17-12-10

Het oude boeddhistisch koninkrijk Kucha

Kucha (Kuqa) is een streek in het uiterste noordwesten van China, ten noorden van de grote Taklamakan woestijn in de provincie Xinjiang, en gelegen op de oude Zijderoute. Vanaf de 2e eeuw voor onze tijdrekening tot aan de Mongoolse invasie in de 13e eeuw was de oase Kucha het centrum van een koninkrijk. Het koninkrijk werd niet onder de voet gelopen door het Tibetaanse ruitervolk, dat een groot imperium uitbouwde in de 8e eeuw. De Tibetanen bleven ten zuiden van de Taklamakan woestijn. Sommigen beweren dat het ‘grote Tibetaanse imperium’ grote delen van Centraal-Azië bevatte. Dat is een misvatting. In het oosten van de woestijn, richting China, namen de Tibetanen wel Dunhuang in, met de beroemde boeddhistische Mogao grotten. Die laatste bestonden al 200 jaar toen de Tibetanen er kennis mee maakten. Het boeddhisme in Tibet kwam uit het noorden (China) en uit het zuiden (India). De invloed “uit het noorden” wordt nu dikwijls door bepaalde middens van bij ons geminimaliseerd door politieke overwegingen: om de ‘onafhankelijkheid tegenover China’ te voeden. Ook dit is een misvatting. Daar kom ik nog op terug in andere artikelen. Beide groten culturen – de Indische en de Chinese – hebben de Tibetaanse fel beïnvloed en ook omgekeerd en onderling.

 

De oase van Kucha ligt langs de Muzart rivier, die zijn weg verliest nog voor hij in de Tarim rivier uitmondt. Op zijn beurt verdwijnt die laatste 300km verder ook in het woestijnzand van dit droge noorden. De oorspronkelijke bevolking van Kucha waren Tocharians, een steppevolk uit Centraal-Azië. Veel later kwamen de Dzoungaren, nog later de Uyguren en tenslotte ook de Han Chinezen. Het koninkrijk Kucha was rijk, gewoon door tol te heffen op de karavanen van de Zijderoute. Vanaf de eerste eeuw sijpelde het boeddhisme binnen vanuit Kashmir. De bloeiperiode van het boeddhisme in Kucha werd de 3e-4e eeuw. Daarvan getuigen nog een serie tempelruïnes en vooral de beroemde Kizil-grotten met hun fresco’s. Van de beelden is echter zeer veel weggeroofd of beschadigd door de grote ‘archeologische’ expedities van Fransen, Duitsers, Engelsen, Russen, Japanners en mogelijks nog anderen in de 19e en 20e eeuw.

     

Kucha was de thuisbasis van een beroemde monnik, die ook aan de basis lag van de boeddhismeverspreiding verder oostwaarts in China. Zijn naam: Kumarajiva (344-413). Hij woonde in Kucha, was van Indische afkomst en studeerde het boeddhisme in Kashmir. Hij leerde Sanskriet en Chinees en sprak verschillende lokale talen van West-China. Tijdens de Jin dynastie (265-420) in China werd hij gedurende ongeveer vijftien jaar de voorzitter van een groep vertalers (800) in de Chinese hoofdstad Xian, om er sutra’s vanuit het Sanskriet naar het Chinees te vertalen. Dit resulteerde in een omvangrijke bibliotheek met 384 volumes.  

 

Bronnen:

The road to Miran, Christa Paula, Harper Collins, London 1994.

HKTCP, nr 329, sept 2010

17:56 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, boeddhisme, china, xinjiang

27-05-10

Drolma Lhakhang : een klein maar zeer oud klooster in Lhasa

Vijftien kilometer ten zuidwesten van Lhasa, dicht bij de oude weg naar het vliegveld van Lhasa bevindt zich een kleinood van het Tibetaanse boeddhisme, het Drolma Lhakhang klooster. Het is niet ver van het grote en gekleurde Boeddhasculptuur, waar toeristenbussen dikwijls een stop maken onderweg van het vliegveld naar de stad.

Wat is er speciaal aan dat klooster?

Het was het eerste klooster van de kadam school, de voorloper in zekere zin van de huidige dominerende gelug school, het werd gebouwd in de 11e eeuw en het is intact gebleven tijdens de Chinese Culturele Revolutie. Een omweg waard.

