17-04-12

De waterhuishouding in China : gigantische projecten, die minder in het oog springen

Met 21% van de wereldbevolking beschikt China slechts over 6% van de zoetwatervoorraden van de wereld. De laatste vijf jaar verhoogde de bevolking met 50 miljoen. Tegelijk kromp de beschikbare watervoorraad met 11%. Nog ongeveer 300 miljoen mensen hebben geen toegang tot veilig drinkwater. Daarnaast is er ook de nodige irrigatie om genoeg voedsel te produceren. China is eveneens benadeeld in beschikbare landbouwoppervlakte (15% van zijn oppervlakte en slechts 7% van het wereldtotaal). Ongeveer een derde van de velden genieten van irrigatie in dit algemeen genomen vrij droog klimaat (extreem in het noorden). Momenteel slaagt China erin om zijn immense bevolking te voeden, maar de waterhuishouding voor de komende decennia wordt cruciaal om honger of massale import te vermijden.

De budgetten, die het ‘ministerie van water’ krijgt stijgen daarom fenomenaal: 30 miljard euro in 2010, het dubbele in 2011 en 450 miljard euro voor de periode 2011-2020. Dit zijn duizelingwekkende cijfers (vergelijk maar met de bedragen die Europa voorziet om zichzelf economisch te redden, die niet veel hoger liggen. In China is dat enkel voor ‘het water’). De projecten zijn veelzijdig: reservoirs aanleggen of verbeteren, waterzuivering en hergebruik, ontzilting van zeewater, een zeker overtollig debiet van de bovenloop van de Yangzi (Blauwe Stroom) en zijn bijrivieren naar het noorden kanaliseren, overstromingen van velden voorkomen, veilig drinkwater in alle dorpen.

 

Bron: China Daily – Europe, 9-15/3/2012

18:41 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: china, energie

24-02-12

Geboortepolitiek China

In de provincie Qinghai besliste de lokale overheid om voortaan niet-stedelijke gezinnen, die verzaken aan een derde kind, te belonen. Een premie van 150 tot 700 euro, naargelang het inkomen van het gezin. Tot nu was er geen geboortebeperking voor de landelijke bevolking in Qinghai, gezien die voor het overgrote deel uit ‘etnische minderheden’ bestaat (Tibetanen, Hui, Mongolen en nog enkele anderen). Er was wel een promotiecampagne om het aantal kinderen te beperken tot drie. Nu komt er een kleine financiële stimulans om ook het ‘derde kind’ te vergeten.

Voor de Han Chinezen in de provincie Qinghai geldt de nationale regel van ‘één kind per gezin’. Daarbij zijn er financiële boetes voor de gezinnen, die dit niet volgen.

 

Naast de nieuwe premie voor ‘onthouders’ trekt de lokale overheid ongeveer 30 miljoen euro uit in 2012 om de ziekteverzekering en het pensioen te subsidiëren van gezinnen, die deelnemen aan de vrijwillige geboortebeperking.

18:25 Gepost door infortibet in demografie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: china, qinghai, han, tibetanen

17-02-12

Tibetaans Nieuwjaar : 22 februari 2012

Op 22 februari begint een nieuw jaar voor de Tibetanen: het jaar van de ‘Water Draak’. De jaartelling is gebaseerd op de maanstanden, op een twaalfjarige dierenriem en op een ‘element’ (vuur, aarde, metaal, water, hout), net zoals in de rest van China. De Tibetaanse leiders namen in de 7e eeuw de Chinese kalender over. Bij huwelijk, kan men zeggen, een Tibetaanse vorst huwde een Chinese prinses, die in haar bagage een sterrenhemel meebracht. Naast andere dingen: een beetje boeddhisme en wat geneeskundige praktijken, zoals het voelen van de pols en het examineren van de tong als diagnosetechniek.

 

Groepen, die ijveren voor meer onafhankelijkheid van Tibet minimaliseren of negeren die ‘Chinese invloed’ van de 7e eeuw. Zelfs ‘thee’ wordt weinig vermeld. Ook op wikipedia blijft de vroege Chinese invloed zo goed als afwezig. Dat ‘oogt‘ goed, waarschijnlijk.

 

Toch wordt 2012 ‘het jaar van de Draak’ gekoppeld aan het element ‘water’, net als in de rest van China.

 

Een ‘jaar van de Draak’ brengt een babyboom mee. Gezinnen willen hun kind zien geboren worden onder dat krachtig gesternte. Tijdens het vorige ‘jaar van de Draak’, in 2000, waren er in China 5% meer geboortes dan in 1999 of 2001. En ze zijn al met zoveel!

Het ‘millenniumjaar’ zat daar ook voor een groot deel tussen natuurlijk.

 

De procreatie-activiteit van de Draak is al voelbaar in Lhasa: ziekenhuizen melden nu begin februari een verhoogd babygebeuren.

 

19:34 Gepost door infortibet in traditionele feesten | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, china, nieuwjaar

01-02-12

De zelfverbrandingen van Tibetaanse monniken

 

De eerste die door zelfverbranding om het leven kwam was een monnik – een twintiger - van het Sirti klooster in de prefectuur Aba (Ngaba) in Noordwest-Sichuan. Dit gebeurde einde februari 2009. Tussen maart 2011 en nu januari 2012 kwamen er nog zestien zelfverbrandingen, waarvan de Tibetaanse oppositie in het buitenland denkt dat er minstens 10 zijn, die het niet overleefden, een triest en verschrikkelijk palmares. Schrijnend is ook de jeugdige leeftijd van de meeste ‘zelfverbranders’: tien van de zeventien waren jonger dan twintig of net twintig.

De pers in China maakt gewag van de gebeurtenissen, keurt ze scherp af en geeft geen details. Detailinformatie over de namen van de monniken, de plaats en de datum waar het gebeurde en de omstandigheden wordt voornamelijk verspreid door ICT [1].

De gebieden waar de zelfverbrandingen plaatsvonden zijn sinds april 2011 overigens afgegrendeld voor de Westerse pers.

ICT schrijft dat elke monnik of non, die zich opofferde, slagzinnen riep voor een “vrij Tibet”en voor de terugkeer van de dalai lama.

"Radio Free Asia reported that before he set himself ablaze, he climbed a local hill to burn incense and pray before distributing leaflets saying he would act "not for his personal glory but for Tibet and the happiness of Tibetans."

“According to Tibetan exiles who spoke to a witness of the protest, before he was stopped by police Phuntsog shouted slogans including ‘May His Holiness the Dalai Lama live for 10,000 years!’"

ICT meldt ook vergezellend volksprotest, maar slechts bij enkele gevallen. Daarbij zouden  enkele doden gevallen zijn door het politieoptreden. Het Chinese persagentschap vermeldt er één.

Opvallend is dat van de zeventien zelfverbrandingen er twaalf gebeurden in dezelfde regio: in de autonome gemengde prefectuur Aba van Tibetanen en Qiang[2]. Van die twaalf zijn er tien afkomstig van één bepaald klooster: Kirti. Daarnaast zijn er drie zelfverbrandingen gemeld in de prefectuur Garze, ook in West-Sichuan, één in het zuiden van de provincie Qinghai en één in Tibet zelf, in de oostelijke stad Chamdo. Deze vier streken zijn min of meer aanpalend aan elkaar, het gaat globaal om een gebied grenzend aan het noordoosten van het huidige Tibet en het is een deel van de historische gebieden ‘Amdo’ en ‘Kham’.[3]  

De regio Aba is driemaal groter dan België en er leven 1 miljoen mensen, voor 72% Tibetanen en Qiang. Er zijn 42 kloosters, samen goed voor een paar tienduizenden religieuzen[4]. Aba is een regio buiten het huidige Tibet en bevindt zich, in de provincie Sichuan, die al tijdens de Manchu dynastie in China als afzonderlijke provincie bestond (18e eeuw). Gedurende de laatste twee eeuwen was er een zekere migratie van Han Chinezen naar West-Sichuan, maar de Han bleven duidelijk in de minderheid.[5]

ICT geeft een eventueel etnisch-numeriek bevolkingsprobleem niet aan als mogelijke oorzaak voor de wanhopige daden in Aba, wel een bestuursprobleem: de “afwezigheid van religieuze en politieke vrijheid”.

