03-04-10

Vernieuwing van woningen in Tibet

In vier jaar tijd (2006-2009) heeft ongeveer 80% van de landelijke bevolking een nieuw huis gebouwd. Dat zijn 200.000 gezinnen, goed voor 1,2 miljoen mensen. Het ging om een grootscheepse campagne van de lokale overheid in Tibet. Gemiddeld kreeg een familie 6000 euro subsidie voor de vernieuwing van hun woning. Tegelijk werden de voorzieningen voor drinkwater, elektriciteit en telefoon uitgebreid. In de loop van 2010 hoopt de overheid de overige 20% van de mensen te kunnen helpen bij het bouwen van een comfortabel huis. De aanblik van de wooncondities op het Tibetaanse platteland is voor een gewone bezoeker zoals ik inderdaad grondig veranderd op zeer korte tijd.

DSCN4034

21:47 Gepost door infortibet in sociaal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, wonen, dorpen

15-02-09

Het methaangasfornuis van mevrouw Dolma

De familie Dolma, in de omgeving van Gyangze, heeft een gasfornuis op methaan. Dolma is een oude dame, die hier met haar zoon, schoondochter en kleinkinderen 2 hectare bewerkt. Bij de verdeling van de gronden in 1981, bevatte haar familie 11 personen, vandaar een grote lap grond. Zij produceren gerst, tarwe, koolzaad, aardappelen, kolen en rapen. Daarnaast hebben ze acht dieren. Zij bouwden een nieuw huis, maar tijdens de constructieperiode overleed de man van Dolma. Dan is het de Tibetaanse gewoonte om de werken 1 à 2 jaar stil te leggen als deel van de rouw. Het nieuwe huis is dus niet af, een oude vleugel doet evengoed nog dienst. Voor het huis hebben zij 1200 euro staatspremie gekregen voor een totale kost van 9000 euro.

Bij het binnenkomen zeggen we aan mevrouw Dolma dat we haar gasfornuis wel willen zien. Zij begint het direct af te stoffen. Wij proberen het aan te steken: er blijkt geen vlam uit te komen.

 dolma

Dolma bereidt voor ons boterthee met een elektrische mixer.

Het dorp telt ongeveer 70 families, meestal grote gezinnen, drie generaties samen, goed voor 10 personen. Op mijn vraag of er families het dorp verlaten om in de stad te gaan wonen, antwoordt zij dat een deel van de kinderen, die onderwijs genoten en jobs vinden als bediende, onderwijzer of zoiets, naar de stad trekken. De boeren zelf migreren niet definitief naar de stad, één van de zonen, die minder naar school ging, neemt normaal de boerderij over.

Een tweede zoon van Dolma studeert aan de universiteit van Lhasa. Die zal ginder waarschijnlijk blijven. “In zeldzame gevallen,” voegt Dolma er nog aan toe, “komen oudere mensen alleen te staan. Wanneer zij hun land niet meer kunnen bewerken, worden zij in Xigaze in een home geplaatst.”

Bij een andere familie krijgen we een prima werkend gasfornuis te zien, felle vlam op twee bekkens tegelijk, maar de warmwaterketel staat op de gewone houtkachel te stomen. Een buurman, iets verderop had er ook een, maar zei ons direct dat het niet werkte. Zo ook in een dorp verderop, waar de dorpschef ons zijn vlam laat zien: zwakjes. Hij verdedigt het systeem en zegt dat een dertigtal van de families in het dorp er een heeft laten installeren. “Het bespaart hout,” zo zegt hij, maar het klinkt als een slagzin van de overheid waar hijzelf niet in gelooft. Dat leiden wij af uit zijn excuus voor zijn ‘zwakke’ vlam: “De boeren hebben tijdens het oogstseizoen geen tijd genoeg om de vulling van de put optimaal te houden.” In dit dorp hier hebben de boeren naast hun huis een lapje lage bomen en kreupelhout, genoeg voor het weinige dat zij verbruiken, een beetje, gemengd met gedroogde yakdrollen, voor de keukenkachel en dat is alles. De rest van het huis is echt niet op 20°C in de winter, er is gewoon geen verwarming. Bij kou trekken de Tibetanen nog altijd een kledingstuk meer aan.

