17-04-12

De waterhuishouding in China : gigantische projecten, die minder in het oog springen

Met 21% van de wereldbevolking beschikt China slechts over 6% van de zoetwatervoorraden van de wereld. De laatste vijf jaar verhoogde de bevolking met 50 miljoen. Tegelijk kromp de beschikbare watervoorraad met 11%. Nog ongeveer 300 miljoen mensen hebben geen toegang tot veilig drinkwater. Daarnaast is er ook de nodige irrigatie om genoeg voedsel te produceren. China is eveneens benadeeld in beschikbare landbouwoppervlakte (15% van zijn oppervlakte en slechts 7% van het wereldtotaal). Ongeveer een derde van de velden genieten van irrigatie in dit algemeen genomen vrij droog klimaat (extreem in het noorden). Momenteel slaagt China erin om zijn immense bevolking te voeden, maar de waterhuishouding voor de komende decennia wordt cruciaal om honger of massale import te vermijden.

De budgetten, die het ‘ministerie van water’ krijgt stijgen daarom fenomenaal: 30 miljard euro in 2010, het dubbele in 2011 en 450 miljard euro voor de periode 2011-2020. Dit zijn duizelingwekkende cijfers (vergelijk maar met de bedragen die Europa voorziet om zichzelf economisch te redden, die niet veel hoger liggen. In China is dat enkel voor ‘het water’). De projecten zijn veelzijdig: reservoirs aanleggen of verbeteren, waterzuivering en hergebruik, ontzilting van zeewater, een zeker overtollig debiet van de bovenloop van de Yangzi (Blauwe Stroom) en zijn bijrivieren naar het noorden kanaliseren, overstromingen van velden voorkomen, veilig drinkwater in alle dorpen.

 

Bron: China Daily – Europe, 9-15/3/2012

18:41 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: china, energie

16-05-11

De vissen van Tibet

De Tibetanen eten weinig of geen vis, vooral de oudere mensen niet. Er is iets sacraals aan vissen.

 

De lichamen van overleden personen worden nog dikwijls aan de rivieren toevertrouwd, dus aan de vissen. Die worden aanzien – zoals de gieren trouwens – als de ‘bevrijders’ van de geest, die het lichaam bezielde.

Toen het Rode Leger in 1951 Tibet binnentrok, hadden de soldaten het strikt bevel gekregen om geen vis te vangen en er ook geen te verkopen, uit respect voor de lokale traditie. Toch bestonden en bestaan er traditionele Tibetaanse vissers, vooral op de rivieren. Hun bolle bootjes waren vervaardigd uit aaneengenaaide yakhuiden. Sommige dorpen langs de Yarlung Tsangpo rivier gebruiken die nog steeds. In het oude Tibet was de consumptie van vis voorbehouden aan de rijkelui, waaronder ook de hoge lama’s.[1] 

Ondertussen is de jonge Tibetaanse generatie nu wel aan vis toe, dat ze een lekker luxeproduct vinden.

 

Veel vis wordt uitgevoerd naar de nabijgelegen Chinese provincies. De vissers op de grote meren van het hoogplateau (niet enkel Tibet) zijn meestal Han Chinezen afkomstig uit die buurprovincies. Dat maakt dat het visbestand flink teruggelopen is. Door de kou, vanwege de grote hoogte, groeien de vissen minder snel dan in lagere gebieden. Visvangst zoals elders in China zou op de duur nefast zijn op het hoogplateau. Momenteel is er nog geen regelgeving voor de visvangst daar. De enige rem is de hoge prijs. Er gaan wel stemmen op om een beperking in te stellen.

(Bronnen: China’s Tibet 6-2005 + HKCTP nr 55).



[1] Daarvan getuigt ondermeer Alexandra David-Neel, toen ze ontvangen werd door de monnik-intendant van de abt van het grote Labrang klooster. Er was vis op het gezamenlijk menu. Wel pittig om die enkele pagina’s te herlezen. Ze getuigen van de grote weelde waarin sommige monniken leefden: het servies bevatte goud, massief zilver, jade en edelstenen. De zetels waren bekleed met echte luipaardvellen, de grond was vol tapijt, een verzameling kunstwerken versierde het huis en de rijke Tibetaanse lama had … een Chinese kok!

