05-06-12

Tibetaanse symbolen

Symbolen van “lang leven”

 

Tibetaanse muurschilderingen verbeelden soms een tafereel met de symbolen van een “lang leven”. Er zijn er zes. De rotswand van het lange leven, een oude man met een lange baard, het eeuwig stromende water, de eeuwenoude boom, de kraanvogel en het hert. Opvallend hierbij is de gelijkenis met symbolen uit het Chinese taoïsme. Zowel de rots, de boom, de oude grijsaard, het water en de kraanvogel vinden we daar terug.

 

 

tibet,tradities

 

 

 

De acht Tibetaanse symbolen van gunstige invloed

 

1. de witte trompethoorn of schelp (ongkar), als het geluid van de boeddhistische wetten.

2. twee gouden vissen (senyan): wijsheid, compassie en transcendentie.

3. het gouden dharma wiel (kholo). Was een symbolisch wapen tegen kwelling en lijden. Wordt ook beschouwd als een voorstelling van de cyclische beweging van het leven.

4. de kostbare parasol (do). Komt uit in India, als statussymbool voor koningen. In het boeddhisme stelt de parasol de autoriteit van de boeddhistische leer voor. Hij biedt bescherming tegen kwade geesten en negatieve invloeden.

5. de uitzonderlijke lotusbloem (pema), embleem van originele zuiverheid, verbonden met de geboorte van boeddha’s.

6. de opperste banier van de overwinning (jetsen). Dit was oorspronkelijk een militaire standaard, uit India afkomstig. In het boeddhisme stelt de banier de overwinning voor op het lijden en het bereiken van de verlichting.

7. de grote onuitputtelijke schattenurne (bongpa). Is steeds verbonden geweest met het opslaan van materiële verlangens, een onuitputtelijke proviandvaas. Zij geeft toegang tot de esoterische sutra’s. Zij is vol met nectar, met overvloedige wijsheid, gelukperfectie en voltooiing van zichzelf.

8. de glorierijke levensknoop (drewu), symbool voor de oneindigheid, de eeuwigheid, waarin Boeddha’s perfectie, na eliminatie van alle hindernissen, verblijft. 

 

Gelijkenissen met de Chinese traditie zijn slechts te vinden in de vissen, de parasol en de lotusbloem.

 

 

tibet,tradities

de parasol

 

 

tibet,tradities

de banier

tibet,tradities

de oneindige knoop

 

tibet,tradities

 het dharma wiel (= leer van Boeddha), samen met de reeën (eerste twee leerlingen van Boeddha). Op het andere dak: de overwinningsbanier.

 

Er zijn natuurlijk nog vele andere Tibetaanse symbolen, zoals hier de 'zon en de maan' op de deur van een huis. Dit stamt uit het pre-boeddhistische volksgeloof. Men vindt het ook bovenaan op de stupa's.

 

 

tibet,tradities

 

tibet,tradities

19:53 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, tradities

15-12-10

Een reïncarnatie zoals het hoort, een oefening voor het zoeken van de volgende dalai lama

Zoals je wellicht weet worden vele hoge geestelijken in Tibet beschouwd als de ‘reïncarnatie’ van hun voorganger en zijn meestal verbonden aan een belangrijk klooster. Zij vormen de ‘reïncarnatielijnen’. Vroeger ging dit gepaard met wereldlijk gezag over het klooster en zijn ‘bezittingen’: landerijen, vee en boeren. Nu is dit beperkt tot het kloosterleven en het algemeen beheer van de godsdienstzaken in Tibet. Veel van die hoge geestelijken zijn in de woelige periode van 1951-1959, na de communistische machtsovername in China, naar het buitenland gevlucht. Maar ook honderden bleven in China. Er zijn belangrijke reïncarnaties en minder belangrijke. Het hangt ondermeer af van de omvang en het prestige van het klooster. Ik zag kleine kloosters, waar ongeveer niemand van buitenaf zich om de gereïncarneerde opvolging bekommert, maar waar wel de trilogie (van de laatste drie in de reïncarnatielijn) op verzamelde foto’s centraal in de hoofdtempel prijkt. De ‘laatste drie’, dat is ongeveer de twintigste eeuw. Voordien bestonden er natuurlijk geen foto’s en deed men het meer met sculpturen.

