16-05-11

Chronologische tabel Tibet

3000 v.Chr

Oudste gevonden landbouwnederzetting, Karub nabij Qamdo.

 

????

Legendarische koning Gesar en de Ling staat.

 

?e eeuw v.Chr. tot in de 7e eeuw na Chr.

Zhangzhung cultuur, in de omgeving van de Kailash berg.

 

4e of 2e eeuw v.Chr.

Legendarische koning Nyatri Tsanpo, in de Yarlung vallei.

 

5e eeuw

Koning Lhatotori Nyentsen en de eerste boeddhisme-import, vanuit Kashmir.

 

 

630 – 846 Tubo koningen, regeerperiodes

 

630-649

Songtsen Gampo, met de Chinese prinses Wencheng en de Nepalese Bhrikuti. Beide prinsessen brengen het boeddhisme mee binnen.

 

649-655

Gungri Gangtsen, verovert Tuyuhunië in 653.

 

655-676

Mangang Mangtsan, verpletterende nederlaag in 670 voor een Tang leger in Qinghai.

 

676-704

Dusong Mangpoje, dringt door ten noorden op de Zijderoute, soms verslagen door, soms gewonnen van de Tang legers. Aanval op het zuidoostelijke Nanzao afgeslagen, de koning sneuvelt.

 

704-755

Tride Tsukten, was nog kind toen zijn vader sneuvelde. Zijn grootmoeder bestuurt een tijd het rijk. Hij huwt met de Chinese prinses Jincheng.

 

735

Vredesverdrag Tubo-Tang, dat aan de Tubo West-Sichuan, Gansu en de Zijderoute geeft.

 

750

De Tubo worden door de Arabieren uit de oases van de Zijderoute verjaagd. Nanzhao wordt vanaf 752 bondgenoot van de Tubo, tot einde 8e eeuw.

 

755-797

Trisong Detsen, zoon van Tride Tsukten en prinses Jincheng. Padmasambhava, een Indiase guru, vindt bij hem asiel tegenover de oprukkende islam in India. Brengt het tantrisme in het Tibetaanse boeddhisme. Ontstaan van de Nyingma school. Eerste klooster in Tibet: het Samye klooster, ten oosten van Lhasa. Onder Trisong Detsen wordt het Tibetaanse rijk uitgebreid tot 'Groot Tibet', tweemaal zo groot als het huidige Tibet. 

 

763

Tijdelijke bezetting door de Tubo van Chang’an, de hoofdstad van de Tang dynastie.

 

787

Nieuw vredesverdrag tussen Tubo en Tang, Bevestiging dat het volledige westen aan de Tang invloed ontsnapt.

 

797-815

De militaire greep op het rijk verzwakt. Drie koningen volgen elkaar snel op.

 

815-838

Ralpachen (of Tritsug Dechen). Bepertkt de invloed van de lekenadel ten voordele van de geestelijken. Wordt vermoord door bon aanhangers.

 

823

Een laatste verdrag tussen Tubo en Tang. Invloedssferen blijven.

 

838-846

Langdarma, broer van Tritsug Dechen. Inperking van de macht van de monniken.Op zijn beurt vermoord. Einde van het rijk. 

 

 

Vier eeuwen versnippering

 

847-869

Slavenopstanden in het uiteenvallende rijk. Langzaam begin van het landheren en lijfeigenensysteem.

 

9e eeuw tot 17e eeuw

Guge koninkrijk in Ngari, in het westen. Atisha, een Bengaalse guru, begon er in 1042 de kadam school. Importeert de kalachakra openbaringstekst. Wordt uitgenodigd naar de streek van Lhasa, waar hij in 1056 het Reting klooster in sticht.

 

1038-1227

Xixia koninkrijk in het noordoosten (huidige provincies Qinghai, Gansu, Ningxia). Tanggut bevolking is een vermenging van Turcomongolen, Tibetanen, Han en Tu.

 

1073

Ontstaan van de sakya school, in het stadje Sakya, met steun van de Khon familie.

 

12e eeuw

Milarepa geeft de aanzet voor de kagyu school.

 

1162-1227

Genghis Khan begint aan zijn veroveringstocht. Vernietiging van het Xixia koninkrijk in 1227.

 

1234

Noord-China wordt door de Mongolen definitief ingelijfd. Zuid-China, de Zuidelijke Song dynastie, zal nog weerstand bieden tot in 1279.

 

1239

Klein Mongools verkenningsleger, onder leiding van Godan, naar Tibet. Besprekingen met de sakya school voor vreedzame onderwerping in ruil voor lokale macht.

 

 

Eerste Mongoolse periode (1252-1368)

 

1252

Tibet wordt bij het Mongoolse rijk ingelijfd. Pagpa, de leider van de sakyapa, wordt door de Mongolen aangesteld als afgevaardigde bestuurder van U en Tsang of Centraal-Tibet.

 

1260-1294

Regeerperiode van Kublai Khan, die zich in 1271 tot keizer van China uitroept (Yuan dynastie).

 

1264

Oprichting in Beijing van de “centrale commissie voor boeddhistische zaken en Tibet”.

 

1333-1368

Shundi, de laatste keizer van de Yuan dynastie, bevestigt de Phagmodrupa familie, die de sakyapa versloegen, als bestuurders voor Centraal-Tibet.

 

 

Phagmodrupa administratie (1345-1478)

 

1354

Vernieling van het Sakya klooster en definitieve uitschakeling van de sakya administratie. De hoofdstad voor Centraal-Tibet (U en Tsang) wordt Nedong. Ontstaan van de phagdru-kagyu school. In het westen is Guge nog steeds onafhankelijk.

