chinezen.

14 tot 21 maart: mondiale desinformatie over het "optreden van het Chinese leger", gestart door ICT, Radio Free Asia en Voice of Tibet. (zie hun "net").  

Na 21 maart: mondiale desinformatie over het "opsporen, doden en vervolgen" van de opstandelingen, door dezelfde kanalen. (idem)

18 maart: vrijgave van een rapport van het USA State Department over de schending van de mensenrechten in China.

21 maart: het bezoek van "USA nummer drie" Nancy Pelosa aan de DL in Dharamsala.

Einde maart: RSF (eveneens gesponsord door het Amerikaanse NED) werpt zich voor de camera in Athene.

April: nieuw rapport van Amnesty International over de schending van de mensenrechten in China, met een bijlage over de onderdrukking van de Tibetaanse opstand.

6 april: "free Tibet" werpt zich op de vlam in London.

7 april: "free Tibet" dooft de vlam in Parijs en RSF beklimt de Eifeltoren.

6 april: De DL, in een brief aan "alle" Tibetanen: "Ik ben triestig en ongerust over de keuze van wapens vanwege de Chinezen om de geweldloze uitingen van de verlangens van het Tibetaanse volk in de kiem te smoren en aldus vele doden te veroorzaken, naast schade en trauma's in het algemeen." "Ik vraag aan de Chinese autoriteiten om alle repressie te stoppen, politie en leger terug te trekken uit alle Tibetaanse gebieden. Als dit het geval wordt, wil ik aan de Tibetanen vragen om te stoppen met betogen." (website DL).

20:09 Gepost door infortibet in rellen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: onafhankelijkheid, tibet, dalai lama, china, geweld, usa, cia

28-02-08

David-Neel en het "harmonieuze Tibet" van weleer

 

Alexandra David-Neel wordt zowel door voor- als tegenstanders van de onafhankelijkheid van Tibet geciteerd als referentie, vanwege haar vroege en lange reizen in Tibetaanse gebieden. Haar geschriften droegen in een hoge mate bij tot een betere kennis in het Westen van het boeddhisme in het algemeen en het Tibetaanse boeddhisme in het bijzonder. Tegelijk is David-Neel niet de aanbidster van de « harmonieuze Tibetaanse samenleving », zoals menig actuele bewonderaar - in onze westerse wereld - van het Tibetaanse boeddhisme nu wel is. Het is de huidige dalai lama die de notie van "harmonie van weleer" mee helpt verspreiden in het Westen, tal van zijn interviews getuigen daarvan. David-Neel geeft in haar werken een briljante nuchtere kijk op het dagelijkse leven in het oude Tibet, een nauwkeurige momentopname begin 20e eeuw.

Enkele passages uit  "Au pays des brigands gentilshommes"[1]

Bij het binnenkomen van de gebieden in de provincie Gansu, bewoond door Tibetanen, noteert D.N.: "De vage veiligheid in de onmiddellijke omgeving van de Chinese autoriteiten houdt hier op. Men heeft ons herhaaldelijk gewaarschuwd dat bvb in nauwe kloven voorbijgangers geregeld beroofd worden tot zelfs in stukjes gehakt worden." (p.30).

"Wanneer iemand ongemerkt de muilezels steelt van slapende reizigers, mogen die reizigers achteraf het recht niet zelf in handen nemen, anders volgen er ongecontroleerde schermutselingen, waar geweren spreken. Betrappen op heterdaad is anders." (p.38).

 "De dorpelingen die ons herbergen hebben de neiging ons iets te ontfutselen. Omgekeerd is dit evengoed het geval. Bepaalde reizigers vertonen geen scrupules om hun arme gastheren te beroven van wat gesponnen wol of van een stuk gedroogd vlees, wat boter of tsampa en soms van schoeisel." (p.39).

