09-06-11

Amerikaanse juristen bewezen de onafhankelijkheid van Tibet

 

Het Amerikaanse “Tibet Justice Center” publiceerde in 1998 een rapport dat het Amerikaanse Congres en diverse parlementen in de wereld moest overtuigen dat Tibet altijd onafhankelijk geweest was tot voor 1951, toen het Chinese Volksbevrijdingsleger Tibet binnentrok en daar volgens hun betoog een einde aan stelde. De argumenten, die het over de geschiedenis van voor de 20e eeuw hebben, zijn uiterst zwak. Men valt steeds terug op het Tubo koninkrijk van de 7e tot de 9e eeuw – toen Tibet inderdaad onafhankelijk was, ervoor ook trouwens, maar toen had Tibet nog geen staatsvorm – en voor de periode nadien wordt telkens beroep gedaan op de spirituele superioriteit van Tibet en het feit dat het Chinese keizerlijk gezag zich weinig moeide in het lokaal bestuur. Zowel internationale bronnen als Chinese hebben een veel sterkere fundering om te tonen dat Tibet vanaf de Mongoolse dynastie wel deel uitmaakte van China. Daarover zullen we het nu niet hebben. Het is interessant om de redenering over het begin van de 20e eeuw te bekijken. Ter herinnering: in 1904 valt Engeland Tibet binnen. China is niet bij machte om de inval te beantwoorden en de 13e dalai lama kiest na aarzelen uiteindelijk de zijde van Engeland, verjaagt de Chinezen en voelt zich onafhankelijk. Maar niemand in het buitenland erkent die onafhankelijkheid.

 

Wat zegt het rapport van het “Tibet Justice Center” hierover? Een hoofdonderdeel van hun bewijs dat Tibet onafhankelijk was zijn de verdragen die het afsloot met buurlanden of met Engeland. Als Tibet verdragen afsloot met andere landen moet het toch onafhankelijk geweest zijn. De belangrijkste die ze citeren zijn de verdragen met Ladakh in 1842, met Nepal in 1856, met Engeland in 1904 en met Engeland in 1913. De moeite waard om die van dichterbij te bekijken en de historische context te benaderen.

 

In het begin van de 19e eeuw waren de Engelsen in India, opgerukt vanuit het zuiden, aan de voet van de Himalaya aangekomen. De eerste Engelse prikjes tegenover China en Tibet vertrokken van Ladakh in de periode 1840 – 1846. Ladakh was vroeger min of meer gebonden aan Tibet en aan China. Het aangehaalde verdrag van 1842 is een soort staakt het vuren tussen Ladakhi en Tibetanen. In 1846 lijfden de Engelsen het definitief in. De Chinezen wilden niet ondertekenen. De Tibetaanse adel deed dit wel. Maar dat afstandsverdrag staat niet vermeld in het lijstje van “Tibet Justice Center”.

 

Nepal was een Brits protectoraat toen de Gurkha’s Tibet binnenvielen in 1856. Het verdrag tussen Tibet en Nepal beëindigt de vijandelijkheden met een boete voor Tibet van 10.000 zilverstukken per jaar. Opnieuw zat Engeland ertussen. Het was een verdrag van de sterkste. Het “Tibet Justice Center” voert dit verdrag aan als bewijs voor de onafhankelijkheid van Tibet omdat Nepal het eveneens gebruikte om zijn onafhankelijkheid te staven.

 

Maar het toppunt van juridische soepelheid is het verdrag met Engeland in 1904. De Britse legers – met veel Nepalese huurlingen – was Tibet binnengevallen en had er het primitieve Tibetaanse leger tot nul herleid. Er kwam een verdrag, een onderwerpingverdrag. China erkende dit verdrag niet. Dat de Tibetaanse lokale overheid het wel tekende is eerder een teken van zwakte, niet zozeer van onafhankelijkheid.

 

In 1913 ten slotte, ontfutselde Engeland nog een stuk van Tibet, wat nu Arunachal Pradesh is. China tekende niet, de 13e dalai lama wel.