De overheid in de regio Aba is Tibetaans, de politie evenzeer[6]. Van een directe etnische tegenstelling tussen de bevolking en het lokale bestuurs- of repressieapparaat kan men dan moeilijk spreken. Natuurlijk is er een nationale politiek in China tegenover de Tibetaanse bevolking. Een kort historisch overzicht kan enig licht werpen op het feit waarom dit tragisch protest geconcentreerd is in de regio Aba.

Toen China na de revolutie van 1949 zijn territoriale aanspraken op Tibet herbevestigde[7] door het Rode Leger in 1951 naar Lhasa te sturen beloofde de Chinese nationale regering om de landadel in Tibet ongemoeid te laten en geen landhervorming door te voeren zonder hun instemming. De belofte gold voor het Tibet van toen[8], wat overeenkomt met het huidige Tibet, maar niet voor de gebieden in Sichuan waar ook Tibetanen wonen, bv in de regio Aba. Daar werd de landhervorming wel doorgevoerd. Daartegen is lokaal verzet gekomen, dat zich vanaf 1956 via de VS kon bewapenen en een guerrilla starten. West-Sichuan werd de thuisbasis van het gewapend verzet tegen het Chinese bewind, waarbij de kloosters een eminente rol vervulden.[9] In 1959 bereikte de opstand Lhasa, maar werd er neergeslagen. Dit leidde tot de vlucht van de dalai lama naar Indië, met in zijn spoor heel wat Tibetanen van West-Sichuan. De toenmalige abt van het hierboven vermelde Kirti klooster in Aba was één van de uitwijkelingen en bevindt zich nog steeds in het Indische Dharamsala, de huidige thuisbasis van de dalai lama. Net zoals de dalai lama zegt de ex-abt van Kirti dat zelfverbranding eigenlijk niet strookt met de boeddhistische leer, maar dat hij begrijpt dat de extreme repressie een aantal monniken tot die daad drijft.

De ‘eerste minister’ van de dalai lama, Lobsang Sangey, heeft ongeveer dezelfde bewoordingen in een interview met ‘Libération’ (29/11/2011):

“Ik roep niet op tot gewelddadig verzet of zelfverbranding want elk protest leidt tot arrestatie en foltering door de Chinese overheid. Ik begrijp hun motivatie ter verdediging van het Tibetaanse volk. Ik groet de moed van diegenen die bereid zijn hun leven te offeren voor deze strijd, maar hun daad is pijnlijk en triestig.”

“Het theologisch debat over zelfdoding bestaat, maar moet niet interfereren met wat nu gebeurt. Het is de Chinese overheid die door haar repressie mensen dwingt om zich op te offeren.”

De omgeving van de dalai lama ‘begrijpt de moed’ van de monniken die zich opofferen en keurt theologisch niet scherp af, terwijl tal van abten van andere kloosters in Aba dat wel deden in de pers in China. Dit terwijl ICT recent meldde dat er in Aba pamfletten circuleren, die oproepen tot zelfverbranding tijdens het komende Tibetaans Nieuwjaarsfeest op 22 februari.

Terug naar de geschiedenis.

Gedurende de jaren 1980, na de Culturele Revolutie, kwam er een periode van openheid en tolerantie vanwege de overheid in Tibet en aangrenzende gebieden. In Tibet zelf bleef de controle op de kloosters enigszins gehandhaafd, vanwege het strategisch belang van Tibet voor China en vanwege het feit dat de problematiek geïnternationaliseerd was. Maar in de randgebieden werd de betutteling vrij los, tot onbestaande. Er was weinig regelgeving voor de Tibetaanse kloosters in Sichuan, Qinghai of Gansu. Neem bv het fenomeen ‘kindmonniken’, dat vond je niet meer in Tibet zelf, wel volop in de randgebieden. Buitenlands bezoek was open zonder beperkingen, daar waar voor Tibet zelf een speciale permit en een bekende reisroute nodig bleef. Dit bracht ook een toename van de contacten mee tussen de Tibetaanse gemeenschap in Indië en die van hun thuisland: vooral West-Sichuan. Dat is nu nog min of meer zo. Ook in de richting van Tibet naar Indië. Volgens ICT reisden (legaal) 8000 Tibetanen in januari 2012 naar Indië om er Kalachakra-initiaties van de dalai lama bij te wonen. Men kan niet zeggen dat de Tibetaanse gebieden ‘hermetisch’ afgesloten zijn. ICT zelf, dikwijls via de Tibetaanse gemeenschap in Indië, beroept zich op plaatselijke informanten. En dat zal ook wel zo zijn. China schippert tussen openheid, controle en repressie.

Wat de repressie betreft, essentieel is die gericht tegen het ‘separatisme’. Politieke uitingen van nationalisme en steun aan de dalai lama worden onderdrukt, of die nu van kloosters of van leken komen. Twee ‘medeplichtigen’(“aanmoedigen, assisteren”) van de eerste zelfverbranding in 2009 werden tot zware gevangenisstraffen veroordeeld. Tijdens betogingen in de marge van de zelfverbrandingen worden ook mensen voorgeleid. Het spanningsveld is er.

Sinds 1994, na de zitting van de vierde conferentie over Tibet in Beijing, zijn er opnieuw beperkende maatregelen voor de kloosters. De monniken moeten geregistreerd zijn, er is een onderhandelde norm voor het aantal monniken per klooster, geen kinderen meer, in de kloosters moet er onderwijs zijn over de wetgeving. Het is waar dat sommige kloosters in Sichuan explosief groeiden tijdens de jaren 1980. De lokale Tibetaanse overheid zei dan: “wie zal dat betalen qua sociale zekerheid?”.

Een studie van twee Amerikaanse vorsers (Enze Han & Christopher Paik) onderzocht de relatie tussen het aantal religieuzen en het aantal incidenten per streek. Hun studie ging over de lente van 2008, toen in Lhasa zich het gekende oproer voordeed. Dit sloeg over naar de periferie, onder meer naar Aba. District per district vergelijken zij het aantal protestacties met het aantal monniken dat er woont. Hun conclusie is radicaal: de kloosters zijn “kernen van politieke onenigheid en nationalisme”.  

daoch74.JPG

 In verband met het theologisch boeddhistisch debat over zelfverbranding is er nog een element het vermelden waard. In het Tibetaanse pantheon zijn er godheden, die het ‘kwade met vuur bekampen’. De godheid Mahakala (Gonpo Maning in het Tibetaans) trekt, omgeven door een vlammenzee, ten strijde tegen het kwade.  (eigen foto, Daocheng of Dabba in West-Sichuan, 2007). In zijn memoires schrijft de dalai lama dat het zijn favoriete meditatie-godheid is. In alle tempels in de Tibetaanse gebieden in China zijn er afbeeldingen van Mahakala te zien. De monniken zijn ermee vertrouwd. Het ‘kwade’ wordt gemakkelijk de communistische partij in Tibet en aanpalende gebieden. Daar kan China door verplichte ‘patriottische opvoeding’ in de kloosters proberen een dam tegen op te bouwen, maar een zeker religieus fanatisme gekoppeld aan nationalistische eisen is een moeilijk te counteren fenomeen. De verplichte leergang over ‘wettelijkheid’ wordt als beperking van de religieuze vrijheid ervaren en/of als dusdanig aangeklaagd door de nationalisten in het buitenland.

De kloosters waren centra van Tibetaans nationalisme en zijn dat nog. Bovendien hebben zij een groot religieus aanzien bij de bevolking. De invloed vanuit het buitenland, vanuit de Tibetaanse uitwijkelingen in Indië en vanwege de wereldwijde steungroepen voor een quasi onafhankelijkheid van ‘Groot Tibet’, verhoogt de spanning ter plaatse.

De Tibetaanse gebieden in China waren gedurende de volledige 20e eeuw een internationaal strijdperk[10] en lijken dat nog een tijd te blijven. De Westerse mogendheden en media zijn daarbij betrokken. De Tibetaanse diaspora evengoed, met op kop de omgeving van de dalai lama. China wil hoofdzakelijk zijn territoriale integriteit bewaren, alles vertrekt daarvan. De middelen, die China inzet om multicultureel te blijven, zijn wellicht niet altijd de beste en irriteren een deel van de bevolking.  

 

 


 

[1] International Campaign for Tibet, een wereldwijde ONG met basis in Washington en gul gesubsidieerd door de VS-overheid en door enkele invloedrijke “Foundations” in de VS. ‘Radio Free Asia’ en een groot deel van de Europese pers neemt die informatie over.