q225.JPGde huidige met zijn twee voorgangers

Het zoeken van een ‘reïncarnatie’ is sinds het ontstaan van de praktijk (12e eeuw) een welomschreven traditioneel ritueel geworden. Enkele monniken van het klooster vormen een zoekcommissie, gaan in het geheim ‘op pad’, bezoeken families, aanschouwen goddelijke tekens op het oppervlak van een heilig meer, raadplegen de acht trigrammen, laten kinderen voorwerpen herkennen van de overleden lama, enz. Voor belangrijke reïncarnaties zijn er bestuursvoorschriften bijgekomen sinds 1791. Het belangrijkste daarvan is de ‘lottrekking onder de beste kandidaatjes, uit de gouden urne,  voor het beeld van Sakyamuni in de Jokhang tempel in Lhasa’, in aanwezigheid van politieke machthebbers. Het belangrijkste doel van die regelgeving in de 18e eeuw was het verminderen van de rivaliteit, van mogelijke omkoperij en van vooral burgeroorlogjes in Tibet rond de opvolging van politiek belangrijke hoge lama’s van toen. Samen met de tradities wil China deze regelgeving nu nog in stand houden.

En zo verliep het bij het zoeken van de reïncarnatie voor de 5e Detrul lama van het Drago klooster in het arrondissement Lhoka, ten zuiden van Lhasa. Die reïncarnatielijn is niet van de minste, één van de reïncarnaties was de leraar van de 12e dalai lama en het klooster leverde ook soms de regent van Tibet tussen twee volwassen dalai lama’s in. De 5e Detrul lama was in de ‘woelige jaren’ in Tibet gebleven en werd bestuurslid van de Tibetaanse Boeddhistische Vereniging. Hij stierf in 2000. De zoektocht naar de reïncarnatie startte pas in 2005. Vijf jaar later werd een reïncarnatiejongentje gevonden. Twee zoekteams van het Drago klooster gingen onafhankelijk van elkaar op pad. Een twintigtal kinderen werden als ‘goed voor nader onderzoek’ bevonden. Het traditionele procedé werd nauwkeurig gevolgd om zoveel mogelijk bovennatuurlijke voortekenen te vinden. Uiteindelijk werden twee kinderen weerhouden. Op 4 juli 2010 kwam dan de ‘lottrekking uit de gouden urne voor het beeld van Sakyamuni in de Jokhang tempel’ (de oudste en de heiligste in Lhasa). Daarbij waren 150 genodigden aanwezig. Voornamelijk hoge geestelijken van de Tibetaanse Boeddhistische Vereniging. De ceremonie was voorgezeten door Losang Gyurme, verantwoordelijke voor religieuze zaken in de regionale regering. De ‘hand’ die in de urne ging om de ‘uiteindelijke’ aan te duiden was die van de 11e panchen lama. Het werd de knaap, genaamd Losang Dorje, afkomstig uit Lhoka, die er uitkwam. Hij was aanwezig en werd door de panchen lama kaalgeschoren ter bevestiging van de keuze. Daarna ging het richting Drago klooster.

Het verhaal van de zoektocht en de ceremonie is iets verkort weergegeven, waarvoor mijn excuses. In elk geval, China is van plan om dit ook op die manier te laten verlopen, volgens de traditie en ook rekening houdend met de wetgeving van 1791, voor het zoeken en kiezen van een volgende dalai lama. Dit was voor hen een vingeroefening.

CT 6/2010

 

21:41 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, reincarnaties, monniken, kloosters