 

Atisha, de grote leermeester

Na het uiteenvallen van het Tibetaanse rijk in de 9e eeuw, was het wachten op enkele Indische guru’s, die het boeddhisme in Tibet een tweede adem zouden geven. Atisha was er een van, een belangrijke. Via het koninkrijk Guge in het westen van Tibet, dicht bij de gekende Kailash berg, kreeg Atisha gehoor bij de clanleiders van die periode. Hij kwam ook in Central-Tibet prediken en één van zijn eerste leerlingen, Dromtompa, stichtte in de 11e eeuw het Drolma Lhakhang klooster, in de nabijheid van Lhasa. Atisha zou daar overlijden in 1054 en vele van zijn persoonlijke objecten zouden tot op heden daar bewaard zijn. Er zijn ook nog verschillende Indische Boeddhabeelden van die periode te zien in de tempel. Een realistische beeltenis van Atisha, nog voor zijn dood gemaakt, prijkt er tegenover de centrale troon. Men zegt dat de assen van Atisha’s lichaam met klei op zijn beeld aangebracht werden.

Dromtompa gaf de aanzet tot de kadam school van het Tibetaanse boeddhisme, die vier eeuwen later zou opgeslorpt worden door de ‘gele mutsen’ van de dalai lama’s.

Nog dit: ‘drolma’ staat voor de godin ‘tara’, boddhisatva van het mededogen. De ‘witte’ tara, in beeld of schilderij, zou af en toe ‘spreken’ tegen mensen met een goed hart, die voor haar komen buigen.  

21:27 Gepost door infortibet in toerisme | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, kloosters, boeddhisme

05-04-10

Ralpachen (Tritsug Detsen) (806-836): de laatste koning van het Tibetaanse rijk.

Hij kwam op tienjarige leeftijd op de troon en leed aan een hartziekte. Tijdens zijn regeerperiode werd het vredesverdrag van 822 met de Chinese Tang dynastie gesloten. Niet door een overwinning van de Tubo op de Tang, maar eerder uit zwakheid van de Tibetaanse Tubo dynastie. De Tang wilden alleen maar rust in de grensgebieden en hadden ondertussen vriendschapsakkoorden met de Uyguren en met Nanzhao (Sichuan, Yunnan) gesloten.

 

Ralpachen stimuleerde fel, met dwang, de ontwikkeling van het boeddhisme, legde teveel taksen op om kloosters te bouwen en bereidde zo het verval van de Tibetaanse Tubo dynastie voor. De landaristocratie zou in opstand komen. Van zijn hand is ook de verplichting voor de Tibetanen om per zeven gezinnen één monnik te sponsoren. Onder zijn bewind breidde Tibet niet meer uit. Na hem viel het Tibetaanse rijk uiteen.

Hij had nog een opvolger (Langdarma), die in botsing kwam met de macht van de geestelijkheid en die in 846 op zijn beurt vermoord werd. 

15:19 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, boeddhisme, monniken, tubo

25-01-10

Dalai lama: “ik ben een zoon van India”

Op een internationale boeddhismeconferentie in de Indische deelstaat Gujurat zei de 14e dalai lama op 16 januari 2010 dat hij een Tibetaans uiterlijk heeft omdat hij voortkomt uit puur Tibetaanse ouders, maar dat hij zich Indiër voelt qua spiritualiteit. Eerder al, in maart 2009, had hij zichzelf bestempeld als “zoon van India” (radio “Voice of America”, 16/04/09). Toen gaf hij zelfs te kennen dat hij “van nature Indiër is” en “mogelijks de Indische nationaliteit zou aanvragen, wanneer de voorwaarden daartoe gunstig zouden zijn”.

Wat moeten we dan denken van zijn regelmatig terugkerende uitspraak dat hij “alle Tibetanen vertegenwoordigt”?

Sinds zijn geboorte is hij natuurlijk officieel een Chinees burger. Die identiteitskaart wil hij hoogstwaarschijnlijk in de prullenmand werpen.