 

1407

De Ming dynastie (1368-1644) begint met het instellen van titels voor Tibetaanse geestelijke en wereldlijke leiders in Centraal-Tibet. De titel “Dharma Prins” is de hoogste graad. De Ming bevoordelen geen van de diverse scholen of families. In de grensgebieden (huidige andere provincies) benoemen de Ming rechtstreeks “tusi’s”, lokale leiders.

 

1409

Stichting in Lhasa van het Ganden klooster door Tsongkapa (1357-1419), met de steun van de Phagmodrupa familie. Begin van de gelug school (gele mutsen). Volgen het Drepung klooster in 1416, Sera in 1419, beiden in Lhasa en het Tashilumpo klooster in Xigaze.

De landeigendom wordt nauwkeuriger omschreven, het lijfeigenschap krijgt meer regels. De kloosters verwerven gronden en lijfeigenen.

 

 

Ringpung administratie (1478-1565)

 

Een andere familie verovert militair de macht in Centraal-Tibet. Sakya wordt hun hoofdstad. Zij bevoordelen de karma-kagyu school.

 

 

Tsangpa administratie (1565-1642) en de Tweede Mongoolse periode (1573-1717)

 

Opnieuw een oorlogje en de Tsangpa familie grijpt de macht, met Xigaze als hoofdstad. De Karma-kagyupa worden door de Tsangpa familie zeer sectair opgejaagd tegen de gelugpa.

 

1573-1578

Althan Khan (1507-1582), een Mongoolse leider uit het noorden van China, valt Tibet binnen. Hij beschermt de gelugpa en verleent in 1578 de titel “dalai lama” aan de derde abt van het Drepung klooster.  

 

1589

De kleinzoon van Althan Khan wordt de vierde dalai lama.

 

1600 ongv.

De Tsangpa regeerders doen beroep op de Chogtu Mongolen uit het westen van China om de gelugpa te bekampen.

 

1605

Het Drepung en het Sera klooster in Lhasa worden volledig vernield door het Tsangpa leger.

 

1639

Gushri Khan (1584-1655), een Mongools leider uit het noordwesten van China verslaan de Chogtu Mongolen in Qinghai en komen in Tibet de gelugpa ter hulp.

 

1642

De Tsangpa heersers worden definitief verslagen door Gushri Khan. De 5e dalai lama (1617-1682) krijgt de lokale politieke macht over Centraal-Tibet. Gushri Khan blijft zijn meerdere, de “depa”, een soort president. Na de dood van Gushri Khan wordt de “depa” een Tibetaanse hoge lama. De hoofdstad wordt Lhasa. De 5e dalai lama verovert het koninkrijk Guge in het westen en dringt in het oosten door tot in Sichuan.

 

1645

Gushri Khan verleent de titel van “panchen lama” aan de abt van het Tashilumpo klooster.

 

De Qing dynastie (Manchu) (1644-1911)

 

1652

De 5e dalai lama wordt in Beijing door Qing keizer Shunzhi erkend als leider voor Tibet.

 

1697-1705

Korte regeerperiode van de 6e dalai lama, de “frivole”.

 

1705

Lajang Khan, de achterkleinzoon van Gushri Khan, probeert zijn zoon als 7e dalai lama te installeren.

 

1713

Qing keizer Kangxi (regeerperiode 1661-1722) bevestigt de titel van “panchen lama”.

 

1717-1720

De Dzoungaren bezetten tijdelijk Tibet. Lajang Khan sneuvelt  De Dzoungaren worden in 1720 door de Qing troepen verdreven. Polhanas, een niet-geestelijke, wordt aangesteld als lokale leider van Tibet. De Qing troepen escorteren de echte 7e dalai lama naar Lhasa, die geen wereldlijke macht krijgt.

 

1727

Burgeroorlog in Tibet, tussen U en Tsang. De Qing legers herstellen de orde, Polhanas blijft aan tot in 1747. De grenzen van Tibet worden door de Qing vastgelegd op wat ze nu ongeveer zijn.

 

1736-1795

Regeerperiode van Qing keizer Qianlong, die tal van kloosters in Tibet en in de randgebieden sponsort.

 

1747-1756

Nieuwe burgeroorlog in Tibet, met inmenging van de Dzoungaren. Een Qing leger komt opnieuw de orde herstellen en vernietigt de Dzoungaren in 1756.

 

1751

Instelling van de Kashag, de ministerraad voor Tibet. Afschaffing van het “depa” systeem.

 

1774

Eerste Engelse verkenning van Tibet, de “Bogle missie”.

 

1791

De Qing legers verdrijven een Nepalese Gurkha invasie uit Tibet.

 

1793

De Qing stellen een lijst van 29 reglementen op voor Tibet. Een driemanschap moet voortaan Tibet besturen: de commissaris van de keizer (amban), de dalai lama en de panchen lama. Reïncarnaties van belangrijke hoge lama’s moeten door de keizer bekrachtigd worden.

 

1808-1879

De 9e tot en met de 12e dalai lama sterven allen jong, nog voor ze werkelijke macht hebben.

 

1846-1864

Engeland ontneemt Ladakh, Sikkim en Bhutan aan de Tibetaanse invloed.

 

1879

De jonge 13e dalai lama (1876-1933) komt op de troon.

