16-12-11

Tibetanen in Nepal

 

Het UNHCR (UNO organisatie voor de vluchtelingen) schat het aantal Tibetanen in Nepal op 20.000 (2010).

 

De meerderheid leeft in de omgeving van de hoofdstad Kathmandu. Tibetaanse vluchtelingen van voor 1989 kregen verblijfspapieren. Velen daarvan leiden er een vrij bloeiende handel of dienst. Volgens de Nepalese wetgeving kunnen zij aanspraak maken op de Nepalese nationaliteit maar slechts weinige Tibetanen maken daar gebruik van. Daardoor zijn hun kinderen nog ‘stateloos’ en is de discriminatie tegenover hen nog groot in Nepal bv in verband met werk vinden of ambtenaar worden).

 

Anders zit het met de nieuwe vluchtelingen van na 1989 (1000 per jaar). Zij krijgen enkel de toelating om te ‘transiteren’ via Nepal naar een ander land, dikwijls India. Het UNHCR vangt hen tijdelijk op. Einde 2010 was hun aantal 1500, gehuisvest in enkele kampen van het UNHCR.

 

Het ‘Observatory for Statelessness’ stelt dat er jaarlijks 3000 Tibetanen naar Tibet terugkeren, echter zonder te specifiëren uit welke groep die komen (vaste residenten in Nepal, transiterenden of uit andere landen).

 

Maar de grootste groep vluchtelingen in Nepal zijn Bhutanen (75.000) die uit hun land wegvluchten na een etnisch-religieuze zuivering 17 jaar geleden. Het betreft de Lhotsampa, een volkje met Nepalese voorvaderen en belijders van de hindoe godsdienst. Gezien Bhutan een nogal extreem lamaïstische staat is, werden de Lhotsampa fel gediscrimineerd en uiteindelijk tot de ‘aftocht’ gedwongen. Zowat 100.000 Lhotsampa verlieten Bhutan begin jaren 1990. De VS beloofden in 2007 om er daarvan 60.000 op te nemen.  

 

Bronnen:

 

http://www.unhcr.fr/pages/4aae621d715.html

 

http://www.nationalityforall.org/nepal

 

15:43 Gepost door infortibet in internationale dimensie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, nepal, vluchtelingen, bhutan

03-12-10

Tibetanen onder de wapens in India

Naar het voorbeeld van de ‘Ladakh-scouts’, voornamelijk Tibetanen en ingezet tegen de Kashmir-separatisten, vormt de Indiase regering nu ook een paramilitaire divisie in Arunachal Pradesh. Arunachal behoorde voor de 20e eeuw tot Tibet, maar werd door de Engelsen bij India ingelijfd. China betwist dit nog steeds. India gaat er nu een divisie van 36.000 man plaatsen, althans volgens de BBC (www.bbc.co.uk/news/world-southe-asia-11818840). Het worden “local tribesmen”, dus Tibetanen.

18:35 Gepost door infortibet in internationale dimensie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, india

22-04-10

Etnisch gestook rond een Tibetaanse aardbeving

Het internationaal netwerk voor onafhankelijkheid van Tibet probeert de hulpverlening in de door de aardbeving getroffen gebieden in een etnisch keurslijf te steken. Getuige daarvan volgend artikel van ‘International Campaign for Tibet’:

http://www.savetibet.org/media-center/tibet-news/quake-sees-tibetan-buddhist-monks-assert-roles

De toon van het artikel is: “de perverse Chinese han-communisten geven de indruk – wat goed is voor hun publiciteit – van grootse middelen in te zetten voor de hulp aan de slachtoffers van de aardbeving, maar het zijn de Tibetaanse monniken die eigenlijk al het werk doen, omdat de mensen hen vertrouwen en er geen vertrouwen is in de centrale overheid.”

Dit standpunt werd overgenomen door de New York Times en nog enkele andere internationale kranten.

Dat is gewoon schandalig, dat is kadaverfascisme. Excuseer mij het woord. 2000 mensen lieten er het leven, iedereen in China is in de weer om te helpen, daarvan getuigen meer dan één van de contacten, die ik in de streek heb. Ik was in Yushu, het centrum van de aardbeving, in 2005, gedurende een week. Yushu bevindt zich in de Chinese provincie Qinghai, die nooit door de dalai lama’s politiek bestuurd werd. De provincie Qinghai is bevolkt door één derde Tibetanen. De streek van Yushu is voor het overgrote deel bevolkt door Tibetanen.

q560

 

Daar ligt (lag) Yushu

22:37 Gepost door infortibet in internationale dimensie | Permalink | Commentaren (1) | Tags: tibet, dalai lama, china, qinghai

19-11-09

De Franse Senaat, het Amerikaans Congres en Tibet

Op 22 oktober 2009 publiceerde de Amerikaanse Congrescommissie over China een lijvig (152 pagina’s) rapport over de ‘mensenrechten’ in Tibet.[i] Dat doen zij ongeveer jaarlijks. China doet zoiets niet over een ander land, zij mengen zich niet in de interne keuken van anderen. Op internationaal vlak is China felle voorstander van dialoog en tegelijk niet-inmenging in elkaars binnenlandse aangelegenheden. Over het Amerikaans rapport rond Tibet zegt China gewoon: “Met wat bemoeien jullie zich?”, tegelijk zeggend dat de informatie in het rapport op geen grond van waarheid steunt, maar zonder in detail op de polemiek in te gaan.

 

Het rapport van de Amerikaanse Congrescommissie haalt zijn feiten voornamelijk uit de kringen rond de dalai lama, uit de Chinese dissidentenwereld en uit de satellietorganisaties van de CIA, zoals ‘Radio Free Asia’, ‘International Campaign for Tibet’ en het ‘Tibetan Center for Human Rights and Democracy’. Daar staan tal van precieze aanklachten in over “te weinig politieke vrijheid, arrestaties, gebrek aan persvrijheid, intomen van de invloed van de godsdienst” en dies meer. Maar wat opvalt is dat die aanklachten eigenlijk veel minder sterk zijn dan wat bij ons in het publiek in het Westen circuleert. Of met wat de dalai lama vertelt. En die twee laatste zijn ongeveer hetzelfde.

Het is leerrijk om hierbij de toespraak van de dalai lama te nemen, die hij hield voor een hoorcommissie van de Franse senaat, in augustus 2008, volop tijdens de periode van de Olympische Spelen in Beijing. Ik zet een paar stellingen van hem op een rijtje.

 

“Na de manifestaties van maart 2008 kregen wij talrijke getuigenissen over willekeurige executies en van folteringen tot ter dood. De lichamen van de verdwenen personen werden niet aan de familie teruggegeven. Terreur heerst alom”

Geen spoor daarvan in het nochtans door de Tibetaanse bannelingen en de CIA –satellieten gestoffeerd lijvig rapport van het Amerikaans Congres. En de terreur heb ik ook niet gevoeld toen ik er was op het moment van zijn speech.