[2]een volk uit het noorden van het hoogplateau dat door het Tibetaanse rijk van de 8e eeuw verdreven werd naar lagere gebieden in Sichuan)

[3]Behoorden tot het ‘Groot Tibetaanse Rijk’ van de 8e-9e eeuw, maar werden nadien niet meer door Lhasa bestuurd.

[4] Mathew Kapstein, een befaamde tibetoloog, schat het aantal Tibetaanse religieuzen op meer dan 100.000 (2004, p230). 

[5]Zowel reizende antropologen in het begin van de 20e eeuw als sociologen in het begin van de 21e eeuw stelden dit vast.

[6] Zelfs merkbaar op de foto’s van de zelfverbrandingen die op het net gepost werden.

[7] Dat Tibet een deel van China was werd door alle grote mogendheden van toen (inclusief het pas onafhankelijke Indië) onderschreven.

[8] Waar de dalai lama over heerste.

[9] Zie « Buddha’s Warriors », Mikel Dunham, Tarcher-Penguin Books, 2004.

[10] Zie de gedetailleerde werken van Melvyn Goldstein, op basis van de geschriften van het Engelse en het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken en op basis van de correspondentie van Lhasa in die tijd, voor de periode 1913-1956.

 

12:47 Gepost door infortibet in rellen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, monniken, kloosters, onafhankelijkheid, dalai lama, china

03-08-11

Familieafstammelingen van de 13e dalai lama in Lhasa

 

Thubten Gyatso, de 13e dalai lama (1876-1933), was drie jaar oud toen hij aangeduid werd als reïncarnatie van de vorige dalai lama en op de troon in Lhasa geplaatst werd.

 

De 13e dalai lama zou, net als de 5e dalai lama (1617-1682), een grote invloed hebben op de politieke ontwikkeling van Tibet. Alle andere ‘nummers’ van dalai lama’s hadden dat niet. Het was de 13e dalai lama, die, met de steun van Engeland, Tibet onttrok aan de controle van Beijing gedurende 20 à 30 jaar in de eerste helft van de 20e eeuw.

 

 

 

De 13e dalai lama was geboren in het dorp Langdun, iets ten oosten van Lhasa. Zoals gebruikelijk bij het vinden van een nieuwe dalai lama werd zijn volledige familie naar Lhasa overgebracht en kreeg er de adelstand en het bezit van landbouwnederzettingen verspreid over Tibet. Het waren er vijftien, met iets meer dan duizend boeren eraan verbonden. Algemeen in Tibet waren alle landbouwgronden in die tijd eigendom van een 200-tal adellijke families en van de kloosters, waarvan de hoogste lama’s tot diezelfde families behoorden. De helft tot drie vierde van die gronden diende rechtstreeks voor de bevoorrading van de adel en de kloosters.[1] Daar moesten de boeren bij voorrang en gratis op werken. De rest van de velden diende voor het zelfonderhoud van de boeren. Het spreekt vanzelf dat de elite een rijk uitgerust kon leven, naar de normen van die tijd: zijden Chinese kledij, exotische sieraden, een grote villa met knechten en Engelse importproducten. Zo viel het de familie van de 13e dalai lama te beurt.[2]

 

 

 

Van de regentes in Beijing, half-keizerin Cixi, kreeg de familie zoiets als een ‘hertog’ titel, ‘hertog van Langdun’. Beijing was toen nog mee in het spel. De naam ‘Langdun’ bleef dan figureren in de familienaam van de leden. Langdun Kunga Wanchuk (1907-1981) was een neef van de 13e dalai lama en vanaf zijn 21 jaar (in 1928) werd hij door hem benoemd als ‘nummer twee’ in Tibet, een soort eerste minister of eerste secretaris rechtstreeks onder de dalai lama. Een foto van hem, prima uitgedost in zijden kledij, is te vinden in de archieven in Lhasa.[3] Het zijn de afstammelingen van deze Langdun Kunga Wanchuk die nu nog in Lhasa wonen.

 

 

 

Normaal had hij na de dood van de 13e dalai lama in 1933 het regentschap van Tibet moeten waarnemen, maar de toenmalige leiders en invloedrijke families van Tibet oordeelden dat hij te jong, te onervaren en geen sterke figuur was. Voor de post was er een concurrentiestrijd aan de gang tussen enkele belangrijke families, met complotten, arrestaties en enkele moorden. Langdun Kunga Wanchuk werd in elk geval uitgesloten. Uiteindelijk werd de ‘lottrekking uit de urne’ gekozen om de regent aan te duiden, een methode opgelegd door Beijing sinds de 18e eeuw, precies om bloedige concurrentie te vermijden. De regent werd de abt van het Reting klooster.[4] Een tijdlang was Langdun Kunga Wanchuk medebestuurder van Tibet samen met de Reting rinpoche, maar deze laatste verwijderde hem van de post in 1938 om alleen te heersen.[5]

 

 

 

Zoals bijna de volledige Tibetaanse elite was de Langdun familie akkoord met het herstel van de Chinese soevereiniteit over Tibet in 1951, toen het Rode Leger Lhasa bereikte. Een leeg pand van hun villa’s stelden ze ter beschikking van de legerleiding. Communicatie met de officieren verliep via zijn drie kinderen, die Engels gestudeerd hadden in India. Ook dat was een kenmerk van de Tibetaanse elite van toen: de kinderen kregen een ‘Engelse’ opleiding in India.

 

 

 

‘Typische collaborateurs’, zeggen de aanhangers van de 14e dalai lama. In elk geval, de familie Langdun, familie van de 13e dalai lama, schaarde zich niet aan de zijde van de Tibetaanse opstandelingen in 1959 en zij bleven in Tibet, zij gingen niet vluchten naar India, na de mislukte opstand. Met de landhervorming in 1959 verloren zij hun gronden, hun boeren en hun knechten, maar zij kregen wel bestuursposten. De oudste dochter van Langdun Kunga Wanchuk werd vicedirectrice van de traditionele Tibetaanse Opera. Zijn oudste zoon werd vicedirecteur van de Tibetaanse TV. Hijzelf werd lid van de regionale Consultatieve Conferentie en publiceerde werken over de traditionele Tibetaanse geneeskunde.

 

      

 



[1] M. Goldstein, « A History of Modern Tibet, 1913-1951, University of California Press, 1989.

[2] Charles Bell, « Portrait of a dalai lama », Collins, London, 1946.

[3] En.tibetmagazine.net

[4] Goldstein, idem.

[5] Goldstein, idem.

 

18:40 Gepost door infortibet in geschiedenis 20e eeuw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, china

16-05-11

Chronologische tabel Tibet

3000 v.Chr

Oudste gevonden landbouwnederzetting, Karub nabij Qamdo.

 

????

Legendarische koning Gesar en de Ling staat.

 

?e eeuw v.Chr. tot in de 7e eeuw na Chr.

Zhangzhung cultuur, in de omgeving van de Kailash berg.

 

4e of 2e eeuw v.Chr.

Legendarische koning Nyatri Tsanpo, in de Yarlung vallei.

 

5e eeuw

Koning Lhatotori Nyentsen en de eerste boeddhisme-import, vanuit Kashmir.

 

 

630 – 846 Tubo koningen, regeerperiodes

 

630-649

Songtsen Gampo, met de Chinese prinses Wencheng en de Nepalese Bhrikuti. Beide prinsessen brengen het boeddhisme mee binnen.

 

649-655

Gungri Gangtsen, verovert Tuyuhunië in 653.

 

655-676

Mangang Mangtsan, verpletterende nederlaag in 670 voor een Tang leger in Qinghai.

 

676-704

Dusong Mangpoje, dringt door ten noorden op de Zijderoute, soms verslagen door, soms gewonnen van de Tang legers. Aanval op het zuidoostelijke Nanzao afgeslagen, de koning sneuvelt.

 

704-755

Tride Tsukten, was nog kind toen zijn vader sneuvelde. Zijn grootmoeder bestuurt een tijd het rijk. Hij huwt met de Chinese prinses Jincheng.

 

735

Vredesverdrag Tubo-Tang, dat aan de Tubo West-Sichuan, Gansu en de Zijderoute geeft.

 

750

De Tubo worden door de Arabieren uit de oases van de Zijderoute verjaagd. Nanzhao wordt vanaf 752 bondgenoot van de Tubo, tot einde 8e eeuw.