 

1897

Dorjieff, een Buriat Mongool en contactman met tsaristisch Rusland wordt de raadgever van de 13e dalai lama.

 

1904

Het Engels leger bezet tijdelijk Tibet. De 13e dalai lama vlucht naar Mongolië, later naar Beijing. Keert in 1909 terug naar Lhasa, maar vlucht dan naar Engels India, door naderende Qing troepen.

 

De Republiek China (1911-1949

 

1911

Val van de Qing dynastie in China en uitroeping van de Republiek China.

 

1913

De 13e dalai lama keert terug naar Tibet. Alle Han Chinezen worden uit Tibet verdreven. De facto onafhankelijkheid van Tibet.

 

1913

Simla conferentie, met Engeland, Tibet en China aan tafel. De kaart van Groot Tibet wordt naar voor geschoven door de 13e dalai lama. Engeland ontneemt Arunachal Pradesh aan Tibet. China verwerpt het verdrag.

 

1918

De 13e dalai lama herovert Oost-Tibet. Een overeenkomst legt de grens vast op de Yangzi, zoals voor het huidige Tibet.

 

1933-1950

Na de dood van de 13e dalai lama is de Tibetaanse adel verdeeld: Engeland of China? Regent Reting (1933-1941) schipperend, regent Taktra (1941-1950) pro-Engels.

 

1940

De huidige 14e dalai lama (geboren in 1935) wordt officieel op de troon gezet.

 

1942

Eerste Amerikaanse missie in Tibet (Dolan, Tolstoy). Gouden horloge voor de dalai lama.

 

 

De volksrepubliek (vanaf 1949)

 

1949

Uitroeping van de Volksrepubliek China.

 

1951

Het Rode Leger marcheert op Lhasa. Eerste plannen voor ballingschap van de 14e dalai lama. Hij aanvaardt echter, samen met de Kashag, het “17 punten programma” van China. Zijn twee broers vluchten en worden gerekruteerd door de CIA.

 

1956

Begin van de Tibetaanse opstand in West-Sichuan. Eerste wapenhulp van de USA in 1957.

 

1958-1959

De opstand bereikt Lhasa. De 14e dalai lama laat zich ompraten om in ballingschap te gaan. Het Chinese leger slaat de opstand neer.

 

1960

Afschaffing van het lijfeigenensysteem.

 

1959-1972

Guerrilla activiteiten in Tibet gesteund door de USA.  

 

Vanaf 1972

Internationale kruistocht van de 14e dalai lama voor vrede, vrijheid, mensenrechten, democratie en min of meer onafhankelijkheid van Tibet.

20:21 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, china, engeland, usa

17-12-10

Het oude boeddhistisch koninkrijk Kucha

Kucha (Kuqa) is een streek in het uiterste noordwesten van China, ten noorden van de grote Taklamakan woestijn in de provincie Xinjiang, en gelegen op de oude Zijderoute. Vanaf de 2e eeuw voor onze tijdrekening tot aan de Mongoolse invasie in de 13e eeuw was de oase Kucha het centrum van een koninkrijk. Het koninkrijk werd niet onder de voet gelopen door het Tibetaanse ruitervolk, dat een groot imperium uitbouwde in de 8e eeuw. De Tibetanen bleven ten zuiden van de Taklamakan woestijn. Sommigen beweren dat het ‘grote Tibetaanse imperium’ grote delen van Centraal-Azië bevatte. Dat is een misvatting. In het oosten van de woestijn, richting China, namen de Tibetanen wel Dunhuang in, met de beroemde boeddhistische Mogao grotten. Die laatste bestonden al 200 jaar toen de Tibetanen er kennis mee maakten. Het boeddhisme in Tibet kwam uit het noorden (China) en uit het zuiden (India). De invloed “uit het noorden” wordt nu dikwijls door bepaalde middens van bij ons geminimaliseerd door politieke overwegingen: om de ‘onafhankelijkheid tegenover China’ te voeden. Ook dit is een misvatting. Daar kom ik nog op terug in andere artikelen. Beide groten culturen – de Indische en de Chinese – hebben de Tibetaanse fel beïnvloed en ook omgekeerd en onderling.

 

De oase van Kucha ligt langs de Muzart rivier, die zijn weg verliest nog voor hij in de Tarim rivier uitmondt. Op zijn beurt verdwijnt die laatste 300km verder ook in het woestijnzand van dit droge noorden. De oorspronkelijke bevolking van Kucha waren Tocharians, een steppevolk uit Centraal-Azië. Veel later kwamen de Dzoungaren, nog later de Uyguren en tenslotte ook de Han Chinezen. Het koninkrijk Kucha was rijk, gewoon door tol te heffen op de karavanen van de Zijderoute. Vanaf de eerste eeuw sijpelde het boeddhisme binnen vanuit Kashmir. De bloeiperiode van het boeddhisme in Kucha werd de 3e-4e eeuw. Daarvan getuigen nog een serie tempelruïnes en vooral de beroemde Kizil-grotten met hun fresco’s. Van de beelden is echter zeer veel weggeroofd of beschadigd door de grote ‘archeologische’ expedities van Fransen, Duitsers, Engelsen, Russen, Japanners en mogelijks nog anderen in de 19e en 20e eeuw.

