28-02-11

Inhaalbeweging van het inkomen van de Tibetaanse boeren tegenover de stedelingen.

Zoals in vele ontwikkelingslanden produceerden de Tibetaanse boeren weinig of geen overschot. Wat ze teelden of kweekten, diende voornamelijk voor eigen gebruik. Een landbouwerfamilie verkocht dus weinig en bezat omzeggens geen geld. Daardoor ligt het financiële inkomen van de plattelandsbevolking flink achter op dat van de stedelingen. Er is echter een inhaalbeweging ingezet. In 1990 kreeg een gemiddeld landbouwergezin acht maal minder geld binnen dan een stedelijk gezin. Twintig jaar later, in 2010, is dit herleid tot driemaal minder.

Het gaat zeker nog niet over flinke bedragen. Bovendien zijn die niet vergelijkbaar met hier. Toch het vermelden waard, al was het maar om een idee te hebben hoe laag de geldelijke inkomens nog zijn. Een gemiddeld Tibetaans landbouwergezin (vier personen) krijgt nu ongeveer 1800 euro in handen, … jaarlijks. Dat stemt trouwens overeen met het gemiddelde inkomen van de landbouwers in het geheel van China. Daarop moeten ze geen belasting betalen, het zou al te erg zijn. Terloops, in het oude Tibet van voor de landhervorming (1959) hadden de boeren tientallen keren minder centen en ze moesten er wel belastingen op betalen om een kleine elite te onderhouden!

Wij, Westerse toeristen in Tibet, moeten in die mensen hun ogen voorkomen als een goudmijn, want twee weken er wat rondtoeren met z’n tweeën en er is meer gespendeerd door ons dan het jaarinkomen van hun gezin.

tibet,armoede,inkomen

in de stad...

De gezinnen in de stedelijke agglomeraties verdienen gemiddeld dus drie maal meer, ongeveer 5000 euro per jaar. Die hebben dus ook allen al een gsm, de toerist is de uitzondering niet meer.

tibet,armoede,inkomen

 te lande

Gemiddelden zeggen niet alles natuurlijk. Er zijn in Tibet nog een half miljoen mensen, waarvan het inkomen beneden de armoedegrens ligt, dat is 17% van de bevolking! De overheid ‘herzag’ de ‘armoedegrens’ en bepaalde die op zoiets als 200 euro per jaar en per persoon (800 dus voor een gezin van vier personen). Een jaar geleden lag die lager: 140 euro. Naarmate de ontwikkeling van Tibet vordert en rekening houdend met de levensduurte legt de overheid het minimuminkomen om niet in armoede te verkeren hoger. Wie beneden die grens valt krijgt een kleine geldelijke steun, eventueel gratis graan en woon- of bouwsubsidie.

De komende vijf jaar wil China dat half miljoen mensen boven de armoedegrens brengen, met zeer diverse middelen maar vooral met economische hefbomen: opleiding en werk.

 

Algemeen in de landbouw zijn heel wat zaken verbeterd de laatste twintig jaar. Om er enkele te noemen: een betere zaadselectie, gerichter en matiger gebruik van irrigatiewater, lichte mechanisering (er verschijnen al pikdorsers), betere behandeling na de oogst (reinigen, opslaan, inpakken om naar de stad te vervoeren). De organisatie van het werk gebeurt op min of meer collectieve basis per dorp, de verdiensten echter zijn per familie en bepaald door de opbrengst op de hun toegewezen grond.

In de kantons met gemengde landbouwproductie – gerst, veeteelt én groenten in serres – is het aandeel van de groenteteelt ondertussen al één vijfde van de totale productiewaarde. Eén mu (1/15e van een hectare) met groenteserres brengt ongeveer 450 euro per jaar op. Voor één mu gerst is dat tienmaal minder.

17:16 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, armoede, inkomen

09-01-11

Nomaden zoeken in Tibet

Er zijn nog echte nomaden in Tibet, maar je moet ze wel ver en hoog zoeken, geen idyllische opdracht. De meeste veehouders zijn ondertussen halfnomaden geworden. Echte nomaden trekken nog rond in de meest dorre gebieden, dikwijls op ongeveer 5000m hoogte. De laatste tien jaar werden vele van die gebieden als natuurreservaat bestempeld en om er te mogen grazen is een vergunning nodig, die slechts in een zeer beperkt aantal verstrekt worden. Méér dan één derde van het grondgebied van Tibet is nu ‘natuurreservaat’.

 

Op mijn (Franstalige) website over Tibet kan ik zien met welke vragen mensen via zoekmachines bij mij terechtkomen. Zo was er onlangs een vraag: “wat is het beste seizoen om nomaden te zien in Tibet?” Mensen toch, in welke denkwereld leven wij hier in ons beschaafde Westen? “Vergeet de pindanootjes niet,” zou ik dan durven antwoorden.