Er zijn natuurlijk veel dorpen in Tibet, waar zelfs geen kreupelhout staat. Het principe “methaangas produceren met uitwerpselen van het vee en het  verbranden” is goed voor het wereldklimaat, denk ik, maar de praktische toepassing moet de mensen enthousiast maken, anders wordt het een maat voor niets. Waar het goed schijnt te werken, volgens het zeggen van de boeren hier, is voor het verwarmen van serres in de streek van Lhoka. Dat zal dan maar voor een volgende keer zijn.

15:05 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, biogas, dorpen, landbouw, onderwijs, gyangze

Op bezoek bij boer Dorje

De vrouw van boer Dorje steekt haar tong ver uit telkens ik naar haar kijk, als traditioneel teken voor “welkom”. Zij vormen een arm gezin, dat het nu stilaan beter krijgt. Eén dochter woont officieel nog thuis, maar zij werkt in een hospitaal in Lhasa en logeert er doorgaans bij een oom die in een bankkantoor werkt. Een andere oom is militair in Lhasa. Beide omen, de broers van Dorje, geven jaarlijks wat financiële steun aan het gezin van Dorje. Samen met het inkomen van de dochter tilt dit hun inkomen boven het precaire.

Dorje woont hier in het dorp - niet ver van Gyangze - sinds 2000. Toen moest hij verhuizen omdat zijn huis, vroeger lager gelegen, weggespoeld was door de rivier. Hij kreeg hier 1/4e hectare toegewezen, waaruit hij toch 4 ton gerst haalt omdat het goede grond is. Daarnaast heeft hij slechts acht dieren. Dorje en zijn vrouw zijn 26 jaar samen en nu pas beginnen zij, wat ze noemen, “een goed leven te leiden”. Zij konden een kleine tractor kopen en doen vervoerwerk voor andere boeren of voor bouwprojecten van de overheid. Hun “luxe” is een kleine draagbare TV. In de keuken hebben ze nog hun allesbrander en een gat in het plafond voor de rook. De keuken is hun winterkwartier, want in de andere kamers hebben zij geen verwarming. Op de koer is er een waterkraan. Nog een recent overheidsproject: alle dorpen voorzien van stromend drinkwater. Een oudere dochter is al getrouwd en het huis uit, zij werkt in het treinstation van Lhasa. Haar zoontje, dat in het ouderlijk huis van Dorje geboren is, verblijft nog steeds bij de grootouders. Volgend jaar verhuist het kind naar Lhasa, omdat de schoolleeftijd eraan komt. Onderwijs voor de kleinkinderen vinden de landbouwers in Tibet meer en meer belangrijk, een algemene vaststelling bij alle families die ik de laatste jaren bezocht. Ook bij Dorje is er een religieuze kamer, hoewel zijn huis niet zo groot en niet recent vernieuwd is. In de huiskamer hangt er een affiche met de gezichten van vroegere leiders van China: Mao, Deng en Jiang Zemin. In het dorp wonen 45 gezinnen.

bij boer Dorje

14:14 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, ontwikkeling, dorpen

26-01-09

De graanschuur van Tibet

Als men over Tibet spreekt, dan moet men het over de boeren hebben, die 83 %[1]  van de bevolking uitmaken.

In oktober 2008 kon ik hen de oogst zien binnenhalen, samen met een vriend en tolk. De contacten met de landbouwers verliepen zonder begeleiding van lokale politici. Niet dat ik geen vertrouwen kan geven aan lokale overheden – daar had ik in het verleden al verschillende malen mee te maken – maar voor onze gevoelige Westerse oren klinkt het neutraler als ik die mensen negeer. Wat niet mijn mening is, maar kom, deze keer alleen op pad met mijn Tibetaanse gezel. Uit ervaring weet ik ook dat Tibetanen ronduit hun mening zeggen, directer dan de Han Chinezen en zelfs tegenover een vreemde snuit.