     

Kucha was de thuisbasis van een beroemde monnik, die ook aan de basis lag van de boeddhismeverspreiding verder oostwaarts in China. Zijn naam: Kumarajiva (344-413). Hij woonde in Kucha, was van Indische afkomst en studeerde het boeddhisme in Kashmir. Hij leerde Sanskriet en Chinees en sprak verschillende lokale talen van West-China. Tijdens de Jin dynastie (265-420) in China werd hij gedurende ongeveer vijftien jaar de voorzitter van een groep vertalers (800) in de Chinese hoofdstad Xian, om er sutra’s vanuit het Sanskriet naar het Chinees te vertalen. Dit resulteerde in een omvangrijke bibliotheek met 384 volumes.  

 

Bronnen:

The road to Miran, Christa Paula, Harper Collins, London 1994.

HKTCP, nr 329, sept 2010

17:56 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, boeddhisme, china, xinjiang

07-12-10

Nog een Tibetaanse tempel in Beijing

De Zhao Miao tempel, of de ‘Tempel van het Heldere Licht’ in Beijing wordt compleet gerestaureerd. Het tempelcomplex werd in 1780 voltooid onder keizer Qianlong van de Qing dynastie. Het was bedoeld als tweede residentie voor de 6e panchen lama, maar die stierf er dat jaar. De inrichting en de architectuur inspireerden zich op het Tashilumpo klooster in Tibet, de thuisbasis van de panchen lama’s. De regeerperiode van keizer Qianlong was bijzonder lang: 1736-1795. Zijn tijdsgenoten waren de 7e en de 8e dalai lama, precies twee, die het Chinese keizerrijk goed gezind waren en het als bestuur voor Tibet aanvaardden. Uit die periode dateren de wetten, die Beijing uitvaardigde voor Tibet, ondermeer een deel van de eindprocedure bij het erkennen van reïncarnaties van hoge lama’s.

Keizer Qianlong was een grote tempelbouwer in geheel China, ook in streken waar Tibetanen woonden. Maar de Zhao Miao tempel bevindt zich dus in Beijing en was bedoeld voor de panchen lama’s. De dalai lama’s verbleven in de nu beter gekende ‘Lamatampel’ in Beijing (de metro stopt eronder).

 

De Zhao Miao tempel bevindt zich in de westelijke heuvels, dicht bij de stad. Die westelijke heuvels (Xi Shan) zijn nu een zeer uitgestrekt publiek park. (metrolijn 1, terminus west, Pingguoyuan, dan ben je er niet ver van af).

 

DSCN1503.JPG

Van boven op de pagode, zicht op Beijing.

 

 

Het tempelcomplex werd grotendeels vernietigd. Neen, niet tijdens de Chinese Culturele Revolutie, maar in twee fasen: in 1860 door de Engels-Franse troepen en in 1900 grondig door een leger van acht Europese mogendheden, waaronder België. Europa wou toen de Qing dynastie op de knieën krijgen om meer vrije handelsconcessies (lees koloniale uitbuiting) te bekomen in China. Het waren ‘strafexpedities’ tegen de ‘ongehoorzame Chinezen’. Waartoe een Tibetaanse tempel al niet kan dienen…

 

DSCN1502.JPG

 

Wat staat er nu dan nog? Een imposant geglazuurd portiek, enkele mooie bas-reliëfs, twee pagodes, een enorme stenen tablet met inscripties in vier talen: Mandchou, Han, Tibetaans en Mongools. Een stille maar kolossale getuige van een multicultureel imperium.

Budget voor de restauratie: 5 miljoen euro.

DSCN1500.JPG

 

DSCN1501.JPG

17:32 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, beijing, tempels, panchen lama

31-05-10

Jezuïeten in Tibet

Europa had in de eerste 1500 jaar van onze jaartelling geen weet van het hoogplateau, noch van Tibet. De Arabische reiziger en handelaar, Suleiman, wist Tibet in 880 te plaatsen en Marco Polo schreef er op het einde van de 13de eeuw over. Maar het is pas enkele eeuwen later dat de eerste Westerse Europese verkenners Tibet te zien kregen. Die voorhoede van Europa waren missionarissen.

 

Rond de machtswissel tussen de Ming en de Qing dynastie in de 17e eeuw maakte Tibet voor het eerst kennis met christelijke missionarissen. Europa had tot dan toe nauwelijks weet van het hoogplateau. Maar in 1581 schreef de jezuïet Acquaviva, die in India diende: “Wij hebben een nieuwe natie gevonden die Bottan heet (hij had het over Tibet) en ten noorden van Lahore ligt, in het land waar de bronnen van de Indus zijn. De mensen zijn er vroom en er zijn geen moslims te bespeuren, dus moeten wij enkele confraters sturen om ze te bekeren.” . Maar dat was rapper gezegd dan gedaan. Met de steun van de paus en de Spaanse koning Filips II ging de jezuïet Bento de Goes als eerste op expeditie, maar hij kwam niet verder dan de huidige Chinese provincie Xinjiang en tekende de noordelijke contouren van het plateau.

 

In 1624 drongen Antonio de Andrade en Manuel Marques als eerste Europeanen vanuit het zuiden de Tibetaanse Kailash-regio binnen. In Barang, het eerste stadje, stichtten ze een missie. Barang is ook vandaag de plaats waar Westerse toeristen hun tocht naar de Kailash aanvangen. Met de hulp van de koning van Guge in West-Tibet bouwden ze een kerk. In de jaren tachtig vond een Tibetaans archeologisch team een Tibetaans ritueel masker in de streek. Bij nader toezien was het gemaakt uit een soort papier-maché, met verharde klei eromheen. Het papier was nog redelijk intact en bleek een verzameling pagina’s uit de bijbel te zijn, in het Portugees. Dit is het enige overblijvende bewijs dat Antonio de Andrade wel degelijk in de regio verbleven had.