 

Wel, op de grens tussen Tibet en Qinghai, op de rand van het grote natuurreservaat Hoh Xil, heb ik er in 2008 enkele ontmoet. Dagelijks dieet: boter, thee, melk, vlees en gerstemeel. Dat laatste kopen ze enkele malen per jaar in een dorp langs de weg van Golmud naar Lhasa, samen met zout en een beetje kledij. Een delicatesse voor de herders is bloedworst, die ze ter plaatse bereiden. Ingrediënten: uiteraard gestold bloed, gemengd met wat boter, een beetje water erbij, wat vleesrestjes er in gemengd, licht gezouten en dan een darm in. Ik zei het al: idyllisch is het niet. Iemand die ‘nomaden wil zien’ mag al niet te lichtgevoelig zijn noch kieskeurig in wat hij zal kunnen delen als voedsel en zeker geen sinaasappelen verwachten. Groenten en fruit zijn niet te bespeuren, dat is voor wanneer ze eens naar een feest in de stad trekken. Die mensen slachten uiteraard hun dieren ter plaatse. Ik ben benieuwd of iemand die ‘de nomaden wil zien’ hier in ons land tegen het privé-slachten van schapen is tijdens het Marokkaans offerfeest. Ik zei het al: je mag niet te lichtgevoelig zijn. Maar in de tent is het warm en de mensen zijn zeer vriendelijk. De kachel – met een buis voor de rook door het tentdak – wordt gevoed met gedroogde yakdrollen. Als ‘bewonderaar van nomaden’ kun je meehelpen aan dit dagelijks werk: verzamelen van yakdrollen en die te drogen leggen in de nabijheid van de tent. ’s Avonds worden de schapen en de yaks rond de tent verzameld en vastgebonden en de typisch Tibetaanse honden zijn alert tijdens de nacht voor mogelijks naderende wolven. Je moet dus ook gerust kunnen slapen bij huilende wolven en blaffende honden. In de tent zelf zorgen enkele boterlampjes voor een klein beetje licht. Overdag kan je ook helpen om de wieken daarvoor te vlechten.

 

De resterende nomaden hebben twee hoofdproblemen: gebrek aan geneesmiddelen en onderwijs. Vier tot vijf kinderen per gezin lijkt het gemiddelde. Die zijn nodig bij het werk met de kudde en missen veelal de school, hoewel ze gratis op internaat kunnen. De grote hoogte en de kou brengen problemen mee voor het hart en de longen, naast artritis. Voor kleine ongemakken beredderen die mensen zich wel, maar wanneer het ernstig is, kan het vroege dood veroorzaken.

  fam17a.JPG

Nog enkele woorden over het natuurreservaat Hoh Xil. Dat is zeer uitgestrekt, bijna zo groot als Frankrijk, en het natuurlijke zwerfterrein voor de Tibetaanse antilopen, de wilde yaks en wilde ezels. Stropers verdienden grote sommen geld in de jaren 1980 en 1990. Met de huid van drie geschoten antilopen, in Kashmir verwerkt tot een ‘shatoosh-sjaal’, was tot 15.000 US dollar te verdienen. Die stropers waren dan ook goed uitgerust: een prima al-terreinwagen, moderne wapens, enz. De patrouilles, die het stropen moesten bestrijden, wisten dan ook niet op voorhand op ze wel levend zouden terugkeren. Ofwel vastgereden in het zand of in de modder en zonder eten bevroren zijn na enkele dagen ofwel neergeschoten worden door de stropers. Voor één van de patrouilleleden staat er een gedenkteken in dit onmetelijke niemandsland: Sonam Dargye, neergeschoten in 1994. Maar het stropen is flink gedaald, vooral door een samenwerking tussen India en China, waarbij de handel in die antilopensjaals aan banden gelegd werd. Eén patrouillerit neemt ongeveer twee weken in beslag, voor 1000 km met hindernissen.

 

21:37 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, herders, nomaden

18-10-09

groenten

In vele streken van Tibet is het gevolgde procedé vanwege de lokale overheid hetzelfde: steun voor de bouw van serres, agronomen ter beschikking stellen, enkele jaren gegarandeerd inkomen bieden, helpen bij de commercialisering van de producten. Het beoogde doel is duidelijk: minder veeteelt (de veestapel is te groot voor de beschikbare graslanden), diversificatie. Het schijnt te lukken. In de directe omgeving van Xigaze komt ongeveer een vijfde van de landbouwopbrengst van de groenteteelt. Bovendien promoot de lokale overheid het biologisch telen van de groenten en geven ze subsidies voor de irrigatiewerken. Einde 2008 werden in Tibet ongeveer 20.000 ha gebruikt voor de groenteteelt. De Tibetanen hebben daardoor jaarlijks 200 kg groenten per persoon op hun schotel, dat is 6 maal meer dan in 1985.

tibet 05 (531)
De Tibetaanse meloenen vinden zelfs stilaan een afzetmarkt in binnenland China, omdat ze in de 'pure lucht van het hoogplateau' groeiden.

21:18 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, groenten

15-02-09

Op bezoek bij boer Dorje

De vrouw van boer Dorje steekt haar tong ver uit telkens ik naar haar kijk, als traditioneel teken voor “welkom”. Zij vormen een arm gezin, dat het nu stilaan beter krijgt. Eén dochter woont officieel nog thuis, maar zij werkt in een hospitaal in Lhasa en logeert er doorgaans bij een oom die in een bankkantoor werkt. Een andere oom is militair in Lhasa. Beide omen, de broers van Dorje, geven jaarlijks wat financiële steun aan het gezin van Dorje. Samen met het inkomen van de dochter tilt dit hun inkomen boven het precaire.