20:16 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, india, china, boeddhisme

De heiligste bon berg in Tibet

De oude -echt Tibetaanse - volksreligie, de "bon", kreeg min of meer vorm in het eerste Tibetaanse primitief staatje Zhangzhung, in West-Tibet (het huidige Ngari) in het begin van onze tijdrekening. Toch bevindt de heiligste bon berg zich niet daar, maar in de Kongpo regio, in Oost-Tibet. De legendarische stichter van de bon religie, Tonpa Shenrab, kwam er vanuit Zhangzhung de bon praktijken verspreiden. Hij botste op de weerstand van de boze godkoning van Kongpo, die de vorm aannam van een hoge berg om aldus de weg te versperren voor Shenrab. Maar de magische kracht van Shenrab was sterker en hij toverde de berg om in een beschermgod voor de bon religie. De berg kreeg de naam ‘Bonri’. De overlevering vertelt ons ook dat de devote rondgang  (de kora) van de heilige berg in de 14e eeuw door een monnik gestart werd. Sindsdien, tot op vandaag, komen Tibetanen die rondgang verrichten. De volledige rondgang neemt zeven dagen in beslag. Zoals dikwijls is ook hier een korter traject mogelijk, twee dagen, maar in dat geval is het enkel het overschrijden van één van de cols van de Bonri en geen volledige rondgang. Wel met een serieus niveauverschil, van 2900m tot 4600m. De start bevindt zich in het stadje Menri, net ten noorden van de Yarlung Tsangpo rivier, in het kanton Mainling. Voor die twee dagen trekking kan halverwege overnacht worden in het kleine Tashi Tongga klooster. Daar woont één oude monnik en een jonge man uit de streek van Nagqu (Noord-Tibet), die een winkeltje openhoudt en de overnachtingen regelt. Er zijn nog meer bon kloosters in de omgeving van de Bonri berg. Het bon geloof kon er overleven, ondanks  het feit dat de boeddhistische gelugpa school (die van de huidige dalai lama) iedereen in de pas probeerde te krijgen vanaf de 17e eeuw.

tibet 05 (229)

Shenrab, de legendarische stichter van de bon religie 

 

Rtse Drugdgon klooster

Dit zou één van de oudste bon kloosters zijn en nog bewaard tot op heden. Het bevindt zich ten zuiden van Dengqen, op de flanken (4800m) van de Nyanchen Thanglha bergketen, brongebied van de Salween, in het noordoosten van Tibet. Er huizen 200 monniken. De stichting van het klooster is volgens de overlevering terug te brengen tot net voor onze tijdrekening, tijdens de periode van koning Mutri Tsenpo, en een nog levend voorbeeld van de oude volksreligie van Tibet. Hoewel de invloeden van het boeddhisme zich lieten gelden vanaf de 8e eeuw. De abt van het klooster, Bstan Vdzin Vod Zer, noemt zichzelf een “gereïncarneerde boeddha”. Hij is nog jong, bezit een appartement in Beijing en geeft lezingen verspreid over geheel China. Elk jaar in oktober is er een groot religieus bon feest. Op het Qinghai-Tibet hoogplateau bestaan er nog 86 bon kloosters. Men schat de aanhangers op 200.000. Waarschijnlijk slaat dit op de echt pratikerenden, want de volkse invloed is nog zeer verspreid te voelen en kan wellicht meer mensen dan dit beïnvloeden. De grote Tibetaanse Tubo koningen (8e-9e eeuw) zetten de vervolging in van de bon religie en vervingen die door het geïmporteerde boeddhisme.

 

tibet 05 (224)

Een bon klooster nabij Dengqen, in het noordoosten van Tibet. 

Dierenoffers

Tijdens rituelen, bvb ook tijdens huwelijksfeesten, werd gewoonlijk een flink aantal dieren geofferd. Paarden, jaks, ezels en honden. Deze laatsten waren nochtans aanzien als kostbare wezens, die demonen en boze geesten konden uitdrijven. In Amdo is het nog steeds gebruikelijk dat honden binnenshuis of voor de deuropening begraven worden.

 

Bliksem

Het Bon geloof stond soms merkwaardig dicht bij de natuur. De bliksem bvb werd beschreven als “een negatieve energie in de lage wolken, die interageerde met een positieve energie op de grond".

 

 

 

18:39 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, bon, trekking, boeddhisme, heilige bergen

22-10-09

nieuw boek: "Tibet. Kroniek van het dak van de wereld"

Jean-Paul Desimpelaere m.m.v. Kris Peeraer

Tibet is een van de grote raadsels gebleven, ook in tijden van globalisering. Afgelegen en ver weg van de wereld, zorgde het voor mythes en legenden die nu nog voortleven: Tibet als een vriendelijk feodaal paradijs van pure zuiverheid. Historici deden weinig om deze mythes te duiden, enkelen voegden er zelfs nieuwe aan toe. Zo werd het onmetelijke Tibet, dat maar een paar miljoen mensen herbergt, een naam die polemiek opwerpt. Maar hoe is het land achter die polemiek?