 

755-797

Trisong Detsen, zoon van Tride Tsukten en prinses Jincheng. Padmasambhava, een Indiase guru, vindt bij hem asiel tegenover de oprukkende islam in India. Brengt het tantrisme in het Tibetaanse boeddhisme. Ontstaan van de Nyingma school. Eerste klooster in Tibet: het Samye klooster, ten oosten van Lhasa. Onder Trisong Detsen wordt het Tibetaanse rijk uitgebreid tot 'Groot Tibet', tweemaal zo groot als het huidige Tibet. 

 

763

Tijdelijke bezetting door de Tubo van Chang’an, de hoofdstad van de Tang dynastie.

 

787

Nieuw vredesverdrag tussen Tubo en Tang, Bevestiging dat het volledige westen aan de Tang invloed ontsnapt.

 

797-815

De militaire greep op het rijk verzwakt. Drie koningen volgen elkaar snel op.

 

815-838

Ralpachen (of Tritsug Dechen). Bepertkt de invloed van de lekenadel ten voordele van de geestelijken. Wordt vermoord door bon aanhangers.

 

823

Een laatste verdrag tussen Tubo en Tang. Invloedssferen blijven.

 

838-846

Langdarma, broer van Tritsug Dechen. Inperking van de macht van de monniken.Op zijn beurt vermoord. Einde van het rijk. 

 

 

Vier eeuwen versnippering

 

847-869

Slavenopstanden in het uiteenvallende rijk. Langzaam begin van het landheren en lijfeigenensysteem.

 

9e eeuw tot 17e eeuw

Guge koninkrijk in Ngari, in het westen. Atisha, een Bengaalse guru, begon er in 1042 de kadam school. Importeert de kalachakra openbaringstekst. Wordt uitgenodigd naar de streek van Lhasa, waar hij in 1056 het Reting klooster in sticht.

 

1038-1227

Xixia koninkrijk in het noordoosten (huidige provincies Qinghai, Gansu, Ningxia). Tanggut bevolking is een vermenging van Turcomongolen, Tibetanen, Han en Tu.

 

1073

Ontstaan van de sakya school, in het stadje Sakya, met steun van de Khon familie.

 

12e eeuw

Milarepa geeft de aanzet voor de kagyu school.

 

1162-1227

Genghis Khan begint aan zijn veroveringstocht. Vernietiging van het Xixia koninkrijk in 1227.

 

1234

Noord-China wordt door de Mongolen definitief ingelijfd. Zuid-China, de Zuidelijke Song dynastie, zal nog weerstand bieden tot in 1279.

 

1239

Klein Mongools verkenningsleger, onder leiding van Godan, naar Tibet. Besprekingen met de sakya school voor vreedzame onderwerping in ruil voor lokale macht.

 

 

Eerste Mongoolse periode (1252-1368)

 

1252

Tibet wordt bij het Mongoolse rijk ingelijfd. Pagpa, de leider van de sakyapa, wordt door de Mongolen aangesteld als afgevaardigde bestuurder van U en Tsang of Centraal-Tibet.

 

1260-1294

Regeerperiode van Kublai Khan, die zich in 1271 tot keizer van China uitroept (Yuan dynastie).

 

1264

Oprichting in Beijing van de “centrale commissie voor boeddhistische zaken en Tibet”.

 

1333-1368

Shundi, de laatste keizer van de Yuan dynastie, bevestigt de Phagmodrupa familie, die de sakyapa versloegen, als bestuurders voor Centraal-Tibet.

 

 

Phagmodrupa administratie (1345-1478)

 

1354

Vernieling van het Sakya klooster en definitieve uitschakeling van de sakya administratie. De hoofdstad voor Centraal-Tibet (U en Tsang) wordt Nedong. Ontstaan van de phagdru-kagyu school. In het westen is Guge nog steeds onafhankelijk.

 

1407

De Ming dynastie (1368-1644) begint met het instellen van titels voor Tibetaanse geestelijke en wereldlijke leiders in Centraal-Tibet. De titel “Dharma Prins” is de hoogste graad. De Ming bevoordelen geen van de diverse scholen of families. In de grensgebieden (huidige andere provincies) benoemen de Ming rechtstreeks “tusi’s”, lokale leiders.

 

1409

Stichting in Lhasa van het Ganden klooster door Tsongkapa (1357-1419), met de steun van de Phagmodrupa familie. Begin van de gelug school (gele mutsen). Volgen het Drepung klooster in 1416, Sera in 1419, beiden in Lhasa en het Tashilumpo klooster in Xigaze.

De landeigendom wordt nauwkeuriger omschreven, het lijfeigenschap krijgt meer regels. De kloosters verwerven gronden en lijfeigenen.

 

 

Ringpung administratie (1478-1565)

 

Een andere familie verovert militair de macht in Centraal-Tibet. Sakya wordt hun hoofdstad. Zij bevoordelen de karma-kagyu school.

 

 

Tsangpa administratie (1565-1642) en de Tweede Mongoolse periode (1573-1717)

 

Opnieuw een oorlogje en de Tsangpa familie grijpt de macht, met Xigaze als hoofdstad. De Karma-kagyupa worden door de Tsangpa familie zeer sectair opgejaagd tegen de gelugpa.

 

1573-1578

Althan Khan (1507-1582), een Mongoolse leider uit het noorden van China, valt Tibet binnen. Hij beschermt de gelugpa en verleent in 1578 de titel “dalai lama” aan de derde abt van het Drepung klooster.  

 

1589

De kleinzoon van Althan Khan wordt de vierde dalai lama.

 

1600 ongv.

De Tsangpa regeerders doen beroep op de Chogtu Mongolen uit het westen van China om de gelugpa te bekampen.

 

1605

Het Drepung en het Sera klooster in Lhasa worden volledig vernield door het Tsangpa leger.

 

1639

Gushri Khan (1584-1655), een Mongools leider uit het noordwesten van China verslaan de Chogtu Mongolen in Qinghai en komen in Tibet de gelugpa ter hulp.

 

1642

De Tsangpa heersers worden definitief verslagen door Gushri Khan. De 5e dalai lama (1617-1682) krijgt de lokale politieke macht over Centraal-Tibet. Gushri Khan blijft zijn meerdere, de “depa”, een soort president. Na de dood van Gushri Khan wordt de “depa” een Tibetaanse hoge lama. De hoofdstad wordt Lhasa. De 5e dalai lama verovert het koninkrijk Guge in het westen en dringt in het oosten door tot in Sichuan.

 

1645

Gushri Khan verleent de titel van “panchen lama” aan de abt van het Tashilumpo klooster.

 

De Qing dynastie (Manchu) (1644-1911)

 

1652

De 5e dalai lama wordt in Beijing door Qing keizer Shunzhi erkend als leider voor Tibet.

 

1697-1705

Korte regeerperiode van de 6e dalai lama, de “frivole”.

 

1705

Lajang Khan, de achterkleinzoon van Gushri Khan, probeert zijn zoon als 7e dalai lama te installeren.

 

1713

Qing keizer Kangxi (regeerperiode 1661-1722) bevestigt de titel van “panchen lama”.

 

1717-1720

De Dzoungaren bezetten tijdelijk Tibet. Lajang Khan sneuvelt  De Dzoungaren worden in 1720 door de Qing troepen verdreven. Polhanas, een niet-geestelijke, wordt aangesteld als lokale leider van Tibet. De Qing troepen escorteren de echte 7e dalai lama naar Lhasa, die geen wereldlijke macht krijgt.

 

1727

Burgeroorlog in Tibet, tussen U en Tsang. De Qing legers herstellen de orde, Polhanas blijft aan tot in 1747. De grenzen van Tibet worden door de Qing vastgelegd op wat ze nu ongeveer zijn.

 

1736-1795

Regeerperiode van Qing keizer Qianlong, die tal van kloosters in Tibet en in de randgebieden sponsort.

 

1747-1756

Nieuwe burgeroorlog in Tibet, met inmenging van de Dzoungaren. Een Qing leger komt opnieuw de orde herstellen en vernietigt de Dzoungaren in 1756.

 

1751

Instelling van de Kashag, de ministerraad voor Tibet. Afschaffing van het “depa” systeem.

 

1774

Eerste Engelse verkenning van Tibet, de “Bogle missie”.

 

1791

De Qing legers verdrijven een Nepalese Gurkha invasie uit Tibet.

 

1793

De Qing stellen een lijst van 29 reglementen op voor Tibet. Een driemanschap moet voortaan Tibet besturen: de commissaris van de keizer (amban), de dalai lama en de panchen lama. Reïncarnaties van belangrijke hoge lama’s moeten door de keizer bekrachtigd worden.