 

 

 

De door het ‘Tibet Justice Center’ aangehaalde verdragen, die moeten bewijzen dat Tibet een ‘onafhankelijke buitenlandse politiek’ volgde en dus onafhankelijk was, waren eerder vernederende onderwerpingsverdragen tegenover Engeland en zijn protectoraten.    

 

 

 

16-05-11

Chronologische tabel Tibet

3000 v.Chr

Oudste gevonden landbouwnederzetting, Karub nabij Qamdo.

 

????

Legendarische koning Gesar en de Ling staat.

 

?e eeuw v.Chr. tot in de 7e eeuw na Chr.

Zhangzhung cultuur, in de omgeving van de Kailash berg.

 

4e of 2e eeuw v.Chr.

Legendarische koning Nyatri Tsanpo, in de Yarlung vallei.

 

5e eeuw

Koning Lhatotori Nyentsen en de eerste boeddhisme-import, vanuit Kashmir.

 

 

630 – 846 Tubo koningen, regeerperiodes

 

630-649

Songtsen Gampo, met de Chinese prinses Wencheng en de Nepalese Bhrikuti. Beide prinsessen brengen het boeddhisme mee binnen.

 

649-655

Gungri Gangtsen, verovert Tuyuhunië in 653.

 

655-676

Mangang Mangtsan, verpletterende nederlaag in 670 voor een Tang leger in Qinghai.

 

676-704

Dusong Mangpoje, dringt door ten noorden op de Zijderoute, soms verslagen door, soms gewonnen van de Tang legers. Aanval op het zuidoostelijke Nanzao afgeslagen, de koning sneuvelt.

 

704-755

Tride Tsukten, was nog kind toen zijn vader sneuvelde. Zijn grootmoeder bestuurt een tijd het rijk. Hij huwt met de Chinese prinses Jincheng.

 

735

Vredesverdrag Tubo-Tang, dat aan de Tubo West-Sichuan, Gansu en de Zijderoute geeft.

 

750

De Tubo worden door de Arabieren uit de oases van de Zijderoute verjaagd. Nanzhao wordt vanaf 752 bondgenoot van de Tubo, tot einde 8e eeuw.

 

755-797

Trisong Detsen, zoon van Tride Tsukten en prinses Jincheng. Padmasambhava, een Indiase guru, vindt bij hem asiel tegenover de oprukkende islam in India. Brengt het tantrisme in het Tibetaanse boeddhisme. Ontstaan van de Nyingma school. Eerste klooster in Tibet: het Samye klooster, ten oosten van Lhasa. Onder Trisong Detsen wordt het Tibetaanse rijk uitgebreid tot 'Groot Tibet', tweemaal zo groot als het huidige Tibet. 

 

763

Tijdelijke bezetting door de Tubo van Chang’an, de hoofdstad van de Tang dynastie.

 

787

Nieuw vredesverdrag tussen Tubo en Tang, Bevestiging dat het volledige westen aan de Tang invloed ontsnapt.

 

797-815

De militaire greep op het rijk verzwakt. Drie koningen volgen elkaar snel op.

 

815-838

Ralpachen (of Tritsug Dechen). Bepertkt de invloed van de lekenadel ten voordele van de geestelijken. Wordt vermoord door bon aanhangers.

 

823

Een laatste verdrag tussen Tubo en Tang. Invloedssferen blijven.

 

838-846

Langdarma, broer van Tritsug Dechen. Inperking van de macht van de monniken.Op zijn beurt vermoord. Einde van het rijk. 

 

 

Vier eeuwen versnippering

 

847-869

Slavenopstanden in het uiteenvallende rijk. Langzaam begin van het landheren en lijfeigenensysteem.

 

9e eeuw tot 17e eeuw

Guge koninkrijk in Ngari, in het westen. Atisha, een Bengaalse guru, begon er in 1042 de kadam school. Importeert de kalachakra openbaringstekst. Wordt uitgenodigd naar de streek van Lhasa, waar hij in 1056 het Reting klooster in sticht.

 

1038-1227

Xixia koninkrijk in het noordoosten (huidige provincies Qinghai, Gansu, Ningxia). Tanggut bevolking is een vermenging van Turcomongolen, Tibetanen, Han en Tu.

