03-08-11

Familieafstammelingen van de 13e dalai lama in Lhasa

 

Thubten Gyatso, de 13e dalai lama (1876-1933), was drie jaar oud toen hij aangeduid werd als reïncarnatie van de vorige dalai lama en op de troon in Lhasa geplaatst werd.

 

De 13e dalai lama zou, net als de 5e dalai lama (1617-1682), een grote invloed hebben op de politieke ontwikkeling van Tibet. Alle andere ‘nummers’ van dalai lama’s hadden dat niet. Het was de 13e dalai lama, die, met de steun van Engeland, Tibet onttrok aan de controle van Beijing gedurende 20 à 30 jaar in de eerste helft van de 20e eeuw.

 

 

 

De 13e dalai lama was geboren in het dorp Langdun, iets ten oosten van Lhasa. Zoals gebruikelijk bij het vinden van een nieuwe dalai lama werd zijn volledige familie naar Lhasa overgebracht en kreeg er de adelstand en het bezit van landbouwnederzettingen verspreid over Tibet. Het waren er vijftien, met iets meer dan duizend boeren eraan verbonden. Algemeen in Tibet waren alle landbouwgronden in die tijd eigendom van een 200-tal adellijke families en van de kloosters, waarvan de hoogste lama’s tot diezelfde families behoorden. De helft tot drie vierde van die gronden diende rechtstreeks voor de bevoorrading van de adel en de kloosters.[1] Daar moesten de boeren bij voorrang en gratis op werken. De rest van de velden diende voor het zelfonderhoud van de boeren. Het spreekt vanzelf dat de elite een rijk uitgerust kon leven, naar de normen van die tijd: zijden Chinese kledij, exotische sieraden, een grote villa met knechten en Engelse importproducten. Zo viel het de familie van de 13e dalai lama te beurt.[2]

 

 

 

Van de regentes in Beijing, half-keizerin Cixi, kreeg de familie zoiets als een ‘hertog’ titel, ‘hertog van Langdun’. Beijing was toen nog mee in het spel. De naam ‘Langdun’ bleef dan figureren in de familienaam van de leden. Langdun Kunga Wanchuk (1907-1981) was een neef van de 13e dalai lama en vanaf zijn 21 jaar (in 1928) werd hij door hem benoemd als ‘nummer twee’ in Tibet, een soort eerste minister of eerste secretaris rechtstreeks onder de dalai lama. Een foto van hem, prima uitgedost in zijden kledij, is te vinden in de archieven in Lhasa.[3] Het zijn de afstammelingen van deze Langdun Kunga Wanchuk die nu nog in Lhasa wonen.

 

 

 

Normaal had hij na de dood van de 13e dalai lama in 1933 het regentschap van Tibet moeten waarnemen, maar de toenmalige leiders en invloedrijke families van Tibet oordeelden dat hij te jong, te onervaren en geen sterke figuur was. Voor de post was er een concurrentiestrijd aan de gang tussen enkele belangrijke families, met complotten, arrestaties en enkele moorden. Langdun Kunga Wanchuk werd in elk geval uitgesloten. Uiteindelijk werd de ‘lottrekking uit de urne’ gekozen om de regent aan te duiden, een methode opgelegd door Beijing sinds de 18e eeuw, precies om bloedige concurrentie te vermijden. De regent werd de abt van het Reting klooster.[4] Een tijdlang was Langdun Kunga Wanchuk medebestuurder van Tibet samen met de Reting rinpoche, maar deze laatste verwijderde hem van de post in 1938 om alleen te heersen.[5]

 

 

 

Zoals bijna de volledige Tibetaanse elite was de Langdun familie akkoord met het herstel van de Chinese soevereiniteit over Tibet in 1951, toen het Rode Leger Lhasa bereikte. Een leeg pand van hun villa’s stelden ze ter beschikking van de legerleiding. Communicatie met de officieren verliep via zijn drie kinderen, die Engels gestudeerd hadden in India. Ook dat was een kenmerk van de Tibetaanse elite van toen: de kinderen kregen een ‘Engelse’ opleiding in India.