 

1808-1879

De 9e tot en met de 12e dalai lama sterven allen jong, nog voor ze werkelijke macht hebben.

 

1846-1864

Engeland ontneemt Ladakh, Sikkim en Bhutan aan de Tibetaanse invloed.

 

1879

De jonge 13e dalai lama (1876-1933) komt op de troon.

 

1897

Dorjieff, een Buriat Mongool en contactman met tsaristisch Rusland wordt de raadgever van de 13e dalai lama.

 

1904

Het Engels leger bezet tijdelijk Tibet. De 13e dalai lama vlucht naar Mongolië, later naar Beijing. Keert in 1909 terug naar Lhasa, maar vlucht dan naar Engels India, door naderende Qing troepen.

 

De Republiek China (1911-1949

 

1911

Val van de Qing dynastie in China en uitroeping van de Republiek China.

 

1913

De 13e dalai lama keert terug naar Tibet. Alle Han Chinezen worden uit Tibet verdreven. De facto onafhankelijkheid van Tibet.

 

1913

Simla conferentie, met Engeland, Tibet en China aan tafel. De kaart van Groot Tibet wordt naar voor geschoven door de 13e dalai lama. Engeland ontneemt Arunachal Pradesh aan Tibet. China verwerpt het verdrag.

 

1918

De 13e dalai lama herovert Oost-Tibet. Een overeenkomst legt de grens vast op de Yangzi, zoals voor het huidige Tibet.

 

1933-1950

Na de dood van de 13e dalai lama is de Tibetaanse adel verdeeld: Engeland of China? Regent Reting (1933-1941) schipperend, regent Taktra (1941-1950) pro-Engels.

 

1940

De huidige 14e dalai lama (geboren in 1935) wordt officieel op de troon gezet.

 

1942

Eerste Amerikaanse missie in Tibet (Dolan, Tolstoy). Gouden horloge voor de dalai lama.

 

 

De volksrepubliek (vanaf 1949)

 

1949

Uitroeping van de Volksrepubliek China.

 

1951

Het Rode Leger marcheert op Lhasa. Eerste plannen voor ballingschap van de 14e dalai lama. Hij aanvaardt echter, samen met de Kashag, het “17 punten programma” van China. Zijn twee broers vluchten en worden gerekruteerd door de CIA.

 

1956

Begin van de Tibetaanse opstand in West-Sichuan. Eerste wapenhulp van de USA in 1957.

 

1958-1959

De opstand bereikt Lhasa. De 14e dalai lama laat zich ompraten om in ballingschap te gaan. Het Chinese leger slaat de opstand neer.

 

1960

Afschaffing van het lijfeigenensysteem.

 

1959-1972

Guerrilla activiteiten in Tibet gesteund door de USA.  

 

Vanaf 1972

Internationale kruistocht van de 14e dalai lama voor vrede, vrijheid, mensenrechten, democratie en min of meer onafhankelijkheid van Tibet.

20:21 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, china, engeland, usa

De « onafhankelijkheidsverklaring van Tibet » door de 13e dalai lama (op post in Lhasa van 1879 tot 1933)

“Ik ben met mijn ministers uit Lhasa gevlucht naar de grens met Indië. Tegelijk zond ik een telegram naar de Manchou keizer om duidelijk te stellen dat de relatie, die bestond tussen Tibet en China, er een was van ‘priester-beschermheer’, dat zij niet gebaseerd was op de onderwerping van de een door de ander. Ik had geen andere keuze dan de grens over te steken want de Chinese troepen zaten mij op de hielen met de intentie van mij te pakken te krijgen, dood of levend.” (13e dl, februari 1913).

 

Bij de ondergang van het Chinese Manchou keizerrijk, begin 20e eeuw en door de groeiende aanwezigheid van de Europese mogendheden in de regio, zocht de 13e dalai lama een nieuwe ‘beschermheer’. Hij reisde te paard naar Ulaan Bator (Mongolië), naar Beijing en naar Darjeeling (Engeland). Hij had ook een Russische raadgever en een Japanse. Hij was verre van een primitieve naïeveling, afgesneden van de wereld. Toen het Manchou regime viel in China in 1912 koos hij de zijde en de hulp van Engeland om het Chinese leger uit Tibet (in zijn actuele grootte) te verdrijven. Terloops gezegd, deze uitdrijving ging gepaard met het verbannen of het stenigen van Tibetaanse vrouwen, die met Chinezen getrouwd waren.[1]

  

Ter herinnering: het Manchou leger trok in 1910 Tibet binnen, tot in Lhasa, om er “de orde in de handel te herstellen”. De 13e dalai lama vreesde voor zijn leven en vluchtte naar Darjeeling. In 1913, na de val van het Manchou regime, keert hij terug en hij schrijft een brief voor alle functionarissen – leken en monniken – in Tibet. De boodschap is: ‘ik ben terug en de macht in Tibet behoort mij toe.’ Drie vierde van de rondzendbrief handelen over het herstellen van de orde in Tibet: anti-corruptie, tegen lokaal machtsmisbruik, enz. En het ging over de regio Tibet in zijn huidige grootte. Hij schrijft namelijk: “de Chinese autoriteiten van Sichuan en Yunnan hebben getracht om ons land te koloniseren.” Met “ons land” bedoelt hij duidelijk het huidige Tibet, niet het ‘Grote tibet’ van de 8e eeuw. Er is ook nergens sprake van ‘Amdo’ of de provincie Qinghai, dat de huidige voorstanders van een onafhankelijk Tibet als ‘Tibet’ bestempelen. De troepen van de 13e dalai lama verdreven de Chinese troepen – een bestuurloos regiment van het gevallen Manchou regime – to voorbij de Yangzi rivier, wat nu nog de grens is van het ‘autonome’ Tibet. De notie ‘Groot-Tibet’ verscheen slechts een half jaar later, tijdens de Simla conferentie, samen met de Engelsen en de nieuwe Chinese Republiek. In het voorstel van de 13e dalai lama kan men daar lezen: “gebaseerd op de geografische kaarten van de Engelsen, is er Tibet en moet er daarenboven een bufferzone komen (met China)”.

Terug naar de brief aan al zijn onderdanen. Met die brief wou de 13e dalai lama vooral zijn autoriteit in Tibet herstellen, ten aanzien van alle functionarissen, na zijn drie jaar afwezigheid. Hij had geen vertrouwen in de revolutionaire republikeinse ideeën die China omwentelden. Het systeem houden zoals het was in Tibet – feodaal – was zijn hoofdbekommernis. Hij bespeelde de buitenlandse ‘sterken’, zoals Engeland en Japan, om dat doel te dienen. Voor die nieuwe ‘beschermheren’ was hij geen ‘spirituele raadgever’ meer, maar hij kreeg er wel wapens van.

 

De brief aan zijn ‘onderdanen’ was geen onafhankelijkheidsverklaring die hij bij de ‘sterke machten’ van toen te berde bracht. Die omzendbrief ging niet richting Engeland, Beijing noch Japan noch Mongolië noch enig ander land.

Er stond wel de zin in: “wij zijn een kleine natie, religieus en onafhankelijk”, gericht aan de Tibetanen in Tibet. De huidige voorstanders van onafhankelijkheid van tibet stellen: “de 13e dalai lama had geen notie van de regels van de internationale diplomatie.” (A.M. Blondeau, France). Dat is hem flink onderwaarderen. Hij had gereisd in Azië, hij had contacten met de ‘groten’. Trouwens, de Engelsen, die het flink voor het zeggen kregen in die periode in Tibet, beweren het tegenovergestelde.

 



[1] « Histoire du Tibet », Laurent Deshayes, Fayard, 1997, page 267. De volledige tekst van de brief van de 13e dalai lama is terug te vinden aan het einde van het boek.

20:02 Gepost door infortibet in geschiedenis 20e eeuw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, onafhankelijkheid, china

13-03-11

De dalai lama en drie soorten pensioen

In zijn jaarlijkse toespraak op 10 maart[1] vraagt de dalai lama aan zijn ‘parlement in ballingschap’ om zijn statuut van ’staatshoofd’ door te geven aan een te verkiezen opvolger. De dalai lama (76j) zegt dat hij op pensioen wil gaan. Van welke activiteit wil hij afstand nemen? Hij zegt: “Aan de komende zitting van het ‘Tibetaans parlement in ballingschap’ zal ik schriftelijk vragen om het ‘Charter van de Tibetanen in ballingschap’ te amenderen zodanig dat een leider kan verkozen worden aan wie ik mijn formele autoriteit kan overdragen.”