 

1073

Ontstaan van de sakya school, in het stadje Sakya, met steun van de Khon familie.

 

12e eeuw

Milarepa geeft de aanzet voor de kagyu school.

 

1162-1227

Genghis Khan begint aan zijn veroveringstocht. Vernietiging van het Xixia koninkrijk in 1227.

 

1234

Noord-China wordt door de Mongolen definitief ingelijfd. Zuid-China, de Zuidelijke Song dynastie, zal nog weerstand bieden tot in 1279.

 

1239

Klein Mongools verkenningsleger, onder leiding van Godan, naar Tibet. Besprekingen met de sakya school voor vreedzame onderwerping in ruil voor lokale macht.

 

 

Eerste Mongoolse periode (1252-1368)

 

1252

Tibet wordt bij het Mongoolse rijk ingelijfd. Pagpa, de leider van de sakyapa, wordt door de Mongolen aangesteld als afgevaardigde bestuurder van U en Tsang of Centraal-Tibet.

 

1260-1294

Regeerperiode van Kublai Khan, die zich in 1271 tot keizer van China uitroept (Yuan dynastie).

 

1264

Oprichting in Beijing van de “centrale commissie voor boeddhistische zaken en Tibet”.

 

1333-1368

Shundi, de laatste keizer van de Yuan dynastie, bevestigt de Phagmodrupa familie, die de sakyapa versloegen, als bestuurders voor Centraal-Tibet.

 

 

Phagmodrupa administratie (1345-1478)

 

1354

Vernieling van het Sakya klooster en definitieve uitschakeling van de sakya administratie. De hoofdstad voor Centraal-Tibet (U en Tsang) wordt Nedong. Ontstaan van de phagdru-kagyu school. In het westen is Guge nog steeds onafhankelijk.

 

1407

De Ming dynastie (1368-1644) begint met het instellen van titels voor Tibetaanse geestelijke en wereldlijke leiders in Centraal-Tibet. De titel “Dharma Prins” is de hoogste graad. De Ming bevoordelen geen van de diverse scholen of families. In de grensgebieden (huidige andere provincies) benoemen de Ming rechtstreeks “tusi’s”, lokale leiders.

 

1409

Stichting in Lhasa van het Ganden klooster door Tsongkapa (1357-1419), met de steun van de Phagmodrupa familie. Begin van de gelug school (gele mutsen). Volgen het Drepung klooster in 1416, Sera in 1419, beiden in Lhasa en het Tashilumpo klooster in Xigaze.

De landeigendom wordt nauwkeuriger omschreven, het lijfeigenschap krijgt meer regels. De kloosters verwerven gronden en lijfeigenen.

 

 

Ringpung administratie (1478-1565)

 

Een andere familie verovert militair de macht in Centraal-Tibet. Sakya wordt hun hoofdstad. Zij bevoordelen de karma-kagyu school.

 

 

Tsangpa administratie (1565-1642) en de Tweede Mongoolse periode (1573-1717)

 

Opnieuw een oorlogje en de Tsangpa familie grijpt de macht, met Xigaze als hoofdstad. De Karma-kagyupa worden door de Tsangpa familie zeer sectair opgejaagd tegen de gelugpa.

 

1573-1578

Althan Khan (1507-1582), een Mongoolse leider uit het noorden van China, valt Tibet binnen. Hij beschermt de gelugpa en verleent in 1578 de titel “dalai lama” aan de derde abt van het Drepung klooster.  

 

1589

De kleinzoon van Althan Khan wordt de vierde dalai lama.

 

1600 ongv.

De Tsangpa regeerders doen beroep op de Chogtu Mongolen uit het westen van China om de gelugpa te bekampen.

 

1605

Het Drepung en het Sera klooster in Lhasa worden volledig vernield door het Tsangpa leger.

 

1639

Gushri Khan (1584-1655), een Mongools leider uit het noordwesten van China verslaan de Chogtu Mongolen in Qinghai en komen in Tibet de gelugpa ter hulp.