Tibet. Kroniek van het dak van de wereld nodigt de lezer uit voor een lange wandeling zowel door de Tibetaanse hooglanden als door de tijd. Op zoek naar een inzicht in de geschiedenis, de cultuur en de godsdiensten van het hoogplateau. De wandeling begint al in de ijstijd, gaat langs de vroege Yarlungdynastie en het grote Tuborijk in de 7e en 8e eeuw, en houdt halt bij het ontstaan van nieuwe boeddhismescholen en bij de Mongoolse invallen. Vanaf de 17e eeuw verstevigen de banden met het Chinese keizerrijk. Wanneer er in 1951 een einde komt aan de lokale theocratie en de macht van krijgsheren, groeit het dispuut tussen de dalai lama en de Chinese overheid. Maar dat belet niet dat Tibet in enkele decennia de sprong maakt van een feodaal naar een modern land.

 

 

 

Inhoud

Tibet inleiden 7

1. Tibet en het hoogplateau 13

2. De bevolking van Tibet: vroeger en vandaag 35

3. Het grote Tubo rijk 59

4. Lijfeigenen ver van het nirwana 71

5. De Mongoolse connecties en de dalai lama’s op de troon 105

6. China neemt het heft in handen. De Qing dynastie (1644-1911) 125

7. Het kleine en het grote Tibet van de 13e dalai lama 137

8. De 14e dalai lama en het nieuwe China 157

9. Opstand en ballingschap 185

10. De kwestie van het getal 217

11. Shambala 229

Bijlagen 237

Bibliografie 249

Tibet inleiden

Tibet is een heikel onderwerp, moeilijk ook. En niet alleen omdat het eeuwenlang gesloten en onbekend gebied voor westerlingen was. De laatste jaren staat Tibet in de belangstelling en heel wat mensen hebben er, niet gehinderd door enige kennis van zaken, 'hun' mening over. Dit boek bladert door de geschiedenis van Tibet en zoekt er de nodige achtergrond om klaar te zien in het complexe Tibetaanse huis.

'Tibet lonkte', zo schrijft Jean-Paul Desimpelaere. 'Ik ben niet vies van een extreme inspanning en daarom stapte ik in 1991 mee in de organisatie van een klimexpeditie in de Himalaya. Ons basiskamp lag niet in Nepal zoals in die dagen gebruikelijk was, maar in Tibet. Dat was deel van de uitdaging: de noordwand van de Himalaya. Ik klom niet mee naar 8000 meter, dat was mijn bedoeling en ook mijn taak niet. Marc en Gille, een Brussels echtpaar, deden dat wel. Bij deze groet ik hen. Maar wat ik wilde zeggen is dat Tibet me toen 'gepakt' heeft. Je loopt er uren over de hoogvlaktes zonder dat het landschap ook maar een beetje verandert en toch blijft het boeien. Wat zijn mensen op deze dorre plekken komen zoeken, waarom wonen zij 5000 meter hoog, een hoogte waar wij aan de zuurstoffles moeten? In het dorp dat aan onze expeditie jaks leverde voor het naar boven dragen van materiaal, trof me de mix van knus en ruw. Ver van alles leefde daar een gemeenschap van honderd mensen, die zich binnen de dikke, beschuttende muren van hun huizen schaarden rond boterthee, tsampa en de geruchten van de dag. Ze deden het zonder elektriciteit, toiletten en badkamer, en 's morgens smolten ze ijs uit de nabije rivier voor drinkwater. Het was einde mei begin juni, wanneer bij ons de bessenstruiken al hun vruchten geven. Sommige dorpelingen maakten zich op om hun kuddes op het plateau te hoeden. Omdat er door hoogte en droogte bijna geen gras is in Tibet, moeten ze in de zomer grote afstanden afleggen met hun beesten. Dan wordt gekampeerd. Zulk bar bestaan in zulk weids landschap wekte mijn bewondering en liet een blijvend teken op mijn ziel.

En zo raakte ik verknocht aan het hoogland. Niet door zijn spiritualiteit, laat dat duidelijk zijn, maar door de lui die het bevolken ondanks de meedogenloze natuur. Zij fluisteren hun overlevingsverhalen in de wind en rond de haard. Zij roepen ze naar de andere oever van de rivier.