 

“Nog voor de evenementen van maart 2008 zagen we een systematisch vervangen van Tibetaanse kaders door Chinese, ter voorbereiding van wat zou volgen. Een zeer betrouwbare bron vertelt ons dat de Chinese overheid van plan is om na de Olympische Spelen één miljoen Chinezen naar Tibet te doen emigreren. Een andere maatregel zou erin bestaan om alle Tibetanen, die in het buitenland studeren binnen de zes maanden te verplichten terug te komen.”

Geen spoor daarvan in het Amerikaans rapport en straffer: ook niet in de realiteit!

 

Maar er staan nog andere ‘straffe’ dingen in zijn toespraak voor de Franse Senaatscommissie, die niet direct verband hebben met het Amerikaans rapport over de mensenrechten. Ik zet er nog enkele op een rijtje, met een klein beetje commentaar.

 

“De winkels die Tibetanen openen in het binnenland van China, worden geboycot”.

Daar heb ik toch het tegendeel van gezien, in dezelfde periode als zijn speech (augustus 2008). Tibet is in de mode in de rest van China. Wat waar is: die modecentra mogen geen propaganda maken voor de onafhankelijkheid van Tibet. De dalai lama zou misschien wel graag een dergelijk netwerk voor zijn strijd in China willen.

 

“Ik heb het internationale Rode Kruis uitgenodigd om bijstand te verlenen bij de aardbeving in Tibet (noot redactie: niet in Tibet, maar in Sichuan, waarvan hij een deel opeist als Tibetaans grondgebied). De Chinese autoriteiten hebben geweigerd.”

De internationale pers heeft de Chinese autoriteiten geloofd om de efficiënte hulpverlening na de aardbeving. Voor de dalai lama is het openbreken van China via “internationale hulp of inmenging” een tactiek die hij deelt met de VS.

 

“In Binnen Mongolië zijn de oorspronkelijke Mongolen, 3 à 4 miljoen, overspoeld door 80 miljoen Han-Chinezen.”

De cijfers kloppen niet, want de autonome regio Binnen-Mongolië telt slechts 25 miljoen mensen. Maar wat erger is: hij predikt de etnische haat niet enkel voor Tibet.

 

“Nu ik buiten Chinees Tibet ben, voel ik me een vrij mens, ik kan zeggen wat ik wil, ik kan gaan waar ik wil. Ik voel me dus goed. Ik steek een hand uit naar de Chinezen, maar zij grijpen die niet. Dan ben ik wel verplicht om de andere hand uit te steken naar diegenen die ons werkelijk steunen in deze wereld.”

Hij bedoelt de VS en een beetje Europa, als het maar tegen China is.

 

“De internationale gemeenschap heeft geen enkele reden om zich te laten pesten door het Chinese communistische regime. Hier in het Westen heerst fundamentele vrijheid. Daarom is het belangrijk dat jullie de kant kiezen van volkeren, die nog niet van die vrijheid genieten.”

Een etnisch scenario om China te doen uiteenspatten.

 

“Frankrijk lijkt niet direct bedreigd door de troepen van China, maar India en Japan wel. Voor hen is deze gemilitariseerde supermacht een reëel gevaar. Het is een supermacht beschikkend over nucleaire wapens, die macht enkel ziet via geweld en niet aarzelt om dat in praktijk om te zetten. Hun intercontinentale raketten zijn misschien een bedreiging voor Rusland en Europa.”

Alle internationale strategen zijn het erover eens dat de militaire capaciteit van China om buiten zijn grenzen te treden zeer beperkt is. De DL zaait toch het idee, ‘diaboliseren’ heet dat in het Frans. Nochtans heeft China geen enkele militaire basis in het buitenland. Dat kunnen andere ‘groten’ niet zeggen, ondanks hun Nobelprijzen voor de vrede.

 

“Groot Tibet werd bestuurd door de opeenvolgende dalai lama’s.”

Dat is vrijwillig liegen. Alle historische documenten tonen dat het lokale gezag van de dalai lama’s zich beperkte tot de huidige provincie Tibet, niet de ‘verdubbelde extensie’ (zie elders op dit blog).

 

“Met de Chinese overheid in 1950 was ik overeengekomen dat Tibet een eigen leger mocht hebben.”

Grotendeels vals. Een Tibetaanse afdeling binnen het nationale Chinese ‘Volksbevrijdingsleger’ is iets anders.

 

“Er is nood aan een Tibetaanse bufferstaat tussen India en China.”

Ja, liefst geen toenadering tussen India en China. Beter een bufferstaat naar Westers model.

 

“Ik benadruk dat China, nu het zich integreert in de internationale markt, beter de idealen van de democratie zou omhelzen.”

Ja, uiteraard, zich te grabbel gooien aan het Westers neoliberalisme. Maar dat is China niet van plan blijkbaar.

 

Conclusie:

Zelfs al zijn de aangehaalde feiten in het Amerikaans rapport twijfelachtig maar toch niet fel overdreven, de dalai lama doet er in elk geval nog een marketingschepje bovenop gedurende zijn internationale tournee.   



[i] « Congressional Executive Commission on China, Special Topic Paper : Tibet 2008-2009 », te vinden op het net.

15-11-09

De dalai lama op de grens tussen China en India

Begin november bracht de 14e dalai lama een bezoek aan de regio Arunachal Pradesh in India. Arunachal Pradesh is een strook land, ongeveer tweemaal zo groot als Zwitserland, in het uiterste noordoosten van India, tussen Bhutan en Myanmar. In het noorden grenst het aan Chinees Tibet, waarvan het voor 1913 een deel van was en gewoon “Tibet” heette. In 1913 werd de bosrijke regio door Engeland bij Brits India gevoegd, via het “Akkoord van Simla” met de toenmalige 13e dalai lama. China was toen te zwak om te reageren (dit viel samen met het begin van de 1e Chinese republiek), maar erkende nooit het “Akkoord van Simla”. Voor China bleef Arunachal Pradesh, zoals India het is gaan noemen, deel uitmaken van het Chinees/Tibetaanse grondgebied. Dat is nog steeds hun stelling vandaag. Door grensschermutselingen in 1962 tussen India en China bleven de relaties lange tijd koel tussen de twee groten. Maar de laatste tien jaar is er een opmerkelijke dooi ingetreden en is China Indiaas tweede handelspartner geworden. In 2003 besloten de twee landen om een gemengde commissie in het leven te roepen om een definitief tracé voor te stellen voor de grens tussen de twee landen (China claimt Arunachal Pradesh en India eist een gebied in Tibet op, ten noorden van Kashmir). Het overleg en de samenwerking tussen de twee grote landen gaan dus vreedzaam en flink vooruit.