Dorje woont hier in het dorp - niet ver van Gyangze - sinds 2000. Toen moest hij verhuizen omdat zijn huis, vroeger lager gelegen, weggespoeld was door de rivier. Hij kreeg hier 1/4e hectare toegewezen, waaruit hij toch 4 ton gerst haalt omdat het goede grond is. Daarnaast heeft hij slechts acht dieren. Dorje en zijn vrouw zijn 26 jaar samen en nu pas beginnen zij, wat ze noemen, “een goed leven te leiden”. Zij konden een kleine tractor kopen en doen vervoerwerk voor andere boeren of voor bouwprojecten van de overheid. Hun “luxe” is een kleine draagbare TV. In de keuken hebben ze nog hun allesbrander en een gat in het plafond voor de rook. De keuken is hun winterkwartier, want in de andere kamers hebben zij geen verwarming. Op de koer is er een waterkraan. Nog een recent overheidsproject: alle dorpen voorzien van stromend drinkwater. Een oudere dochter is al getrouwd en het huis uit, zij werkt in het treinstation van Lhasa. Haar zoontje, dat in het ouderlijk huis van Dorje geboren is, verblijft nog steeds bij de grootouders. Volgend jaar verhuist het kind naar Lhasa, omdat de schoolleeftijd eraan komt. Onderwijs voor de kleinkinderen vinden de landbouwers in Tibet meer en meer belangrijk, een algemene vaststelling bij alle families die ik de laatste jaren bezocht. Ook bij Dorje is er een religieuze kamer, hoewel zijn huis niet zo groot en niet recent vernieuwd is. In de huiskamer hangt er een affiche met de gezichten van vroegere leiders van China: Mao, Deng en Jiang Zemin. In het dorp wonen 45 gezinnen.

bij boer Dorje

14:14 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, ontwikkeling, dorpen

09-02-09

van de "Volkscommunes" naar een semi-individuele landbouw

In 1982 werd het communesysteem afgeschaft in China. Wat was het communesysteem in Tibet? De inwoners van een dorp werkten samen voor alle landbouwtaken op het totaal van de akkers van het dorp. Iedereen kreeg een klein salaris ongeveer naargelang het aantal uren werk en de moeilijkheidsgraad van de taak. De overtollige landbouwopbrengst van het dorp werd aan het kanton doorgegeven zonder veel geldelijke boekhouding. Er waren streefcijfers voor de tonnage en het soort producten. Dit was een overgesocialiseerd systeem, waar de landbouwtechnieken van die tijd niet rijp voor waren en dus ook de mensen niet. Individuele manoeuvreerruimte zat er niet in. Toch moet gezegd worden dat in die periode de landbouwproductie in Tibet er flink op vooruitging: meer graan en verdubbelde veestapel.[1] Het rantsoen van de mensen verhoogde maar structureel veranderde er niets: men produceerde iets meer en men at iets meer, het bleef een overlevingseconomie. De "collectieve" werken gaven resultaat op gebied van irrigatie en wegenbouw. Wegen aanleggen in Tibet is vooral een kwestie van bruggen bouwen. Anders spoelt de weg in de natte zomermaanden weg. Tijdens de periode van de Culturele Revolutie werden 90 bruggen gebouwd en geen kleintjes, minimum 60m spanwijdte.[2] Sommigen zullen zeggen: dat is met de stenen van de afgebroken tempels. Wel neen, zo stom is het dan ook weer niet, tempels waren niet van beton. Nu in 2008 zijn ongeveer 3/4e van de dorpen per wagen bereikbaar. Het plan is om tegen 2010 naar elk dorp een weg te hebben.

Andere positieve realisaties van die periode waren het vaccineren van de bevolking, ondermeer tegen de pokken, die regelmatig voor uitdunning van de bevolking zorgden in het verleden, naast het drastisch herleiden van de kindersterfte – één kind op twee stierf voor zijn vijfde in het oude systeem – en een flinke uitbreiding van het basisonderwijs.[3]  De nefaste gevolgen van de Culturele Revolutie zijn beter gekend: cultuur, godsdienst en taal kregen het zwaar te verduren.

In 1982 werd de grond verdeeld onder de families, met als hoofdcriterium de grootte van de familie. De lappen grond gingen van 1/4e hectare tot 2 hectare per gezin, weinig dus, want meer was er niet. De totale oppervlakte van de akkers was tijdens de jaren ’60-’70 ongeveer verdubbeld, tot 228.000 hectare, maar de bevolking groeide bijna in dezelfde mate. De oppervlakte van de landbouwgronden bleef na 1980 nagenoeg dezelfde en tegelijk bleef de bevolking stijgen, met als gevolg dat de gemiddelde landbouwoppervlakte per familie met bijna de helft daalde tot 1/2e hectare.[4] Gelukkig verbeterden de technieken en is tweederde van de velden nu voorzien van een irrigatiesysteem (ook vooral daterend uit de jaren ’60-’70), wat de opbrengsten per hectare deed stijgen om gelijke tred te houden met de bevolkingsaangroei. Tibet is zelfvoorzienend in granen, vlees, melk, kaas en boter, maar nog niet in groenten. Er zijn dubbel zoveel yaks en koeien als mensen en zes maal meer schapen en geiten. Dit is teveel aan het worden voor het weinige gras dat op die uitgestrekte hooglanden groeit.