Een journalist van de Vlaamse televisie, die de expeditie vergezelde, ontwaakte mijn kritische zin. Bij de kleinste ruïne die we onderweg tegenkwamen, kon hij het niet laten op te merken: 'Kijk, alweer een gebouw dat werd vernield door de Chinezen.' Ik vond dit vooringenomen, maar ik had niet de bagage om hem van wederwoord te dienen. Daar, op 5000 meter hoogte, heb ik me voorgenomen de 'Tibetaanse kwestie' grondig te bestuderen. Daarna ben ik verschillende keren naar Tibet gereisd en heb er veel gesproken met boeren, want zij zijn met hun 80 procent de kern van Tibet. Maar eerst is een historisch overzicht op zijn plaats en dat is dan ook het onderwerp van dit boek.'

Kris Peeraer schrijft: 'In 1975 kwam ik voor het eerst in Afghanistan. Tussen het gemoderniseerde Iran van de sjah en Herat, de meest westelijke oase van Afghanistan, lagen een strook niemandsland en de wind van 120 dagen die poeierdroog en heet door de zomermaanden blies. Een zandstorm begeleidde me op weg naar Herat waar de tijd was blijven stilstaan. De mannen droegen er tulbanden, lange hemden en brede broeken en lichtten hun avondwandeling bij met een petroleumlamp. Minaretten rezen er op in de nachtelijke hemel en 's ochtends zag ik de eerste hemelsblauwe boerka's, wat me in mijn jeugdige naïviteit deed besluiten dat Afghanistans vrouwen wel heel bijzonder waren. Waarom moesten ze anders weggestoken worden onder zoveel textiel? De tijdloze oase appelleerde aan mijn romantische reizigersziel en dompelde haar wekenlang onder in een betoverende rust. Drie jaar later kwamen de communisten aan de macht in Afghanistan en begonnen aan een reeks hervormingen die onder meer aan mannen en vrouwen gelijke rechten zouden geven. En dus moesten de meisjes naar school, geen onzinnige maatregel in een land waar 98% van de vrouwen analfabeet was. Het kwart miljoen molla's dat de plak zwaaide in Afghanistan pikte dat niet. In Herat predikten ze het verzet, mobiliseerden de bevolking en ontketenden een opstand tegen de goddeloze marxisten die beweerden dat de koran niet meer waard was dan een gedateerde krant. Het garnizoen van de stad liep over naar de opstandelingen en Russische piloten hielpen de orde herstellen. Er vielen duizenden doden, sommige bronnen spreken van wel 20.000... omdat de meisjes naar school moesten.

Tibet was net zo'n land waar de moderniteit aan voorbij was gegaan. De greep van de georganiseerde godsdienst op de maatschappij was er minstens even groot. En tegelijk was het een land waar de reiziger zijn nostalgisch hart kon ophalen. Het landschap was er letterlijk adembenemend en bidvlaggen, tempels en stupa's brachten dat extra eerbetoon waar 's werelds hoogste regio recht op had.

Beide landen waren feodaal en schijnbaar niet geïnteresseerd in modernisering. Hoe het verder is gegaan met Afghanistan weten we min of meer. De oude krachten wensen wij, westerlingen, naar de verdoemenis: de taliban en de molla's. Met hun geestesgenoten van Al Qaida hebben ze immers toegeslagen in onze zenuwcentra: London, New York en Madrid. Maar naar Tibet kijken we totaal anders. Willens nillens kreeg het de moderniteit opgelegd. De Chinese communisten stonden dan ook steviger in hun schoenen dan de Afghaanse, ondanks de Russische hulp. In elk geval mogen de lama's op meer westerse sympathie rekenen dan de molla's. Waarom? Omdat Tibet de underdog is en omdat de Chinezen er al dan niet correct met geweld hun historisch recht op claimden? Omdat China de pers buiten houdt als er onrust is? Omdat de mensenrechten er soms met voeten worden getreden en er politieke gevangenen zijn? Niet meer dan honderdvijftig volgens voorzichtige bronnen, maar dat zijn er honderdvijftig te veel. Omdat er beelden zijn van Tibetanen die op de grens met Nepal onder vuur worden genomen door Chinese soldaten? Omdat er nog altijd Tibetanen vermist blijven na de rellen in maart 2008? Omdat nog nooit een Tibetaan benoemd werd in de hoogste functie van partijsecretaris van de autonome regio Tibet, terwijl de gouverneur wel een Tibetaan is? Sommigen noemen dat een mooi huwelijk, anderen een machtsonevenwicht. Omdat de dalai lama de Nobelprijs voor de vrede kreeg, een gevierd mediafiguur is en zijn foto verboden is in Tibet? Er zijn nog volkeren die zich tekortgedaan voelen, maar geen ander dat de aandacht krijgt die de dalai lama weet los te weken. Hij komt dan ook niet op voor een herstel van de middeleeuwse samenleving zoals de taliban doet, hij werpt zich op als de spirituele leider van de wereld en hij off reert de boeddhistische middenweg, ook politiek. (Wat die precies inhoudt, vergt wel een grondige ontleding.)