25-01-10

De heiligste bon berg in Tibet

De oude -echt Tibetaanse - volksreligie, de "bon", kreeg min of meer vorm in het eerste Tibetaanse primitief staatje Zhangzhung, in West-Tibet (het huidige Ngari) in het begin van onze tijdrekening. Toch bevindt de heiligste bon berg zich niet daar, maar in de Kongpo regio, in Oost-Tibet. De legendarische stichter van de bon religie, Tonpa Shenrab, kwam er vanuit Zhangzhung de bon praktijken verspreiden. Hij botste op de weerstand van de boze godkoning van Kongpo, die de vorm aannam van een hoge berg om aldus de weg te versperren voor Shenrab. Maar de magische kracht van Shenrab was sterker en hij toverde de berg om in een beschermgod voor de bon religie. De berg kreeg de naam ‘Bonri’. De overlevering vertelt ons ook dat de devote rondgang  (de kora) van de heilige berg in de 14e eeuw door een monnik gestart werd. Sindsdien, tot op vandaag, komen Tibetanen die rondgang verrichten. De volledige rondgang neemt zeven dagen in beslag. Zoals dikwijls is ook hier een korter traject mogelijk, twee dagen, maar in dat geval is het enkel het overschrijden van één van de cols van de Bonri en geen volledige rondgang. Wel met een serieus niveauverschil, van 2900m tot 4600m. De start bevindt zich in het stadje Menri, net ten noorden van de Yarlung Tsangpo rivier, in het kanton Mainling. Voor die twee dagen trekking kan halverwege overnacht worden in het kleine Tashi Tongga klooster. Daar woont één oude monnik en een jonge man uit de streek van Nagqu (Noord-Tibet), die een winkeltje openhoudt en de overnachtingen regelt. Er zijn nog meer bon kloosters in de omgeving van de Bonri berg. Het bon geloof kon er overleven, ondanks  het feit dat de boeddhistische gelugpa school (die van de huidige dalai lama) iedereen in de pas probeerde te krijgen vanaf de 17e eeuw.

tibet 05 (229)

Shenrab, de legendarische stichter van de bon religie 

 

Rtse Drugdgon klooster

Dit zou één van de oudste bon kloosters zijn en nog bewaard tot op heden. Het bevindt zich ten zuiden van Dengqen, op de flanken (4800m) van de Nyanchen Thanglha bergketen, brongebied van de Salween, in het noordoosten van Tibet. Er huizen 200 monniken. De stichting van het klooster is volgens de overlevering terug te brengen tot net voor onze tijdrekening, tijdens de periode van koning Mutri Tsenpo, en een nog levend voorbeeld van de oude volksreligie van Tibet. Hoewel de invloeden van het boeddhisme zich lieten gelden vanaf de 8e eeuw. De abt van het klooster, Bstan Vdzin Vod Zer, noemt zichzelf een “gereïncarneerde boeddha”. Hij is nog jong, bezit een appartement in Beijing en geeft lezingen verspreid over geheel China. Elk jaar in oktober is er een groot religieus bon feest. Op het Qinghai-Tibet hoogplateau bestaan er nog 86 bon kloosters. Men schat de aanhangers op 200.000. Waarschijnlijk slaat dit op de echt pratikerenden, want de volkse invloed is nog zeer verspreid te voelen en kan wellicht meer mensen dan dit beïnvloeden. De grote Tibetaanse Tubo koningen (8e-9e eeuw) zetten de vervolging in van de bon religie en vervingen die door het geïmporteerde boeddhisme.

 

tibet 05 (224)

Een bon klooster nabij Dengqen, in het noordoosten van Tibet. 

Dierenoffers

Tijdens rituelen, bvb ook tijdens huwelijksfeesten, werd gewoonlijk een flink aantal dieren geofferd. Paarden, jaks, ezels en honden. Deze laatsten waren nochtans aanzien als kostbare wezens, die demonen en boze geesten konden uitdrijven. In Amdo is het nog steeds gebruikelijk dat honden binnenshuis of voor de deuropening begraven worden.

 

Bliksem

Het Bon geloof stond soms merkwaardig dicht bij de natuur. De bliksem bvb werd beschreven als “een negatieve energie in de lage wolken, die interageerde met een positieve energie op de grond".

 

 

 

18:39 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, bon, trekking, boeddhisme, heilige bergen

06-11-09

De valse en de echte 11e panchen lama

Het gebeurt dikwijls dat men mij interpelleert over het trieste lot van de ‘echte’ 11e panchen lama, die in 1995 door de 14e dalai lama als reïncarnatie aangeduid werd om de in 1989 overleden 10e panchen op te volgen. Enkele dagen nadat de dalai lama zijn keuze had bekendgemaakt, werd het jonge opvolgertje samen met zijn familie ‘uit de circulatie verwijderd’ door de Chinese overheid. In Tibet beweert men dat zij ‘zwijggeld’ kregen (een goede levenssituatie in Beijing) en een gecontroleerd verbod om met buitenlanders, journalisten en kloosters om te gaan. Volgens de verdedigers van de dalai lama heeft Beijing daarna een eigen jongetje aangeduid, ‘partijgetrouw’ of ‘zoon van een partijkader’ zo zeggen zij, om als ‘valse’ 11e panchen Tibet te versieren. Sinds bijna vijftien jaar wordt het ‘verdwenen jongetje’ op een foto als ‘jongste politieke gevangene ter wereld’ in pro-onafhankelijkheidsdemonstraties in het buitenland meegedragen. Wat zit daar nu weer achter?