Niet alle plattelandsactiviteit is superindividueel geworden. Enkele gewoontes van de vroegere communestructuur zijn blijven hangen of gewoon een aantal zaken die al tevoren zo waren. Zo wordt het zaaigoed gemeenschappelijk aangekocht. Het transport van de oogst voor verkoop gebeurt eveneens in groep. Wanneer een familie in de nood zit om op tijd de oogst binnen te halen, bijvoorbeeld door ziekte, dan komen andere families van het dorp ter hulp. Het te grazen leiden van de dieren is gezamenlijk, enkele personen van het dorp zetten zich daarvoor in. In sommige dorpen wordt zelfs het grasland collectief beheerd: er is een roterend gebruik ervan voor de kuddes van de families en het bijzaaien van gras gebeurt gezamenlijk. De taken voor het onderhoud van de irrigatiekanaaltjes worden verdeeld door de dorpschef. Na de oogst en net voor de vorstperiode begin november worden de velden nog eens geïrrigeerd om ze te “bevriezen” tot in de lente, waardoor ze vochtig genoeg blijven om het kiemen te bevorderen.



[1] Tibet Statisticalo Yearbook 2008

[2] CTIC (China Tibet Information Center), Beijing, juni 2005.

[3] Zie daarvoor « Education in Tibet, policy and practice since 1950 » van Catriona Bass, gemeenschappelijke uitgave van het Tibet Information Network (pro dalai lama) in Londen en Zed Books in 1998.  

[4] Tibet Statistical Yearbook 2008.

oogst

De oogst wordt per dorp verzameld voor de verkoop ervan (eigen foto)

17:34 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: culturele revolutie, china, communes, landhervorming, tibet

04-02-09

"bio" groenten in serres

Tussen Gyangze en Xigaze zijn er redelijk wat serres te zien. Dat is recent, tien jaar geleden zag ik er geen enkele langs die weg. We stoppen bij een groot complex van serres. Het geheel is ommuurd en aan de straatkant is er een metalen poort met een hangslot. Door een kijkspleet zien we in de verte enkele mensen bedrijvig. Dan maar met een steen hard op de poort tikken, maar er komt niemand aanhollen. Vanuit het dorp verderop is er ondertussen een meisje ook bij de poort komen staan, schijnbaar met een boodschappenmandje voor iemand binnenin. Zij laat ons kloppen en verraadt geen ander middel om binnen te geraken. Tot wij haar overtuigen om haar over de poort te tillen en de chef te gaan verwittigen, wat gebeurt. Een vriendelijke boer komt ons enkele minuten later tegemoet gewandeld. Hij is de gerant van de serres. Er staan er 300, in 2001 door de administratie voor landbouw van het district Xigaze gebouwd op een terrein van 2,5 hectare. Het zijn primitieve serres die weinig gekost hebben: de noordwand en de zijwanden zijn muren van ter plaatse gebakken kleistenen en een plastiek zeil daalt zuidwaarts in bolvorm af tot op de grond. Door alle serres lopen irrigatiekanaaltjes. Voor de koude nachten zijn er stoffen dekens voorzien, die de plastiekwand kunnen afdekken. De overheid installeerde dit complex gratis.

Wie werkt er? De Tibetanen van het dorp op wiens grond de serres gebouwd werden. Momenteel zijn ze met 30 personen. Voor hen werd gratis opleiding voorzien in de serres van Lhasa, om er het ‘groentevak’ te leren. Eerst was er een proefperiode van twee jaar, tijdens welke de meewerkende landbouwers een minimuminkomen van 500 euro per jaar gegarandeerd kregen. Daarna werd een gerant gekozen en werd de zaak per contract overgedragen, voortaan moeten de landbouwers zelf instaan voor productie, commercialisering en onderhoud. Dat werkt al redelijk, want jaarlijks kan er per medewerker minstens 700 euro uitbetaald worden, beduidend meer dan voor landbouwers die enkel van gerst en dieren leven. Aan de staat moeten zij niets afdragen. De betaling per persoon bevat een deel dat in verhouding staat tot de ingebrachte landoppervlakte, het loon is dus een combinatie van werkuren en ingebracht land. Er is werk het gehele jaar door voor de 30 medewerkers. Volgend jaar neemt de gerant er nog enkele bij en is van plan om een deel van zijn mensen naar het binnenland van China te sturen voor verdere opleiding. Wat groeit er zoal in hun serres? We zien er tomaten, paprika’s, aubergines in wording, meloenen, pompoenen en kolen. “Met groenten hebben wij cash geld het gehele jaar door, terwijl met onze vroegere gerstproductie dit slechts één keer per jaar was,” zo vertrouwt de gerant ons nog toe. Voor hem was het een overtuigend aspect. Wat doen ze met ziektes van de planten? “Als Tibetanen dragen wij goed zorg voor de planten, zij worden niet ziek,” antwoordt de gerant, “wij roteren de groenten van serre tot serre, met enkele jaren tussen twee identieke aanplantingen. Wij gebruiken geen bestrijdingsmiddelen en wij wieden met de hand. Als meststof gebruiken we dierlijke mest.” Zonder het woord “bio” tien maal op de lippen te hebben, is hij het toch. De “commune” – want zo noemt de gerant de zaak – bezit ook nog velden voor gerst, op wat overbleef van hun dorpsgronden na de bouw van de serres.

