31-05-10

Jezuïeten in Tibet

Europa had in de eerste 1500 jaar van onze jaartelling geen weet van het hoogplateau, noch van Tibet. De Arabische reiziger en handelaar, Suleiman, wist Tibet in 880 te plaatsen en Marco Polo schreef er op het einde van de 13de eeuw over. Maar het is pas enkele eeuwen later dat de eerste Westerse Europese verkenners Tibet te zien kregen. Die voorhoede van Europa waren missionarissen.

 

Rond de machtswissel tussen de Ming en de Qing dynastie in de 17e eeuw maakte Tibet voor het eerst kennis met christelijke missionarissen. Europa had tot dan toe nauwelijks weet van het hoogplateau. Maar in 1581 schreef de jezuïet Acquaviva, die in India diende: “Wij hebben een nieuwe natie gevonden die Bottan heet (hij had het over Tibet) en ten noorden van Lahore ligt, in het land waar de bronnen van de Indus zijn. De mensen zijn er vroom en er zijn geen moslims te bespeuren, dus moeten wij enkele confraters sturen om ze te bekeren.” . Maar dat was rapper gezegd dan gedaan. Met de steun van de paus en de Spaanse koning Filips II ging de jezuïet Bento de Goes als eerste op expeditie, maar hij kwam niet verder dan de huidige Chinese provincie Xinjiang en tekende de noordelijke contouren van het plateau.

 

In 1624 drongen Antonio de Andrade en Manuel Marques als eerste Europeanen vanuit het zuiden de Tibetaanse Kailash-regio binnen. In Barang, het eerste stadje, stichtten ze een missie. Barang is ook vandaag de plaats waar Westerse toeristen hun tocht naar de Kailash aanvangen. Met de hulp van de koning van Guge in West-Tibet bouwden ze een kerk. In de jaren tachtig vond een Tibetaans archeologisch team een Tibetaans ritueel masker in de streek. Bij nader toezien was het gemaakt uit een soort papier-maché, met verharde klei eromheen. Het papier was nog redelijk intact en bleek een verzameling pagina’s uit de bijbel te zijn, in het Portugees. Dit is het enige overblijvende bewijs dat Antonio de Andrade wel degelijk in de regio verbleven had.

 

In diezelfde periode staken de paters Cacella en Cabral, ook al jezuïeten, de grens over tussen Bhutan en Tibet en vestigden zich in Xigaze. De eerste bekeerders die in Lhasa aankwamen waren de jezuïeten d’Orville en Grüber, in 1661. D’Orville was de zoon van een Brusselse graaf. Zij kwamen uit het noorden, dwars door Qinghai en hadden daarvoor de goedkeuring van de Qing keizer gevraagd en gekregen. Als eerste Europeanen beschreven zij de Tibetaanse gebedsmolen, maakten een schets van het Potala, dat toen in de steigers stond, en noteerden de losbandigheid van de 6de dalai lama. D’Orville hield het slechts één maand uit, moest door ziekte terug naar India en stierf er kort nadien van uitputting. De schets van het Potala zou het enige beeld blijven dat Europa van Lhasa had tot in 1901. Twee andere Jezuïeten, Hippolito Desideri en Emmanuel Freyre, wilden in 1716 in Barang gaan zien of er nog christenen waren. Zij konden kort met de Mongoolse krijgsheer Lajang Khan sympathiseren, die toen het gebied controleerde, maar werden zowaar onder de voet gelopen door de Dzoungaren, die in die periode Tibet binnenvielen en veroverden.

 

In 1846 kwamen twee Franse lazaristen, abbé Huc en abbé Gabet, naar Lhasa. Zij bleven slechts drie maanden en waren de bijna eerste en zeker de laatste christelijke missie in de hoofdstad.

 

Meer kerken bij de Tibetanen van Yunnan

De provincies Yunnan en Sichuan kregen meer en langer bezoek van Westerse missionarissen. Je vindt er nu nog eigenaardige enclaves. Cizhong is een dorp op de bovenloop van de Mekong in de provincie Yunnan, niet ver van de grens met Tibet. Een katholieke kerk staat er naast een opeenhoping van mani-stenen (erfenis van de bon religie, overgenomen door het Tibetaanse boeddhisme). De meerderheid van de 100 families die het dorp telt noemen zich katholiek. De kerk dateert van 1905. Een Franse missionaris ligt er begraven in de tuin. Zijn Chinese naam is Wu Xudong. Het interieur van de kerk is nog prima bewaard, alle revoluties ten spijt. Wie woont in het dorp? Tibetanen, Nu, Lisu en Naxi. Weer één van die mengstadjes, die door de 14e dalai lama in de “grote culturele Tibetaanse zone” meegetekend worden. Een eigenaardigheid voor Cizhong zijn de wijngaarden. De Franse missionaris leerde “zijn uitverkoren volk” wijn fabriceren, nuttig voor de mis maar ook voor dagelijks gebruik. De inwoners van Cizhong hebben die ingevoerde traditie voortgezet. Wordt je uitgenodigd bij mensen thuis, dan krijg je een beker rode Cizhong wijn geserveerd.

 

In Tibet zelf bevindt de enige christelijke kerk zich in het dorp Yanjing, op de oever van de Mekong, niet ver van de provincie Yunnan. Op het einde van de 19e eeuw kochten drie Franse missionarissen het dorp af van het plaatselijke lamaïstisch klooster. Hun opvolger, Maurice Tornay, sneuvelde toen in 1940 de monniken van de nabije Tibetaanse boeddhistisch klooster zijn residentie, de kerk en het dorp gewapenderhand terug innamen. De kerk geraakte in verval, maar gedurende de Culturele Revolutie kreeg zij een nieuwe functie: lagere en middelbare school. De hoge beuken kregen een dubbel plafond en werden twee schoolverdiepingen. Rond 1990 werd het kerkje in zijn oorspronkelijke vorm gerestaureerd. Een Tibetaan, die zich “vader Laurent” laat noemen, nam de dienst als priester over, geassisteerd door twee Tibetaanse katholieke nonnen. Met het lamaklooster zijn er geen twisten meer want ze wonen elkaars hoogfeesten bij.

15:16 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, europa, christendom, yunnan