 

1642

De Tsangpa heersers worden definitief verslagen door Gushri Khan. De 5e dalai lama (1617-1682) krijgt de lokale politieke macht over Centraal-Tibet. Gushri Khan blijft zijn meerdere, de “depa”, een soort president. Na de dood van Gushri Khan wordt de “depa” een Tibetaanse hoge lama. De hoofdstad wordt Lhasa. De 5e dalai lama verovert het koninkrijk Guge in het westen en dringt in het oosten door tot in Sichuan.

 

1645

Gushri Khan verleent de titel van “panchen lama” aan de abt van het Tashilumpo klooster.

 

De Qing dynastie (Manchu) (1644-1911)

 

1652

De 5e dalai lama wordt in Beijing door Qing keizer Shunzhi erkend als leider voor Tibet.

 

1697-1705

Korte regeerperiode van de 6e dalai lama, de “frivole”.

 

1705

Lajang Khan, de achterkleinzoon van Gushri Khan, probeert zijn zoon als 7e dalai lama te installeren.

 

1713

Qing keizer Kangxi (regeerperiode 1661-1722) bevestigt de titel van “panchen lama”.

 

1717-1720

De Dzoungaren bezetten tijdelijk Tibet. Lajang Khan sneuvelt  De Dzoungaren worden in 1720 door de Qing troepen verdreven. Polhanas, een niet-geestelijke, wordt aangesteld als lokale leider van Tibet. De Qing troepen escorteren de echte 7e dalai lama naar Lhasa, die geen wereldlijke macht krijgt.

 

1727

Burgeroorlog in Tibet, tussen U en Tsang. De Qing legers herstellen de orde, Polhanas blijft aan tot in 1747. De grenzen van Tibet worden door de Qing vastgelegd op wat ze nu ongeveer zijn.

 

1736-1795

Regeerperiode van Qing keizer Qianlong, die tal van kloosters in Tibet en in de randgebieden sponsort.

 

1747-1756

Nieuwe burgeroorlog in Tibet, met inmenging van de Dzoungaren. Een Qing leger komt opnieuw de orde herstellen en vernietigt de Dzoungaren in 1756.

 

1751

Instelling van de Kashag, de ministerraad voor Tibet. Afschaffing van het “depa” systeem.

 

1774

Eerste Engelse verkenning van Tibet, de “Bogle missie”.

 

1791

De Qing legers verdrijven een Nepalese Gurkha invasie uit Tibet.

 

1793

De Qing stellen een lijst van 29 reglementen op voor Tibet. Een driemanschap moet voortaan Tibet besturen: de commissaris van de keizer (amban), de dalai lama en de panchen lama. Reïncarnaties van belangrijke hoge lama’s moeten door de keizer bekrachtigd worden.

 

1808-1879

De 9e tot en met de 12e dalai lama sterven allen jong, nog voor ze werkelijke macht hebben.

 

1846-1864

Engeland ontneemt Ladakh, Sikkim en Bhutan aan de Tibetaanse invloed.

 

1879

De jonge 13e dalai lama (1876-1933) komt op de troon.

 

1897

Dorjieff, een Buriat Mongool en contactman met tsaristisch Rusland wordt de raadgever van de 13e dalai lama.

 

1904

Het Engels leger bezet tijdelijk Tibet. De 13e dalai lama vlucht naar Mongolië, later naar Beijing. Keert in 1909 terug naar Lhasa, maar vlucht dan naar Engels India, door naderende Qing troepen.

 

De Republiek China (1911-1949

 

1911

Val van de Qing dynastie in China en uitroeping van de Republiek China.

 

1913

De 13e dalai lama keert terug naar Tibet. Alle Han Chinezen worden uit Tibet verdreven. De facto onafhankelijkheid van Tibet.

 

1913

Simla conferentie, met Engeland, Tibet en China aan tafel. De kaart van Groot Tibet wordt naar voor geschoven door de 13e dalai lama. Engeland ontneemt Arunachal Pradesh aan Tibet. China verwerpt het verdrag.

 

1918

De 13e dalai lama herovert Oost-Tibet. Een overeenkomst legt de grens vast op de Yangzi, zoals voor het huidige Tibet.