“Au pays des brigands gentilshommes”, pag 65-79, Editions Plon, pocket, Paris, 1980.

16:09 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dieren, monniken

15-05-11

Centrale verwarming voor een volledige stad in Tibet

Nagqu, een stad in het noorden van Tibet, is gebouwd op vier meter ‘permafrost’, de grond is er altijd bevroren. De gemiddelde temperatuur in de lange winter – zeven maanden – bereikt nauwelijks 2°C. Het kwik kan er zakken tot min 30°C.

Het stadsbestuur bouwt een centrale verwarming voor de stad, die trouwens niet zo klein is: 300.000 inwoners. Er komt een thermische centrale en een buizennet naar alle wijken en huizen. Die thermische centrale heeft natuurlijk een reukje: in het begin zal die gevoed worden met houtskool. De geafficheerde bedoeling is wel om daar op korte termijn aardwarmte voor in de plaats te stellen. Zien hoe ze dat doen, ik wil wel eens gaan kijken.

Ik begrijp de lokale overheid. Nagqu ligt op 4500m. In een straal van minstens 100 km is geen boom te bespeuren, enkel wat gras en yaks, in een landschap zo plat als Vlaanderen. De mensen koken en verwarmen zich individueel met kolen, dat is nog erger. Ja, ik ga beslist eens kijken.

18:39 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, energie

09-05-11

Mensen, tamme en wilde dieren: een moeilijk evenwicht op de hoogvlakte van Tibet en Qinghai

Bruine beren, wilde yaks, wilde ezels en wolven, ze leven er naast de schaarse mensengemeenschappen met hun kuddes. In de hoogste gebieden, tussen 4000 en 5000m, over een grote oppervlakte, in Noord-Tibet en Zuid-Qinghai. Het gras is er schaars en iedereen wil er eten. Gezien de jacht verboden is verhoogt het wildbestand. En gezien het aantal mensen ook toeneemt, verhoogt de veeteelt. De trend van de lokale overheden is het verminderen van de veeteelt en niet het verminderen van het wildbestand. Het gebied, groter dan Frankrijk, is beschermd. Om de jacht te verbannen krijgen de veetelers vergoedingen voor geleden schade door wild. Voor een gedood schaap door een wolf krijgt de herder de marktprijs van de lokale overheid.

Naar het schijnt zijn het vooral de bruine beren, die privéschade veroorzaken. Zij breken binnen in de huizen van de herders, wanneer die laatste weg zijn met hun kudde. De beren zoeken en vinden er de aanwezige voedselvoorraad. Lokale functionarissen komen de schade vaststellen en de vergoeding volgt. Enkel in Tibet zelf liep het totaal van de schadevergoedingen in 2009 op tot 1 miljoen euro.

 

De wilde yaks van hun kant komen wijfjes kapen in de kudde van de herders. Die drijven ze met geweld mee. De tammere mannetjes van de kudde durven enkel toezien.

 

Een minder meetbaar gegeven zijn de wilde ezels. Die vallen niet aan, maar eten wel gras. Hun aantal is het laatste decennium verdubbeld. Zij zijn met tienduizenden. De overheid overweegt een beperkte ‘economische’ jacht. Het wordt hoeven tellen.     

21:31 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dieren, hoogplateau

22-02-11

Tibet zal zijn elektriciteitsproductie meer dan verdubbelen tegen 2015

Door het pijlsnel stijgen (ongeveer 15% per jaar) van het elektriciteitsverbruik in Tibet kan de bestaande opwekkingscapaciteit niet meer volgen. Er staat een flinke uitbreiding in de steigers, voornamelijk waterkrachtcentrales en paar parken voor zonnecellen. Tegen 2015 wil Tibet een capaciteit beschikbaar hebben van 2500 Megawatt (nu amper 1000 MW), ongeveer het equivalent van drie kernreactoren bij ons. Ondertussen worden pieken in de vraag opgevangen door twee ‘noodcentrales’, één op gas en één op diesel. Er zijn geen nieuwe thermische centrales gepland. Tegen 2015 zal hun aandeel dan ook weer teruggevallen zijn op 10% van de elektriciteitsproductie.