 

 

 

‘Typische collaborateurs’, zeggen de aanhangers van de 14e dalai lama. In elk geval, de familie Langdun, familie van de 13e dalai lama, schaarde zich niet aan de zijde van de Tibetaanse opstandelingen in 1959 en zij bleven in Tibet, zij gingen niet vluchten naar India, na de mislukte opstand. Met de landhervorming in 1959 verloren zij hun gronden, hun boeren en hun knechten, maar zij kregen wel bestuursposten. De oudste dochter van Langdun Kunga Wanchuk werd vicedirectrice van de traditionele Tibetaanse Opera. Zijn oudste zoon werd vicedirecteur van de Tibetaanse TV. Hijzelf werd lid van de regionale Consultatieve Conferentie en publiceerde werken over de traditionele Tibetaanse geneeskunde.

 

      

 



[1] M. Goldstein, « A History of Modern Tibet, 1913-1951, University of California Press, 1989.

[2] Charles Bell, « Portrait of a dalai lama », Collins, London, 1946.

[3] En.tibetmagazine.net

[4] Goldstein, idem.

[5] Goldstein, idem.

 

18:40 Gepost door infortibet in geschiedenis 20e eeuw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, china

09-06-11

Amerikaanse juristen bewezen de onafhankelijkheid van Tibet

 

Het Amerikaanse “Tibet Justice Center” publiceerde in 1998 een rapport dat het Amerikaanse Congres en diverse parlementen in de wereld moest overtuigen dat Tibet altijd onafhankelijk geweest was tot voor 1951, toen het Chinese Volksbevrijdingsleger Tibet binnentrok en daar volgens hun betoog een einde aan stelde. De argumenten, die het over de geschiedenis van voor de 20e eeuw hebben, zijn uiterst zwak. Men valt steeds terug op het Tubo koninkrijk van de 7e tot de 9e eeuw – toen Tibet inderdaad onafhankelijk was, ervoor ook trouwens, maar toen had Tibet nog geen staatsvorm – en voor de periode nadien wordt telkens beroep gedaan op de spirituele superioriteit van Tibet en het feit dat het Chinese keizerlijk gezag zich weinig moeide in het lokaal bestuur. Zowel internationale bronnen als Chinese hebben een veel sterkere fundering om te tonen dat Tibet vanaf de Mongoolse dynastie wel deel uitmaakte van China. Daarover zullen we het nu niet hebben. Het is interessant om de redenering over het begin van de 20e eeuw te bekijken. Ter herinnering: in 1904 valt Engeland Tibet binnen. China is niet bij machte om de inval te beantwoorden en de 13e dalai lama kiest na aarzelen uiteindelijk de zijde van Engeland, verjaagt de Chinezen en voelt zich onafhankelijk. Maar niemand in het buitenland erkent die onafhankelijkheid.

 

Wat zegt het rapport van het “Tibet Justice Center” hierover? Een hoofdonderdeel van hun bewijs dat Tibet onafhankelijk was zijn de verdragen die het afsloot met buurlanden of met Engeland. Als Tibet verdragen afsloot met andere landen moet het toch onafhankelijk geweest zijn. De belangrijkste die ze citeren zijn de verdragen met Ladakh in 1842, met Nepal in 1856, met Engeland in 1904 en met Engeland in 1913. De moeite waard om die van dichterbij te bekijken en de historische context te benaderen.

 

In het begin van de 19e eeuw waren de Engelsen in India, opgerukt vanuit het zuiden, aan de voet van de Himalaya aangekomen. De eerste Engelse prikjes tegenover China en Tibet vertrokken van Ladakh in de periode 1840 – 1846. Ladakh was vroeger min of meer gebonden aan Tibet en aan China. Het aangehaalde verdrag van 1842 is een soort staakt het vuren tussen Ladakhi en Tibetanen. In 1846 lijfden de Engelsen het definitief in. De Chinezen wilden niet ondertekenen. De Tibetaanse adel deed dit wel. Maar dat afstandsverdrag staat niet vermeld in het lijstje van “Tibet Justice Center”.