Elke vergelijking loopt natuurlijk mank, maar is de grond van de zaak niet dat zowel Tibet als Afghanistan in de tweede helft van de vorige eeuw toe waren aan grondige hervormingen en dat het de hoogste tijd was dat de religieuze en feodale elites er werden gekortwiekt? Zowel in Tibet als in Afghanistan steunden de VS via hun geheime dienst de conservatiefste krachten. Tot eigen scha en schande. Al Qaida is met Amerikaans geld groot geworden.

En vandaag? Afghanistan blijft een onduidelijke toekomst voorbehouden en voor Tibet is het vrijwel zeker dat het zijn onafhankelijksdroom mag opbergen. Het momentum in de geschiedenis waarin hij werkelijkheid kon worden, is gepasseerd. Tibet is deel van China en zal dat in de komende decennia met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ook blijven.

De Afghaanse bergen zijn, hoewel minder hoog, even ruig als de Tibetaanse, de geschiedenis van beide gebieden is even ondoorzichtig en de mix van volkeren is even groot op het dak van de wereld als in het land waar Engelsen en Russen in het verleden het onderspit moesten delven en waar nu ook de Amerikanen en hun bondgenoten de tanden stuk op bijten.

Nu het stof na de heisa rond de Olympische Spelen en de rellen van het voorjaar 2008 is gaan liggen, nu de vijftigste verjaardag van de Tibetaanse opstand achter de rug is en de toeristen weer naar Lhasa mogen, is het ogenblik gekomen om dieper in te gaan op het Tibetaanse vraagstuk. Het vakwerk in dit boek is geleverd door Jean-Paul Desimpelaere. Ik ben hem dankbaar voor de schat aan informatie die hij ook voor mij beschikbaar stelde.

Graag serveren wij u de kroniek van het dak van de wereld.'

Jean-Paul Desimpelaere
Kris Peeraer

Colofon:

Uitgeverij EPO, Antwerpen, oktober 2009

isbn: 9789064454790 · 2009 · paperback (15 x 22,5 cm) - 256p. - met meer dan 50 vierkleurenillustraties en kaarten · prijs: € 20.00

12:33 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, geostrategie, boeddhisme

05-10-09

Boeddhisme en geweld

De huidige 14e dalai lama ziet die twee samen wel zitten. Tijdens een spreekbeurt voor de studenten van de Harvard’s John F. Kennedy School of Government in de USA op 10 september 1995, formuleerde hij het zo:

“Vanuit een boeddhistisch standpunt zijn het resultaat en de motivering belangrijker dan de methode. Tijdens de jaren van het (gewapend) Tibetaanse verzet tegen China, was de methode ‘doden’, echter de motivering was ‘compassie’. Dat verantwoordde het gebruik van geweld.”

 

Opgetekend door John Kenneth Knaus in “Orphans of the Cold War, America and the Tibetan Struggle for Survival”, pag 313, uitgv. Public Affairs, New York, 1999. Kenneth Knaus was verantwoordelijk voor de CIA-operaties in Tibet tijdens de verzetsperiode (1955-1974).

10:20 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, cia, geweld, boeddhisme, compassie

06-06-09

“Een dubbele reïncarnatie is mogelijk,” aldus de 14e dalai lama, “maar niet in mijn geval.” Over de twee 17e karmapa’s.