 

Wat is een ‘panchen lama’?

Zonder veel in details te treden, toch een paar rechtzettingen van courante opinies bij ons verspreid door de sympathisanten van de dalai lama.

 

Is de panchen lama de ‘tweede’ in de religieuze hiërarchie in Tibet, een soort onderpaus?

Neen. Bijna integendeel. Hij was één van de twee eerste leerlingen van Tsongkapa, de stichter van de gelug school van het Tibetaanse boeddhisme (‘gele mutsen’). Tsongkapa en zijn twee leerlingen worden in Tibet vereerd als een soort ‘heilige Drievuldigheid’. De eerste dalai lama was een latere leerling van Tsongkapa. Maar de 5e dalai lama greep de lokale politieke macht in Tibet in de 17e eeuw en dat gaf hem en zijn opvolgers natuurlijk meer invloed op alle terreinen. De dalai lama’s verbleven ook in de hoofdstad Lhasa, terwijl de panchen lama’s de streek van Xigaze, de tweede belangrijkste stad, bestuurden.

tashilumpo 08

het Tashilumpo klooster in Xigaze 

Werden de reïncarnaties van de panchen lama door de dalai lama’s aangeduid?

Neen. Het waren de lama’s van het Tashilumpo klooster, de thuisbasis van de panchens, die de zoektocht naar een reïncarnatie tot een goed einde brachten. De dalai lama’s gaven hun toestemming of veto, net zoals het Chinese keizerrijk of later de republiek dat deed.

 

De 10e panchen lama vertrok niet in ballingschap samen met de dalai lama in 1959, hij bleef in Tibet. “Toch zou hij zich verzetten tegen het communistisch bewind en riep zelfs in 1964 op voor een onafhankelijk Tibet”, zo zeggen de ‘dalaïsten’. “Dat kostte hem 13 jaar gevangenschap”.

De 10e panchen heeft nooit een oproep gelanceerd voor een ‘onafhankelijk Tibet’, hij distancieerde zich ook duidelijk van de 14e dalai lama. Maar tijdens de Culturele Revolutie in China werd hij wel “opzij geschoven” en moest onder bewaakte residentie in de lamatempel in Beijing verblijven. Hij werd in 1978 gerehabiliteerd en kreeg flinke budgetten ter beschikking om tempels in Tibet en erbuiten te herstellen en te renoveren.

 

Zijn opvolging

De tiende panchen lama stierf in januari 1989 in Xigaze. Om zijn reïncarnatie te zoeken ging een comité van hoge lama’s van het Tashilumpo klooster in Xigaze aan het werk (begaafde kinderen zoeken, waarnemen van de wolken boven een heilig meer, enz). De tiende panchen had vier dagen voor zijn dood (na een hartaanval, die weinig uitweg bood) verklaard, op een symposium van hoge lama’s op 24 januari 1989, dat zijn opvolger moest gekozen worden volgens de traditionele methode van lottrekking in de gouden urne voor het beeld van Sakyamuni in de Jokhang tempel onder de drie best gevonden kandidaatjes. Het comité van het Tashilumpo klooster volgde het voorschrift, maar één van hen had heimelijk correspondentie met de dalai lama in India. Einde 1994 had het comité zeven kandidaatjes verzameld en maakte zich op om de drie beste eruit te halen om de lottrekking aan Beijing voor te leggen. Het is op dat moment dat de huidige dalai lama tussenkwam, in mei 1995, door unilateraal en zonder overleg met Beijing een ander kind aan te duiden als de geschikte opvolger, zonder sacrale lottrekking. De ereabt van het Tashilumpo klooster heeft zich onmiddellijk hiertegen verzet in een officiële toespraak, zeggende dat de dalai lama hierdoor de traditionele regels van het Tibetaanse boeddhisme met de voeten trad. Hij voegde eraan toe dat de geboortedatum van dat kind ook vervalst was: geboren voor de dood van de 10e panchen. Of dat waar is weten we niet, maar in elk geval de gewone procedure volgde haar weg en in november 1995 werd de uiteindelijke lottrekking onder de drie ‘beste’ uitgevoerd, wat resulteerde in de huidige 11e panchen lama, die ondertussen gestudeerd heeft en Tibet en aanpalende gebieden bereist. Het ‘andere’ kind werd inderdaad met zijn familie van het toneel ‘afgevoerd’. Het werd de mascotte van de onafhankelijkheidsbeweging in het buitenland.