 

1933-1950

Na de dood van de 13e dalai lama is de Tibetaanse adel verdeeld: Engeland of China? Regent Reting (1933-1941) schipperend, regent Taktra (1941-1950) pro-Engels.

 

1940

De huidige 14e dalai lama (geboren in 1935) wordt officieel op de troon gezet.

 

1942

Eerste Amerikaanse missie in Tibet (Dolan, Tolstoy). Gouden horloge voor de dalai lama.

 

 

De volksrepubliek (vanaf 1949)

 

1949

Uitroeping van de Volksrepubliek China.

 

1951

Het Rode Leger marcheert op Lhasa. Eerste plannen voor ballingschap van de 14e dalai lama. Hij aanvaardt echter, samen met de Kashag, het “17 punten programma” van China. Zijn twee broers vluchten en worden gerekruteerd door de CIA.

 

1956

Begin van de Tibetaanse opstand in West-Sichuan. Eerste wapenhulp van de USA in 1957.

 

1958-1959

De opstand bereikt Lhasa. De 14e dalai lama laat zich ompraten om in ballingschap te gaan. Het Chinese leger slaat de opstand neer.

 

1960

Afschaffing van het lijfeigenensysteem.

 

1959-1972

Guerrilla activiteiten in Tibet gesteund door de USA.  

 

Vanaf 1972

Internationale kruistocht van de 14e dalai lama voor vrede, vrijheid, mensenrechten, democratie en min of meer onafhankelijkheid van Tibet.

20:21 Gepost door infortibet in geschiedenis algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, dalai lama, china, engeland, usa

28-02-11

De ‘vlag’ van Tibet

De ‘vlag’ van Tibet bestond niet. Die is uitgevonden na de mislukte opstand van de onafhankelijkheidstrijders in 1959. Zelfs niet tijdens die opstand, die op gang kwam in 1956 en eindigde met de uittocht in 1959.

Algemeen waren vlaggen geen statussymbool in Tibet. Niet zoals bij ons, waar elke edele familie zijn embleem had. In Tibet waren er religieuze en mythische afbeeldingen of voorwerpen, maar geen vlaggen.  De ‘Tibetaanse vlag’ is door de gevluchte onafhankelijkheidstrijders uitgevonden om geloofwaardig te worden voor Westerse ogen. Sommige bronnen maken gewag van een Japanse militaire adviseur van de 13e dalai lama als ontwerper van de ‘Tibetaanse vlag’. Er is natuurlijk de gelijkenis met de Japanse vlag van tijdens de Tweede Wereldoorlog (de zonnestralen). Dit was tijdens de periode dat de zwakke en jonge Chinese republiek zijn invloed verloor op Tibet. Rusland, Japan en Engeland probeerden het vacuüm te vullen. Het werden de Engelsen, die het pleit wonnen tot bij het begin van de tweede Wereldoorlog. De Japanse ‘zonnestralen’ zagen nooit het licht. Het leger van de 13e dalai lama gebruikte een andere vlag, volgens Alexandra David Neel, die de periode meemaakte. De militaire vlag van de 13e dalai lama was een leeuw, de rechthoek vullend (Une parisienne à Lhassa, pag 26). Alle andere Westerse bezoekers in het Tibet van voor de Chinese revolutie hebben het nooit over een vlag gehad. Toch zegt de administratie van de huidige dalai lama dat hun vlag dateert van de 8e eeuw (het grote Tubo-imperium) en dat de 13e dalai lama die als officiële aannam. Maar niemand zag die tijdens de regeerperiode van de 13e dalai lama (eerste derde van de 20e eeuw). So what?