 

Nepal was een Brits protectoraat toen de Gurkha’s Tibet binnenvielen in 1856. Het verdrag tussen Tibet en Nepal beëindigt de vijandelijkheden met een boete voor Tibet van 10.000 zilverstukken per jaar. Opnieuw zat Engeland ertussen. Het was een verdrag van de sterkste. Het “Tibet Justice Center” voert dit verdrag aan als bewijs voor de onafhankelijkheid van Tibet omdat Nepal het eveneens gebruikte om zijn onafhankelijkheid te staven.

 

Maar het toppunt van juridische soepelheid is het verdrag met Engeland in 1904. De Britse legers – met veel Nepalese huurlingen – was Tibet binnengevallen en had er het primitieve Tibetaanse leger tot nul herleid. Er kwam een verdrag, een onderwerpingverdrag. China erkende dit verdrag niet. Dat de Tibetaanse lokale overheid het wel tekende is eerder een teken van zwakte, niet zozeer van onafhankelijkheid.

 

In 1913 ten slotte, ontfutselde Engeland nog een stuk van Tibet, wat nu Arunachal Pradesh is. China tekende niet, de 13e dalai lama wel.

 

 

 

De door het ‘Tibet Justice Center’ aangehaalde verdragen, die moeten bewijzen dat Tibet een ‘onafhankelijke buitenlandse politiek’ volgde en dus onafhankelijk was, waren eerder vernederende onderwerpingsverdragen tegenover Engeland en zijn protectoraten.    

 

 

 

16-05-11

De « onafhankelijkheidsverklaring van Tibet » door de 13e dalai lama (op post in Lhasa van 1879 tot 1933)

“Ik ben met mijn ministers uit Lhasa gevlucht naar de grens met Indië. Tegelijk zond ik een telegram naar de Manchou keizer om duidelijk te stellen dat de relatie, die bestond tussen Tibet en China, er een was van ‘priester-beschermheer’, dat zij niet gebaseerd was op de onderwerping van de een door de ander. Ik had geen andere keuze dan de grens over te steken want de Chinese troepen zaten mij op de hielen met de intentie van mij te pakken te krijgen, dood of levend.” (13e dl, februari 1913).

 

Bij de ondergang van het Chinese Manchou keizerrijk, begin 20e eeuw en door de groeiende aanwezigheid van de Europese mogendheden in de regio, zocht de 13e dalai lama een nieuwe ‘beschermheer’. Hij reisde te paard naar Ulaan Bator (Mongolië), naar Beijing en naar Darjeeling (Engeland). Hij had ook een Russische raadgever en een Japanse. Hij was verre van een primitieve naïeveling, afgesneden van de wereld. Toen het Manchou regime viel in China in 1912 koos hij de zijde en de hulp van Engeland om het Chinese leger uit Tibet (in zijn actuele grootte) te verdrijven. Terloops gezegd, deze uitdrijving ging gepaard met het verbannen of het stenigen van Tibetaanse vrouwen, die met Chinezen getrouwd waren.[1]

  