De graanschuur van Tibet is de streek ten westen van Lhasa, met de steden Gyangze en Xigaze als centrum.

Wij stoppen in een dorp waar de naoogst nog volop aan de gang is. Het is ongeveer 10 uur in de voormiddag en het vriest nog flink, de irrigatiekanaaltjes zijn nog bevroren. Ik vraag me af of dit deel uitmaakt van het idyllisch beeld van Tibet dat wij in het Westen hebben: ’s morgens bij de eerste klaarte een trui meer aantrekken en in de snijdende wind bij -5°C beginnen te dorsen, daar moet je spiritueel sterk voor staan. “Er viel genoeg regen in de streek het afgelopen jaar en er waren geen rampen,” zo vertelt een boer ons, “de oogst is goed.” Hij ziet er glunderend uit in de zon. Dat bewerken van de oogst is spectaculair in de streek: elk dorp is er simultaan mee bezig en de dorpen liggen hier op gezichtsafstand. Daarenboven is in ieder dorp elke familie tegelijk aan het werk, meestal op een daarvoor voorziene platgestampte grond, centraal in het dorp. De grootmoeders zorgen voor de kleine kinderen, de grotere kinderen zijn naar school, waar ze tijdens de week blijven slapen, kost en inwoon, schooluniformen, boeken en schriftjes gratis.

Voor de bewerking van de oogst hebben de boeren enkele zeer primitieve werktuigen of machines. Het dorsen gebeurt met een ouderwetse dorsvlegel. Met een vork gooien ze dat mengsel stro en granen de hoogte in en een elektrische ventilator op een voet blaast het kaf eruit. In een ander dorp hebben ze een soort kanonblazer die het mengsel schuin de hoogte in blaast, waarbij de graankorrels verder vliegen dan het kaf, tot op een groot plastieken zeil op de grond. Dit gaat vrij vlug en het “kanon” verhuist dan ook van familie naar familie. Het stro wordt in zakken gepropt als wintervoorraad voor de dieren.

Melkkoeien

De oogst was al binnen in deze oktobermaand bij de familie van Pema, 55 jaar en de “vrouw des huizes”. Met haar man heeft zij vijf grote kinderen, één dochter en vier zonen. De dochter is uitgehuwd en woont niet meer in. Drie zonen wonen wel nog in en delen één vrouw, naar oude Tibetaanse gewoonte. Dat viertal heeft drie kleine kinderen, drie jongens. Een vierde zoon is monnik in Gyangze. Het mannelijke overheerst nogal maar als boerenbedrijf doen zij het goed, mevrouw Pema is zaakvoerder en boze goden worden afgeweerd door de vierde zoon in het klooster. Indertijd bij de ontmanteling van de communestructuur, kreeg Pema een flink stuk grond toebedeeld omdat ze vijf kinderen had: 25 mu of bijna 2 hectare. Zij verbouwen er traditioneel gerst op, waarvan zij er jaarlijks vier ton kunnen verkopen, de rest is voor eigen gebruik. Dat brengt hen ongeveer 600 euro op. Maar zij gingen ook in op enkele kansen die de overheid bood om hun bedrijfje te diversifiëren: de staat gaf 50% aankoopsubsidie voor speciale melkkoeien, die meer melk geven dan yaks. De familie heeft er nu 11 en specialiseert zich in het produceren van melk en kaas. Voor het voederen van de koeien in de winter krijgt de familie Pema gratis een zekere hoeveelheid maïs van de overheid.

mevr pema

Mevrouw Pema en een paar van de "mannen in het huis".

De meeste Tibetaanse boeren hadden 10 jaar geleden niets anders dan het geldelijk inkomen van hun gerst, waardoor zij amper aan de helft kwamen van het Chinese nationale gemiddelde inkomen van de boeren. Twee evoluties brengen daar nu stilaan verandering in: de landbouw diversifieert en in de winter is bijklussen in de bouw of in het transport mogelijk. Twee zonen van Pema gaan van november tot april in de stad werken. Zij hebben een kleine tractor met aanhangwagen, een investering voor hen van 1500 euro. De familie bezit ook een kleine dorsmachine, 400 euro. Hun diverse activiteiten brengen het totale geldelijk inkomen van de familie net boven de 2.000 euro per jaar, wat ongeveer overeenkomt met het gemiddelde van de boeren in China. Hun inkomen wordt niet belast. Dat zijn nog minieme bedragen, slechts iets meer dan de internationale armoedenorm van 1 dollar per dag per persoon.

Voor 1959 was er in Tibet onder de gewone mensen bijna geen geld in omloop, zij moesten de oogst grotendeels afgeven aan de heer of aan de kloosters en wat overbleef was nauwelijks genoeg om zelf te overleven. Er was een beetje ruilhandel en geld was praktisch onbestaande. De elite had wel geld, zij waren miljardairs bij manier van spreken. Twee voorbeelden. In 1951, net voor de aankomst van het Rode Leger in Lhasa, liet de familie van de 14e dalai lama met een karavaan van honderden geladen muilezels de familieschat in veiligheid brengen in Sikkim. De schat kwam nooit terug. De boekhouder van het Potala paleis schrijft in zijn memoires dat de totale waarde ervan ongeveer 5 miljoen USdollar (van toen) bedroeg.[2]

Een ander voorbeeld: de regentlama voor Tibet tijdens de jonge jaren van de 9e en de 10e dalai lama (die beiden jong stierven) werd in 1844 afgezet door de Chinese Qing keizer Daogang wegens corruptie. Zijn fortuin van 144.000 zilverstukken (taëls) werd aangeslagen en verdeeld onder de kloosters in de streek van Xigaze. Zijn ruime provisies (300 hl rijst, 7.000 hl gerst en tarwe samen) gingen deels naar de lokale functionarissen en deels naar het Chinese leger.[3]   

 

Huizen

Mevrouw Pema heeft een prachtig groot huis, naar onze normen een grote villa, maar zonder verwarming. De overheid stimuleert sinds vijf jaar de landelijke Tibetaanse bevolking om zich een deftig nieuw huis te bouwen en geeft daarbij subsidies naargelang het inkomen (meer indien minder). De kantonale overheden hebben zelfs de vrijheid om delen van het budget te besteden aan gratis woningen voor arme families.

De familie van Pema was niet van de armste en aan hen werd slechts 10% bouwsubsidie toegekend. Hun woning kostte 10.000 euro, hoofdzakelijk aan bouwmaterialen, want het bouwen dat deden zij zelf, volgens een traditioneel patroon voor de streek. Alle huizen zijn gelijk behalve de versiering en de meubelen. In alle huizen is er een religieuze kamer. Die van Pema is groot, 5m op 8m. Een beeld van Sakyamuni en een van Padmasambhava, grondlegger van het Tibetaanse boeddhisme in de 8e eeuw, naast foto’s van de 9e, de 10e en de 11e panchen lama. Ik vraag hen of ze dagelijks in de religieuze ruimte komen. Neen, slechts enkele malen per jaar of bij speciale gebeurtenissen zoals geboortes, ziekten of overlijden. De kamer is als het ware het “woonvertrek” voor Boeddha en zijn illustere discipelen. Zij toont mij een kader met foto’s van haar familie. Haar broer is “intendant” van de huidige 11e panchen lama. Intendant is een soort kamerjongen of heer belast met het huishouden van de panchen lama. En wat denken zij van de rellen in Lhasa in maart 2008? Mevrouw Pema vindt die zeer erg voor Tibet, volgens haar zijn het ‘bandieten’ die ze veroorzaakten. Maar of de 14e dalai lama er voor iets tussen zat (wat de Chinese regering zegt), daarop antwoordt zij: “Onze godsdienst verbiedt ons om iets kwaads te zeggen over de 14e dalai lama. Dat zou ons karma voor onze toekomstige levens kunnen beïnvloeden.”



[1] Tibet Statistical Yearbook 2008

[2] Tashi Tsering, autobiography, pag57-58, East Gate Books, USA, 1997.

[3] Biography of the 11th dalai lama, rapporten van Qing commissaris Qishang, geciteerd in “The system of the dalai lama reincarnation”, Chen Qingying, China International Press, 2005


16:58 Gepost door infortibet in landbouw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dorpen, inkomen, overheidssteun, families

11-11-08

vrije kritiek

Ma Rong is een professor, socioloog en demograaf met wereldfaam. Hij publiceerde tal van studies over Tibet. Gedurende het seminarie over Tibet in oktober 2008 gaf hij vrije loop aan zijn kritieken. "Wij moeten praktischer zijn in ons denken. Welk soort lichte industrie is nuttig voor Tibet? Noem ze concreet. En welke technieken moeten in het onderwijs bijgebracht worden? Is het wel nodig om een groot deel van de mensen te concentreren in steden? Ik ben er niet van overtuigd dat iedere Tibetaan best gaat wonen in de vruchtbare en 'gemakkelijke' vallei van de Yarlung Tsangpo. Mensen doen verhuizen is geen oplossing op zich. Wij moeten tevens rekening houden met de migranten in de streek; wat moeten we hen bieden, hoe ze organiseren? Wij moeten creatief zijn, niet enkel zeggen: de regering zegt dit of dat, dus moeten we dit of dat doen." Ma Rong reageerde op een uiteenzetting van een jonge tibetoloog, die een enquête gedaan had in een 'verplaatst' dorp. Volgens de jonge onderzoeker waren de mensen tevreden want er was kraantjeswater, een schooltje en een eerstezorgcentrum. Bovendien konden een aantal mensen werken in een waterzuiveringstation en in een maalderij. Tevoren woonden die mensen in een afgelegen oord, waar geen weg naartoe was. De jonge socioloog kon niet antwoorden op de vraag of het inkomen van de mensen in het 'nieuwe' dorp nu hoger was dan vroeger.

nieuwe ééngezinswoningen

nieuwe ééngezinswoningen. Grote villa's in feite.

20:00 Gepost door infortibet in dorpen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: dorpen, verhuizen, tibet

04-02-07

Blijf van mijn graasgrond af

Een ontmoeting met een dorpschef in de omgeving van Wamda (Dzogang), op de zuidelijke route van Lhasa naar Chengdu. Wamda is bekend voor zijn oude Tsawa Dzogang Sangakling klooster. In het dorp Yargrong, op 40 km van het stadje, leven 173 families, samen goed voor 1.050 personen, allen Tibetanen. De dorpschef Soinam Wozhub heeft een grote familie: zeven zonen en twee dochters. Eén van zijn zonen is monnik in het Dzogang klooster en de zes andere zijn met dezelfde vrouw getrouwd en wonen bij hem in. Samen hebben zij vijf kinderen. Zijn dochters zijn uitgehuwelijkt. Hij verdeelt de landbouwgrondgrond van het dorp op basis van het aantal monden dat elke familie te voeden heeft. Per hoofd wordt 1/15e hectare toegekend, wat gemiddeld een halve hectare per familie geeft. Hijzelf bezit 30 yaks en wat geiten en schapen. Jaarlijks verkoopt hij één of twee yaks. Dit brengt hem 100 tot 200 euro per dier op. De schapen dienen slechts voor eigen consumptie: wol en vlees. Een tweede geldelijk inkomen is het verzamelen van geneeskruiden, het afgelopen jaar voor 200 euro handelswaarde. Een van zijn zonen werkt af en toe in de stad als bouwvakker en brengt 170 euro binnen. Daarnaast krijgt de chef ook nog een vergoeding voor zijn bestuurstaak: 150 euro per jaar. Tel maar samen en je komt nog niet aan een bescheiden maandloon bij ons. Bij hen is dat per jaar voor de ganse familie en het Chinese platteland is grotendeels nog zo. Laat ze maar wat meer kousen in Europa verkopen. Verzachtende omstandigheid is dat per familie slechts 1 euro per jaar voor gezondheidszorg betaald wordt. Terug naar de dorpschef. Zijn grootste bestuurlijke zorg is twistende families uiteenhouden. Ruzie om wiens yak wiens gras opeet. Vooral met nabijgelegen dorpen. Op een betrapte vreemdgrazende yak staat een boete van 10 eurocent. Maar wie zegt welke yak op heterdaad betrapt is? Het komt soms tot geweld, niet tussen de yaks, maar onder de eigenaars. De chef is zowat deurwaarder, rechercheur, bemiddelaar, advocaat en rechter tegelijk. Te veel kopzorgen. Plezantere job is het vragen van microkrediet voor kleine projecten zoals het starten van een kledingzaakje op basis van geitenhaar of voor het bouwen van een irrigatiekanaal. De intrest voor zo’n dingen wordt van overheidswege laag op 2 à 3% gehouden.

graasgrond

Er zijn tweemaal zoveel yaks in Tibet als inwoners. Te veel.

 

20:14 Gepost door infortibet in dorpen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dorpen, yaks, gezondheidszorg, ontwikkelingsproject, landbouw

09-01-07

Een arm dorp

Er zijn nog dorpen die afhankelijk zijn van voedselhulp. Het dorpje Desi, in Oost-Tibet, vlakbij de grens met Sichuan, telt 53 families, een kleine vierhonderd personen in het totaal. Zoals zovele Tibetanen zijn ze tegelijk landbouwer en herder. Er zijn te weinig akkers – minder dan een halve hectare per familie - om iedereen genoeg te eten te geven. Dertig families krijgen voedselsteun van de overheid. Want er zijn ook weinig andere bezigheden die geld opbrengen en zouden kunnen dienen om het nodige voedsel te kopen. Vroeger kon het dorp nog inkomsten halen uit het kappen van bomen en het verhandelen van hout, maar dat is nu verboden. Er is geen elektriciteit in het dorp. Sommigen hebben een zonnepaneel en kunnen twee lampen en een kleine TV voeden. Anderen gebruiken een autobatterij zonder auto. Het vee dient als vlees of boter en als wisselgeld voor groenten en dies meer. Er is één familie zonder eigen inkomen, bij gebrek aan valabele werkkracht. Zij krijgen de “5 gegarandeerde dingen”: huisvesting, kleding, voedsel, onderwijs en geneeskundige zorgen. Dit systeem dateert van de beginperiode van het socialisme in China. De familie woont gratis in een huis, waarvan de eigenaar 40 euro huurgeld ontvangt van de plaatselijke overheid. De dorpschef is 44 jaar oud en was slechts tweemaal in Lhasa geweest, minder dan ikzelf. Nog twee andere personen van het dorp waren ooit eens op bezoek in Lhasa. “Het is minstens zes dagen ver, zei de chef. Het dorp behoorde vroeger tot de manoir van het Lhorang klooster. De dorpschef heeft niet de intentie om één van zijn vier zonen het klooster in te sturen. Het dorp heeft acht van zijn jongens aan het klooster geleverd. “De regels in het klooster zijn strenger dan vroeger”, naar zijn zeggen. “Jongens worden er sneller weggestuurd voor slecht gedrag en die worden dan scheef bekeken in het burgerleven. Vorig jaar zijn er acht ontslagen voor sexfeiten.”  Hij wil drie van zijn zonen uithuwelijken aan één en dezelfde vrouw en de jongste vierde laten studeren.

arm dorp

 

18:45 Gepost door infortibet in dorpen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: china, boeren, tibet, socialisme, armoede, kindmonnik, kloosters, landbouw, dorpen