 

Precies daar komt de dalai lama een beetje olie op het vuur gooien. Net voor zijn bezoek aan Arunachal Pradesh had de dalai lama in Tokyo aan de pers verklaard dat hij achter het Indisch standpunt staat, namelijk dat Arunachal Pradesh bij India behoort (AFP, 31/10/09). Dat herhaalde hij nog eens toen hij er was (Indisch persagentschap ANI, 8/11/09). In Tokyo had hij ook de Indische democratie toegejuicht en het ‘één-partij-systeem’ van China met zijn ‘staatspers’ fel bekritiseerd (AFP). In Tawang, het stadje in Arunachal Pradesh waar hij met zijn privéhelikopter neerdaalde, zei hij dat hij daar enkel was om religieuze lezingen te geven. Maar de omgeving stond vol vlaggen van de Tibetaanse onafhankelijksbeweging. ¨De Indische eerste minister Manmohan Sinh zei tegen zijn Chinese collega Wen Jiabao dat de dalai lama welkom blijft op Indisch grondgebied, er mag rondreizen zoals hij wil, maar dat hij er zich niet met politiek mag bemoeien. India liet enkel Indiase journalisten toe in het gebied tijdens het bezoek van de dalai lama.

 

Hier loopt de dalai lama dus op scherp met zijn bezoek aan Arunachal Pradesh en zijn uitspraken in de marge ervan. Door zijn zegen te geven aan het Indiaas standpunt in het grensgeschil probeert hij natuurlijk China te irriteren. Maar hij geeft tegelijk steun aan de (tegenover China) minder verzoeningsgezinde krachten in India rond de kwestie. Dat ‘mag’ hij normaal niet doen, want hij mag zich niet mengen in de Indiase politiek. Dat heeft ook de belangrijke Indische krant verontwaardigd geschreven (The Hindu, 13/11/09).

Maar mogelijks zit achter die symboliek nog meer achter. De toenadering tussen India en China wordt met een scheef oog bekeken vanuit Washington, dat schrijven de belangrijke strategen in de VS, ondermeer Brezinski, adviseur van Obama. De dalai lama luistert blijkbaar naar de stem van zijn geldschieters en gooit wat roet in het eten tussen India en China. China antwoordt dat het grensconflict met India zal opgelost worden wanneer de dalai lama er niet meer is. Zij hebben tijd zat. “En,” zeggen zij, “wij hebben geen schrik van 130.000 Tibetaanse separatisten in het buitenland, tenslotte zijn zij een kleine minderheid, zelfs al beschikken zij over een uitgebreid gesponsord propagandanet in de wereld. Wij hopen dat de Westerse landen beter begrijpen dat samenwerken beter is dan tegen ons dit kleine groepje te steunen.” (Xinhua).

19:55 Gepost door infortibet in internationale dimensie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: usa, tibet, india, dalai lama, china

11-07-09

Hoe is het geweld in Xinjiang te begrijpen ?

Een artikel van Peter Franssen op www.infochina.be

(Hier overgenomen wegens de "flagrante" gelijkenis met Tibet)

In de hoofdplaats Urumqi van de noord-westelijke provincie Xinjiang zijn 156 doden gevallen. Dat gebeurde bij een oproer dat drie dagen duurde. De aanleiding was de dood van twee Oeigoerse arbeiders uit Xinjiang die in een fabriek in de zuidelijke provincie Guangdong werkten. Zij kwamen om bij onlusten toen het valse gerucht de ronde deed dat de Oeigoeren twee vrouwen verkracht hadden. Oeigoerse jongeren hebben in Urumqi brandstichtend en moordend 'wraak' genomen. De bevolking in China is bijzonder onder de indruk van de vreselijke gebeurtenissen.

Een vrouw stapt van een bus, haar baby in de armen. Een jonge Oeigoer houdt de vrouw tegen en slaat de baby met een steen het hoofdje in. Een groepje van 15 of 20 mensen valt een fietser aan en trapt hem dood. Een ander groepje sleurt een wat ouder koppel uit een taxi en slaat en stampt hen. Voorbijgangers kunnen het koppel wegtrekken. Een man wil zijn winkeltje sluiten als hij ziet hoe een groepje van een tiental jongeren gewapend met messen, stokken en stenen de straat instormt. Hij krijgt de kans niet. De jongeren duwen hem naar binnen en steken het gebouwtje in brand. Een andere bende houdt een bus tegen. De inzittenden vluchten voor hun leven. Twee van hen halen het niet – ze blijven dood op straat achter.

Zo zijn er tientallen verhalen en getuigenissen. Horror op klaarlichte dag. In de Verenigde Staten probeert Rebiya Kadeer de schuld in de schoenen te schuiven van de Chinese overheid “want politie en leger zijn heel repressief opgetreden”. Kadeer leidt het World Uyghur Congress, een koepel van organisaties die de provincie Xinjiang van China wil afscheiden. Maar mevrouw Kadeer krijgt weinig bijval. Er zijn teveel foto's en filmpjes die tonen hoe Oeigoerse jongeren deze moordpartijen op hun geweten hebben.
De goed ingelichte B. Raman – een vroegere regeringssecretaris van India – schrijft op zijn blog: “De rapporten uit de stad tonen hoe het oproer begon met een betoging van Oeigoeren van wie men weet dat ze sympathiseren met het World Uyghur Congress. Kort na het begin van de betoging kwamen er moslim fundamentalisten bij die loyaal zijn aan de Islamic Movement of Eastern Turkestan, een organisatie die gelinkt wordt aan Al Qaeda. Daarop brak het geweld uit tegen de Han-Chinezen.”

Hoe is deze orgie van geweld te begrijpen ?

De provincie Xinjiang en Centraal-Azië

De provincie Xinjiang in het noordwesten van China beslaat één zesde van China. Xinjiang is twee keer zo groot als Pakistan. De provincie is zeer dun bevolkt. Er wonen slechts 20 miljoen mensen van wie 8 miljoen Oeigoeren. Dat is een aan de Turken verwante etnische minderheidgroep in China. Het land telt 55 etnische minderheden. De meeste Oeigoeren zijn moslims.
Xinjiang grenst aan zes landen waar een sterke moslim meerderheid is: Afghanistan, Pakistan, Kazakhstan, Kirgizië, Tadjikistan en Uzbekistan. De vier laatste landen vormen samen met Turkmenistan de groep van 5 Centraal-Aziatische landen die tot 1991 bij de Sovjet-Unie behoorden en een brug vormen tussen China en Rusland.
De provincie Xinjiang hoort sinds 1759 onafgebroken bij China behalve in 1932-1934 en 1944-1948 toen het land als gevolg van de oorlog getroffen was door chaos en uit elkaar dreigde te vallen.
In de provincie Xinjiang vormen de mensen van Oeigoerse oorsprong 45 procent van de bevolking. De Han-Chinezen, de grootste bevolkingsgroep in China, maken 40 procent uit. De overige 15 procent zijn andere etnische minderheidsgroepen zoals de Hui-Chinezen.

Xinjiang is wellicht de meest kwetsbare provincie van het land. Ze heeft een grens van 5.000 kilometer met alles behalve stabiele moslim landen. De Verenigde Staten proberen al 30 jaar deze regio onder hun controle te krijgen. Daarom woedt hier sinds 1979 constant oorlog. Wie deze regio beheerst, beheerst meteen de onderbuik van Rusland en, nog belangrijker, de schakel tussen Europa en Azië. Afghanistan, Pakistan, de provincie Xinjiang en de vijf Centraal-Aziatische Republieken zijn cruciaal voor de controle van de grootste, rijkste en meest volkrijke regio ter wereld: Eurazië.