Stilaan is Tibet op weg om zichzelf een gevarieerde groenteschotel aan te bieden het gehele jaar door. Rond Lhasa, de grootste agglomeratie met toch een half miljoen inwoners, zijn nu ongeveer 3.700 ha ingenomen door bio-serres.[1] Een landbouwwerkster in een tomatenserre zei me dat ze vorig jaar bij benadering 2.000 euro verdiend had. Sommige serres zijn afgehuurd door Han Chinezen. Boer Liu heeft er vijftien en hij kweekt er uitsluitend bloemen. Zijn afzetmarkt zijn ondermeer de parken van Lhasa. Hij heeft vijf Tibetaanse werkers in dienst, die hij 100 euro per maand betaalt. “Eens zij het vak kennen, ben ik hier weg,” vertelt Liu, “dan concurreren zij mij toch de markt uit.”


[1] Interview Nyima Tashi, landbouwdeskundige van het arrondissement Lhasa, november 2008.

serrepark gyangze-xigaze

 

15:01 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: groenten, ecologie, diversificatie

26-01-09

De graanschuur van Tibet

Als men over Tibet spreekt, dan moet men het over de boeren hebben, die 83 %[1]  van de bevolking uitmaken.

In oktober 2008 kon ik hen de oogst zien binnenhalen, samen met een vriend en tolk. De contacten met de landbouwers verliepen zonder begeleiding van lokale politici. Niet dat ik geen vertrouwen kan geven aan lokale overheden – daar had ik in het verleden al verschillende malen mee te maken – maar voor onze gevoelige Westerse oren klinkt het neutraler als ik die mensen negeer. Wat niet mijn mening is, maar kom, deze keer alleen op pad met mijn Tibetaanse gezel. Uit ervaring weet ik ook dat Tibetanen ronduit hun mening zeggen, directer dan de Han Chinezen en zelfs tegenover een vreemde snuit.

De graanschuur van Tibet is de streek ten westen van Lhasa, met de steden Gyangze en Xigaze als centrum.

Wij stoppen in een dorp waar de naoogst nog volop aan de gang is. Het is ongeveer 10 uur in de voormiddag en het vriest nog flink, de irrigatiekanaaltjes zijn nog bevroren. Ik vraag me af of dit deel uitmaakt van het idyllisch beeld van Tibet dat wij in het Westen hebben: ’s morgens bij de eerste klaarte een trui meer aantrekken en in de snijdende wind bij -5°C beginnen te dorsen, daar moet je spiritueel sterk voor staan. “Er viel genoeg regen in de streek het afgelopen jaar en er waren geen rampen,” zo vertelt een boer ons, “de oogst is goed.” Hij ziet er glunderend uit in de zon. Dat bewerken van de oogst is spectaculair in de streek: elk dorp is er simultaan mee bezig en de dorpen liggen hier op gezichtsafstand. Daarenboven is in ieder dorp elke familie tegelijk aan het werk, meestal op een daarvoor voorziene platgestampte grond, centraal in het dorp. De grootmoeders zorgen voor de kleine kinderen, de grotere kinderen zijn naar school, waar ze tijdens de week blijven slapen, kost en inwoon, schooluniformen, boeken en schriftjes gratis.

Voor de bewerking van de oogst hebben de boeren enkele zeer primitieve werktuigen of machines. Het dorsen gebeurt met een ouderwetse dorsvlegel. Met een vork gooien ze dat mengsel stro en granen de hoogte in en een elektrische ventilator op een voet blaast het kaf eruit. In een ander dorp hebben ze een soort kanonblazer die het mengsel schuin de hoogte in blaast, waarbij de graankorrels verder vliegen dan het kaf, tot op een groot plastieken zeil op de grond. Dit gaat vrij vlug en het “kanon” verhuist dan ook van familie naar familie. Het stro wordt in zakken gepropt als wintervoorraad voor de dieren.

Melkkoeien

De oogst was al binnen in deze oktobermaand bij de familie van Pema, 55 jaar en de “vrouw des huizes”. Met haar man heeft zij vijf grote kinderen, één dochter en vier zonen. De dochter is uitgehuwd en woont niet meer in. Drie zonen wonen wel nog in en delen één vrouw, naar oude Tibetaanse gewoonte. Dat viertal heeft drie kleine kinderen, drie jongens. Een vierde zoon is monnik in Gyangze. Het mannelijke overheerst nogal maar als boerenbedrijf doen zij het goed, mevrouw Pema is zaakvoerder en boze goden worden afgeweerd door de vierde zoon in het klooster. Indertijd bij de ontmanteling van de communestructuur, kreeg Pema een flink stuk grond toebedeeld omdat ze vijf kinderen had: 25 mu of bijna 2 hectare. Zij verbouwen er traditioneel gerst op, waarvan zij er jaarlijks vier ton kunnen verkopen, de rest is voor eigen gebruik. Dat brengt hen ongeveer 600 euro op. Maar zij gingen ook in op enkele kansen die de overheid bood om hun bedrijfje te diversifiëren: de staat gaf 50% aankoopsubsidie voor speciale melkkoeien, die meer melk geven dan yaks. De familie heeft er nu 11 en specialiseert zich in het produceren van melk en kaas. Voor het voederen van de koeien in de winter krijgt de familie Pema gratis een zekere hoeveelheid maïs van de overheid.

mevr pema

Mevrouw Pema en een paar van de "mannen in het huis".