 

In diezelfde periode staken de paters Cacella en Cabral, ook al jezuïeten, de grens over tussen Bhutan en Tibet en vestigden zich in Xigaze. De eerste bekeerders die in Lhasa aankwamen waren de jezuïeten d’Orville en Grüber, in 1661. D’Orville was de zoon van een Brusselse graaf. Zij kwamen uit het noorden, dwars door Qinghai en hadden daarvoor de goedkeuring van de Qing keizer gevraagd en gekregen. Als eerste Europeanen beschreven zij de Tibetaanse gebedsmolen, maakten een schets van het Potala, dat toen in de steigers stond, en noteerden de losbandigheid van de 6de dalai lama. D’Orville hield het slechts één maand uit, moest door ziekte terug naar India en stierf er kort nadien van uitputting. De schets van het Potala zou het enige beeld blijven dat Europa van Lhasa had tot in 1901. Twee andere Jezuïeten, Hippolito Desideri en Emmanuel Freyre, wilden in 1716 in Barang gaan zien of er nog christenen waren. Zij konden kort met de Mongoolse krijgsheer Lajang Khan sympathiseren, die toen het gebied controleerde, maar werden zowaar onder de voet gelopen door de Dzoungaren, die in die periode Tibet binnenvielen en veroverden.

 

In 1846 kwamen twee Franse lazaristen, abbé Huc en abbé Gabet, naar Lhasa. Zij bleven slechts drie maanden en waren de bijna eerste en zeker de laatste christelijke missie in de hoofdstad.

 

Meer kerken bij de Tibetanen van Yunnan

De provincies Yunnan en Sichuan kregen meer en langer bezoek van Westerse missionarissen. Je vindt er nu nog eigenaardige enclaves. Cizhong is een dorp op de bovenloop van de Mekong in de provincie Yunnan, niet ver van de grens met Tibet. Een katholieke kerk staat er naast een opeenhoping van mani-stenen (erfenis van de bon religie, overgenomen door het Tibetaanse boeddhisme). De meerderheid van de 100 families die het dorp telt noemen zich katholiek. De kerk dateert van 1905. Een Franse missionaris ligt er begraven in de tuin. Zijn Chinese naam is Wu Xudong. Het interieur van de kerk is nog prima bewaard, alle revoluties ten spijt. Wie woont in het dorp? Tibetanen, Nu, Lisu en Naxi. Weer één van die mengstadjes, die door de 14e dalai lama in de “grote culturele Tibetaanse zone” meegetekend worden. Een eigenaardigheid voor Cizhong zijn de wijngaarden. De Franse missionaris leerde “zijn uitverkoren volk” wijn fabriceren, nuttig voor de mis maar ook voor dagelijks gebruik. De inwoners van Cizhong hebben die ingevoerde traditie voortgezet. Wordt je uitgenodigd bij mensen thuis, dan krijg je een beker rode Cizhong wijn geserveerd.

 

In Tibet zelf bevindt de enige christelijke kerk zich in het dorp Yanjing, op de oever van de Mekong, niet ver van de provincie Yunnan. Op het einde van de 19e eeuw kochten drie Franse missionarissen het dorp af van het plaatselijke lamaïstisch klooster. Hun opvolger, Maurice Tornay, sneuvelde toen in 1940 de monniken van de nabije Tibetaanse boeddhistisch klooster zijn residentie, de kerk en het dorp gewapenderhand terug innamen. De kerk geraakte in verval, maar gedurende de Culturele Revolutie kreeg zij een nieuwe functie: lagere en middelbare school. De hoge beuken kregen een dubbel plafond en werden twee schoolverdiepingen. Rond 1990 werd het kerkje in zijn oorspronkelijke vorm gerestaureerd. Een Tibetaan, die zich “vader Laurent” laat noemen, nam de dienst als priester over, geassisteerd door twee Tibetaanse katholieke nonnen. Met het lamaklooster zijn er geen twisten meer want ze wonen elkaars hoogfeesten bij.

15:16 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, europa, christendom, yunnan

05-04-10

Ralpachen (Tritsug Detsen) (806-836): de laatste koning van het Tibetaanse rijk.

Hij kwam op tienjarige leeftijd op de troon en leed aan een hartziekte. Tijdens zijn regeerperiode werd het vredesverdrag van 822 met de Chinese Tang dynastie gesloten. Niet door een overwinning van de Tubo op de Tang, maar eerder uit zwakheid van de Tibetaanse Tubo dynastie. De Tang wilden alleen maar rust in de grensgebieden en hadden ondertussen vriendschapsakkoorden met de Uyguren en met Nanzhao (Sichuan, Yunnan) gesloten.

 

Ralpachen stimuleerde fel, met dwang, de ontwikkeling van het boeddhisme, legde teveel taksen op om kloosters te bouwen en bereidde zo het verval van de Tibetaanse Tubo dynastie voor. De landaristocratie zou in opstand komen. Van zijn hand is ook de verplichting voor de Tibetanen om per zeven gezinnen één monnik te sponsoren. Onder zijn bewind breidde Tibet niet meer uit. Na hem viel het Tibetaanse rijk uiteen.

Hij had nog een opvolger (Langdarma), die in botsing kwam met de macht van de geestelijkheid en die in 846 op zijn beurt vermoord werd. 