Ter herinnering: het Manchou leger trok in 1910 Tibet binnen, tot in Lhasa, om er “de orde in de handel te herstellen”. De 13e dalai lama vreesde voor zijn leven en vluchtte naar Darjeeling. In 1913, na de val van het Manchou regime, keert hij terug en hij schrijft een brief voor alle functionarissen – leken en monniken – in Tibet. De boodschap is: ‘ik ben terug en de macht in Tibet behoort mij toe.’ Drie vierde van de rondzendbrief handelen over het herstellen van de orde in Tibet: anti-corruptie, tegen lokaal machtsmisbruik, enz. En het ging over de regio Tibet in zijn huidige grootte. Hij schrijft namelijk: “de Chinese autoriteiten van Sichuan en Yunnan hebben getracht om ons land te koloniseren.” Met “ons land” bedoelt hij duidelijk het huidige Tibet, niet het ‘Grote tibet’ van de 8e eeuw. Er is ook nergens sprake van ‘Amdo’ of de provincie Qinghai, dat de huidige voorstanders van een onafhankelijk Tibet als ‘Tibet’ bestempelen. De troepen van de 13e dalai lama verdreven de Chinese troepen – een bestuurloos regiment van het gevallen Manchou regime – to voorbij de Yangzi rivier, wat nu nog de grens is van het ‘autonome’ Tibet. De notie ‘Groot-Tibet’ verscheen slechts een half jaar later, tijdens de Simla conferentie, samen met de Engelsen en de nieuwe Chinese Republiek. In het voorstel van de 13e dalai lama kan men daar lezen: “gebaseerd op de geografische kaarten van de Engelsen, is er Tibet en moet er daarenboven een bufferzone komen (met China)”.

Terug naar de brief aan al zijn onderdanen. Met die brief wou de 13e dalai lama vooral zijn autoriteit in Tibet herstellen, ten aanzien van alle functionarissen, na zijn drie jaar afwezigheid. Hij had geen vertrouwen in de revolutionaire republikeinse ideeën die China omwentelden. Het systeem houden zoals het was in Tibet – feodaal – was zijn hoofdbekommernis. Hij bespeelde de buitenlandse ‘sterken’, zoals Engeland en Japan, om dat doel te dienen. Voor die nieuwe ‘beschermheren’ was hij geen ‘spirituele raadgever’ meer, maar hij kreeg er wel wapens van.

 

De brief aan zijn ‘onderdanen’ was geen onafhankelijkheidsverklaring die hij bij de ‘sterke machten’ van toen te berde bracht. Die omzendbrief ging niet richting Engeland, Beijing noch Japan noch Mongolië noch enig ander land.

Er stond wel de zin in: “wij zijn een kleine natie, religieus en onafhankelijk”, gericht aan de Tibetanen in Tibet. De huidige voorstanders van onafhankelijkheid van tibet stellen: “de 13e dalai lama had geen notie van de regels van de internationale diplomatie.” (A.M. Blondeau, France). Dat is hem flink onderwaarderen. Hij had gereisd in Azië, hij had contacten met de ‘groten’. Trouwens, de Engelsen, die het flink voor het zeggen kregen in die periode in Tibet, beweren het tegenovergestelde.

 



[1] « Histoire du Tibet », Laurent Deshayes, Fayard, 1997, page 267. De volledige tekst van de brief van de 13e dalai lama is terug te vinden aan het einde van het boek.

20:02 Gepost door infortibet in geschiedenis 20e eeuw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, onafhankelijkheid, china

28-02-11

De ‘vlag’ van Tibet

De ‘vlag’ van Tibet bestond niet. Die is uitgevonden na de mislukte opstand van de onafhankelijkheidstrijders in 1959. Zelfs niet tijdens die opstand, die op gang kwam in 1956 en eindigde met de uittocht in 1959.

Algemeen waren vlaggen geen statussymbool in Tibet. Niet zoals bij ons, waar elke edele familie zijn embleem had. In Tibet waren er religieuze en mythische afbeeldingen of voorwerpen, maar geen vlaggen.  De ‘Tibetaanse vlag’ is door de gevluchte onafhankelijkheidstrijders uitgevonden om geloofwaardig te worden voor Westerse ogen. Sommige bronnen maken gewag van een Japanse militaire adviseur van de 13e dalai lama als ontwerper van de ‘Tibetaanse vlag’. Er is natuurlijk de gelijkenis met de Japanse vlag van tijdens de Tweede Wereldoorlog (de zonnestralen). Dit was tijdens de periode dat de zwakke en jonge Chinese republiek zijn invloed verloor op Tibet. Rusland, Japan en Engeland probeerden het vacuüm te vullen. Het werden de Engelsen, die het pleit wonnen tot bij het begin van de tweede Wereldoorlog. De Japanse ‘zonnestralen’ zagen nooit het licht. Het leger van de 13e dalai lama gebruikte een andere vlag, volgens Alexandra David Neel, die de periode meemaakte. De militaire vlag van de 13e dalai lama was een leeuw, de rechthoek vullend (Une parisienne à Lhassa, pag 26). Alle andere Westerse bezoekers in het Tibet van voor de Chinese revolutie hebben het nooit over een vlag gehad. Toch zegt de administratie van de huidige dalai lama dat hun vlag dateert van de 8e eeuw (het grote Tubo-imperium) en dat de 13e dalai lama die als officiële aannam. Maar niemand zag die tijdens de regeerperiode van de 13e dalai lama (eerste derde van de 20e eeuw). So what?

