03-06-07

de 14e dalai lama en de luipaarden

Wolven, vossen, antilopen, tijgers en luipaarden zijn nog steeds een gegeerde pronkpels voor de Tibetanen. Op traditionele feesten verschijnen vooral Khampa’s met geschoten vellen. De jacht is al twintig jaar verboden, maar zoek maar de stropers op dit onmetelijke hoogland. Toch worden er gepakt en naast een zware straf zien zij hun foto opgehangen in diverse ecologische centra op het plateau. De 14e dalai lama vergat dit jagend cultuuraspect van zijn volk en verontwaardigd zei hij recent op een kalachakra ceremonie in India: “Ik heb gehoord en foto’s gezien van Tibetanen die kledij dragen versierd met verboden dierenpelzen of huiden en ik ben fier op de Tibetanen die ijveren voor het welzijn van de dieren en die een vegetarisch leven aanmoedigen”. Veel vroeger nog verklaarde hij, op de klimaattop in Rio in 1992, dat “De Tibetanen, tijdens de méér dan duizend jaar die de tragische Chinese invasie voorafgingen, in harmonie leefden met de natuur en het wildleven beschermden volgens de voorschriften van het boeddhisme”. En op zijn website kan je lezen: “Er was een compleet verbod op vissen en jagen”. Een Engelse journalist, die in 1955 op audiëntie mocht bij de 14e dalai lama in het Potala paleis, noteerde: “De grote poort die toegang gaf tot de zaal met de stupa’s van de vroegere dalai lama’s was geflankeerd door twee grote cylinders, waaraan tijgerhuiden vastgemaakt waren als teken van rechtvaardigheid en macht.” (Winnington).

De Tibetanen, inclusief de monniken, waren boeren, veehouders en jagers. Zonder hun veevlees en wild vlees waren ze al lang uitgestorven. Nu hebben ze serres met groenten en centen en kunnen ze nadenken om eventueel vegetariër te worden.

vellen te koop

modevellen te koop

10:00 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: luipaarden, jacht, tibet, dalai lama, beschermde dieren, elite

07-02-07

Tijgers in de tuin

Tibetaanse tijgers zijn zeldzaam geworden. In het zuidoosten van Tibet, daar waar de Yarlung Rivier zijn wijde boog richting India maakt dwaalt nog een kleine gemeenschap rond, in de bossen van de berghellingen rond het stadje Metok (Medog of Motuo). In de jaren tachtig zijn er teveel tijgers en panters neergeschoten voor hun pels. Die pelzen, rond de lenden, waren in het oude Tibet het voorrecht of het symbool van lokale clanleiders in Oost-Tibet. Met de modernisering in Tibet verloren de pelzen hun elitekarakter en werden een populair statussymbool, waardoor de vraag pijlsnel steeg en de jacht ook, niet met pijl en kruisboog zoals soms in het oude Tibet, maar met precieze jachtgeweren. De streek is nu een natuurreservaat, jagen op luipaarden en tijgers is er verboden. Binnen het park zijn er verspreide dorpen, met een gemengde bevolking van Tibetanen, Memba en Lhoba, samen ongeveer 15.000 mensen. Zij fokken paarden, yaks en varkens. Daarnaast hebben ze dikwijls nog een archaïsche manier van landbouw, zij laten een stukje bos afbranden dat dan één jaar als akker dienst doet. En wat gebeurt er? Niet enkel is dit niet zo best voor een evenwichtig bosbeheer, maar het vee scharrelt vrij rond in het struikgewas van vroeger platgebrande stukjes bos en daar ligt de tijger op de loer. Jaarlijks moet één op de tien dieren van de veestapel het ondervinden. Maar er is een bijkomende reden waarom de tijgers de paarden en de yaks lastig vallen: er is te weinig ander klein wild. De mens zit hier opnieuw voor iets tussen. Jagen op tijgers en panters is verboden, maar op de rest niet. De plaatselijke bevolking blijft jagen. Dat deden ze van oudsher, maar nu zijn ze talrijker. Waardoor er minder overblijft voor de tijgers, die dan maar een steak wegroven in de achtertuin van de mensen.  

pelzen

meer feestkledij op straat

 

12:00 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, tijgers, jagers, yaks, beschermde dieren