 

Tot besluit

De Chinese regering heeft sinds de 18e eeuw haar zeggenschap over het bekrachtigen van een reïncarnatie van een hoge lama in een wet vastgelegd. Die wet is nog altijd van kracht. De huidige dalai lama heeft de kans gegrepen om dit te doorbreken, door van buitenaf eenzijdig de opvolging van de panchen lama naar zich toe te trekken.

résidence panchen

 de administratieve residentie van de panchen lama's, nu heropgebouwd, vroeger vernield tijdens een burgeroorlog met de dalai lama van Lhasa.

21:35 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, panchen lama, reincarnatie

06-06-09

“Een dubbele reïncarnatie is mogelijk,” aldus de 14e dalai lama, “maar niet in mijn geval.” Over de twee 17e karmapa’s.

De karmapa is de hoogste lama van de karma-kaguy school van het Tibetaanse boeddhisme. De opeenvolgende – via reïncarnatie – karmapa’s hadden het Tsurpu klooster in de omgeving van Lhasa als standplaats en dit sinds de twaalfde eeuw. Daarmee is de “karmapa-stamboom” ongeveer drie eeuwen ouder dan die van de dalai lama’s van de gelug school. Zij waren ook de eersten die het reïncarnatiesysteem in het Tibetaanse boeddhisme binnenbrachten.

 

Zoals vele hoge lama’s ontvluchtte de 16e lama karmapa Tibet in het woelige jaar  1959 en nam zijn intrek in het Rumtek klooster in Sikkim, van waaruit hij een groot netwerk van karmapa groepen in Europa en de USA uitbouwde. Hij stierf in 1981 en in zijn vermeend testament stond dat zijn reïncarnatie te zoeken was in Zuidoost-Tibet. Dat stelde een probleem: de nieuwe Chinese autoriteiten laten meewerken of niet en splitste het kamp van de Tibetaanse bannelingen in twee strekkingen. Eén groep onder leiding van Shamar Rinpoche bestempelde het testament als vervalst, een andere wou het wel halfclandestien in Tibet proberen. De 14e dalai lama steunde deze laatste groep.

Waarom aanvaardde de dalai lama het zoeken van een belangrijke reïncarnatie binnen “communistisch” Tibet, iets wat hij voor zichzelf totaal uitsluit? Wel, de karmapa’s waren historisch politieke rivalen van de dalai lama’s. De 5e dalai lama veroverde in de 17e eeuw de lokale macht in Tibet na een bloedige oorlog met de kagyu-karma school. Daarom was het voor de huidige 14e dalai lama handig om de nieuwste karmapa in Tibet “op te sluiten” in plaats van hem als rivaal in de wielen te hebben naast zich in ballingschap. Er ontstond flink getouwtrek, de regent van het Rumtek klooster, Jamgeun Kongtrul, vond de dood in zijn BMW één dag voor zijn vertrek naar Tibet, waar hij het zoeken op gang zou brengen. Het Rumtek klooster werd in 1993 bij een religieuze retraite het toneel van een bakstenenslag tussen de rivaliserende groepen: de monniken wierpen met bakstenen naar elkaar en de politie van Sikkim moest de vechtenden komen scheiden.