De karmapa is de hoogste lama van de karma-kaguy school van het Tibetaanse boeddhisme. De opeenvolgende – via reïncarnatie – karmapa’s hadden het Tsurpu klooster in de omgeving van Lhasa als standplaats en dit sinds de twaalfde eeuw. Daarmee is de “karmapa-stamboom” ongeveer drie eeuwen ouder dan die van de dalai lama’s van de gelug school. Zij waren ook de eersten die het reïncarnatiesysteem in het Tibetaanse boeddhisme binnenbrachten.

 

Zoals vele hoge lama’s ontvluchtte de 16e lama karmapa Tibet in het woelige jaar  1959 en nam zijn intrek in het Rumtek klooster in Sikkim, van waaruit hij een groot netwerk van karmapa groepen in Europa en de USA uitbouwde. Hij stierf in 1981 en in zijn vermeend testament stond dat zijn reïncarnatie te zoeken was in Zuidoost-Tibet. Dat stelde een probleem: de nieuwe Chinese autoriteiten laten meewerken of niet en splitste het kamp van de Tibetaanse bannelingen in twee strekkingen. Eén groep onder leiding van Shamar Rinpoche bestempelde het testament als vervalst, een andere wou het wel halfclandestien in Tibet proberen. De 14e dalai lama steunde deze laatste groep.

Waarom aanvaardde de dalai lama het zoeken van een belangrijke reïncarnatie binnen “communistisch” Tibet, iets wat hij voor zichzelf totaal uitsluit? Wel, de karmapa’s waren historisch politieke rivalen van de dalai lama’s. De 5e dalai lama veroverde in de 17e eeuw de lokale macht in Tibet na een bloedige oorlog met de kagyu-karma school. Daarom was het voor de huidige 14e dalai lama handig om de nieuwste karmapa in Tibet “op te sluiten” in plaats van hem als rivaal in de wielen te hebben naast zich in ballingschap. Er ontstond flink getouwtrek, de regent van het Rumtek klooster, Jamgeun Kongtrul, vond de dood in zijn BMW één dag voor zijn vertrek naar Tibet, waar hij het zoeken op gang zou brengen. Het Rumtek klooster werd in 1993 bij een religieuze retraite het toneel van een bakstenenslag tussen de rivaliserende groepen: de monniken wierpen met bakstenen naar elkaar en de politie van Sikkim moest de vechtenden komen scheiden.

Ondertussen hadden de autoriteiten in Tibet de traditionele zoektocht naar de reïncarnatie ongestoord laten doorgaan en in 1992 werd de achtjarige jongen Ogyen Trinley Dorje officieel geïnstalleerd in het Tsurpu klooster, nabij Lhasa, als de 17e lama karmapa. Volgens cijfers van de politie woonden tienduizend inwoners van Lhasa de plechtigheid bij. De “bevestiging” van Beijing werd 14 dagen later publiek voorgelezen in het klooster. De rivaliserende groep in India, in oppositie met de dalai lama, benoemde in 1994 in Delhi een andere reïncarnatie, Thinley Thaye Dorje, als 17e karmapa. Er waren dus twee "17e karmapa's".

De 14e dalai lama steunde zoals gezegd die van Lhasa en bleef in geheim contact met enkele lama’s uit zijn omgeving. De “andere” 17e karmapa in India erkende hij niet. Echter, einde 1999 is de toen veertienjarige 17e karmapa Lhasa ontvlucht, met de hulp van zijn oudere zus en samen met lama Tsewang, per wagen via Nepal,   richting India, ondanks of dankzij het feit dat hij vier jaar tevoren een terreinwagen cadeau gekregen had van de centrale Chinese regering om het geloof vlotter te verspreiden. De 14e dalai lama ontving hem met “medeleven” en liet hem in Dharamsala verder studeren in een klein klooster buiten het stadje. De 17e karmapa stond quasi onder huisarrest of kloosterarrest, hij mocht van de Indische regering niet rondreizen en evenmin naar het Rumtek klooster (dat van zijn voorganger) in Sikkim gaan. De Indische regering had schrik dat dit de separatistische beweging in Sikkim zou bevorderen. En het kwam ook de 14e dalai lama goed uit, het bleef tenslotte een concurrent en één internationaal rondreizende ster is genoeg. Het grote netwerk van karma kagyu verenigingen in Europa en de USA was wel gered van de Chinese betutteling over hun leider, de 17e, en publiceerde een resem boeken over de wonderlijke ontsnapping, hoewel een groot deel kagyupa in het westen de andere 17e volgen.

