01-06-09

Een schat van mineralen

In het Qaidam bekken, in het noordwesten van de Qinghai provincie, bevindt zich de belangrijkste olie- en gasexploitatie van het plateau. Qaidam is een barre, dunbevolkte halfwoestijn op 3000 meter hoogte en vijf maal groter dan België. De olie die er wordt gewonnen, vloeit via een lange pijplijn – de hoogste ter wereld − naar Tibet. Het plateau is ook rijk aan ertsen en mineralen, vooral in de zones waar de aardkorst het meest geplooid werd. Daar zitten chroom, koper, ijzer, goud, lood, zink, antimoon, molybdeen, steenkool, bauxiet, gips, mica, grafiet, kwarts, zwavel en borax.[1] Maar de winningsgebieden zijn moeilijk toegankelijk en vaak is de grond er permanent bevroren. Ook de talloze meren in het noorden van het plateau zijn rijk aan mineralen zoals magnesium, potassium, lithium en uranium, maar ook zij zijn nauwelijks bereikbaar.[2]

DSCN2696

olie en gas transport richting Tibet

Chroom  is vandaag de  belangrijkste delfstof. Twee derde van het chroom in China komt uit Tibet. De Norbusa staatsmijn is opgestart in de jaren 1980 in het Shannan district ten oosten van Lhasa. Er wordt ook in coöperatieve of kleinere individuele ondernemingen chroom ontgonnen. In Oost-Tibet wordt in 2010 de  Yulong Kopermijn opgestart, die de tweede grootste van Azië kan worden.[3]

De mijnen zijn belangrijk voor Tibet, want ze zijn lokaal belastingsplichtig. Samen met de handel en de diensten leveren zij de inkomsten voor het budget van de regio Tibet. Landbouwers en herders zijn vrijgesteld van belasting. Vandaag is de balans van dat budget verre van in evenwicht. De centrale Chinese overheid past jaarlijks tot 90% van het budget bij.[4]

 

Uranium is een strategische delfstof die hier extra aandacht verdient. China heeft in 2007 een handelsovereenkomst voor de invoer van uranium afgesloten met Australië, dat 40% van de gekende werelduraniumvoorraad in zijn ondergrond heeft[5]. Tot op vandaag koopt China zijn uranium, jaarlijks zo’n 1.500 ton, in Kazakstan en Canada. De Chinese maatschappij voor atoomenergie onderhandelt ook in Afrika over deelname in mijnen. In China zelf wordt immers nauwelijks uranium ontgonnen.

Toch spreekt de Tibetaanse "regering in ballingschap" over ‘rijke en onontgonnen lagen uranium, wellicht de grootste ter wereld’[6] in de provincie Qinghai, die volgens haar deel uitmaakt van Tibet. De 14e dalai lama suggereert indirect dat al dat uranium onbeperkt opgedolven wordt: ‘Mijn land wordt een ecologische ramp door de massale ontbossing en door het excessieve delven naar mineralen’.[7] De dalai lama specifieert niet over welke mineralen het gaat. Maar Tibet Environmental Watch (USA), het Canada Tibet Committee, het Belgische De Vrienden van Tibet en andere organisaties hebben het over ‘ongebreidelde extractie van uranium in wel twintig mijnen (…) de voornaamste bron voor de Chinese nucleaire industrie’.[8] Ook ernstige Belgische journalisten stappen mee in dat verhaal: ‘De bergen die de heilige stad Lhasa omringen, zouden de helft van de wereldreserves van uranium bevatten. Dit en andere ertsen worden overvloedig geëxploiteerd.’[9] Het uranium zou dienen ‘om bommen te maken’ en tegelijk zou massaal radioactief afval in Tibet worden gedumpt. De Chinese overheid houdt het bij één ondergrondse opslagplaats voor kernafval buiten de autonome regio Tibet, nabij het Qinghai meer. Dat is ook de enige concrete plaats die de regering van de 14e dalai lama vermeldt.[10] Het uraniumverhaal dateert van 1950. Het stond in een rapport van het Britse Foreign Office dat wereldkundig werd gemaakt door Lowell Thomas. Die was op dat moment in Lhasa actief als journalist voor het Amerikaanse NBC.

 

Goud

In de jaren tachtig werd het toerisme in Tibet volkomen vrij en het hippe Kathmandu verplaatste zich naar Lhasa. Minder spiritueel waren de duizenden goudzoekers, die op het plateau een paar gram goud wasten uit de riviersteentjes. Zij kampeerden er enkele maanden en wonnen er dan elk enkele honderden euro. Veel van die gebieden werden sindsdien natuurreservaat en de goudrush is dan ook gestopt. In het oude Tibet diende de exploitatie van kleine goudaders hoofdzakelijk voor de bekleding van religieuze beelden, stupa’s en tempeldaken. Er was een weeg- en rekenhof voor het goud onder het gezag van de functionaris van financiën van de dalai lama’s. Een kleine hoeveelheid goud werd opgeslagen als betaalreserve. Toen die reserves ongeveer op waren door de verhoogde uitgaven voor het leger tijdens het bewind van de 13e dalai lama, ging een Tibetaanse missie in Londen goud kopen met een lening. Voor de gouden troon van de huidige 14e dalai lama werd in 1956 eveneens goud buiten Tibet aangekocht, en wel met de opbrengst van een inzameling onder alle gelovigen.

 

Om riviervervuiling te voorkomen zijn in 2003 de milieunormen voor goudwinning in China streng verscherpt. Toch beschuldigt de regering in ballingschap van de 14e dalai lama de centrale overheid ervan duizenden tonnen goud uit de Tibetaanse ondergrond te stelen en daarvoor tienduizenden Chinese migrantwerkers te gebruiken.[11] Er wordt daarbij verwezen naar potentiële en echte mijnen in de provincies Qinghai en Gansu, zonder die mijnen bij naam te noemen. De 14e dalai lama toonde zich bezorgd omdat de Chinese overheid ook buitenlandse investeerders toelaat goud te zoeken, het culturele erfgoed te grabbel te gooien als het ware, want goud was destijds bestemd voor de kloosters.[12] Onder andere een Canadees en een Australisch bedrijf tekenden in.[13] De overheid wil namelijk overal op Chinees grondgebied de artisanale ontginning van goud technologisch rechtzetten en doet daarbij beroep op de hulp van het buitenland. Die hulp is beperkt, ze bedraagt enkele tientallen miljoenen euro.[14] Ondertussen zijn in Tibet zelf alle goudontginningen stopgezet sinds de opnieuw verstrengde mileunormen van oktober 2005.[15]

 



[1] CTIC

[2] CTIC

[3] www.mineweb.com, 18 aug 2008.+ CTIC

[4] CTIC + Tibet Statistical Yearbook 2008.

[5] BBC, « China to buy Australian uranium », 3/4/2006.

[6] TRIB, “Tibet’s Environment and Development Issues”.

[7] voorwoord bij een boek “Tibet, Enduring Spirit, Exploited Land”, Apte Robert en Andres Edwards, USA, 1998. Op te merken: Andres Edwards is in de USA een prediker van de “groene duurzame revolutie”.

[8] Websites.

[9] Michel Bouffioux, website, 170205, interview met Michel Van Herwegen van “Les Amis du Tibet”, artikel verschenen in Ciné-Télé Revue van 17 febr. 2005.

[10] TRIB.

[11] TRIB.

[12] interview met Asian Pacific Post, 27/01/2005., waar de 14e dalai lama zich verzet tegen de Canadese betrokken firma.

[13] CTIC.

[14] zoiets als de waarde van een Formule 1 wedstrijd.

[15] China Daily, 14/9/2005.

13:49 Gepost door infortibet in aardrijkskunde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, ertsen, mijnen, qinghai, hoogplateu

09-04-07

dichtbij het niemandsland

In het noorden van het district Nyima (provincie Qinghai) zijn we dicht bij het barre Hoh Xil natuurreservaat, een immens gebied, de helft van Frankrijk, boven de 5.000m, waar geen enkel dorp meer te vinden is. Op de randen leven er mensen die ongeveer uitsluitend van de veeteelt leven. Hier en daar nog een klein lapje beschutte grond om wat gierst te planten. Het gebied is rijk aan meren. De zoutontginning in het Yibuk Tsaka meer was zeer bekend bij de Tibetanen. De productie is stilgevallen omdat de Tibetanen nu de voorkeur geven aan jodiumrijker zout van China, dat hen beter behoedt tegen aandoeningen van de schildklier. Maar sommige meren bevatten interessantere mineralen, zoals het Reda Tso meer, dat rijk is aan lithium. De ontginning ervan is pas begonnen. In de grote omgeving van Nyima zijn er een aantal warmwaterbronnen, jaarlijkse festivalplaatsen voor herders van honderden kilometer in het ronde. Het baden in het hete water is door de tijden heen een ritueel geworden en staat nu onder dokterstoezicht: “jouw gezondheidstoestand laat zes minuten toe”. Het grote Dangra Yutso meer is een heilig meer volgens de oude bon religie en met enkele zéér oude kloostertempels in de omgeving: Serzhing en Orgyen, daterend van de Zhangzhung periode in de 6e-7e eeuw, nog voor het Tibetaanse Tubo-imperium zich vormde.

kuddes op grote hoogte

nog enkele kuddes voor schaarser gras op de 5.000 meter grens

 

23-03-07

ertsen

De internationale “Tibet support” groepen roepen al decennia lang dat China tal van kostbare ertsen uit Tibet wegrooft. Naast het feit dat Tibet een deel van China is en dat er dus van “roven” geen sprake kan zijn (de kolen van Limburg dienden ook het Waalse staal), ging het tot nu om zeer kleine hoeveelheden ertsen die bovengehaald werden. Bovendien hebben de “Tibet support” groepen het over “Groot Tibet”, het gedroomde grote rijk dat het gehele plateau omvat, vijf maal Frankrijk en op grote hoogte. De uitgestrektheid, het klimaat, de moeilijkheden van het terrein en de onderontwikkeling van China belemmerden tot nu een ernstige ontginning. Nu is nog niet de helft van de ondergrond van het plateau geologisch in kaart gebracht. Een recent onderzoek dat een duizendtal experts mobiliseerde gedurende zeven jaar vond belangrijke ertsaders: vooral koper, lood, zink en enkele grote lagen rijk ijzererts, waarvan de voorraad op enkele miljarden ton geraamd wordt. De overheid wil de ontginning gepland en voorzichtig aanpakken, gekoppeld aan een ecologische impactstudie. Kleine bijna artisanale mijnen werden de laatste jaren gesloten omdat ze de milieunormen niet naleefden.

10:48 Gepost door infortibet in aardrijkskunde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tibet, ertsen, mijnen, china, kolonisatie, groot tibet