In 1997 verscheen een spraakmakend boek in de Verenigde Staten. Het is van de hand van Richard Bernstein en Ross Munro en draagt de titel 'The Coming Conflict with China' (Het komende conflict met China). Op blz. 5 kan je lezen: “De Verenigde Staten proberen al een eeuw lang te verhinderen dat één enkel Aziatisch land de regio kan domineren. Dat is precies wat China nu aan het doen is. De Amerikaanse belangen staan hier op het spel.”
De oude Amerikaanse strateeg Henri Kissinger zei twee jaar later: “De overheersing van één van de Euraziatische delen – Europa en Azië – door een land vormt een strategisch gevaar voor de Verenigde Staten. Want zo zou dat land de capaciteit krijgen de Verenigde Staten economisch en militair voorbij te steken. Dat gevaar moeten we hoe dan ook bestrijden.”
Een andere oude rot in het vak is Zbigniew Brzezinski. Hij is vandaag adviseur van president Barack Obama. Hij schrijft in zijn befaamd boek 'The Grand Chessboard' (Het grote schaakbord): “Al de potentiële politieke en economische uitdagingen van Amerika zijn Euraziatisch.”

In een interview met Le Nouvel Observateur zal Brzezinski in 1999 toegeven dat hij en president Jimmy Carter in 1979 de oorlog van de Sovjet-Unie in Afghanistan geprovoceerd hebben. Brzezinski: “Dat was toch een schitterend idee! De Russen zijn in de Afghaanse val getrapt en u wilt dat ik daar spijt van heb?”
Dertig jaar en miljoenen doden later kan je achterom kijken. Toen de Amerikanen in 1979 de oorlog in Afghanistan provoceerden, was dat het begin van een cascade van conflicten: de oorlog tegen de Sovjet-Unie, de post-jihad strijd voor de macht in Afghanistan, de burgeroorlog in Tadjikistan, de terroristische onrust in Centraal-Azië waar ook de Chinese provincie Xinjiang zijn deel van krijgt.

Terreur als wapen van de Amerikanen

Het “schitterend idee” van Brzezinski was de militaire en logistieke steun aan wat later de Taliban wordt en vandaag nog steeds Al Qaeda heet. Le Nouvel Observateur stelt Brzezinski de vraag: “Maar u steunde het moslim fundamentalisme. U hebt wapens gegeven aan toekomstige terroristen. Hebt u daar ook geen spijt van?” Brzezinki antwoordt: “Waarom zou ik? Wat zal het belangrijkste blijken in de geschiedenis: de Taliban of de ineenstorting van het sovjetrijk?”

De tactiek van de Amerikanen was dus de bewapening van moslim fundamentalisten. Niet alleen met het oog op Afghanistan. De islam-specialist en auteur Dilip Hiro vat ze in 1999 samen in het blad The Nation: “De bedoeling is een beweging te creëren die met een mix van nationalisme en religieus extremisme in staat moet zijn over te slaan naar heel Centraal-Azië.”
Om dat proces te versnellen vertrekken vanuit Afghanistan vanaf het midden van de jaren '80 moedjaheddin-eenheden naar de omliggende republieken Uzbekistan en Tadjikistan. Dat staat te lezen in het veel geprezen boek 'L'Ombre des Taliban' (De schaduw van de Taliban) van Ahmed Rashid (blz. 170). De Amerikanen vertrouwen de leiding van deze operatie toe aan Gulbuddin Hekmatyar, een nauwe vriend van Osama Bin Laden.
Destabiliseren door terreuraanvallen luidt hun opdracht. Vanaf het einde van de jaren '80 gebeurt hetzelfde in de naburige Chinese provincie Xinjiang.

Het ene terrorisme is het andere niet

Het tijdschrift Terrorism Monitor schrijft op 21 april 2005: “Er is voldoende bewijsmateriaal om te kunnen zeggen dat vanaf de beginjaren '90 tot de dag van vandaag een krachtige cocktail van drugs, islamitisch extremisme en wapens Xinjiang binnenkomt via Afghanistan, Centraal Azië en Pakistan.”
Wat daar het gevolg van is, staat te lezen in het tijdschrift China Brief van april 2004. De Russische Centraal-Azië specialist Igor Rotar zegt daarin: “Vanaf het begin van de jaren '90 is een sterke ondergrondse afscheidingsbeweging actief die heel wat aanslagen en militaire aanvallen gepleegd heeft zoals de bomaanslagen op bussen in 1990 in Kashgar en in 1992 in de hoofplaats Urumqi, een militaire aanval in Barin in 1990, een oproer in 1995 in Khotan. In 1997 braken in Inin dagenlange gevechten uit met de oproerpolitie. Daarbij vielen 55 Chinese en 25 Oeigoerse doden.” Na het oproer in Inin ontploffen er bommen tot in de hoofdstad Beijing.
In december 2000 probeert het Chinese leger ondergrondse terroristencellen op te rollen. Aan de grens tussen Pakistan en Xinjiang arresteert het 200 zwaarbewapende militanten.
In april 2001 snijden terroristen de procureur en zijn vrouw in Kashgar de keel over. Nog in deze maand volgt er een bomaanslag in een fabriek. In januari 2005 verliezen 11 mensen het leven bij een bomaanslag op een bus in Karamay. In de aanloop naar de Olympische Spelen in 2008 vallen er 39 doden bij aanslagen. Terroristen geven een video vrij waarin ze de verantwoordelijkheid opeisen voor een bomaanslag op twee bussen in Shanghai, een aanslag op een politiepost in Wenzhou, op een fabriek in Guangzhou en op twee bussen in Yunnan.

Vreemd genoeg zijn de Verenigde Staten niet al te vurig in hun steun aan de Chinese strijd tegen het terrorisme. Je zou denken: de Amerikanen vinden na de aanslagen op de WTC-torens in 2001 de strijd tegen het terrorisme een absolute prioriteit en zullen de Chinezen met raad en daad bijstaan, zeker nu blijkt dat er banden zijn tussen Al Qaeda, de Taliban en de terreur in Xinjiang. Maar zo zit de wereld blijkbaar niet in mekaar. In het jonge verleden hebben de Amerikanen terroristen ingezet als pionnen op hun schaakbord. Terroristen waren heel nuttig in Afghanistan in de jaren '80, waarom zouden ze dat vandaag niet meer kunnen zijn op andere plaatsen in de wereld? President Ronald Reagan noemde de moslim fundamentalisten vrijheidsstrijders. Bush noemde hen terroristen. Voor de Amerikanen kunnen ze opnieuw vrijheidsstrijders worden, maar dan wel in Xinjiang.