18:41 Gepost door infortibet in geschiedenis 20e eeuw | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, onafhankelijkheid, china, engeland

03-09-08

hoge lama fotograaf

Demo Tenzin Gyatso, fotograaf

Niet de 'Tenzin Gyatso' bekend als de 14e dalai lama, maar een andere, een hoge lama van het Tengyeling en het Kundeling klooster in Tibet. Hij leefde onder de 13e dalai lama en zijn hobby was fotografie.  Terloops: het Tengyeling klooster werd volledig afgebroken door de 13e dalai lama (1914) omdat het te pro-Chinees was, toen hijzelf pro-Engels was. Maar de fotograaf bleef. Zij foto's getuigen van de "Engelse mode" in Tibet in die tijd (1920-1940). De zoon van de 10e demo lama, Wanchuk Dorje, is nu voorzitter van de "Vereniging van Fotografen" in Tibet. De foto's zijn in zijn bezit.

reting rinpoche

foto boven: de regent-lama Reting rinpoche in een "limousine", met zijn twee body-guards in Engels kostuum. Hij was regent tijdens de kinderjaren van de huidige dalai lama.

 

foto twee: familiescene van de 10e demo lama fotograaf

foto hieronder: de 10e demo lama (de fotograaf in kwestie) met zijn vrouw

10e demo rimpoche

 

Tibetaans officier

Een Tibetaanse officier, in Lhasa (niet in Buckingham)

eregarde voor dalai lama

driloefening voor de eregarde van de 13e dalai lama

08-01-07

De "verregaande autonomie" van de 14e dalai lama

De “betekenisvolle autonomie”, zoals ze ook genoemd wordt, is wat de 14e dalai lama vraagt in de onderhandelingen met China. Wat bedoelt hij daarmee? In de verklaring van de Tibetaanse regering in ballingschap van 10 maart 2006 staat duidelijk dat zij een regio opeisen die dubbel zo groot is als het Tibet waar de dalai lama’s over regeerden (1). Zij noemen dat de “drie provincies van Tibet” (2). De 14e dalai lama spreekt van “Cultureel Tibet” of van “de Tibetaanse natie in zijn geheel” (2). De kaart van “Groot Tibet” werd voor het eerst in de geschiedenis naar voor geschoven in 1913 door Engeland, samen met de 13e dalai lama, om een strategisch deel van China te ontfutselen. In dat gebied leven 6 miljoen Tibetanen en enkele tientallen miljoenen “anderen”, sinds eeuwen. Eén op drie is zelfs Hui en moslim. (de website van de regering van de dalai lama vermeldt verwaarlozend slechts 30.000 moslims!). Als voorafgaande eis voor werkelijke onderhandelingen stelt de regering van de 14e dalai lama dat 7,5 miljoen “Chinezen” dit gebied moeten verlaten, die ze als kolonisten bestempelen (3). Dit lijkt op een balkanisering. Een tweede voorwaarde om tot een akkoord te komen is het wegtrekken van het Chinees leger uit dit gebied tweemaal groter dan Tibet (3). Alsof het Franse leger niet verder dan Bordeaux mag komen om de Basken hun spirituele vrijheid te gunnen. Maar de kers op de taart is wat de 14e dalai lama zelf zegt in zijn verklaring van 10 maart 2006: “China moet een meer open maatschappij worden, met persvrijheid en politieke transparantie”(2). Wat hij daarmee bedoelt zegt zijn regering duidelijker: een afzonderlijke grondwet voor Groot Tibet, terugkeer van de vroegere elite, westerse democratie, vrije pers en vrije markt. Eigenlijk ziet hij dat nog het liefst voor China in zijn geheel – Tibet is een hooglandspringplank - hij wil China tot het boeddhisme bekeren, China een nieuwe ideologie schenken.

Ter info nog dit: enkele maanden geleden (14/5/06) werd een “thuisbasis” voor de 14e dalai lama ingehuldigd door J. Haider, in Oostenrijk. Twintig miljoen euro staatsgeld voor een vormingscentrum en een hotel met 1.000 bedden. In het geboortedorp van de overleden Heinrich Harrer, voormalig SS officier en tutor van de 14e dalai lama. (2)+(4).   

 (1) Barry Sautman and June Teufel in “Contemporary Tibet”, ME Sharpe, 2006, New York(2) zie website van de regering in ballingschap

(3) Samdong Rimpoche, eerste minister en lama, “Tibet: A Future Vision”, 1996. Document dat als basis dient voor de huidige toenaderingen tot China.