Bij het opslaan van haar tent wordt DN op een bepaald moment geconfronteerd met een weigering vanwege lokale Tibetanen. Zij beveelt haar escorte om één ervan een klap te geven. "Er zijn slechts minuten nodig om de lokale mensen tot geweld te bewegen. Sla eerst, anders krijgen wij de klappen."  "De Tibetanen houden van krachtsvertoon. Zonet toonden wij ons mannetje te kunnen staan." (pag 105).

"Je moet altijd op je hoede zijn in dit land." (p.109), bij het naderen van een dorp.

yushu 05 (180)

op traditionele feesten is geweerschieten vanop het paard nu nog een geliefd vaardigheidsvertoon.

Daarentegen, te gast bij een rijke familie, schrijft D.N het volgende (ibidem, pag 70 e.v.):

(Het gaat om de ouders van de jonge abt van het Lhabrang klooster in de provincie Gansu. Zij wonen in een soort paleis vlakbij het klooster. Dit laatste was een tijd tevoren quasi volledig vernield door de lokale krijgsheer van die tijd, wat niet belette dat de familie van de abt nog in weelde leefde). "Wij moesten ons niet schamen van slokoppen te zijn tijdens het avondmaal, want de hoeveelheid bereide schotels oversteeg meer dan tweemaal ons eetvermogen. De maaltijd was klaargestoomd door een Chinese kok, wat garant stond voor ‘haute cuisine' bij de Tibetanen, net zoals een Franse kok bij ons. Een belletje deed hem de gerechten aanbrengen. De schotels waren van zilver. Er was vlees, vis (weg met de mythe dat de Tibetanen geen vis aten, nota), groenten allerlei, stoofpotjes en dumplings. De rijst was geparfumeerd met rozijnen uit Corinthië en de soep kwam laatst, op zijn Chinees. Als toemaatje kregen wij Chinese en Westerse  koekjes. De maaltijd duurde van ‘s middags tot zes uur ‘s avonds." Noteer wel dat het om de familie ging van de abt van het klooster, die trouwens ook deelnam aan het festijn.


[1] Pocket uitgave, Editions Plon, rééd 1980.

05-02-08

Het “Schaduwcircus: de CIA in Tibet”, een documentaire herbekeken

De film dateert van 1998 (niet zo oud) en werd gerealiseerd door de Tibetaanse Ritu Sarin en haar echtgenoot (beiden in het buitenland). Hij werd ondermeer getoond op BBC en op de Duitse televisie. Hij kreeg een festivalprijs in de USA. Gepensioneerde CIA officieren, Tibetaanse ex-rebellen en de huidige dalai lama (verder: 14e dl) komen aan het woord. Het herbekijken waard om te vergelijken bvb met het recentere boek "The CIA's secret war in Tibet" (2002) van Kenneth Conboy en James Morrison (Modern War Studies, University of Kansas).

Enkele elementen uit de film:

* Alles begon met de landhervorming in 1956 in de Tibetaanse gebieden in de provincie Sichuan. De lokale elite nam het niet. (noot: in Tibet zelf was overeengekomen om het grootgrondbezit niet af te schaffen zonder instemming van de 14e dl, maar de Tibetaanse bevolking in Sichuan viel niet onder die regel. De grootgrondbezitters onder hen werden in 1956 onteigend en gingen op de vlucht of in het verzet. Terwijl het Chinese bestuur de elite van Lhasa aan hun kant probeerde te krijgen, joegen ze die in Sichuan tegen hen in het harnas. Een historische fout, zou blijken).

* Een interview met Atha Norbu, ex-rebel. Werd gerecruteerd voor rekening van de CIA door de broer van de 14e dl. Hij is de enige overlevende van de eerste groep rebellen die een training kregen op het eiland Saipan. Ook de eerste geparachuteerde, toen nog in de omgeving van Lhasa.

* ex-CIA-ers aan het woord: Ken Knaus, Roger MacCarthey (leidde Saipan en de "Tibetan Task Force" in het algemeen), Frank Holober, Bruce Walker (die zei dat de Tibetaanse bannelingen de USA vroegen Tibet binnen te vallen, zoals in Korea).

* de rebellen hadden in 1958 een basis in Zuid-Tibet. Zij zullen de vlucht van de 14e dl organiseren. De vlucht was gepland door de kamermeester van de 14e dl samen met de CIA. Gedurende één week wist de CIA precies waar de 14e dl was, via radiocontact. Bij zijn aankomst in India stond een massa mensen hem op te wachten. Hij zag er prima uit op de archiefbeelden (de filmploeg was onderweg al aanwezig).

* De USA bracht 259 Tibetaanse rebellen over naar een kamp in Colorado (USA) voor guerrillatraining. Interviews met Tenzin Tsultrim (momenteel nog parlementslid van de regering van de 14e dl) en Thinley Phaljor. In '59-'61 werden groepjes rebellen boven Tibet of aanpalende gebieden geparachuteerd, naast talrijke wapendroppings. Onder hen een monnik, Bapa Legshay. Zij hadden cyanide capsules bij zich om zich niet levend gevangen te laten nemen. Dechen, een andere geparachuteerde: "Wij konden niet op tegen de Chinezen."  Wat betekent dat zij geen hulp van de bevolking kregen. Begin 1961 was de laatste parachutering. Onder hen Bhusang. Zij werden vrij snel omsingeld door het Chinese leger. Hij kreeg zijn cyanide capsule niet op tijd naar binnen en spuugde ze uit toen hij tegen de grond gekwakt werd. Zijn companen hadden de capsule wel naar binnengewerkt. Hijzelf zat 20 jaar in de gevangenis in Tibet, daarna week hij uit naar India.

* De CIA startte in 1961 een nieuwe operatie, in Mustang, waar ze 2000 Tibetanen verzamelden  en bewapenden onder leiding van de monnik Baba Yeshi. Bedoeling was de vrachtwagencolonnes op de weg van Lhasa naar Xinjiang te bestoken. Interviews met Acho, Lhamo Tsering (minister van veiligheid in de regering van de 14e dl van 1993 tot 1996), Tendar (die een raid op een vrachtwagen filmde).

* 1969: gedaan met militaire steun. Het wapentuig in Mustang werd zelfs sinds 1965 niet meer vernieuwd of uitgebreid. De ontgoocheling was groot bij de strijders van Mustang, enkelen pleegden zelfmoord. De USA: "geef ze nog enkele jaren wat geld." Het grootste deel werd overgebracht naar een kamp in Nepal, waar ze, buiten wat tapijten weven, weinig te doen kregen. Een deel leeft er nu nog.

* De gepensioneerde CIA-ers: "Wij faalden, zelfs al was het de beste USA-interventie in die tijd."

* De 14e dl, in een interview met de filmmakers, op een vraag over "geweld": "Als het doel goed is kan de methode om het te bereiken gewelddadig zijn. De enige vraag is: is het wel praktisch? Aan de vrijheidsstrijders heb ik in 1970 gezegd: verzaak aan geweld, jullie zijn niet genoeg in aantal tegenover de Chinezen."

 "The Shadow Circus: the CIA in Tibet"

Ritu Sarin & Tenzing Sonam, a White Crane Films Production for BBC, 1998. Is ook op DVD beschikbaar.

 

15:41 Gepost door infortibet in geschiedenis 20e eeuw | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: tibet, rebellen, cia, dalai lama, china, usa, geweld

10-06-07

de scouts van Ladakh en oorlog in het algemeen

Sinds 1999 zijn de volgelingen van het Tibetaanse boeddhisme in Ladakh verwikkeld in de Indisch-Pakistaanse oorlog om Kashmir. De moslims van Kashmir verdreven de hindoes maar botsen nu op de Tibetanen. Die wijken niet en zijn trouwens goed bewapend. Sinds begin jaren zestig werden door de broer van de 14e dalai lama Tibetaanse vluchtelingen gerekruteerd om dienst te doen in een speciale legerbrigade, de Special Foreign Forces (SFF), totaal 10.000 soldaten. De dalai lama zelf heeft zijn stem in de beslissing waar die ingezet worden. Oorspronkelijk bedoeld om commando-opdrachten uit te voeren in Tibet, dienen ze nu vooral als grenstroepen van India. De Tibetaanse soldaten van het SFF zaten, met de goedkeuring van de dalai lama, in de voorlinie bij de Indiase aanval in 1971 op Oost-Pakistan, dat toen Bangladesh werd. (*). Tegenwoordig zijn er 4.000 manschappen van de SFF in Ladakh gestationeerd, vlakbij Kashmir en voeren regelmatig slag met moslimsmilities. De dalai lama ging ze persoonlijk zijn zegen geven in 1999, in Leh, de hoofdstad van Ladakh. (**).

Op een persconferentie in Straatsburg, na zijn toespraak voor het Europese Parlement in oktober 2001, betoonde de 14e dalai lama zijn steun aan de Amerikaanse bombardementen in Afghanistan: “Ik bewonder het feit dat de Amerikanen zorgvuldig hun doelwitten uitkiezen met een maximum aan voorzorgen om burgerslachtoffers te beperken. Dat lijkt mij een beschaafdere vorm dan tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, of tijdens de Korea- en Vietnam oorlog.” Hij voegt eraan toe: “Bommen kunnen enkel fysieke dingen uitschakelen, geen denken noch emoties. Praten en overtuigen is de enige oplossing op lange termijn.” (***). Dat levert hem een banbliksem op van Elton John, die jarenlang naar hem opgekeken had: “forget the f---ing dalai lama, it’s a f---ing joke. Waar zit die man met zijn vredesboodschap, wanneer oorlogen altijd maar erger worden? F---ing nowhere to be seen”. (****).

Over de oorlog in Irak wenst de dalia lama geen veroordeling uit te spreken. In een interview net na zijn ontmoeting met ondermeer Bush, Powell en Cheney: ”Het is te vroeg om te zeggen dat de oorlog in Irak een vergissing was. De geschiedenis zal dat uitwijzen. Terrorisme is de ergste vorm van geweld, dus moeten wij wel antwoorden, wij moeten tegenmaatregelen treffen. Ik geloof in principe in geweldloosheid als beste oplossing. Maar sommige oorlogen kunnen goed zijn. De Vietnam oorlog was een vergissing, terwijl de Koreaanse oorlog en de Tweede Wereldoorlog de rest van de beschaving en de democratie beschermden. En de Afghaanse oorlog was een soort bevrijding voor de bevolking, die veel geleden had onder de vorige regimes. Maar de oorlog in Irak is ingewikkelder en vraagt tijd om te beoordelen.” (*****). Iets later verklaart hij nader wat hij bedoelt met zijn oordeel over Korea en Vietnam: “De oorlog in Korea was toch een halve overwinning, terwijl die in Vietnam te veel doden veroorzaakte en geen resultaat opleverde” (ARTE). Hij moet bedoeld hebben dat de Amerikanen de laatste verloren. Op de verjaardag van 11 september riep hij het Amerikaanse volk op om hun verdriet tot “innerlijke sterkte” om te vormen. Innerlijke sterkte en uiterlijke kracht zijn één in het Tibetaanse boeddhisme en verwijzen naar de strijders van het mythische Shambala koninkrijk, die met superieure moraal en superieure wapens het Rijk van het Kwaad verslaan. Vertaald zou dit kunnen klinken als “een chirurgische oorlog tegen de As van het Kwaad”. (*) WTNN, World Tibet Network News, 8/1/2003(**) PNS, Pacific News Service, 31/7/2001(***) Agence France Presse, Strasbourg, 24/10/2001  (****) ABC news 17/10/2001(*****) AP, Associated Press, New York, 11/9/2003

29-04-07

een etnische oorlog

In een interview met “Der Spiegel” van 26 maart 2007 zegt de 14e dalai lama: “Het gevecht rond Tibet is er een is tussen twee etnische groepen. Deze strijd zal blijven doorgaan na mijn dood.”