De meeste Tibetaanse boeren hadden 10 jaar geleden niets anders dan het geldelijk inkomen van hun gerst, waardoor zij amper aan de helft kwamen van het Chinese nationale gemiddelde inkomen van de boeren. Twee evoluties brengen daar nu stilaan verandering in: de landbouw diversifieert en in de winter is bijklussen in de bouw of in het transport mogelijk. Twee zonen van Pema gaan van november tot april in de stad werken. Zij hebben een kleine tractor met aanhangwagen, een investering voor hen van 1500 euro. De familie bezit ook een kleine dorsmachine, 400 euro. Hun diverse activiteiten brengen het totale geldelijk inkomen van de familie net boven de 2.000 euro per jaar, wat ongeveer overeenkomt met het gemiddelde van de boeren in China. Hun inkomen wordt niet belast. Dat zijn nog minieme bedragen, slechts iets meer dan de internationale armoedenorm van 1 dollar per dag per persoon.

Voor 1959 was er in Tibet onder de gewone mensen bijna geen geld in omloop, zij moesten de oogst grotendeels afgeven aan de heer of aan de kloosters en wat overbleef was nauwelijks genoeg om zelf te overleven. Er was een beetje ruilhandel en geld was praktisch onbestaande. De elite had wel geld, zij waren miljardairs bij manier van spreken. Twee voorbeelden. In 1951, net voor de aankomst van het Rode Leger in Lhasa, liet de familie van de 14e dalai lama met een karavaan van honderden geladen muilezels de familieschat in veiligheid brengen in Sikkim. De schat kwam nooit terug. De boekhouder van het Potala paleis schrijft in zijn memoires dat de totale waarde ervan ongeveer 5 miljoen USdollar (van toen) bedroeg.[2]

Een ander voorbeeld: de regentlama voor Tibet tijdens de jonge jaren van de 9e en de 10e dalai lama (die beiden jong stierven) werd in 1844 afgezet door de Chinese Qing keizer Daogang wegens corruptie. Zijn fortuin van 144.000 zilverstukken (taëls) werd aangeslagen en verdeeld onder de kloosters in de streek van Xigaze. Zijn ruime provisies (300 hl rijst, 7.000 hl gerst en tarwe samen) gingen deels naar de lokale functionarissen en deels naar het Chinese leger.[3]   

 

Huizen

Mevrouw Pema heeft een prachtig groot huis, naar onze normen een grote villa, maar zonder verwarming. De overheid stimuleert sinds vijf jaar de landelijke Tibetaanse bevolking om zich een deftig nieuw huis te bouwen en geeft daarbij subsidies naargelang het inkomen (meer indien minder). De kantonale overheden hebben zelfs de vrijheid om delen van het budget te besteden aan gratis woningen voor arme families.

De familie van Pema was niet van de armste en aan hen werd slechts 10% bouwsubsidie toegekend. Hun woning kostte 10.000 euro, hoofdzakelijk aan bouwmaterialen, want het bouwen dat deden zij zelf, volgens een traditioneel patroon voor de streek. Alle huizen zijn gelijk behalve de versiering en de meubelen. In alle huizen is er een religieuze kamer. Die van Pema is groot, 5m op 8m. Een beeld van Sakyamuni en een van Padmasambhava, grondlegger van het Tibetaanse boeddhisme in de 8e eeuw, naast foto’s van de 9e, de 10e en de 11e panchen lama. Ik vraag hen of ze dagelijks in de religieuze ruimte komen. Neen, slechts enkele malen per jaar of bij speciale gebeurtenissen zoals geboortes, ziekten of overlijden. De kamer is als het ware het “woonvertrek” voor Boeddha en zijn illustere discipelen. Zij toont mij een kader met foto’s van haar familie. Haar broer is “intendant” van de huidige 11e panchen lama. Intendant is een soort kamerjongen of heer belast met het huishouden van de panchen lama. En wat denken zij van de rellen in Lhasa in maart 2008? Mevrouw Pema vindt die zeer erg voor Tibet, volgens haar zijn het ‘bandieten’ die ze veroorzaakten. Maar of de 14e dalai lama er voor iets tussen zat (wat de Chinese regering zegt), daarop antwoordt zij: “Onze godsdienst verbiedt ons om iets kwaads te zeggen over de 14e dalai lama. Dat zou ons karma voor onze toekomstige levens kunnen beïnvloeden.”



[1] Tibet Statistical Yearbook 2008

[2] Tashi Tsering, autobiography, pag57-58, East Gate Books, USA, 1997.

[3] Biography of the 11th dalai lama, rapporten van Qing commissaris Qishang, geciteerd in “The system of the dalai lama reincarnation”, Chen Qingying, China International Press, 2005


16:58 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dorpen, inkomen, overheidssteun, families