Volgens het ‘Charter van de Tibetanen in ballingschap’, een soort ‘grondwet’[2], die opgesteld werd in 1991 en nog steeds van kracht, is beschikt de dalai lama over uitgebreide politieke bevoegdheden.[3] Hij is het ‘staatshoofd’; hij kan ‘ministers’ afzetten of benoemen; hij kan eigen wetten uitvaardigen; de volledige uitvoerende macht ligt bij hem; hij keurt de rekeningen goed; hij kan op eigen initiatief mensen benoemen in de administratie en heeft nog een aantal andere kleinere bevoegdheden.[4]

Zijn mogelijk ‘pensioen’ betreft dus zijn politieke macht en niet zijn religieuze positie.

Een pensioen geduwd door eigen rangen?

In november 2008 herbevestigde een buitengewoon congres van de Tibetaanse bannelingen de absolute macht van de dalai lama.[5] In de slotresolutie van de bijeenkomst staat: “wij vragen met aandrang aan de dalai lama om niet op pensioen noch op semi-pensioen te gaan en door te gaan met het leiden van het Tibetaanse volk”.

Toch rommelt er wat in de rangen van de Tibetaanse gemeenschap in het buitenland. Dit uitzonderlijk ‘congres’ van november 2008 was er gekomen omdat er onenigheid was over de te volgen weg na de onlusten in Lhasa van maart 2008. Delen van de Tibetaanse gemeenschap wilden geweld niet langer uitsluiten en de roep naar ‘onafhankelijkheid’ in plaats van de ’verregaande autonomie’ volgens de dalai lama, kon publiek gehoord worden in Dharamsala. De dalai lama kreeg dus af te rekenen met interne kritiek. Toen, in 2008, waren zijn woorden: “ik ga met pensioen” eerder een licht chantagemiddel om de eenheid in de rangen terug te brengen. Althans formeel of tijdelijk, want de grootste organisatie onder de bannelingen – het TYC, Tibetan Youth Congres - is nog steeds openlijk voor onafhankelijkheid en sluit het gebruik van geweld niet uit.

Ook een eigenmachtig en autoritair ingrijpen door de dalai lama op religieus gebied werd hem niet in dank afgenomen. Hij vaardigde op 6 juni 1996 een verbod uit op het vereren van de godheid Shugden.[6] Een religieuze culturele revolutie volgde, groepen beeldenstormers werden uitgestuurd naar alle tempels in India om beeltenissen van Shugden weg te halen.

In eigen rangen is bovendien wel wat kritiek op het ondemocratisch gehalte van de ‘regering’ en het ‘parlement’ in ballingschap. Het ‘parlement’ telt 43 leden, van wie er minimum 10 geestelijken moeten zijn. Het huidige ‘parlement’ kwam de laatste vijf jaar slechts tweemaal per jaar samen. De ‘ministerraad’ telt acht leden, van wie er één verkozen is – de ‘eerste minister’ – en de zeven andere aangeduid zijn door de dalai lama. Drie van de ministers zijn geestelijken en twee andere zijn familieleden van de dalai lama.[7]

Een Tibetaanse ballingenkrant (“The independant”) publiceerde einde 1995 een cartoon met als titel “de huidige toestand van de Tibetaanse democratie”. Daarop was een gebouw te zien met drie pilaren: “wetgevend, juridisch en uitvoerend”. De pilaar “wetgevend” steunde het dak, maar kwam niet tot aan de grond. De pilaar “juridisch” stond op de grond maar kwam niet tot aan het dak. Enkel de “uitvoerende” steunde het dak en stond op de grond. De commentaar was: “In de huidige Tibetaanse regering in ballingschap is er geen controlerend orgaan. Al het werk is enkel gericht op het voldoen van de wensen van de dalai lama. Wat is dat voor een democratie?”[8]

Een symbolisch pensioen?

Plots afstappen van een vrij absolute macht binnen de Tibetaanse gemeenschap in het buitenland naar een teruggetrokken monnikenleven zal het niet worden. De dalai lama zegt het zelf in zijn toespraak van 10 maart: “ik wil mijn verantwoordelijkheid niet ontlopen (…) ik wil mijn deel doen voor de rechtvaardige zaak van Tibet (…) ik hoop dat de mensen geleidelijk aan mijn intentie zullen begrijpen” (cursief door mij). Merk ook op dat de dalai lama niet vraagt aan de komende ‘parlementszitting’ om al een leider te verkiezen (zie inleiding). Hij vraagt enkel om de ‘grondwet’ aan te passen, die het mogelijk moet maken in een niet nader genoemde toekomst om “een leider te kiezen”.

Alles heeft natuurlijk te maken met zijn opvolging, zowel politiek als religieus. Meestal, in interviews, maakt de dalai lama geen onderscheid tussen beiden. Hij zal er ook over waken wie het wordt en hoe.  

“Indien het Tibetaanse volk een nieuwe reïncarnatie wil, dan moet die in staat zijn de taken af te werken die deze dalai lama niet heeft kunnen vervolledigen. Dat betekent dat hij moet komen uit een vrij land.”[9]

De “af te werken taak” is natuurlijk ‘Groot-Tibet’ losweken van China. Binnen de Tibetaanse gemeenschap in het buitenland is momenteel geen enkele nieuwe figuur in staat om met evenveel charisma de wereld rond te reizen om massale religieus-filosofische sessies voor te zitten en om de politieke boodschap van de afsplitsing uit te dragen. Er wordt gespeculeerd op de jonge 17e karmapa als opvolger. Dat lijkt me niet zo waarschijnlijk, gezien er twee rivaliserende 17e karmapa’s zijn. Eén zit min of meer onder de vleugels van de dalai lama, de andere niet. Maar die tweede heeft veel meer aanhang in het Westen dan de eerste. Bovendien behoren de karmapa’s tot een andere boeddhismeschool dan die van de dalai lama. Er was bloedige rivaliteit tussen de twee scholen, tot in de 19e eeuw. Daar blijven nog spanningen van over.[10]

Het ziet er dus naar uit dat het “pensioen” van de dalai lama nog niet zo direct effectief zal zijn.  

Wel “pensioen voor de Chinese Communistische Partij”!

De 14e dalai lama veroorlooft zich politieke uitspraken, die weinig kerkelijke figuren hem nadoen. In 2009 tijdens een rondreis in de USA werd voor hem op 5 mei een bijeenkomst van 120 bekende Chinese dissidenten georganiseerd in een luxehotel in New York. Hij gaf zijn Chinese toehoorders geen “inleiding tot het boeddhisme”, maar sprak zijn steun uit aan hun streven om de Chinese Communistische Partij (CCP) van de macht te verdrijven. “De CCP heeft lang genoeg geregeerd. De tijd is gekomen dat ze op pensioen moet gaan,” zo zei de 14e dalai lama.[11]

Hij pleit dus voor een verandering van regime in geheel China. Dit thema komt meer op de voorgrond tijdens zijn toespraken en interviews van de laatste jaren. 

In een interview met “Le Nouvel Observateur” van 17 januari 2007 zei hij al:

“het actuele Chinese regime is radicaal materialistisch en communistisch. Dat is belachelijk.”

En uit een toespraak van de dalai lama tijdens een hoorzitting van de Franse senaat, in augustus 2008, volop tijdens de periode van de Olympische Spelen in Beijing:

“Ik benadruk dat China, nu het zich integreert in de internationale markt, beter de idealen van de democratie zou omhelzen. (…) De internationale gemeenschap heeft geen enkele reden om zich te laten pesten door het Chinese communistische regime. Hier in het Westen heerst fundamentele vrijheid. Daarom is het belangrijk dat jullie de kant kiezen van volkeren, die nog niet van die vrijheid genieten.”

Er zijn tientallen voorbeelden opsombaar.

Probeer dan even dit scenario te volgen:

* Einde januari 2010 stuurt de dalai lama twee vertegenwoordigers naar Beijing om er met de Chinese Communistische Partij (CCP) te onderhandelen over het statuut van Tibet.

* Op 18 februari laat hij zich publiek ontvangen door Obama.

* Twee dagen later laat hij zich een medaille "Democracy Service Medal" geven door het 'National Endowment for Democracy' (NED), een neefje van de CIA.