15:19 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, boeddhisme, monniken, tubo

15-01-10

Niet geliefde voorgaande dalai lama’s

Sommige van zijn voorgangers zijn echt geen favoriet van de huidige dalai lama. In feite heeft hij slechts twee favorieten, de 5e en de 13e, omdat die redelijk anti-Chinees waren. Veel andere van zijn voorgangers stierven jong of zeer jong. Toch zijn er twee, die toch iets langer leefden, maar die hem niet aan het hart liggen.   

De 8e dalai lama, Jampal Gyatso (°1758, erkend in 1762, overleden in 1804)

Hij is een van de weinige dalai lama’s die niet stierf bij zijn meerderjarigheid, samen met de 5e, de 7e en de 13e. Nochtans wordt hij weinig vermeld door de huidige 14e dalai lama, die enkel de 5e en de 13e als “grote” dalai lama’s bestempelt, in overeenstemming met het “Plan van Chenrezig”(Laird) om een ‘groot en onafhankelijk Tibet te vestigen’. Waarom lust de huidige 14e dalai lama de 8e niet? De 8e dalai lama had te maken met de Gurkha invallen vanuit Nepal. Hij deed beroep op de Qing legers van het Chinese keizerrijk om die te verdrijven. Dat gebeurde en de 8e dalai lama stelde samen met de Qing de befaamde “29 reglementen” op voor het bestuur van Tibet, waarbij de administratieve regelgeving door het Chinese keizerrijk in Tibet verstevigd werd, onder meer de noodzaak van het bekrachtigen van reïncarnaties door Beijing. Precies dit wil de huidige dalai lama niet veel vermelden.

 

De 7e dalai lama, Kalsang Gyatso (°1708, erkend in 1720, overleden in 1757), behoort evenmin tot de favorieten van de huidige dalai lama. De reden is weer eenvoudig, de 7e werd door diezelfde Qing dynastie geïnstalleerd tegen een fake 6e dalai lama, op de troon gezet door Lajang Khan, een lokale Mongoolse krijgsheer. De Qing verdreven op dat moment ook de Dzoungaren uit Tibet, een turco-mongools ruitervolk uit het westen van China. De Qing hadden de echte 7e dalai lama  tijdens die operatie tijdelijk in West-Sichuan gelogeerd, waar ze een heus klooster voor hem bouwden in 1728, het Garthar Chode klooster (Huiyuan in het Chinees), nabij de stad Kangding. Zoals gebruikelijk schonk de Chinese keizer van toen (Yongzheng, 1678-1735) een tablet met een kalligrafie in zijn handschrift. Die prijkt nog steeds op de hoofdtempel. In het klooster verblijven nu ongeveer 300 monniken, naast nog een tweehonderdtal aspiranten.   

 

Bronnen: Gyurme Dorje en HKCTP jan 2010.

19:55 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, china, reincarnatie, qing

22-10-09

nieuw boek: "Tibet. Kroniek van het dak van de wereld"

Jean-Paul Desimpelaere m.m.v. Kris Peeraer

Tibet is een van de grote raadsels gebleven, ook in tijden van globalisering. Afgelegen en ver weg van de wereld, zorgde het voor mythes en legenden die nu nog voortleven: Tibet als een vriendelijk feodaal paradijs van pure zuiverheid. Historici deden weinig om deze mythes te duiden, enkelen voegden er zelfs nieuwe aan toe. Zo werd het onmetelijke Tibet, dat maar een paar miljoen mensen herbergt, een naam die polemiek opwerpt. Maar hoe is het land achter die polemiek?

Tibet. Kroniek van het dak van de wereld nodigt de lezer uit voor een lange wandeling zowel door de Tibetaanse hooglanden als door de tijd. Op zoek naar een inzicht in de geschiedenis, de cultuur en de godsdiensten van het hoogplateau. De wandeling begint al in de ijstijd, gaat langs de vroege Yarlungdynastie en het grote Tuborijk in de 7e en 8e eeuw, en houdt halt bij het ontstaan van nieuwe boeddhismescholen en bij de Mongoolse invallen. Vanaf de 17e eeuw verstevigen de banden met het Chinese keizerrijk. Wanneer er in 1951 een einde komt aan de lokale theocratie en de macht van krijgsheren, groeit het dispuut tussen de dalai lama en de Chinese overheid. Maar dat belet niet dat Tibet in enkele decennia de sprong maakt van een feodaal naar een modern land.

 

 

 

Inhoud

Tibet inleiden 7

1. Tibet en het hoogplateau 13

2. De bevolking van Tibet: vroeger en vandaag 35

3. Het grote Tubo rijk 59

4. Lijfeigenen ver van het nirwana 71

5. De Mongoolse connecties en de dalai lama’s op de troon 105

6. China neemt het heft in handen. De Qing dynastie (1644-1911) 125

7. Het kleine en het grote Tibet van de 13e dalai lama 137

8. De 14e dalai lama en het nieuwe China 157

9. Opstand en ballingschap 185

10. De kwestie van het getal 217

11. Shambala 229

Bijlagen 237

Bibliografie 249

Tibet inleiden

Tibet is een heikel onderwerp, moeilijk ook. En niet alleen omdat het eeuwenlang gesloten en onbekend gebied voor westerlingen was. De laatste jaren staat Tibet in de belangstelling en heel wat mensen hebben er, niet gehinderd door enige kennis van zaken, 'hun' mening over. Dit boek bladert door de geschiedenis van Tibet en zoekt er de nodige achtergrond om klaar te zien in het complexe Tibetaanse huis.