Op 27 maart staat in “Der Spiegel” een interview met Kelsang Phuntsok (45j), voorzitter van het Tibetaanse Jeugd Congres, die een belangrijke vertegenwoordiging hebben in het Tibetaanse parlement in ballingschap. Hij zegt: “Streven naar een autonomie ( de ‘middenweg’ zoals de 14e dalai lama die nu predikt), is een kapitale fout. Wij willen onafhankelijkheid. Het begrip ‘geweld’ is voor ons geen taboe. Voor ons is het de eenvoudigste zaak ter wereld om een Chinees te doden. Maar in deze fase dient het tot niets.”

“Etnische oorlogen” zijn op zijn minst verdacht. Er zit altijd een ander belang achter, economisch en geopolitiek. Waarom herleidt de 14e dalai lama het probleem Tibet tot een “etnisch conflict”? En waarom houdt zijn regering in ballingschap het gewapende alternatief open?

troepen dl
In 1974 schouwde de 14e dalai lama nog zijn troepen in India.

 

28-12-06

De 14e dalai lama per trein naar Tibet?

Lhasa eindstation. Gloednieuw, flink buiten het stadscentrum, waar een boerendorp een even gloednieuw stadje geworden is . Sinds 1 juli sluit Lhasa aan op het Chinese spoorwegnet en kan per dag een paar duizend reizigers en ettelijke tonnen goederen in beide richtingen verwerken. De ontsluiting van de Westhoek? Gedaan met de colonnes dieselrook pruttelende vrachtwagens op het vijftal wegen dat naar Lhasa leidt? Een Chinese invasiemachine of een rollende pelgrimskaravaan?