(4) www.trimondi.de/NewsApo

 

noot: “dalai lama” is een titel zoals “paus” of “maarschalk” en van Dale schrijft dit met een kleine letter.  

 

peage

 

geen tol voor Tibetanen te paard op de snelweg naar China?

30-12-06

Le 13e dalaï-lama: assassiné?

On entend souvent dire que le 13e dalaï-lama (le précédant) (1876-1933) était un bon. Que c’est sous son règne que le Tibet était indépendant, qu’il voulait réformer le vieux système « féodal » et que malheureusement il a été assassiné par des conservateurs, avant de pouvoir mettre pleinement en place les réformes démocratiques. Quelques remarques :   * « l'assassinat du 13e dalaï-lama » : cette thèse a été avancée par un des cinq candidats à la régence pour assurer l'interrègne après la mort du 13e.  Il s'appelait Tsipön Lungshar. Il était grand propriétaire de manoirs - comme toute personne appartenant à l'élite dirigeante - ainsi que médecin, excellent musicien et un des principaux conseillers du 13e dalaï-lama. Sa famille descendait en ligne directe de l'entourage du grand 5e dalaï-lama. Il fut un des seuls Tibétains à voyager en Europe à cette époque : en 1913, à la recherche d'aide (anglaise, allemande ou française) pour l'armée Tibétaine, dont il était le commandant général. Le 13e dalaï-lama lui avait confié cette mission. Il était un des partisans de l'indépendance du Tibet, comme la majorité de l'élite laïque à cette époque, tandis qu'une grande partie de hauts lamas était traditionnellement plus orientée vers la Chine, constat fait à plusieurs reprises par les officiers anglais présents au Tibet. Cette tournée en Europe de Lungshar n'a rien rapporté de plus que ce qui existait déjà : l'aide anglaise continuerait, bien que les anglais étaient un peu fâchés parce que Lungshar avait essayé d'approcher également les allemands et les français, à la veille de la première guerre mondiale ! Bref, tout ceci pour situer un peu Lungshar, qui voulait devenir régent après la mort du 13e dalaï-lama. Son concurrent principal était Kumbela, le servant favori du 13e dalaï-lama. Kumbela était l'homme le plus puissant dans l'entourage immédiat du 13e dalaï-lama. Toute communication passait par lui. Il commandait les troupes d'élite directes du 13e dalaï-lama, qui venait avec intérêt assister aux exercices avec les premières mitraillettes fournies par les anglais. Kumbela circulait à Lhasa dans la seule voiture existante : une Austin anglaise. Lungshar a inventé une double intrigue pour évincer Kumbela. Inventé ? C'est ce qui apparaît dans sa biographie (notée par son fils Lhalu et par Surkhang, officier Tibétain - 1968, univ. de washington). Un: il lança la rumeur que Kumbela n'a pas administré les bons médicaments au bon moment au 13e dalaï-lama. Il était connu que le 13e dalaï-lama souffrait d'une sorte de pneumonie chronique.   Deux: des membres de son organisation clandestine républicaine  incitaient les officiers des troupes d'élite à se mutiner, ce qui réussît, car Kumbela avait enrôlé contre leur gré des membres de familles riches comme soldats (ils préféraient la belle vie). L'intrigue atteignait son but : Kumbela fut puni publiquement, la cangue au cou, à Lhasa, puis exilé et forcé à devenir un serf dans un manoir. Et puis "l'organisation républicaine secrète" de Lungshar fut la raison pourquoi Lungshar à son tour tomba dans la course à la succession. Lungshar sympathisait avec l'idée d'une république plus moderne, à la française, pour le Tibet. Ces idées lui venaient de son séjour en Europe. Il réunissait en secret un "parti politique réformateur" qui procéderait par étapes pour arriver à un début de parlementarisme au Tibet, sans brusquer et en laissant la place de dirigeants spirituels aux grands lamas. On pourrait dire qu'il élabora avant la lettre le programme politique de l'actuel dalaï-lama. Entre-temps le régent avait été choisi par tirage au sort dans l'urne sacrée (pratique mise en route en 1793 par l'empereur Manchu Qianlong) mettant le Reting Rimpoche au poste. Le groupe réformateur de Lungshar avait rédigé une pétition exigeant quelques premières réformes modernes et voulait la soumettre en groupe au Reting. C'est alors que le scandale a éclaté et l'activité secrète fustigée. La majorité des fonctionnaires laïques et monacales se tournait contre Lungshar. Il fut accusé de conspiration et de bolchevisme. Pour le condamner le Kashag (assemblée des seigneurs et des grands lamas) se basait sur le testament du 13e dalaï-lama qui avait mis en garde, je cite : "contre le danger de l'idéologie rouge, qui était parvenue à s'emparer de la Mongolie" (l'urss) "et que des réformateurs d'en dehors ou de l'intérieur tenteront de changer notre système d'union des pouvoirs spirituels et temporels" et encore "notre stabilité politique dépend de notre dévotion, de notre habileté à utiliser la diplomatie et la force militaire, une simple erreur peut nous être fatale". Lungshar a été condamné : on lui a pressé les globes oculaires hors de la tête, pour les enlever par la suite. C'était la plus lourde peine après la peine de mort.  Voilà les circonstances de la mort du 13e dalaï-lama à 57 ans. Le 10e, 11e et 12e dalaï-lama ont eux bel et bien été assassinés avant d'atteindre leurs 20 ans. Derrière la mort du 13e dalaï-lama, je ne vois vraiment pas la main de la Chine, comme certains suggèrent. 