Ondertussen hadden de autoriteiten in Tibet de traditionele zoektocht naar de reïncarnatie ongestoord laten doorgaan en in 1992 werd de achtjarige jongen Ogyen Trinley Dorje officieel geïnstalleerd in het Tsurpu klooster, nabij Lhasa, als de 17e lama karmapa. Volgens cijfers van de politie woonden tienduizend inwoners van Lhasa de plechtigheid bij. De “bevestiging” van Beijing werd 14 dagen later publiek voorgelezen in het klooster. De rivaliserende groep in India, in oppositie met de dalai lama, benoemde in 1994 in Delhi een andere reïncarnatie, Thinley Thaye Dorje, als 17e karmapa. Er waren dus twee "17e karmapa's".

De 14e dalai lama steunde zoals gezegd die van Lhasa en bleef in geheim contact met enkele lama’s uit zijn omgeving. De “andere” 17e karmapa in India erkende hij niet. Echter, einde 1999 is de toen veertienjarige 17e karmapa Lhasa ontvlucht, met de hulp van zijn oudere zus en samen met lama Tsewang, per wagen via Nepal,   richting India, ondanks of dankzij het feit dat hij vier jaar tevoren een terreinwagen cadeau gekregen had van de centrale Chinese regering om het geloof vlotter te verspreiden. De 14e dalai lama ontving hem met “medeleven” en liet hem in Dharamsala verder studeren in een klein klooster buiten het stadje. De 17e karmapa stond quasi onder huisarrest of kloosterarrest, hij mocht van de Indische regering niet rondreizen en evenmin naar het Rumtek klooster (dat van zijn voorganger) in Sikkim gaan. De Indische regering had schrik dat dit de separatistische beweging in Sikkim zou bevorderen. En het kwam ook de 14e dalai lama goed uit, het bleef tenslotte een concurrent en één internationaal rondreizende ster is genoeg. Het grote netwerk van karma kagyu verenigingen in Europa en de USA was wel gered van de Chinese betutteling over hun leider, de 17e, en publiceerde een resem boeken over de wonderlijke ontsnapping, hoewel een groot deel kagyupa in het westen de andere 17e volgen.

De 14e dalai lama kon de gemoederen van de twee kampen bedaren en zei in 2000, bij monde van zijn privé-secretaris in Frankrijk, dat  “iedereen vrij is om individueel te kiezen welke reïncarnatie hij volgt”.

Van zichzelf heeft de 14e dalai lama de laatste jaren dikwijls gezegd dat hij niet wil herboren worden in “bezet” Tibet. “Als het Tibetaanse volk een nieuwe reïncarnatie wil, dan moet die in staat zijn de taken af te werken die deze dalai lama niet heeft kunnen vervolledigen. Dat betekent dat hij moet komen uit een vrij land.” (interview met Amitabh Pal, verschenen in MO-magazine, mei 2006). "Met de karmapa wel, maar niet met mij..."

 

Bronnen: Kagyu websites; “Karmapainfo France”; “The Dance of 17 Lives” van Mick Brown, Bloomsburry, London 2004.

10:43 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: china, tibet, boeddhisme, dalai lama, reincarnatie, karmapa

24-04-09

De dalai lama is geen incarnatie van een boeddhismemonopolie

Einde maart 2009 was er een “World Buddhist Forum”, tegelijk in China en in Taiwan. Delegaties van een vijftigtal landen namen er aan deel. De dalai lama was (uiteraard) niet uitgenodigd. Een duizendtal monniken en schriftgeleerden namen eraan deel. Drie dagen in China – in de stad Wuxi – en twee dagen in Taiwan. Vier directe chartervluchten zorgden voor de ‘verplaatsing’ van het forum van Wuxi naar Taiwan. Medeorganisator van het forum was de organisatie “Buddha’s Light International Association” (BLIA), met zetel in California (USA) en met een vooraanstaande Taiwanese politicus (Wu Poh-Hsiung, voorzitter van de Guomindang partij) als vice-voorzitter van BLIA.  