In december 2002 zegt de Amerikaanse vice-minister Lorne Craner: “De strijd tegen het terrorisme mag geen alibi zijn voor inbreuken op de mensenrechten, zoals China in Xinjiang doet.” Dat komt uit de mond van een vice-minister wiens regering folterkampen en militaire tribunalen organiseert! Eigenlijk wilde Craner de Chinezen verwittigen: “Zoetjesaan, hé, met de strijd tegen het terrorisme.”
Francis Taylor, de terrorisme-coördinator van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei in december 2001 zelfs: "De wettige economische en sociale verzuchtingen van de bevolking in westelijk China horen niet noodzakelijk thuis onder de noemer terrorisme en moeten eerder politiek opgelost wordt dan met contra-terroristische methodes.” Bij aanslagen zijn in Xinjiang tussen 1985 en het ogenblik van deze uitspraak 200 doden gevallen. In de ogen van de Amerikaanse regering is de ene terrorist blijkbaar de andere niet.

Dat bleek ook nog eens uit het dossier van 22 Oeigoeren die in Afghanistan gearresteerd waren. Dat gebeurde in 2002 en 2003, na de inval van het Amerikaans leger in Afghanistan. De 22 werden na hun arrestatie overgebracht naar de gevangenis in Guantanamo. De Amerikanen konden achterhalen dat de Oeigoeren militair opgeleid waren in kampen van Al Qaeda. Vijf jaar later werden de 22 vrijgelaten. Omdat, zo zegde de Amerikaanse legerleiding, ze geen gevaar vormden voor de Verenigde Staten. “Ze zijn niet opgeleid om tegen ons land te vechten,” heette het. Zeer juist. China vroeg met aandrang en herhaaldelijk om de uitlevering van de 22. De Verenigde Staten weigerden dat. De Chinese overheid zal dus niet te weten komen wie hen hoe en waar gerekruteerd heeft in Xinjiang, welke banden ze hebben in de provincie, wat ze van plan waren na hun militaire opleiding in Afghanistan...

Eigen volk eerst

De belangrijkste terroristische organisatie in Xinjiang is de East Turkestan Islamic Movement (Oost-Turkse Islamitische Beweging). ETIM is niet alleen moslim-fundamentalistisch. De organisatie komt ook op voor de afscheiding van Xinjiang, in hun propagandataal Oost-Turkije genoemd. De ETIM verzet zich tegen wat genoemd wordt “de hanificatie van Oost-Turkije”, waarmee de aanwezigheid bedoeld wordt van de Han-Chinezen. De afscheidingsideologie is die van ”eigen volk eerst”. Je ziet dezelfde ideologie bij de Dalai Lama die ijvert voor een Han-vrij en Groot Tibet.

Sinds de economische ontwikkeling dertig jaar geleden in China in een hogere versnelling kwam, neemt het aandeel van de Oeigoeren in de provincie Xinjiang af. Veel andere Chinezen komen naar deze provincie omdat hier grote voorraden olie, gas en mineralen zijn. De Han-Chinezen die naar hier komen, zijn gebonden aan de één-kind-politiek van China. Zoals de andere minderheden mogen de Oeigoeren meer kinderen hebben. Dat is één van de vormen van positieve discriminatie. Toch daalt het aandeel van de Oeigoeren in de bevolking. De olie- en gaswinning in de provincie en sinds kort de uitbouw van de groene energiesector vergen technologische know-how die de Oeigoeren niet in huis hebben. Dat is ook zo voor de uitbouw van de enorme infrastructuur die deze economie nodig heeft. De economische revolutie begon 30 jaar geleden aan de oostkust van China. Vandaag deint ze uit tot in de verste uithoeken van het land – Urumqi ligt op meer dan 4.000 kilometer van de hoofdstad Beijing – en de dragers daarvan zijn zij die de opleiding en de ervaring in het oosten van het land gekregen hebben.
Het tijdschrift China Brief schrijft bij monde van Ahmad Lutfi dat die evolutie onvermijdelijk is, tenzij men de economische vooruitgang en de stijging van het levensniveau wil stilleggen en terugdraaien.
De overheid probeert de Oeigoerse cultuur te beschermen: ze krijgen onderwijs in hun taal, op alle overheidsniveau's hebben ze gegarandeerde vertegenwoordigers, ze hebben kranten, radio en tv-zenders in hun taal,...

De tweede kant van het zwaard

Maar zoals overal waar mensen samenzijn, komen er tegenstellingen, zeker als die mensen van 'vreemde origine' zijn. De terroristische organisatie ETIM maakt hier misbruik van. Net als het World Uyghur Congress van mevrouw Rebiya Kadeer.
Het WUC is een afscheidingbeweging. Ze krijgt de steun van de Verenigde Staten en Duitsland. In 2004 gaf president Bush opdracht aan zijn administratie om het WUC financieel te steunen via de National Endowment for Democracy, de NED. De NED is een zusterorganisatie van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA. Op het einde van de jaren '70 komt de CIA in opspraak nadat uitlekt hoe de organisatie doodseskaders inzette in Vietnam en mee de staatsgreep tegen de Chileense president Allende organiseerde. In de maalstroom van die schandalen wordt beslist een deel van de activiteiten van de CIA over te brengen naar een nieuwe organisatie die de cynische naam National Enwdowment for Democracy, Stichting voor de Democratie, meekrijgt. De activiteiten van de CIA die in de NED ondergebracht worden zijn de stichting en financiering van Amerika welgezinde politieke partijen in het buitenland; de organisatie van burgerbewegingen tegen regeringen die Washington liever ziet gaan; het opleiden, financieren en omkaderen van organisaties en individuen in de media, het onderwijs, de cultuursector... Kortom, het creëren en omkaderen van een maatschappelijke beweging tegen het beleid of de overheden die een andere politieke lijn volgen dan die van Washington. Je kan het ook gewoon onbeschaamde inmenging in andermans binnenlandse aangelegenheden noemen.
In 2004 krijgt het World Uyghur Congress en zijn organisaties 75.000 dollar. De Washington Post maakte op 9 juli bekend dat het WUC en de groepen rond voorzitster Kadeer in 2008 550.000 dollar kregen.

De voorganger van Kadeer als voorzitter van het WUC is Erkin Alptekin. Voor hij in 2004 voorzitter werd, was hij ruim 20 jaar lang tewerkgesteld bij Radio Free Europe/Radio Liberty (RFE/RL) in München als vice-directeur. RFE/RL is een propagadazender van de CIA. In 2003 bracht hij met de hulp van RFE/RL een boek uit dat bijzonder fel anti-communistisch en anti-Chinees is.
Sidik Rouzi, de echtgenoot van huidig voorzitter Kadeer, werkt voor Radio Free Asia, eveneens een CIA-zender. Deze radio zendt haatprogramma's uit in het Oeigoers.

Professor Rohan Gunaratna van het Internationaal Onderzoekscentrum naar Terreur schreef enkele dagen na het begin van het oproer in The New York Times: “De propaganda van de East Turkistan Islamic Movement (ETIM) zaait haat onder de bevolking en zet aan tot geweld.” Hetzelfde kan gezegd worden van de propaganda van mevrouw Kadeer en consoorten.

In Frankrijk, België, Nederland, Duitsland, Italië, Groot-Brittannië, Spanje, Oostenrijk zijn de voorbije jaren migranten en vluchtelingen neergestoken, hun huizen zijn in brand gezet, zij zijn in elkaar gestampt, doodgeschoten. Geen enkele keer had Jean-Marie Le Pen het mes vast, richtte Jürg Haider de long rifle, gooide Filip De Winter de brandbom. Maar zijn zij niet de eerste verantwoordelijken? 