* Concernant "le 13e dalaï-lama était en train de tout réformer", je me demande à quoi on fait allusion ? Le 13e dalaï-lama n'a rien changé au système social de servage auquel la majorité de la population était soumise, ni aux institutions tenues par l'élite. Le 13e dalaï-lama n'était pas un tout doux. Il a fait arrêter en 1895 le régent Demo Rimpoche qui régnait pendant sa jeunesse. Accusation : tentative d'assassinat (de lui). Le régent fut jeté en prison et y mourra quelques jours après. Le 13e dalaï-lama a fait raser le célèbre monastère Tengyeling et fait massacrer ses moines en 1913, parce qu'ils étaient trop prochinois. De même avec le monastère Drepung à Lhasa, un des trois principaux du bouddhisme Tibétain : il a envoyé l'armée l'encercler pendant quelques semaines pour exiger de lui livrer une soixantaine de haut lamas prochinois. Ces lamas ont été réduits au rang de mendiants.  La seule réforme qu'on peut imaginer est le fait qu'il s'ouvrait tout doucement à l'influence et à la présence anglaise (après l'invasion en 1904). Les moeurs des riches changeaient : petits produits de luxe européens (A. David-Neel constatait le plein de babioles européennes au marché de Lhasa), coupe de cheveux à l'anglaise, montres de marque, uniformes anglaises, tennis, polo. Le commerce extérieur (laine, peaux) était entièrement contrôlé par les anglais, sans droit de taxes pour les Tibétains, LIBRE. Est-ce cette liberté que les défenseurs de l’indépendance du Tibet visent? Les anglais vendaient des armes et mettaient des instructeurs à disposition. La période du 13e dalaï-lama fut grandement dominée par une tutelle inégale et illégale anglaise. Tout cela parce que lui et son élite avaient peur de perdre leur position privilégiée à l'intérieur du Tibet face à la montée des idées républicaines en Chine en général. D'ailleurs dans les années '20 il commençait à voir le pouvoir grandissant de l'armée Tibétaine comme un danger, trop téléguidée par les anglais et qui devenant une force trop indépendante. L'élite craignait de nouveau de perdre ses privilèges, cette fois-ci pas à cause des républicains en Chine mais à cause des anglais. Des officiers Tibétains de haut rang furent démis ou décapités (leur tête exposée au marché de Lhasa). L'enjeu était : la continuation du système politique et social au Tibet. Les dangers à leurs yeux: la semi-colonisation anglaise ou le vent rénovateur républicain en Chine. Pas la Chine telle quelle, car pendant le règne des Manchus le Tibet était clairement une province de la Chine, mais ce qui comptait avant tout c’est que leur petite caste dirigeante au Tibet pouvait garder son statut social privilégié.