Bovendien wordt flink gas gegeven om de zonne-energie meer en meer te benutten. Na de Sahara heeft Tibet het grootste aantal zonneschijnuren ter wereld. Er zijn al een 400-tal parkjes met zonnepanelen, niet verbonden met het net, enkel voor lokaal gebruik en samen goed voor 20 MW. Enkele grotere parken zijn al klaar en nieuwe zijn in aanbouw. Het ziet er naar uit dat de zonne-energie vrij binnenkort ongeveer 10 à 15% van de elektriciteitsopwekking zal vertegenwoordigen. Mogelijks is Tibet op weg naar een wereldrecord.

Folkloristisch, zo lijkt het, maar toch het vermelden waard zijn de bekende zonneparabolen om een potje te stoven of een theeketel op te zetten. Ongeveer een vijfde van de Tibetaanse bevolking gebruikt die. De parabolen werden veelal gratis uitgedeeld, door de overheid, door bedrijven en… door de Duitse ambassade. En dit sinds de jaren 1990.

tibet,energie

  Ook de monniken halen het warm water uit de zon en slaan dit op in... Chinese thermossen.

Een andere merkwaardigheid zijn de ‘terrascentrales’, voorzien in de omgeving van de stad Qamdo. Op drie bijrivieren van de Mekong voorziet de lokale overheid een totaal van 25 kleine waterkrachtcentrales, in opeenvolgende terrassen na elkaar.

Gedurende de vijf jaar na 2015, van 2016 tot 2020 is opnieuw een verdubbeling gepland van de totale elektriciteitscapaciteit om te komen tot 5000 MW.

Bronnen:

‘Climate Connect’, London

Xinhua

Solar energy review

19:07 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, energie

14-01-11

Woestijnkijkers in China

China telt 6 miljoen woestijnobservatieposten. Die dienen niet enkel om foto’s van mooie zandduinen te nemen, maar vooral om het woestijngedrag in de gaten te houden. Daarbij is de hoofdbekommernis: vergroot de woestijn of krimpt hij.[1] Op vijf jaar tijd (2005-2009) verzamelden die observatieposten 250 miljoen data, die dynamisch in kaart gebracht werden. Daaruit bleek dat de woestijnen heel licht gekrompen waren gedurende die periode. Wel héél licht: 0,5%. In de vijf jaar daarvoor (2000-2004) was het terugdringen ongeveer 1%, ook weinig, maar toch geen uitbreiding. Dit wekt enkel hoop in de zin van: ‘ze namen niet verder toe’.

China heeft 2,7 miljoen km2 woestijnland en 1,7 miljoen km2 ‘zanderige’ gronden. Die laatste zijn gronden waar zand of kiezel op de bodem aanwezig is tussen de schaarse begroeiing. Samen nemen die de helft van China in en vormen een oppervlakte zo groot als de Europese Unie. Dit beseffen wij niet genoeg wanneer wij naar beelden van de moderne miljoenstad Shanghai kijken. De studie heeft alle data netjes wetenschappelijk gerangschikt naar oorzaak van woestijnaard of verzanding: wind- of watererosie, vorst, verzilting en dies meer. Ook naar type van woestijn of gedeeltelijke verzanding en naar locatie. Te veel details om op te sommen. Enkele grote lijnen zijn het vermelden waard. Sommige daarvan weten we al: die uitgedroogde gebieden bevinden zich ongeveer allen in de noordelijke en westelijke provincies met veel etnische minderheden: Binnen-Mongolië, Gansu, Qinghai, Tibet en Xinjiang. Slechts 5% bevinden zich in andere provincies. Xinjiang  en Qinghai samen zijn goed voor 60%.