04-09-07

800 schapen, vier zonen en drie dochters

DSCN2570


 

met vrienden en buur te gast bij Tibetaanse boer 

Golmud, een stadje, op bijna 3.000 m, in de provincie Qinghai. Golmud is het beginpunt van de nieuwe spoorlijn naar Lhasa. Het regent er bijna nooit, wat ginder neervalt gedurende één jaar, valt er bij ons in een relatief droge maand al uit. De Tibetaanse gastfamilie heeft er toch twee hectare grond voor tarwe en groenten, bevloeid door gletsjerwater van zeer ver weg. En 800 schapen. Twee van zijn vier zonen, met hun echtgenotes en kinderen, zijn er tijdens de korte zomer de kale bergen mee ingetrokken, 150 km verder zuidwaarts. Hijzelf is 75 jaar en even gerimpeld als de zanderige berghellingen. Zijn drie dochters zijn getrouwd en wonen elders in Golmud. Eén van zijn zonen werkt aan de spoorweg. Hij is er verkeersleider. Een vierde zoon helpt bij de oogst. Enkele serres zijn goed voor een diversiteit aan groenten. De familie eet het ganse jaar van de opbrengst en verdient er ongeveer 2.500 euro per jaar bovenop door de verkoop van het overschot. Dat lijkt niet veel, maar in China beredderen de boeren zich hiermee en Tibetanen zijn hierbij niet achtergesteld. De familie woont sinds 1989 in de landbouwzone rond Golmud en is afkomstig van de streek rond het Ta’ersi klooster in Oost-Qinghai, de geboortestreek van de 14e dalai lama. Golmud gaf hen meer grond. Twee hectare is ruim voor een familie in China, voor wie dit gemiddeld minder is dan een vierde van een hectare. Het moet geloond hebben, want in 2000 bouwde de familie een nieuw huis. In zijn goed bemeubeld salon hangt een panoramische reuzenfoto van modern Lhasa. En boven de deur van zijn slaapkamer een diploma: “Hij geraakte helemaal op eigen krachten uit de armoede”. Voordien was hij seizoenarbeider. Hij kwam al voor 1989 naar de streek van Golmud om er schapen van anderen te hoeden en om te helpen bij het planten en het oogsten. Hij leerde “het vak” en kwam zich met zijn familie zelfstandig vestigen. Nu heeft hij een ijskast, een dvd-speler, een aangenaam interieur, enzoverder. Hij is een gelukkige man, want zijn vrouw leeft nog en zijn “groot gezin” telt in het totaal 17 personen. Wanneer hij gepensioneerd zal zijn (hangt van hem af) neemt hij met zijn vrouw eens de trein naar Lhasa, voor het plezier en om boeddha te eren.

DSCN2567
 

DSCN2687
één schaap, één gras

 

21:28 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, landbouw, familie, herders, qinghai, golmud

26-06-07

landbouwhervorming in Tibet

hectares

wat te doen met zoveel hectaren?

Twee befaamde Amerikaanse vorsers, Melvyn Goldstein en Cynthia M. Beall –beiden spreken Tibetaans -, samen met twee Chinese experts, Ben Jiao en Phuntsog Tsering, hielden van 1997 tot 2000 een grondige enquête in 13 afgelegen dorpen van vier verschillende Tibetaanse districten. Zij ondervroegen 780 gezinnen, waarbij ze benadrukken dat hun bewegingen en hun vragen helemaal niet gecontroleerd, gevolgd noch gedicteerd werden door functionarissen. Het onderwerp van het onderzoek was de impact van de hervormingen in de landbouw sinds 1980, toen het “commune systeem” vervangen werd door contracten per huishouden. Het resultaat van het onderzoek is vrij verhelderend op velerlei gebied en spreekt een aantal verhalen tegen die in onze hoofden rondwaren, van Boeddha weet waar die komen. Een vlugge opsomming.

* de gemiddelde grootte van de gezinnen is 7 personen.

* alle gezinnen zijn Tibetaans, geen enkele Han noch Hui familie, zelfs in de winkeltjes en in de bestuursorganen.

* men eet nu dikwijls “niet traditioneel” en gevarieerder: rijst, zoetigheden, kip, eieren, diverse groenten en varkensvlees.

* Bijna 4% van de mannen zijn monnik, bijna 3% voor de vrouwen. De overheid probeert het inlijven van kinderen in de kloosters te verbieden en stelt de minimumleeftijd op 18 jaar, wat niet steeds gevolgd wordt. Bovendien is er een numerus clausus op het aantal kloosters (een kleine 2.000 in geheel Tibet voor het ogenblik).

* ongeveer de helft van de gezinnen geeft aalmoezen aan de kloosters. Slechts 3% vraagt monniken om rituelen uit te voeren voor het geluk van hun familie. Hoeveel men geeft is afhankelijk van het inkomen. Eén euro per jaar voor de armste gezinnen tot 20 euro voor de rijkste. De oudere mensen bidden elke dag, van één uur tot enkele minuten. Shamanistische praktijken (uitdrijven van boze geesten, het consulteren van een “medium”) worden in de media afgeraden.

* Iets meer dan de helft van de mensen tussen 15 en 45 jaar kan Tibetaans lezen.

* slechts 10% kunnen Chinees spreken, verre van schrijven. Opvallend was dat sommige dorpschefs geen Chinees spreken.

* grond kan niet verkocht noch gekocht worden.

* 94 % van de gezinnen vindt dat hun levenssituatie verbeterd is sinds de landbouwhervormingen en zien de toekomst ook positief tegemoet.

* alle gezinnen hebben meer dieren en meer opbrengst van hun land. Vooral de melkkoeien zijn verzesvoudigd. Drie vierde van de gezinnen produceert genoeg of meer voor zijn eigen onderhoud. Eén gezin (7 personen gemiddeld) beschikt ongeveer over anderhalve hectare.