Dit artikel is geschreven door Peter Franssen, redacteur van www.infochina.be op 10 juli 2009.

22:19 Gepost door infortibet in internationale dimensie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: china, tibet, usa, xinjiang

07-07-09

Xinjiang en Tibet: gelijkenissen

Zware onlusten braken uit op zondag 5 juli in Urumqi, de hoofdstad van de Chinese westelijke provincie Xinjiang. Zeer zware onlusten want er zijn 156 doden geteld en meer dan 1000 gewonden. Dat is veel meer dan tijdens de rellen in Tibet in maart 2008. Maar de aard van de onlusten is fel gelijklopend: bendes die de stad rondtrekken, brand stichten en mensen in elkaar kloppen. Volgens de Chinese politie zijn er ongeveer 1500 mensen aangehouden. Dat er sociale en etnische spanningen zijn in China zal niemand betwisten. Maar dat die gebruikt worden in een internationaal geostrategisch spel vermelden onze berichtgevers weinig. Daarom hier enkele bedenkingen precies daarover, meer bepaald over het “eenheidsfront dalai lama - Xinjiang”.

 

De 14e dalai lama voelt zich verwant met de “strijd van de Uyguren van Xinjiang”, dat zegt hij in tal van toespraken (o.m. in zijn toespraak voor het Europees parlement, 4 april 2008). Maar hij noemt die streek “Oost-Turkestan”, die volgens hem best onafhankelijk zou worden. De laatste tien jaar zijn er in de Westerse wereld talrijke comités verrezen ter verdediging van de onafhankelijkheid van “Oost-Turkestan”. Een orgaan dat overkoepelend wil zijn bevindt zich in Duitsland, in München en heet “World Uyghur Congress”. De  voorzitster ervan bevindt zich in de USA en gaat er prat op dat hun beweging kon ontstaan dankzij de steun van het “National Endowment for Democracy” (NED), de zusterorganisatie van de CIA voor “vreedzame” operaties.[1] Haar boek “Dragon Fighter” kreeg een voorwoord van de 14e dalai lama.

In de publieke boekhouding van het NED vind je vier Uyghur oppositieorganisaties, die officieel samen iets meer dan 500.000 dollar ontvingen in 2008.[2]   

Dat is de link met de 14e dalai lama: zij hebben dezelfde sponsors.

Maar zij ‘ontmoeten’ elkaar ook. Een eerste conferentie van de “alliantie” (Tibet, Oost-Turkestan, Zuid –Mongolië) vond plaats in New York op 16 oktober 1998. Officiëlen van de Clinton administratie, samen met vertegenwoordigers van de dalai lama, van de Uyguren en de Mongolen. De 14e dalai lama had een boodschap voor de vergadering: “Onze drie volkeren hadden banden in de geschiedenis en zijn nu verenigd tegen de bezetting door China. Het Sovjet imperium is ineengeklapt en naties hebben de vrijheid teruggevonden. Ik ben optimistisch voor de toekomst van onze volkeren.”[3]

Het doel van dit alles lijkt me redelijk duidelijk: via etnische gesponsorde ophitsing in diverse delen van China het land doen uiteenvallen, naar het voorbeeld van de Sovjet-Unie.



[1] Zie hun site www.uyghurcongress.org “Rebiya Kadeer: The Uighur Dalai Lama”, 21/12/2006..

[3] B. Raman, ex-veiligheidschef in India, in South Asia analysis Group, paper n° 499, 24/07/2002.

19:44 Gepost door infortibet in internationale dimensie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: china, tibet, dalai lama, cia, xinjiang

09-06-09

Lulu Wang schrijft Open Brief over bezoek Dalai Lama

Begin juni was de Dalai Lama in Nederland. Later reisde hij door naar Frankrijk. Hij werd in de twee landen met veel egards ontvangen. De Chinees-Nederlandse schrijfster Lulu Wang voelde zich niet gelukkig bij het gebeuren. Ze schreef een Open Brief. Met haar goedvinden publiceren we hem integraal.

portret_lulu

Brief aan sommige westerse politici en media

Den Haag, Nederland
5 juni 2009
 
Hooggeachte mevrouw, heer,
 
Toen ik jaren geleden in China was, hoorde ik dat de politiek en de media in het Westen transparant zijn. En dat daar vrijheid van meningsuiting is. Nu ik in het Westen woon en werk, heb ik een paar vragen voor u en ik hoop van u een antwoord te mogen krijgen. Ik heb er het volste vertrouwen in dat u streeft naar een mooie toekomst voor ons allen. Als een nieuwe Nederlandse burger zou ik graag achter uw besluiten kunnen staan, inclusief die over uw benadering van de Dalai Lama.

Twee verschillende beelden

Gisteravond zag ik op tv een interview met de Dalai Lama, die momenteel bij ons in Nederland op bezoek is en die door u met egards ontvangen wordt of gaat worden. Hij klonk wijs en leek mij sympathiek. Vandaar dat ik het zo jammer vind dat er een enorm verschil bestaat tussen het beeld dat Nederlandse kijkers van dit tv-programma, onder wie ikzelf, van de Dalai Lama kregen aan de ene kant en het beeld dat de meeste Chinezen van hem hebben. Hoe zou dat volgens u komen?

Wijsheid

Er zijn miljoenen priesters, dominees, rabbijnen, imams, boeddhistische monniken, taoïsten en andere geestelijken in de wereld, die wijze dingen zeggen en sympathiek zijn – waarom wordt de Dalai Lama door u uitverkoren om met zo veel eer te ontvangen en om zo veel media-aandacht te besteden?

Vrede

Boeddhisme is in mijn ogen een geloof dat harmonie, vrede en barmhartigheid in de samenleving bevordert. Als het doen en laten van een boeddhistische monnik direct of indirect, bedoeld of onbedoeld, voor verscheurdheid en vijandigheid tussen zijn broeders en zusters in zijn vaderland zorgt, alsmede politieke, ideologische en zelfs economische conflicten en onrust in het buitenland, weet u dan zeker dat hij zich bezighoudt met godsdienst?

Kerk en staat

Men heeft in Europa in de afgelopen honderden jaren door vallen en opstaan ingezien dat geloof en politiek, kerk en staat beter gescheiden gehouden kunnen worden. Waarom geldt dit inzicht ineens niet meer als het gaat om een binnenlandse aangelegenheid van China? De Dalai Lama wil namelijk de grondwet van Tibet laten baseren op de boeddhisme–theocratie (zie hoofdstuk 1, artikel 3, van Charter van de Tibetanen in ballingschap).*

Vrijheid

China heeft u herhaaldelijk verzocht de Dalai Lama niet te ontvangen, wat voor China van landsbelang is. Of China hier gelijk in heeft, doet in dit geval niet ter zake. Het is haar goed recht om haar binnenlandse zaken op haar eigen manier te regelen, of niet soms? Het staat u inderdaad vrij om te ontmoeten wie u wilt. Maar de vrijheid die u neemt is mijns inziens alleen geoorloofd als u tegelijkertijd de vrijheid van China om zichzelf te beschermen tegen – naar haar mening – gevaren, respecteert. Als u alleen hamert op uw eigen vrijheid en de vrijheid van China negeert, holt u het begrip van vrijheid dan niet op extreme wijze uit? Zegt u niet vaak tegen ons dat extremisme in godsdienst gevaarlijk is? En dat wij ervoor moeten oppassen? Hoe staat het dan met het extremisme in het begrip vrijheid? Als uw ongebreidelde vrijheid het schenden van de rechten van China betekent, moeten wij dan niet ook voor u oppassen?