Wie mag er op de trein naar Lhasa?
De prijzen voor een boeddhistische gelovige uit Xining, hoofdstad van de provincie Qinghai, om nu naar Lhasa te reizen zijn binnen zijn betaalbereik: 50 euro voor een traject van 2000 km in een comfortabele slaapplaats. Het kan goedkoper in een zetel voor 30 euro. In elk geval met minder kastijding dan dezelfde afstand te voet en neerknielend af te leggen. Wij gaan ook niet allen te voet naar Compostella. De 14e dalai lama vreest echter dat er teveel Chinezen de trein zullen nemen. Hij zegt het als goddelijk diplomaat redelijk voorzichtig, maar zijn regering in ballingschap zegt het duidelijker en zijn internationaal netwerk zegt het vrij krachtig. Eerst de 14e dalai lama: “Indien er geen verborgen politieke motivatie in de trein zit, kan die goed zijn voor Tibet. Maar als de trein de Chinese kolonisatie bevordert of het ecologisch evenwicht verstoort wordt hij een ramp voor Tibet.” (1). In deze brave uitspraak zit er al minstens één geopolitieke stelling van hemzelf in: ‘Tibet is nu al een kolonie, die door de trein kan bevorderd worden’. Daar kan een boek over geschreven worden. Dit zomaar meegeven in kleine losse uitspraken is een wereldklimaat creëren, waarin  dit zonder nadenken noch onderzoek communicerend genuttigd wordt. Een kolonie is iets dat men uitbuit. Terwijl de Chinese overheid gedurende 55 jaar niets anders deed dan er veel geld en hulp instoppen. Het lokale Tibetaans budget is voor 90% centrale overheidssubsidie. Daar kan Wallonië alleen maar van dromen. De Tibetaanse boer of herder betaalt geen cent belasting. Dat moest hij wel doen aan… de dalai lama, vooral in natura en voor een deel in centen als hij er had. De koopkracht van de gemiddelde werkende Tibetaan was in de jaren vijftig ongeveer nul, hij kon net in leven blijven met een beetje gerst, wat yakboter en een zeldzaam stukje schapen- of geitenvlees, uit eigen opbrengst. Nu kan hij een huis bouwen met een minimum aan sanitair, zondagse kledij kopen, per moto rijden en een zonnepaneel installeren. Bovendien is onderwijs en gezondheidszorg vrijwel gratis, wat stukken beter is dan in de rest van China. Zoiets kan moeilijk een klassieke “kolonisatie” genoemd worden. In alle “klassieke” Europese kolonies werd de lokale bevolking als werkslaaf ingeschakeld om tonnen grondstoffen naar het noorden te verschepen. De inheemse economie stortte in, de bevolking verarmde en epidemieën en hongersnoden dunden ze uit. Enkel de kerk bracht hier en daar wat zalf mee. Dit kan van Tibet niet gezegd worden. Er is geen massale grondstoffenuitbuiting en bovendien is de regio financieel autonoom: wat ginder geproduceerd wordt komt in het lokale budget terecht. En zoals gezegd, een budget dat nog voor 90% staatssubsidie vanuit Beijing is.
Maar de 14e dalai lama wil zelf terugkeren, met de vrije markt en de westerse democratie in het bagagerekje (2). Wie zal wie koloniseren? Hij wil ook alle daar aanwezige Chinezen op de trein richting Beijing zetten, voorgoed (2). En dat zijn er veel meer dan er Serviërs verspreid leefden in ex-Yougouslavië. Want de 14e dalai lama heeft het over een gebied dat drie maal groter is dan het huidige Tibet en waar al eeuwen verschillende volkeren gemengd samenleven. Kortom, hij wil nu geen of weinig Chinezen op de trein, anders moet hij straks nog méér retourkaartjes betalen. De trein op zich mag er volgens hem zijn, als technische vooruitgang, maar zonder Chinezen (1). Het is gemakkelijk te begrijpen waarom de trein op zich welkom is: de lijn ligt volledig op het grondgebied van zijn begeerd “Groot Tibet”. Een aangename reis voor hem, van het Kumbum klooster in Xining, zijn geboortestreek, naar het zomerpaleis in Lhasa, beter dan kouwelijk te paard zoals vroeger. Dat zegt ook letterlijk de Amerikaan John Ackerly, de directeur van het ICT (International Campaign for Tibet): “deze spoorlijn kan op termijn enkel goed zijn voor de Tibetanen als ze zelf baas worden over zowel de lijn als het land dat ze doorkruist”(3). Dit komt neer op annexatie van de provincie Qinghai bij “Groot Tibet” (4). De erevoorzitter van ICT is de gepolijste acteur Richard Gere. Uitvoerend voorzitter is Lodi Gyaltsen Gyari, hoge geestelijke van de Tibetaanse invloedrijke aristocratische familie Gyari en vertegenwoordiger van de 14e dalai lama in de USA. In de raad van beheer en onder de stafmedewerkers van ICT vinden we verschillende ambtenaren van de Amerikaanse staat. Ackerly zelf was agent voor de USA in Roemenië om er de dissidentenbeweging te steunen om Ceaucescu letterlijk te doen vallen (5). Richard Gere pleegde ook een artikel, waarin hij de trein beschrijft als een “rampsituatie in volle duisternis”(6). De teneur van het artikel is: ‘Het was er al zo slecht en nu nog dit!’. De trein brengt volgens hem en volgens het gehele internationale netwerk rond de 14e dalai lama “een verhoogde Chinese militaire aanwezigheid in Tibet” met zich mee. Alsof de Britse soldaten per TGV in 1e klas slaapcouchettes van London naar Bagdad reisden. Als China gelijk waar op zijn grondgebied militairen stationeert, vervangt of opleidt, dan staan zij niet eerst aan het loket ergens in een station aan te schuiven. Wie mag dus de trein nemen naar Lhasa? Geen Chinezen en zeker geen soldaten, alleen Tibetanen. Wij gaan de Polen in Brussel verbieden om de trein naar Lourdes te nemen, anders gaan ze daar alle lekkende kraantjes repareren en dat is cultuurgenocide. Richard Gere spreekt van de “schending van de heilige grond in Tibet”, waar nu rails op liggen. En Dhondup Dolma Bhartso, stafmedewerkster van het kantoor voor Buitenlandse Zaken van de 14e dalai lama schrijft dat de yakkuddes zullen schrikken bij het zien van de trein (7). Het kan belachelijk klinken, maar het wordt ernstig geschreven, door hooggeplaatsten rond de 14e dalai lama, betaald verspreid en sektarisch geloofd.