Het ‘stoppen en zeer licht terugdringen’ is in elk van die gebieden vastgesteld. Het best lukte dat in Binnen-Mongolië en in die ‘overige 5%-provincies’. Maar in Binnen-Mongolië ligt nog 0,3 miljoen km2 ‘op de loer’ om ‘zanderig’ te worden, indien men ginder niet goed oppast. Dat zou nog eens bijkomend 3% van het Chinees territorium kunnen worden. Bovendien zijn er provincies, waar in het geheel netto-vooruitgang geboekt werd, die delen van hun provincie flink zien achteruitgaan. Dat is zo voor het Tarim bekken in de provincie Xinjiang en voor de graslanden in Noordwest-Sichuan. De hoofdreden is overbegrazing en irrationeel watergebruik.

DSCN4167.JPG

 

Hoe komt het dat de woestijnuitbreiding stopt in China?

Eigenlijk is het recept heel simpel: er wordt geld vrijgemaakt en er worden mensen gemobiliseerd. Die mensen zijn lokale ex-veehouders of nog altijd veehouders. Zij worden georganiseerd in aanplantingsgroepen, krijgen daar planten en geld voor. Het wordt hun nieuwe job of een extra job. Sensibilisatie voor de problematiek komt daar ook bij. Of noem het ‘zachte dwang’. Er wordt ik elk geval een collectieve beweging in gang gezet met de mensen die in die gebieden leven. Ondersteund ook door wetgeving. Zo is er een wet met de “drie verboden”voor die streken: “geen overbegrazing meer, geen overdreven confiscatie van gronden voor bouwwerken, geen verzamelen van hout”.  Er worden zelfs ‘nationale zandbestrijdershelden’ bekroond.

Woestijnvorming blijft het ernstigste ecologisch probleem voor China. Alle inspanningen tot nu zijn nog geen stabiele overwinning. In de halfwoestijngebieden is de vegetatie zwak, de menselijke invloed is er nog nefast en de maatregelen van de nationale leiding vinden niet altijd evengoed ingang naar beneden toe. 

De overheid ziet slechts één uitweg: de volledige bevolking van die streken erbij betrekken en ze belonen om het ecologisch evenwicht te behouden en te verbeteren. Daarbij is van belang om goed af te lijnen wie wat beheert: ‘wie is verantwoordelijk voor dit stuk bos, struikgewas of gras’. Het klinkt raar in onze oren, wij stellen ons China te veel voor als een ‘bureaucratische mastodont’. Wie China een beetje kent, weet dat dit op lokaal vlak heel anders is. Dat kan ook niet anders in zo’n gigantisch land. Een bureaucratie zou het niet aankunnen om de woestijn te bestrijden, want er zouden in dat geval wel lokale ambtenaren zijn, die geen zin hebben om hun zetel te verlaten en boompjes te gaan planten. Neen, de overheid betrekt er contractueel iedereen bij, vergoeding incluis: “hier zijn centen, plant die in de woestijn”.

Daarnaast worden natuurlijk middelen vrijgemaakt voor wetenschappelijk onderzoek, om te weten wat het beste is om er te planten.

 

 



[1] Bulletin of Status Quo of Desertification and Sandification in China, een uitvoerige samenvatting in het Engels te vinden op China.org.cn, januari 2011.

21:01 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, woestijnvorming

04-01-11

Grasland voedzaam houden in droge gebieden

China heeft zijn herders nodig, want die zorgen voor een deel van het dagelijks diëet voor meer dan één miljard mensen. Wil China niet afhankelijk worden van vleesinvoer uit het buitenland, dan moet er gras groeien in China. Bovendien moet dat op die plaatsen zijn, waar niet aan akkerbouw kan gedaan worden, want elk perceel voor rijst, graan, groenten, fruit en thee is er broodnodig om ook daar geen tekorten te creëren. Er zijn graaslanden nodig, met herders voor koeien, yaks en schapen. Want elke Chinees kan toch niet met twee varkens aan de leiband in een stadspark rondlopen (geen grap: recent nog écht gezien). De graaslanden bevinden zich dus voornamelijk op de randen van de woestijnen, in Xinjiang, Gansu, Tibet en Binnen-Mongolië. De woestijnen hebben een neiging om groter te worden, daar hadden we het al over in andere artikels (opwarming, grotere droogte en overbegrazing). Om herders met vee te kunnen behouden mag dat niet. Voor China is gras één van de zovele prioritair aan te pakken problemen. De overheid beseft dat en doet er ook iets aan. Daar gaan vele ‘China-watchers’ of ‘dissidenten’ aan voorbij.