De 14e dalai lama kon de gemoederen van de twee kampen bedaren en zei in 2000, bij monde van zijn privé-secretaris in Frankrijk, dat  “iedereen vrij is om individueel te kiezen welke reïncarnatie hij volgt”.

Van zichzelf heeft de 14e dalai lama de laatste jaren dikwijls gezegd dat hij niet wil herboren worden in “bezet” Tibet. “Als het Tibetaanse volk een nieuwe reïncarnatie wil, dan moet die in staat zijn de taken af te werken die deze dalai lama niet heeft kunnen vervolledigen. Dat betekent dat hij moet komen uit een vrij land.” (interview met Amitabh Pal, verschenen in MO-magazine, mei 2006). "Met de karmapa wel, maar niet met mij..."

 

Bronnen: Kagyu websites; “Karmapainfo France”; “The Dance of 17 Lives” van Mick Brown, Bloomsburry, London 2004.

10:43 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: china, tibet, boeddhisme, dalai lama, reincarnatie, karmapa

24-04-09

De dalai lama is geen incarnatie van een boeddhismemonopolie

Einde maart 2009 was er een “World Buddhist Forum”, tegelijk in China en in Taiwan. Delegaties van een vijftigtal landen namen er aan deel. De dalai lama was (uiteraard) niet uitgenodigd. Een duizendtal monniken en schriftgeleerden namen eraan deel. Drie dagen in China – in de stad Wuxi – en twee dagen in Taiwan. Vier directe chartervluchten zorgden voor de ‘verplaatsing’ van het forum van Wuxi naar Taiwan. Medeorganisator van het forum was de organisatie “Buddha’s Light International Association” (BLIA), met zetel in California (USA) en met een vooraanstaande Taiwanese politicus (Wu Poh-Hsiung, voorzitter van de Guomindang partij) als vice-voorzitter van BLIA.  

 

22:32 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: boeddhisme, tibet, china, dalai lama

28-12-08

Godsdienst: wat mag en wat mag niet?

Hoe stelt de Chinese wetgeving zich op tegenover de godsdiensten, algemeen en dus ook in Tibet?

De laatste wet dateert van 2004. Kort samengevat komt die hierop neer:

"Het staat iedereen vrij om te geloven wat hij wil en om dat ook te praktiseren, thuis en in het openbaar. Publieke plaatsen voor collectieve erediensten moeten een vergunning hebben en worden gesubsidieerd. Maar niemand mag andere burgers publiek aansporen om zich aan te sluiten, geen religieuze propaganda dus. Wel moet iedereen respect opbrengen voor het geloof van anderen en "harmonieus" kunnen samenleven, sociale discriminatie op basis van godsdienst is strafbaar." Staatsorganen en andere organisaties mogen de mensen niet aansporen of afraden om een of andere godsdienst te volgen."

Een rekbaar punt, vatbaar voor interpretaties is: "Godsdienst mag niet gebruikt worden om de openbare orde te verstoren."

"Godsdienstbeoefening mag geen gevaar inhouden voor de gezondheid van de burgers." Deze paragraaf is vooral gericht tegen het afwijzen van geneeskundige zorgen bij bepaalde sekten.

Voorts zijn de klerikale organisaties uiteraard onderworpen aan de rest van de Chinese wetgeving: rechtspraak, arbeidsrelaties, verkiezingen, onderwijs, enz.  Dat houdt ook in dat godsdienstige organisaties niet mogen opkomen voor separatisme, noch voor omverwerping van het huidige politieke systeem in China. Wat onderwijs betreft mogen de kloosters in Tibet geen eigen onderwijsnet opbouwen, parallel aan het officiële onderwijssysteem. Vorming van monniken in de kloosters moet na het vervullen van de schoolplicht in het staatsonderwijs. Het "eigen onderwijsnet" is een van de eisen van de Tibetaanse gemeenschap in het buitenland in de onderhandelingen met Beijing.

Ten slotte, buitenlandse inmenging is uit den boze: "Godsdienstzaken en klerikale instellingen staan niet onder het gezag van een buitenlandse overheid." Dit slaat vooral op de katholieke kerk in China, die het gezag van de paus niet erkennen, maar ook op het Tibetaanse boeddhisme dat zich onttrekt aan het gezag van de 14e dalai lama.

 

12:02 Gepost door infortibet in religie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, boeddhisme, vrijheid, wetten