'Tibet lonkte', zo schrijft Jean-Paul Desimpelaere. 'Ik ben niet vies van een extreme inspanning en daarom stapte ik in 1991 mee in de organisatie van een klimexpeditie in de Himalaya. Ons basiskamp lag niet in Nepal zoals in die dagen gebruikelijk was, maar in Tibet. Dat was deel van de uitdaging: de noordwand van de Himalaya. Ik klom niet mee naar 8000 meter, dat was mijn bedoeling en ook mijn taak niet. Marc en Gille, een Brussels echtpaar, deden dat wel. Bij deze groet ik hen. Maar wat ik wilde zeggen is dat Tibet me toen 'gepakt' heeft. Je loopt er uren over de hoogvlaktes zonder dat het landschap ook maar een beetje verandert en toch blijft het boeien. Wat zijn mensen op deze dorre plekken komen zoeken, waarom wonen zij 5000 meter hoog, een hoogte waar wij aan de zuurstoffles moeten? In het dorp dat aan onze expeditie jaks leverde voor het naar boven dragen van materiaal, trof me de mix van knus en ruw. Ver van alles leefde daar een gemeenschap van honderd mensen, die zich binnen de dikke, beschuttende muren van hun huizen schaarden rond boterthee, tsampa en de geruchten van de dag. Ze deden het zonder elektriciteit, toiletten en badkamer, en 's morgens smolten ze ijs uit de nabije rivier voor drinkwater. Het was einde mei begin juni, wanneer bij ons de bessenstruiken al hun vruchten geven. Sommige dorpelingen maakten zich op om hun kuddes op het plateau te hoeden. Omdat er door hoogte en droogte bijna geen gras is in Tibet, moeten ze in de zomer grote afstanden afleggen met hun beesten. Dan wordt gekampeerd. Zulk bar bestaan in zulk weids landschap wekte mijn bewondering en liet een blijvend teken op mijn ziel.

En zo raakte ik verknocht aan het hoogland. Niet door zijn spiritualiteit, laat dat duidelijk zijn, maar door de lui die het bevolken ondanks de meedogenloze natuur. Zij fluisteren hun overlevingsverhalen in de wind en rond de haard. Zij roepen ze naar de andere oever van de rivier.

Een journalist van de Vlaamse televisie, die de expeditie vergezelde, ontwaakte mijn kritische zin. Bij de kleinste ruïne die we onderweg tegenkwamen, kon hij het niet laten op te merken: 'Kijk, alweer een gebouw dat werd vernield door de Chinezen.' Ik vond dit vooringenomen, maar ik had niet de bagage om hem van wederwoord te dienen. Daar, op 5000 meter hoogte, heb ik me voorgenomen de 'Tibetaanse kwestie' grondig te bestuderen. Daarna ben ik verschillende keren naar Tibet gereisd en heb er veel gesproken met boeren, want zij zijn met hun 80 procent de kern van Tibet. Maar eerst is een historisch overzicht op zijn plaats en dat is dan ook het onderwerp van dit boek.'

Kris Peeraer schrijft: 'In 1975 kwam ik voor het eerst in Afghanistan. Tussen het gemoderniseerde Iran van de sjah en Herat, de meest westelijke oase van Afghanistan, lagen een strook niemandsland en de wind van 120 dagen die poeierdroog en heet door de zomermaanden blies. Een zandstorm begeleidde me op weg naar Herat waar de tijd was blijven stilstaan. De mannen droegen er tulbanden, lange hemden en brede broeken en lichtten hun avondwandeling bij met een petroleumlamp. Minaretten rezen er op in de nachtelijke hemel en 's ochtends zag ik de eerste hemelsblauwe boerka's, wat me in mijn jeugdige naïviteit deed besluiten dat Afghanistans vrouwen wel heel bijzonder waren. Waarom moesten ze anders weggestoken worden onder zoveel textiel? De tijdloze oase appelleerde aan mijn romantische reizigersziel en dompelde haar wekenlang onder in een betoverende rust. Drie jaar later kwamen de communisten aan de macht in Afghanistan en begonnen aan een reeks hervormingen die onder meer aan mannen en vrouwen gelijke rechten zouden geven. En dus moesten de meisjes naar school, geen onzinnige maatregel in een land waar 98% van de vrouwen analfabeet was. Het kwart miljoen molla's dat de plak zwaaide in Afghanistan pikte dat niet. In Herat predikten ze het verzet, mobiliseerden de bevolking en ontketenden een opstand tegen de goddeloze marxisten die beweerden dat de koran niet meer waard was dan een gedateerde krant. Het garnizoen van de stad liep over naar de opstandelingen en Russische piloten hielpen de orde herstellen. Er vielen duizenden doden, sommige bronnen spreken van wel 20.000... omdat de meisjes naar school moesten.

Tibet was net zo'n land waar de moderniteit aan voorbij was gegaan. De greep van de georganiseerde godsdienst op de maatschappij was er minstens even groot. En tegelijk was het een land waar de reiziger zijn nostalgisch hart kon ophalen. Het landschap was er letterlijk adembenemend en bidvlaggen, tempels en stupa's brachten dat extra eerbetoon waar 's werelds hoogste regio recht op had.

Beide landen waren feodaal en schijnbaar niet geïnteresseerd in modernisering. Hoe het verder is gegaan met Afghanistan weten we min of meer. De oude krachten wensen wij, westerlingen, naar de verdoemenis: de taliban en de molla's. Met hun geestesgenoten van Al Qaida hebben ze immers toegeslagen in onze zenuwcentra: London, New York en Madrid. Maar naar Tibet kijken we totaal anders. Willens nillens kreeg het de moderniteit opgelegd. De Chinese communisten stonden dan ook steviger in hun schoenen dan de Afghaanse, ondanks de Russische hulp. In elk geval mogen de lama's op meer westerse sympathie rekenen dan de molla's. Waarom? Omdat Tibet de underdog is en omdat de Chinezen er al dan niet correct met geweld hun historisch recht op claimden? Omdat China de pers buiten houdt als er onrust is? Omdat de mensenrechten er soms met voeten worden getreden en er politieke gevangenen zijn? Niet meer dan honderdvijftig volgens voorzichtige bronnen, maar dat zijn er honderdvijftig te veel. Omdat er beelden zijn van Tibetanen die op de grens met Nepal onder vuur worden genomen door Chinese soldaten? Omdat er nog altijd Tibetanen vermist blijven na de rellen in maart 2008? Omdat nog nooit een Tibetaan benoemd werd in de hoogste functie van partijsecretaris van de autonome regio Tibet, terwijl de gouverneur wel een Tibetaan is? Sommigen noemen dat een mooi huwelijk, anderen een machtsonevenwicht. Omdat de dalai lama de Nobelprijs voor de vrede kreeg, een gevierd mediafiguur is en zijn foto verboden is in Tibet? Er zijn nog volkeren die zich tekortgedaan voelen, maar geen ander dat de aandacht krijgt die de dalai lama weet los te weken. Hij komt dan ook niet op voor een herstel van de middeleeuwse samenleving zoals de taliban doet, hij werpt zich op als de spirituele leider van de wereld en hij off reert de boeddhistische middenweg, ook politiek. (Wat die precies inhoudt, vergt wel een grondige ontleding.)

Elke vergelijking loopt natuurlijk mank, maar is de grond van de zaak niet dat zowel Tibet als Afghanistan in de tweede helft van de vorige eeuw toe waren aan grondige hervormingen en dat het de hoogste tijd was dat de religieuze en feodale elites er werden gekortwiekt? Zowel in Tibet als in Afghanistan steunden de VS via hun geheime dienst de conservatiefste krachten. Tot eigen scha en schande. Al Qaida is met Amerikaans geld groot geworden.

En vandaag? Afghanistan blijft een onduidelijke toekomst voorbehouden en voor Tibet is het vrijwel zeker dat het zijn onafhankelijksdroom mag opbergen. Het momentum in de geschiedenis waarin hij werkelijkheid kon worden, is gepasseerd. Tibet is deel van China en zal dat in de komende decennia met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ook blijven.

De Afghaanse bergen zijn, hoewel minder hoog, even ruig als de Tibetaanse, de geschiedenis van beide gebieden is even ondoorzichtig en de mix van volkeren is even groot op het dak van de wereld als in het land waar Engelsen en Russen in het verleden het onderspit moesten delven en waar nu ook de Amerikanen en hun bondgenoten de tanden stuk op bijten.

Nu het stof na de heisa rond de Olympische Spelen en de rellen van het voorjaar 2008 is gaan liggen, nu de vijftigste verjaardag van de Tibetaanse opstand achter de rug is en de toeristen weer naar Lhasa mogen, is het ogenblik gekomen om dieper in te gaan op het Tibetaanse vraagstuk. Het vakwerk in dit boek is geleverd door Jean-Paul Desimpelaere. Ik ben hem dankbaar voor de schat aan informatie die hij ook voor mij beschikbaar stelde.

Graag serveren wij u de kroniek van het dak van de wereld.'

Jean-Paul Desimpelaere
Kris Peeraer

Colofon:

Uitgeverij EPO, Antwerpen, oktober 2009

isbn: 9789064454790 · 2009 · paperback (15 x 22,5 cm) - 256p. - met meer dan 50 vierkleurenillustraties en kaarten · prijs: € 20.00

12:33 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, geostrategie, boeddhisme

25-03-09

een gereïncarneerde lama schrijft

“De wording van de religieuze en wereldlijke macht in Tibet”, van Dungkar Lobzang Trinle

Het zijn niet enkel politici of historici die de evolutie van Tibet ontleden. Zo is er Dungkar Lobzang, een gereïncarneerde hoge lama, die een boekje schreef. Dungkar Lobzang is geboren in 1927 en werd op vijfjarige leeftijd erkend als de reïncarnatie van de hoge lama van het Dungkar klooster in de omgeving van de stad Nyingchi in Tibet. Zijn studie in het Sera klooster van Lhasa gaf hem de hoogste titel (‘geshe’) in de boeddhismewetenschappen. Hij legde zich toe op historische annalen van Tibet en publiceerde tal van werken in het Tibetaans. Een beknopt boekje van zijn hand werd in het Engels gepubliceerd, daar verwijst de titel boven naar. Uitgeverij: Foreign Languages Press, Beijing, 1991. Alles wat in Beijing gepubliceerd wordt moet niet per definitie verdacht zijn, die man schrijft gewoon zijn kennis neer. En hij doet dat inderdaad op een manier die de band tussen religieuze macht en politieke macht niet wil wegmoffelen. Tibet was zoals elke andere streek in de wereld het toneel van machtstrijd, periodes van bloei, burgeroorlogen en inmengingen van buitenuit. Het boekje behandelt de periode van bij het begin van onze tijdrekening tot in 1951.

dungkar lobzang