De radicale arm van de 14e dalai lama wil een boycott
De Tibetaanse jeugdbond (Tibetan Youth Congress) is de grootste politieke formatie van de Tibetanen in ballingschap. Zij noemen zichzelf een NGO. De voorzitter Kalsang Phuntsok Godrukpa kijkt wel tegen zijn zestigste aan, hij was er al bij van in het begin in 1970. We vinden andere belangrijke elitemensen terug: Lodi Gyari (ICT, USA) was één van de vier oprichters; Samdong Rinpoche, de huidige eerste minister van de 14e dalai lama, was op zijn éénendertigste vice-voorzitter van de jeugdbond in 1970, samen met de zus van de 14e dalai lama, Jetsun Pema, toen ook al de dertig voorbij. Het is niet zomaar een “radicale oppositie” tegen de zo vreedzame 14e dalai lama. Het waren en zijn vertrouwelingen van hem. Radicaal zijn ze, want in hun basistekst staat als één van de vier hoofdlijnen van hun politiek: “totale onafhankelijkheid van Tibet, zelfs als dit levens moet kosten” (8). Dat laatste is een eufemisme voor “zelfs met geweld”. Zij vormen het tweede gezicht van de 14e dalai lama. De trein willen ze boycotten en betoogden in Delhi en Mumbai voor (en in) de Chinese ambassade of consulaat. Er waren schermutselingen met de Indiase politie en enkele tientallen verdwenen voor een paar dagen of weken in de cel, waaronder de 40-jarige vice-voorzitter van TYC jeugdbond, Lobsang Yeshi. De TYC wil betere en meer wegen naar Nepal en India in plaats van de spoorlijn, als het maar weg van China is. Het internationale netwerk van “Tibet support” groepen is tegen trein-, weg- of vliegverbindingen met China. Vergrendelen van de grens met China: een muurtje bouwen op het dak van de wereld. Wellicht is het eerste gevaar niet een brug die inzakt onder de gesmolten en bewegende ondergrond, maar een springlading van het TYC. De oproep tot boycott werd verlengd in de USA door het ICT, je weet wel: dat van Lodi Gyari en de Amerikaanse staat. Aanbeveling aan alle economische entiteiten in de USA om geen enkele technische noch financiële steun te geven aan de bouw van de spoorlijn en alles er rond. Maar de Canadezen hielpen China met het bouwen van wagons uitgerust met luchtdrukregeling. Wat Dhondup Dolma Bhartso, de ernstige experte van de administratie van de 14e dalai lama, doet zeggen: “toeristen worden als in een vliegtuigkooi vervoerd, zonder voeling met de werkelijkheid van het plateau” (7). ’t Is nooit wel.