18:41 Gepost door infortibet in geschiedenis 20e eeuw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, onafhankelijkheid, china, engeland

20-09-10

Een gedenkplaat voor de Tibetaanse onafhankelijkheidsstrijders

“Waar?”, zal je denken. In de USA natuurlijk. Meer bepaald in Camp Hale, in Colorado. Daar werden Tibetaanse rebellen in het geheim militair opgeleid door de CIA. Twee broers van de huidige dalai lama waren de verbindingsmannen en de dalai lama zelf was natuurlijk op de hoogte, nog voor zijn vlucht uit Tibet, dat zeggen de CIA veteranen toch. De gedenkplaat is nu op 10 september ingehuldigd door een Amerikaans senator. De tekst van de plaat luidt:

“From 1958 to 1964, Camp Hale played and important role as a training site for Tibetan Freedom Fighters. Trained by the CIA, many of these brave men lost their lives in the struggle for freedom. They were the best and bravest of their generation, and we wept together when they were killed fighting alongside their countrymen. This plaque is dedicated to their memory.”

Het feit van de inhuldiging van deze plaat vond ik op de website van ICT (International Campaign for Tibet), zowat de toonaangevende NGO (USA, overheidsgeld) voor het wereldwijde netwerk van sympathisanten van de dalai lama. ICT heeft een bureau in Brussel om de boeddhistische verenigingen in ons land van ‘informatie’ te voorzien. Een kaderlid van ICT was aanwezig bij de inhuldiging van de ‘plaat’ in Colorado, evenals enkele vertegenwoordigers van de dalai-lama-kring in de USA.

De Chinese overheid reageert boos, natuurlijk. Tegelijk zeggen zij: op zijn minst zal die gedenkplaat voor de bezoekers het geweldloze imago van de dalai lama in een relatief daglicht stellen. Bezoekers? Ja, Camp Hale is nu een natuurpark, waar de ontmijning nog aan de gang is (dat vind je op de website van Camp Hale).

19:25 Gepost door infortibet in geschiedenis 20e eeuw | Permalink | Commentaren (0)

05-04-10

Tibet: een bezet land of niet?

(Als beknopt antwoord op iemand, die me die vraag stelde) 

De begrippen "bezetting" en "soevereine staat" zijn moderne begrippen, die er pas kwamen toen grenzen stilaan internationale erkenning kregen (19e en 20e eeuw). Want als we verder teruggaan, dan heeft iedereen wel eens iedereen "bezet". Bovendien zijn grenzen "machtsevenwichtlijnen", zie maar naar Afrika, waar de grenzen niet volkenkundig maar koloniaal "afgespoken" werden. Voor Tibet is dat niet anders. Tibet werd bij het Chinese keizerrijk ingelijfd in de 13e eeuw door de Mongoolse Yuan dynastie en het bleef onder het gezag van Peking al de tijd nadien. Dat "erkenden" alle wereldgrootmachten nog begin 20e eeuw en hun positie veranderde niet tijdens en na de communistische machtsovername. Wie ben ik om dat eventueel "niet te erkennen"?