 

22:32 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: boeddhisme, tibet, china, dalai lama

28-02-09

Het Narthang klooster in Tibet

Dit kleine klooster bevindt zich in de nabijheid van het gelijknamige dorp ten westen van Xigaze. Het werd in 1153 gesticht door een lama van de kadampa school.[1] Het klooster werd in de 18e eeuw een belangrijk centrum voor het drukken – met ingekerfde houten blokken - van sutra’s. Enkele duizenden van die blokken liggen er nog opgestapeld, een ander deel ging verloren tijdens de Culturele Revolutie. Zo ook een groot deel van de gebouwen, slechts enkele hoofdgebouwen blijven over, veel werd gesloopt. Van de 18 stupa’s verspreid over het terrein kan je nog scherven bij hopen oprapen. Door toedoen van de 10e panchen lama werd het klooster in een minivorm opnieuw tot leven gewekt. Een vijftigtal monniken houdt de kadampa traditie nu nog in eer. De foto van de vorige abt, begin 20e eeuw en in Westerse kledij, prijkt er in één van de zaaltjes. Zijn slaapkamer staat open voor bezoek en centen. Dawa zegt me dat vrijwel alle kloosters en tempels in Tibet opnieuw functioneren, zij het dikwijls in gereduceerde vorm. Hier werd in 2000 één stupa nieuw heropgericht. Wij waren de enige bezoekers op dat moment. Toch lagen de gebedszalen vol met bankbriefjes, soms grote. In twee zaaltjes waren twee monniken bezig met het verzamelen en tellen van de talrijke geldelijke giften. De kloosters zijn geen machtscentrum meer zoals vroeger, maar toch een soort schaduwministerie van financiën.

Per zaal gaf één monnik – het waren jonge dertigers – ons uitleg, sereen en uitgebreid. Het was geen toeristische taal, zij communiceerden hun geloof. Dit deed me denken aan een Frans-Chinese dame, die een boek schreef over het leven van de dalai lama’s en in een interview in Parijs ooit zei dat de “echte geest van het boeddhisme dood is in Tibet”. Geen sprake van, volgens mij. Vraag het maar aan de mensen ginder. Natuurlijk is er veel bijgeloof in Tibet, toch wat wij als bijgeloof bestempelen. Maar dat is er ginds sinds het ontstaan van het boeddhisme daar, het is enkel recent in Europa dat sommigen het Tibetaanse boeddhisme wat willen “afstoffen”. In verband met het Narthang klooster kan ik de ontstaanslegende meegeven. Alles begon met Atisha. Op zijn doortocht vanuit het kleine koninkrijk Guge (nabij de Kailash berg in West-Tibet) naar Lhasa, houdt hij halt in Narthang, niet bepaald aantrekkelijk als plaats, maar er wonen een aantal mensen. Achter het dorp ziet hij een groot stuk braakland, richting berghellingen, en zendt er een knecht naar toe. Die komt terug met de melding dat hij er niets zag buiten 16 bijen in lage struikjes. Atisha zegt: “Dat moeten de 16 arrhats[2] zijn!” en beslist om er een tempel te laten bouwen. Veel later is het de 1e dalai lama, die er zijn intrek neemt terwijl hij het hoofdkloosters van Xigaze laat bouwen. Er ligt nog een plankje met de mantra “um mani padme hum” van zijn handschrift.

In een van de tempelzaaltjes hangt een afgedekte kruik met water. Een bijzonder verhaal. Jaarlijks wordt die met vers water gevuld in april. Als het volgende jaar in april het water lager staat, dan voorspelt dit droogte en dus slechte oogst. Staat het iets hoger, dan zijn de vooruitzichten prima. Stinkt het, dan is er onheil op komst. De mensen van het dorp komen in april van het oude water drinken, als zegen voor het komende graanseizoen. Dawa, reisgezel en tolk en diepgelovig, neemt dit zeer ernstig.

Achter neerhangende doekjes zijn er schilderijen met macabere en tantristische afbeeldingen. Enkele ervan tonen het onthoofden en verpletteren van de vijanden van het boeddhisme.

narthang bib


[1] Volgelingen van de Indiase guru Atisha. De kadampa school ging later over in de gelugpa (gele mutsen) school, waartoe de dalai lama’s behoren.

[2] Arrhats : grands sages, dignitaires bouddhistes

19:37 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, kloosters, culturele revolutie

28-12-08

Godsdienst: wat mag en wat mag niet?

Hoe stelt de Chinese wetgeving zich op tegenover de godsdiensten, algemeen en dus ook in Tibet?