* Tijdens die ceremonie, waar hij die medaille ontvangt, zegt hij: "De Chinese Communistische Partij zou beter op pensioen gaan". (AFP).

Drie vaststellingen:

* Hij 'onderhandelt' met een instantie (CCP), die hij eigenlijk niet meer wil.

* Hij provoceert zijn Chinese onderhandelingspartners door te tonen dat hij gesteund wordt door Obama.

* Hij heeft het niet over Tibet, maar over een machtswissel in Beijing. 

Zhu Weiqun, vicedirecteur van de ‘Eenheidsfrontafdeling’ van de Chinese Communistische Partij antwoordt in dezelfde zin tijdens een interview met het Duitse magazine ‘Focus’, 22 september 2009 :

“Indien de dalai lama zijn internationale kruistocht tegen China stopt, dan kunnen we praten over zijn terugkeer. Tijdens zijn bezoeken aan hoge leiders van landen doet hij niets anders dan de relaties van die landen met China verstoren. Dat zijn politieke interventies, geen religieuze. Tegenover de ‘Deutsche Welle’ zei hij op 2 augustus dat “de Chinese Communistische Partij beter op pensioen zou gaan”. Dat lijkt mij geen religieus discours. Hoe kan dat samengaan: hij wil praten met ons maar tegelijk zegt hij dat we met pensioen moeten gaan. Praten is geen show. Dergelijke stellingen zijn volgens mij ingegeven door de kringen in zijn directe omgeving, buitenlandse mogendheden incluis, sponsoring inbegrepen. Een bepaald land, dat ik niet wil noemen, heeft hem dit jaar 16,75 miljoen dollar steun bezorgd. Die steun heeft de dalai lama sinds lang in een val gelokt.”

Het land dat Zhu “niet wil noemen” is wel publiek gekend. Het Amerikaanse Congres voorzag voor 2010 een bedrag van ongeveer 15 miljoen dollar voor de organisaties rond de dalai lama.[12] Dit is publieke en directe staatsteun vanwege de VS. Daarbovenop zijn er nog tal van semiofficiële NGO’s  en ‘Stichtingen’, die geld doorschuiven.

De Europese commissie van haar kant stelt jaarlijks 1 miljoen euro ter beschikking[13]

Wat betreft de religieuze opvolging van de dalai lama, is de stelling van de Tibetaanse autoriteiten en geestelijken in Tibet zelf duidelijk. “De historische regels voor het zoeken van een reïncarnatie van een hoge geestelijke kunnen niet veranderd worden vanuit de wil van één persoon, die het bovendien om politieke motieven doet,” zo zei Shinza-Tenzin Choeta, zelf een reïncarnatie, sinds 1955, als abt van het Shinza klooster in Lhoka, Zuid-Tibet, en vicevoorzitter van het regionale parlement van Tibet.[14]

De dalai lama van zijn kant heeft al tal van mogelijke versies laten kennen: “na mij stopt het reïncarnatiesysteem (…) ik duid een volwassen reïncarnatie aan (…) een referendum onder de Tibetanen moet uitwijzen of ze na mij nog een reïncarnatie willen (…) een reïncarnatie onder Chinese voogdij zal een valse zijn (…) een reïncarnatie na mij kan een man met blond haar zijn of zelfs een vrouw (…) “wij houden een gesloten conclaaf zoals de katholieken een nieuwe paus kiezen” en nog andere varianten.

Shinza-Tenzin Choeta: “de dalai lama overtrad het boeddhistisch geloof door te spreken over hemzelf na zijn dood. Dat doen de hoge geestelijken niet.”


[1] Herdenkingsdatum van het begin van een gewapende opstand in Lhasa in 1959, die na enkele dagen mislukte en leidde tot het vertrek van de dalai lama naar Indië. 10 maart wordt door de gevluchte opstandelingen de ‘national uprising day’ genoemd. Met die slogan zijn er jaarlijks betogingen op 10 maart in verschillende wereldsteden door verdedigers van de onafhankelijkheid van Tibet.

[2] Voor de 120.000 Tibetanen in het buitenland, maar tegelijk bedoeld als voorontwerp van een grondwet voor een ‘Vrij Tibet’.

[4] Bijkomende noot: in het "Charter of Tibetans in Exile" staat onder artikel 8 gedefinieerd wie aanspraak kan maken op het Tibetaanse staatsburgerschap. Het hoofdcriterium is etnisch: ben je een Tibetaan, dan ben je een Tibetaanse burger. Dat betekent dat de geëiste "autonomie" een “apart” burgerschap wil instellen in China. Er staat ook in dat bij gemengde huwelijken de niet-Tibetaan van het koppel een verzoek moet indienen om zich te laten naturaliseren. Zo zijn er al enkele duizenden in Tibet. De regels om aanvaard te worden als "Tibetaan" bestaan nog niet, die moeten "later" door het "autonome regime" bepaald worden, zo staat in het charter.

[5] Zie website CTA (Central Tibetan Administration), de ‘regering’ in ballingschap.

[6] Zie persoonlijke website van de dalai lama en ook een uitzending op France-Antenne2 van 9 oktober 2008.

[7] Een schoonbroer en de 2e vrouw van een andere schoonbroer.

[8] Agence de presse Xinhua, 29/12/2008

[9] interview met Amitabh Pal, verschenen in MO-magazine, mei 2006

[11] Asia Times Online 21/5/09 en Voice of America 30/4/09

[12] Website ‘international Campaign for Tibet’, ‘Tibet appropriations’, FY 2010

[13] resolutie Tibet van het Europees Parlement, 25/11/2010.

[14] China Tibet Online, 9/3/2010.

19:00 Gepost door infortibet in dalai lama | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, china, lama, geweld, karmapa, usa

28-02-11

De ‘vlag’ van Tibet

De ‘vlag’ van Tibet bestond niet. Die is uitgevonden na de mislukte opstand van de onafhankelijkheidstrijders in 1959. Zelfs niet tijdens die opstand, die op gang kwam in 1956 en eindigde met de uittocht in 1959.

Algemeen waren vlaggen geen statussymbool in Tibet. Niet zoals bij ons, waar elke edele familie zijn embleem had. In Tibet waren er religieuze en mythische afbeeldingen of voorwerpen, maar geen vlaggen.  De ‘Tibetaanse vlag’ is door de gevluchte onafhankelijkheidstrijders uitgevonden om geloofwaardig te worden voor Westerse ogen. Sommige bronnen maken gewag van een Japanse militaire adviseur van de 13e dalai lama als ontwerper van de ‘Tibetaanse vlag’. Er is natuurlijk de gelijkenis met de Japanse vlag van tijdens de Tweede Wereldoorlog (de zonnestralen). Dit was tijdens de periode dat de zwakke en jonge Chinese republiek zijn invloed verloor op Tibet. Rusland, Japan en Engeland probeerden het vacuüm te vullen. Het werden de Engelsen, die het pleit wonnen tot bij het begin van de tweede Wereldoorlog. De Japanse ‘zonnestralen’ zagen nooit het licht. Het leger van de 13e dalai lama gebruikte een andere vlag, volgens Alexandra David Neel, die de periode meemaakte. De militaire vlag van de 13e dalai lama was een leeuw, de rechthoek vullend (Une parisienne à Lhassa, pag 26). Alle andere Westerse bezoekers in het Tibet van voor de Chinese revolutie hebben het nooit over een vlag gehad. Toch zegt de administratie van de huidige dalai lama dat hun vlag dateert van de 8e eeuw (het grote Tubo-imperium) en dat de 13e dalai lama die als officiële aannam. Maar niemand zag die tijdens de regeerperiode van de 13e dalai lama (eerste derde van de 20e eeuw). So what?

18:41 Gepost door infortibet in geschiedenis 20e eeuw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, onafhankelijkheid, china, engeland

07-01-11

Soros in Tibet

Neen, niet Georges Soros, de Hongaars-Amerikaanse multimiljardair, maar zijn dochter, Andrea Soros. Zij heeft mooie projecten voor ontwikkelingshulp lopen in gebieden in China waar Tibetanen leven. Met een ‘laag profiel’, er komt geen politieke inmenging aan te pas. Dit strekt haar tot eer. Sinds 1993 sponsort haar ‘Trace Foundation’ voornamelijk onderwijsprojecten voor Tibetanen in de provincie Qinghai. Samen met de lokale overheid bevordert haar stichting het publiceren van boeken in het Tibetaans, voor de jeugd en voor de scholen. Ook handboeken in het Tibetaans van moderne wetenschappen: fysica, wiskunde, computertechnologie e.a.