Dat de grootmachten dit deden was natuurlijk niet uit liefde voor de Chinezen, maar wel uit eigenbelang: de Europese landen en later Japan en de USA kwamen "elkaar tegen" in het China van voor de revolutie, zij hielden er elkaar in evenwicht, zonder onderlinge confrontatie, door gezamelijk China als staat te blijven erkennen en niet op te delen zoals ze met Afrika gedaan hadden. Elk Europees land had een "havenconcessie" (en enkele spoorlijnen) in China. Het meest "gekoloniseerd" was Tibet (ter grootte van de huidige autonome regio), door Engeland, die het als "verboden terrein" verklaarde voor de andere Europeanen (zie A. David Neel). De handel in yakwol was exclusief in Engelse handen en een "onafhankelijk" Tibetaans leger werd door Engeland getraind en uitgerust (wapens, traditionele Engelse klederdracht en blaaskapel). Foto's bestaan van de 13e dalai lama die "zijn" troepen schouwt en de huidige 14e dalai lama schreef in zijn memoires dat hij ze hoorde zingen: "It's a long way to Tipperary". Maar zelfs Engeland bleef Tibet als deel van China "erkennen", als evenwichtsoefening met Rusland, dat het ook deed. Engeland hapte wel voorgoed zuidelijke stukjes weg van Tibet: Ladakh, Sikkim, Bhutan en Arunachal Pradesh. China heeft na de overwinning van de revolutie in 1949 eigenlijk niets anders gedaan dan zijn "internationaal erkende grenzen" te bevestigen: de Europese concessies in het binnenland verdwenen en het Chinese leger verving het "onafhankelijke" Tibetaanse leger, dat zich zonder schieten in de stad Qamdo overgaf in 1951.

Het is natuurlijk zo dat Tibet onder het Chinese keizerrijk een grote autonomie genoot. Benoemingen van lokale hooggeplaatsten moesten bekrachtigd worden door Peking, maar het aantal regelgevingen vanuit Peking was zeer beperkt. Maar dat is nog een heel ander verhaal, ik wou het hier enkel hebben over de begrippen "erkenning" en "bezetting".

 

Er bestaat een lijvige studie in twee delen, samen goed voor 1540 pagina's, over de periode 1913-1955 in Tibet, door een ploeg vorsers rond Melvyn Goldstein (University of California Press, 1989 en 2007 voor het tweede deel), gebaseerd op de geschriften van de lokale autoriteiten van Tibet op dat moment en op de briefwisseling van de Engelse en Amerikaanse ministeries van Buitenlandse Zaken (via hun ambassades in Delhi en Beijing). Daaruit blijkt overduidelijk dat de komst van het rode Leger in 1951 zonder geweld verliep. Jawel. Een Engelse officier, die toen in Oost-Tibet verbleef (Robert Ford) schrijft hetzelfde in zijn memoires (1990). Toch zijn er in 1951 al heel wat Tibetaanse landheren, handelaars en enkele hoge lama's naar India vertrokken, met het idee "wij verliezen hier binnenkort toch onze privilegies".

Ondanks dat voor Tibet zelf, binnen de grenzen zoals het was onder de 13e en 14e dalai lama, overeengekomen was om het lijfeigenschap nog niet af te schaffen voor een onbeperkte periode, werd in de randgebieden (provincie Sichuan), waar - naast anderen - ook Tibetanen woonden, de landhervorming WEL doorgevoerd door het nieuwe Chinese bewind. Dat veroorzaakte ginder een opstand in 1956, onder leiding van landheren, met volkse aanhang. Die rebellen werden onmiddellijk van wapens voorzien... door de USA (Mikel Dunham, "Buddha's Warriors" en Kenneth Conboy "The CIA's secret war in Tibet". Het eerstgenoemde boek kreeg een voorwoordje van de dalai lama, het tweede is een rechtstreekse getuigenis van CIA-veteranen). De rebellen zorgden voor incidenten op 10 maart (precies!) 1959 in Lhasa en het Chinees leger greep in. Daar zijn doden gevallen, niemand weet hoeveel, maar geen 87.000 zoals de dalai lama in zijn memoires schrijft, want de stad Lhasa telde toen slechts 40.000 inwoners.

In elk geval, op dat ogenblik is nog en groot deel van de Tibetaanse elite, met hun knechten en dienaars, in ballingschap vertrokken, culminerend in ongeveer 70.000 personen begin 1960. Nu is het totaal aantal Tibetanen in het buitenland 120.000 (hun eigen cijfers), dat is een gewone natuurlijke aangroei (geboortes). (in Tibet zelf is de bevolking verdriedubbeld sindsdien). Er zijn nu nog Tibetanen die "vertrekken", maar er zijn er evengoed die "terugkeren" (ik ken er verschillende).

Natuurlijk zijn er dingen die voor problemen zorgen in Tibet. Om er één te noemen: Omdat er minder kinderen sterven dan vroeger, hebben de boeren teveel kinderen, teveel voor hun lap grond van 1 hectare. Sommige van die jongelingen trekken naar de stad, waar niet altijd werk te vinden is, of slecht betaald. Kortom, het probleem van teveel boerenzonen in vergelijking met de bebouwbare oppervlakte.

Als slot nog een bedenking. 

Er zijn veel Chinese toeristen in Lhasa, meer dan Japanners in Brugge. Maar in Tibet is slechts 7% van de vaste bevolking Han Chinees. In Frankrijk is 9% Afrikaans: zijn de Fransen "onder de voet gelopen"?

 

 

05-03-10

Norbulingka, het zomerpaleis van de dalai lama’s

Een bezoekje, einde 2009.

De koets van de 13e dalai lama (de vorige) met een blinkende fietsbel erop. In de gebedszaal van zijn tempel staan zijn koetsen nu opgesteld, net als in een kasteel bij de Loire. Zijn troon staat er nog. De koets met de fietsbel werd getrokken door twee personen te voet, of lopend.

DSCN4259

de residentie van de 13e dalai lama (de vorige).

In Norbulingka staan er bomen, dik genoeg om balken uit te produceren. In de rest van dit deel van Tibet staat er geen enkele meer van dit kaliber.

De residentie van de 14e dalai lama werd pas in 1956 voltooid. De vertrekken zijn bijzonder rijk uitgerust, er is zelfs een echte westerse badkamer, nu nog steeds zeldzaam in Tibet. De muurschilderijen zijn verbluffend, een echt geschiedenisboek op de muur met Tibetaanse tekst ter begeleiding.

Norbulingka is zeer groot, een enorm park. Dit moet een aangename afgezonderde wereld geweest zijn voor de 14e dalai lama en zijn medewerkers. Er zijn weinig bezoekers laat oktober. Enkele Tibetanen, die er naar de zoo gaan met hun kinderen, want er is nu een zoo in het Norbulingka. Ook enkele pelgrims. Er worden nog centen gegeven op het bed en op de stoel van de 14e dalai lama (niet in zijn toilet). Maar honderden keren minder dan in de tempels in de stad. Ingangsticket voor toeristen: 60 yuan. De Tibetanen betalen slechts 2 yuan. Een Tibetaanse vrouw met haar oude moeder mocht echter gratis binnen, na 2 zinnen uitgewisseld te hebben met de Tibetaanse deurwachters.

Budweiser heeft er nog zijn permanente tent, nu leeg want eind oktober is het al koud in Lhasa.

DSCN4257

20:47 Gepost door infortibet in geschiedenis 20e eeuw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, lhasa, dalai lama, norbulingka

14-03-09

een kleine mediaoorlog over de Tibetaanse opstand van 1959

Er loopt een tentoonstelling over Tibet, “oud en nieuw”, in Beijing. Een glazen kast toont wapens die de Tibetaanse rebellen in 1959 gebruikten (o.a. een Amerikaans “Thompson” machinegeweer en een Engelse “Bren”). Het onderschrift in het Chinees en het Engels vermeldt de naam van het wapen en het feit dat het wapens van de Tibetaanse opstandelingen waren. Het Franse persagentschap AFP nam er een foto van en stuurde die de wereld in met het onderschrift: “Een voorbeeld van wapens die de Chinezen gebruikten tegen de Tibetaanse opstand in 1959.” Het omgekeerde dus. De directeur van de tentoonstelling en het Chinese Ministerie van Buitenlandse Zaken eisen een publieke rechtzetting van AFP.  (Xinhua 14 maart)

PS: Op 19 maart heeft AFP het onderschrift al laten wijzigen.

17:02 Gepost door infortibet in geschiedenis 20e eeuw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, geweld, china, pers

03-09-08

hoge lama fotograaf

Demo Tenzin Gyatso, fotograaf

Niet de 'Tenzin Gyatso' bekend als de 14e dalai lama, maar een andere, een hoge lama van het Tengyeling en het Kundeling klooster in Tibet. Hij leefde onder de 13e dalai lama en zijn hobby was fotografie.  Terloops: het Tengyeling klooster werd volledig afgebroken door de 13e dalai lama (1914) omdat het te pro-Chinees was, toen hijzelf pro-Engels was. Maar de fotograaf bleef. Zij foto's getuigen van de "Engelse mode" in Tibet in die tijd (1920-1940). De zoon van de 10e demo lama, Wanchuk Dorje, is nu voorzitter van de "Vereniging van Fotografen" in Tibet. De foto's zijn in zijn bezit.

reting rinpoche

foto boven: de regent-lama Reting rinpoche in een "limousine", met zijn twee body-guards in Engels kostuum. Hij was regent tijdens de kinderjaren van de huidige dalai lama.

 

foto twee: familiescene van de 10e demo lama fotograaf

foto hieronder: de 10e demo lama (de fotograaf in kwestie) met zijn vrouw

10e demo rimpoche

 

Tibetaans officier

Een Tibetaanse officier, in Lhasa (niet in Buckingham)

eregarde voor dalai lama

driloefening voor de eregarde van de 13e dalai lama

05-02-08

centen voor ballingschap

 

Meer en meer officiële Amerikaanse documenten over de jaren vijftig worden vrijgegeven. Eén ervan gaat over het al of niet in ballingschap vertrekken van de 14e dalai lama. Het gaat over een brief van de Amerikaanse ambassadeur in India, Henderson, van september 1951, tijdens de opmars van het Rode Leger naar Lhasa en toen de 14e dalai lama reeds gekozen had om met de Chinese overheid tot een akkoord te komen over het behoud van het religieusfeodale systeem in Tibet.[1] De brief zegt samengevat dit aan de 14e dalai lama:

* indien je in Tibet blijft, word je een dienaar van het communisme.

* onze regering zal je helpen om asiel te vinden waar mogelijk.

* onze regering zal de nodige fondsen voorzien, gedurende onbepaalde tijd - zolang wij er beiden baat bij hebben - om het asiel te sponsoren voor uw familie en een honderdtal personen van je gevolg.

* verzet tegen het communisme in Tibet is een actie van lange adem. Wij zullen geld en andere middelen voorzien om de communistische agressie tegen te gaan.

* als voorwaarde moet je wel het akkoord met de Chinese overheid opblazen en met ons samenwerken tegen de communistische agressie.

* onze regering wil publiek het recht op autonomie van Tibet verdedigen.

* in een autonoom en niet-communistisch Tibet mag jij als staatshoofd fungeren.

Dit was acht jaar voor de 14e dalai lama effectief in ballingschap vertrok. Enkele jaren later zei de 14e dalai lama nog tegen Mao in Beijing: "Neen, ik heb geen contacten met buitenlandse machten". Het is ook geweten dat de familierijkdom van de 14e dalai lama reeds in 1951 naar Sikkim overgebracht werd, met een lange karavaan muilezels.



[1] De integrale brief is overgenomen in de briljante geschiedschrijving van MC Goldstein "A History of Modern Tibet", vol 2, 1951-1955, University of California Press, 2007, pag 231-232.

18:38 Gepost door infortibet in geschiedenis 20e eeuw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: china, dalai lama, ballingschap, usa, tibet