* verdeling van de te telen gewassen worden collectief per dorp geregeld. De aankoop van zaden, meststof, machines gaat via het dorp. Commercialisering van de overschotten eveneens.

* Per gezin werd ongeveer 500 euro besteed aan verbetering van de woonst of aan nieuwbouw.

* geen enkel van de 13 dorpen heeft kraantjeswater in de huizen. Slechts één dorp is aangesloten op het elektriciteitsnet. De wegen zijn zandwegen.

* slechts 20% van de jongeren heeft de lagere school voltooid. Hoewel ongeveer 70% van de kinderen wel enkele jaren school loopt.

* vrouwen hebben gemiddeld 7 kinderen. De demografische druk wordt onhoudbaar. De overheid heeft te laat reclame gemaakt voor een geboortebeperking via voorbehoedsmiddelen. Slechts de helft van de vrouwen nemen die en dan nog pas na minstens de vierde geboorte. Drie kinderen per gezin wordt nu als streefdoel voorgesteld, maar niet opgevolgd in de praktijk. De beschikbare landbouwoppervlakte per inwoner is met 20% gedaald sinds 1980.

* De helft van de gezinnen heeft minstens iemand die iets anders doet dan landbouw. Zoals vervoer, handel, bouw, onderwijs, gezondheidszorg, administratie en kunst. Meestal tijdelijk, gemiddeld vier maanden per jaar. Dit brengt één derde van het gezinsinkomen mee.

Bron: Asian Survey, 43:5, pp 758-779. University of California, 2003.

25-06-07

landeigendom in Tibet

Emily T.Yeh, een aardrijkskundige van de universiteit van Colorado (USA), maakte recent een studie over de grondeigendom in Tibet (published in Conservation and Society. 2,1, 2004. Sage Publications New Delhi/Thousand Oaks/London). Zij geeft openlijk steun in de USA aan de onafhankelijkheidsbeweging rond de dalai lama. Maar zij deed concreet veldonderzoek in Tibet. Enkele opmerkelijke citaten uit haar studie:

* land werd niet ten volle geprivatiseerd zoals in Oost-Europa het geval was. Het is veeleer verhuren via een contract.

* verantwoordelijken voor districten en departementen roteren regelmatig. Dorpshoofden niet, die blijven dicht bij de lokale bevolking gedurende hun mandaat.

* Chinese boeren sturen brieven en petities naar hogere politieke instanties om lokale corrupte kaders aan te klagen. Tibetaanse boeren hebben die gewoonte nog niet.

* Alle functionarissen van kleine steden waren Tibetanen tot voor kort. De laatste jaren heeft de centrale regering er opnieuw een minderheid aan Han kaders aan toegevoegd.

* het contractsysteem voor de boeren en veehouders in Tibet is soepeler qua termijn dan in de rest van China. Veestapel en land worden aan gezinnen toegekend voor onbepaalde duur, “for the long term” zoals dat heet. In de rest van China is dit voor een bepaalde tijd. Wel gelijkaardig als in de rest van China zijn de quota. Een afgesproken deel van de productie wordt aan de staat verkocht, over het surplus beschikken de families vrijuit.

* in het departement Nagqu is er zelfs nog een district dat de oude communestructuur behield, omdat die er goed werkte.

* in de landbouwregio rond Lhasa betreuren de boeren het wegvallen van de “onderlinge hulp teams”, zoals die waren ingesteld in 1959. Boeren werkten samen en verdeelden de opbrengst volgens inbreng van elk zijn middelen.

* Wanneer boeren of veehouders ophouden en een job in de stad zoeken keren de gronden die ze beheerden terug naar de collectiviteit. Er worden collectieve taken uitgedeeld. De boeren zien liever een herverkaveling. Maar de bureaucratie is zeer traag, men zit ongeveer nog op het toewijssysteem van 1984, zonder nieuwe verkaveling.

* de Tibetaanse lokale overheden voorzien acht collectieve taken voor de dorpsbewoners: aankopen van zaad, meststoffen, pesticiden, landbeheer, het zaaien, oogsten, dorsen, ploegen en irrigeren. Daarnaast twee individuele rechten: verdeling van de oogst en het veevoer in verhouding tot de eigen beheerde landoppervlakte.

* landonteigening voor projecten of gebouwen is eigenlijk geen echte onteigening, gezien de boeren geen eigenaar van de grond zijn. De Tibetaanse dorpshoofden laten zich gemakkelijk overhalen door de belofte van economische vooruitgang. In de omgeving van Lhasa gebeurt de inbeslagname van land al te dikwijls voor het bouwen van een mooi huis door de talrijk geworden Tibetaanse middenklasse.

* de Wereld Voedsel Organisatie sponsorde een landonteigening in de buurt van Lhasa om er serres te bouwen en te verhuren aan Tibetaanse boeren. Maar er was gebrek aan startkapitaal, aan kennis of aan boeren. Uiteindelijk werden de serres voor drie vierden verhuurd aan ingeweken Han boeren.

* landbeheer is geen privé-kwestie geworden in Tibet, het blijft een politieke zaak.

* Tibetaanse partijkaders in de dorpen vertellen je steevast dat de grond aan de partij toebehoort. Pas op districtniveau vind je Tibetaanse kaders, die spreken van “collectief beheerde grond”.

een huis, een veld

een huis, een veld

 

21:52 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, landbouw, eigendom, bestuur, collectief, autonomie