Toeristen welkom… bij de Tibetanen
Thubten Samphel, van het departement van informatie en internationale relaties van de 14e dalai lama, verwelkomt buitenlandse toeristen in Tibet, geen Chinese. Ze mogen met de trein komen (1). Hij zegt: “Het toerisme kan in zekere mate gefilterd worden om het direct bij de Tibetanen te brengen.” In klare taal betekent dit een advies aan buitenlandse toeristen om zoveel mogelijk “officiële” agentschappen te mijden, te slapen in 100% zuiver Tibetaanse hotels, te kijken of de kok in een restaurant een Chinees gezicht heeft of een Tibetaans alvorens te bestellen en Japanse 4X4 wagens uit te kiezen als ze maar een Tibetaanse chauffeur hebben. Dat zegt een woordvoerder van de 14e dalai lama, vol compassie. Terwijl racisme aanstuurt op oorlog. Deze boodschap wordt door het gehele internationale netwerk van de 14e dalai lama overgenomen. Je vindt het bij de Tibetgroepen in ons land, in Frankrijk, Duitsland, e.a. bij de vleet. Ooit gezien in een Tibet-info tijdschrift in België: een foto van één enkele ingedommelde Chinese soldaat op de trappen van één of ander cultureel monument in Lhasa, met als ondertitel: “de militarisering van Tibet”. Want toeristen worden ook aangemaand om foto’s te nemen van “troepenverplaatsingen”. Het voorbeeld in kwestie kon moeilijk “verplaatsend” genoemd worden en nog minder “troepen”.

De spoorlijn: een bagatel?
Uiteraard niet. Het is een technisch gedurfd en letterlijk hoogstaand project. Het heeft politieke, economische en sociale bedoelingen. Alles wat de mens construeert heeft dat. Turkije of Roemenië bij Europa brengen heeft dat ook. China investeert een massa geld in de spoorlijn. Dat bevestigt de nationale eenheid (in verscheidenheid), brengt diversificatie van de economie mee, zorgt voor werk, vergemakkelijkt de handel. Wat is daar slecht aan? Nostalgici hier dromen van een ongeschonden oerras. De Duitsers dachten zelfs dat het Ariërs waren, afkomstig van de Indo-europeanen die de oude Indus cultuur vernietigden. Mis, het is een volk verwant aan de Chinezen. Tibet treedt de moderne wereld binnen, of we dat nu willen of niet. Eigenlijk wil de 14e dalai lama dat ook, maar dan in de moderne westerse wereld, niet in de Chinese. De spoorlijn is een dwarsligger.

(1) DPA, interview met Duits persagentschap 30/6/2006  
(2) “Tibet: A Future Vision” van Samdhong Rinpoche, hoge geestelijke, door de 14e dalai lama in 1991 aangesteld als voorzitter van het parlement van de Tibetanen in ballingschap en sinds 2001 eerste minister. De 14e dalai lama schreef zelf in 1992 de grote lijnen van de basistekst “A Future Vision” en Samdhong Rinpoche vulde de details in en publiceerde een uitgebreide tekst in 1996. In interviews heeft de 14e dalai lama het over de “uitroeiing van het Tibetaanse ras door de massale aanwezigheid van Han Chinezen.” En “culturele assimilatie of genocide” (Barry Sautman in Contemporary Tibet, USA, 2006).   
(3) The Wall Street Journal Asia, 30/06/06. Het artikel is overgenomen in het “Tibetan Bulletin”, het officiële blad van de administratie van de 14e dalai lama in India.
(4) De bevolking van Qinghai bestaat ongeveer uit één derde Hui (moslimminderheid), één derde Han en één derde Tibetanen, naast nog wat kleinere groepen zoals Mongolen, Tu, Kazakken en nog een paar hele kleintjes. De spoorlijn Xining-Lhasa ligt voor 3/4e in Qinghai.
(5) website ICT, kort curriculum Ackerly (we mogen aannemen dat een volledig curriculum nog wat meer zou tonen).
(6) The New York Times, 17 juli. Eveneens overgenomen in het blad van de 14e dalai lama (juli-nummer). 
(7) Tibetan Bulletin, administratie dalai lama, juli
(8) website TYC

spoor