Voor de komende vijf jaar (2011-2015) reserveert het nationaal budget 1,5 miljard euro per jaar voor gras. Er zijn centraal geleide herbeplantingsprojecten, maar het grootste deel van dit bedrag gaat via de betrokken mensen in die gebieden, noem dat gerust een ‘centendemocratie’. In de vorm van compensaties of in de vorm van stimuli.

Compensatie voor families, die (tijdelijk?) moesten verhuizen uit streken waar het gras niet meer groeide. Zij krijgen een vergoeding van 10 euro per hectare en per jaar. Dat lijkt niet veel, maar wanneer je weet dat hun graasoppervlakte dikwijls  meer dan 1000  hectare was, dan is dat wel veel. In die gebieden is grazen voorlopig verboden en wordt er aan herbeplanting gewerkt.

Stimuli zijn er dan voor herderfamilies, die buiten die ‘verboden zone’ bedrijvig zijn. Zij krijgen 3 euro per jaar en per hectare op voorwaarde dat ze er een ‘duurzame kudde’ op na houden, geen te grote dus, een kudde in evenwicht met het gras. Voor herderfamilies, die mee willen werken aan herbeplanting of aan betere beplanting, is er een subsidie voorzien van 16 euro per jaar en per hectare. Dit zijn hoge sommen, gezien de oppervlakte per familie, maar het werk is ook geen kleine karwei.

Een deel van het grote centraal budget ‘voor gras’ gaat naar opleiding en technische hulp.

Als algemeen signaal van ondersteuning krijgen ongeveer 2 miljoen herderfamilies elk een jaarpremie van 60 euro de komende vijf jaar.

 

litang env (40).JPG

 

Noot (naar aanleiding van een lezersvraag):

De Chinezen doen er natuurlijk goed aan om niet te veel vlees te eten. Maar ja, ze zijn goed op weg om dat wel te doen. In 1985 lag de vleesconsumptie – gevogelte inbegrepen - in China nog op 20 kg per hoofd van de bevolking. Nu is dat 55 kg geworden. Ter vergelijking: de gemiddelde Europeaan verorbert 90 kg per jaar en de gemiddelde Amerikaan 120 kg (FAO statistieken).

Nog het vermelden waard: de gemiddelde Tibetaanse stedeling koopt voor 35 kg vlees per jaar en per persoon, dat is minder dan het Chinese gemiddelde. Toch komt dat goed overeen met een kleinere stad in de rest van China, minder rijk dan de grote steden en waar een deel van de stedelijke bevolking bovendien nog enkele dieren heeft voor eigen gebruik, niet meegeteld in de statistieken. Het reële vleesmenu is reëel dus hoger. Dat is nog duidelijker zo voor de landelijke bevolking in Tibet: de statistieken geven aan hoeveel vlees een gemiddelde landbouwer koopt per jaar, dat is 15 kg per persoon. Herders kopen uiteraard geen vlees en eten bijna uitsluitend vlees. Te gast bij een maaltijd, zag ik er meer naar binnenwerken dan wat ik op een week aankan. Maar er zijn nogal wat Tibetaanse landbouwers, die weinig of geen dieren hebben, die kopen wel vlees. Het statistisch gemiddelde komt dan uit op 15 kg, maar het reële menu is meer vleesgekleurd. Kortom, statistieken zijn ‘nuttig’ (om in eetbare termen te blijven), maar soms moet men wel weten waarvan het gemiddelde het gemiddelde is. En tot besluit: China heeft er alle belang bij om half-vegetarisch te worden, wie niet?