Dit terwijl ons Europees parlement nog op 25 november 2010 een resolutie[1] stemde tegen China, waarin staat dat de Tibetaanse taal gemarginaliseerd wordt en dat dit niet mag, want “De inheemse volkeren hebben het recht hun onderwijssysteem in hun eigen taal te organiseren”, zo staat in de resolutie. Ja, natuurlijk, maar Europa is geen goede leermeester, indien je dit bv aan de Bretoenen vraagt. De provincie Qinghai is een provincie met ‘faciliteiten’. De meerderheid van de bevolking is er niet-Tibetaans. Toch zijn er streken waar de Tibetanen in de meerderheid zijn. Daar wordt de Tibetaanse taal dan wel gebruikt in het onderwijs, enfin, min of meer. Andrea Soros helpt om dat wat meer te doen worden. Lovenswaardig. Maar hoever moet of mag men daarin gaan? In de provincie Qinghai leven bv evenveel mensen van Arabische afkomst als dat er Tibetanen zijn. Zij wonen daar al 500 à 700 jaar. Zijn zij een ‘inheems’ volk of immigranten die zich maar moeten aanpassen? Trouwens, de Tibetaanse bevolking in Qinghai was daar niet veel eerder: ten dele in de 9e eeuw, zelfs grotendeels later, tijdens en na de Mongoolse dynastie in China (vanaf de 13e eeuw). Tevoren waren de ‘Tu’, de ‘Xixia’ en de ‘Qiang’ de ‘inheemse volkeren. Daar bestaan nu nog enclaves van. Wat met hun taal? China heeft 54 ‘inheemse’ volkeren. Sommigen zeggen dat er zelfs meer zijn. Ja, een Limburger is eigenlijk ook geen Vlaming en in de Nederlanden is het ABN nog niet zo oud (de reactie van mijn ouders bij het begin van het ABN: ‘op wat trekt dat nu, dat is géén taal’!). Het is een immense taak, voor een ontwikkelingsland dat China nog grotendeels is, om al die culturen en talen flink te ondersteunen. Er wordt wel in die richting gewerkt. ‘Bijna vergeten’ talen van grote bevolkingsgroepen worden opnieuw onderwezen, zoals de Yi-taal en het Mandchu.

 

Terug naar de Tibetanen in de provincie Qinghai, waar een tiental ‘inheemse’ volkeren leven. Voor de Tibetanen is er nog een bijkomend  probleem. Te weinig Tibetanen van die provincie zijn de Chinese taal machtig en zijn daardoor benadeeld in de hogere jobs. Het zijn herdersjongens op overschot, zonder veel schoollopen. Een partijsecretaris van de provincie onderkende onlangs dit probleem en zei: “tweetaligheid is een uitstekend middel om hier te moderniseren” (dat klinkt ons zelf in België bekend in de oren). Hij bedoelde: vlugger Chinees onderwijzen aan de Tibetaanse kinderen. Dat namen die laatsten niet en betoogden voor het behoud van het Tibetaans als eerste taal in hun scholen. De lokale partijinstanties schrokken en zeiden: “akkoord, geen hervormingen zonder het akkoord van de ouders en de leerlingen.” Tot daar het verhaal, dat het Europees Parlement een volledige dag bezig hield en leidde tot een resolutie tegen het beknotten van de Tibetaanse taal (“repressie en marginalisatie van de Tibetaanse taal”, zo staat het er). Zwakke grond voor twee pagina’s resolutietekst na een tiental interventies in voltallige zitting. Het Chinese parlement verliest geen tijd aan het probleem van de Basken.

Nog dit: Op de website van DeWereldMorgen.be las ik onlangs nog dat “de Tibetanen geen recht hebben op onderwijs in hun eigen taal.” Wanneer leerlingen betogen voor ‘het behoud’ van Tibetaans als eerste taal op school, dan kunnen ze dat enkel doen wanneer er wel degelijk onderwijs is in het Tibetaans, me dunkt.

 

Terug naar Andrea Soros. Zij doet daar goed werk en zoals gezegd: samen met de lokale overheid. Haar NGO, ‘Trace Foundation’, heeft bureaus in Xining (Qinghai), Lhasa (Tibet) en Chengdu (Sichuan). Sinds 1993 sponsort de Trace Foundation projecten in deze drie provincies plus Yunnan en Gansu. De eerste tien jaar was dit onder de vorm van subsidies verlenen aan lokale projecten, maar sinds 2004 zette de Trace Foundation ook eigen projecten ter plaatse in gang, voornamelijk in het secundaire en hoger niet-universitair onderwijs. Het gaat bv over het verlenen van beurzen aan jonge afgestudeerden of onderwijzend personeel om handboeken en ander onderwijsmateriaal in het Tibetaans te produceren in de modernere domeinen zoals wetenschappen en techniek. Daarbij moeten zelfs nog woorden uitgevonden worden (het is nog niet lang geleden dat het Chinees vocabularium de wereld bijbeende). De Trace Foundation doet rechtstreeks aan begeleiding van het project. Eén project bv, liep van 2005 tot 2010 en verleende een drieduizendtal beurzen. Totale som: 10 miljoen US dollar, waarvan Trace er 5,3 miljoen op zich nam. De rest kwam van de lokale overheid. Bij het project zijn 27 Tibetaanse instituten betrokken, verspreid over de genoemde provincies. Andere projecten zijn bv het mee subsidiëren van de vorming van Tibetaanse leraars voor het secundaire en hoger onderwijs.

 

De totale jaarlijkse ontwikkelingshulp van Andrea Soros aan de Tibetanen bedraagt 6 miljoen US dollar (laatst gepubliceerd cijfer, 2007). Daarnaast zijn er nog de werkingskosten, de hoofdzetel in New York, permanenties in China, enz. Ongetwijfeld komt er wel wat zakgeld van vadertje Soros, voor hem zijn dat kruimels. Georges Soros verstopte het indertijd niet dat hij heel wat geld doorschoof naar bewegingen in Oost-Europa, die Oost-Europa naar het Westen zouden doen vallen. Zijn dochter, Andrea Soros, heeft het dus in de VS niet gemakkelijk, links nam haar onder vuur als ‘running-dog CIA front’. Maar haar website, haar publieke verklaringen, haar projecten vermijden met opmerkelijke nauwkeurigheid elke politieke inmenging in China. So what? Zij steunt in de feiten de Tibetaanse cultuur, in samenwerking met de lokale overheid. Indien ik papa Soros was, zou ik daar niets tegen hebben. Misschien denkt hij: ‘mijn dochter heeft daar een ferme voet aan de grond, al 20 jaar, dat kan niet slecht zijn’.

 

Andrea Soros is wel niet enkel actief in haar ‘Trace Foundation’ voor ondersteuning van de Tibetaanse cultuur. Er is nog de ‘Tsadra Foundation’, bedoeld om Amerikanen en Europeanen beurzen te verschaffen om zich te vervolmaken in het Tibetaans boeddhisme. Daar is de kans zeer groot dat de begunstigden wel tegelijk politieke activisten zijn voor de onafhankelijkheid van Tibet. Verder is Andrea een welbekende bij de ‘Rockefeller Foundation’, via nog een ander fonds dat ze beheert, het ‘Acumen Fund’. Dit laatste ‘investeert’ (ja, ontwikkeling via rentabiliteit) in mini-projecten in de Derde Wereld. Wat de Rockefellers betreft in de VS: die zitten in de hoogste politiek-financiële sferen, soms zeer controversieel ondemocratisch.



[1] In die resolutie vernemen we dat de Europese Unie in haar budget van 2009 1 miljoen euro voorzien heeft voor “het behoud van de Tibetaanse cultuur, meer specifiek onder de Tibetanen buiten China”. Het is niet enkel het Amerikaans Congres dat de kringen rond de dalai lama geld toestopt. De VS geven echter veel méér.

tibet 05 (51).JPG

Een klasje, per toeval bezocht, in de omgeving van Qamdo, Oost-Tibet, gesponsord qua uitrusting. Neen, niet door Andrea Soros, maar door het stadsbestuur van Chengdu (Sichuan).

17:47 Gepost door infortibet in onderwijs | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, usa, china, qinghai, taal

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende