09-01-09

Een brief van de 14e dalai lama aan "alle Tibetanen"

In die "boodschap" staan enkele straffe uitspraken.

(tekst te vinden op de persoonlijke website van de dalai lama, onder "news", 14 november 2008)

"Toen ik spirituele en politieke leider was in Tibet heb ik hard gewerkt om een democratie uit te bouwen in Tibet. Jammer genoeg waren wij niet in staat om dat te doen door de wrede repressie vanwege de Volksrepubliek China."

Dat is compleet het tegenovergestelde van wat gebeurde in de jaren vijftig. Het was de Chinese overheid die de Tibetaanse elite aanspoorde om enkele hervormingen door te voeren en ze zelfs niet oplegde. Het feodale systeem mocht bij overeenkomst veranderd worden door... de Tibetaanse elite zelf, zonder verplichting. Maar de toenmalige regering van de 14e dalai lama weigerde om stappen te zetten. "De dalai lama, hoewel hij de heerser was, bleef passief... was niet gemotiveerd om tussenbeide te komen."[1]

 

"De Tibetaanse gemeenschap in ballingschap beschikt nu over een waarachtige moderne democratische structuur, die moet dienen om straks Tibet een stevig en duurzaam bestuur te geven"

Eerst dit: hier zegt hij duidelijk - duidelijker dan in de "onderhandelingstekst" met Beijing - dat het zijn bedoeling is om in een toekomstig "autonoom" Tibet een ander systeem in te voeren dan wat de Chinese grondwet voorziet.

Maar vooral: dat systeem, voorzien in hun charter[2], is een halfklerikaal systeem zonder scheiding van kerk en staat, met de dalai lama als staatshoofd, die bovendien verregaande persoonlijke bevoegdheden behoudt, zoals het eigenhandig voorschrijven van wetten.[3] Ten slotte weten we ook dat de leidende organen van de "Tibetaanse regering in ballingschap" een flinke dosis leden van belangrijke adellijke families bevatten.[4]

 "Alle Tibetanen moeten achter de 'Central Tibetan Administration'[5] staan."

De CTA-mensen vormen geen wettige regering maar zijn ex-opstandelingen die gevlucht zijn. Eisen dat alle Tibetanen die als hun echte vertegenwoordigers erkennen is de opstand blijven prediken binnen Tibet.

"Mijn gematigde weg van 'autonomie' in plaats van 'onafhankelijkheid' heb ik van bij het begin van de jaren zeventig geformuleerd."

In 1987, in een belangrijke toespraak voor het Amerikaanse Congres heeft hij het nog over "onafhankelijkheid".[6]

 "Er zijn geen positieve tekenen noch veranderingen in Tibet."

Bijna alle kaders zijn Tibetanen. Maar vooral de leefomstandigheden zijn enorm verbeterd, ga maar kijken. Zou de levenskwaliteit voor hem "geen teken" zijn? De dalai lama is negen van zijn broers en zusters vergeten die als klein kind stierven.

 "In maart 2008 hebben Tibetanen heldhaftig hun leven geriskeerd op een vreedzame en wettelijke manier."

Terwijl alle Westerse getuigen en ook deels de media het brutaal gewelddadige van de incidenten beschreven en fotografeerden. Deze uitspraak lijkt op "klop er maar op los, ik praat jullie wel goed."



[1] Zie hiervoor o.a. hoofdstuk 15 « Winds of Change » van « A History of Modern Tibet, the calm before the storm, 1951-1955", MC Goldstein, University of California, 2007, pag 399-421.

[2] 1991, www.tibet.com/govt/charter.html

[3] Ibidem.

[4] Zie daarvoor : « Democratie voor mijn familie », infortibet.

[5] CTA= "regering in ballingschap"

[6] Persoonlijke website van de dalai lama, « statements ».

28-02-08

David-Neel en het "harmonieuze Tibet" van weleer

 

Alexandra David-Neel wordt zowel door voor- als tegenstanders van de onafhankelijkheid van Tibet geciteerd als referentie, vanwege haar vroege en lange reizen in Tibetaanse gebieden. Haar geschriften droegen in een hoge mate bij tot een betere kennis in het Westen van het boeddhisme in het algemeen en het Tibetaanse boeddhisme in het bijzonder. Tegelijk is David-Neel niet de aanbidster van de « harmonieuze Tibetaanse samenleving », zoals menig actuele bewonderaar - in onze westerse wereld - van het Tibetaanse boeddhisme nu wel is. Het is de huidige dalai lama die de notie van "harmonie van weleer" mee helpt verspreiden in het Westen, tal van zijn interviews getuigen daarvan. David-Neel geeft in haar werken een briljante nuchtere kijk op het dagelijkse leven in het oude Tibet, een nauwkeurige momentopname begin 20e eeuw.

Enkele passages uit  "Au pays des brigands gentilshommes"[1]

Bij het binnenkomen van de gebieden in de provincie Gansu, bewoond door Tibetanen, noteert D.N.: "De vage veiligheid in de onmiddellijke omgeving van de Chinese autoriteiten houdt hier op. Men heeft ons herhaaldelijk gewaarschuwd dat bvb in nauwe kloven voorbijgangers geregeld beroofd worden tot zelfs in stukjes gehakt worden." (p.30).

"Wanneer iemand ongemerkt de muilezels steelt van slapende reizigers, mogen die reizigers achteraf het recht niet zelf in handen nemen, anders volgen er ongecontroleerde schermutselingen, waar geweren spreken. Betrappen op heterdaad is anders." (p.38).

 "De dorpelingen die ons herbergen hebben de neiging ons iets te ontfutselen. Omgekeerd is dit evengoed het geval. Bepaalde reizigers vertonen geen scrupules om hun arme gastheren te beroven van wat gesponnen wol of van een stuk gedroogd vlees, wat boter of tsampa en soms van schoeisel." (p.39).

Bij het opslaan van haar tent wordt DN op een bepaald moment geconfronteerd met een weigering vanwege lokale Tibetanen. Zij beveelt haar escorte om één ervan een klap te geven. "Er zijn slechts minuten nodig om de lokale mensen tot geweld te bewegen. Sla eerst, anders krijgen wij de klappen."  "De Tibetanen houden van krachtsvertoon. Zonet toonden wij ons mannetje te kunnen staan." (pag 105).

"Je moet altijd op je hoede zijn in dit land." (p.109), bij het naderen van een dorp.

yushu 05 (180)

op traditionele feesten is geweerschieten vanop het paard nu nog een geliefd vaardigheidsvertoon.

Daarentegen, te gast bij een rijke familie, schrijft D.N het volgende (ibidem, pag 70 e.v.):

(Het gaat om de ouders van de jonge abt van het Lhabrang klooster in de provincie Gansu. Zij wonen in een soort paleis vlakbij het klooster. Dit laatste was een tijd tevoren quasi volledig vernield door de lokale krijgsheer van die tijd, wat niet belette dat de familie van de abt nog in weelde leefde). "Wij moesten ons niet schamen van slokoppen te zijn tijdens het avondmaal, want de hoeveelheid bereide schotels oversteeg meer dan tweemaal ons eetvermogen. De maaltijd was klaargestoomd door een Chinese kok, wat garant stond voor ‘haute cuisine' bij de Tibetanen, net zoals een Franse kok bij ons. Een belletje deed hem de gerechten aanbrengen. De schotels waren van zilver. Er was vlees, vis (weg met de mythe dat de Tibetanen geen vis aten, nota), groenten allerlei, stoofpotjes en dumplings. De rijst was geparfumeerd met rozijnen uit Corinthië en de soep kwam laatst, op zijn Chinees. Als toemaatje kregen wij Chinese en Westerse  koekjes. De maaltijd duurde van ‘s middags tot zes uur ‘s avonds." Noteer wel dat het om de familie ging van de abt van het klooster, die trouwens ook deelnam aan het festijn.


[1] Pocket uitgave, Editions Plon, rééd 1980.

03-06-07

de 14e dalai lama en de luipaarden

Wolven, vossen, antilopen, tijgers en luipaarden zijn nog steeds een gegeerde pronkpels voor de Tibetanen. Op traditionele feesten verschijnen vooral Khampa’s met geschoten vellen. De jacht is al twintig jaar verboden, maar zoek maar de stropers op dit onmetelijke hoogland. Toch worden er gepakt en naast een zware straf zien zij hun foto opgehangen in diverse ecologische centra op het plateau. De 14e dalai lama vergat dit jagend cultuuraspect van zijn volk en verontwaardigd zei hij recent op een kalachakra ceremonie in India: “Ik heb gehoord en foto’s gezien van Tibetanen die kledij dragen versierd met verboden dierenpelzen of huiden en ik ben fier op de Tibetanen die ijveren voor het welzijn van de dieren en die een vegetarisch leven aanmoedigen”. Veel vroeger nog verklaarde hij, op de klimaattop in Rio in 1992, dat “De Tibetanen, tijdens de méér dan duizend jaar die de tragische Chinese invasie voorafgingen, in harmonie leefden met de natuur en het wildleven beschermden volgens de voorschriften van het boeddhisme”. En op zijn website kan je lezen: “Er was een compleet verbod op vissen en jagen”. Een Engelse journalist, die in 1955 op audiëntie mocht bij de 14e dalai lama in het Potala paleis, noteerde: “De grote poort die toegang gaf tot de zaal met de stupa’s van de vroegere dalai lama’s was geflankeerd door twee grote cylinders, waaraan tijgerhuiden vastgemaakt waren als teken van rechtvaardigheid en macht.” (Winnington).

De Tibetanen, inclusief de monniken, waren boeren, veehouders en jagers. Zonder hun veevlees en wild vlees waren ze al lang uitgestorven. Nu hebben ze serres met groenten en centen en kunnen ze nadenken om eventueel vegetariër te worden.

vellen te koop

modevellen te koop

10:00 Gepost door infortibet in ecologie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: luipaarden, jacht, tibet, dalai lama, beschermde dieren, elite

02-04-07

Een deel van de elite bleef in Tibet

Een derde van de vroegere eigenaars van lijfeigenen koos niet de zijde van de opstand en bleef in Tibet na de landhervorming. Zij kregen een financiële tegemoetkoming voor de onteigening, rond de 3.000 euro per eigenaar, wat een enorme som was in die tijd. Twee derde van de elite verkoos echter in ballingschap te gaan (1959), samen met de 14e dalai lama.

De meerderheid van de functionarissen bleven. Zij leidden een relatief comfortabel leven in het oude Tibet, maar waren geen grootgrondbezitters en hadden dus minder te verliezen.

Tinyung Cering Dorje, nu 76 jaar, is er zo een en woont in zijn ouderlijk huis in Zhol (Xoi), aan de voet van het Potala paleis. Zhol was dé plaats waar onder het regime van de dalai lama’s functionarissen gevormd werden, waar ook vaklui woonden bedreven in traditionele architectuur, drukken van sutra’s, ontwerpen van beelden en versieren van beelden en daken met goud en edelstenen. Op zijn 16e werd hij belastingontvanger, hij inde in drie districten taksen op de verhandeling van schapen, wol en zout. In 1951, onder de 14e dalai lama en toen het Rode Leger al in Tibet aanwezig was, stond hij in voor de betaling van de soldij aan de Tibetaanse soldaten. Toen de 14e dalai lama naar India vluchtte was Cering Dorje taksen aan het verzamelen in de grensstreek met India. Hij bleef, naar zijn zeggen, plichtsgetrouw op post. In 1960 kon hij met plezier terugkeren naar zijn geboortestad Lhasa. Hij werd er eerst leerling en dan docent “bestuurszaken” tot in 1977. Geen gevangenis tijdens de Culturele Revolutie, gewoon op post. Nadien werd hij benoemd tot vorserarchivaris, met kennis van zaken van de geschiedenis. Nu is hij gepensioneerd uiteraard.

 

potala

Potala paleis. Ervoor, beneden is wat overblijft van de oude Zhol wijk.

 

10:55 Gepost door infortibet in hervormingen 1959 | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, ballingschap, hervormingen, elite, bestuur

30-12-06

Le 13e dalaï-lama: assassiné?

On entend souvent dire que le 13e dalaï-lama (le précédant) (1876-1933) était un bon. Que c’est sous son règne que le Tibet était indépendant, qu’il voulait réformer le vieux système « féodal » et que malheureusement il a été assassiné par des conservateurs, avant de pouvoir mettre pleinement en place les réformes démocratiques. Quelques remarques :   * « l'assassinat du 13e dalaï-lama » : cette thèse a été avancée par un des cinq candidats à la régence pour assurer l'interrègne après la mort du 13e.  Il s'appelait Tsipön Lungshar. Il était grand propriétaire de manoirs - comme toute personne appartenant à l'élite dirigeante - ainsi que médecin, excellent musicien et un des principaux conseillers du 13e dalaï-lama. Sa famille descendait en ligne directe de l'entourage du grand 5e dalaï-lama. Il fut un des seuls Tibétains à voyager en Europe à cette époque : en 1913, à la recherche d'aide (anglaise, allemande ou française) pour l'armée Tibétaine, dont il était le commandant général. Le 13e dalaï-lama lui avait confié cette mission. Il était un des partisans de l'indépendance du Tibet, comme la majorité de l'élite laïque à cette époque, tandis qu'une grande partie de hauts lamas était traditionnellement plus orientée vers la Chine, constat fait à plusieurs reprises par les officiers anglais présents au Tibet. Cette tournée en Europe de Lungshar n'a rien rapporté de plus que ce qui existait déjà : l'aide anglaise continuerait, bien que les anglais étaient un peu fâchés parce que Lungshar avait essayé d'approcher également les allemands et les français, à la veille de la première guerre mondiale ! Bref, tout ceci pour situer un peu Lungshar, qui voulait devenir régent après la mort du 13e dalaï-lama. Son concurrent principal était Kumbela, le servant favori du 13e dalaï-lama. Kumbela était l'homme le plus puissant dans l'entourage immédiat du 13e dalaï-lama. Toute communication passait par lui. Il commandait les troupes d'élite directes du 13e dalaï-lama, qui venait avec intérêt assister aux exercices avec les premières mitraillettes fournies par les anglais. Kumbela circulait à Lhasa dans la seule voiture existante : une Austin anglaise. Lungshar a inventé une double intrigue pour évincer Kumbela. Inventé ? C'est ce qui apparaît dans sa biographie (notée par son fils Lhalu et par Surkhang, officier Tibétain - 1968, univ. de washington). Un: il lança la rumeur que Kumbela n'a pas administré les bons médicaments au bon moment au 13e dalaï-lama. Il était connu que le 13e dalaï-lama souffrait d'une sorte de pneumonie chronique.   Deux: des membres de son organisation clandestine républicaine  incitaient les officiers des troupes d'élite à se mutiner, ce qui réussît, car Kumbela avait enrôlé contre leur gré des membres de familles riches comme soldats (ils préféraient la belle vie). L'intrigue atteignait son but : Kumbela fut puni publiquement, la cangue au cou, à Lhasa, puis exilé et forcé à devenir un serf dans un manoir. Et puis "l'organisation républicaine secrète" de Lungshar fut la raison pourquoi Lungshar à son tour tomba dans la course à la succession. Lungshar sympathisait avec l'idée d'une république plus moderne, à la française, pour le Tibet. Ces idées lui venaient de son séjour en Europe. Il réunissait en secret un "parti politique réformateur" qui procéderait par étapes pour arriver à un début de parlementarisme au Tibet, sans brusquer et en laissant la place de dirigeants spirituels aux grands lamas. On pourrait dire qu'il élabora avant la lettre le programme politique de l'actuel dalaï-lama. Entre-temps le régent avait été choisi par tirage au sort dans l'urne sacrée (pratique mise en route en 1793 par l'empereur Manchu Qianlong) mettant le Reting Rimpoche au poste. Le groupe réformateur de Lungshar avait rédigé une pétition exigeant quelques premières réformes modernes et voulait la soumettre en groupe au Reting. C'est alors que le scandale a éclaté et l'activité secrète fustigée. La majorité des fonctionnaires laïques et monacales se tournait contre Lungshar. Il fut accusé de conspiration et de bolchevisme. Pour le condamner le Kashag (assemblée des seigneurs et des grands lamas) se basait sur le testament du 13e dalaï-lama qui avait mis en garde, je cite : "contre le danger de l'idéologie rouge, qui était parvenue à s'emparer de la Mongolie" (l'urss) "et que des réformateurs d'en dehors ou de l'intérieur tenteront de changer notre système d'union des pouvoirs spirituels et temporels" et encore "notre stabilité politique dépend de notre dévotion, de notre habileté à utiliser la diplomatie et la force militaire, une simple erreur peut nous être fatale". Lungshar a été condamné : on lui a pressé les globes oculaires hors de la tête, pour les enlever par la suite. C'était la plus lourde peine après la peine de mort.  Voilà les circonstances de la mort du 13e dalaï-lama à 57 ans. Le 10e, 11e et 12e dalaï-lama ont eux bel et bien été assassinés avant d'atteindre leurs 20 ans. Derrière la mort du 13e dalaï-lama, je ne vois vraiment pas la main de la Chine, comme certains suggèrent. 

* Concernant "le 13e dalaï-lama était en train de tout réformer", je me demande à quoi on fait allusion ? Le 13e dalaï-lama n'a rien changé au système social de servage auquel la majorité de la population était soumise, ni aux institutions tenues par l'élite. Le 13e dalaï-lama n'était pas un tout doux. Il a fait arrêter en 1895 le régent Demo Rimpoche qui régnait pendant sa jeunesse. Accusation : tentative d'assassinat (de lui). Le régent fut jeté en prison et y mourra quelques jours après. Le 13e dalaï-lama a fait raser le célèbre monastère Tengyeling et fait massacrer ses moines en 1913, parce qu'ils étaient trop prochinois. De même avec le monastère Drepung à Lhasa, un des trois principaux du bouddhisme Tibétain : il a envoyé l'armée l'encercler pendant quelques semaines pour exiger de lui livrer une soixantaine de haut lamas prochinois. Ces lamas ont été réduits au rang de mendiants.  La seule réforme qu'on peut imaginer est le fait qu'il s'ouvrait tout doucement à l'influence et à la présence anglaise (après l'invasion en 1904). Les moeurs des riches changeaient : petits produits de luxe européens (A. David-Neel constatait le plein de babioles européennes au marché de Lhasa), coupe de cheveux à l'anglaise, montres de marque, uniformes anglaises, tennis, polo. Le commerce extérieur (laine, peaux) était entièrement contrôlé par les anglais, sans droit de taxes pour les Tibétains, LIBRE. Est-ce cette liberté que les défenseurs de l’indépendance du Tibet visent? Les anglais vendaient des armes et mettaient des instructeurs à disposition. La période du 13e dalaï-lama fut grandement dominée par une tutelle inégale et illégale anglaise. Tout cela parce que lui et son élite avaient peur de perdre leur position privilégiée à l'intérieur du Tibet face à la montée des idées républicaines en Chine en général. D'ailleurs dans les années '20 il commençait à voir le pouvoir grandissant de l'armée Tibétaine comme un danger, trop téléguidée par les anglais et qui devenant une force trop indépendante. L'élite craignait de nouveau de perdre ses privilèges, cette fois-ci pas à cause des républicains en Chine mais à cause des anglais. Des officiers Tibétains de haut rang furent démis ou décapités (leur tête exposée au marché de Lhasa). L'enjeu était : la continuation du système politique et social au Tibet. Les dangers à leurs yeux: la semi-colonisation anglaise ou le vent rénovateur républicain en Chine. Pas la Chine telle quelle, car pendant le règne des Manchus le Tibet était clairement une province de la Chine, mais ce qui comptait avant tout c’est que leur petite caste dirigeante au Tibet pouvait garder son statut social privilégié.