Honderden landen en 55 volkeren

Er zijn honderden landen in de wereld en er bestaan 55 volkeren in China, waaronder mijn Tibetaanse broers en zussen. Waar mensen zijn, bestaan er geschillen en conflicten. Wat doet u besluiten om van de honderden landen juist uw warme belangstelling uit te laten gaan naar een monnik uit China en van de 55 volkeren in China juist naar de Tibetanen? Hoe zit het dan met de problemen die zich ook soms voordoen tussen de andere 54 volkeren in China? Gaat u ze allemaal voor hen oplossen? Of is er een speciale reden waarom uw keuze op Tibet valt?
 
Gisteren stond op teletekst dat de VN informatie van China eist over de doden die op 4 juni 1989 vielen. Dit roept vraagtekens bij mij op. Aan de ene kant wilt u het naadje van de kous weten wat er in China reilt en zeilt, en als China volgens u 'ongeloofwaardig' aan uw verzoek voldoet, zet u haar desnoods onder druk, al dan niet samen met de VN. Aan de andere kant, als China u toelichting geeft over een belangrijke situatie daar, waarom geeft u die dan niet altijd door aan uw volk of publiek, terwijl u over andere zaken van China uitgebreid en herhaaldelijk bericht  en openbare debatten en discussies, hoe verhitter hoe beter, organiseert?

Weinig informatie

Mijn Nederlandse vrienden en kennissen vertellen mij dat de Dalai Lama geen onafhankelijk Tibet nastreeft, maar meer autonomie voor Tibet. Ik vroeg hen van wie ze dit vernomen hebben, ze zeggen van de media. Zij, zelfs de Nederlandse journalisten die mij over de Dalai Lama willen interviewen, weten niets van wat China op 7 maart 2009 tijdens een internationale persconferentie aan buitenlandse verslaggevers toegelicht heeft, namelijk, de voorwaarden die de Dalai Lama en zijn organisatie hebben gesteld voor een autonoom Tibet:
1. Ze wensen een vierde van China - vijf keer    zo groot als Frankrijk - te hebben, het zogenaamde Dazang Qu (het Grote  Tibet Gebied),**
2. Ze willen de Chinezen, die niet tot de Tibetaanse  bevolkingsgroep behoren en die daar generaties lang,  honderden zo niet duizend jaar gewoond en gewerkt hebben, uit  dat 'dubbele' gebied zetten***
3. Ze willen dat het Chinese leger uit dat gebied vertrekt    
    
Wat mijn Nederlandse vrienden en kennissen ook niet weten:
1. Op 10 maart 2009, drie dagen na die bewuste persconferentie, ontkende de Dalai Lama tijdens een persconferentie in India dat hij deze dingen ooit gezegd heeft. Hij verzocht de Chinese regering met bewijzen te komen voor zijn zogenaamde uitspraak.
2. Weer drie dagen later, op 13 maart 2009, vroeg een Franse journalist tijdens een internationale persconferentie in China premier Wen Jiabao om die bewijzen. Wen voldeed aan dat verzoek.
3. Het bleek dat de Dalai Lama twee plannen had aangekondigd, waarvan één (met de naam Xizang Wudian Heping Jihua) in 1987 in de Verenigde Staten en de ander (Qidian Xin Jianyi) in 1988 in Straatsburg. Daar staan de bovengenoemde punten van de Dalai Lama en de organisatie onder zijn leiding zwart op wit in.
 
Men zou denken dat de Dalai Lama vergeten is dat hij dit ooit gezegd heeft.
1. In 2005 echter, in een brochure met de titel Zhongjian Daolu Xuanchuan Shouce - gemaakt door de organisatie onder leiding van de Dalai Lama - staat dat de bovengenoemde punten het resultaat zijn van een democratische procedure, met andere woorden: ze mogen niet gewijzigd worden.***
2. Op 27 oktober 2008, drie dagen voor de derde ontmoeting tussen de betrokken instantie van de Chinese overheid en de persoonlijke vertegenwoordigers van de Dalai Lama, had een woordvoerder van de organisatie onder leiding van de Dalai Lama in een interview met Duli Zhongwen Bihui in India de punten van de Dalai Lama herhaald. Plus nog: Chinezen die niet behoren tot de Tibetaanse bevolkingsgroep mogen geen ambtenaar in Tibet worden.
3. In november 2008 hebben de vertegenwoordigers van de Dalai Lama na een nieuwe ronde onderhandelingen met de Chinese overheid in hun memorandum aan de Chinese regering te kennen gegeven dat ze zowel het maken van de wetten als het uitvoeren ervan in Tibet in hun eigen handen willen hebben.*****   
 
Dat is ook de reden waarom ik niet graag in discussie wil treden met mijn Nederlandse vrienden en kennissen. Wij praten als het gaat over de Dalai Lama en/of Tibet, ondanks onze beste bedoelingen voor elkaar, langs elkaar heen. Omdat zij niet over de informatie beschikken die ik wel heb, omdat ik Chinees versta en nieuws direct van Chinese websites kan halen.

Autonoom Tibet

Als Chinezen die niet tot de Tibetaanse bevolkingsgroep behoren niet in Tibet, een onderdeel van China, mogen blijven wonen en werken, en als het Chinese leger niet in Tibet, dat van China is, aanwezig mag zijn, kunnen wij dan nog praten over een autonoom Tibet binnen China? Wanneer u als politicus een wetsvoorstel aan de Tweede Kamer zou voorleggen, waarin staat dat
1. Limburgers niet in Brabant mogen wonen en werken
2. Maastrichtenaren die zich sinds het jaar 1800 in Breda gevestigd hebben, teruggestuurd moeten worden naar hun geboortedorp
3. Het Nederlandse leger niet in Nijmegen gestationeerd mag worden
4. Gelderland zijn eigen wetten mag maken en uitvoeren
 
Acht u de kans aanwezig dat dit wetsvoorstel draagvlak vindt bij uw kiezers? Zo nee, waarom zouden uw Chinese collegae politici er wel iets in zien?
 
Zelfs als de Chinese regering onder druk van het westen de voorwaarden van de Dalai Lama zou aanvaarden en een kwart van China zou ontruimen voor de Tibetaanse broers en zussen, denkt u dat de ruim 1 miljard Chinezen dit overheidsbesluit zouden accepteren? In dat geval zou er niet alleen sprake kunnen zijn van een kabinetscrisis, maar misschien ook van een volksopstand. Wie heeft hier baat bij? Ik weet zeker dat u dit China niet toewenst.
 
Gezien het bovengenoemde, kunt u zich dan indenken dat Chinezen grote moeite hebben met het ‘autonome’ Tibet zoals de organisatie onder leiding van de Dalai Lama voor ogen heeft? Kunt u dan begrijpen waarom de Chinese gemeenschap in Nederland zich verdrietig voelt of boos maakt over hoe u de Dalai Lama hier ontvangt en verslag over hem doet?******

 

Ten slotte

Ik wil u iets over mijzelf vertellen. Sinds de zomer van 2008 heb ik besloten om niet meer deel te nemen aan discussies en debatten in Nederlandse tv- en radioprogramma’s. Waarom? Deze keer geef ik u antwoord op mijn vraag:
ik heb de indruk dat als ik iets over China uitleg wat in haar voordeel spreekt, ik links en rechts, binnen en buiten de programma’s, met de nek aangekeken word. Ik krijg beschuldigingen te horen dat ik ‘ambassadeur van China’ ben en dat ik ‘door China gestuurd ben om haar stempel op Nederland te drukken’. Sommige mensen roepen zelfs tegen mij: ga terug naar je eigen land als je het zo geweldig vindt! Ik ben daardoor voorzichtig geworden.
Juist zeer kritisch ben ik over de gang van zaken in China. De acht boeken die ik heb geschreven vertellen onder andere over de onvolkomenheden van mijn geboorteland. Nu werk ik aan mijn negende boek, weer een roman die de tekortkomingen van China niet onder stoelen of banken steekt. Voor mijn kritiek op China word ik hier echter bijna nooit met scheve ogen aangekeken. Het lijkt alsof ik hier eigenlijk alleen kritische vragen over China mag stellen, maar niet over Nederland. Is dit soms vrijheid van meningsuiting? De vrijheid om een mening te uiten die in een bepaald straatje past - anders worden je verwijten gemaakt? Of heb ik een verkeerd beeld hierover?
 
Hopelijk zetten wij met zijn allen eens en voor altijd een punt achter de Koude Oorlog-mentaliteit om een nieuw tijdperk in te gaan van communicatie en wederzijds begrip. Immers, een Koude Oorlog kan een warme of een hete worden. En in een oorlog is er geen winnaar. Laten wij de strijd tussen landen en volkeren uitstellen tot sint-juttemis.
 
Ik bid voor de vrede.
 
Met vreedzame, medemenselijke groet,
 
©Lulu Wang
www.luluwang.nl
luluwanggz@luluwang.nl

Auteur van Heldere maan (2007), Bedwelmd (2004), Het Rode Feest (2002), 
Seringendroom (2001), Het Witte Feest (2000), Het tedere kind (1999), Brief 
aan mijn lezers (1998), Het lelietheater (1997)
 
Voetnoten
* Het Charter toont ook gedetailleerd dat de Dalai Lama uitzonderlijk veel uitvoerende macht krijgt en dat de Tibetaanse burgerschap verbonden wordt met de Tibetaanse etniciteit.
** Een gebied waar de vroegere Dalai Lama's trouwens nooit over geregeerd hebben.
*** Ongeveer tien miljoen "anderen" (Han, Hui, Yi, Nu, Lisu, Salar, Mongolen, Naxi en nog enkele kleinere groepen) leven al zeer lang in het 'uitbreidingsgedeelte', in dat wat de Dalai Lama méér opeist dan het huidige Tibet, dat echt een multicultureel landschap vertoont.
**** Zie 'Memorandum on genuine autonomy for the Tibetan people' van de vertegenwoordigers van de Dalai Lama en het arikel in Xinhua Press erover op 21-11-08 'On de 'Memorandum of de Dalai Clique'.
 ***** Het grotendeel van de in deze brief genoemde informatie is te vinden op Nederlandse en/of Chinese websites (vele van laatstgenoemde sites hebben ook een Engelse versie).
 
Citaten 
"De 14e dalai lama veroorlooft zich politieke uitspraken, die weinig kerkelijke figuren hem nadoen. Recent was de dalai lama op rondreis in de USA. Op 5 mei was voor hem een bijeenkomst van 120 bekende Chinese dissidenten georganiseerd in een luxehotel in New York. Hij gaf zijn Chinese toehoorders geen 'inleiding tot het boeddhisme', maar sprak zijn steun uit aan hun streven om de Chinese Communistische Partij (CCP) van de macht te verdrijven. 'De CCP heeft lang genoeg geregeerd. De tijd is gekomen dat ze op pensioen gaan,' zo zei de 14e dalai lama," aldus Jean-Paul Desimpelaere, mei 2009. Zijn bronnen:  Asia Times Online 21/5/09 en Voice of America 30/4/09.
"Wij zijn hier, in naam van de Mensenrechten, bezig met het verdedigen van een theocratisch regime met absolute macht in handen van één leider en met een programma van etnische zuivering. Het ergste is dat wij het niet beseffen," aldus de Franse PS-senator, Jean-Luc Mélenchon, in Parijs in april 2008.
 

 

14:57 Gepost door infortibet in internationale dimensie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, europa, dalai lama

05-04-09

“Franse toeristen opnieuw welkom in Tibet.”

Dat zegt de Franse ambassadeur in Beijing in een interview met China Daily (4/4/09). In maart was Tibet gesloten voor buitenlandse toeristen omwille van de kritieke herdenkingsdatum van 50 jaar ballingschap van de 14e dalai lama. Nu kunnen weer alle toeristen naar Tibet. Jaarlijks zijn er ongeveer 100.000 buitenlanders, die Tibet bezoeken. In het interview schaafde de Franse ambassadeur de splinters weg, die zich op de Frans-Chinese relaties gevormd hadden sinds de Franse “ja-neen boycot” in de aanloop naar de Olympische Spelen van vorig jaar. “Sinds het begin van de diplomatieke relaties tussen Frankrijk en China in 1964, heeft Frankrijk nooit de ‘onafhankelijkheid van Tibet’ gesteund. Onze politiek is ongewijzigd gebleven: Tibet is een wezenlijk deel van de Chinese Volksrepubliek,” aldus de ambassadeur.

Hij voegde eraan toe dat het zeer wenselijk is dat meer Fransen Tibet komen bezoeken. “De Westerlingen kennen de realiteit van Tibet niet. Velen hebben er een idealistisch beeld over: hoge bergen, blauwe hemel en mensen ondergedompeld in een soort spiritueel droomland, terwijl het 60 jaar geleden nog een slavenmaatschappij was met een theocratisch bestuur met de dalai lama als hoogste leider,” nog volgens de Franse ambassadeur in Beijing.

 

Het is geweten dat de ‘Free Tibet’ lobby in Frankrijk vrij sterk staat in vergelijking met andere Europese landen. In 2000 ondertekenden een honderdtal verkozenen (op de 300), zowel in het Franse parlement als in de Franse senaat een manifest waarin zij nog steeds het “Vijf-punten-plan van de dalai lama” van 1987 verdedigen (met ondermeer “totale onafhankelijkheid” en “uitwijzing van 7,5 miljoen Chinezen”).