 

17:09 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, woestijnvorming, herders, china

25-12-10

Het hoogplateau in China is geen staatsgeheim

China wisselt internationaal veel gegevens uit over het Qinghai-Tibet hoogplateau. Dit in tegenstelling tot wat Westerse sympathisanten van de onafhankelijkheid van Tibet verspreiden. Wanneer men naar hen luistert, lijkt het erop dat geen mens weet wat daar allemaal ecologisch misloopt. De realiteit is anders. In december 2010 was er een studieseminarie, gemengd Chinees-Duits. Onderwerp: de woestijnvorming op het hoogplateau. Er is de opwarming en er is grotere droogte, dat is ondertussen wereldwijd gekend. Zelfs de NASA kijkt mee toe, in contact met de Chinese overheid. De gemeenschappelijke Duits-Chinese studie komt tot het besluit dat 90% van de voortschrijdende woestijnvorming een halt kan toegeroepen worden door de overbegrazing te verbieden. Te veel vee, dat heb ik al tot vervelens toe aangehaald. De dalai lama ziet in de beperking van de veestapel een beknotting van de traditionele levensstijl van de Tibetanen. Wie is echt bezorgd om de ecologie op het hoogplateau?

Eén vierde van het grondgebied van China is woestijn. Op gebied van beschikbare landbouwgrond per inwoner zijn zij al flink benadeeld: 7% voor 20% van de wereldbevolking. De graslanden van het hoogplateau willen zij absoluut groen houden, met eigen massale centen én met internationale samenwerking. “Eigen yack, eigen land” biedt hiervoor geen oplossing.

 

tibet 05 (249).JPG

21:37 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, woestijnvorming, yaks

16-11-10

Waterkracht voor Tibet - artikel overgenomen van www.chinasquare.be

Tibet is begonnen met de bouw van de eerste  stuwdam op de Brahmapoetra. Op 12 november werd de rivier afgedamd, zodat de bouwwerken voor de electrische centrale van Zangmu kunnen beginnen.

Zangmu ligt in de prefectuur Lhoka (Shannan in het Chinees), ongeveer 325 km ten oosten van Lhasa. De totale investering voor de dam zal bijna 8 miljard yuan bedragen  en er komen zes generatoren van 85 megawatt elk. Daarmee kan jaarlijks 2,5 miljard kilowattuur geproduceerd worden. Dat is nog maar een fractie van de grote stuwdammen op de Yangtze of Gele Stroom, maar toch vijf maal meer dan de grootste huidige stuwdam in Tibet.

Vanaf 2014 zal de eerste stroom geproduceerd worden. Alle stroom is bedoeld voor Tibet zelf. De dam zal ook stroomafwaarts het overstromingsgevaar verminderen, en irrigatiewater leveren aan de Tibetaanse landbouw. Deze zomer werd de prefectuur Lhoka nog door droogte geteisterd.

De huidige dam zou slechts de eerste van vijf zijn in dezelfde regio Zangmu. Het project heeft echter niets te maken met de mogelijks grootste stuwdam ter wereld, die stroomafwaarts, kort voor de Indiase grens zou gebouwd worden in de grote bocht van de Brahmapoetra. Berichten daarover worden door Tibet steungroepen verspreid en zorgen ondermeer in India voor nervositeit. Volgens China hebben voorstudies uitgewezen dat het plan niet interessant is.

Bron: Volksdagblad, Guardian

 

15:06 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, energie, dammen

03-04-10

China en India coördineren wetenschappelijk onderzoek in de Himalaya

China en India zullen voortaan samen aan wetenschappelijk onderzoek doen naar het gedrag van de gletsjers in de Himalaya. Dat die zouden verdwenen zijn tegen 2050, is een niet wetenschappelijke kreet geweest van de UNO organisatie, die de klimaatverandering bestudeert. Dat de gletsjers krimpen is althans langs Chinese zijde (de droogste flank van de Himalaya) wel reëel opgemeten, jaarlijks met 10 tot 15m, de laatste twee decennia. Nu gaan China en India hun onderzoek coördineren, dat verklaarde Jairan Ramesh, staatssecretaris van ‘India’s Environment Department’ op 25 maart 2010 (Xinhua). Beide landen hopen er in zekere mate later ook Nepal, Bhutan en Pakistan bij te betrekken.

Een dergelijke regionale samenwerking is tegelijk vrede bevorderend en kan de spanning tussen India en Pakistan rond Kasjmier (nog steeds in het brandpunt) en het Chinees-Indiaas grensgeschil verzachten.

DSCN3977

op de grens met Bhutan

12:50 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, pakistan, india, himalaya, china, nepal, bhutan