De laatste wet dateert van 2004. Kort samengevat komt die hierop neer:

"Het staat iedereen vrij om te geloven wat hij wil en om dat ook te praktiseren, thuis en in het openbaar. Publieke plaatsen voor collectieve erediensten moeten een vergunning hebben en worden gesubsidieerd. Maar niemand mag andere burgers publiek aansporen om zich aan te sluiten, geen religieuze propaganda dus. Wel moet iedereen respect opbrengen voor het geloof van anderen en "harmonieus" kunnen samenleven, sociale discriminatie op basis van godsdienst is strafbaar." Staatsorganen en andere organisaties mogen de mensen niet aansporen of afraden om een of andere godsdienst te volgen."

Een rekbaar punt, vatbaar voor interpretaties is: "Godsdienst mag niet gebruikt worden om de openbare orde te verstoren."

"Godsdienstbeoefening mag geen gevaar inhouden voor de gezondheid van de burgers." Deze paragraaf is vooral gericht tegen het afwijzen van geneeskundige zorgen bij bepaalde sekten.

Voorts zijn de klerikale organisaties uiteraard onderworpen aan de rest van de Chinese wetgeving: rechtspraak, arbeidsrelaties, verkiezingen, onderwijs, enz.  Dat houdt ook in dat godsdienstige organisaties niet mogen opkomen voor separatisme, noch voor omverwerping van het huidige politieke systeem in China. Wat onderwijs betreft mogen de kloosters in Tibet geen eigen onderwijsnet opbouwen, parallel aan het officiële onderwijssysteem. Vorming van monniken in de kloosters moet na het vervullen van de schoolplicht in het staatsonderwijs. Het "eigen onderwijsnet" is een van de eisen van de Tibetaanse gemeenschap in het buitenland in de onderhandelingen met Beijing.

Ten slotte, buitenlandse inmenging is uit den boze: "Godsdienstzaken en klerikale instellingen staan niet onder het gezag van een buitenlandse overheid." Dit slaat vooral op de katholieke kerk in China, die het gezag van de paus niet erkennen, maar ook op het Tibetaanse boeddhisme dat zich onttrekt aan het gezag van de 14e dalai lama.

 

12:02 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, boeddhisme, vrijheid, wetten

31-12-07

Rood in Tibet

 

Rood is vooral de kleur van de kasaya, de monniksmantel, afkomstig uit India, waar het een triviale kleur was. De Indische boeddhisten namen die kleur aan voor hun pij als protest tegen de barokke kledij van prinsen en edellieden. Rood was werkelijk "geen stijl" in het India van toen. Daarmee toonden de monniken hun totale desinteresse voor uiterlijke sier, hun onthechting aan het materiële. Maar in Tibet kreeg rood stijl, magische stijl, en werd "het rood van de lama's". Rood in mandala's duidt het westen aan met Boeddha Amithaba in het land van het Opperste Geluk. Rood is synoniem geworden van macht in het Tibetaanse boeddhisme. In de Tibetaanse opera is "de rode" de koning en de "lichtrode" zijn eerste minister.

kasaya's

17:42 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, monniken, rood, macht, onthechting, boeddhisme, lama

28-11-07

een gevluchte lama op bezoek

litang (556)

Litang, augustus 2007.

Het Tibetaanse klooster van Litang is in de recente geschiedenis een onderwerp van kletterende disputen geweest. Litang bevindt zich in het westen van de Chinese provincie Sichuan. Het behoorde ooit tot het grote Tibetaanse rijk van de 8e eeuw. Nadien ontsnapte het aan de lokale Tibetaanse leiders, maar de religieuze band bleef. Toen de jonge Volksrepubliek China de grote landeigendom in Sichuan afschafte in het begin van de jaren vijftig, was het klooster van Litang een verzetshaard. Het werd door het Rode Leger gebombardeerd in 1956. Hoge lama's vluchtten naar India. De tolerantere houding van de Chinese overheid gedurende de laatste decennia leidde tot enige verzoening. Een hoge lama, gevlucht in 1956, kwam ceremonies voorzitten in het klooster gedurende de zomer van 2007. Wij waren getuige.

litang667

Een "dobdo", een gestoffeerde opzichter staat in voor de orde tijdens de ceremonie  

litang444
Veel te jonge monniken kregen bij deze gelegenheid hun zakgeld. Kinderen inlijven in kloosters is eigenlijk verboden, maar nog wijd verspreid en getolereerd.

19:13 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: monniken, money, tolerantie, tibet, litang, lama, sichuan, ceremonie, kloosters